Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR765982
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR765982/1
Beleidsregels 'Eerder aanvragen' transportcapaciteit voor woningbouwprojecten en onderwijshuisvesting Zandvoort
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-09-2026
Intitulé
Beleidsregels 'Eerder aanvragen' transportcapaciteit voor woningbouwprojecten en onderwijshuisvesting ZandvoortHet college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zandvoort;
gelet op artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet, artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en de artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3, van de Systeemcode elektriciteit 2026;
besluit vast te stellen de volgende beleidsregels:
Beleidsregels 'Eerder aanvragen' transportcapaciteit voor woningbouwprojecten en onderwijshuisvesting Zandvoort
Artikel 1. Definities
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
- -
BOPA: buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet, zijnde een activiteit, inhoudende:
- a.
een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of
- b.
een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan;
- a.
- -
civielrechtelijke overeenkomst: koopovereenkomst, anterieure overeenkomst, erfpachtovereenkomst of ieder andere overeenkomst als bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 waaruit blijkt dat het project binnen een bepaalde tijd start;
- -
college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zandvoort;
- -
congestiegebied: gebied binnen de gemeente waarvoor de netbeheerder heeft vastgesteld dat de transportcapaciteit op het elektriciteitsnet ontoereikend is als bedoeld in artikel 7.18 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;
- -
netbeheerder: distributiesysteembeheerder als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet die het distributiesysteem voor elektriciteit beheert in het congestiegebied;
- -
onderwijs: Middelbaar beroepsonderwijs, Primair onderwijs, Speciaal onderwijs of Voortgezet onderwijs zoals bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026
- -
onderwijsproject: een project voor primair onderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet onderwijs als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026, waarvoor de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is voor de uitvoering van de wettelijke onderwijstaak;
- -
project: realisatie van een basisbehoefte, zijnde de functie woonbehoefte of onderwijs als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;
- -
projectlocatie: locatie waar het project zal worden ontwikkeld;
- -
projectontwikkelaar: een rechtspersoon, stichting, vereniging of natuurlijke persoon die een project realiseert of initieert;
- -
prioriteringsverzoek: verzoek om prioriteit bij de toewijzing van transportcapaciteit als bedoeld in artikel 7.21 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;
- -
projectdossier: geheel van documenten ter onderbouwing van een transportverzoek;
- -
transportcapaciteit: capaciteit voor het transport van elektriciteit op het distributienet;
- -
transportverzoek: verzoek tot het verzorgen van transport van elektriciteit als bedoeld in artikel 3.46, eerste lid, van de Energiewet;
- -
volgordelijst: de door de gemeente vastgestelde rangordelijst van woningbouw- en onderwijsprojecten conform tabel 3 van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026, waarvoor de gemeente prioriteringsverzoeken indient bij de netbeheerder.
Artikel 2. Toepassingsbereik
-
1. Deze beleidsregels zijn van toepassing op de plaatsing van projecten op de volgordelijst. Het gaat daarbij zowel om projecten van projectontwikkelaars als om projecten die de gemeente zelf realiseert of initieert.
-
2. Als een project de gemeentegrens overschrijdt treedt de gemeente in overleg met de betreffende buurgemeente over wie het project opneemt op haar volgordelijst, waarbij de hoofdregel geldt dat de gemeente waarbinnen het project hoofdzakelijk is gelegen het project opneemt op haar volgordelijst.
Artikel 3. Doel
Deze beleidsregels hebben tot doel:
- a.
het uitwerken van de gemeentelijke bevoegdheid tot ‘Eerder aanvragen’ van transportcapaciteit (en prioritering) zoals aan de gemeente toegewezen in de Systeemcode Elektriciteit 2026;
- b.
het bijdragen aan de realisatie van woonbehoefte in congestiegebieden, in uitvoering van de gemeentelijke zorgplicht voor voldoende woongelegenheid, die de grondslag vormt voor de opname van woonbehoefte in categorie 3 van het prioriteringskader van de Systeemcode Elektriciteit 2026;
- c.
het waarborgen van een transparante, gelijke, objectieve en niet-discriminatoire verdeling van posities op de volgordelijst, in overeenstemming met de Didam-jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661);
- d.
het beperken van aansprakelijkheidsrisico's voor de gemeente als aanvrager van transportcapaciteit bij de netbeheerder, in het bijzonder het risico van schadevergoedingsclaims wegens ongelijke behandeling van projectontwikkelaars; en
- e.
het bieden van rechtszekerheid over de wijze waarop de gemeente haar bevoegdheid als aanvrager van prioritering van transportcapaciteit uitoefent.
Artikel 4. Gelijke behandeling projecten
-
1. Een project waarbij de gemeente zelf opdrachtgever is, wordt op basis van dezelfde regels beoordeeld als projecten van projectontwikkelaars.
-
2. Een gemeentelijk project geniet geen voorrangspositie, tenzij een hogere positie op grond van de prioriteringsregels dit rechtvaardigt.
-
3. De gemeente motiveert op transparante wijze de positie van gemeentelijke projecten op de volgordelijst.
Artikel 5. Procedure verzoek opname volgordelijst
-
1. De periode voor het indienen van een verzoek tot plaatsing van een project op de volgordelijst vangt aan op de dag van publicatie van deze beleidsregels in het gemeenteblad.
-
2. Het in het eerste lid bedoelde verzoek kan worden ingediend tot en met 2 september 2026.
-
3. Opname van een project op de volgordelijst resulteert in een inspanningsverplichting van de gemeente om zich aantoonbaar in te spannen om transportcapaciteit voor het betreffende project te verkrijgen bij de netbeheerder, zonder dat de gemeente de beschikbaarheid of toewijzing van prioritering en transportcapaciteit garandeert.
Artikel 6. Opname op de volgordelijst op verzoek projectontwikkelaar
-
1. De projectontwikkelaar zorgt voor een volledig projectdossier van een project bij een verzoek tot opname op de volgordelijst waarbij hij voor het indienen van het verzoek gebruik maakt van het daartoe beschikbaar gestelde aanmeldformulier.
-
2. De projectontwikkelaar zorgt voor een verklaring over de juistheid en volledigheid van de verstrekte gegevens, ondertekend door een bevoegde vertegenwoordiger van de projectontwikkelaar, welke de gemeente vrijwaart voor aansprakelijkheden van onjuiste informatie jegens de netbeheerder;
-
3. De projectontwikkelaar zorgt voor een verklaring dat hij instemt met de op de procedure van toepassing zijnde bezwaarprocedure, en expliciet akkoord gaat met de vervaltermijnen conform artikel 11.
-
4. De projectontwikkelaar zorgt voor een verklaring dat hij instemt met het na aanvraag van transportcapaciteit door de gemeente overnemen van deze aanvraag, waaronder begrepen de eventuele aanbetaling en overige voorwaarden die de netbeheerder op het verzoek van toepassing heeft verklaard
-
5. De gemeente stuurt binnen twee werkdagen een ontvangstbevestiging van het verzoek waarbij tevens wordt gewezen op de in artikel 13 genoemde rechtsbeschermingsprocedure.
-
6. Een verzoek dat onvolledig is, wordt niet in behandeling genomen. De gemeente stelt de projectontwikkelaar hiervan schriftelijk in kennis en informeert de projectontwikkelaar over de al dan niet bestaande mogelijkheid om het dossier nog aan te vullen.
-
7. Toewijzing op de volgordelijst is project en projectlocatie gebonden. Een verkregen toewijzing wordt niet overgeheveld naar een ander project of andere projectlocatie. Daarvoor moet een nieuw verzoek worden ingediend.
Artikel 7. Opname op de volgordelijst van eigen projecten
-
1. De gemeente zorgt voor een volledig projectdossier van een project dat zij initieert of realiseert voor opname op de volgordelijst.
-
2. Toewijzing op de volgordelijst is project en projectlocatie gebonden. Een verkregen toewijzing wordt niet overgeheveld naar een ander project of andere projectlocatie.
Artikel 8. Rangordebepaling volgordelijst
De gemeente bepaalt de rangorde op de volgordelijst stapsgewijs op basis van de volgende, hiërarchische criteria en legt de uitkomst daarvan schriftelijk vast:
8.1. Voorrang voor onderwijshuisvesting
-
1. Een onderwijsproject wordt hoger gerangschikt dan een woningbouwproject.
-
2. Een onderwijsproject komt uitsluitend voor de voorrangspositie als bedoeld in het eerste lid in aanmerking indien:
- a.
het project is opgenomen in (een actualisatie van) het geldende Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs 2023-2038 van de gemeente Zandvoort; of
- b.
uit het omgevingsplan blijkt dat op de betreffende locatie in de onderwijsfunctie is voorzien;
- c.
de gevraagde transportcapaciteit aantoonbaar noodzakelijk is voor de ingebruikname, uitbreiding of voortzetting van de onderwijsvoorziening; en
- a.
-
3. Binnen de categorie onderwijsprojecten wordt de onderlinge volgorde achtereenvolgens bepaald op basis van:
- a.
het voorkomen van sluiting of onderbreking van bestaand onderwijs;
- b.
het oplossen van een aantoonbaar en actueel capaciteitstekort in de onderwijshuisvesting;
- c.
de vroegste datum waarop de transportcapaciteit noodzakelijk is;
- d.
het aantal leerlingen dat met de gevraagde transportcapaciteit wordt bediend;
- a.
-
4. De voorrangspositie houdt uitsluitend in dat het college het transportverzoek voor het onderwijsproject eerder indient dan verzoeken voor woningbouwprojecten. De voorrangspositie biedt geen garantie dat de netbeheerder transportcapaciteit toekent.
8.2. Voorrang voor woningbouwprojecten
Stap 1: start bouw
Als eerste stap vindt een rangschikkingsplaats op basis van de datum van start bouw, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de bouw eerder start. Hierbij moet de datum van start bouw voldoende concreet zijn onderbouwd.
Stap 2: projectrijpheid
Na de rangschikking van stap 1 stelt de gemeente de projectrijpheid van het project vast op basis van de beschikbare documenten in een onderrangorde van één tot en met zes:
|
Rangorde: |
Beschikbare documenten: |
|
1 |
Er is een civielrechtelijke overeenkomst, en een onherroepelijk omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit verleend voor de projectlocatie. |
|
2 |
Er is een civielrechtelijke overeenkomst, en een onherroepelijk omgevingsplan vastgesteld of onherroepelijke vergunning voor en BOPA verleend voor de projectlocatie. |
|
3 |
Er is alleen een onherroepelijke omgevingsvergunning verleend voor de projectlocatie. |
|
4 |
Er is alleen een civielrechtelijke overeenkomst. |
|
5 |
Er is alleen een omgevingsplan vastgesteld of vergunning voor een BOPA verleend voor de projectlocatie |
|
6 |
Er zijn andere bewijsstukken waardoor een project in aanmerking komt voor prioritering, zijnde:
|
Stap 3: maatschappelijk belang
Binnen de op basis van de stappen 1 en 2 gemaakte onderverdeling vindt een onderverdeling plaats op basis van het maatschappelijk belang en de netimpact van het project, waarbij een project hoger wordt gerangschikt aan de hand van onderstaande hiërarchische critera:
- a)
het project levert een bijdrage aan grootschalige woningbouwlocaties waarbij er sprake is van een financiële en programmatische afhankelijkheid van rijkssubsidies die als voorwaarde stellen in een bepaalde fasering een vastgesteld aantal woningen te realiseren. De opgenomen realisatietermijn is daarbij bepalend voor de rangschikking indien voor meerdere projecten een Rijkssubsidie is verstrekt;
- b)
het project wordt aantoonbaar netbewust gerealiseerd, waarbij projecten worden gerangschikt op basis van de benodigde aansluitwaarde per woning (hoe lager, hoe beter);
- c)
het project voorziet in de huisvesting voor collectieve woonvormen (zoals beschreven in bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026):
- d)
het project levert een significante bijdrage aan de woningopgave binnen de gemeente Zandvoort (hoe meer woningen in het project, hoe beter).
Stap 4: datum oplevering
Na de op basis van de stappen 1 tot en met 3 gemaakte onderverdeling vindt een onderverdeling plaats op basis van de verwachte opleverdatum, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de verwachte oplevering eerder plaatsvindt.
Artikel 9. Transparantie en motivering
-
1. De gemeente motiveert de vastgestelde volgordelijst transparant en toetsbaar door per project de toepassing van de stappen 1 tot en met 4 te vermelden rekening houdend met artikelen 8.1. en 8.2.
-
2. Op verzoek van de projectontwikkelaar verstrekt de gemeente een schriftelijke toelichting op de positie die aan zijn project is toegekend.
Artikel 10. Bekendmaking volgordelijst
-
1. De gemeente maakt de vastgestelde volgordelijst openbaar via de gemeentelijke website en het gemeenteblad, uiterlijk twee weken voor de datum van indiening bij de netbeheerder.
-
2. Op de gepubliceerde volgordelijst staat per project vermeld: de projectnaam, de locatie, het aantal woningen, en de positie op de lijst. Bij onderwijsprojecten wordt de omvang van de voorziening vermeld, voor zover dit noodzakelijk is voor een transparante motivering.
Artikel 11. Rechtsbescherming
-
1. Een projectontwikkelaar die bezwaar heeft tegen zijn positie op de volgordelijst of tegen de afwijzing van zijn verzoek tot plaatsing op de volgordelijst kan binnen tien kalenderdagen na bekendmaking van de volgordelijst schriftelijk bezwaar indienen bij de gemeente. Na deze termijn vervalt het recht om bezwaar in te dienen.
-
2. Een projectontwikkelaar die bezwaar heeft tegen zijn positie op de volgordelijst of tegen de afwijzing van zijn verzoek tot plaatsing op de volgordelijst kan na de in het eerste lid bedoelde bezwaarprocedure binnen tien kalenderdagen een kort geding aanhangig maken. Na deze termijn vervalt het recht om een kort geding aanhangig te maken.
-
3. Door indiening van een verzoek overeenkomstig artikel 6 stemt de projectontwikkelaar uitdrukkelijk in met de in dit artikel geregelde rechtsbeschermingsprocedure.
Artikel 12. Wijziging en intrekking van de volgordepositie
-
1. De gemeente kan de positie van een project op de volgordelijst wijzigen of intrekken als:
- a.
de projectontwikkelaar aantoonbaar onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt;
- b.
het project naar het oordeel van de gemeente aantoonbaar niet meer voor realisatie in aanmerking komt;
- c.
de projectontwikkelaar het project gelet op de criteria in artikel 8.2 heeft gewijzigd en dit naar oordeel van de gemeente een herbeoordeling vergt;
- d.
het project naar het oordeel van de gemeente onuitvoerbaar is geworden.
- a.
-
2. Een herbeoordeling na wijziging van het project kan betekenen dat het project een andere (hogere of lagere) plek op de volgordelijst zal krijgen.
-
3. De gemeente stelt de intrekking of wijziging vast en stelt de projectontwikkelaar hiervan onverwijld in kennis.
-
4. Wijzigen op grond van dit artikel is slechts mogelijk zolang de volgordelijst nog niet door de gemeente is ingediend bij de netbeheerder
Artikel 13. Indienen verzoek conform volgordelijst
-
1. De gemeente verzoekt de netbeheerder conform de positie op de volgordelijst het transportverzoek in behandeling te nemen nadat de bezwaartermijn, bedoeld in artikel 13 is verstreken, dan wel – als tijdig bezwaar is ingediend – nadat op het bezwaar is beslist.
-
2. De gemeente dient uitsluitend transportverzoeken in waarvoor financiële dekking bestaat voor de aanbetaling aan de netbeheerder op grond van:
- a.
financiële afspraken met een projectontwikkelaar, waarbij de projectontwikkelaar zich verplicht tot het voldoen van de financiële verplichtingen aan de netbeheerder en daarvoor materiële zekerheid biedt; of
- b.
de door de gemeenteraad vastgestelde begroting.
- a.
Artikel 14. Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking.
Artikel 15. Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als de: Beleidsregels ‘Eerder aanvragen’ transportcapaciteit voor woningbouw en onderwijshuisvesting Zandvoort.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering van 25 augustus 2026.
De burgemeester,
De secretaris,
Toelichting bij het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zandvoort tot vaststelling van de Beleidsregels ‘Eerder aanvragen’ transportcapaciteit woningbouw en onderwijshuisvesting Zandvoort (Beleidsregels ‘Eerder aanvragen’ transportcapaciteit woningbouw en onderwijshuisvesting Zandvoort).
Algemeen
Inleiding
Met deze beleidsregels geeft de gemeente Zandvoort invulling aan de wijze waarop zij omgaat met haar op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en de Energiewet bestaande bevoegdheid om (prioriteringsverzoeken en) transportcapaciteitsverzoeken in te dienen voor de functie woonbehoefte bij de netbeheerder.
Aanleiding
Netbeheerders hebben onvoldoende elektriciteitstransportcapaciteit om alle aanvragen voor nieuwe of zwaardere aansluitingen te voldoen. Voor onder andere woningbouwprojecten heeft dit concrete gevolgen. Projecten die planologisch gereed zijn, komen niet van de grond door een gebrek aan beschikbare aansluiting. In veel regio’s dreigen projecten vertraging op te lopen of te stranden.
Netbeheerders kenden transportcapaciteit tot voor kort toe op volgorde van binnenkomst, het zogenaamde ‘first come, first served’-principe. Dit systeem houdt echter niet genoeg rekening met de maatschappelijke urgentie van bepaalde projecten en de behoefte om die voorrang te verlenen. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft daarom op 2 december 2025 het Codebesluit prioriteringsruimte transportverzoeken vastgesteld (gepubliceerd in Staatscourant 2025, nr. 42323, in werking getreden op 1 januari 2026). Dit Codebesluit verplicht netbeheerders om in congestiegebieden af te wijken van het 'first come, first served'-beginsel en in plaats daarvan te werken met landelijke voorrangsregels op basis van maatschappelijk belang. Binnen de prioritering categorieën 2 en 3, evenals voor niet-prioritaire partijen, blijft ‘first come, first served’ bestaan, waarbij de datum van aanvraag van transportcapaciteit leidend is. Dit kader is later opgenomen in de Systeemcode Elektriciteit 2026 en aangevuld tot het nu geldend recht.
De Systeemcode Elektriciteit 2026 onderscheidt drie prioriteitscategorieën:
- 1.
Netcongestieverzachters — partijen die direct bijdragen aan het vergroten van de beschikbare netcapaciteit;
- 2.
Veiligheid — partijen waarvan het niet aansluiten een directe bedreiging vormt voor de nationale veiligheid of volksgezondheid;
- 3.
Basisbehoeften — partijen die voorzien in een eerste levensbehoefte, waaronder woonbehoefte.
Vanaf 1 juli 2026 worden groot- en kleinverbruikers in één en dezelfde rangorde beoordeeld. Er is geen overgangsperiode voorzien: alle aanvragen worden vanaf dat moment aan de nieuwe voorrangsregels getoetst.
Gemeenten kunnen vanaf 1 oktober 2026 gebruikmaken van de werkwijze ‘‘Eerder aanvragen’ in het planproces’. Deze werkwijze stelt gemeenten in staat om al in een vroeg planningsstadium transportcapaciteit te reserveren voor onder meer woningbouw en onderwijshuisvesting, ook al voordat een ontwikkelaar definitief betrokken is. De bewijsvereisten voor dit aanvragen zijn hiervoor specifiek op gemeenten toegesneden (tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026).
Als aanvrager van transportcapaciteit ten behoeve van derden, bevindt de gemeente zich in een dubbele rechtsrelatie. Enerzijds als contractpartij jegens de netbeheerder, anderzijds met projectontwikkelaars en andere initiatiefnemers die aanspraak maken op die capaciteit. Hoewel het aanvragen van transportcapaciteit een privaatrechtelijke bevoegdheid is, moet de gemeente daarbij op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek de beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen, en met name het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. De Hoge Raad heeft dit bevestigd in de Didam-arresten (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661).
De VNG heeft gemeenten bij ledenbrief van 16 april 2026 opgeroepen vóór 1 oktober 2026 beleidsregels vast te stellen, zodat aanvragen op die datum gereed zijn voor indiening. De onderhavige beleidsregels zijn opgesteld om een juridisch houdbaar vertrekpunt te bieden voor de inrichting van de gemeentelijke aanvraagrol.
Doelstelling
De doelstelling van deze beleidsregels is om de gemeentelijke bevoegdheid tot het aanvragen van elektriciteitstransportcapaciteit voor woningbouwprojecten op een transparante, objectieve en niet-discriminatoire wijze in te richten. De gemeente geeft daarmee uitvoering aan haar taak om te voorzien in voldoende woongelegenheid. Deze taak kan in gebieden met netcongestie niet meer vanzelfsprekend tot uitvoering worden gebracht.
De gemeente heeft via de Systeemcode Elektriciteit 2026 de mogelijkheid om als aanvrager vroeg in het planproces transportcapaciteit te reserveren voor woningbouw. Deze aanvragen hebben gevolgen voor de verdeling van schaarse transportcapaciteit door de netbeheerder. Gelet op de impact op deze schaarsteverdeling is een transparante, objectieve en niet-discriminatoire werkwijze vereist op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. Deze beleidsregels voorzien daarin. De beleidsregels stellen de rangschikkingscriteria vast, beschrijven de aanvraagprocedure en borgen de gelijke behandeling van gemeentelijke en andere projecten.
Verhouding tot andere regelgeving
De beleidsregels zijn vastgesteld op grond van:
- •
Artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet: het college is bevoegd tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente te besluiten.
- •
Artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht: een bestuursorgaan kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot een hem toekomende bevoegdheid.
- •
De artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026: het ACM-prioriteringskader stelt eisen aan de verdeling van transportcapaciteit in congestiegebieden en de gemeentelijke rol.
- •
Artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek: een bevoegdheid die iemand krachtens het burgerlijk recht toekomt, mag niet worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven regels van publiek recht. Hieruit vloeit de verplichting voort het gelijkheidsbeginsel in acht te nemen bij privaatrechtelijk handelen.
De beleidsregels vullen het ACM-prioriteringskader aan op het niveau van de gemeente. Daarbij beperken de beleidsregels zich tot de prioriteitsfuncties: onderwijshuisvesting (subfuncties: Middelbaar beroepsonderwijs, Primair onderwijs, Speciaal onderwijs en Voortgezet onderwijs) en woonbehoefte (subfuncties: algemeen en collectieve woonvormen). Deze beleidsregels hebben geen betrekking op andere functies waarvoor de gemeente gelet op artikel 7.21 en tabel 3 van bijlage 3, van de Systeemcode Elektriciteit 2026 bevoegd is een prioriteringsverzoek in te dienen. Zij bepalen ook niet welke projecten prioriteit krijgen ten opzichte van andere aanvragers bij de netbeheerder, dat is immers de exclusieve bevoegdheid van de netbeheerder op grond van het ACM-prioriteringskader, maar regelen de interne gemeentelijke rangschikking die bepaalt welke verzoeken de gemeente indient en in welke volgorde.
De beleidsregels laten de bevoegdheden op grond van de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Huisvestingswet onverlet. De gemeente kan Omgevingswet-instrumenten, zoals het regionale programma en het omgevingsplan benutten om projecten voor te bereiden op het ACM-prioriteringskader.
VNG-modelbeleidsregels
In afwijking van het VNG-model is bij Artikel 9 Rangordebepaling Prioriteitenlijst een verbeterde prioritering op basis van uitvoerbaarheid van de projecten toegevoegd en in afwijking van de VNG-modelbeleidsregels is ook de gemeentelijke rangschikking uitgebreid met noodzakelijke onderwijshuisvesting. Daarnaast zijn aanvullende criteria opgenomen voor uitvoerbaarheid, projectrijpheid en maatschappelijk belang.
Inspraak
Bij het opstellen van deze beleidsregels is geen inspraakprocedure gevolgd. De aansprakelijkheidsrisico’s voor de gemeente als gevolg van het niet tijdig vaststellen van beleidsregels met betrekking tot de aanvraag van prioriteit voor transportcapaciteit maken dat sprake is van spoedeisend belang bij het vaststellen van deze beleidsregels, waardoor inspraak niet kon worden afgewacht (zie artikel 2, derde lid, onder e Verordening participatie en uitdaagrecht gemeente Zandvoort 2024).
Artikelsgewijs
Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht.
Artikel 1. Definities
De begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in de Energiewet en de Systeemcode elektriciteit 2026. De in die regelingen gedefinieerde begrippen worden dan ook niet opnieuw gedefinieerd in deze beleidsregels.
Civielrechtelijke overeenkomst
De definitie van 'civielrechtelijke overeenkomst' volgt de bewijslastcriteria van tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026.
Project
De definitie van ‘project’ volgt tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026. Als een project meerdere fases bevat dan wordt elke fase op grond van deze definitie als afzonderlijk project beschouwd. Dit sluit aan bij de systematiek van de Systeemcode elektriciteit 2026, op basis waarvan voor elke fase een afzonderlijke aanvraag wordt ingediend.
Volgordelijst
De definitie van 'volgordelijst' sluit aan bij het prioriteringskader van artikel 7.21 van de Systeemcode Elektriciteit en de werkwijze '‘Eerder aanvragen’' zoals beschreven in de VNG-ledenbrief lbr-26-010 (april 2026).
Artikel 2. Toepassingsbereik
Door het toepassingsbereik helder af te baken wordt voorkomen dat deze beleidsregels worden toegepast op situaties waarvoor zij niet zijn geschreven. De gemeente vervult bij de werkwijze ‘‘Eerder aanvragen’’ een intermediaire rol tussen netbeheerder en marktpartijen. Deze intermediaire positie brengt een dubbele rechtsrelatie mee: enerzijds met de netbeheerder als contractspartij voor transportcapaciteit, anderzijds met projectontwikkelaars die aanspraak maken op die capaciteit. Artikel 2 bakent af op welke beslissingen de beleidsregels van toepassing zijn. Het gaat om realisatie van de basisbehoefte onderwijshuisvesting en woonbehoefte als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026. In dat kader hanteert de gemeente een volgordelijst, waarop projecten geplaatst worden met het oog op het indienen van een transportverzoek en prioriteringsverzoek bij de netbeheerder. De regels hebben daarmee ook betrekking op de keuze om projecten niet op de volgordelijst te plaatsen.
De gemeente gaat uiteraard niet over de wijze waarop een buurgemeente haar bevoegdheden uitoefent. Op het moment dat een project de gemeentegrens overschrijdt, treedt de gemeente daarom in overleg met de buurgemeente om af te stemmen wie het prioriteringsverzoek in zal dienen bij de netbeheerder. Uitgangspunt voor de inzet daarbij is dat de gemeente waarbinnen het project hoofdzakelijk is gelegen het project opneemt op haar volgordelijst en het prioriteringsverzoek indient.
Artikel 3. Doel
De rol die de gemeente heeft op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 betreft het uitoefenen van een privaatrechtelijke rechtshandeling. Het gaat om het contracteren van transportcapaciteit met de netbeheerder. Dit is het sluiten van een overeenkomst. Van een besluit in de zin van artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht is geen sprake. Besluiten ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn uitgesloten van de mogelijkheid van bezwaar en beroep (artikel 8:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht). Eventuele conflicten zullen aan de civiele rechter moeten worden voorgelegd. De gemeente oefent de bevoegdheid tot het aanvragen van transportcapaciteit bij de netbeheerder uit als een privaatrechtelijke bevoegdheid en is daarbij gebonden aan de beginselen van behoorlijk bestuur op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, de wettelijke grondslag van het gelijkheidsbeginsel in de Didam-jurisprudentie.
Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
De Hoge Raad heeft in het Didam-I arrest (26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778) bepaald dat overheden bij vervreemding van onroerend goed het gelijkheidsbeginsel in acht moeten nemen en gelijke kansen aan potentiële gegadigden moeten bieden. In het Didam-II arrest (15 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1661) heeft de Hoge Raad deze lijn aangescherpt en de toepassing van de beginselen van behoorlijk bestuur – waaronder zorgvuldigheid, gelijkheid, evenredigheid en motivering – ook buiten de context van gronduitgifte bevestigd. Artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk wetboek bepaalt dat een bevoegdheid krachtens burgerlijk recht niet mag worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven recht.
De gemeente handelt bij het aanvragen van prioriteit en transportcapaciteit privaatrechtelijk, maar is desondanks als bestuursorgaan gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het gelijkheidsbeginsel verplicht de gemeente niet tot een formele aanbesteding, maar wel tot een openbare, transparante procedure met vooraf bekendgemaakte, objectieve en toetsbare criteria. Afwijking is slechts gerechtvaardigd als slechts één gegadigde in aanmerking kan komen (de 'unieke gegadigde'-uitzondering), en dit moet vooraf gemotiveerd en gepubliceerd worden.
Uitwerking
De beleidsregels hebben tot doel uitwerking te geven aan deze plichten. Zo dragen deze beleidsregels bij aan de realisatie van woningen in congestiegebieden binnen de kaders waaraan de gemeente moet voldoen.
Artikel 4. Gelijke behandeling projecten
De gelijke behandeling van gemeentelijke en private projecten is een cruciaal element van de Didam-doctrine. Artikel 4 borgt het gelijkheidsbeginsel door expliciet te bepalen dat gemeentelijke projecten niet worden bevoordeeld en dat de gemeente transparant is over de motivering van de rangorde van eigen projecten ten opzichte van projecten van projectontwikkelaars.
Artikel 5. Procedure verzoek opname volgordelijst
Het bieden van een transparante verdelingsprocedure, door vooraf kenbaar te maken wanneer een verzoek kan worden in gediend vormt een belangrijk element van de Didam-doctrine. De beleidsregels voorzien in een transparante selectieprocedure, waarbij artikel 5 voorziet in het vooraf kenbaar maken van het proces en de daaraan verbonden tijdvakken.
Door de aanvraagperiode direct te koppelen aan de publicatie van de beleidsregels is voor iedere projectontwikkelaar onmiddellijk duidelijk wanneer een verzoek kan worden ingediend. Door het benoemen van een concrete einddatum kan er ook geen misverstand bestaan over voor welke datum het verzoek moet worden ingediend om in aanmerking te komen voor plaatsing op de volgordelijst op basis waarvan de gemeente het verzoek om prioritering in zal dienen.
De gemeente gaat uitsluitend een inspanningsverplichting aan jegens de projectontwikkelaar. Bij een resultaatsverplichting zou de gemeente instaan voor de daadwerkelijke toewijzing van transportcapaciteit, waarbij aansprakelijkheid op grond van wanprestatie open zou staan bij niet levering. Dat is niet mogelijk, nu niet de gemeente, maar de netbeheerder daarover gaat.
Artikel 6. Opname op de volgordelijst op verzoek projectontwikkelaar
Een helder aanvraagproces is essentieel voor een rechtmatige uitvoering. Artikel 6 regelt daarom de aanvraagprocedure en bepaalt de informatiestroom tussen de projectontwikkelaar en de gemeente die de basis vormt voor de rangschikking.
Voor de aanvraag van transportcapaciteit moeten gemeenten zorgen voor een volledig projectdossier dat kan worden ingediend bij de netbeheerder. Van de projectontwikkelaar die de gemeente verzoekt om een project op de prioriteringslijst te zetten met het oog op het doen van een transportverzoek wordt verwacht dan hij daartoe de noodzakelijke informatie aanlevert. De gemeente stelt met het oog hierop een standaardaanvraagformulier beschikbaar waarin alle vereiste gegevens worden gevraagd. Dit formulier is te vinden op de gemeentelijke website en bevat tevens het in artikel 11, derde lid genoemde akkoord met de van toepassing zijnde bepalingen omtrent de rechtsbescherming.
Omdat de transportcapaciteit ten goede komt aan woningbouwprojecten van projectontwikkelaars, en de gemeente daarbij in het proces ‘Eerder aanvragen’ slechts een intermedierende rol heeft, wordt van ontwikkelaars gevraagd om door middel van een verklaring in te stemmen met de juistheid van de door hen aangeleverde gegevens, het overnemen van het verzoek nadat het is ingediend onder de door de netbeheerder gestelde voorwaarden (zoals een eventuele aanbetaling) en instemming met de vervaltermijnen voor de mogelijkheid om bezwaar in te dienen.
Aanvraag transportcapaciteit
Een volledig projectdossier bevat voor het onderdeel transportcapaciteit ten minste:
- a)
naam, contactgegevens en rechtsvorm van de gemeente, dan wel naam, contactgegevens en rechtsvorm van de projectontwikkelaar;
- b)
omschrijving en locatie van het project, onder vermelding van het type bouw (hoogbouw, laagbouw of een combinatie) en de geografische begrenzing van het projectgebied (bij voorkeur als polygoon);
- c)
het verwachte totale aantal en type woningen (sociaal, midden huur, koop);
- d)
de verwachte elektrische belasting van het project, omvattende:
- a.
het aantal en de grootte (doorlaatwaarde) van de benodigde aansluitingen, uitgesplitst naar wooneenheden, collectieve voorzieningen en onlosmakelijk verbonden activiteiten;
- b.
de op planniveau gehanteerde wijze van verwarmen, als meest bepalende factor in de netbelasting;
- c.
de gewenste datum van de definitieve aansluitingen, uitgesplitst per projectfase en met een maximale loopduur van tien jaar na datum van indiening.
- a.
- e)
Aan welke en op welke wijze er aan de criteria uit artikel 8 wordt voldaan.
Het projectdossier wordt ingediend via het door de gemeente aangewezen digitale kanaal e-mailadres, webformulier of schriftelijk per post aan Gemeente Zandvoort, Postbus 511, 2003 PB, Zandvoort. De gemeente bevestigt ontvangst van het dossier binnen twee werkdagen. Dit sluit aan bij de systematiek van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer.
Een verzoek dat onvolledig is wordt niet in behandeling genomen. Het in het verzoek opgenomen project komt dan ook niet op basis van het verzoek in aanmerking voor opname op de volgordelijst. De gemeente stelt de projectontwikkelaar hiervan schriftelijk in kennis, waarbij ook wordt aangegeven in hoeverre het nog mogelijk is alsnog een volledig verzoek in te dienen. Dit is alleen mogelijk als de in artikel 5, tweede lid genoemde termijn voor het indienen van een verzoek nog niet is verstreken.
Het is niet mogelijk om op basis van een al ingediend verzoek een ander project aan te dragen dan waarvoor het verzoek is gedaan. Daarvoor moet, conform de daarvoor geldende bepalingen een nieuw verzoek worden ingediend.
Artikel 8. Rangordebepaling volgordelijst
De selectiecriteria uit artikel 8 vormen de kern van deze beleidsregels. Zij bepalen de volgorde op de volgordelijst en dienen objectief, toetsbaar en redelijk te zijn. Dit zijn de drie eisen die de Didam-jurisprudentie stelt aan selectiecriteria.
Artikel 8 werkt de prioritering uit in vier achtereenvolgende, hiërarchische stappen. Elke volgende stap is uitsluitend van toepassing wanneer de voorgaande stap geen onderscheid oplevert.
Voor de toepassing van de rangordebepaling geldt als uitgangspunt dat projecten voor onderwijshuisvesting in alle gevallen prioriteit krijgen. Onderwijs is een primaire maatschappelijke behoefte. Daarnaast is het niet goed mogelijk om woningbouw en onderwijsprojecten via objectieve criteria met elkaar te vergelijken voor wat betreft hun rangorde.
Stap 1 – Start bouw
Projecten met een eerder geplande datum van start bouw staan hoger op de volgordelijst dan projecten met een latere start bouw. Het gaat hier niet om een wens, maar om een start bouwdatum die is onderbouwd met: een planning, een overeenkomst, subsidievoorwaarden of een vergunning planning.
De bewijsstukken moeten de opgegeven start bouwdatum concreet en plausibel maken, op basis van bewijsstukken zoals opgesomd in de rangorde van stap 2. Een omgevingsplan of BOPA zonder verdere planningsonderbouwing volstaat in de regel niet om een specifieke start bouwmaand te staven. Een combinatie van een civielrechtelijke overeenkomst met een planning, subsidieafspraken of vergunningsconditie biedt dat wel. De gemeente beoordeelt per geval of de bewijsstukken de opgegeven datum afdoende onderbouwen.
Stap 2- Projectrijpheid
Stap 2 is gebaseerd op de planologische en de privaatrechtelijke positie van het project. De rangschikking weerspiegelt de mate van realisatiezekerheid: hoe concreter de positie, hoe groter de kans dat de aangevraagde transportcapaciteit ook daadwerkelijk en tijdig wordt benut.
De hiërarchie van de bewijsstukken berust op de planologische zekerheid en de privaatrechtelijke binding. Voor de rangschikking zijn drie soorten bewijsstukken relevant: de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, de civielrechtelijke overeenkomst en het onherroepelijk omgevingsplan of de onherroepelijke vergunning voor een BOPA. Elk bewijsstuk vertegenwoordigt een andere mate van zekerheid over de realisatie van het project.
Een project wordt ingedeeld in de hoogste subcategorie waaraan het de vereiste bewijsstukken kan overleggen. Voldoet een project aan meerdere subcategorieën tegelijk, dan geldt de hoogste. De gemeente motiveert de indeling per project transparant.
Een anterieure overeenkomst, koopovereenkomst of exploitatieovereenkomst die voor 1 juli 2026 is gesloten, verleent geen automatisch recht op transportcapaciteit en levert evenmin een bevoorrechte positie op de volgordelijst op. Dergelijke overeenkomsten worden voor de toepassing van stap 2 gelijkgesteld met andere civielrechtelijke overeenkomsten die na 1 juli 2026 zijn gesloten. Zij kunnen bijdragen aan de projectrijpheidonderbouwing, maar worden beoordeeld aan de hand van dezelfde rangorde als overeenkomsten die na inwerkingtreding zijn gesloten.
Onder categorie 6 onder stap 2 worden projecten bedoeld met de volgende bewijsstukken:
- -
Overeenkomst tussen gemeente en het Rijk over rijkssubsidies voor woningbouw.
- -
Prestatieafspraken tussen gemeenten en woningcorporaties.
- -
College- of raadsbesluit met gemeente als initiatiefnemer voor woningbouwontwikkeling.
Stap 3 – Maatschappelijk belang
De gemeente acht het van belang om het maatschappelijk belang van een project een rol te geven bij de verdere rangschikking van gelijkwaardige aanvragen, nadat stap 1 en stap 2 geen onderscheid hebben opgeleverd. De in deze stap opgenomen criteria houden verband met verleende Rijkssubsidies waarvan het betreffende project afhankelijk is en die een realisatietermijn kennen, de netbewustheid van het project, de mate waarin specifieke doelgroepen waarvoor collectieve woonvormen zoals bedoeld in de Systeemcode elektriciteit worden bediend door het betreffende project en de omvang van het woningbouwprogramma. Deze aspecten zijn objectief toetsbaar aan de hand van kwantitatieve gegevens. Het hanteren van deze criteria draagt eraan bij dat woningbouwprojecten die aantoonbaar bijdragen aan gemeentelijke doelstellingen of verplichtingen ook transportcapaciteit kunnen krijgen.
Stap 4 – Datum van oplevering
Stap 4 is van toepassing wanneer na toepassing van de eerdere stappen nog geen onderscheid bestaat. De verwachte maand waarop het project wordt opgeleverd biedt de laatste onderscheiding tussen gelijkwaardige projecten. Een eerder verwacht tijdstip van oplevering geeft een sterkere aanwijzing dat de toegewezen transportcapaciteit ook daadwerkelijk en snel wordt benut. Dit sluit aan op het doel van het ACM-prioriteringskader: transportcapaciteit wordt toegewezen aan de partij die die capaciteit het eerst benut. Een project dat eerder zijn eerste woningen oplevert, doet al eerder een beroep op het net.
Artikel 8. Bekendmaking volgordelijst
De publicatietermijn van twee weken vóór de datum van indiening door de gemeente is afgestemd op de bezwaartermijn van artikel 13. Aanvragers hebben tien funna bekendmaking van de volgordelijst om bezwaar te maken. De resterende dagen binnen de twee-wekentermijn bieden de gemeente de benodigde verwerkingstijd om eventuele correcties naar aanleiding van bezwaar door te voeren en de definitieve volgordelijst in te dienen.
Artikel 9. Rechtsbescherming
Het aanvragen van transportcapaciteit is een privaatrechtelijke rechtshandeling van de gemeente op grond van artikel 160, eerste lid, onderdeel d, van de Gemeentewet. De volgordebeslissing is een handeling ter voorbereiding van die rechtshandeling. Van een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht is dan ook geen sprake. Bestuursrechtelijk bezwaar en beroep staan niet open voor de projectontwikkelaar. Er wordt desondanks gekozen om toch een alternatieve bezwaarprocedure te creëren.
De bezwaartermijn van tien kalenderdagen wijkt bewust af van de twintig-dagentermijn die in het aanbestedingsrecht geldt. Tien kalenderdagen is voldoende, omdat aanvragers voorafgaand aan indiening volledig zijn geïnformeerd over de selectiecriteria en de rangschikkingsmethode, en omdat het spoedeisende belang van de werkwijze '‘Eerder aanvragen’' — in het bijzonder de deadline van 1 oktober 2026 — een compacte procedure vereist die tijdige indiening van transportverzoeken bij de netbeheerder niet in gevaar brengt. Hierdoor krijgen aanvragers een concrete termijn om hun positie te beoordelen en zo nodig bezwaar te maken, zonder dat de procedure onnodig lang blokkerende werking heeft op de indiening bij de netbeheerder. Artikel 15, eerste lid, verankert die standstill.
Het tweede en derde lid introduceren een contractuele vervaltermijn voor twee onderscheiden rechtsmiddelen: het bezwaar bij de gemeente en de kortgedingprocedure bij de civiele rechter. Het recht op bezwaar bij de gemeente vervalt tien kalenderdagen na bekendmaking van de volgordelijst, tien kalenderdagen hierna vervalt het recht om een kortgedingprocedure aanhangig te maken. De contractuele grondslag maakt de termijn robuuster dan een eenzijdig door de gemeente vastgestelde termijn: zij berust op de wilsovereenstemming van de aanvrager, zodat een beroep op rechtsverwerking wegens het niet-tijdig aanwenden van een rechtsmiddel een sterkere basis heeft. De VNG Handreiking Toepassing Didam-regels in de gemeentelijke gronduitgiftepraktijk beveelt een dergelijke constructie aan.
Artikel 10. Wijziging en intrekking van de volgordepositie
De volgordepositiebepaling is een handeling ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling; van een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is geen sprake.
Een volgordepositie wordt toegekend op basis van de informatie en het programma die de projectontwikkelaar op het moment van indiening heeft aangeleverd, of waarover de gemeente bij eigen projecten zelf over beschikt. De limitatieve gronden in het eerste lid kunnen rechtvaardigen dat de gemeente de positie herziet. Intrekking of wijziging op andere gronden vindt niet plaats. Relevante wijzigingen zijn wijzigingen die van invloed zijn op de plaatsing op de volgordelijst, zoals bijvoorbeeld het moment van start bouw.
Over de wijziging in rangorde wordt transparant gecommuniceerd. Uiteraard kan wijziging alleen plaatsvinden voor zolang de volgordelijst nog niet is ingediend bij de netbeheerder. Op het moment dat de lijst is ingediend ligt de verdere verantwoordelijkheid bij de netbeheerder en kan die, op grond van de hem toekomende bevoegdheden, naar bevinden handelen. Hier speelt ook mee dat een wijziging die meer transportcapaciteit of een andere locatie vergt, op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 kwalificeert als een nieuw verzoek en daarmee de bestaande prioriteitspositie doet vervallen.
Artikel 11. Indienen verzoek conform volgordelijst
Het indienen van de transportverzoeken vormt het sluitstuk van een zorgvuldige selectieprocedure door de gemeente. Dit indienen vindt dan ook niet plaats eerst nadat projectontwikkelaars nog de gelegenheid hebben gehad om bezwaar te maken tegen de volgordelijst. Daarmee kunnen eventuele omissies worden hersteld, voordat er vervelende consequenties ontstaan. De gemeente volgt bij het indienen van de verzoeken de vastgestelde volgordelijst.
Met het indienen van een transportverzoek bij de netbeheerder gaat de gemeente financiële verplichtingen aan jegens de netbeheerder. Er moet namelijk een aanbetaling worden gedaan. Hiervoor is financiële dekking noodzakelijk. Deze dekking kan bestaan uit het feit dat een bij het project betrokken projectontwikkelaar zich verbindt tot het voldoen van deze kosten en daarvoor materiële zekerheid stelt, zodat de gemeente geen financieel risico loopt. Anders moet de gemeente voor het aangaan van deze verplichting financiële dekking hebben op de begroting. Het budgetrecht ligt namelijk bij de gemeenteraad. Deze financiële dekking kan verwerkt zijn binnen de begroting van het project of op basis van een andere begrotingspost waarmee de raad hiervoor middelen beschikbaar heeft gesteld. Deze bepaling betreft dan ook een financieringsvoorbehoud met betrekking tot het indienen van verzoeken bij de netbeheerder.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl