Regeling vervalt per 01-01-2028

Subsidieregeling opengestelde laadpunten Drenthe

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 02-09-2026 t/m 31-12-2027

Intitulé

Subsidieregeling opengestelde laadpunten Drenthe

Gedeputeerde Staten van Drenthe;

gelet op artikel 3, derde lid, en artikel 4 van de Algemene subsidieverordening provincie Drenthe 2023;

overwegende dat het wenselijk is het aantal laadpunten op private grond in de provincie Drenthe dat publiek toegankelijk is te vergroten en private partijen te stimuleren nieuwe en bestaande laadpunten voor derden open te stellen;

BESLUITEN:

de Subsidieregeling opengestelde laadpunten Drenthe vast te stellen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Asv: Algemene subsidieverordening provincie Drenthe 2023;

bankbetaling: betaling met een betaalpas, creditcard of een andere betaalwijze die rechtstreeks is gekoppeld aan een betaalrekening of betaalkaart van de gebruiker;

bestaand laadpunt: laadpunt dat op het moment van indiening van de aanvraag om subsidie is gerealiseerd en op een elektrische installatie is aangesloten, maar nog niet publiek toegankelijk is;

derden: anderen dan de subsidieontvanger, diens werknemers of personen die uitsluitend op grond van een bestaande rechtsverhouding met de subsidieontvanger toegang hebben tot het laadpunt;

dynamische QR-code: QR-code die per laadsessie of transactie wordt gegenereerd en de gebruiker leidt naar een actuele, sessie- of transactiespecifieke betaalomgeving;

elektrisch voertuig: voertuig dat geheel of gedeeltelijk elektrisch wordt aangedreven en via een laadpunt kan worden opgeladen;

laadpunt: AC-laadvoorziening voor het opladen van één elektrisch voertuig tegelijk, waarbij elektrische energie in wisselstroom wordt geleverd aan het voertuig;

locatie: feitelijke laadlocatie op private grond waarop de aanvraag betrekking heeft;

mkb-onderneming: kleine, middelgrote of micro-onderneming als bedoeld in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 651/2014;

nieuw laadpunt: laadpunt dat op het moment van indiening van de aanvraag om subsidie nog niet is gerealiseerd;

private grond: grond die niet in eigendom is van een publiekrechtelijke rechtspersoon;

publiek toegankelijk: toegankelijk voor derden zonder voorafgaande individuele toestemming, gedurende kenbare openingstijden en onder kenbare gebruiksvoorwaarden;

reguliere de-minimisverordening: Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun.

Artikel 2 Doel

Deze regeling heeft als doel het aantal laadpunten op private grond in de provincie Drenthe dat publiek toegankelijk is te vergroten en de vindbaarheid en bereikbaarheid daarvan te verbeteren.

Artikel 3 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor:

  • a.

    het realiseren van nieuwe laadpunten op private grond en het publiek toegankelijk maken daarvan;

  • b.

    het publiek toegankelijk maken van bestaande laadpunten op private grond.

Artikel 4 Doelgroep

  • 1. Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt aan een privaatrechtelijke rechtspersoon.

  • 2. Indien de aanvrager tevens als onderneming kwalificeert, wordt subsidie uitsluitend verstrekt indien de aanvrager een mkb-onderneming is.

Artikel 5 Aanvraagperiode

Een aanvraag om subsidie kan worden ingediend van 15 september 2026 tot en met 31 oktober 2027.

Artikel 6 Aanvraag

In aanvulling op artikel 8 van de Asv wordt een aanvraag om subsidie ingediend met gebruikmaking van het daarvoor beschikbaar gestelde aanvraagformulier en bevat de aanvraag om subsidie ten minste de volgende gegevens en bescheiden:

  • a.

    een begroting;

  • b.

    een beschrijving van de locatie en het aantal laadpunten;

  • c.

    een beschrijving waaruit blijkt of sprake is van nieuwe of bestaande laadpunten;

  • d.

    een beschrijving van de wijze waarop de laadpunten publiek toegankelijk zijn of worden gemaakt;

  • e.

    bij bestaande laadpunten: een beschrijving van de voorzieningen of aanpassingen die nodig zijn om de laadpunten publiek toegankelijk te maken;

  • f.

    een beschrijving van de wijze waarop bankbetaling mogelijk is of wordt gemaakt;

  • g.

    een bewijs waaruit blijkt dat de aanvrager bevoegd is de activiteit uit te voeren en de laadpunten gedurende ten minste vijf jaar publiek toegankelijk te houden;

  • h.

    een verklaring waaruit blijkt dat de activiteit kan worden uitgevoerd binnen de bestaande netaansluiting, zonder dat verzwaring van die aansluiting nodig is;

  • i.

    een mkb-verklaring, indien de aanvrager als onderneming kwalificeert;

  • j.

    een de-minimisverklaring, indien de aanvrager als onderneming kwalificeert.

Artikel 7 Weigeringsgronden

Onverminderd de Asv wordt subsidie geweigerd:

  • a.

    indien het publiek toegankelijk maken van een bestaand laadpunt uitsluitend bestaat uit een administratieve, contractuele of digitale wijziging en daarvoor geen aantoonbare voorzieningen of aanpassingen nodig zijn;

  • b.

    voor zover voor hetzelfde laadpunt al subsidie, een bijdrage of andere publieke financiering, waaronder subsidie op grond van de SPRILA, is verstrekt;

  • c.

    voor zover subsidieverstrekking leidt tot overcompensatie.

Artikel 8 Subsidievereisten

Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    de laadpunten worden of zijn gerealiseerd op private grond in de provincie Drenthe;

  • b.

    de laadpunten zijn of worden vanaf het moment waarop zij publiek toegankelijk zijn gemaakt gedurende ten minste acht aaneengesloten uren per dag beschikbaar voor gebruikers van elektrische voertuigen en zijn voor die gebruikers vindbaar en bereikbaar;

  • c.

    de openingstijden en gebruiksvoorwaarden voor de laadpunten zijn vooraf kenbaar voor gebruikers;

  • d.

    het gebruik van de laadpunten is niet beperkt tot eigen personeel, huurders, leden, vaste klanten of een andere vooraf bepaalde besloten groep gebruikers;

  • e.

    de laadpunten maken gebruik van laadmodus 3;

  • f.

    het nominale laadvermogen van elk laadpunt bedraagt minder dan 50 kW;

  • g.

    de activiteit kan worden uitgevoerd binnen de bestaande netaansluiting, zonder dat verzwaring van die aansluiting nodig is;

  • h.

    de laadpunten bieden gebruikers de mogelijkheid om het laden te betalen door middel van bankbetaling;

  • i.

    indien voor bankbetaling gebruik wordt gemaakt van een QR-code, wordt een dynamische QR-code gebruikt;

  • j.

    de aanvrager kan de activiteit uitvoeren en de laadpunten gedurende ten minste vijf jaar vanaf het moment waarop zij publiek toegankelijk zijn gemaakt publiek toegankelijk houden op grond van eigendom van de grond, of met toestemming van de eigenaar of een andere rechthebbende van de grond.

Artikel 9 Subsidiehoogte

  • 1. De subsidie bedraagt maximaal € 750,-- per nieuw laadpunt dat wordt gerealiseerd en publiek toegankelijk wordt gemaakt.

  • 2. De subsidie bedraagt maximaal € 250,-- per bestaand laadpunt dat publiek toegankelijk wordt gemaakt.

  • 3. Indien een aanvraag om subsidie betrekking heeft op zowel nieuwe als bestaande laadpunten, wordt de subsidie berekend door de bedragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, bij elkaar op te tellen.

  • 4. De subsidie bedraagt maximaal € 10.000,-- per locatie.

Artikel 10 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de looptijd van de regeling vast op € 100.000,--.

Artikel 11 Verdeelsystematiek

  • 1. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen om subsidie.

  • 2. Voor het bepalen van de volgorde van binnenkomst geldt als tijdstip van binnenkomst het tijdstip waarop de aanvraag om subsidie volledig is.

Artikel 12 Subsidievaststelling

Gedeputeerde Staten stellen de subsidie direct vast op grond van artikel 21, eerste lid, onder a, van de Asv.

Artikel 13 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger:

  • a.

    voert de activiteit uit binnen 12 maanden na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling;

  • b.

    houdt de laadpunten gedurende ten minste vijf jaar vanaf het moment waarop zij publiek toegankelijk zijn gemaakt publiek toegankelijk overeenkomstig artikel 8, onderdelen b tot en met d;

  • c.

    zorgt ervoor dat gebruikers gedurende de periode, bedoeld in onderdeel b, het laden kunnen betalen door middel van bankbetaling en dat, indien daarvoor gebruik wordt gemaakt van een QR-code, een dynamische QR-code wordt gebruikt.

Artikel 14 Staatssteun

Voor zover subsidie wordt verstrekt aan een aanvrager die als onderneming kwalificeert en sprake is van staatssteun, wordt de subsidie uitsluitend verstrekt met toepassing van de reguliere de-minimisverordening.

Artikel 15 Overgangsrecht

Deze regeling blijft van toepassing op subsidies die op grond van deze regeling zijn verstrekt en op aanvragen om subsidie die vóór het vervallen van deze regeling zijn ingediend.

Artikel 16 Inwerkingtreding en vervaldatum

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2028.

Artikel 17 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling opengestelde laadpunten Drenthe.

Ondertekening

Gedeputeerde Staten voornoemd,

drs. A.H. Mulder, voorzitter

W.F. Brenkman MSc, secretaris

Assen, 25 augustus 2026

Kenmerk 4.2/2026001177

Toelichting

Algemeen

Drenthe wil het gebruik van elektrische voertuigen ondersteunen door het aantal laadpunten dat voor derden beschikbaar is te vergroten. Op private grond zijn al laadpunten aanwezig of kunnen nieuwe laadpunten worden gerealiseerd. Die laadpunten zijn niet altijd feitelijk beschikbaar voor gebruikers buiten de eigen organisatie of een besloten groep. Daardoor blijft bestaande laadcapaciteit onbenut en kunnen gebruikers van elektrische voertuigen minder gemakkelijk laden op plekken waar dat maatschappelijk wel wenselijk is.

Deze regeling zet subsidie in om private partijen te stimuleren laadpunten op private grond publiek toegankelijk te maken. De regeling ondersteunt zowel het realiseren van nieuwe laadpunten die publiek toegankelijk worden gemaakt als het publiek toegankelijk maken van bestaande laadpunten. Daarmee wordt bijgedragen aan een beter vindbaar en bereikbaar laadnetwerk in Drenthe. De regeling richt zich op AC-laadpunten met laadmodus 3 en een nominaal laadvermogen van minder dan 50 kW per laadpunt. Deze vermogensgrens is opgenomen als beleidsmatige afbakening: de regeling is bedoeld voor reguliere laadpunten en niet voor zwaardere laadinfrastructuur.

De subsidie wordt direct vastgesteld. Dat past bij het eenvoudige karakter van de regeling en bij de vaste subsidiebedragen per laadpunt. Omdat geen afzonderlijke subsidieverlening plaatsvindt, wordt voor de uitvoeringstermijn aangesloten bij de datum van de beschikking tot subsidievaststelling. Voor de instandhoudingsverplichting wordt aangesloten bij het moment waarop de laadpunten publiek toegankelijk zijn gemaakt. Dat moment is inhoudelijk het meest zuiver, omdat vanaf dat moment derden daadwerkelijk gebruik kunnen maken van de laadpunten.

Verhouding tot de AFIR

De regeling sluit voor publieke toegankelijkheid, betaalmogelijkheden en gebruikersvriendelijkheid aan bij de uitgangspunten van Verordening (EU) 2023/1804 betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen (AFIR). De AFIR bevat regels over publiek toegankelijke laadinfrastructuur, informatie voor gebruikers en betalingsmogelijkheden. Deze regeling neemt de AFIR niet integraal over. Dat is ook niet nodig, omdat deze regeling voorziet in een beperkte subsidierechtelijke toets.

De voor deze subsidie relevante uitgangspunten zijn vertaald naar eigen, zelfstandig toetsbare vereisten. Het gaat onder meer om kenbare openingstijden en gebruiksvoorwaarden, het ontbreken van een besloten gebruikersgroep, bankbetaling en het gebruik van een dynamische QR-code indien voor bankbetaling gebruik wordt gemaakt van een QR-code. Daarmee wordt voorkomen dat de uitvoerder een brede AFIR-toets moet uitvoeren, terwijl wel wordt geborgd dat de gesubsidieerde laadpunten voor incidentele gebruikers feitelijk toegankelijk en betrouwbaar te gebruiken zijn.

Verhouding tot de SPRILA

De Subsidieregeling Private Laadinfrastructuur bij bedrijven (SPRILA) is een rijksregeling voor private laadinfrastructuur bij bedrijven. De SPRILA ondersteunt investeringen in laadinfrastructuur op eigen of gehuurd terrein. Deze provinciale regeling heeft een andere functie. Zij is gericht op het vergroten van het aantal laadpunten op private grond dat feitelijk publiek toegankelijk is voor derden in Drenthe.

De regelingen kunnen in de praktijk raken aan dezelfde laadpunten. Daarom sluit deze regeling dubbele publieke financiering uit. Daarmee wordt voorkomen dat publieke middelen dubbel worden ingezet voor dezelfde laadpunten. Daarnaast bevat de regeling een afzonderlijke weigeringsgrond voor overcompensatie. Die bepaling fungeert als vangnet voor situaties waarin de vaste subsidiebedragen, al dan niet in combinatie met andere publieke financiering, niet meer in redelijke verhouding staan tot de te subsidiëren activiteit.

Publiek toegankelijk

Publiek toegankelijk is een kernbegrip in deze regeling. Het betekent dat derden het laadpunt kunnen gebruiken zonder voorafgaande individuele toestemming, gedurende kenbare openingstijden en onder kenbare gebruiksvoorwaarden. Het gaat dus niet om laadpunten die uitsluitend beschikbaar zijn voor eigen personeel, huurders, leden, vaste klanten of een andere vooraf bepaalde besloten groep gebruikers.

De regeling moet op dit punt praktisch worden gelezen. Publieke toegankelijkheid betekent niet dat een laadpunt 24 uur per dag en zeven dagen per week open moet zijn. Wel moet het laadpunt vanaf het moment van publieke openstelling gedurende ten minste acht aaneengesloten uren per dag beschikbaar zijn voor gebruikers van elektrische voertuigen. De openingstijden en gebruiksvoorwaarden moeten vooraf kenbaar zijn en de laadpunten moeten vindbaar en bereikbaar zijn. Deze vereisten zorgen ervoor dat subsidie alleen wordt verstrekt voor laadpunten die derden daadwerkelijk kunnen gebruiken.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 Begripsbepalingen

De begrippen laadpunt, locatie, publiek toegankelijk, derden, bankbetaling en dynamische QR-code zijn opgenomen omdat zij bepalend zijn voor de afbakening van de regeling. Een laadpunt is beperkt tot een AC-laadvoorziening voor één elektrisch voertuig tegelijk. Daarmee vallen DC-laadpunten en snellaadvoorzieningen buiten de regeling. De definitie van locatie is opgenomen vanwege het maximumbedrag per locatie in artikel 9. De definitie van publiek toegankelijk wordt in artikel 8 nader uitgewerkt in concrete subsidievereisten. De definitie van dynamische QR-code verduidelijkt dat, als voor bankbetaling een QR-code wordt gebruikt, deze moet aansluiten bij de actuele laadsessie of transactie.

Artikel 3 Subsidiabele activiteiten

De regeling onderscheidt twee activiteiten: het realiseren van nieuwe laadpunten die publiek toegankelijk worden gemaakt en het publiek toegankelijk maken van bestaande laadpunten. Bij bestaande laadpunten gaat het om laadpunten die al zijn gerealiseerd, maar nog niet feitelijk toegankelijk zijn voor derden.

Artikel 4 Doelgroep

Subsidie kan alleen worden verstrekt aan privaatrechtelijke rechtspersonen, zoals verenigingen, stichtingen, coöperaties, besloten vennootschappen en naamloze vennootschappen. Natuurlijke personen, eenmanszaken en publiekrechtelijke rechtspersonen vallen buiten de doelgroep. Indien de aanvrager tevens als onderneming kwalificeert, wordt subsidie uitsluitend verstrekt indien de aanvrager een mkb-onderneming is. Of een aanvrager als onderneming kwalificeert, hangt niet af van de rechtsvorm, maar van de vraag of de aanvrager een economische activiteit verricht. Daarmee blijft de regeling toegankelijk voor bijvoorbeeld verenigingen en stichtingen, terwijl voor ondernemingen wordt aangesloten bij de gekozen staatssteunrechtelijke afbakening.

Artikel 6 Aanvraag

De aanvraagvereisten zijn erop gericht dat kan worden beoordeeld of aan de subsidievereisten wordt voldaan. Daarom moet de aanvrager onder meer informatie geven over de locatie, het aantal laadpunten, de vraag of sprake is van nieuwe of bestaande laadpunten, de wijze waarop publieke toegankelijkheid en bankbetaling worden gerealiseerd, de bevoegdheid om de activiteit uit te voeren en de bestaande netaansluiting. Bij bestaande laadpunten moet daarnaast worden toegelicht welke voorzieningen of aanpassingen nodig zijn om de laadpunten publiek toegankelijk te maken.

Artikel 7 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd als het publiek toegankelijk maken van een bestaand laadpunt uitsluitend bestaat uit een administratieve, contractuele of digitale wijziging en daarvoor geen aantoonbare voorzieningen of aanpassingen nodig zijn. Een dergelijke wijziging kan bijdragen aan publieke toegankelijkheid, bijvoorbeeld doordat gebruiksvoorwaarden, toegangsrechten of instellingen worden aangepast. Deze regeling is echter niet bedoeld voor uitsluitend een administratieve, contractuele of digitale omzetting. Bij bestaande laadpunten moet feitelijk iets nodig zijn om het laadpunt publiek toegankelijk te maken, bijvoorbeeld een voorziening, inrichting of aanpassing. Dubbele publieke financiering wordt per laadpunt uitgesloten. Dat betekent dat subsidie wordt geweigerd voor zover voor hetzelfde laadpunt al subsidie, een bijdrage of andere publieke financiering is verstrekt. De weigeringsgrond over overcompensatie is opgenomen als vangnet. Daarmee kan subsidie worden geweigerd voor zover de vaste subsidiebedragen, al dan niet in combinatie met andere publieke financiering, leiden tot steun die niet meer in redelijke verhouding staat tot de subsidiabele activiteit.

Artikel 8 Subsidievereisten

Artikel 8 bevat de materiële voorwaarden waaraan de laadpunten moeten voldoen. De laadpunten moeten op private grond in Drenthe zijn of worden gerealiseerd, publiek toegankelijk zijn, gebruikmaken van laadmodus 3 en het nominale laadvermogen van elk laadpunt moet minder dan 50 kW bedragen. Ook moet bankbetaling mogelijk zijn. Indien daarvoor een QR-code wordt gebruikt, moet dit een dynamische QR-code zijn. Daarmee wordt gewaarborgd dat gebruikers worden geleid naar een actuele en sessie- of transactiespecifieke betaalomgeving. De regeling schrijft niet voor welke technische oplossing moet worden gebruikt, zolang de QR-code per laadsessie of transactie wordt gegenereerd en aansluit bij de actuele betaalhandeling. De aanvrager moet bovendien aannemelijk maken dat hij de laadpunten ten minste vijf jaar publiek toegankelijk kan houden. De eis dat de activiteit binnen de bestaande netaansluiting kan worden uitgevoerd, voorkomt dat de regeling wordt gebruikt voor projecten waarvoor eerst netverzwaring nodig is. Daarmee blijft de regeling uitvoerbaar en gericht op snel te realiseren laadpunten.

Artikel 9 Subsidiehoogte

De regeling werkt met maximale vaste bedragen per laadpunt. Voor nieuwe laadpunten bedraagt de subsidie maximaal € 750,-- per laadpunt. Voor bestaande laadpunten die publiek toegankelijk worden gemaakt bedraagt de subsidie maximaal € 250,-- per laadpunt. Als een aanvraag om subsidie betrekking heeft op zowel nieuwe als bestaande laadpunten, worden deze maximale bedragen bij elkaar opgeteld. Vervolgens geldt het maximum van € 10.000,-- per locatie. Omdat locatie in artikel 1 is gedefinieerd, kan dit maximum per feitelijke laadlocatie worden toegepast. De subsidie kan lager worden vastgesteld als toepassing van de regeling daartoe aanleiding geeft, bijvoorbeeld vanwege het subsidieplafond, dubbele publieke financiering of overcompensatie.

Artikel 10 Subsidieplafond en artikel 11 Verdeelsystematiek

Het subsidieplafond geldt voor alle aanvragen om subsidie die binnen de aanvraagperioden van artikel 5 worden ingediend. Er is één gezamenlijk plafond voor beide aanvraagperioden. Er wordt dus geen afzonderlijk bedrag per aanvraagperiode gereserveerd. Dit betekent dat het subsidieplafond al tijdens de eerste aanvraagperiode kan worden bereikt. De verdeelsystematiek sluit daarop aan: subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen om subsidie, totdat het gezamenlijke subsidieplafond is bereikt. Voor die volgorde is beslissend het tijdstip waarop de aanvraag volledig is. Dat betekent dat een aanvraag die bij indiening nog niet volledig is, pas meetelt vanaf het moment waarop de ontbrekende gegevens of bescheiden zijn ontvangen. Deze systematiek is nodig om aanvragen gelijk te behandelen en alleen inhoudelijk beoordeelbare aanvragen mee te nemen bij de verdeling van het subsidieplafond.

Artikel 12 Subsidievaststelling

De subsidie wordt direct vastgesteld op grond van artikel 21, eerste lid, onder a, van de Asv. Er wordt dus geen afzonderlijke beschikking tot subsidieverlening genomen. De verplichtingen in artikel 13 gelden als verplichtingen die aan de directe subsidievaststelling worden verbonden. De verplichting om de activiteit binnen 12 maanden uit te voeren sluit daarom aan bij de datum van de beschikking tot subsidievaststelling.

Artikel 13 Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel 13 bevat aanvullende verplichtingen voor de subsidieontvanger. De subsidieontvanger moet de activiteit binnen 12 maanden na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling uitvoeren. Daarnaast moeten de laadpunten gedurende ten minste vijf jaar vanaf het moment waarop zij publiek toegankelijk zijn gemaakt publiek toegankelijk blijven. Gedurende diezelfde periode moet bankbetaling mogelijk blijven en moet, indien voor bankbetaling een QR-code wordt gebruikt, een dynamische QR-code worden gebruikt. De algemene meldingsplicht volgt al uit artikel 16 van de Asv. Daarom wordt die verplichting niet afzonderlijk in deze regeling herhaald.

Artikel 14 Staatssteun

Voor zover subsidie wordt verstrekt aan een aanvrager die als onderneming kwalificeert en sprake is van staatssteun, wordt de subsidie verstrekt met toepassing van de reguliere de-minimisverordening. Of een aanvrager als onderneming kwalificeert, hangt niet af van de rechtsvorm, maar van de vraag of de aanvrager een economische activiteit verricht. Daarom kan ook een stichting, vereniging of coöperatie onder omstandigheden als onderneming kwalificeren. Een aanvrager die als onderneming kwalificeert, moet daarom een de-minimisverklaring overleggen. Daarmee kan worden beoordeeld of de subsidie binnen de grenzen van de reguliere de-minimisverordening kan worden verstrekt.