Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Westervoort 2026

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 02-09-2026

Intitulé

Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Westervoort 2026

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begrippen

Alle begrippen die niet zijn uitgelegd hebben dezelfde betekenis als de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • 1.

    Adequaat verzekeren voor kosten van medische aard: het hebben afgesloten van een basisverzekering en daarnaast een aanvullende verzekering die naar het oordeel van het college zijn afgestemd op diens medische situatie en de te verwachte kosten;

  • 2.

    bijstandsnorm: de bijstandsnorm volgens artikel 5 onder c van de wet, zonder toepassing van artikel 22a van de wet;

  • 3.

    De wet: de Participatiewet (Pw);

  • 4.

    Draagkracht: het deel van het inkomen en/of vermogen dat de belanghebbende geacht wordt aan te wenden om in de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd te voorzien;

  • 5.

    Duurzame gebruiksgoederen: gebruiksgoederen die bestemd zijn voor een duurzaam gebruik, zoals bijvoorbeeld een koelkast, wasmachine, bed, matras en bankstel;

  • 6.

    Het college: het college van burgemeester en wethouders;

  • 7.

    Inkomen: het inkomen zoals bedoeld in de artikelen 31 tot en met 33 van de wet;

  • 8.

    Medisch noodzakelijk: de objectief vast te stellen noodzaak van medische kosten die voortvloeien uit een medische aandoening of beperking waarbij:

    • a.

      de kosten niet vermijdbaar zijn;

    • b.

      de kosten medisch geïndiceerd zijn door een (tand)arts;

  • 9.

    Msnp: Minnelijke schuldregeling natuurlijke personen op grond van de Wgs;

  • 10.

    Nibud prijzengids: de jaarlijks door het Nationaal instituut voor budgetvoorlichting (Nibud) uitgegeven gids met een overzicht van de prijzen van diverse artikelen en diensten;

  • 11.

    Vermogen: het vermogen zoals bedoeld in artikel 34 van de wet;

  • 12.

    Wgs: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening

  • 13.

    Wlz: Wet langdurige zorg;

  • 14.

    Wmo: De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

  • 15.

    woonkosten:

    • a.

      Bij huur van een woning, een woonwagen of een woonboot, de rekenhuur per maand volgens artikel 5 van de Wet op de huurtoeslag;

    • b.

      Bij eigendom van een woning, woonwagen of een woonboot: de maandelijkse hypotheekrente en zakelijke lasten per maand;

  • 16.

    Wrb: de wet op de rechtsbijstand;

  • 17.

    Wsf: de Wet studiefinanciering 2000;

  • 18.

    Wsnp: de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen;

  • 19.

    Wtos: de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;

  • 20.

    Zelfstandige: de zelfstandige als bedoeld in artikel 2 van het Bbz 2004.

Artikel 2 Reikwijdte

Het bepaalde in deze beleidsregels heeft uitsluitend betrekking op artikel 35 van de wet.

Artikel 3 Vorm van de bijzondere bijstand

  • 1. De bijzondere bijstand wordt om niet verstrekt, tenzij in deze beleidsregels anders is bepaald.

  • 2. In afwijking van het eerste lid wordt de bijzondere bijstand in de vorm van een renteloze geldlening verstrekt in de gevallen die genoemd worden in artikel 48, tweede lid, van de wet.

Artikel 4 Aanvraag

  • 1. De aanvraag moet schriftelijk worden ingediend. Bij de aanvraag moeten de gegevens worden verstrekt die het college nodig vindt om te beoordelen of er recht bestaat op bijzondere bijstand.

  • 2. Een aanvraag bijzondere bijstand moet binnen 13 weken na het ontstaan van de kosten worden ingediend.

Artikel 5 Hoogte van de bijzondere bijstand

  • 1. De hoogte van de bijzondere bijstand bedraagt niet meer dan de werkelijke kosten van de goedkoopste toereikende voorziening.

  • 2. De hoogte van de te verlenen bijstand wordt verminderd met de draagkracht van belanghebbende.

Artikel 6 Drempelbedrag

Het college hanteert bij de beoordeling van het recht op bijzondere bijstand geen drempelbedrag.

Hoofdstuk 2 Draagkracht

Artikel 7 Draagkrachtbepaling

  • 1. Er wordt geacht gedurende de looptijd van het traject geen draagkracht aanwezig te zijn uit inkomen en vermogen wanneer er sprake is van toelating tot een Wsnp traject of toelating tot een Msnp;

  • 2. Wanneer een samenwonende partner buiten het traject van de Wsnp of Msnp valt, wordt het inkomen van de partner volledig meegenomen en afgezet tegen de alleenstaande norm.

  • 3. Bij de draagkrachtvaststelling worden alleen inkomsten en vermogen in aanmerking genomen die feitelijk kunnen worden aangewend om te voorzien in de kosten waarvoor bijzondere bijstand is gevraagd.

Artikel 8 Draagkracht uit inkomen

  • 1. Draagkracht uit inkomen wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 31, 32 en 33 van de wet.

    Voor het vaststellen van de draagkracht gelden de onderstaande draagkrachtpercentages voor het inkomen:

    • a.

      15% van het netto inkomen exclusief vakantiegeld boven 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm tot een bedrag van € 2.750,00 per jaar;

    • b.

      30% van het netto inkomen exclusief vakantiegeld boven 110% de van toepassing zijnde bijstandsnorm meer dan € 2.750,00 per jaar;

    • c.

      100% van het netto inkomen exclusief vakantiegeld boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm in geval van woonkostentoeslag.

  • 2. Het inkomen op grond van de AOW en Wajong wordt gelijkgesteld met het inkomen op bijstandsniveau.

  • 3. De volgende inkomsten worden niet tot de draagkracht uit inkomen gerekend:

    • a.

      Middelen waarvan de wet bepaalt dat zij niet tot het inkomen behoren (art. 31 lid 2 Pw);

    • b.

      De kostendelersnorm als bedoeld in artikel 22a van de wet, wordt buiten beschouwing gelaten. Voor de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in artikel 22a lid 3 van de wet moet als de kostdelersnorm van toepassing is, worden gelezen: de norm die van toepassing zou zijn geweest als de kostdelersnorm niet geldt;

    • c.

      Het deel van het netto-inkomen tot 110% van de toepasselijke bijstandsnorm;

  • 4. Wanneer een woning wordt bewoond zonder dat de aanvrager woonlasten betaalt, en een derde deze lasten draagt, wordt de bijstandsnorm verlaagd overeenkomstig artikel 27 van de wet. De verlaging bedraagt 10% van de gehuwdennorm inclusief vakantiegeld.

Artikel 9 Draagkracht uit vermogen

  • 1. De hoogte van het vermogen wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 34 van de wet minus 1 maand bijstandsnorm.

  • 2. Het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf als bedoeld in artikel 34 lid 2 onderdeel van de wet wordt niet meegerekend.

  • 3. Voor zelfstandigen wordt het eigen vermogen berekend volgens het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004.

Artikel 10 Draagkrachtperiode

  • 1. De vaststellingsperiode van het inkomen wordt als volgt bepaald;

    • a.

      Bij een stabiel inkomen wordt de draagkracht gebaseerd op het inkomen op het moment van aanvraag.

    • b.

      Bij een onregelmatig inkomen wordt de draagkracht bepaald op basis van het gemiddelde inkomen over de zes voorafgaande maanden, gerekend vanaf de aanvraagdatum.

    • c.

      Bij zelfstandig ondernemers wordt de draagkracht berekend op basis van het inkomen over het kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag. Basis hiervoor is in beginsel de (voorlopige) aanslag over dat jaar en secundair de belastingaangifte. Wijkt de draagkracht van de zelfstandige op moment van de aanvraag substantieel af (20 procent of meer], dan wordt de draagkracht van de zelfstandige in afwijking van de eerste volzin vastgesteld op basis van de gegevens die bekend zijn over het inkomen op moment van de aanvraag of de laatste 6 maanden voorafgaand aan de aanvraag. Basis hiervoor is de laatste kwartaalaangifte/BTW aangifte die is gedaan.

  • 2. De draagkracht wordt in beginsel telkens voor een periode van 12 maanden, beginnende op de eerste dag van de maand waarin de kosten gemaakt zijn. Voor personen die algemene bijstand, AOW (inclusief AIO), IOAW, IAZ of WAJONG ontvangen geldt dat de draagkrachtperiode gelijk is aan de periode dat de uitkering wordt ontvangen.

  • 3. In geval zich substantiële wijzigingen in het inkomen/vermogen voordoen dan wordt de draagkracht opnieuw berekend worden. Hiervan is sprake:

    • a.

      Een substantiële wijziging van inkomen; of

    • b.

      Het een wijziging van de gezinssituatie betreft die een normwijziging (of beëindiging van de bijstand) tot gevolg heeft; of

    • c.

      Als er een wijziging in de vermogenssituatie is opgetreden, in zoverre dat de wijziging een overschrijding van de van toepassing zijnde vermogensgrens betekent.

  • 4. Een herziening als bedoeld in het derde lid heeft geen gevolgen voor bijzondere bijstand die reeds in het betreffende draagkrachtjaar is toegekend, maar werkt uitsluitend door naar periodieke bijzondere bijstand die nog verstrekt moet worden na de draagkrachtwijziging.

Hoofdstuk 3 Medische kosten

Artikel 11 Uitgangspunten medische kosten

  • 1. Van belanghebbenden wordt verwacht dat zij zich adequaat verzekeren. Wanneer een belanghebbende niet adequaat verzekerd is, kan dat leiden tot "ongenoegzaam besef van verantwoordelijkheid". Voor kosten die zouden worden vergoed door de adequate verzekering wordt geen bijzondere bijstand verstrekt.

  • 2. Het college kan in afwijking van artikel 15 van de wet, bijzondere bijstand verstrekken voor kosten zoals uitsluitend genoemd in dit hoofdstuk, die niet (volledig) vergoed worden vanuit de voor de inwoner geldende adequate zorgverzekering, wanneer deze kosten:

    • a.

      Medisch noodzakelijk zijn;

    • b.

      Redelijkerwijs niet uit het inkomen of vermogen kunnen worden voldaan;

  • 3. Bijzondere bijstand op grond van het tweede lid geldt als buitenwettelijk begunstigend beleid. Deze bijstand wordt verstrekt tot het in het betreffende artikel genoemde maximale bedrag.

Artikel 12 Brillen en contactlenzen

  • 1. Van adequaat verzekeren voor brillen en contactlenzen is sprake indien belanghebbende beschikt over een aanvullende zorgverzekering die een vergoeding biedt van ten minste € 100,00 per periode van twee jaar voor de aanschaf van een bril of contactlenzen.

  • 2. De kosten van zowel enkelvoudige- als multifocale brillenglazen worden als noodzakelijk aangemerkt.

  • 3. Er wordt geen bijzondere bijstand verstrekt voor kosten van bijzondere voorzieningen zoals multifocale contactlenzen, meekleurende of ontspiegelde glazen, sportmonturen, zonnebrillen op sterkte of monturen ontworpen met unieke eigenschappen (comfortabelere pasvorm, extra flexibele of sterke materialen).

  • 4. Er kan voor brillen en contactlenzen maximaal eenmaal per twee jaar bijzondere bijstand worden verstrekt.

  • 5. Het in het eerste lid genoemde bedrag kan met bijzondere bijstand worden aangevuld tot een maximum van:

    • a.

      € 60,00 voor een montuur wanneer het niet mogelijk is nieuwe glazen in een bestaand montuur te plaatsen;

    • b.

      € 75,00 per enkelvoudig glas;

    • c.

      € 165,00 per multifocaal glas;

    • d.

      € 245,00 voor contactlenzen, inclusief vloeistof.

Artikel 13 Hoortoestellen

  • 1. Er kan voor een hoortoestel en de daarmee samenhangende kosten maximaal eens per vijf jaar bijzondere bijstand worden verstrekt.

  • 2. Er kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor de wettelijke eigen bijdrage en bijkomende kosten voor hoortoestellen tot een maximum van € 250,00 per hoortoestel.

Artikel 14 Dieetkosten

  • 1. Er kan bijzondere bijstand kan worden verstrekt voor meerkosten van een medisch noodzakelijk dieet, wanneer er aantoonbare meerkosten zijn t.o.v. normale voeding.

  • 2. Na een gastric bypass kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor supplementen die voldoen aan de relevante medische richtlijnen.

  • 3. De hoogte van de vergoeding wordt bepaald volgens de Nibud Prijzengids.

  • 4. De maximale jaarlijkse bijzondere bijstand bedraagt € 200,00.

Artikel 15 Tandheelkundige hulp

  • 1. Van adequaat verzekeren voor tandartskosten is sprake indien belanghebbende beschikt over een aanvullende tandartsverzekering die tandartskosten vergoedt voor 100% van de kosten tot een maximum van € 250,00 per kalenderjaar.

  • 2. De kosten voor de verschuldigde eigen bijdrage voor tandartskosten worden als noodzakelijk beschouwd.

  • 3. Het in het eerste lid genoemde bedrag kan met bijzondere bijstand worden aangevuld tot een maximum van € 350,00 per verzekerde, per kalenderjaar.

Artikel 16 Orthodontie

  • 1. Van adequaat verzekeren is sprake indien belanghebbende beschikt over een aanvullende zorgverzekering die een vergoeding biedt van ten minste € 500,00 per behandeltraject voor orthodontie.

  • 2. Het in het eerste lid genoemde bedrag kan met bijzondere bijstand worden aangevuld tot een maximum van €1200,00 per verzekerde tot de leeftijd van 18 jaar.

Artikel 17 Eigen bijdrage voor kraamzorg

  • 1. Er kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor de wettelijke eigen bijdrage voor kraamzorg tot een maximum van € 200,00.

Artikel 18 Maaltijdvoorzieningen

  • 1. Er wordt geen bijzondere bijstand verstrekt voor maaltijdvoorzieningen vanwege passende en toereikende voorliggende alternatieven.

  • 2. Er wordt bij bestaande indicaties bijzondere bijstand verstrekt tot uiterlijk 1 januari 2029.

Artikel 19 Pedicure en manicure

  • 1. Van adequaat verzekeren voor pedicure of manicure is sprake indien belanghebbende beschikt over een aanvullende zorgverzekering die een vergoeding biedt voor pedicure- en manicurekosten van minimaal 6 behandelingen per kalenderjaar.

  • 2. Het in het eerste lid genoemde bedrag kan met bijzondere bijstand worden aangevuld tot een maximum van dertien behandelingen per verzekerde, per kalenderjaar tot een bedrag van € 35,00 per behandeling bij een erkende (bij de branchevereniging aangesloten) pedicure of manicure;

  • 3. Als de vergoeding vanuit de aanvullende verzekering al is gebruikt voor voetzorg anders dan pedicure kan er bijzondere bijstand worden verstrekt voor maximaal tien extra behandelingen voor pedicure tot een bedrag van € 35,00 per behandeling.

  • 4. Als belanghebbende ouder is dan 70 jaar wordt er een medische noodzaak verondersteld.

Artikel 20 Steun- of podozolen

  • 1. Er wordt maximaal eenmaal per jaar bijzondere bijstand verstrekt voor steun- of podozolen aan kinderen tot 16 jaar, tot een maximum van € 75,00 per zool

  • 2. Er wordt maximaal eenmaal per twee jaar bijzondere bijstand verstrekt voor steun- of podozolen aan kinderen vanaf 16 jaar en volwassenen, tot een maximum van € 75,00 per zool.

Hoofdstuk 4 Reiskosten

Artikel 21 Reiskosten medische behandeling

  • 1. Er wordt bijzondere bijstand verstrekt voor reiskosten inclusief parkeerkosten die verband houden met een medisch- of revalidatietraject dat langer duurt dan drie maanden wanneer:

    • a.

      De medische behandeling plaatsvindt in een ziekenhuis of revalidatie instelling en;

    • b.

      Het gaat om een door de zorgverzekeraar erkende en (*gedeeltelijk) vergoede behandeling, uitgevoerd door een BIG-geregistreerde hulpverlener of erkende instelling.

  • 2. De hoogte van de bijstand wordt vastgesteld op basis van de onbelaste reiskostenvergoeding volgens de richtlijnen van de Belastingdienst. Voor het bepalen van de afstand wordt de kortste route vanaf het woonadres gehanteerd.

  • 3. Wanneer de enkele reisafstand minder dan tien kilometer bedraagt, wordt geen bijzondere bijstand verstrekt.

Artikel 22 Reiskosten ziekenbezoek

  • 1. Er wordt bijzondere bijstand verstrekt voor de reiskosten van het bezoeken van een buiten de woongemeente opgenomen partner dan wel bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad.

  • 2. De hoogte van de bijstand wordt bepaald op basis van een kilometervergoeding zoals wordt gehanteerd volgens de richtlijnen van de Belastingdienst. Om de afstand te bepalen wordt de kortste route vanaf woonadres gehanteerd.

  • 3. De bijzondere bijstand wordt vastgesteld op basis van een bezoekfrequentie van maximaal vier keer per week aan een partner of bloed- of aanverwant in de 1e graad en op een bezoekfrequentie van maximaal eenmaal per week aan een bloed- of aanverwant in de 2e graad.

  • 4. In bijzondere situaties zoals bij iemand die terminaal is of wanneer het gaat om een jong kind, kan op individuele basis worden afgeweken van de maximale bezoekfrequentie zoals genoemd in lid 3.

  • 5. Wanneer de enkele reisafstand minder dan tien kilometer bedraagt, wordt geen bijzondere bijstand verstrekt.

Artikel 23 Reiskosten bezoek gedetineerde

  • 1. Er wordt bijzondere bijstand verstrekt voor de reiskosten van het bezoeken van een gedetineerde indien:

    • a.

      De gedetineerde een partner dan wel bloed- of aanverwant is in de 1e graad en;

    • b.

      De gedetineerde geen recht op verlof heeft.

  • 2. De bijzondere bijstand wordt vastgesteld op basis van een bezoekfrequentie van maximaal 2 keer per maand.

  • 3. Wanneer de gedetineerde jonger is dan 18 jaar kan de bijzondere bijstand in afwijking van het tweede lid worden verstrekt tot een maximum van één keer per week.

  • 4. De hoogte van de bijstand wordt bepaald op basis van een kilometervergoeding zoals wordt gehanteerd volgens de richtlijnen van de Belastingdienst. Om de afstand te bepalen wordt de kortste route vanaf woonadres gehanteerd.

Hoofdstuk 5 Woonkosten

Artikel 24 Inrichtingskosten

  • 1. Er wordt op grond van artikel 51 van de wet, bijzondere bijstand verstrekt voor stofferingskosten of duurzame gebruiksgoederen indien:

    • a.

      Er door niet verwijtbare omstandigheden onvoldoende draagkracht is en;

    • b.

      Er redelijkerwijs niet gereserveerd kon worden voor deze kosten en;

    • c.

      Er geen geldlening mogelijk is waarmee volledig in de kosten kan worden voorzien.

  • 2. Tot bijzondere omstandigheden worden in ieder geval gerekend:

    • a.

      De eerste verhuizing van opvanglocatie naar woning van statushouders of;

    • b.

      Een niet voorzienbare en noodzakelijke verhuizing als gevolg van een verhuisverplichting in verband met de verstrekking van een woonkostentoeslag of;

    • c.

      Een verhuizing als gevolg van een onveilige situatie.

  • 3. De hoogte van de te verstrekken bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen en stofferingskosten wordt bepaald aan de hand van de richtprijzen zoals die zijn vermeld in de Nibud prijzengids, waarbij maximaal 60% van de genoemde bedragen voor bijzonere bijstand in aanmerking komt, omdat bespaard kan worden door slim in te kopen of spullen via een kringloopwinkel aan te schaffen.

  • 4. Bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen wordt verstrekt in de vorm van een lening.

  • 5. Bijzondere bijstand voor stofferingskosten wordt verstrekt om niet.

Artikel 25 Verhuiskosten

  • 1. Er wordt bijzondere bijstand verstrekt voor de kosten van een verhuizing indien er sprake is van:

    • a.

      Eerste huisvesting van statushouders of;

    • b.

      Een niet voorzienbare en noodzakelijke verhuizing als gevolg van een verhuisverplichting in verband met de verstrekking van een woonkostentoeslag of;

    • c.

      Een verhuizing als gevolg van een onveilige situatie of;

    • d.

      Geen lening kunnen ontvangen van de kredietbank Nederland.

  • 2. De werkelijke kosten worden vergoed waarbij als uitgangspunt geldt: verhuizen met behulp van het eigen netwerk. De hoogte van de bijstand voor verhuiskosten is gelijk aan de werkelijke gemaakte kosten van huur van een aanhanger of busje (incl. brandstofkosten) met een maximum van € 250,00.

  • 3. Als een eigen netwerk en zelfredzaamheid ontbreekt, kunnen de werkelijke kosten van een verhuizer worden vergoed tot een maximum van € 1000,00.

Artikel 26 Eerste huur, administratiekosten en waarborgsom

  • 1. Er wordt bijzondere bijstand verstrekt voor de kosten van een eerste huur en administratiekosten indien er sprake is van:

    • a.

      Eerste huisvesting van statushouders of;

    • b.

      Een niet voorzienbare en noodzakelijke verhuizing als gevolg een verhuisverplichting in verband met de verstrekking van een woonkostentoeslag of;

    • c.

      Een verhuizing als gevolg van een onveilige situatie of;

    • d.

      Geen lening kunnen ontvangen van de kredietbank Nederland.

  • 2. De bijzondere bijstand voor de eerste huur wordt om niet verstrekt en direct overgemaakt naar de verhuurder/woningstichting.

  • 3. Bijzondere bijstand voor de waarborgsom wordt in de vorm van een lening verstrekt.

Artikel 27 Vaste lasten kort gedetineerden

  • 1. Het college verstrekt alleen bijzondere bijstand voor de vaste lasten van een gedetineerde indien sprake is van zeer dringende redenen waardoor het noodzakelijk is de woning aan te houden en belanghebbende de kosten niet zelf kan dragen.

  • 2. Bijzondere bijstand kan uitsluitend worden verstrekt wanneer:

    • a.

      De detentie naar verwachting langer duurt dan één maand en;

    • b.

      De detentie korter duurt dan zes maanden, of de duur bij voorarrest nog onduidelijk is, én

    • c.

      Belanghebbende niet vooraf kon reserveren voor deze lasten en;

    • d.

      De gedetineerde geen andere mogelijkheden heeft om de kosten te beperken.

  • 3. De kosten die voor vergoeding in aanmerking komen zijn;

    • a.

      Huurprijs minus huurtoeslag;

    • b.

      Vastrecht voor gas, water en elektriciteit.

    • c.

      Heraansluitingskosten van nutsvoorzieningen (in de vorm van lening), wanneer afsluiten goedkoper is dan doorbetalen.

  • 4. De bijzondere bijstand wordt verstrekt in de vorm van een lening.

Artikel 28 Woonkostentoeslag huurders

  • 1. Er kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor de woonkosten van een, door belanghebbende bewoonde huurwoning, wanneer er door bijzondere omstandigheden geen of geen volledig recht op huurtoeslag bestaat.

  • 2. De hoogte van de woonkostentoeslag wordt bepaald door de rekenhuur verminderd met de eigen bijdrage die op grond van de Wet op de huurtoeslag voor rekening van de belanghebbende zou blijven.

  • 3. Wanneer de woonkosten hoger zijn dan de rekenhuur waarvoor maximale huurtoeslag kan worden ontvangen, kan er op grond van individuele omstandigheden (aanvullende) woonkostentoeslag worden verstrekt. De hoogte van deze toeslag wordt bepaald door de woonkosten te verminderen met de maximale huurtoeslag waarop de belanghebbende aanspraak zou kunnen maken.

    • a.

      Er wordt daarbij de verplichting opgelegd om te zoeken naar goedkopere, passende huisvesting. De verhuisverplichting is van toepassing indien de woonkosten hoger zijn dan de huur waarvoor aanspraak op maximale huurtoeslag bestaat.

    • b.

      Wanneer er in voldoende mate inspanning is gepleegd om de verhuisplicht na te leven zonder dat dit heeft geleid tot het verkrijgen van een passende woning of woonruimte, kan de woonkostentoeslag maximaal één jaar worden verlengd.

  • 4. Wanneer op basis van het vorige lid de verhuisplicht is opgelegd, moet belanghebbende in ieder geval:

    • a.

      Binnen één maand na eerste toekenning van de bijzondere bijstand een urgentieverklaring aanvragen en;

    • b.

      Binnen één maand na eerste toekenning van de bijzondere bijstand inschrijven als woningzoekende bij Entree en deze inschrijving handhaven gedurende de hele periode dat een woonkostentoeslag wordt ontvangen; en

    • c.

      In de periode van bijstandsverlening aantoonbare activiteiten (minimaal twee reacties per maand op passende woningen bij een woningbouwvereniging of op de particuliere markt) verrichten om een passende woning of woonruimte te zoeken en te accepteren.

  • 5. Onder passende woningen worden in ieder geval woningen of woonruimten verstaan:

    • a.

      Een woning met woonlasten die lager zijn dan de maximaal subsidiabele huurgrens;

    • b.

      Een woning die volgens algemene maatstaven passen bij de gezinssituatie van belanghebbende.

Artikel 29 Woonkostentoeslag eigenaren

  • 1. Er kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor de woonkosten van een eigen en zelf bewoonde woning wanneer er sprake is van een scherpe inkomensdaling en daardoor de vaste woonlasten voor de eigen woning niet meer kunnen worden voldaan. De volgende woonkosten komen voor deze woonkostentoeslag in aanmerking:

    • a.

      De hypotheekrente;

    • b.

      De zakelijke lasten in verband met het hebben van eigendom, zoals rioolrechten, het eigenaarsdeel waterschapslasten, de erfpachtcanon, de premies van verzekeringen tegen brand- en stormschade (alleen voor de opstallen) en het eigenaarsdeel onroerendezaakbelasting (dus niet het gebruikersdeel).

  • 2. De hoogte van de woonkostentoeslag als bedoeld in het eerste lid wordt bepaald door de woonkosten minus de eigen bijdrage die verschuldigd zou zijn bij een huur gelijk aan de maximale huurgrens.

  • 3. In afwijking van de vorige leden kan er, wanneer de woonkosten hoger zijn dan de maximale huurgrens in de Wet op de huurtoeslag, op grond van individuele omstandigheden een (aanvullende) woonkostentoeslag worden verstrekt, waarbij de hoogte hiervan wordt bepaald aan de hand van de woonkosten minus de maximale huurtoeslag die verschuldigd zou zijn bij een huur gelijk aan de maximale huurgrens.

  • 4. De woonkostentoeslag als bedoeld in het derde lid wordt toegekend voor een periode van één jaar.

    • a.

      Er wordt daarbij de verplichting opgelegd om te zoeken naar goedkopere, passende huisvesting. De verhuisverplichting is van toepassing indien de woonkosten hoger zijn dan de huur waarvoor aanspraak op maximale huurtoeslag bestaat.

    • b.

      Wanneer er in voldoende mate inspanning is gepleegd om de verhuisplicht na te leven zonder dat dit heeft geleid tot het verkrijgen van een passende woning of woonruimte, kan de woonkostentoeslag maximaal één jaar worden verlengd.

  • 5. Wanneer op basis van het vorige lid de verhuisplicht is opgelegd, moet belanghebbende in ieder geval:

    • a.

      binnen 2 maanden na toekenning van de bijzondere bijstand de eigen woning te koop aanbieden via een erkende makelaar die zorgdraagt dat op de geëigende wijze wordt geadverteerd en deze aanbieding handhaven gedurende de hele periode dat een woonkostentoeslag wordt ontvangen;

    • b.

      De vraagprijs van de woning zodanig vaststelt dat die in redelijke verhouding staat tot de waarde van de woning. Deze waardebepaling wordt onderbouwd door een erkende taxateur.

    • c.

      In de periode van bijstandsverlening alles in het werk stelt om de woning te verkopen.

  • 6. Nadat de verkoopovereenkomst is gesloten, moet belanghebbende in ieder geval:

    • a.

      Binnen één maand een urgentieverklaring aanvragen;

    • b.

      Zich binnen één maand inschrijven als woningzoekende; en

    • c.

      In de resterende periode van bijstandsverlening in de vorm van een woonkostentoeslag aantoonbare activiteiten (minimaal twee reacties per maand op passende woningen bij een woningbouwvereniging of op de particuliere markt) verrichten die gericht zijn op het vinden en accepteren van een passende woning of woonruimte.

  • 7. Onder passende woningen worden in ieder geval woningen of woonruimten verstaan:

    • a.

      Een woning met woonlasten die lager zijn dan de maximaal subsidiabele huurgrens;

    • b.

      Een woning die volgens algemene maatstaven passen bij de gezinssituatie van belanghebbende.

Hoofdstuk 6 Juridische kosten

Artikel 30 Kosten rechtsbijstand

  • 1. Er wordt bijzondere bijstand verstrekt voor de eigen bijdrage op grond van een toevoeging op basis van de Wrb, voor griffierechten en voor andere door de wet of kantonrechter vastgestelde noodzakelijke kosten.

  • 2. Er wordt geen bijzondere bijstand verstrekt voor:

    • a.

      Vertaalkosten;

    • b.

      Reiskosten voor het bijwonen van rechtszittingen;

    • c.

      Proceskosten;

    • d.

      Uittreksel persoonsregistratie

    • e.

      Kosten gemaakt in de bezwaarfase, anders dan de eigen bijdrage op grond van de Wrb.

Artikel 31 Kosten bewindvoering, mentorschap en curatele

  • 1. Er wordt bijzondere bijstand verstrekt voor de kosten van bewindvoering, mentorschap of curatele.

  • 2. De bijzondere bijstand wordt verstrekt vanaf de door de kantonrechter vastgestelde ingangsdatum hiervan.

  • 3. Onder de kosten van bewindvoering, mentorschap of curatele wordt mede gerekend de kosten voor:

    • a.

      Griffierecht

    • b.

      Bankkosten van een beheerrekening

  • 4. De bijzondere bijstand is gelijk aan de werkelijke kosten, maar bedraagt nooit meer dan de in ‘Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren’, vastgestelde bedragen.

  • 5. Voor de kosten van Wsnp bewind en PGB beheer wordt geen bijzondere bijstand verstrekt.

Artikel 32 Kosten budgetbeheer bij schulden of vrijwillige bewindvoering

  • 1. Er kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor de kosten van noodzakelijke budgettering of vrijwillige bewindvoering wanneer:

    • a.

      Er geen betalingen kunnen worden verricht als gevolg van psychische en/of sociale problemen en;

    • b.

      Er geen gebruik kan worden gemaakt van schuldhulpverlening.

  • 2. De noodzaak van budgettering en vrijwillige bewindvoering wordt vastgesteld door de schuldhulpverlenende instantie en vastgelegd in een plan van aanpak.

Artikel 33 Legeskosten in verband met een verblijfsvergunning

  • 1. Er kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor legeskosten in verband met een verblijfsvergunning als de belanghebbende rechtmatig verblijft Nederland als bedoeld in artikel 11 van de wet.

  • 2. De bijzondere bijstand wordt verstrekt in de vorm van een lening.

  • 3. Er wordt geen bijzondere bijstand verstrekt voor de kosten van naturalisatie.

Hoofdstuk 7 Overige kosten

Artikel 34 Uitvaartkosten

  • 1. Er wordt bijzondere bijstand verstrekt voor de kosten van een sobere doch gebruikelijke uitvoeringswijze van een uitvaart wanneer:

    • a.

      Er geen beroep kan worden gedaan op een uitvaart-, levens- of ongevallenverzekering en;

    • b.

      Deze kosten niet kunnen worden voldaan uit de nalatenschap of eigen vermogen en;

    • c.

      De kosten niet (volledig) voor rekening van een andere erfgenaam kunnen komen en;

    • d.

      De belanghebbende een op grond van artikelen 392 – 396 BW tot onderhoud van de overledene verplicht is.

  • 2. De hoogte van de bijzondere bijstand is gelijk aan het aandeel in de werkelijke kosten, met een maximum van € 5.000,00.

Hoofstuk 8 Hardheidsclausule

Artikel 35 Toepassing hardheidsclausule

Er kan, in afwijking van het bepaalde in deze beleidsregels, bijzondere bijstand worden verstrekt wanneer sprake is van niet voorzienbare, zeer dringende redenen die maken dat strikte toepassing van deze regels zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard of tot disproportionele gevolgen voor de belanghebbende. Onder zeer dringende redenen wordt in ieder geval verstaan:

  • a.

    Omstandigheden waarin weigering van bijstand leidt tot een acute en ernstige financiële noodsituatie;

  • b.

    Omstandigheden waarin persoonlijke, medische of sociale factoren maken dat de gevolgen van afwijzing onevenredig zwaar zijn in verhouding tot het doel van de beleidsregel;

Hoofdstuk 9 Slotbepalingen

Artikel 39 Citeertitel en inwerkingtreding

  • 1. Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als “Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Westervoort 2026”.

  • 2. Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 1 januari 2026.

  • 3. In afwijking van het tweede lid treedt artikel 9 lid 2 in werking op de dag na de bekendmaking van deze beleidsregels.

  • 4. Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze beleidsregels worden de huidige ‘Beleidsregels bijzonder bijstand 2026 gemeente Westervoort’ ingetrokken.

Artikel 40 Overgangsrecht

  • 1. Reeds toegekende bijstand, verleend op grond van de beleidsregels bijzondere bijstand 2019, blijft van kracht tot het einde van het reeds vastgestelde draagkrachtjaar tenzij toepassing van de nieuwe beleidsregels zou leiden tot een gunstiger resultaat voor de belanghebbende.

  • 2. Voor kosten die gemaakt zijn tussen 1 januari 2026 en 1 april 2026, kan in afwijking van artikel 4 lid 2 een aanvraag worden ingediend tot 1 juli 2026.

Ondertekening