Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR765933
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR765933/1
Nadere en beleidsregels voor het plaatsen van reclamevoorwerpen in de openbare ruimte van de gemeente Aa en Hunze
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-09-2026
Intitulé
Nadere en beleidsregels voor het plaatsen van reclamevoorwerpen in de openbare ruimte van de gemeente Aa en HunzeHet college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aa en Hunze; gelet op:
- -
artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
- -
artikel 2:10 en 2:42 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Aa en Hunze;
overwegende dat:
- a.
in artikel 2:10, eerste lid, een algemene regel is opgenomen die het verbiedt om de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie;
- b.
het ander gebruik is verboden als dat gebruik een belemmering vormt of kan vormen voor de bruikbaarheid en het veilig gebruik van de weg/een weggedeelte dan wel schade toebrengt/kan toebrengen aan de weg en niet wordt voldaan aan redelijke eisen van welstand;
- c.
in artikel 2:10, tweede lid, is geregeld dat van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg in ieder geval sprake is wanneer niet ten minste een vrije doorgang van 1 meter wordt gelaten op voetpaden en van 3 meter op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer;
- d.
er bij organisaties, instellingen en bedrijven behoefte bestaat om reclame te maken en daarvoor reclamevoorwerpen te plaatsen in de openbare ruimte van de gemeente;
- e.
uit oogpunt van naleving en handhaafbaarheid van de algemene regel meer duidelijkheid over soort reclamevoorwerpen/-uitingen, de locaties van plaatsing, aantallen en plaatsingsduur gewenst is;
- f.
het college op grond van artikel 2:10, derde lid, in het belang van de openbare orde of woon- en leefomgeving terrassen, uitstallingen en reclameborden nader kan regelen en dit voor reclameborden noodzakelijk vindt;
- g.
het college op grond van artikel 2:10, vierde lid, beleidsvrijheid heeft om te bepalen wanneer het een ontheffing van het verbod in artikel 2:10, eerste lid, nodig vindt;
- h.
het met de vaststelling van deze nadere regels en beleidsregels eenvoudiger wordt om te beoordelen of een reclamebord en ander reclamevoorwerp gevaarlijk, hinderlijk of ontsierend is dan wel zonder ontheffing mag worden geplaatst;
b e s l u i t en
de hierna volgende ”Nadere – en beleidsregels voor het plaatsen van reclamevoorwerpen in de openbare ruimte van de gemeente Aa en Hunze” vast te stellen.
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
- a.
Handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van producten, diensten of bedrijven, waarbij het commercieel belang/het maken van winst voorop staat;
- b.
Niet-zuiver commerciële reclame: het openbaar promoten van activiteiten/evenementen met een tijdelijk karakter voor een breed publiek toegankelijk, waarbij het ideëel of maatschappelijk belang voorop staat;
- c.
Reclamebord: sandwichbord, driehoeksbord of enkelvoudig bord t.b.v. reclame-uitingen voor tijdelijke activiteiten binnen de gemeente niet vallende onder de bouwactiviteit in de zin van de Omgevingswet;
- d.
Reclame-uiting: de soort reclameboodschap/activiteit die openbaar wordt aangeprezen dan wel aangekondigd;
- e.
Reclamevoorwerp: het object dat wordt geplaatst/opgehangen en gebruikt voor een reclame-uiting. Naast niet-permanente reclameborden zijn dit spandoeken, vlaggen en banieren.
- f.
Sandwich- en/of driehoeksbord: niet-permanent reclamebord dat is opgebouwd uit veelal (dik) kartonnen dragers die zijn verbonden door een plastic koppeldraad of met drie ijzeren dragers voorziene borden;
- g.
Spandoek: doek van textiel of pvc, bedoeld om een bepaalde (reclame)boodschap uit te drukken dat vaak met touw of spanbanden los tussen twee objecten (palen, bomen of gebouwen) wordt bevestigd of wordt gespannen in een buizenframe.
- h.
Verkiezingen: verkiezingen voor het Europees Parlement, Tweede Kamer, Provinciale Staten, gemeenteraad, waterschap en referendum;
- i.
Verkiezingsbord: centraal door of in opdracht van de gemeente geplaatst aanplakbord in de vorm van een steigerbuizenframe met daarin een spandoek waarop deelnemende, politieke partijen hun (digitale aangeleverde) verkiezingsposters mogen aanbrengen;
- j.
Verkiezingsreclame: reclame van politieke partijen ten behoeve van een verkiezingscampagne;
- k.
Weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2 Driehoeks- en sandwichborden
De plaatsing van driehoeks- en sandwichborden is toegestaan onder de volgende nadere regels:
- 1.
Het betreft reclameborden voor de aankondiging van activiteiten/evenementen die in hoofdzaak niet commercieel van aard of opzet zijn.
- 2.
De activiteiten/evenementen vinden plaats binnen de gemeente Aa en Hunze dan wel zijn van maatschappelijk belang voor de inwoners van de gemeente Aa en Hunze en vinden plaats in een omliggende gemeente.
- 3.
Het maken van handelsreclame is niet toegestaan.
- 4.
De periode van plaatsing bedraagt maximaal twee weken en uiterlijk binnen twee dagen na het plaatsvinden van de activiteit moeten de borden zijn verwijderd.
- 5.
Maximaal 15 sandwich-/driehoeksborden in de hele gemeente voor dezelfde periode, met een maximum van 5 in een dorpskern.
- 6.
Alleen aan wegen die in gemeentelijk beheer zijn.
- 7.
Niet op het middeneiland van rotondes en binnen de volgende afstanden van een rotonde, kruising of splitsing van wegen, voetgangersoversteekplaatsen en verkeerslichten:
- a.
20 meter (op 30km/u wegen);
- b.
40 meter (op 50km/u wegen);
- c.
buitende de bebouwde kom 100 meter.
- a.
- 8.
Plaatsing mag uitsluitend rondom lantaarnpalen en bomen (dus niet rond verkeersborden, verkeerslichten).
- 9.
Per lantaarnpaal mag maximaal één bord worden geplaatst. Het bord mag alleen laag aan de lichtmast worden bevestigd.
- 10.
Reclame mag niet lijken op een verkeersbord of dezelfde kleur/reflectie gebruiken.
- 11.
De sandwich- of driehoeksborden moeten zijn vervaardigd van water- en weersbestendig materiaal.
- 12.
Op elk geplaatst bord moeten de contactgegevens van de verantwoordelijke organisator/plaatser duidelijk zichtbaar zijn;
- 13.
Degene die verantwoordelijk is voor de plaatsing van de borden, is verantwoordelijk voor het opruimen van de materialen afkomstig van het plaatsen, hebben en/of verwijderen van de materialen.
- 14.
Aanwijzingen gegeven door de daartoe bevoegde ambtenaren van de politie en gemeente, in het belang van openbare orde en (verkeers)veiligheid, moeten stipt worden opgevolgd.
Artikel 3 Verkiezingsreclame
De plaatsing van verkiezingsreclame op verkiezingsborden is toegestaan onder de volgende voorwaarden:
- 1.
Politieke partijen die deelnemen aan de verkiezingen, kunnen verkiezingsposters laten aanbrengen op een door of in opdracht van de gemeente Aa en Hunze geplaatst centraal verkiezingsbord.
- 2.
Per dorp/kern wordt één centraal verkiezingsbord geplaatst. Deze borden worden twee weken na de kandidaatstelling geplaatst.
- 3.
De verkiezingsposters worden digitaal aangeleverd bij de gemeente Aa en Hunze.
- 4.
Per politieke partij wordt één poster/verkiezingsaffiche geplaatst.
- 5.
Verkiezingsposters mogen niet in strijd zijn met de doelstelling van de verkiezing, de openbare orde en/of de goede zeden.
- 6.
Het verwijderen van de centrale verkiezingsborden vindt plaats binnen twee weken na de verkiezingsdag.
- 7.
Het is verboden de verkiezingsborden te gebruiken voor het aanbrengen van andere reclame-uitingen.
In aanvulling op bovenstaande kunnen politieke partijen ook verkiezingsreclame maken via driehoeks- en sandwichborden onder de volgende voorwaarden:
- 8.
Het aantal toegestane sandwich-/driehoeksborden voor het maken van verkiezingsreclame bedraagt maximaal 5 per dorp/kern per politieke partij.
- 9.
Plaatsing is toegestaan twee weken voorafgaand aan de verkiezingsdag. Uiterlijk binnen twee dagen na de verkiezingsdag moeten de voorwerpen zijn verwijderd.
- 10.
Alleen aan wegen die in gemeentelijk beheer zijn.
- 11.
Niet op het middeneiland van rotondes en binnen de volgende afstanden van een rotonde, kruising of splitsing van wegen, voetgangersoversteekplaatsen en verkeerslichten:
- d.
20 meter (op 30km/u wegen);
- e.
40 meter (op 50km/u wegen);
- f.
buitende de bebouwde kom 100 meter.
- d.
- 12.
Plaatsing mag uitsluitend rondom lantaarnpalen en bomen (dus niet rond verkeersborden, verkeerslichten).
- 13.
Per lantaarnpaal mag maximaal één bord worden geplaatst. Het bord mag alleen laag aan de lichtmast worden bevestigd.
- 14.
Reclame mag niet lijken op een verkeersbord of dezelfde kleur/reflectie gebruiken.
- 15.
De borden moeten zijn vervaardigd van water- en weersbestendig materiaal.
- 16.
Degene die verantwoordelijk is voor de plaatsing van de borden, is verantwoordelijk voor het opruimen van de materialen afkomstig van het plaatsen, hebben en/of verwijderen van de materialen.
- 17.
Aanwijzingen gegeven door de daartoe bevoegde ambtenaren van de politie en de gemeente, in het belang van openbare orde en veiligheid, moeten stipt worden opgevolgd.
- 18.
Verkiezingsreclame binnen een afstand van 60 meter van een stemlokaal is verboden.
Artikel 4 Spandoeken
De plaatsing van spandoeken is toegestaan onder de volgende voorwaarden:
- 1.
Het betreft spandoeken voor de aankondiging van :
- a.
humanitaire en goede doelen en promotiecampagnes, zoals voorlichtingscampagnes van algemeen belang in de gemeente Aa en Hunze;
- b.
evenementen die plaatsvinden binnen de gemeente Aa en Hunze dan wel van maatschappelijk belang zijn voor de inwoners van de gemeente Aa en Hunze en plaatsvinden in een omliggende gemeente.
- a.
- 2.
De periode van plaatsing bedraagt maximaal twee weken en uiterlijk binnen twee dagen na het plaatsvinden van de activiteit moeten de borden zijn verwijderd.
- 3.
Alleen langs en niet boven wegen in gemeentelijk beheer.
- 4.
Niet op het middeneiland van rotondes en binnen een afstand van 40 meter vanaf rotondes, kruising of splitsing van wegen, voetgangersoversteekplaatsen en verkeerslichten;
- 5.
Degene die verantwoordelijk is voor de plaatsing van de spandoeken, is verantwoordelijk voor het opruimen van de materialen afkomstig van het plaatsen, hebben en/of verwijderen van de materialen.
- 6.
Aanwijzingen gegeven door de daartoe bevoegde ambtenaren van de politie en gemeente, in het belang van openbare orde en (verkeers)veiligheid, moeten stipt worden opgevolgd.
Artikel 5 Overige vormen van tijdelijke reclame(voorwerpen)
-
1. Reclamevoorwerpen die niet aan artikel 2:10, tweede lid en deze nadere regels en beleidsregels voldoen, zijn in beginsel niet toegestaan.
-
2. Onder omstandigheden is het toegestaan een andersoortig reclamevoorwerp te plaatsen. Daarvoor moet dan een ontheffing worden aangevraagd.
Artikel 6 Handhaving
-
1. Om snel en adequaat op te kunnen treden tegen verkeerd of illegaal geplaatste reclamevoorwerpen, wordt (telefonisch) contact opgenomen met de overtreder met het dringende verzoek de onrechtmatige toestand zo snel mogelijk op te heffen. Wordt aan dit verzoek niet voldaan, dan kan worden overgegaan tot handhaving door middel van het toepassen van bestuursdwang. Indien de overtreder niet bekend is, worden de borden gelijk weggehaald.
-
2. Inzien sprake is van een verkeersgevaarlijke situatie, dan past de gemeente spoedeisende bestuursdwang toe en wordt het reclamevoorwerp gelijk door een daartoe bevoegde ambtenaar verwijderd.
-
3. Aan de uitoefening van de toepassing van bestuursdwang zijn kosten verbonden die op de overtreder worden/kunnen worden verhaald.
Artikel 7 Afbakeningsbepaling, afwijkingsbevoegdheid en inwerkingtreding
-
1. Deze beleids- en nadere regels zijn niet van toepassing voor zover:
- a.
het maken en plaatsen van reclame valt onder artikel 4:15 of 4:16 APV;
- b.
het een reclamevoorwerp betreft waarvoor een omgevingsvergunning op grond van het Omgevingsplan benodigd is;
- c.
het plaatsen van reclamevoorwerpen betreft langs provinciale wegen en rijkswegen en daarop rijks- dan wel provinciale regels van toepassing zijn.
- a.
-
2. Indien de toepassing van de beleidsregels voor één of meer belanghebbenden gevolgen heeft die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen kan het college van het bepaalde in deze beleidsregels afwijken.
-
3. Deze nadere- en beleidsregels treden de eerste werkdag na de datum van bekendmaking in werking.
Ondertekening
Gieten, 18 augustus 2026.
Burgemeester en wethouders van Aa en Hunze,
De secretaris,
De burgemeester
Toelichting
Algemeen - Juridische grondslag
Artikel 2.10 APV, lid 1 bevat een verbod met open norm voor het anders dan overeenkomstig de publieke functie gebruiken van de weg of een weggedeelte
Artikel 2:10 geeft de gemeente de mogelijkheid greep te houden op situaties die hinder of gevaar kunnen opleveren of ontsierend kunnen zijn. Voor de toepassing kan worden gedacht aan het plaatsen van reclameborden, containers of fietsparkeervoorzieningen.
Een groot aantal voorwerpen, dat in de openbare ruimte worden geplaatst veroorzaakt geen overlast of draagt zelfs bij aan de leefbaarheid. Daarom is in artikel 2:10 van de APV een breed gestelde, algemene regel opgenomen. Er mogen voorwerpen worden geplaatst zolang ze geen hinder of gevaar opleveren dan wel ontsierend zijn.
De begrippen bruikbaarheid, veilig gebruik of belemmering van het beheer of onderhoud van de weg zijn niet makkelijk te duiden.
Artikel 2.10, lid 2 geeft aan wanneer van een belemmering van de bruikbaarheid van de weg in ieder geval sprake is:
- -
Er moet ten minste een vrije doorgang van 1,00 meter wordt gelaten op voetpaden en van 3,00 meter op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer.
Artikel 2.10, lid 3 geeft het college de bevoegdheid om dit nader te regelen
- -
Het college kan nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen en reclameborden.
Onderhavige nadere regels gaan alleen over het plaatsen van reclameborden/-voorwerpen.
Artikel 2.10, lid 4 geeft het college beleidsvrijheid voor wat betreft het verlenen van ontheffingen
Het college kan via een beleidsregel invulling geven aan de praktische kant van de algemene norm en de ontheffingsplicht.
Met onderhavige nadere regels en beleidsregels wordt voor enkele veel voorkomende reclamevoorwerpen vooraf nu meer richting gegeven over wanneer plaatsing wel en wanneer niet aan de algemene regel voldoet en wanneer eventueel een ontheffing nodig is.
Wanner personen en organisaties, voorwerpen willen plaatsen die niet binnen de vastgestelde nadere- en beleidsregels passen, kan een ontheffing worden aangevraagd. Het college moet vervolgens het concrete geval beoordelen.
Afbakening met grondrechten
- -
Bescherming van grondrechten/lokale ruimte reguleren verkiezingsreclame
Onder het begrip “reclame” dient te worden verstaan: iedere vorm van openbare aanprijzing van goederen en diensten.
Handelsreclame is gedefinieerd in artikel 1:1 van de APV als: “iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen”.
Commerciële reclame/handelsreclame (artikel 7, lid 4, Grondwet) valt niet onder de “Vrijheid van meningsuiting” en wordt niet beschermd.
Het maken van verkiezingsreclame is een vorm van meningsuiting die door de Grondwet (artikel 7) en het Europees verdrag voor de rechten van de mens (artikel 10) wordt beschermd. Het ongebreideld toestaan van reclame-uitingen voor verkiezingen, is echter niet gewenst.
De juridische basis voor het reguleren van verkiezingsreclame in Nederland berust op een combinatie van grondwettelijke rechten, lokale regelgeving en beleidsregels. De gemeente mag aan het maken van verkiezingsreclame voorwaarden verbinden, zolang deze voorwaarden niet in strijd zijn met bovenstaande, hogere regelgeving.
Artikel 1, onder b - niet-zuiver commerciële reclame
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen handelsreclame en niet-zuiver commerciële reclame. In de praktijk is dit onderscheid niet altijd eenvoudig te maken. Het plaatsen van tijdelijke, losse reclamevoorwerpen in de openbare ruimte willen we niet voor handelsreclame.
Aanwijzingen voor niet zuiver commerciële reclameboodschappen zijn:
- -
een ideëel, maatschappelijk of politiek belang voorop;
- -
het tijdelijke karakter van een activiteit;
- -
voor een breed publiek (particulieren/consumenten en instellingen) toegankelijk;
- -
heeft geen betrekking op een bepaald commercieel merk of product;
- -
heeft geen betrekking op tijdelijke prijskortingen of commerciële acties voor een product of deel van het assortiment;
- -
is niet gericht op bedrijven (business-to-business-communicatie).
Als voorbeelden hiervan zijn
- -
onbaatzuchtige reclame voor goede doelen, zoals acties van het WNF, de Nierstichting, de Hartstichting etc.;
- -
voorlichtingscampagnes van algemeen belang, zoals verkeersveiligheid spandoeken ‘wij gaan weer naar school’, ‘BOB zeg het hardop’ of volksgezondheidscampagnes;
- -
open dagen van lokale onderwijsinstellingen en onderwijsinstellingen van omliggende gemeenten;
- -
plaatselijk evenement of een plaatselijke activiteit, zoals een dorpsfeest, kermis, jaar-, rommel-, kerstmarkt, circus, sportwedstrijd etc.;
- -
plaatselijke, culturele activiteiten, zoals een beurs, open monumentendag of een kunsttentoonstelling.
Ideële reclame wordt beschermd door artikel 7 Grondwet. In dit artikel staat het grondrecht vrijheid van meningsuiting beschreven. Het gaat hierbij om het openbaren van gedachten en gevoelens. Voorbeelden hiervan zijn de ‘Loesje-posters’ en informatie over collectes/acties van het KWF Kankerbestrijding, het Wereld Natuur Fonds, de Nierstichting, de Hartstichting en Vluchtelingenhulp. Ook plaatselijke activiteiten met een educatief en cultureel karakter, zoals een open dag van lokale en regionale onderwijsinstelling, open monumentendag, beurs of een kunsttentoonstelling vallen hieronder.
Artikel 1, onder k - weg
De definitie van ‘weg’ haakt aan bij de definitie ervan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de WVW 1994. Concreet gaat het om alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten. Hiertoe behoren ook trottoirs, voetpaden, voetgangersgebieden en rijwielpaden. Hiertoe kunnen ook parkeerplaatsen of -terreinen behoren.
Artikel 2, lid 7 en artikel 3, lid 11 – afstanden
Er zijn geen wettelijke regels voor in acht te nemen afstanden tot rotondes, kruisingen, voetgangersoversteekplaatsen en verkeerslichten, maar wel richtlijnen. Gebaseerd op verkeersveiligheid, zichtlijnen en uniformiteit worden in de praktijk de volgende afstanden gehanteerd hanteren gemeenten 20 meter (op 30km/u wegen) en 40 meter (op 50km/u wegen). Buiten de bebouwde kom is dit ruimer en wordt 100 meter aangehouden bij kruispunten.
Artikel 3, lid 18
De Kiesraad adviseert acties die kiezers kunnen beïnvloeden in de omgeving van stemlokalen te ontmoedigen.
De Kieswet bevat geen regels over politieke reclame in de omgeving van het stemlokaal. Het is uiteindelijk aan de burgemeester om af te wegen wat al dan niet is toegestaan.
Eerder stond in de Kieswet een afstand tot het stemlokaal waarbinnen het verboden wat om verkiezingsreclame te maken. Deze afstand staat niet meer in de Kieswet vermeld. Wel kan de burgemeester bepalen wat wel of niet is toegestaan. Met het opnemen van lid 18 wordt hieraan invulling gegeven.
Artikel 7, lid 1, onder a
Deze nadere regels en beleidsregels zijn niet van toepassing voor zover het maken en plaatsen van reclame valt onder artikel 4:15 of 4:16 APV. Deze artikelen gaan over het maken van handelsreclame op of aan een onroerende zaak.
Artikel 7, lid 1, onder c
Onderscheid moet worden gemaakt tussen reclamevoorwerpen die in het beheergebied van de gemeente staan en reclameboodschappen die gericht zijn op de weggebruikers in het beheergebied van de provincie, het waterschap of het rijk.
De provincie is als wegbeheerder verantwoordelijk voor het beheer van provinciale (N-)wegen. De meeste rijkswegen (auto- en snelwegen) vallen onder het beheer van Rijkswaterstaat.
Bij gebiedsontsluitingswegen buiten de bebouwde kom in het landelijk gebied is het aantrekkelijk reclamevoorwerpen te plaatsen.
Beperkingengebiedactiviteit bij een weg
In artikel 2:10, zesde lid, APV is bepaald dat het verbod in het eerste lid, niet van toepassing is op beperkingengebiedactiviteiten o.a. met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of provinciale omgevingsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Voor rijkswegen gelden de algemene regels in hoofdstuk 8 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
Voor wegen in beheer bij gemeenten kunnen regels worden gesteld in het omgevingsplan en provincies in de omgevingsverordening.
De provincie Drenthe heeft in de Omgevingsverordening Drenthe 2025, afdeling 11.2 Wegen, in artikel 11.7 opgenomen dat:
- -
Het verboden is zonder omgevingsvergunning een beperkingengebiedactiviteit te verrichten, indien daardoor het veilig en doelmatig gebruik in het geding is en het vrije zicht in het beperkingengebied van de provinciale weg zodanig wordt belemmerd, dat daardoor de veiligheid in het geding komt.
- -
Als beperkingengebiedactiviteit wordt in ieder geval aangemerkt: het aanbrengen, hebben, wijzigen of verwijderen van zowel met de grond verankerde als niet met de grond verankerde objecten, zoals: borden, spandoeken en licht- of geluidgevende voorzieningen.
Daarnaast heeft de provincie de Beleidsregel gebiedspromotieborden provincie Drenthe (19-12-2023) vastgesteld. Op basis hiervan kunnen onder bepaalde voorschriften langs provinciale wegen borden ter promotie van een gebied worden geplaatst.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl