Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en onderwijsprojecten gemeente Deventer 2026

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 28-08-2026

Intitulé

Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en onderwijsprojecten gemeente Deventer 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer;

gelet op artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet, artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, de Omgevingswet, het Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en de artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3, van de Systeemcode elektriciteit 2026;

besluit vast te stellen de volgende beleidsregels:

Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en onderwijsprojecten gemeente Deventer 2026

Artikel 1. Definities

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • -

    anterieure overeenkomst: overeenkomst tussen gemeente en ontwikkelaar waarin de afspraken worden vastgelegd over de wijze waarop het plangebied wordt ontwikkeld en wat de wederzijdse rechten en verplichtingen zijn.

  • -

    bestuursverklaring: door of namens het college afgegeven verklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde en vierde lid, van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • -

    Bewijsstuk van projectrijpheid: de stukken als bedoeld en genoemd in Tabel 1: Bewijs van projectrijpheid.

  • -

    BOPA: buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet, zijnde een activiteit, inhoudende:

    • a.

      een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of

    • b.

      een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan;

  • -

    civielrechtelijke overeenkomst: koopovereenkomst, anterieure overeenkomst, erfpachtovereenkomst of ieder andere overeenkomst als bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 waaruit blijkt dat het project binnen een bepaalde tijd start;

  • -

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer;

  • -

    congestiegebied: gebied binnen de gemeente waarvoor de netbeheerder heeft vastgesteld dat de transportcapaciteit op het elektriciteitsnet ontoereikend is als bedoeld in artikel 7.18 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • -

    Integraal Huisvestingsplan (IHP): een gezamenlijke langetermijnvisie van de gemeente en de schoolbesturen over de toekomst, kwaliteit, capaciteit, planning en financiering van onderwijshuisvesting;

  • -

    intentieovereenkomst: overeenkomst tussen gemeente en projectontwikkelaar waarin de gezamenlijke intentie is overeengekomen om de haalbaarheid van een plan te verkennen en tot afspraken te komen over de wijze waarop het plangebied ontwikkeld kan worden;

  • -

    masterplan: een door de raad vastgesteld plan voor de ontwikkeling dat op hoofdlijnen inzicht geeft in de stedenbouwkundige opzet en haalbaarheid van de ontwikkeling en de basis vormt voor de verdere uitwerking naar een Omgevingsplan of BOPA.

  • -

    netbeheerder: distributiesysteembeheerder als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet die het distributiesysteem voor elektriciteit beheert in het congestiegebied;

  • -

    ontwikkelperspectief: een door de raad vastgesteld stuk waarmee de kaders en uitgangspunten (op hoofdlijnen) voor de stedenbouwkundige opzet, de inrichting van de (openbare) ruimte) en nader uit te werken inhoudelijke elementen zoals het programma, parkeren, klimaatadaptatie, water et cetera van de ontwikkeling worden vastgelegd;

  • -

    project: realisatie van een basisbehoefte, zijnde de functie woonbehoefte als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 of de functie van onderwijsbehoefte als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3. Als een project meerdere (bouw)fases bevat dan wordt elke (bouw)fase op grond van deze definitie als afzonderlijk project beschouwd;

  • -

    projectlocatie: locatie waar het project wordt ontwikkeld;

  • -

    projectontwikkelaar: een rechtspersoon, stichting, vereniging of natuurlijke persoon die een project realiseert of initieert;

  • -

    prioriteringsverzoek: verzoek om prioriteit bij de toewijzing van transportcapaciteit als bedoeld in artikel 7.21 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • -

    projectdossier: geheel van documenten ter onderbouwing van een prioriteringsverzoek en transportverzoek;

  • -

    transportcapaciteit: capaciteit voor het transport van elektriciteit op het distributienet;

  • -

    transportverzoek: verzoek tot het verzorgen van transport van elektriciteit als bedoeld in artikel 3.46, eerste lid, van de Energiewet;

  • -

    volgordelijst: de door de gemeente opgestelde rangordelijst van woningbouw- en onderwijsprojecten conform tabel 3 van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026, waarvoor het college prioriteringsverzoeken indient bij de netbeheerder.

Artikel 2. Toepassingsbereik

  • 1. Deze beleidsregels zijn van toepassing op de plaatsing van projecten op de volgordelijst. Het gaat daarbij zowel om projecten van projectontwikkelaars als om projecten die de gemeente zelf realiseert of initieert.

  • 2. In Deventer is sprake van twee congestiegebieden. Er wordt één totale lijst opgesteld met daarin per project benoemd binnen welk congestiegebied het ligt. Wanneer de aanvragen bij de netbeheerder per congestiegebied moeten worden ingediend, kan de lijst worden gesplitst in twee lijsten.

  • 3. Als een project de gemeentegrens overschrijdt, dan spant de gemeente zich in om in overleg te treden met de betreffende buurgemeente over wie het project opneemt op haar volgordelijst, waarbij de hoofdregel geldt dat de gemeente waarbinnen het project hoofdzakelijk is gelegen het project opneemt op haar volgordelijst.

Artikel 3. Doel

Deze beleidsregels hebben tot doel:

  • a.

    het uitwerken van de gemeentelijke bevoegdheid tot eerder aanvragen van transportcapaciteit en prioritering zoals aan de gemeente toegewezen in de Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • b.

    het bijdragen aan de realisatie van woon- en onderwijsbehoefte in congestiegebieden, in uitvoering van de gemeentelijke zorgplicht voor voldoende woongelegenheid, die de grondslag vormt voor de opname van woon- en onderwijsbehoefte in categorie 3 van het prioriteringskader van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • c.

    het waarborgen van een transparante, gelijke, objectieve en niet-discriminatoire verdeling van posities op de volgordelijst, in overeenstemming met de Didam-jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661);

  • d.

    het beperken van aansprakelijkheidsrisico's voor de gemeente als aanvrager van transportcapaciteit bij de netbeheerder, in het bijzonder het risico van schadevergoedingsclaims wegens ongelijke behandeling van projectontwikkelaars; en

  • e.

    het bieden van rechtszekerheid over de wijze waarop de gemeente haar bevoegdheid als aanvrager van prioritering van transportcapaciteit uitoefent.

Artikel 4. Gelijke behandeling projecten

  • 1. Een project waarbij de gemeente zelf opdrachtgever is, wordt op basis van dezelfde regels beoordeeld als projecten van projectontwikkelaars.

  • 2. Een gemeentelijk project geniet geen voorrangspositie, tenzij een hogere positie op grond van de prioriteringsregels dit rechtvaardigt.

  • 3. Het college motiveert op transparante wijze de positie van gemeentelijke projecten op de volgordelijst.

Artikel 5. Procedure verzoek opname volgordelijst

  • 1. Door indiening van een verzoek tot plaatsing van een project op de volgordelijst stemt de projectontwikkelaar uitdrukkelijk in met de in deze beleidsregels opgenomen procedure inclusief het daarin genoemde geschillenregeling.

  • 2. Aanvragen kunnen worden ingediend vanaf de datum dat het college deze beleidsregels heeft vastgesteld, te weten 18 augustus 2026. Deze beleidsregels worden op dat moment ook gepubliceerd op de website van de gemeente Deventer. Publicatie in het gemeenteblad vindt zo spoedig mogelijk plaats na vaststelling door het college.

  • 3. Het in het eerste en tweede lid bedoelde verzoek kan bij het college worden ingediend uiterlijk tot en met 3 september 2026. Opname van een project op de volgordelijst vindt uitsluitend plaats nadat het college heeft besloten het project op de volgordelijst te plaatsen en de daarbij behorende bestuursverklaring heeft vastgesteld.

  • 4. Opname op de volgordelijst brengt uitsluitend een inspanningsverplichting voor het college met zich mee om het project overeenkomstig deze beleidsregel voor te dragen aan de netbeheerder. Er wordt geen garantie gegeven dat prioritering wordt verleend of transportcapaciteit beschikbaar wordt gesteld.

Artikel 6. Opname op de volgordelijst op verzoek projectontwikkelaar

  • 1. De projectontwikkelaar zorgt voor een volledig projectdossier van een project bij een verzoek tot opname op de volgordelijst waarbij hij voor het indienen van het verzoek gebruik maakt van het daartoe beschikbaar gestelde digitale formulier op de website van de gemeente. De Projectontwikkelaar levert daarbij aan:

    • a.

      Een verklaring afgegeven door de projectontwikkelaar over de juistheid en volledigheid van de verstrekte gegevens, ondertekend door een bevoegde vertegenwoordiger van de projectontwikkelaar, welke de gemeente vrijwaart voor aansprakelijkheden van onjuiste informatie jegens de netbeheerder;

    • b.

      Een verklaring afgegeven door de projectontwikkelaar over dat hij instemt met de op de procedure van toepassing zijnde rechtsbescherming (geschillenregeling) en dat hij hierbij expliciet akkoord gaat met de vervaltermijnen in artikel 13;

    • c.

      Een verklaring dat het gaat om een inspanningsverplichting van de gemeente tot het aanvragen van prioritering en transportcapaciteit en nadrukkelijk niet om een resultaatsverplichting;

    • d.

      Indien voor het project op grond van de Omgevingswet een instructie als bedoeld in artikel 2.33 van de Omgevingswet is gegeven door gedeputeerde staten van de provincie, dan wel het project valt onder instructieregels van de provinciale omgevingsverordening (artikel 2.22 jo. artikel 2.6 van de Omgevingswet), of voor het project een projectbesluit als bedoeld in artikel 5.44 van de Omgevingswet door de provincie is genomen, dient de aanvrager bij het projectdossier aan te tonen dat het project in overeenstemming is met deze provinciale besluiten dan wel dat de vereiste afstemming met of toestemming van gedeputeerde staten heeft plaatsgevonden.

  • 2. Het college stuurt een (digitale) ontvangstbevestiging na indienen van het verzoek waarbij tevens wordt gewezen op de in artikel 13 genoemde geschillenregeling, welke procedure ook is vermeld op de website van de gemeente.

  • 3. Een verzoek dat onvolledig is, wordt niet op volgordelijst geplaatst. Het college stelt de projectontwikkelaar met een onvolledig verzoek in kennis gedurende de periode van beoordeling door de gemeente en informeert de projectontwikkelaar over de mogelijkheid om het dossier nog aan te vullen uiterlijk op 3 september 2026.

  • 4. Toewijzing op de volgordelijst is project en projectlocatie gebonden. Een verkregen toewijzing wordt niet overgeheveld naar een ander project of andere projectlocatie.

Artikel 7. Opname op de volgordelijst van eigen projecten

  • 1. Het college zorgt voor een volledig projectdossier van een project dat zij initieert of realiseert voor opname op de volgordelijst en dient daartoe eveneens een verzoek in via het digitale formulier op de website van de gemeente.

  • 2. Toewijzing op de volgordelijst is project en projectlocatie gebonden. Een verkregen toewijzing wordt niet overgeheveld naar een ander project of andere projectlocatie.

Artikel 8. Bestuursverklaring

De bestuursverklaring maakt deel uit van het projectdossier en bevat:

  • a.

    een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is voor de taken in de omschrijving van woonbehoefte algemeen en collectief, dan wel onderwijshuisvesting, bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • b.

    een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is om te starten met de activiteiten of de taken, bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en niet kan starten zonder de gevraagde transportcapaciteit;

  • c.

    een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de activiteit op korte termijn, na toekenning van de gevraagde transportcapaciteit en, voor zover van toepassing, na de realisatie van de aansluiting, zal starten;

  • d.

    een verklaring dat de bewijsstukken, bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026 compleet zijn;

  • e.

    een verklaring dat de bestuursverklaring naar waarheid is ingevuld;

  • f.

    instemming met het feit dat de met prioriteit toegekende transportcapaciteit wordt afgenomen als de verklaring niet naar waarheid is ingevuld of als er sprake is van vervalsing van de bewijsstukken genoemd in tabel 4, van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • g.

    als sprake is van kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten, een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat deze activiteiten nodig zijn om de woonbehoefte te realiseren; en

  • h.

    als sprake is van collectieve voorzieningen, een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat deze voorzieningen nodig zijn voor de woonfunctie.

Artikel 9. Rangordebepaling volgordelijst

Het college bepaalt de rangorde op de volgordelijst stapsgewijs op basis van de volgende twee stappen zo nodig gevolgd door een loting (artikel 10).

Stap 1: Datum start bouw (jaar en maand) in relatie tot beschikbaar bewijsstuk van projectrijpheid.

Hoewel in veel projecten (nog) geen harde datum voor start bouw is vastgelegd vindt de rangschikking wel plaats op basis van het verwachte jaar en de maand van start bouw, waarbij een project hoger wordt gerangschikt wanneer de geplande datum start bouw eerder ligt. Hierbij moet het moment start bouw voldoende concreet zijn onderbouwd door de aanvrager.

De datum start bouw is voor een groot deel afhankelijk van de fase waarin een project zich bevindt. De verschillende fasen worden in de regel afgerond met een bepaald product, het zogenaamde ‘bewijsstuk van projectrijpheid’. De beschikbaarheid van een bewijsstuk van projectrijpheid bepaalt vanaf welk eerst mogelijke kwartaal een startdatum kan worden opgegeven (jaar en maand), conform onderstaande tabel 1: Bewijsstuk van projectrijpheid. De peildatum hiervoor is de datum van vaststelling van deze beleidsregels door het college.

Voor onderwijsprojecten geldt in het algemeen dat deze op basis van het Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor het Deventer onderwijs 2024-2040 worden ingedeeld in het jaar waarin de (ver-)nieuwbouw van de school gepland staat. Onderwijsprojecten worden in beginsel in de volgordelijst opgenomen boven de woningbouwprojecten van het betreffende jaar, tenzij daar onvoldoende noodzaak voor is, naar oordeel van de gemeente. Hiermee wordt aangesloten bij de actuele opgave op het gebied van onderwijshuisvesting binnen de gemeente en de urgentie daarvan boven woningbouw.

Het blijft nadrukkelijk de primaire verantwoordelijkheid van de projectontwikkelaar en de gemeente (voor haar eigen projecten) om een realistische datum voor start bouw aan te geven en deze te onderbouwen. De gemeente toetst voornamelijk op hoofdlijn het aangeleverde projectdossier en bekijkt daarmee of de aangegeven datum start bouw past binnen de beleidsregels en daarin opgenomen tabel 1, zie hierna.

Tabel 1: Bewijsstuk van projectrijpheid

Rangorde:

Bewijsstuk van projectrijpheid:

(aanwezig op datum vaststelling van deze beleidsregels door het college)

Startdatum bouw op zijn vroegst mogelijk vanaf:

In te dienen bewijsstuk:

1

Verleende omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit (omgevingsplan en indien nodig bouwactiviteit technisch)

Juli 2026

Afschrift verleende omgevingsvergunning

2

Onherroepelijke omgevingsplanwijziging of een onherroepelijke BOPA

Oktober 2026

Print omgevingsloket of afschrift BOPA

3

Omgevingsplanwijziging vastgesteld door de gemeenteraad of beroep tegen BOPA ongegrond verklaard

Januari 2027

Afschrift raadsbesluit omgevingsplanwijziging of print omgevingsloket

4

Verleende BOPA

April 2027

Afschrift BOPA

5

Tweezijdig getekende anterieure-overeenkomst of door gemeenteraad vastgesteld masterplan of door college vastgestelde nota van uitgangspunten of IHP (daargenoemd onderwijsproject)

Juli 2027

Afschrift overeenkomst of raadsbesluit met Masterplan

6

Ontwikkelperspectief vastgesteld door raad

Oktober 2027

Afschrift raadsbesluit en ontwikkelperspectief

7

Tweezijdig getekende intentieovereenkomst of besluit gemeenteraad om voorbereidingskrediet te verstrekken/opdracht van de raad

Januari 2028

Afschrift overeenkomst of raadsbesluit

8

Antwoordbrief van gemeente op aanvraag vooroverleg waarin wordt aangegeven dat de gemeente positief staat tegenover het onderzoeken van de haalbaarheid van een woningbouwontwikkeling en bereid is hiervoor een intentieovereenkomst aan te gaan.

April 2028

Afschrift brief

9

Door college of gemeenteraad vastgesteld beleid/besluit waarin ontwikkeling wordt benoemd of andere (bewijs)stukken*.

Januari 2029

Afschrift besluit of (bewijs)stuk

* = andere (bewijs)stukken waardoor een project in aanmerking komt voor prioritering, waaronder een overeenkomst tussen gemeente en het Rijk over rijkssubsidies voor woningbouw, prestatieafspraken tussen gemeenten en woningcorporaties of College- of raadsbesluit met gemeente als initiatiefnemer voor woningbouwontwikkeling.

Naast bovenstaande bewijzen als genoemd onder 1 tot met 9 kan ook een ander document met een soortgelijke inhoud en status worden aangeleverd. De gemeente controleert en bepaalt in dat geval met welk bewijsstuk van projectrijpheid dit gelijk kan worden gesteld.

Stap 2: rangorde bewijsstuk van projectrijpheid bij gelijke datum start bouw

Op het moment dat twee verzoeken op basis van stap 1 een gelijke datum start bouw hebben, dan geldt dat het project met het hoogste bewijsstuk van projectrijpheid voorgaat op het project met een lager bewijsstuk van projectrijpheid.

Artikel 10. Loting bij gelijke rangordebepaling volgordelijst

  • 1. Als twee of meer projecten op basis van artikel 9 dezelfde positie behalen, bepaalt het college de onderlinge volgorde door middel van een openbare loting.

  • 2. De loting vindt plaats op een vooraf via de website en per mail (uitnodiging voor de loting) bekendgemaakte datum op het stadhuis van de gemeente of zo mogelijk online.

  • 3. Betrokken projectontwikkelaars worden via de mail of anderszins tijdig uitgenodigd om de loting desgewenst bij te wonen.

  • 4. De uitkomst van de loting is bindend. Het college legt de uitkomst hiervan schriftelijk vast.

Artikel 11. Transparantie en motivering

  • 1. Het college motiveert op basis van de in deze beleidsregels opgenomen procedure de vastgestelde volgordelijst transparant en toetsbaar per project.

  • 2. Op verzoek van de projectontwikkelaar verstrekt de gemeente een schriftelijke toelichting op de positie die aan zijn project is toegekend.

Artikel 12. Bekendmaking volgordelijst

  • 1. Het college maakt de vastgestelde volgordelijst openbaar via de gemeentelijke website en het gemeenteblad, uiterlijk twee weken voor de datum van de eerste indiening bij de netbeheerder.

  • 2. Op de gepubliceerde volgordelijst staat per project vermeld: de projectnaam, de locatie, het aantal woningen, aangeleverde bewijsstuk van projectrijpheid en de positie op de lijst.

Artikel 13. Geschillenregeling

  • 1. Een projectontwikkelaar die het niet eens is met:

    • a.

      de afwijzing van een verzoek tot plaatsing op de volgordelijst of;

    • b.

      de positie van een project op de volgordelijst, kan binnen tien werkdagen na bekendmaking daarvan gemotiveerd het geschil voorleggen aan het college.

  • 2. De omschrijving van het geschil bevat ten minste:

    • a.

      de naam en contactgegevens van de indiener;

    • b.

      de aanduiding van het project waarop het geschil betrekking heeft;

    • c.

      de gronden van het geschil; en

    • d.

      de gegevens en bescheiden waarop de indiener zich beroept.

  • 3. Het college beoordeelt het geschil aan de hand van deze beleidsregels en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

  • 4. Het college kan de indiener en andere betrokkenen in de gelegenheid stellen het geschil mondeling toe te lichten.

  • 5. Het college spant zich in om binnen 5 werkdagen na ontvangst van het geschil een gemotiveerd standpunt in te nemen en stelt de indiener daarvan schriftelijk in kennis.

  • 6. Als het college aanleiding ziet de volgordelijst te wijzigen, stelt het de gewijzigde volgordelijst vast en maakt deze bekend overeenkomstig artikel 12.

  • 7. Totdat het college overeenkomstig het vijfde lid een standpunt heeft ingenomen, worden voor het betreffende project geen prioriteringsverzoeken of transportverzoeken bij de netbeheerder ingediend. De overige projecten op de volgordelijst worden wel tijdig ingediend op basis van de door de netbeheerder aangegeven termijnen.

  • 8. Deze geschillenregeling laat de mogelijkheid onverlet een geschil voor te leggen aan de bevoegde burgerlijke rechter.

Artikel 14. Wijziging en intrekking van de volgordepositie

  • 1. Het college kan de positie van een project op de volgordelijst wijzigen of intrekken als:

    • a.

      de projectontwikkelaar aantoonbaar onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt;

    • b.

      het project naar het oordeel van het college aantoonbaar niet (meer) voor realisatie in aanmerking komt;

    • c.

      de projectontwikkelaar het project heeft gewijzigd en dit een herbeoordeling vergt;

    • d.

      het project naar het oordeel van het college (nog) onuitvoerbaar is of is geworden.

  • 2. Een herbeoordeling na wijziging van het project kan betekenen dat het project een andere (hogere of lagere) plek op de volgordelijst zal krijgen.

  • 3. Het college stelt de intrekking of wijziging vast en stelt de projectontwikkelaar hiervan onverwijld in kennis en wijst op rechtsbeschermingsprocedure zoals genoemd in artikel 13.

  • 4. Wijzigen op grond van dit artikel is slechts mogelijk zolang de volgordelijst nog niet door het college is ingediend bij de netbeheerder.

Artikel 15. Indienen verzoek conform volgordelijst

  • 1. Het college verzoekt de netbeheerder volgens de positie op de volgordelijst de prioriteringsverzoeken en de transportverzoeken in behandeling te nemen, nadat een eventueel geschil als bedoeld in artikel 13 is afgehandeld, tenzij daarmee de indieningstermijn(en) van de netbeheerder wordt overschreden of dreigen te worden overschreden. In dat geval worden de overige projecten op de volgordelijst tijdig ingediend op basis van de door de netbeheerder aangegeven termijnen.

  • 2. Het college spant zich in om de indiening van prioriteringsverzoeken en transportverzoeken af te stemmen met de andere gemeenten binnen het congestiegebied, waarbij rekening wordt gehouden met regionale afspraken over woningbouw, maatschappelijke prioriteiten en beschikbare netcapaciteit.

Artikel 16. Hardheidsclausule

  • 1. Het college kan in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van deze beleidsregels indien strikte toepassing daarvan voor een projectontwikkelaar of de gemeente zelf gevolgen zou hebben die, gelet op het doel van de beleidsregels, onevenredig zijn in verhouding tot de met deze beleidsregels te dienen belangen.

  • 2. Bij de toepassing van deze hardheidsclausule betrekt het college alle relevante feiten en omstandigheden van het geval.

Artikel 17. Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op de dag na publicatie.

Artikel 18. Geldingsduur

Deze beleidsregels blijven van kracht totdat zij worden gewijzigd of ingetrokken.

Artikel 19. Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als de: Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en onderwijsprojecten gemeente Deventer 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van 18 augustus 2026.

De burgemeester,

De secretaris,

Toelichting bij het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer tot vaststelling van de Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woning- en onderwijsbouwprojecten gemeente Deventer 2026 (Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en onderwijsprojecten gemeente Deventer 2026)

Algemeen

Inleiding

Met deze beleidsregels geeft de gemeente Deventer invulling aan de wijze waarop zij omgaat met haar op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en de Energiewet bestaande bevoegdheid om prioriteringsverzoeken en transportcapaciteitsverzoeken in te dienen voor de functie woonbehoefte bij de netbeheerder.

Aanleiding

Netbeheerders hebben onvoldoende elektriciteitstransportcapaciteit om alle aanvragen voor nieuwe of zwaardere aansluitingen te voldoen. Voor onder andere woningbouw- en onderwijsprojecten heeft dit concrete gevolgen. Projecten die planologisch gereed zijn, komen niet van de grond door een gebrek aan beschikbare aansluiting. In veel regio’s dreigen projecten vertraging op te lopen of te stranden.

Netbeheerders kenden transportcapaciteit tot voor kort toe op volgorde van binnenkomst, het zogenaamde ‘first come, first served’-principe. Dit systeem houdt echter niet genoeg rekening met de maatschappelijke urgentie van bepaalde projecten en de behoefte om die voorrang te verlenen. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft daarom op 2 december 2025 het Codebesluit prioriteringsruimte transportverzoeken vastgesteld (gepubliceerd in Staatscourant 2025, nr. 42323, in werking getreden op 1 januari 2026). Dit Codebesluit verplicht netbeheerders om in congestiegebieden af te wijken van het 'first come, first served'-beginsel en in plaats daarvan te werken met landelijke voorrangsregels op basis van maatschappelijk belang. Binnen de prioritering categorieën 2 en 3, evenals voor niet-prioritaire partijen, blijft ‘first come, first served’ bestaan, waarbij de datum van aanvraag van transportcapaciteit leidend is. Dit kader is later opgenomen in de Systeemcode Elektriciteit 2026 en aangevuld tot het nu geldend recht.

De Systeemcode Elektriciteit 2026 onderscheidt drie prioriteitscategorieën:

  • 1.

    Netcongestieverzachters — partijen die direct bijdragen aan het vergroten van de beschikbare netcapaciteit;

  • 2.

    Veiligheid — partijen waarvan het niet aansluiten een directe bedreiging vormt voor de nationale veiligheid of volksgezondheid;

  • 3.

    Basisbehoeften — partijen die voorzien in een eerste levensbehoefte, waaronder woonbehoefte.

Vanaf 1 juli 2026 worden groot- en kleinverbruikers in één en dezelfde rangorde beoordeeld. Er is geen overgangsperiode voorzien: alle aanvragen worden vanaf dat moment aan de nieuwe voorrangsregels getoetst.

Gemeenten kunnen vanaf 1 oktober 2026 gebruikmaken van de werkwijze ‘Eerder aanvragen in het planproces’. Deze werkwijze stelt gemeenten in staat om al in een vroeg planningsstadium transportcapaciteit te reserveren voor onder meer woningbouw, ook al voordat een ontwikkelaar definitief betrokken is. De bewijsvereisten voor dit aanvragen zijn hiervoor specifiek op gemeenten toegesneden (tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026).

Als aanvrager van transportcapaciteit ten behoeve van derden, bevindt de gemeente zich in een dubbele rechtsrelatie. Enerzijds als contractpartij jegens de netbeheerder, anderzijds met projectontwikkelaars en andere initiatiefnemers die aanspraak maken op die capaciteit. Hoewel het aanvragen van transportcapaciteit een privaatrechtelijke bevoegdheid is, moet de gemeente daarbij op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek de beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen, en met name het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. De Hoge Raad heeft dit bevestigd in de Didam-arresten (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661).

De VNG heeft gemeenten bij ledenbrief van 16 april 2026 opgeroepen vóór 1 oktober 2026 beleidsregels vast te stellen, zodat aanvragen op die datum gereed zijn voor indiening. De onderhavige beleidsregels zijn opgesteld om een juridisch houdbaar vertrekpunt te bieden voor de inrichting van de gemeentelijke aanvraagrol.

Doelstelling

De doelstelling van deze beleidsregels is om de gemeentelijke bevoegdheid tot het aanvragen van elektriciteitstransportcapaciteit voor woningbouwprojecten op een transparante, objectieve en niet-discriminatoire wijze in te richten. De gemeente geeft daarmee uitvoering aan haar taak om te voorzien in voldoende woongelegenheid en onderwijs. Deze taak kan in gebieden met netcongestie niet meer vanzelfsprekend tot uitvoering worden gebracht.

De gemeente heeft via de Systeemcode Elektriciteit 2026 de mogelijkheid om als aanvrager vroeg in het planproces transportcapaciteit te reserveren voor woningbouw. Deze aanvragen hebben gevolgen voor de verdeling van schaarse transportcapaciteit door de netbeheerder. Gelet op de impact op deze schaarsteverdeling is een transparante, objectieve en niet-discriminatoire werkwijze vereist op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. Deze beleidsregels voorzien daarin. De beleidsregels stellen de rangschikkingscriteria vast, beschrijven de aanvraagprocedure en borgen de gelijke behandeling van gemeentelijke en andere projecten.

Verhouding tot andere regelgeving

De beleidsregels zijn vastgesteld op grond van:

  • Artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet: het college is bevoegd tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente te besluiten.

  • Artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht: een bestuursorgaan kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot een hem toekomende bevoegdheid.

  • De artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026: het ACM-prioriteringskader stelt eisen aan de verdeling van transportcapaciteit in congestiegebieden en de gemeentelijke rol.

  • Artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek: een bevoegdheid die iemand krachtens het burgerlijk recht toekomt, mag niet worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven regels van publiek recht. Hieruit vloeit de verplichting voort het gelijkheidsbeginsel in acht te nemen bij privaatrechtelijk handelen.

De beleidsregels vullen het ACM-prioriteringskader aan op het niveau van de gemeente. Daarbij beperken de beleidsregels zich tot de prioriteitsfunctie: woonbehoefte (subfuncties: algemeen en collectieve woonvormen) en onderwijs. Deze beleidsregels hebben geen betrekking op andere functies waarvoor de gemeente gelet op artikel 7.21 en tabel 3 van bijlage 3, van de Systeemcode Elektriciteit 2026 bevoegd is een prioriteringsverzoek in te dienen. Zij bepalen ook niet welke projecten prioriteit krijgen ten opzichte van andere aanvragers bij de netbeheerder, dat is immers de exclusieve bevoegdheid van de netbeheerder op grond van het ACM-prioriteringskader, maar regelen de interne gemeentelijke rangschikking die bepaalt welke verzoeken de gemeente indient en in welke volgorde.

De beleidsregels laten de bevoegdheden op grond van de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Huisvestingswet onverlet. De gemeente kan Omgevingswet-instrumenten, zoals het regionale programma en het omgevingsplan benutten om projecten voor te bereiden op het ACM-prioriteringskader.

VNG-modelbeleidsregels

Bij het opstellen van deze beleidsregels is in basis gebruik gemaakt van de VNG-modelbeleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten van juli 2026. In afwijking van het VNG-model zijn bij diverse artikelen eigen keuzes gemaakt, met name bij artikel 9, welke keuzes beter aansluiten bij de situatie en werkwijze van de gemeente Deventer.

Inspraak

Bij het opstellen van deze beleidsregels is geen inspraakprocedure gevolgd. De aansprakelijkheidsrisico’s voor de gemeente als gevolg van het niet tijdig vaststellen van beleidsregels met betrekking tot de aanvraag van prioriteit voor transportcapaciteit maken dat sprake is van spoedeisend belang bij het vaststellen van deze beleidsregels, waardoor inspraak niet kon worden afgewacht, zie daartoe ook artikel 4 lid 3 sub e van de Participatieverordening gemeente Deventer 2026.

Artikelsgewijs

Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht.

Artikel 2. Toepassingsbereik

Door het toepassingsbereik helder af te baken wordt voorkomen dat deze beleidsregels worden toegepast op situaties waarvoor zij niet zijn geschreven. De gemeente vervult bij de werkwijze ‘Eerder aanvragen’ een intermediaire rol tussen netbeheerder en marktpartijen. Deze intermediaire positie brengt een dubbele rechtsrelatie mee: enerzijds met de netbeheerder als contractspartij voor transportcapaciteit, anderzijds met projectontwikkelaars die aanspraak (wensen te) maken op die capaciteit. Artikel 2 bakent af op welke beslissingen de beleidsregels van toepassing zijn. Het gaat om realisatie van de basisbehoefte woon- en onderwijsbehoefte als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026. In dat kader hanteert de gemeente een volgordelijst, waarop projecten geplaatst worden met het oog op het indienen van een transportverzoek en prioriteringsverzoek bij de netbeheerder. De regels hebben daarmee ook betrekking op de keuze om projecten niet op de volgordelijst te plaatsen.

De gemeente kent binnen haar gemeentegrenzen twee congestiegebieden. Omdat de prioritering door de netbeheerder is gekoppeld aan een congestiegebied is het aan de gemeente om ook per congestiegebied een prioriteringsverzoek in te dienen.

Artikel 3. Doel

De rol die de gemeente heeft op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 betreft het uitoefenen van een privaatrechtelijke rechtshandeling. Het gaat om het contracteren van transportcapaciteit met de netbeheerder. Dit is het sluiten van een overeenkomst.

Algemene beginselen van behoorlijk bestuur

De Hoge Raad heeft in het Didam-I arrest (26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778) bepaald dat overheden bij vervreemding van onroerend goed het gelijkheidsbeginsel in acht moeten nemen en gelijke kansen aan potentiële gegadigden moeten bieden. In het Didam-II arrest (15 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1661) heeft de Hoge Raad deze lijn aangescherpt en de toepassing van de beginselen van behoorlijk bestuur – waaronder zorgvuldigheid, gelijkheid, evenredigheid en motivering – ook buiten de context van gronduitgifte bevestigd. Artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk wetboek bepaalt dat een bevoegdheid krachtens burgerlijk recht niet mag worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven recht.

De gemeente handelt bij het aanvragen van prioriteit en transportcapaciteit privaatrechtelijk, maar is desondanks als bestuursorgaan gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het gelijkheidsbeginsel verplicht de gemeente niet tot een formele aanbesteding, maar wel tot een openbare, transparante procedure met vooraf bekendgemaakte, objectieve en toetsbare criteria. Afwijking is slechts gerechtvaardigd als slechts één gegadigde in aanmerking kan komen (de 'unieke gegadigde'-uitzondering), en dit moet vooraf gemotiveerd en gepubliceerd worden.

Uitwerking

De beleidsregels hebben tot doel uitwerking te geven aan deze plichten en daarmee tot een objectieve, transparante en toetsbare volgordelijst te komen. Zo dragen deze beleidsregels bij aan de realisatie van woningen en scholen in congestiegebieden binnen de kaders waaraan de gemeente moet voldoen.

Artikel 4. Gelijke behandeling projecten

De gelijke behandeling van gemeentelijke en private projecten is een cruciaal element van de Didam-doctrine. Artikel 4 borgt het gelijkheidsbeginsel door expliciet te bepalen dat gemeentelijke projecten niet worden bevoordeeld en dat de gemeente transparant is over de motivering van de rangorde van eigen projecten ten opzichte van projecten van projectontwikkelaars.

Artikel 5. Procedure verzoek opname volgordelijst

Het bieden van een transparante procedure, door vooraf kenbaar te maken wanneer een verzoek kan worden in gediend vormt een belangrijk element van de Didam-doctrine. De beleidsregels voorzien in een transparante procedure, waarbij artikel 5 voorziet in het vooraf kenbaar maken van het proces en de daaraan verbonden tijdvakken.

Door de aanvraagperiode direct te koppelen aan het moment van vaststelling van de beleidsregels door het college en de publicatie daarvan op de website van de gemeente Deventer is voor iedere projectontwikkelaar onmiddellijk duidelijk wanneer een verzoek kan worden ingediend. Formele publicatie in het Gemeenteblad vindt spoedig mogelijk plaats na vaststelling. Door het benoemen van een concrete einddatum kan er ook geen misverstand bestaan over voor welke datum het verzoek moet worden ingediend om in aanmerking te komen voor plaatsing op de volgordelijst op basis waarvan de gemeente het verzoek om prioritering indient bij de netbeheerder.

De gemeente gaat uitsluitend een inspanningsverplichting aan jegens de projectontwikkelaar. Bij een resultaatsverplichting zou de gemeente instaan voor de daadwerkelijke toewijzing van transportcapaciteit, waarbij aansprakelijkheid op grond van wanprestatie open zou staan bij niet levering. Dat is niet mogelijk, nu niet de gemeente, maar de netbeheerder daarover gaat.

Opname op de volgordelijst betekent uitsluitend dat het college zich inspant om het project overeenkomstig deze beleidsregels voor te dragen aan de netbeheerder. De gemeente beslist niet over de verlening van prioritering of de beschikbaarheid van transportcapaciteit. Deze bevoegdheden berusten bij de netbeheerder op grond van de Energiewet en de Systeemcode Elektriciteit 2026.

Artikel 6. Opname op de volgordelijst op verzoek projectontwikkelaar

Een helder aanvraagproces is essentieel voor een rechtmatige uitvoering. Artikel 6 regelt daarom de aanvraagprocedure en bepaalt de informatiestroom tussen de projectontwikkelaar en de gemeente die de basis vormt voor de rangschikking.

Voor de aanvraag van transportcapaciteit en prioritering moeten gemeenten zorgen voor een volledig projectdossier dat kan worden ingediend bij de netbeheerder. Van de projectontwikkelaar die de gemeente verzoekt om een project op de prioriteringslijst te zetten met het oog op het doen van een transportverzoek en prioriteringsverzoek wordt verwacht dat hij daartoe de noodzakelijke en realistische informatie aanlevert. De gemeente stelt met het oog hierop een standaardaanvraagformulier beschikbaar waarin alle vereiste gegevens worden gevraagd. Dit formulier is te vinden op de gemeentelijke website en bevat tevens het in artikel 13 genoemde akkoord met de van toepassing zijnde bepalingen omtrent de rechtsbescherming, zoals geregeld in deze geschillenregeling.

Aanvraag transportcapaciteit

Een volledig projectdossier bevat voor het onderdeel transportcapaciteit ten minste:

  • a.

    naam, contactgegevens (en rechtsvorm) van de gemeente, dan wel naam, contactgegevens en rechtsvorm van de projectontwikkelaar;

  • b.

    omschrijving en locatie van het project, onder vermelding van het type bouw (hoogbouw, laagbouw of een combinatie) en de geografische begrenzing van het projectgebied (bij voorkeur als polygoon);

  • c.

    het verwachte totale aantal en onderverdeling in type woningen;

  • d.

    de verwachte elektrische belasting van het project, omvattende:

    • 1

      het aantal en de grootte (doorlaatwaarde) van de benodigde aansluitingen, uitgesplitst naar wooneenheden, collectieve voorzieningen en onlosmakelijk verbonden activiteiten;

    • 2

      de op planniveau gehanteerde wijze van verwarmen, als meest bepalende factor in de netbelasting;

    • 3

      de gewenste datum van de definitieve aansluitingen, uitgesplitst per projectfase en met een maximale loopduur van tien jaar na datum van indiening.

Aanvragen van prioritering volgens het prioriteringskader

Een volledig projectdossier bevat voor de aanvraag van prioritering (overeenkomstig tabel 4 van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026) de volgende bewijsstukken die per subfunctie als volgt zijn vereist (Voor de letterlijke tekst wordt verwezen naar tabel 4, bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026).

Woningbouw — algemeen:

  • 1.

    Bestuursverklaring (zie artikel 5);

  • 2.

    Overeenkomst gemeente–ontwikkelaar waarin afspraken zijn vastgelegd over de te bouwen woonbehoefte (primair) óf omgevingsplan;

  • 3.

    Optioneel een aanvullende bestuursverklaring (artikel 7.21, vierde lid, van de Systeemcode Elektriciteit 2026) + bewijsstuk bij kleinschalige activiteiten/collectieve voorzieningen.

Woningbouw — collectieve woonvormen:

  • 1.

    Bestuursverklaring (zie artikel 5);

  • 2.

    Overeenkomst gemeente-ontwikkelaar waarin afspraken zijn vastgelegd over de te bouwen collectieve woonvorm (primair) óf omgevingsplan;

Onderwijs – alle categorieën

  • 1.

    Bestuursverklaring (zie artikel 5);

  • 2.

    Integraal Huisvestingsplan IHP of omgevingsplan

Verder is van belang:

  • 1.

    Een verklaring afgegeven door de projectontwikkelaar over de juistheid en volledigheid van de verstrekte gegevens, ondertekend door een bevoegde vertegenwoordiger van de projectontwikkelaar, welke de gemeente vrijwaart voor aansprakelijkheden van onjuiste informatie jegens de netbeheerder;

  • 2.

    Een verklaring afgegeven door de projectontwikkelaar over dat hij instemt met de op de procedure van toepassing zijnde rechtsbescherming (geschillenregeling) en dat hij hierbij expliciet akkoord gaat met de genoemde vervaltermijnen in artikel 13;

  • 3.

    Een verklaring dat het gaat om een inspanningsverplichting van de gemeente tot het aanvragen van prioritering en transportcapaciteit, en nadrukkelijk niet om een resultaatsverplichting;

  • 4.

    Indien voor het project op grond van de Omgevingswet een instructie als bedoeld in artikel 2.33 van de Omgevingswet is gegeven door gedeputeerde staten van de provincie, dan wel het project valt onder instructieregels van de provinciale omgevingsverordening (artikel 2.22 jo. artikel 2.6 van de Omgevingswet), of voor het project een projectbesluit als bedoeld in artikel 5.44 van de Omgevingswet door de provincie is genomen, dient de aanvrager bij het projectdossier aan te tonen dat het project in overeenstemming is met deze provinciale besluiten dan wel dat de vereiste afstemming met of toestemming van gedeputeerde staten heeft plaatsgevonden.

Het projectdossier wordt ingediend via het door de gemeente aangewezen digitale kanaal, te weten de website van de gemeente en het daarop geplaatste webformulier. De gemeente bevestigt de ontvangst van het dossier, zo mogelijk binnen twee werkdagen.

Een verzoek dat onvolledig is wordt niet in behandeling genomen. Het in het verzoek opgenomen project komt dan ook niet op basis van het verzoek in aanmerking voor opname op de volgordelijst. De gemeente stelt de projectontwikkelaar hiervan (per e-mail) in kennis, waarbij ook wordt aangegeven in hoeverre het nog mogelijk is alsnog een volledig verzoek in te dienen. Dit is alleen mogelijk als de in artikel 5, tweede lid genoemde termijn voor het indienen van een verzoek nog niet is verstreken.

Het is niet mogelijk om op basis van een al ingediend verzoek een ander project aan te dragen dan waarvoor het verzoek is gedaan. Daarvoor moet, conform de daarvoor geldende bepalingen, een nieuw verzoek worden ingediend.

Artikel 8. Bestuursverklaring

De bestuursverklaring is het centrale bewijsstuk van het prioriteringsverzoek. Deze stelt de netbeheerder in staat te toetsen of het verzoek daadwerkelijk betrekking heeft op een prioriteitswaardige activiteit en of de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk en reëel is. Zonder deugdelijk ingevulde bestuursverklaring is het verzoek incompleet en zal de netbeheerder de aanvraag afwijzen. De elementen in artikel 8 zijn cumulatief: alle onderdelen moeten zijn opgenomen. De eisen komen overeen met de eisen die zijn opgenomen in artikel 7.21, derde en vierde lid van de Systeemcode Elektriciteit 2026.

De Systeemcode Elektriciteit 2026 stelt dat partijen in de bestuursverklaring moeten onderbouwen dat de gevraagde transportcapaciteit nodig is voor de uitoefening van hun geprioriteerde taken, dat de capaciteit noodzakelijk is om te starten, en dat de activiteit op korte termijn na toekenning zal aanvangen. De elementen uit artikel 8 corresponderen rechtstreeks met deze Systeemcode Elektriciteit 2026-vereisten.

Artikel 9. Rangordebepaling volgordelijst

De prioriteringscriteria vormen de kern van deze beleidsregels. Zij bepalen de volgorde op de volgordelijst en dienen objectief, toetsbaar en redelijk te zijn. Dit zijn de drie eisen die de Didam-jurisprudentie stelt aan selectiecriteria.

Artikel 9 werkt de prioritering uit in twee achtereenvolgende stappen, zo nodig gevolgd door loting (artikel 10). De tweede stap en de loting is uitsluitend van toepassing wanneer de voorgaande stap geen onderscheid oplevert.

Stap 1: Start bouw (jaar en maand) in relatie tot beschikbare bewijsstuk van projectrijpheid

Projecten met een eerder geplande maand van start bouw staan hoger op de volgordelijst dan projecten met een latere start bouw. Het gaat hier niet om een wens, maar om een start bouw die afdoende is onderbouwd met een bewijsstuk van projectrijpheid naast eventuele andere stukken, zoals een vastgestelde planning, subsidiebeschikking/-voorwaarden of anderszins.

Het bewijsstuk van projectrijpheid bepaalt vanaf welke datum een eerst mogelijke datum van start bouw kan worden ingediend. Op deze manier probeert de gemeente aan de voorkant van het proces realisme en onderscheid aan te brengen ten aanzien van de opgegeven datum start bouw. Het feit dat vanaf een bepaald kwartaal de datum start bouw kan worden opgegeven betekent niet automatisch dat die datum voor dat project daadwerkelijk realistisch is. Kleinere of meer eenvoudige projecten kunnen soms sneller starten dan grotere complexe projecten. Het is aan de projectontwikkelaar om de datum start bouw nader te onderbouwen.

De gemeente beoordeelt per geval en op hoofdlijn of de opgegeven datum voldoende aannemelijk is.

Aan de door projectontwikkelaar in dit proces opgegeven datum start bouw kunnen door partijen geen rechten worden ontleend ten aanzien van de verdere voortgang en realisatie van het project.

Stap 2: bij gelijke positie na stap 1

De hiërarchie van de bewijsstukken van projectrijpheid berust op de planologische zekerheid en de privaatrechtelijke binding. Elk bewijsstuk vertegenwoordigt een andere mate van zekerheid over de realisatie van het project.

Een project wordt ingedeeld in de hoogste subcategorie waarvan het de vereiste bewijsstukken kan overleggen. Voldoet een project aan meerdere subcategorieën tegelijk, dan geldt de hoogste. De gemeente motiveert daarmee de indeling per project transparant.

Een bewijsstuk van projectrijpheid met een datum voor 1 juli 2026 verleent geen automatisch recht op transportcapaciteit en levert evenmin een bevoorrechte positie op de volgordelijst op.

Artikel 10. Loting bij gelijke rangordebepaling volgordelijst

Loting als ‘tiebreaker’ is noodzakelijk om te voorkomen dat gelijke gevallen ongelijk worden behandeld. De werkwijze ‘Eerder aanvragen’ brengt een specifiek risico mee: als de selectiecriteria geen onderscheid bieden, kan loting als enige objectieve methode gelden. Loting is een door de rechtspraak erkende en objectieve methode bij gelijkwaardigheid van aanvragen. De openbaarheid van de loting is vereist om de transparantie te waarborgen en geschillen te voorkomen.

De trekking kan digitaal uitgevoerd worden door een onafhankelijk systeem in aanwezigheid van een onafhankelijke getuige. De onafhankelijke getuige hoeft niet een notaris te zijn. De aanwezigheid van een onafhankelijke getuige neemt elke schijn van partijdigheid van de gemeente weg. De uitslag moet vastgelegd worden in een officieel proces-verbaal. Alle deelnemers worden individueel geïnformeerd over de uitslag en krijgen transparantie over hoe het proces is verlopen. Zij worden ook uitgenodigd om de loting (desgewenst) bij te wonen.

Artikel 12. Bekendmaking volgordelijst

De publicatietermijn van de volgordelijst uiterlijk twee weken vóór de datum van indiening door de gemeente is afgestemd op de termijn in de geschillenregeling van artikel 13. Aanvragers hebben tien werkdagen na bekendmaking van de volgordelijst om een geschil aanhangig te maken. De resterende dagen tot indiening bij de netbeheerder bieden de gemeente de benodigde verwerkingstijd om eventuele correcties naar aanleiding van een geschil door te voeren en de definitieve volgordelijst in te dienen.

De volgordelijst wordt vastgesteld door het college. Opname van een project op de volgordelijst vindt uitsluitend plaats nadat het college daarover heeft besloten en de bestuursverklaring heeft vastgesteld. Daarmee wordt geborgd dat uitsluitend projecten worden voorgedragen die voldoen aan de vereisten van de Systeemcode Elektriciteit 2026.

Artikel 13. Geschillenregeling

De vaststelling van de volgordelijst betreft geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, maar een handeling ter voorbereiding van privaatrechtelijk handelen van de gemeente. Om een zorgvuldige, transparante en niet-discriminerende toepassing van deze beleidsregels te waarborgen, biedt dit artikel projectontwikkelaars de mogelijkheid een geschil over de toepassing van deze beleidsregels aan het college voor te leggen. Het college is op grond van artikel 160, eerste lid, onderdeel d, van de Gemeentewet bevoegd te besluiten tot privaatrechtelijke handelingen; de burgemeester vertegenwoordigt de gemeente in en buiten rechte. Deze regeling laat de mogelijkheid om een geschil aan de burgerlijke rechter voor te leggen onverlet.

Artikel 14. Wijziging en intrekking van de volgordepositie

Een volgordepositie wordt toegekend op basis van het projectdossier dat de projectontwikkelaar binnen de gestelde termijn heeft aangeleverd, of het projectdossier waarover de gemeente bij eigen projecten zelf over beschikt. De limitatieve gronden in het eerste lid kunnen rechtvaardigen dat de gemeente de positie herziet. Intrekking of wijziging op andere gronden vindt niet plaats. Relevante wijzigingen zijn wijzigingen die van invloed zijn op de plaatsing op de volgordelijst, zoals het moment van start bouw.

Over de wijziging in rangorde wordt transparant gecommuniceerd en de gemeente probeert dit aantal zo veel mogelijk te beperken. Uiteraard kan wijziging alleen plaatsvinden voor zolang de volgordelijst nog niet is ingediend bij de netbeheerder. Op het moment dat de lijst is ingediend ligt de verdere verantwoordelijkheid bij de netbeheerder en kan die, op grond van de hem toekomende bevoegdheden, naar bevinden handelen. Hier speelt ook mee dat een wijziging die meer transportcapaciteit of een andere locatie vergt, op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 kwalificeert als een nieuw verzoek en daarmee de bestaande prioriteitspositie doet vervallen.

Artikel 15. Indienen verzoek conform volgordelijst

Het indienen van de transportverzoeken en prioriteringsverzoeken bij de netbeheerder vormt het sluitstuk van een zorgvuldige procedure door de gemeente.

De netbeheerder hanteert op grond van artikel 7.22, eerste lid, aanhef en onder b, van de Systeemcode elektriciteit 2026 voor de behandeling van de van gemeenten afkomstige verzoeken de volgorde op basis van volgorde van binnenkomst.