Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR765806
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR765806/1
Beleidsregels woning- en kavelsplitsing en wonen in karakteristieke en monumentale gebouwen 2026
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 28-08-2026
Intitulé
Beleidsregels woning- en kavelsplitsing en wonen in karakteristieke en monumentale gebouwen 20261. Inleiding
1.1 Aanleiding
Er is sprake van krapte op de woningmarkt in heel Nederland. Ook in de gemeente Losser is er een grote vraag naar (betaalbare) woningen. Enerzijds probeert de gemeente Losser door het toevoegen van nieuwbouwwoningen het aanbod aan (betaalbare) woningen te vergroten. Anderzijds zijn er mogelijkheden om de bestaande woningvoorraad beter te benutten. Het instrument woning- en kavelsplitsing kan hier een bijdrage in leveren.
Daarnaast kent de gemeente Losser in het buitengebied een groot aantal karakteristieke en monumentale gebouwen. Dit zijn gebouwen die van waarde zijn en een bepaalde betekenis hebben voor het gebied. Door hier woonfuncties aan toe te kennen wordt bijgedragen aan het behoud van deze karakteristieke en monumentale gebouwen. Daarnaast kan op deze wijze een bijdrage worden geleverd aan de woonopgave.
1.2 Doel van de beleidsregels
Het doel van de beleidsregels is om verzoeken voor woning- en/of kavelsplitsing binnen de dorpen, woningsplitsing in het buitengebied en het toevoegen van (een) woning(en) binnen karakteristieke of monumentale gebouwen in het buitengebied te faciliteren en op een transparante manier te kunnen beoordelen. Het beleid geeft hiervoor richtlijnen.
Het beoogde effect van het beleid is het op een verantwoorde wijze uitbreiden van de woonvoorraad waardoor een bijdrage geleverd kan worden aan de woonopgave. Daarbij is het beleid voor kavel- en woningsplitsing met name gericht op het leveren van een bijdrage aan de realisatie van kleinere en betaalbare woningen, met name voor één- en tweepersoonshuishoudens. Het toestaan van (een) woning(en) in karakteristieke en monumentale gebouwen in het buitengebied is met name gericht op het behoud van waardevolle gebouwen die een bepaalde betekenis hebben voor het gebied. Daarnaast draagt het behoud van deze karakteristieke en monumentale gebouwen ook bij aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied.
1.3 Bestaande kaders
Deze beleidsregels zijn een nadere uitwerking van de Omgevingsvisie Losser en de Woonvisie 2021-2031 en de daarin beschreven ambities en beleid op het gebied van wonen. In deze visies heeft de gemeenteraad bepaalt dat Losser een gemeente is waar het voor jong en oud prettig wonen is. Losser richt zich daarbij op een groei van het inwoneraantal naar 25.000 inwoners. Voor ouderen moet voorzien worden in passende woonruimte maar ook jongeren moeten behouden blijven in de gemeente Losser. Er wordt daarom ingezet op een gevarieerd en kwalitatief goed woningaanbod. Met de voorliggende beleidsregels worden mogelijkheden geboden om in aanvulling op de bestaande instrumenten de woningvoorraad op een verantwoorde manier uit te breiden.
In het geval er nieuw beleid of een volkshuisvestingsprogramma wordt vastgesteld, zal dit nieuwe beleid en/of programma het uitgangspunt vormen voor dit beleid.
1.4 Werkingsgebied
Deze beleidsregels zijn van toepassing op aanvragen voor woning- en kavelsplitsing binnen de kernen van de gemeente Losser (Beuningen, De Lutte, Glane, Losser en Overdinkel) en woningsplitsing in het buitengebied. Tevens zijn deze beleidsregels van toepassing op aanvragen voor splitsing van een karakteristiek of monumentaal hoofdgebouw in meerdere woningen of het toevoegen van woningen in karakteristieke of monumentale schuren in het buitengebied van de gemeente Losser.
1.5 Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de richtlijnen. In hoofdstuk 3 staat beschreven welke indieningsvereisten er gelden bij een aanvraag. Hoofdstuk 4 beschrijft de procedure afwijken omgevingsplan en in hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de juridische status. Hoofdstuk 6 omvat de begrippenlijst. Ten slotte staan in hoofdstuk 7 de bijbehorende bijlagen.
2. Richtlijnen
2.1 Woningsplitsing in de bebouwde kom van de kernen
Voor woningsplitsing in de bebouwde kom van de kernen gelden de volgende richtlijnen:
- 1.
Het te splitsen gebouw is een vrijstaande woning, twee-onder-één-kapwoning, een rijwoning of appartement, niet zijnde een bedrijfswoning of recreatiewoning;
- 2.
De woning als bedoeld in het eerste lid dient het hoofdgebouw te zijn;
- 3.
Na splitsing bestaat iedere woning uit een zelfstandige woonruimte met een minimale bruto-vloeroppervlakte van 50 m²;
- 4.
Er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen erf. De gemeente beoordeelt per aanvraag de gewenste benodigde parkeergelegenheid;
- 5.
Er wordt gebruik gemaakt van de bestaande in- en uitrit. Wanneer een extra in- en uitrit voor de nieuwe woning wenselijk is kan maatwerk worden toegepast;
- 6.
Er wordt voldaan aan de gemeentelijke voorwaarden wat betreft (het aanbieden van) vuil- en regenwater;
- 7.
De woningsplitsing leidt niet tot onevenredige afbreuk van de ruimtelijke kwaliteit, de stedenbouwkundige kwaliteit, de verkeerssituatie en de cultuurhistorische waarden;
- 8.
De splitsing veroorzaakt geen onevenredige negatieve gevolgen voor de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden en ter plaatse van de nieuwe woning is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat;
- 9.
De bouwregels voor de functie ‘wonen’ zoals opgenomen in het geldend omgevingsplan zijn het uitgangspunt voor de nieuwe woning. Eventueel kan hierbij maatwerk worden toegepast;
- 10.
Na woningsplitsing dient tenminste 50% van het bouwperceel onbebouwd en onverhard te blijven of zijn maatregelen mogelijk die een vergelijkbaar resultaat opleveren.
- 11.
De toevoeging van extra woningen past kwantitatief en kwalitatief binnen de actuele gemeentelijke Woonvisie met daarbij behorend woningbouwprogramma.
|
Toelichting op de richtlijnen
|
2.2 Kavelsplitsing in de bebouwde kom van de kernen
Voor kavelsplitsing in de bebouwde kom van de kernen gelden de volgende richtlijnen:
- 1.
Het perceel waar de aanvraag betrekking op heeft moet op basis van het geldend omgevingsplan een woonfunctie hebben;
- 2.
Het splitsen van de kavel is vanuit stedenbouwkundig perspectief positief te verantwoorden;
- 3.
De ontwikkeling dient te voldoen aan de criteria voor het uiterlijk van bouwwerken uit de Welstandsnota Losser;
- 4.
Er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen erf. De gemeente beoordeelt per aanvraag de gewenste benodigde parkeergelegenheid;
- 5.
Er wordt gebruik gemaakt van de bestaande in- en uitrit. Wanneer een extra in- en uitrit voor de nieuwe woning wenselijk is kan maatwerk worden toegepast;
- 6.
Er wordt voldaan aan de gemeentelijke voorwaarden wat betreft (het aanbieden van) vuil- en regenwater;
- 7.
De kavelsplitsing leidt niet tot onevenredige afbreuk van de ruimtelijke kwaliteit, de stedenbouwkundige kwaliteit, de verkeerssituatie en de cultuurhistorische waarden;
- 8.
De kavelsplitsing veroorzaakt geen onevenredige negatieve gevolgen voor de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden en ter plaatse van de nieuwe woning is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat;
- 9.
Bestaande groenelementen en houtopstanden blijven behouden of worden, bij gebrek aan alternatief, in ruim voldoende mate gecompenseerd;
- 10.
De bouwregels voor de functie ‘wonen’ zoals opgenomen in het geldend omgevingsplan zijn het uitgangspunt voor de nieuw te bouwen woning. Eventueel kan hierbij maatwerk worden toegepast;
- 11.
Bij kavelsplitsing blijft tenminste 50% van het bouwperceel onbebouwd en onverhard of zijn maatregelen mogelijk die een vergelijkbaar resultaat opleveren;
- 12.
De toevoeging van extra woningen past kwantitatief en kwalitatief binnen de actuele gemeentelijke Woonvisie met daarbij behorend woningbouwprogramma.
|
Toelichting op de richtlijnen
|
2.3 Woningsplitsing van karakteristieke of monumentale hoofdgebouwen in het buitengebied
Voor woningsplitsing in het buitengebied gelden de volgende richtlijnen:
- 1.
Woningsplitsing is alleen toegestaan bij hoofdgebouwen die in de inventarisatie ‘karakteristieke erven en panden in de gemeente Losser’, zoals opgenomen in bijlage 2, als karakteristiek zijn aangemerkt. Voor hoofdgebouwen die niet in deze inventarisatie zijn opgenomen, bepaalt Het Oversticht namens de gemeente Losser of een gebouw wel of niet karakteristiek is. Ook gemeentelijke- en rijksmonumentale hoofdgebouwen in het buitengebied komen in aanmerking voor woningsplitsing;
- 2.
De inhoud van het hoofdgebouw bedraagt ten minste 1.000 m³ en mag in maximaal 3 woningen worden gesplitst. Eventueel kan maatwerk worden toegepast en kunnen meer dan 3 woningen worden toegestaan, bijvoorbeeld in de nabijheid van kernen;
- 3.
Nieuwe woningen krijgen een minimale bruto-vloeroppervlakte van 50 m²;
- 4.
Elke nieuwe woning mag maximaal 50 m² aan bijbehorende bouwwerken bouwen. Indien er al meer dan 250 m² aan bijbehorende bouwwerken op het erf aanwezig is, is de bestaande oppervlakte in eerst instantie het uitgangspunt. Het toevoegen van extra oppervlakte bijbehorende bouwwerken is mogelijk op basis van de Schuur voor Schuur regeling;
- 5.
De karakteristieke of monumentale waarden van het hoofdgebouw moeten behouden blijven;
- 6.
Er moet sprake blijven van één gezamenlijk erf (één-erfgedachte);
- 7.
Er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen erf. De gemeente beoordeelt per aanvraag de gewenste benodigde parkeergelegenheid;
- 8.
Er wordt gebruik gemaakt van de bestaande in- en uitrit. Wanneer een extra in- en uitrit voor de nieuwe woning wenselijk is kan maatwerk worden toegepast;
- 9.
Er wordt voldaan aan de gemeentelijke voorwaarden wat betreft (het aanbieden van) vuil- en regenwater;
- 10.
De splitsing veroorzaakt geen onevenredige negatieve gevolgen voor de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden en ter plaatse van de nieuwe woning is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat;
- 11.
De toevoeging van extra woningen past kwantitatief en kwalitatief binnen het beleid van de gemeentelijke woonvisie met daarbij behorend woningbouwprogramma;
- 12.
Bestaande groenelementen en houtopstanden blijven behouden of worden, bij gebrek aan alternatief, in ruim voldoende mate gecompenseerd;
- 13.
Inpassing op het erf en in het landschap dient op zorgvuldige wijze plaats te vinden. Dit dient aangetoond te worden aan de hand van een inrichtingsplan.
|
Toelichting op de richtlijnen
|
2.4 Wonen in karakteristieke of monumentale schuren in het buitengebied
Voor het realiseren van een woning in een karakteristieke schuur in het buitengebied gelden de volgende richtlijnen:
- 1.
Het realiseren van een woning in een karakteristieke schuur is alleen toegestaan bij schuren die in de inventarisatie ‘karakteristieke erven en panden in de gemeente Losser’, zoals opgenomen in bijlage 2, als karakteristiek zijn aangemerkt. Voor schuren die niet in deze inventarisatie zijn opgenomen, bepaalt Het Oversticht namens de gemeente Losser of een gebouw wel of niet karakteristiek is. Ook gemeentelijke- en rijksmonumentale schuren in het buitengebied komen in aanmerking voor woningsplitsing;
- 2.
De karakteristieke of monumentale schuur moet onderdeel uitmaken van een bestaand erf. Veldschuren of schuren die onderdeel uitmaken van een bedrijfslocatie komen niet in aanmerking voor deze regeling;
- 3.
Er zijn maximaal 2 extra woningen toegestaan per erf in een karakteristieke of monumentale schuur. Eventueel kan maatwerk worden toegepast en kunnen meer dan 2 extra woningen per erf worden toegestaan, bijvoorbeeld in de nabijheid van kernen;
- 4.
Nieuwe woningen krijgen een minimale bruto-vloeroppervlakte van 50 m²;
- 5.
Elke nieuwe woning mag maximaal 50 m² aan bijbehorende bouwwerken bouwen. Indien er al meer dan 250 m² aan bijbehorende bouwwerken op het erf aanwezig is, is de bestaande oppervlakte in eerst instantie het uitgangspunt. Het toevoegen van extra oppervlakte bijbehorende bouwwerken is mogelijk op basis van de Schuur voor Schuur regeling;
- 6.
De karakteristieke of monumentale waarden van de schuur moeten behouden blijven;
- 7.
Er moet sprake blijven van één gezamenlijk erf (één-erfgedachte);
- 8.
Er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen erf. De gemeente beoordeelt per aanvraag de gewenste benodigde parkeergelegenheid;
- 9.
Er wordt gebruik gemaakt van de bestaande in- en uitrit. Wanneer een extra in- en uitrit voor de nieuwe woning wenselijk is kan maatwerk worden toegepast;
- 10.
Er wordt voldaan aan de gemeentelijke voorwaarden wat betreft (het aanbieden van) vuil- en regenwater;
- 11.
Het toevoegen van extra woningen veroorzaakt geen onevenredige negatieve gevolgen voor de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden en ter plaatse van de nieuwe woning is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat;
- 12.
De toevoeging van extra woningen past kwantitatief en kwalitatief binnen het beleid van de gemeentelijke woonvisie met daarbij behorend woningbouwprogramma;
- 13.
Bestaande groenelementen en houtopstanden blijven behouden of worden, bij gebrek aan alternatief, in ruim voldoende mate gecompenseerd;
- 14.
Inpassing op het erf en in het landschap dient op zorgvuldige wijze plaats te vinden. Dit dient aangetoond te worden aan de hand van een inrichtingsplan.
|
Toelichting op de richtlijnen
|
2.5 Woningsplitsing in het buitengebied
Voor woningsplitsing in het buitengebied gelden de volgende richtlijnen:
- 1.
Het te splitsen gebouw is een woning, niet zijnde een bedrijfswoning of recreatiewoning;
- 2.
Na splitsing ontstaat in principe één extra woning;
- 3.
De woning als bedoeld in het eerste lid dient het hoofdgebouw te zijn;
- 4.
Na splitsing bestaat iedere woning uit een zelfstandige woonruimte met een minimale bruto-vloeroppervlakte van 50 m²;
- 5.
Een nieuwe woning mag maximaal 50 m² aan bijbehorende bouwwerken bouwen. Indien er al meer dan 250 m² aan bijbehorende bouwwerken op het erf aanwezig is, is de bestaande oppervlakte in eerst instantie het uitgangspunt. Het toevoegen van extra oppervlakte bijbehorende bouwwerken is uitsluitend mogelijk op basis van de Schuur voor Schuur regeling;
- 6.
Er moet sprake blijven van één gezamenlijk erf (één-erfgedachte);
- 7.
Er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen erf. De gemeente beoordeelt per aanvraag de gewenste benodigde parkeergelegenheid;
- 8.
Er wordt gebruik gemaakt van de bestaande in- en uitrit. Wanneer een extra in- en uitrit voor de nieuwe woning noodzakelijk is kan maatwerk worden toegepast;
- 9.
Er wordt voldaan aan de gemeentelijke voorwaarden wat betreft (het aanbieden van) vuil- en regenwater;
- 10.
De woningsplitsing leidt niet tot onevenredige afbreuk van de ruimtelijke kwaliteit, de stedenbouwkundige kwaliteit, de verkeerssituatie en de cultuurhistorische waarden;
- 11.
De splitsing veroorzaakt geen onevenredige negatieve gevolgen voor de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden en ter plaatse van de nieuwe woning is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat;
- 12.
De bouwregels voor het bestaande hoofdgebouw zoals opgenomen in het geldend omgevingsplan zijn het uitgangspunt voor splitsing. Een grotere inhoud van het hoofdgebouw dan het omgevingsplan toestaat, is mogelijk op basis van de regeling Schuren voor uitbreiding woningen;
- 13.
Na woningsplitsing dient tenminste 50% van het bouwperceel onbebouwd en onverhard te blijven of zijn maatregelen mogelijk die een vergelijkbaar resultaat opleveren.
- 14.
De toevoeging van een extra woning past kwantitatief en kwalitatief binnen de actuele gemeentelijke Woonvisie met daarbij behorend woningbouwprogramma;
- 15.
Inpassing op het erf en in het landschap dient op zorgvuldige wijze plaats te vinden. Dit dient aangetoond te worden aan de hand van een inrichtingsplan.
|
Toelichting op de richtlijnen
|
3. Indieningsvereisten
Een verzoek bevat in ieder geval de volgende informatie:
- 1.
bewijs van eigendom of bewijs dat de aanvrager gerechtigd/gemachtigd is;
- 2.
plattegronden en gevelaanzichten (op schaal) van de bestaande en nieuwe situatie met gebruiksfuncties;
- 3.
een inrichtingsplan op schaal waarbij inzichtelijk wordt gemaakt op welke wijze het erf in de nieuwe situatie wordt ingedeeld waarbij in ieder geval de volgende zaken worden weergegeven:
- a)
de erfindeling/kavelgrenzen (indien van toepassing recht van overpad);
- b)
situering van de bijbehorende bouwwerken;
- c)
situering van de parkeerplaatsen;
- d)
in- en uitrit en bij de wens voor een extra uitrit een motivatie van de noodzaak hiervoor;
- e)
afvoer van vuil- en hemelwater;
- f)
in het buitengebied wordt ook een landschappelijk inpassingsplan gevraagd.
- a)
- 4.
ruimtelijke motivering waarin op alle richtlijnen uit deze beleidsregels wordt ingegaan en, indien van toepassing, onderbouwd met onderzoeken of rapporten van deskundigen (bijvoorbeeld geluid, natuur, parkeren);
- 5.
een verslag waaruit blijkt dat er geparticipeerd is met de buurt. Meer informatie over de juiste aanpak van participatie staat in de Handreiking participatie 2024 (zie: https://www.losser.nl/betrek-de-buurt-bij-uw-bouwplan-of-initiatief).
4. Procedure afwijken omgevingsplan
4.1 Planproces
Om een woning- of kavelsplitsing of het wonen in een karakteristiek of monumentaal gebouw mogelijk te maken, moet worden afgeweken van het geldende omgevingsplan. De gemeente Losser wil initiatiefnemers faciliteren zo efficiënt mogelijk het planproces hiervoor te doorlopen. Hiervoor dienen daarom de volgende stappen te worden doorlopen:
- 1.
Voorgesprek met de gemeente (optioneel)
Een voorgesprek is een laagdrempelige manier om uw plannen voor te leggen aan de gemeente. In het gesprek kan de gemeente u inzicht geven in de haalbaarheid van uw plannen en de te volgen procedure.
- 2.
Indienen van een vooroverlegplan
Het indienen van een vooroverlegplan kan via het omgevingsloket (https://omgevingswet.overheid.nl/aanvragen). Dit kan door een aanvraag in te dienen als conceptverzoek.
- 3.
Indienen aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)
Bij een positieve beoordeling van het vooroverlegplan kunt u een definitieve aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit indienen (afgekort BOPA). Meer informatie hierover staat op de website: https://www.losser.nl/afwijken-van-omgevingsplan.
4.2 Gemeentelijk kwaliteitsteam
Plannen voor woning- en kavelsplitsing of het wonen in een karakteristiek of monumentaal gebouw worden door de gemeente voor advies voorgelegd aan het gemeentelijk kwaliteitsteam. Een positief advies van het gemeentelijk kwaliteitsteam op het plan is een voorwaarde om medewerking te kunnen verlenen.
5. Juridische status
5.1 Algemeen
Het beleid heeft de status van beleidsregels in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Dit betekent dat er gehandeld wordt overeenkomstig het gestelde in dit beleid. Dit is bepaald in artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht.
5.2 Afwijkingsbevoegdheid
Bij de toepassing van dit beleid zijn ‘maatwerk’ en flexibiliteit’ leidende principes. Past een ontwikkeling niet direct binnen de beleidsregels, dan kijken we toch of er redenen zijn om het plan mogelijk te maken. We hanteren hiermee de “ja, mits” benadering en willen ruimte bieden aan lokaal maatwerk als dit bijdraagt aan de doelstelling van het beleid. Om deze reden is het mogelijk om af te wijken van deze beleidsregels. Bij een afwijking van de beleidsregels zal uitdrukkelijk gemotiveerd moeten worden waarom wordt afgeweken.
5.3 Inwerkingtreding
De beleidsregels treden in werking op de dag volgend op die van de bekendmaking. De “Beleidsregels woning- en kavelsplitsing en wonen in karakteristieke en monumentale gebouwen gemeente Losser”, vastgesteld op 9 september 2025, wordt hiermee ingetrokken.
5.4 Citeertitel
De beleidsregels worden aangehaald onder de titel “Beleidsregels woning- en kavelsplitsing en wonen in karakteristieke en monumentale gebouwen 2026”.
6. Begrippenlijst
Bebouwde kom
Het gebied binnen de komgrens zoals aangegeven op de kaarten in de bijlage 1, dan wel de nieuwe komgrens als gevolg van uitbreiding van het dorp.
Bestaand
- 1.
het gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het omgevingsplan - waaronder tevens wordt verstaan het omgevingsplan van rechtswege - aanwezig is en/of bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een bouwvergunning of omgevingsvergunning;
- 2.
het onder 1 bedoelde geldt niet voor zover sprake was van strijd met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder mede begrepen het overgangsrecht van het bestemmingsplan, of een andere planologische toestemming.
Bijbehorend bouwwerk
Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.
Bouwperceel
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
Buitengebied
Het gebied buiten de bebouwde kom.
Bruto-vloeroppervlakte
Bruto-vloeroppervlakte als bedoeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Geldend omgevingsplan
Het omgevingsplan dat ter plaatse geldt op het moment van inwerkingtreding van deze beleidsregel.
Gemeentelijk kwaliteitsteam
Een team gevormd door de stadsbouwmeester, een stedenbouwkundige en indien nodig een landschaps- en/of groendeskundige.
Hoofdgebouw
Een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmeting, dan wel gelet op de bestemming, als het belangrijkste gebouw valt aan te merken.
Huishouden
Een zelfstandig dan wel samenwonend persoon of personen die binnen een complex van ruimten gebruik maken van dezelfde voorzieningen, zoals keuken, sanitaire voorzieningen en entree, waarbij sprake is van onderlinge duurzame verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, zulks met inbegrip van familiaire verbanden.
Karakteristieke gebouwen
Gebouwen die geen monument zijn maar wel positief bijdragen aan de bijzondere (bebouwings-) kenmerken van de plek, bijvoorbeeld door de situering, de bouwmassa, gevelcompositie en/of de bouwstijl, en waarvan de uitstraling om die reden het behouden waard is.
Kavelsplitsing
Het binnen het bouwperceel in aanvulling op de al bestaande woning realiseren van één of meer woningen, inclusief bij die nieuwe woningen horende grond (zoals een tuin).
Monumentale gebouwen
Gebouwen die zijn aangewezen als Rijks- of gemeentelijk monument.
Schuur voor Schuur regeling
De regeling Schuren voor Schuren uit de gemeentelijke beleidsnotitie Buitengebied met ruimtelijke kwaliteit.
Veldschuur
Een geheel buiten bouwvlakken/bouwpercelen staande schuur, die wordt of werd gebruikt voor het stallen of het melken van vee, dan wel de opslag van landbouwproducten of agrarische werktuigen, de opslag van overige goederen en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebruik.
Vrijstaande woning
Een woning zonder gemeenschappelijke wand met een andere woning.
Woningsplitsing
Het bouwkundig en/of functioneel splitsen van één woning in twee of meer woningen die zelfstandig en permanent bewoond kunnen worden door een afzonderlijk huishouden.
Zelfstandige woonruimte
Een woning met een eigen toegangsdeur, een toilet, een badkamer, woonkamer, slaapkamer en een keuken waarin complete maaltijden zijn te bereiden.
7. Bijlagen
In bijlage 1 zijn de komgrenzen van de kernen Beuningen, De Lutte, Glane, Losser en Overdinkel opgenomen. Binnen de kernen zijn de richtlijnen uit paragraaf 2.1 en 2.2 van toepassing. In het buitengebied, buiten de kernen, zijn de richtlijnen uit paragraaf 2.3, 2.4 en 2.5 van toepassing.
In bijlage 2 is de inventarisatie ‘karakteristieke erven en panden in de gemeente Losser’ opgenomen.
Ondertekening
Bijlage 1 Komgrenzen
Bijlage 2 Inventarisatie karakteristieke erven en panden in de gemeente Losser
Tevens in te zien via deze link: Inventarisatie karakteristieke erven en panden
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl