Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR765771
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR765771/1
Uitvoeringsplan gladheidsbestrijding 2026-2031
Geldend van 25-08-2026 t/m heden
Intitulé
Uitvoeringsplan gladheidsbestrijding 2026-20311. Inleiding
De gemeente heeft als wegbeheerder op grond van de Wegenwet de zorg voor een goede en veilige staat van de wegen. Sneeuw, ijzel en overige vormen van gladheid vormen in de winterperiode een bedreiging voor de veiligheid van de weggebruiker. De gemeente is verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen ter bestrijding van gladheid op wegen, die bij haar in beheer en onderhoud zijn.
Het is uit oogpunt van deze zorgplicht noodzakelijk eenduidige en duidelijke afspraken te maken over de gladheidsbestrijding en deze afspraken vast te leggen. Dit uitvoeringsplan geeft een beschrijving van de organisatie van de gladheidsbestrijding voor de periode tot en met 2026. Het uitvoeringsplan inclusief de strooiroutes wordt jaarlijks geëvalueerd en zo nodig voor de komende winterperiode (gedeeltelijk) opnieuw vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders.
2. Samengevat
Voor de gladheidsbestrijding hanteren we de navolgende uitgangspunten:
- 1.
De gladheidsbestrijding uitvoeren in overeenstemming met publicatie 270 van CROW. Deze publicatie ‘gladheid: voorspellen, voorkomen, bestrijden’ gaat o.a. in op de diverse vormen van gladheid, de organisatie van de gladheidsbestrijdingsacties en de laatste ontwikkelingen op het gebied van gladheid meldsystemen etc.
- 2.
De veiligheid van het uitvoerende personeel heeft tijdens de uitvoering van de gladheidsbestrijding de hoogste prioriteit.
- 3.
Gladheidsbestrijding vindt in principe plaats van 1 november tot 1 april. Voor de gladheidsbestrijding worden medewerkers van de buitendienst ingezet. Indien de (voorspelde) weersomstandigheden daartoe aanleiding geven kan de periode waarin er medewerkers zijn geconsigneerd eerder ingaan of worden verlengd.
- 4.
Bij gladheidsbestrijding ligt de prioriteit op de hoofdroutes en vervolgens op wijkroutes. Gebouwen met een openbare functie en plaatsen die gevoelig zijn voor het optreden van gladheid, zoals viaducten, bruggen en opritten, worden meegenomen in de strooiacties (aandachtspunten in de strooiroutes).
- 5.
Het 350 meter criterium is passend voor landelijke gemeente, houdt in dat elke bewoner van de gemeente Kaag en Braassem – gerekend vanaf de openbare weg - binnen een afstand van 350 meter een in het kader van de gladheidsbestrijding gestrooide route kan bereiken.
- 6.
Voor de gladheidsbestrijding hanteert de gemeente Kaag en Braassem preventief nat zout strooien (boven het curatief droog strooien). Bij het preventief nat strooien gebruiken we om milieu hygiënische redenen natriumchloride.
- 7.
De locatie Veenderveld 53 te Roelofarendsveen (gemeentewerf) aanhouden als uitvalbasis voor de uitvoering van de gladheidsbestrijding.
- 8.
Voor de strooiroutes te bepalen dat
- a.
De rijroutes van de strooiwagens zijn zodanig samengesteld dat alle hoofdwegen binnen 2 uur en 30 minuten preventief gestrooid zijn
- b.
Doorgaande wegen worden zoveel mogelijk in één keer gestrooid, zodat weggebruikers niet van gestrooide op ongestrooide weggedeelten komen.
- 9.
Om ongehinderd de gladheidsbestrijding op fietspaden uit te kunnen voeren is het noodzakelijk dat obstakels (afzetpalen en overige constructies) verwijderd zijn tijdens de periode van 1 november tot 1 april. Om autoverkeer op de fietspaden te voorkomen wordt deze periode echter zo kort mogelijk gehouden. Als de weersomstandigheden het toelaten zal het weghalen/plaatsen van deze obstakels eerder/later dan genoemde periode plaatsvinden. Dit ter beoordeling van de coördinator gladheidsbestrijding.
-
Een besluit tot een aangepaste werkwijze wordt bekend gemaakt via de website en zo mogelijk ook via andere (social) media.
- 10.
De gemeente stelt geen strooizout beschikbaar aan particulieren en bedrijven (hierop zijn een aantal uitzonderingen. Zie § 4.4.
3. Uitgangspunten bij gladheidsbestrijding in Kaag en Braassem
3.1 Arbo
De gladheidsbestrijding vindt vrijwel altijd plaats onder lastige omstandigheden voor het uitvoerend personeel. De kaders voor de inzet en de arbeidsomstandigheden van het personeel zijn vastgelegd in de Arbeidstijdenwet en de Arbowet.
De gladheidsbestrijding valt onder de normen van de Arbeidstijdenbesluit. De reden hiervan is dat voertuigen die worden ingezet voor gladheidsbestrijding te beschouwen zijn als voertuigen die worden ingezet bij (ter voorkoming van) noodsituaties.
De tachograaf valt onder het Arbeidstijdenbesluit Vervoer en is bij gladheidsbestrijding niet verplicht. Een registratie van werk- en rusttijden is voldoende.
De bestuurders van strooiwagens vallen niet onder het per 1 december 1998 ingevoerde Arbeidstijdenbesluit Vervoer. De werkzaamheden (de gladheidsbestrijding met behulp van strooiwagens) vallen niet onder dit besluit.
3.2 Milieuaspecten
Ondanks alle voorzorgsmaatregelen kan een deel van het zoutmengsel dat wordt gebruikt om te strooien in de bermen terechtkomen. De beplanting in de bermen kan daardoor worden aangetast. Vooral bomen en heesters hebben te lijden van strooizout. Bij aanplant die vlak langs de wegen staat tot ongeveer de eerste meter in de berm, is de kans op schade het grootst. Het effect van strooizout op oppervlaktewater is beperkt. In een publicatie van het hoogheemraadschap van Rijnland in maart 2010 werd aangegeven dat het strooizout normaliter wegspoelt en verdunt als gevolg van regenval in het voorjaar. Het kan misschien op bepaalde plaatsen tot ophoging en verzilting leiden, maar dat zal slechts van tijdelijke aard zijn.
Bij droog curatief strooien komt er door verwaaiing meer zout in de berm terecht. Bij nat preventief strooien verwaait het zout niet of minder omdat het natte zout aan de weg plakt. Bijkomend voordeel van deze nat zout strooimethode is dat de doseringen kleiner zijn dan bij droog strooien, dus ook kostenbesparend.
3.3 Strooiroutes en prioriteit
Voor het bestrijden van gladheid, excl. het ruimen van sneeuw, gelden er vaste routes.
We prioriteren daarbij als volgt:
- 1.
Route(s) met doorgaande (hoofd)wegen en fietspaden
- 2.
Route(s) woonwijken
- 3.
Inzet strooiploeg tijdens reguliere werkuren
Ad 1) Route(s) met doorgaande (hoofd)wegen en fietspaden
Deze route omvat wegen met een belangrijke verkeersfunctie zoals hoofdwegen, bus route en ontsluitingswegen. Bij optredende gladheid en sneeuwval heeft het berijdbaar houden van deze wegen een eerste prioriteit. Aangezien de fietspaden belangrijk zijn voor woon-werk- en schoolverkeer, heeft ook de bestrijding van gladheid op deze doorgaande fietspaden een hoge prioriteit. De fietspadenroute omvat bijna alle fietspaden in de gemeente die langs hoofdwegen zijn gesitueerd.
Ad 2) Route(s) woonwijken
De woonwijkroute betreft de belangrijkste straten in een woonwijk of dorp. Veelal zijn dit tevens de wegen waar de (openbare) voorzieningen zijn, zoals winkelcentra, zorginstellingen, scholen en de ontsluitingswegen van bedrijventerreinen.
Ad 3) Inzet strooiploeg tijdens reguliere werkuren
Door prioriteitstelling in het reguliere werk van de buitendienst wordt mankracht vrijgemaakt om gladheid te bestrijden. Als er al gestrooid is, worden aanvullende werkzaamheden verricht bijvoorbeeld op trottoirs en voetpaden bij openbare voorzieningen.
3.4 350 meter criterium
Het 350 meter criterium is passend voor landelijke gemeente, houdt in dat elke bewoner van de gemeente Kaag en Braassem – gerekend vanaf de openbare weg - binnen een afstand van 350 meter een in het kader van de gladheidsbestrijding gestrooide route kan bereiken.
Het uitgangspunt m.b.t. het hanteren van het afstand criterium van 350 meter is gebaseerd op de Richtlijnen voor gladheidsbestrijding op wegen binnen de bebouwde kom (CROW publicatie nr. 270). De regeling geeft o.a. richtlijnen voor de termijn waarbinnen de handeling moet zijn voltooid. Het betreft hier richttijden die geen wettelijke status hebben, maar door het ontbreken van wettelijke normen en het breed gedragen karakter van de richtlijnen, krijgen de richtlijnen bij een geschil voor de rechter toch vaak de status van nationale standaard.
3.5 Preventief strooien
Bij preventief strooien wordt de strooiactie veelal uitgevoerd voordat de feitelijke gladheid ontstaat. Bij preventief strooien wordt het wegenzout nat gestrooid, d.w.z. het wegenzout wordt vlak voordat het op de weg wordt gestrooid bevochtigd met water. Om te voorkomen dat het toegevoegde water bevriest in de tank of de leidingen, wordt hierin 20% natriumchloride in opgelost. Nat gestrooid wegenzout kan als smeltmiddel worden gebruikt tot een temperatuur van -10 °C.
Curatieve gladheidsbestrijding houdt in dat er begonnen wordt met strooien van droog zout op het moment dat de gladheid inzet. Bij curatief strooien wordt het wegenzout droog op het wegdek gestrooid en wordt de werking van het zout veroorzaakt door het hygroscopische eigenschappen van zout. Bij een droog wegdek en droge lucht is de werking dan ook niet optimaal. Voor het bestrijden van gladheid op voetgangersbruggen en –tunnels en voor de bestrijding van gladheid door sneeuwval wordt de droog strooimethode gebruikt.
Preventief strooien is van belang om de optredende gladheid voor te kunnen zijn.
Met preventief strooien kan de gemeente een goede bestrijding van de gladheid beter waarborgen. De gemeente Kaag en Braassem verkiest in voorkomende situaties het preventief strooien.
Preventief strooien heeft voordelen ten opzichte van curatief strooien:
- •
gladheid wordt veelal voorkómen in plaats van bestreden
- •
een snellere, directere en betere werking van het natte zout
- •
er is minder verwaaiing waardoor er een beter strooipatroon ontstaat
- •
er zijn hogere rijsnelheden mogelijk tijdens het strooien
- •
het is veiliger voor het eigen personeel
- •
de planning van de werkzaamheden is beter te sturen, waardoor het verrichten in nachtelijke uren tot een minimum kan worden teruggebracht
Nadeel van preventief strooien is dat wanneer bij een weersvoorspelling de gladheid niet, anders of later intreedt dan verwacht, er al tot strooien is overgegaan. ‘Achteraf bezien’ had dan niet of minder intensief gestrooid kunnen worden.
4. Organisatie
4.1 Uitvalbasis gladheidsbestrijding
Uitvalbasis voor de uitvoering van de gladheidsbestrijding is de gemeentewerf (Veenderveld 53) te Roelofarendsveen. De strooiroutes zijn vanaf dit punt opgesteld.
4.2 Veiligheid en arbeidsomstandigheden
Per strooiwagen wordt gereden met één chauffeur. De bediening van de strooiers is daartoe aanpast. In de cabine is de bediening voor de strooier in de directe nabijheid van de bestuurder geplaatst. Hierdoor is de regelaar onder handbereik te bedienen is voor de chauffeur.
Bij extreme gladheid (veel sneeuw) kunnen om veiligheidsredenen twee medewerkers per voertuig worden ingezet. De ploegwerkzaamheden worden dan vaak gecombineerd met strooien. Hierdoor is bediening van twee panelen nodig en dit kan niet verantwoord met het besturen van de auto worden gecombineerd. De coördinator gladheidsbestrijding beslist of van een dergelijke situatie sprake is.
4.3 Materieel en strooimiddelen
Om milieu hygiënische redenen gebruiken we bij het preventief strooien natriumchloride-oplossing.
Bij (aanzienlijke) sneeuwval worden sneeuwploegen op vier van de zes strooiwagens gemonteerd en worden daarnaast nog eens twee wagens met borstelmachines ingezet om de rijwielpaden te schonen. De combinatie van schuiven, borstelen en droog strooimethode is dan over het algemeen voldoende om gladheid uit oogpunt van verkeersveiligheid in voldoende mate tegen te gaan.
Het materieel wordt preventief onderhouden door het personeel van de buitendienst en éénmalig per jaar door Aebi Schmidt in Alphen aan den Rijn. Uitvoering hiervan vindt plaats voor de aanvang van het winterseizoen (eind september, begin oktober). Door het preventieve onderhoud wordt de kans op storing geminimaliseerd.
Op het terrein van de gemeentewerf is een zoutloods aanwezig voor de opslag van wegenzout. Eveneens is ten behoeve van het nat strooien een voorraadtank aanwezig voor de opslag van NaCl. Voor aanvang van het winterseizoen ligt in de zoutloods Veenderveld circa 350 ton wegenzout opgeslagen en in de voorraadtank circa 10 ton NaCl. De tactisch specialist buitendienst draagt er zorg voor dat tijdens het winterseizoen steeds voldoende wegenzout en NaCi op voorraad is.NaCi wordt op peil gehouden door de aangewezen personeelslid.
De strooiwagens zijn uitgerust met een bedieningspaneel waarmee de strooibreedte en de hoeveelheid zout per m² kunnen worden ingesteld. Indien nodig kan tijdens het strooien de strooibreedte en de hoeveelheid zout per m² handmatig worden aangepast.
De hoeveelheid wegenzout die wordt gestrooid is onder andere afhankelijk om welk soort gladheid de verkeersintensiteit, soort verharding en de ligging (bebouwing, buitengebied, open weilanden, ophoging of verlaging).
Om natriumchloride te gebruiken is voor mengen nodig. Met behulp van een zogenaamde voormenger wordt dat op de gemeentewerf (tevens uitvalsbasis voor uitvoering van de gladheidsbestrijding) gedaan.
4.4 Geen zout verstrekken aan derden
Er wordt geen zout aan derde verstrekt. Bij extreme gladheid kan, voor vertegenwoordigers van maatschappelijke voorzieningen zoals bijvoorbeeld scholen, verzorgingscentra en kerken, een uitzondering gemaakt worden.
4.5 Zoutkisten
In de gemeente zijn op 2 plaatsen zoutkisten geplaatst. De kisten bevinden zich op locaties waar door wegdek, lokale ervaringen en specifieke omstandigheden verraderlijke gladheidsituaties optreden. Deze locaties zijn bij de pont op de kaag en de brug van de witte singel in Roelofarendsveen. De coördinator gladheidsbestrijding draagt zorg voor vulling van de kisten bij aanvang van het strooiseizoen.
4.6 Extreme situaties / noodscenario
Indien zich extreme situaties voordoen kan het noodzakelijk zijn om prioriteiten te stellen ten gunste van de gladheidsbestrijding op hoofdwegen. In een situatie waar de uitvoering zich moet gaan beperkten tot prioriteit 1 neemt de strooi coördinator een besluit daartoe. In extreme situaties kan de strooi coördinator besluiten tot een nader te bepalen afwijkende werkwijze bij de gladheidsbestrijding. Een besluit tot een aangepaste werkwijze dient bekend te worden gemaakt. Dit kan via de website en sociale media om de inwoners zo snel mogelijk te informeren over de bij te stellen verwachtingen en mogelijkheden over het gebruik van de openbare weg.
5. Uitvoering
5.1 Signalering
De signalering om al dan niet gladheid te gaan bestrijden wordt gebaseerd op
- •
De waarnemingen van de coördinator gladheidsbestrijding
- •
De weersvoorspelling en de actuele weerssituatie specifiek voor de gemeente Kaag en Braassem met behulp van DTN.
Ad 1.
De coördinator gladheidsbestrijding is verantwoordelijk voor het activeren van de gladheidsbestrijding. Hij houdt daartoe de weerssituatie in het vizier. Van de coördinator wordt een omgevingsbewustzijn verwacht. Dit betekent dat hij de weersvoorspellingen volgt en met name bij voorspellingen met neerslag ook de actuele situatie beoordeelt.
Ad 2.
De algemene weersvoorspellingen worden voor de gemeente Kaag en Braassem aangevuld met informatie van DTN. DTN stelt een weersverwachting voor de gladheidsbestrijding op specifiek voor de gemeente Kaag en Braassem. Door de meetgegevens uit het Gladheid Meld Systeem (GMS) te combineren met de meteorologische verwachtingen is het mogelijk tot 24 uur vooruit een zeer nauwkeurige wegdekverwachting te maken.
DTN en de coördinator hebben een online verbinding met het GMS. Een meteoroloog interpreteert de gegevens en maakt een prognose van de weersverwachting voor de korte en (iets) lange(re) termijn. Bij alarmerende weersverwachting wordt door DTN rechtstreeks contact opgenomen met de coördinator om deze te voorzien van een strooiadvies.
Het GMS controleert de wegconditie en weersomstandigheden. Daarbij is het systeem in staat onderstaande fysische gegevens te verzamelen en door te melden aan DTN:
- •
luchttemperatuur op 1,5 meter
- •
dauwpunttemperatuur
- •
relatieve luchtvochtigheid
- •
neerslagduur
- •
wegdektemperatuur
- •
geleidbaarheid van wegdek (zoutconcentratie)
Het strooiadvies voor de gemeente Kaag en Braassem is gebaseerd op basis van één gemeentelijk GMS-meetstation. Dit meetstation is geïnstalleerd op de Middenweg in Roelofarendsveen. DTN maakt ook gebruik van de gegevens van de weerstations uit de regio.
5.2 Coördinatie en waarschuwing
De algemene coördinatie van de gladheidsbestrijding is opgedragen aan de tactisch specialist van de buitendienst. Bij de uitvoering van de gladheidsbestrijding zijn drie gladheidcoördinatoren die in wisseldiensten van een week de coördinatie in handen hebben. De coördinatoren vervullen een belangrijke taak bij de signalering van de gladheid. De coördinator neemt het besluit om al of niet te strooien.
De tactisch specialist buitendienst is verantwoordelijk voor:
- •
Het opstellen van een strooirooster van geconsigneerde medewerkers
- •
Aankoop van zout en andere middelen
- •
Het onderhoud en het doen van voorstellen (advies) tot vervanging van strooimaterieel
De coördinators gladheidsbestrijding zijn verantwoordelijk voor:
- •
Onderhouden van contacten met DTN en de politie
- •
Bepalen wanneer en waar gestrooid wordt
- •
Bepalen van de toe te passen hoeveelheden strooizout
Wanneer tot actieve gladheidsbestrijding (strooien) wordt besloten alarmeert de coördinator het personeel, politie, DTN. Hij informeert hen daarbij over de heersende en de te verwachten weersomstandigheden, de te strooien zouthoeveelheden en of er gebruik moet worden gemaakt van de sneeuwploeg/sneeuwbezem.
5.3 Uitrukken
Het is van het belang alles in het werk te stellen om de tijd tussen het tijdstip van
het optreden van de gladheid en de daadwerkelijke strooiactie kritisch te bewaken. Juist in
deze fase is de meeste tijdwinst te behalen die direct ten goede komt aan de berijdbaarheid
van de weg en dus aan de veiligheid van de weggebruiker.
Bij de uitvoering van de strooiwerkzaamheden geldt
- •
Binnen 30 minuten na alarmering wordt het uitvoeringsplan gladheidsbestrijding in werking gesteld
- •
Een rijroute van een strooiwagen is zodanig samengesteld dat alle wegen en fietspaden van de hoofdroute binnen 2 uur en 30 minuten preventief gestrooid zijn
- •
Er wordt uit oogpunt van veiligheid en ter beperking van verkeershinder zo veel mogelijk gestrooid op de tijden van 19.30 tot 22.00 uur en 04.00 tot 07.00 uur
- •
De berijdbaarheid van de weg bepaalt de werksnelheid van de voertuigen en dus de duur van de strooiactie
Voor het sneeuwploegen geldt daarnaast:
- •
Bij het ploegen mag de weg geploegde sneeuw niet op een naastgelegen rijbaan terechtkomen
- •
Bij elke ploegbeurt is het advies 15-20 gram zout per m² te strooien om te voorkomen dat de resterende of nieuwe sneeuw vast gaat zitten aan het wegdek
Tijdens sneeuwval wordt gedurende het gehele etmaal bereikbaarheid nagestreefd.
Met het ruimen van sneeuw streven we naar een redelijke verkeersafwikkeling mogelijk te laten zijn tussen 06.00 uur en 22.00 uur. Fietspaden worden gelijk met de wegen zo optimaal mogelijk geruimd.
De chauffeur van de strooiwagen moet overleg hebben met de coördinator in de volgende situaties :
- •
Aanvang van de strooiactie
- •
Het onderbreken van de strooiroute
- •
Mankementen en storingen
- •
Het tussentijds beëindigen van de strooiroute
- •
Verslechterende werk- en/of weersomstandigheden
5.4 Effectiviteit en aanpassingen strooiactie
De effectiviteit van de gladheidsbestrijding vindt plaats tijdens en na het strooien door de signaleerde functie van de medewerkers zelf. Indien er, ter beoordeling van de medewerkers, nader overleg met de coördinator moet zijn over de effectiviteit van de strooiactie dan kan de coördinator besluiten voor een tweede maal te strooien of aanpassingen te doen in de strooiactie.
5.5 Rapportage
De rapportage wordt gedaan in het logboek van DTN.
- •
in het logboek worden alle relevante gegevens opgenomen tijdstip uitruk en terugkomst van strooiers, de hoeveelheid strooizout die gestrooid wordt en de dienstdoende strooi coördinator.
De rapportages kunnen samen met de gegevens van het GMS-systeem een belangrijke rol spelen bij een eventuele aansprakelijkheidsstelling.
Na het strooiseizoen vindt een evaluatieoverleg plaats met alle (interne) betrokkenen bij de gladheidsbestrijding. Van deze evaluatie wordt een verslag gemaakt en verbeterpunten worden in het nieuwe strooiseizoen meegenomen
5.6 Samenwerking met buurgemeentes
De strooiroutes van onze gemeente zijn zoveel mogelijk afgestemd op de strooiroutes van de ons omringende gemeentes zodat inwoners niet geconfronteerd worden met weggedeeltes die ‘overgeslagen’ worden.
6. Strooiroutes
6.1 Samenstelling routes
De lengten, de rijtijden aangevuld met ervaringsinformatie van het personeel, hebben geleid tot het bepalen van de huidige (zes) strooiroutes.
6.2 Routes en prioritering
De te berijden wegen worden in de reguliere strooiroutes weergegeven. Reguliere strooiroutes betreft uitvoering van gladheidsbestrijding volgens prioriteit 1 en 2 tezamen.
De routes worden voor de aanvang van een nieuw winterseizoen bekeken en zo nodig aan veranderde omstandigheden aangepast. De straten waar gestrooid wordt zijn voor iedereen in te zien via de website van de gemeente.
6.3 Handelingen bij (extreme) sneeuwval
Extreme sneeuwval heeft gevolgen voor de werkwijze en voor de routes waarop de gladheidsbestrijding plaats heeft. De gladheidcoördinator beslist of en op welk moment deze werkwijze in werking gaat. Hij doet hiervan melding het aan KCC. Tevens wordt de wijziging bekend gemaakt via de website en social media van de gemeente.
De werkwijze bij extreme sneeuwval betekent dat er met vier wagens met een sneeuwploeg wordt uitgerukt. Per auto worden twee personeelsleden ingezet wegens de vele handelingen die tegelijkertijd in de aansturing moeten worden verricht. Naast het besturen van het voertuig wordt de bediening voor de schuif en evt. strooier gedaan.
Daarnaast worden er twee wagens ingezet met een sneeuwborstel. Deze wagens begeven zich op de fietspaden en rotondes. Voor de bediening wordt één personeelslid ingezet omdat de rolbezem tijdens de werkzaamheden niet verder bediend hoeft te worden en er sprake is van lage snelheden.
Borstelen en schuiven start bij de eerste sneeuwval om te voorkomen dat de sneeuw wordt vast gereden. Als de sneeuw is vast gereden is het niet meer mogelijk te borstelen, waardoor het schuiven wordt bemoeilijkt.
Sneeuwschuiven wordt niet in alle straten gedaan omdat door het gebruik van schuivers de sneeuw ergens naar toe moet worden geschoven. Schuiven kan dan leiden tot het afsluiten van bijvoorbeeld parkeervakken en zijstraten. Daarnaast kan de combinatie strooier/sneeuwploeg i.v.m. de lengte en door geparkeerde auto’s in veel straten niet goed manoeuvreren.
De uitvoerende werkzaamheden om de sneeuwroute sneeuwvrij te maken worden beïnvloed door de weersomstandigheden, het tijdstip en de intensiteit van de sneeuw. Uit de praktijk blijkt dat niet altijd alle routes kunnen worden gestrooid. Bij extreme sneeuw worden alleen de hoofdwegen gedaan, om er voor te zorgen dat deze toegankelijk blijven.
De sneeuwploeg richt zich eerst op de hoofdstructuur van het wegennet en zal daarna afhankelijk van de tijd en mogelijkheden op andere delen van de route uitvoeren. Het bepalen van een sneeuwroute geeft aan waar de gemeente voornemens is sneeuw te ruimen en bepaalt niet dat er onder alle omstandigheden sneeuw wordt geruimd.
Er zijn afspraken gemaakt met Gebr. van der Poel over het assisteren bij extreme sneeuwval.
Tegen een kleine vergoeding is de gemeente verzekerd dat van der Poel met divers materieel 24/7 voor ons klaarstaat en waar nodig ons kan assisteren.
7. Personeel
7.1 Inzet personeel; piket- en consignatierooster
In de periode van gladheid wordt de beschikbaarheid gegarandeerd aan de hand van het piket- en consignatierooster. Consignatie wil zeggen dat de medewerker binnen en buiten werktijd direct oproepbaar en inzetbaar moet zijn. Het rooster vangt aan per 1 november en loopt tot 1 april. Is er eerder dan 1 november sprake van gladheid dan treedt het plan vanaf de eerste strooiactie in werking. Duidt de weersinformatie tegen 1 april op aanhoudende gladheid, dan blijft het in werking totdat het lange termijn weerbericht gladheid uitsluit. Indien de dienstdoende coördinator de opdracht geeft dat de gladheid moet worden bestreden, zullen de medewerkers telefonisch worden opgeroepen volgens het oproepschema. Kaag en Braassem heeft een winterpiketdienst bepaald om 7 dagen per week, 24 uur per dag de gladheid te bestrijden.
Voor de gladheidsbestrijding worden in principe alle medewerkers van de buitendienst ingezet. Buiten de vastgestelde strooiroutes en binnen de reguliere werktijden wordt de dienstverlening naar de burgers vergroot door ook de gladheid te bestrijden bij bushaltes, etc. Deze (handmatige) werkzaamheden worden uitgevoerd indien voldoende personeel aanwezig is. Bij deze werkzaamheden wordt het eigen personeel aangevuld door medewerkers van de Rijnvicus.
de Arbeidstijdenwet geldt als kader voor de consignatieroosters voor het personeel, en de daadwerkelijke inzet van personeel bij de uitvoering van de gladheidsbestrijding.
7.2 Instructie personeel
Vóór elk nieuw winterseizoen wordt het uitvoeringsplan besproken en de procedure met de medewerkers doorlopen. Tijdens deze instructie dag wordt geoefend met het materieel en worden de routes nagereden. De belangrijkste zaken die tijdens deze ‘opfris dag’ aan de orde komen zijn:
- •
Het omgaan met dooimiddelen
- •
Controle van doseerinstellingen
- •
Het bedienen van en werken met materieel voor de gladheidsbestrijding
- •
Onveilige situaties tijdens strooien (gladheid tijdens strooien en woon-werkverkeer)
- •
Informatie en communicatie
Het materieel voor de gladheidsbestrijding moet conform de Arbowetgeving zijn voorzien van CE markering en een bijbehorende EG-verklaring en jaarlijks worden gekeurd.
Tevens wordt de risicoanalyse besproken voor de werkzaamheden tijdens de uitvoering. Het personeel wordt o.a. geïnstrueerd op de navolgende punten:
- •
Medewerkers zijn verplicht om (bij het verlaten van het voertuig) de vereiste reflecterende veiligheidskleding en de persoonlijke beschermingsmiddelen (pbm’s) te dragen
- •
De situaties tijdens strooiwerkzaamheden (zoals gladheid tijdens strooien en woon-werkverkeer)
7.3 Opleiding
Bij de uitvoering van de gladheidsbestrijding staat de veiligheid voorop. Het is dan ook belangrijk dat het personeel adequaat is opgeleid en een cursus gladheidsbestrijding heeft gevolgd. In het opleidingsplan van de buitendienst komt deze cursus terug.
De betrokken medewerkers (zowel op coördinerend als op uitvoerend niveau) worden regelmatig bijgeschoold om het kennisniveau te onderhouden.
8. Communicatie en meldingenregistratie
8.1 Externe communicatie
Permanent te raadplegen informatie die laagdrempelig bereikbaar en beschikbaar is voor iedereen draagt bij aan duidelijkheid over de verwachtingen over de gladheidsbestrijding. Daarbij draagt deze informatievoorziening bij aan het terugdringen van het aantal vragen en klachten.
Het meest geschikte communicatiemiddel is de website van de gemeente gebleken. Voor aanvang van het winterseizoen wordt daar informatie geplaatst over:
- •
prioritering van de strooiroutes (hoofdwegen en wijkroutes)
- •
de geldende strooiroutes (straatnamenlijst)
- •
het 350-meter afstandscriterium
- •
contactgegevens om vragen te stellen of klachten in te dienen
- •
inspanningsverplichting
8.2 Interne instructie en communicatie
Om de inwoners volledig en juist te informeren vraagt dit ook inspanning van anderen binnen de organisatie. Door directe communicatie en informatie tussen de uitvoering (coördinator gladheid) en KCC kan de laatste stand van zaken direct worden gecommuniceerd met de melder. Dat betekent concreet dat de coördinator gladheidsbestrijding, binnen reguliere werktijden, melding aan KCC doet over de wijze van gladheidsbestrijding
8.3 Meldingen en meldingenregistratie
Voor meldingen is de gebruikelijke meldingsprocedure KCC of fixi van de gemeente van toepassing.
In uitzonderlijke gevallen worden meldingen direct doorgegeven aan de coördinator gladheidsbestrijding. Buiten kantoortijden is de storingsdienst (calamiteitendienst buitendienst) bereikbaar voor meldingen, die hiervan melding doet aan de dienstdoende gladheidcoördinator.
9.0 Bijlagen
De strooiroutes zijn opgenomen in de bijlage.
Ondertekening
Strooiroutes 1 Leimuiden/Woubrugge
Vrachtwagen CF 21-BNL-5
ROELOFARENDSVEEN
Veenderveld binnenroute Alkemadelaan Turbo rotonde (2 x rond)
Fietspad Oude weteringse brug! (schotel breed zetten zodat fietspad wordt mee gestrooid)
LEIMUIDEN
Burgemeester Bakhuizenlaan
Herenweg richting Kudelstaart
Bilderdammerlaan
Vriezekoop Noord
Overloop/Waaier
Raadhuislaan
Vriezekoop Zuid
Generaal van Merlenweg
Vriezenweg
Heiligegeestlaan
Westerdijk
Herenweg --> Leimuiden
Willem van der Veldenweg
Dorpsstraat
Drechtlaan
Kerklaan (tot einde)
Leeuwerik,
Polderlaan hoogte op Mastweg
Kievit
Beukenlaan
Esdoornlaan
(Oprit) Meerewijck
Grietpolderweg
Noordeinde, gedeeltelijk
Dokter Stapenséastraat t/m stoplicht N207
Kloofpad
Tuinderij (en oprit zwembad)
Brandweergarage Leimuiden incl. P terrein
Herenweg richting Rijnsaterwoude
WOUBRUGGE
Woudsedijk richting Ter Aar (doorrijden tot Langeraar)
Zwetweg
Boddens Hosangweg
Vierambachtsweg
Vanaf Rijnsaterswoude Paralelweg N207 Leimuiden Vriezenweg
Strooiroute 2 Doorgaande wegen West
Vrachtwagen CF 68-BNL-7
ROELOFARENDSVEEN
Veenderveld, hoogte langs gemeentewerf en buitenkant (tegen A4)
Geestweg
Floraweg
Braassemdreef heen en terug
Stationsstraat
Langeweg
OUDE WETERING
Plantage
Veerstraat
Kerkstraat
Bruggestraat
Alkemadelaan
RIJPWETERING
Ripselaan
Koppoellaan
Oud Adeselaan
Leidseweg
Pastoor van der Plaatstraat
Zuidweg
HOOGMADE
Hoogmadeseweg
Noordeinde
Zuideinde
Groenwegh
Kerkstraat
van Klaverweijdeweg
Bospolderweg
Zuidzijdekade
OUD ADE
Blauwmolenweg
Achterwetering
RIJPWETERING
Veenderdijk (1e gedeelte)
Aderweg
ROELOARENDSVEEN
Geestweg
Floraweg
Groenewoudsekade
Zuideinde
Noordeinde
NIEUWE WETERING
Achterweg tot Bovenweg
Molenweg
Korte Oostweg
Bovenweg
ROELOFARENDSVEEN
Lasso Noord (Cilinder-, Pasteur-, Conserven-, Turbine- en Kabelweg)
Lasso Zuid
DOSR parkeerterrein
Strooiroute 3 Leimuiden/Rijnsaterwoude/Woubrugge
IVECO 27-BPD-9
LEIMUIDEN
Oosterweg (oprit)
Fietspad Herenweg
Brug Bilderdam
Fietspad Generaal van Merlenweg
Noordeinde
Dorpsplein rond Supermarkt
Nokweg
Ieplaan (Spant)
IKC Rode fietspad LET OP! met achteruit rijden
Fietspad: Cederplein, Kastanjelaan, Prunusstraat
Acacialaan
Peppelhof (appartementen senioren)
Peppelstraat
Dorpsstraat
Goudenregenstraat
Lijsterbeslaan
RIJNSATERWOUDE
Kerkweg
Woudsedijk Noord
Suyderbon (hoogte) /Meerbon / van Wassenaerlaan
Heren van Acht (hoogte)
IKC Hoogte en kiss en ride
Zonnedauwlaan (hoogte op maximaal)
HOOGMADE Fietspad Zuideinde
WOUBRUGGE
Boddens Hosangweg naar het pont (vanaf Zwetweg)
A de Graaflaan / Vrouwgeestweg
Kerkstraat
Comriekade (1e gedeelte) Bij ijzel helemaal!
Dokter Lothlaan
Schoolstraat (hoogte, desnoods met de hand)
Batehofplein
Gerbrand Swartlaan
van Eeghenstraat
Vingerhoedtstraat
Cornelis Kempenaarlaan
van Hoogstratenlaan
Beatrixplantsoen
Woudsoord (hoogte)
Emmalaan
Witte Klaver
Krabbescheer (gedeeltelijk)
Praam/Schouw/Turfeiker
Bateweg
van Woudeweg
Tuindersweg
Leidse Slootweg
Oudendijkseweg
Ofwegen
Wilgenlaan, Wilgenhof (hoogte)
Vrouwgeestweg
Roelofarendsveen
Veenpolderpad
Strooiroute 4 Roelofarendsveen en Oude Wetering
Iveco M Route M
ROELOFARENDSVEEN
Binnenbocht (tegen fietspad kant) rotonde t”Oog à Braassemdreef
Westeinde en fietsbrug met de hand
Hofland, Gemeentehuis, doorsteek Saffier
Pastoor Onelplein
Narcisstraat
Spoorstraat
Nieuwstraat
Voorstraat helemaal
Stationshof
Sotaweg
Middenweg
Rembrandt van Rijnsingel
Lucas van Leydenlaan
OUDE WETERING
De Baan
Stuk Googermolenweg vanaf De Baan >>OW brug
Bosrank / Dotterbloem
Zonnedauw
Brugopritten Oude Wetering
Noordschans (hoogte)
Schoolhuijsplein (parkeerplaats)
Meerkreuk
Vrijheid
Weteringlaan
van Veenstraat
Burgemeester Peeklaan
Burgemeester Vostersstraat
ROELOFARENDSVEEN
Schoolbaan (en marktterrein) donderdag en vrijdag!
Europaweg
Wilgenstraat incl. Brandweergarage
Essenweg
Dijkstraat
Populierenstraat
Galgekade
Noordkade (brug sluisje met de hand)
Noorderhemweg
Googherweide (tot voordeur)
OUDE WETERING
Saskia van Uylenburchlaan
Schoener
Klipper
Aak
Botter
Grundel
Watergang
ROELOFARENDSVEEN
Korte Goog
Sterrenkroos, Waterlelie
Gerberastraat
Lupinestraat
Chrysantsingel
leliestraat
Noordhoek
Waterryck Noordplein/Zuidplein +brug
Oeverdreef
Aronskelk, Fonteinkruid
Lisdodde, Zegge
Veenpluis
Fietspad à Noordeinde
Strooiroute 5 Kernen en fietsroutes West
IVECO 59-BHF-5 Route F
ROELOFARENDSVEEN
Fietspad van Esso naar tunnel A4/HSL t/m brug (hand) Westeinde Fietspad langs HSL Polderpad
Fietspad van A4 naar de Lasso Zuid
Fietspad op onder Hsl ri. Nieuwe Wetering
Fietspad(brug) naar Voorweg (achteruit insteken)
Fietspad Joop Zoetemelkpad Rijpwetering
RIJPWETERING
Hertogspark (parkeerterrein)
Brandweer Rijpwetering
Blijversweg/Buitenweg
Hertogsweg
H.P. van der Poellaan
Pastoor Kwakmanlaan
Achterdijk
Achterpad 1/2 stoppen bij versmalling
OUD ADE
Leidseweg (fietspad_
Bospad Ghoybos
Tijdelijk fietspad
Zuidzijderweg Fietspad (bruggetje met de hand)
Boekhorsterweg
Zwarteweg
Abdij van Rijnsburglaan
Dirk Thomaszstraat
Vrouw Venneweg
Schoolplein (hoogte)
Kolk/Akkerslootpolder
Blijverpolder
HOOGMADE
Theo Bosmanlaan(hoogte)
Oude Kerkweg/Graaf Willem II laan
Cornelis Spronghplantsoen
Van Alcmaerlaan
Fietspad langs HSL Polderpad
RIJPWETERING
Veenderdijk 2e gedeelte
Pastoor vd Plaatstraat alleen onder de N445
Poeldijk tot einde dan Molenweg ri Nieuwe Wetering
NIEUWE WETERING
Korte Dwarsweg
Lange Dwarsweg
Molenweg
Oostveenweg (brug naar Voorweg)
Strooiroute 6 Fietspaden, Nieuwe Wetering en Kaag
Mitsubishi VT-590-H Route K
ROELOFARENDSVEEN
Fietspad van de Alkemadelaan naar de Braassemdreef ß Noordeinde à en Fransche brug
Saffier, (doorsteek gemhuis) Smaragd en Robijn
Zeekool, Rammenas, Palmkool (ook de brug Meiraap), Mierikswortel, Schorseneren,Het doorstekkie (fietspad naar kerkweg)
Kerkweg denk ook aan rondweg bij Kaskade.
Fietspad naast voetbalkooi (Kaskade/de Kiem)
Arendshorst & P plaats overkant WoningBouwVereniging
Witte Singel, 1ste stuk tot voorbij brug (sluisbrug met de hand)
Spireastraat
Fietspad Nachtegaal laan naar oversteek Alkemadelaan
Fietspad Alkemadelaan
Lasso Zuid, fietspad naar Narcisstraat
Drie rotondes (fietsroute).
Stationsstraat Hemoever (laatste stukje met de hand)
Fietstunneltje Alkemadelaan (Hand)
Sportpad + brug naar Gerberastraat + brug Tweesprong
Centrumoever
Arendsoever
Rietoever
Hemoever (laatste stukje met de hand)
Kikkeroever
OUDE WETERING
Oversteekplaats Watergang / Alkemadelaan
Oversteek naar Schoolhuijsplein + brug + fietspad naar Watergang
Fietspad Watergang naar Poelruit
Trap naar bushalte Bruggestraat
NIEUWE WETERING
Fietspad Molendijk
Stukje Googermolenweg vanaf de baan
Regenboogweg draaien bij rest. tussen Kaag en Braassem
Noordveenweg
Achterweg vanaf de Bovenweg naar Noordveenweg (incl fietspad en brug)
Drie verbindingen tussen Achterweg en Voorweg
Voorweg
KAAG
Julianalaan
Wilheminalaan
Nassaulaan
Irenelaan
Brandweergarage
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl