Referendumverordening Beverwijk 2026

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 25-08-2026

Intitulé

Referendumverordening Beverwijk 2026
  • Bij raadsbesluit 24 oktober 1996 nr. 80/1996 is de verordening op correctief referendum vastgesteld.

  • Deze verordening is gewijzigd bij besluit van 29 oktober 1998, nr. 84/1998

  • Bij raadsbesluit van 22 januari 2004, nr. 2003/5764 is de mogelijkheid tot het houden van een referendum opgenomen in de Participatieverordening.

  • Op 1 juli 2026 is de mogelijkheid tot het houden van een raadplegend referendum ongewijzigd vastgelegd in deze referendumverordening.

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder;

  • a.

    Raadplegend referendum: een raadplegende volksstemming waarbij de kiesgerechtigden zich uitspreken over een door de raad of het college te nemen of genomen besluit.

  • b.

    Correctief referendum: een raadgevend correctief referendum zoals bedoeld in artikel 1 onder b. van de Tijdelijke referendumwet;

  • c.

    Kiesgerechtigden: diegenen die op de drieënveertigste dag voorafgaande aan de dag waarop het referendum wordt gehouden overeenkomstig artikel B3 van de Kieswet kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Beverwijk.

  • d.

    Voorgenomen besluit: een raads- of een college-uitspraak waarin het voornemen tot het nemen van een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht, kenbaar wordt gemaakt;

  • e.

    De wet: de Tijdelijke referendumwet.

Artikel 2 Toepassingsgebied

Een referendum wordt gehouden onder de kiesgerechtigden van het hele grondgebied van de gemeente of een gedeelte daarvan.

Artikel 3 Uitzonderingen correctief referendum

Een correctief referendum kan niet worden gehouden over: Een besluit van de raad inhoudende een algemeen verbindend voorschrift dan wel de intrekking daarvan, dat uitsluitend betrekking heeft op:

  • a.

    De rechtspositie van ambtsdragers of gewezen ambtsdragers als zodanig dan wel hun nagelaten betrekkingen of hun rechthebbenden;

  • b.

    De gemeentelijke belastingen, bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet;

Artikel 4 Uitzonderingen raadplegend referendum

  • 1. Een raadplegend referendum kan niet worden gehouden over besluiten, waarover ingevolge de wet een correctief referendum kan worden gehouden;

  • 2. Een raadplegend referendum kan voorts niet worden gehouden over besluiten:

    • a.

      Over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, kwijtscheldingen, schenkingen;

    • b.

      Over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en de rekening;

    • c.

      Over het voor kennisgeving aannemen van notities en rapporten;

    • d.

      In het kader van deze verordening;

    • e.

      Waarvan de raad van mening is dat er andere dan bovengenoemde dringende redenen zijn om geen referendum te houden;

    • f.

      Inhoudende een algemeen verbindend voorschrift dan wel de intrekking daarvan;

    • g.

      Als bedoeld in artikel 158, eerste lid, van de Gemeentewet;

    • h.

      Als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a, van de wet Algemene regels herindeling.

    • i.

      Een besluit tot vaststelling of wijziging van een gemeentelijke belastingverordening, als bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet;

  • 3. Een raadplegend referendum kan voorts niet worden gehouden over van het correctief referendum uitgezonderde onderwerpen als bedoeld in artikel 7 en artikel 8 derde lid van de Tijdelijke referendumwet.

Artikel 5

In afwijking van artikel 4 kan een raadplegend referendum als bedoeld in artikel 6 over de in artikel 4 tweede lid, onder g. tot en met i genoemde besluiten worden gehouden nadat onherroepelijk is vastgesteld dat over het besluit geen correctief referendum in de zin van de Tijdelijke referendumwet zal worden gehouden.

Artikel 6 Initiatief van de raad

  • 1. De raad kan bij meerderheid van stemmen, zoals genoemd in artikel 30 van de Gemeentewet, besluiten tot het houden van een raadplegend referendum.

  • 2. Een referendum als bedoeld in het eerste lid kan betrekking hebben op zowel een voorgenomen besluit van de gemeenteraad als een voorgenomen besluit van het college.

  • 3. Op een besluit als bedoeld in het eerste of tweede lid is het bepaalde in artikel 9 en volgende van deze verordening van overeenkomstige toepassing.

Artikel 7 Initiatief van kiesgerechtigden

  • 1. Kiesgerechtigden kunnen schriftelijk aangeven dat zij een initiatief willen nemen tot een raadplegend referendum over een voorgenomen besluit.

  • 2. Deze kennisgeving moet ten minste tien dagen vóór de raadsvergadering, waarvoor het besluit is geagendeerd, bij het college worden ingediend. De kennisgeving moet worden ondersteund door tenminste 2% van het aantal kiesgerechtigden.

  • 3. In de kennisgeving wordt aangegeven om welk (voorgenomen) raadsbesluit het gaat. De kennisgeving gaat vergezeld van een handtekening van elke verzoeker, met een opgave van diens naam, adres, leeftijd en woonplaats.

  • 4. De in het derde lid bedoelde persoonsgegevens worden geplaatst op daartoe van gemeentewege verstrekte lijsten.

  • 5. Indien een kennisgeving is gedaan volgens de hiervoor gestelde eisen, beslist de raad in dezelfde vergadering waarvoor het besluit van de raad is geagendeerd of over dit besluit, met inachtneming van het bepaalde in artikel 5, een raadplegend referendum kan worden gehouden. De raad kan zijn beslissing voor ten hoogste vier weken verdagen.

Artikel 8 Verzoek tot het houden van een referendum

  • 1. Binnen zes weken na de dag waarop de raad heeft bekend gemaakt dat op grond van de kennisgeving is besloten dat over een (voorgenomen)besluit een raadplegend referendum kan worden gehouden, kan door kiesgerechtigden een verzoek tot het houden van een referendum worden ingediend.

  • 2. Dit verzoek moet worden ondersteund door tenminste 5% van het aantal kiesgerechtigden.

  • 3. Voor de vaststelling van het in het tweede lid bedoelde aantal, worden de kiesgerechtigden die de kennisgeving hebben ondersteund, meegerekend.

  • 4. In het verzoek wordt aangegeven om welk (te nemen) raadsbesluit het gaat. Het verzoek gaat vergezeld van een handtekening van elke verzoeker, met een opgave van diens naam, adres, leeftijd en woonplaats.

  • 5. De in het vierde lid genoemde persoonsgegevens zijn geplaatst op daartoe van gemeentewege verstrekte lijsten.

  • 6. Het college onderzoekt na binnenkomst van het verzoek, of dit verzoek aan de hiervoor gestelde eisen voldoet. Het neemt hierover binnen vier weken een besluit. Het college kan zijn beslissing voor ten hoogste vier weken verdagen.

  • 7. Indien het verzoek voldoet aan de hiervoor gestelde eisen, neemt de raad uiterlijk binnen acht weken na de dag van ontvangst van het verzoek een besluit over het houden van een raadplegend referendum.

  • 8. Het aantal kiesgerechtigden als bedoeld in het tweede lid wordt berekend op basis van het laatst vastgestelde aantal kiesgerechtigden volgens het kiezersregister. Het berekende aantal wordt naar boven afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal.

Artikel 9 Aanhouden beslissing

  • 1. Wanneer de raad na een besluit als genoemd in artikel 7 van mening is, dat over het voorgenomen besluit een raadplegend referendum kan worden gehouden, dan wordt het betreffende raadsvoorstel op de gangbare wijze behandeld.

  • 2. De stemming over het door de raad te nemen besluit zoals dat luidt na verwerking van de aanvaarde amendementen, wordt echter aangehouden tot de eerstvolgende vergadering na de dag waarop het referendum wordt gehouden, tenzij eerder negatief over de ontvankelijkheid van het (inleidende of het definitieve) verzoek wordt beslist.

Artikel 10 Datum

  • 1. De raad stelt de dag vast waarop het raadplegend referendum wordt gehouden, met dien verstande dat het referendum niet later plaatsvindt dan uiterlijk drie maanden na de dag waarop het definitieve verzoek is ingewilligd of nadat de raad besloten heeft tot het houden van een raadplegend referendum op basis van artikel 6 van deze verordening.

  • 2. Er kunnen meer referenda op dezelfde dag worden gehouden

Artikel 11 Vraagstelling

  • 1. De raad stelt de vraagstelling en de antwoordcategorieën van het referendum vast.

  • 2. De vraagstelling wordt weergegeven op de oproepingskaart.

Artikel 12 Advies en toezicht

  • 1. De raad kan zich bij het vaststellen van de vraagstelling laten adviseren door een commissie van advies en toezicht.

  • 2. De raad stelt deze commissie van advies en toezicht in en benoemt en ontslaat haar leden.

Artikel 13 Uitvoering

Het college is belast met de uitvoering van het raadsbesluit tot het houden van een referendum. Het college regelt de bestuurlijke en ambtelijke coördinatie.

Artikel 14 De stemming

  • 1. Stemgerechtigd zijn degenen die op de drieënveertigste dag vóór de dag waarop het raadplegend referendum wordt gehouden, kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de raad.

  • 2. De bepalingen van de Kieswet zijn voor wat betreft de raadsverkiezingen voor zover nodig van overeenkomstige toepassing.

Artikel 15 Geldigheid van de uitslag

  • 1. Het raadplegend referendum wordt als geldig beschouwd, indien het aantal geldige stemmen minimaal even hoog is als het aantal uitgebrachte stemmen bij de laatst gehouden verkiezingen voor de leden van de raad.

  • 2. De uitslag van het raadplegend referendum wordt berekend op basis van de gewone meerderheid van het totaal aantal uitgebrachte stemmen.

Artikel 16 De beslissing van de raad

In de eerstvolgende vergadering van de raad na de dag waarop het raadplegend referendum wordt gehouden, vindt besluitvorming plaats over het aangehouden raadsbesluit dat aan het raadplegend referendum is onderworpen.

Artikel 17 Budget

De raad neemt bij het besluit tot het houden van een raadplegend referendum een besluit over de bekostiging ervan inclusief voorlichting.

Artikel 18. Intrekking oude verordening

  • 1. De Participatieverordening van 13 mei 2004 wordt ingetrokken.

  • 2. De Participatieverordening van 13 mei 2004 blijft van toepassing op beleid waarvoor ten tijden van de inwerkingtreding van deze verordening al een referendum op grond van die verordening was gestart.

Artikel 19. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na datum van vaststelling.

  • 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Referendumverordening Beverwijk 2026.

Ondertekening