Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit onderwijshuisvestingsprojecten gemeente De Ronde Venen 2026

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 22-08-2026

Intitulé

Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit onderwijshuisvestingsprojecten gemeente De Ronde Venen 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen;

gelet op artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet, artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en de artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3, van de Systeemcode elektriciteit 2026;

besluit vast te stellen de volgende beleidsregels:

Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit onderwijshuisvestingsprojecten gemeente De Ronde Venen 2026.

Artikel 1. Definities

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • -

    Bestuursverklaring: door of namens het college afgegeven verklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde en vierde lid, van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • -

    Omgevingsplan: het voor de gemeente geldende omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet.

  • -

    BOPA: buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet, zijnde een activiteit, inhoudende:

    • a.

      een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of

    • b.

      een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan;

  • -

    Civielrechtelijke overeenkomst: koopovereenkomst, anterieure overeenkomst, erfpachtovereenkomst of ieder andere overeenkomst als bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 waaruit blijkt dat het project binnen een bepaalde tijd start;

  • -

    Integraal Huisvestingsplan (IHP): door de gemeenteraad vastgesteld beleidsdocument waarin de meerjarige planning van de onderwijshuisvesting binnen de gemeente is opgenomen.

  • -

    College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen;

  • -

    Congestiegebied: gebied binnen de gemeente waarvoor de netbeheerder heeft vastgesteld dat de transportcapaciteit op het elektriciteitsnet ontoereikend is als bedoeld in artikel 7.18 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • -

    Netbeheerder: distributiesysteembeheerder als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet die het distributiesysteem voor elektriciteit beheert in het congestiegebied;

  • -

    Project: realisatie van een basisbehoefte, zijnde de functie onderwijs en de onderliggende subfuncties middelbaar beroepsonderwijs, primair onderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs, als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026. Onder realisatie wordt in deze beleidsregels mede verstaan nieuwbouw, vervangende nieuwbouw, uitbreiding, renovatie, transformatie, tijdelijke huisvesting en nooduitvesting, voor zover daarvoor een prioriteringsverzoek en transportverzoek kunnen worden ingediend. Een project kan onderdeel uitmaken van een Integraal Kindcentrum (IKC) of een andere multifunctionele accommodatie, voor zover daarin opgenomen nevenfuncties onlosmakelijk zijn verbonden met de onderwijsfunctie. De onderwijsfunctie vormt daarbij de grondslag voor het prioriteringsverzoek.

  • -

    Projectlocatie: locatie waar het project zal worden ontwikkeld;

  • -

    Initiatiefnemer: een rechtspersoon, stichting, vereniging of natuurlijke persoon die een project realiseert of initieert;

  • -

    Prioriteringsverzoek: verzoek om prioriteit bij de toewijzing van transportcapaciteit als bedoeld in artikel 7.21 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • -

    Projectdossier: geheel van documenten ter onderbouwing van een prioriteringsverzoek en transportverzoek;

  • -

    Transportcapaciteit: capaciteit voor het transport van elektriciteit op het distributienet;

  • -

    Transportverzoek: verzoek tot het verzorgen van transport van elektriciteit als bedoeld in artikel 3.46, eerste lid, van de Energiewet;

  • -

    Volgordelijst: de door de gemeente vastgestelde rangordelijst van onderwijshuisvestingsprojecten conform tabel 3 van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026, waarvoor de gemeente prioriteringsverzoeken indient bij de netbeheerder.

Artikel 2. Toepassingsbereik

  • 1. Deze beleidsregels zijn van toepassing op de plaatsing van projecten op de volgordelijst. Het gaat daarbij zowel om projecten van initiatiefnemers als om projecten die de gemeente zelf realiseert of initieert.

  • 2. Per afzonderlijk congestiegebied wordt een afzonderlijke volgordelijst vastgesteld.

  • 3. Als een project de gemeentegrens overschrijdt treedt de gemeente in overleg met de betreffende buurgemeente over wie het project opneemt op haar volgordelijst, waarbij de hoofdregel geldt dat de gemeente waarbinnen het project hoofdzakelijk is gelegen het project opneemt op haar volgordelijst.

Artikel 3. Doel

Deze beleidsregels hebben tot doel:

  • a.

    Het uitwerken van de gemeentelijke bevoegdheid tot eerder aanvragen van transportcapaciteit en prioritering zoals aan de gemeente toegewezen in de Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • b.

    Het bijdragen aan de realisatie van onderwijshuisvesting in congestiegebieden, in uitvoering van de gemeentelijke zorgplicht, die de grondslag vormt voor de opname van onderwijs in categorie 3 van het prioriteringskader van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • c.

    Het waarborgen van een transparante, gelijke, objectieve en niet-discriminatoire verdeling van posities op de volgordelijst, in overeenstemming met de Didam-jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661);

  • d.

    Het beperken van aansprakelijkheidsrisico's voor de gemeente als aanvrager van transportcapaciteit bij de netbeheerder, in het bijzonder het risico van schadevergoedingsclaims wegens ongelijke behandeling van initiatiefnemers; en

  • e.

    Het bieden van rechtszekerheid over de wijze waarop de gemeente haar bevoegdheid als aanvrager van prioritering van transportcapaciteit uitoefent.

Artikel 4. Gelijke behandeling projecten

  • 1. Een project waarbij de gemeente zelf opdrachtgever is, wordt op basis van dezelfde regels beoordeeld als projecten van initiatiefnemers.

  • 2. Een gemeentelijk project geniet geen voorrangspositie, tenzij een hogere positie op grond van de prioriteringsregels dit rechtvaardigt.

  • 3. De gemeente motiveert op transparante wijze de positie van gemeentelijke projecten op de volgordelijst.

Artikel 5. Procedure verzoek opname volgordelijst

  • 1. De periode voor het indienen van een verzoek tot plaatsing van een project op de volgordelijst vangt aan op de dag van publicatie van deze beleidsregels in het gemeenteblad.

  • 2. Het in het eerste lid bedoelde verzoek kan worden ingediend tot en met vrijdag 4 september 2026.

  • 3. Opname van een project op de volgordelijst resulteert in een inspanningsverplichting van de gemeente om zich aantoonbaar in te spannen om transportcapaciteit voor het betreffende project te verkrijgen bij de netbeheerder, zonder dat de gemeente de beschikbaarheid of toewijzing van prioritering en transportcapaciteit garandeert.

Artikel 6. Opname op de volgordelijst op verzoek initiatiefnemers

  • 1. De initiatiefnemer zorgt voor een volledig projectdossier van een project bij een verzoek tot opname op de volgordelijst waarbij hij voor het indienen van het verzoek gebruik maakt van het daartoe beschikbaar gestelde formulier.

  • 2. De gemeente stuurt binnen vijf werkdagen een ontvangstbevestiging van het verzoek waarbij tevens wordt gewezen op de in artikel 14 genoemde rechtsbeschermingsprocedure.

  • 3. Een verzoek dat onvolledig is, wordt niet in behandeling genomen. De gemeente stelt de initiatiefnemer hiervan schriftelijk in kennis en informeert de initiatiefnemer over de al dan niet bestaande mogelijkheid om het dossier nog aan te vullen.

  • 4. Toewijzing op de volgordelijst is project en projectlocatie gebonden. Een verkregen toewijzing wordt niet overgeheveld naar een ander project of andere projectlocatie. Daarvoor moet een nieuw verzoek worden ingediend.

Artikel 7. Opname op de volgordelijst van eigen projecten

  • 1. De gemeente zorgt voor een volledig projectdossier van een project dat zij initieert of realiseert voor opname op de volgordelijst.

  • 2. Toewijzing op de volgordelijst is project en projectlocatie gebonden. Een verkregen toewijzing wordt niet overgeheveld naar een ander project of andere projectlocatie.

Artikel 8. Bestuursverklaring

De bestuursverklaring maakt onderdeel uit van het projectdossier en bevat:

  • a.

    Een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is voor de taken in de omschrijving zoals opgenomen per (sub)functie in tabel 2 of 3 van bijlage 3;

  • b.

    Een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is om te starten met de activiteiten of taken als bedoeld in tabel 2 of 3 van bijlage 3 en niet kan starten zonder de gevraagde transportcapaciteit;

  • c.

    Een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de activiteit op korte termijn, na toekenning van de gevraagde transportcapaciteit en, voor zover van toepassing, na de realisatie van de aansluiting, zal starten;

  • d.

    Een verklaring dat de bewijsstukken, bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026 compleet zijn;

  • e.

    Een verklaring dat de bestuursverklaring naar waarheid is ingevuld;

  • f.

    Instemming met het feit dat de met prioriteit toegekende transportcapaciteit wordt afgenomen als de verklaring niet naar waarheid is ingevuld of als er sprake is van vervalsing van de bewijsstukken genoemd in tabel 4, van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • g.

    Als sprake is van kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten, een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat deze activiteiten nodig zijn om de onderwijsbehoefte te realiseren; en

  • h.

    Als sprake is van collectieve voorzieningen, een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat deze voorzieningen nodig zijn voor de onderwijsfunctie.

Artikel 9. Rangordebepaling volgordelijst

De gemeente bepaalt de rangorde op de volgordelijst stapsgewijs op basis van de volgende stappen en legt de uitkomst daarvan schriftelijk vast:

Stap 1: start bouw

Als eerste stap vindt een rangschikkingsplaats op basis van de maand van start bouw, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de bouw eerder start. Hierbij moet de maand van start bouw voldoende concreet zijn onderbouwd.

Stap 2: projectrijpheid

Na de rangschikking van stap 1 stelt de gemeente de projectrijpheid van het project vast op basis van de beschikbare documenten in een onderrangorde van één tot en met zes:

Rangorde

Beschikbare documenten

1

Het project is opgenomen in een vastgesteld Integraal Huisvestingsplan én voor de projectlocatie is een onherroepelijke omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit verleend.

2

Het project is opgenomen in een vastgesteld Integraal Huisvestingsplan én voor de projectlocatie is een onherroepelijk omgevingsplan vastgesteld of een onherroepelijke vergunning voor een BOPA verleend.

3

Het project is opgenomen in een vastgesteld Integraal Huisvestingsplan.

4

Voor de projectlocatie is een onherroepelijke omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit verleend.

5

Voor de projectlocatie is een onherroepelijk omgevingsplan vastgesteld of een onherroepelijke vergunning voor een BOPA verleend.

6

Er zijn andere bewijsstukken waaruit blijkt dat het project voldoende concreet is om voor prioritering in aanmerking te komen.

Stap 3: datum oplevering

Binnen de op basis van de stappen 1 tot en met 2 gemaakte onderverdeling vindt een onderverdeling plaats op basis van de verwachte opleverdatum, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de verwachte oplevering eerder plaatsvindt.

Artikel 10. Loting bij gelijke rangordebepaling volgordelijst

  • 1. Als twee of meer projecten op basis van artikel 9 dezelfde positie behalen, bepaalt de gemeente de onderlinge volgorde door middel van een openbare loting.

  • 2. De loting vindt plaats op een vooraf bekendgemaakte datum en locatie.

  • 3. Betrokken initiatiefnemers worden tijdig uitgenodigd om de loting bij te wonen.

  • 4. De uitkomst van de loting is bindend. De gemeente legt de uitkomst schriftelijk vast.

Artikel 11. Verhouding tot woningbouwprojecten

  • 1. Onverminderd de volgordelijst die wordt vastgesteld op grond van de Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten gemeente De Ronde Venen 2026, worden voor ieder kalenderjaar startbouw waarvoor de gemeente prioriteringsverzoeken en/of transportverzoeken bij de netbeheerder indient, de verzoeken voor onderwijshuisvestingsprojecten vóór de verzoeken voor woningbouwprojecten ingediend.

  • 2. De onderlinge rangorde van de onderwijshuisvestingsprojecten wordt vastgesteld overeenkomstig de artikelen 9 en 10 van deze beleidsregels.

Artikel 12. Transparantie en motivering

  • 1. De gemeente motiveert de vastgestelde volgordelijst transparant en toetsbaar door per project de toepassing van de stappen 1 tot en met 3 en eventuele loting te vermelden.

  • 2. Op verzoek van de initiatiefnemer verstrekt de gemeente een schriftelijke toelichting op de positie die aan zijn project is toegekend.

Artikel 13. Bekendmaking volgordelijst

  • 1. De gemeente maakt de vastgestelde volgordelijst openbaar via de gemeentelijke website en het gemeenteblad, uiterlijk één week voor de datum van indiening bij de netbeheerder.

  • 2. Op de gepubliceerde volgordelijst staat per project vermeld: de projectnaam, de locatie en de positie op de lijst.

Artikel 14. Rechtsbescherming

  • 1. Een initiatiefnemer die bezwaar heeft tegen zijn positie op de volgordelijst of tegen de afwijzing van zijn verzoek tot plaatsing op de volgordelijst kan binnen vijf kalenderdagen na bekendmaking van de volgordelijst schriftelijk bezwaar indienen bij de gemeente. Na deze termijn vervalt het recht om bezwaar in te dienen.

  • 2. Een initiatiefnemer die bezwaar heeft tegen zijn positie op de volgordelijst of tegen de afwijzing van zijn verzoek tot plaatsing op de volgordelijst kan na de in het eerste lid bedoelde bezwaarprocedure binnen vijf dagen een kort geding aanhangig maken. Na deze termijn vervalt het recht om een kort geding aanhangig te maken.

  • 3. Door indiening van een verzoek overeenkomstig artikel 6 stemt de initiatiefnemer uitdrukkelijk in met de in dit artikel geregelde rechtsbeschermingsprocedure.

Artikel 15. Wijziging en intrekking van de volgordepositie

  • 1. De gemeente kan de positie van een project op de volgordelijst wijzigen of intrekken als:

    • a.

      De initiatiefnemer aantoonbaar onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt;

    • b.

      Het project naar het oordeel van de gemeente aantoonbaar niet meer voor realisatie in aanmerking komt;

    • c.

      De initiatiefnemer het project heeft gewijzigd en dit een herbeoordeling vergt;

    • d.

      Het project naar het oordeel van de gemeente onuitvoerbaar is geworden.

  • 2. Een herbeoordeling na wijziging van het project kan betekenen dat het project een andere (hogere of lagere) plek op de volgordelijst zal krijgen.

  • 3. De gemeente stelt de intrekking of wijziging vast en stelt de initiatiefnemer hiervan onverwijld in kennis.

  • 4. Wijzigen op grond van dit artikel is slechts mogelijk zolang de volgordelijst nog niet door de gemeente is ingediend bij de netbeheerder

Artikel 16. Indienen verzoek conform volgordelijst

  • 1. De gemeente verzoekt de netbeheerder conform de positie op de volgordelijst het prioriteringsverzoek en transportverzoek in behandeling te nemen nadat de bezwaartermijn, bedoeld in artikel 14 is verstreken, dan wel – als tijdig bezwaar is ingediend – nadat op het bezwaar is beslist.

  • 2. De gemeente dient uitsluitend prioriteringsverzoeken en transportverzoeken in waarvoor financiële dekking bestaat voor de aanbetaling aan de netbeheerder op grond van:

    • a.

      Financiële afspraken met een initiatiefnemer, waarbij de initiatiefnemer zich verplicht tot het voldoen van de financiële verplichtingen aan de netbeheerder en daarvoor materiële zekerheid biedt; of

    • b.

      De door de gemeenteraad vastgestelde begroting.

  • 3. De gemeente stemt het indienen van de prioriteringsverzoeken indien de tijd dit toelaat af met de andere gemeenten binnen het congestiegebied zodat het verzoek met de hoogste rangorde op grond van de in artikel 9 en 10 genoemde criteria binnen het congestiegebied ook bovenaan de lijst van de netbeheerder komt.

Artikel 17. Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op de dag na publicatie.

Artikel 18. Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als de: Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit onderwijshuisvestingsprojecten gemeente De Ronde Venen 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van 18 augustus 2026.

De burgemeester,

De secretaris,

Toelichting bij het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen tot vaststelling van de Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit onderwijshuisvestingsprojecten gemeente De Ronde Venen 2026

Algemeen

Inleiding

Met deze beleidsregels geeft de gemeente De Ronde Venen invulling aan de wijze waarop zij omgaat met haar op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en de Energiewet bestaande bevoegdheid om prioriteringsverzoeken en transportcapaciteitsverzoeken in te dienen voor de functie onderwijs bij de netbeheerder.

Aanleiding

Netbeheerders hebben onvoldoende elektriciteitstransportcapaciteit om alle aanvragen voor nieuwe of zwaardere aansluitingen te voldoen. Voor onder andere projecten heeft dit concrete gevolgen. Projecten die planologisch gereed zijn, komen niet van de grond door een gebrek aan beschikbare aansluiting. In veel regio’s dreigen projecten vertraging op te lopen of te stranden.

Netbeheerders kenden transportcapaciteit tot voor kort toe op volgorde van binnenkomst, het zogenaamde ‘first come, first served’-principe. Dit systeem houdt echter niet genoeg rekening met de maatschappelijke urgentie van bepaalde projecten en de behoefte om die voorrang te verlenen. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft daarom op 2 december 2025 het Codebesluit prioriteringsruimte transportverzoeken vastgesteld (gepubliceerd in Staatscourant 2025, nr. 42323, in werking getreden op 1 januari 2026). Dit Codebesluit verplicht netbeheerders om in congestiegebieden af te wijken van het 'first come, first served'-beginsel en in plaats daarvan te werken met landelijke voorrangsregels op basis van maatschappelijk belang. Binnen de prioritering categorieën 2 en 3, evenals voor niet-prioritaire partijen, blijft ‘first come, first served’ bestaan, waarbij de datum van aanvraag van transportcapaciteit leidend is. Dit kader is later opgenomen in de Systeemcode Elektriciteit 2026 en aangevuld tot het nu geldend recht.

De Systeemcode Elektriciteit 2026 onderscheidt drie prioriteitscategorieën:

  • 1.

    Netcongestieverzachters — partijen die direct bijdragen aan het vergroten van de beschikbare netcapaciteit;

  • 2.

    Veiligheid — partijen waarvan het niet aansluiten een directe bedreiging vormt voor de nationale veiligheid of volksgezondheid;

  • 3.

    Basisbehoeften — partijen die voorzien in een eerste levensbehoefte, waaronder onderwijs.

Vanaf 1 juli 2026 worden groot- en kleinverbruikers in één en dezelfde rangorde beoordeeld. Er is geen overgangsperiode voorzien: alle aanvragen worden vanaf dat moment aan de nieuwe voorrangsregels getoetst.

Gemeenten kunnen vanaf 1 oktober 2026 gebruikmaken van de werkwijze ‘Eerder aanvragen in het planproces’. Deze werkwijze stelt gemeenten in staat om al in een vroeg planningsstadium transportcapaciteit te reserveren voor onder meer onderwijshuisvesting, ook al voordat een ontwikkelaar definitief betrokken is. De bewijsvereisten voor dit aanvragen zijn hiervoor specifiek op gemeenten toegesneden (tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026).

Als aanvrager van transportcapaciteit ten behoeve van derden, bevindt de gemeente zich in een dubbele rechtsrelatie. Enerzijds als contractpartij jegens de netbeheerder, anderzijds met initiatiefnemers en andere initiatiefnemers die aanspraak maken op die capaciteit. Hoewel het aanvragen van transportcapaciteit een privaatrechtelijke bevoegdheid is, moet de gemeente daarbij op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek de beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen, en met name het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. De Hoge Raad heeft dit bevestigd in de Didam-arresten (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661).

De VNG heeft gemeenten bij ledenbrief van 16 april 2026 opgeroepen vóór 1 oktober 2026 beleidsregels vast te stellen, zodat aanvragen op die datum gereed zijn voor indiening. De onderhavige beleidsregels zijn opgesteld om een juridisch houdbaar vertrekpunt te bieden voor de inrichting van de gemeentelijke aanvraagrol.

Doelstelling

De doelstelling van deze beleidsregels is om de gemeentelijke bevoegdheid tot het aanvragen van elektriciteitstransportcapaciteit voor onderwijshuisvestingsprojecten op een transparante, objectieve en niet-discriminatoire wijze in te richten. De gemeente geeft daarmee uitvoering aan haar taak om te voorzien in voldoende onderwijsgelegenheid. Deze taak kan in gebieden met netcongestie niet meer vanzelfsprekend tot uitvoering worden gebracht.

De gemeente heeft via de Systeemcode Elektriciteit 2026 de mogelijkheid om als aanvrager vroeg in het planproces transportcapaciteit te reserveren voor onderwijs. Deze aanvragen hebben gevolgen voor de verdeling van schaarse transportcapaciteit door de netbeheerder. Gelet op de impact op deze schaarsteverdeling is een transparante, objectieve en niet-discriminatoire werkwijze vereist op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. Deze beleidsregels voorzien daarin. De beleidsregels stellen de rangschikkingscriteria vast, beschrijven de aanvraagprocedure en borgen de gelijke behandeling van gemeentelijke en andere projecten.

Verhouding tot andere regelgeving

De beleidsregels zijn vastgesteld op grond van:

  • Artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet: het college is bevoegd tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente te besluiten.

  • Artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht: een bestuursorgaan kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot een hem toekomende bevoegdheid.

  • De artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026: het ACM-prioriteringskader stelt eisen aan de verdeling van transportcapaciteit in congestiegebieden en de gemeentelijke rol.

  • Artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek: een bevoegdheid die iemand krachtens het burgerlijk recht toekomt, mag niet worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven regels van publiek recht. Hieruit vloeit de verplichting voort het gelijkheidsbeginsel in acht te nemen bij privaatrechtelijk handelen.

De beleidsregels vullen het ACM-prioriteringskader aan op het niveau van de gemeente. Daarbij beperken de beleidsregels zich tot de prioriteitsfunctie: onderwijs (subfuncties: middelbaar beroepsonderwijs, primair onderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs) en onlosmakelijk verbonden functies. Deze beleidsregels hebben geen betrekking op andere functies waarvoor de gemeente gelet op artikel 7.21 en tabel 3 van bijlage 3, van de Systeemcode Elektriciteit 2026 bevoegd is een prioriteringsverzoek in te dienen. Zij bepalen ook niet welke projecten prioriteit krijgen ten opzichte van andere aanvragers bij de netbeheerder, dat is immers de exclusieve bevoegdheid van de netbeheerder op grond van het ACM-prioriteringskader, maar regelen de interne gemeentelijke rangschikking die bepaalt welke verzoeken de gemeente indient en in welke volgorde.

De beleidsregels laten de bevoegdheden op grond van de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Huisvestingswet onverlet. De gemeente kan Omgevingswet-instrumenten, zoals het regionale programma en het omgevingsplan benutten om projecten voor te bereiden op het ACM-prioriteringskader.

VNG-modelbeleidsregels

Bij het opstellen van deze beleidsregels is gebruik gemaakt van de VNG-modelbeleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten. Waar nodig en wenselijk zijn wijzigingen doorgevoerd om de beleidsregels beter te laten passen bij de lokale context van de gemeente De Ronde Venen en onderwijshuisvestingsprojecten.

Inspraak

Bij het opstellen van deze beleidsregels is geen inspraakprocedure gevolgd. De aansprakelijkheidsrisico’s voor de gemeente als gevolg van het niet tijdig vaststellen van beleidsregels met betrekking tot de aanvraag van prioriteit voor transportcapaciteit maken dat sprake is van spoedeisend belang bij het vaststellen van deze beleidsregels, waardoor inspraak niet kon worden afgewacht.

Artikelsgewijs

Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht.

Artikel 1. Definities

De begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in de Energiewet en de Systeemcode elektriciteit 2026. De in die regelingen gedefinieerde begrippen worden dan ook niet opnieuw gedefinieerd in deze beleidsregels.

Civielrechtelijke overeenkomst

De definitie van 'civielrechtelijke overeenkomst' volgt de bewijslastcriteria van tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026.

Project

De definitie van ‘project’ volgt tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026. Als een project meerdere fases bevat dan wordt elke fase op grond van deze definitie als afzonderlijk project beschouwd. Dit sluit aan bij de systematiek van de Systeemcode elektriciteit 2026, op basis waarvan voor elke fase een afzonderlijke aanvraag wordt ingediend.

Volgordelijst

De definitie van 'volgordelijst' sluit aan bij het prioriteringskader van artikel 7.21 van de Systeemcode Elektriciteit en de werkwijze 'Eerder aanvragen' zoals beschreven in de VNG-ledenbrief lbr-26-010 (april 2026).

Artikel 2. Toepassingsbereik

Door het toepassingsbereik helder af te baken wordt voorkomen dat deze beleidsregels worden toegepast op situaties waarvoor zij niet zijn geschreven. De gemeente vervult bij de werkwijze ‘Eerder aanvragen’ een intermediaire rol tussen netbeheerder en marktpartijen. Deze intermediaire positie brengt een dubbele rechtsrelatie mee: enerzijds met de netbeheerder als contractspartij voor transportcapaciteit, anderzijds met initiatiefnemers die aanspraak maken op die capaciteit. Artikel 2 bakent af op welke beslissingen de beleidsregels van toepassing zijn. Het gaat om realisatie van de basisbehoefte onderwijs als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026. In dat kader hanteert de gemeente een volgordelijst, waarop projecten geplaatst worden met het oog op het indienen van een transportverzoek en prioriteringsverzoek bij de netbeheerder. De regels hebben daarmee ook betrekking op de keuze om projecten niet op de volgordelijst te plaatsen.

De gemeente gaat uiteraard niet over de wijze waarop een buurgemeente haar bevoegdheden uitoefent. Op het moment dat een project de gemeentegrens overschrijdt, treedt de gemeente daarom in overleg met de buurgemeente om af te stemmen wie het prioriteringsverzoek in zal dienen bij de netbeheerder. Uitgangspunt voor de inzet daarbij is dat de gemeente waarbinnen het project hoofdzakelijk is gelegen het project opneemt op haar volgordelijst en het prioriteringsverzoek indient.

Deze beleidsregels zijn van toepassing op projecten die betrekking hebben op de functie onderwijs als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026. Hieronder vallen ook onderwijshuisvestingsprojecten die onderdeel uitmaken van een Integraal Kindcentrum (IKC). Indien een project naast een onderwijsfunctie ook andere functies omvat, zoals kinderopvang of buitenschoolse opvang, vormt de onderwijsfunctie de grondslag voor het prioriteringsverzoek. Voor zover deze functies onlosmakelijk zijn verbonden met de onderwijsfunctie, kunnen zij overeenkomstig de Systeemcode Elektriciteit 2026 onderdeel uitmaken van het prioriteringsverzoek.

Artikel 3. Doel

De rol die de gemeente heeft op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 betreft het uitoefenen van een privaatrechtelijke rechtshandeling. Het gaat om het contracteren van transportcapaciteit met de netbeheerder. Dit is het sluiten van een overeenkomst. Van een besluit in de zin van artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht is geen sprake. Besluiten ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn uitgesloten van de mogelijkheid van bezwaar en beroep (artikel 8:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht). Eventuele conflicten zullen aan de civiele rechter moeten worden voorgelegd. De gemeente oefent de bevoegdheid tot het aanvragen van transportcapaciteit bij de netbeheerder uit als een privaatrechtelijke bevoegdheid en is daarbij gebonden aan de beginselen van behoorlijk bestuur op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, de wettelijke grondslag van het gelijkheidsbeginsel in de Didam-jurisprudentie.

Algemene beginselen van behoorlijk bestuur

De Hoge Raad heeft in het Didam-I arrest (26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778) bepaald dat overheden bij vervreemding van onroerend goed het gelijkheidsbeginsel in acht moeten nemen en gelijke kansen aan potentiële gegadigden moeten bieden. In het Didam-II arrest (15 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1661) heeft de Hoge Raad deze lijn aangescherpt en de toepassing van de beginselen van behoorlijk bestuur – waaronder zorgvuldigheid, gelijkheid, evenredigheid en motivering – ook buiten de context van gronduitgifte bevestigd. Artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk wetboek bepaalt dat een bevoegdheid krachtens burgerlijk recht niet mag worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven recht.

De gemeente handelt bij het aanvragen van prioriteit en transportcapaciteit privaatrechtelijk, maar is desondanks als bestuursorgaan gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het gelijkheidsbeginsel verplicht de gemeente niet tot een formele aanbesteding, maar wel tot een openbare, transparante procedure met vooraf bekendgemaakte, objectieve en toetsbare criteria. Afwijking is slechts gerechtvaardigd als slechts één gegadigde in aanmerking kan komen (de 'unieke gegadigde'-uitzondering), en dit moet vooraf gemotiveerd en gepubliceerd worden.

Uitwerking

De beleidsregels hebben tot doel uitwerking te geven aan deze plichten. Zo dragen deze beleidsregels bij aan de realisatie van onderwijshuisvesting in congestiegebieden binnen de kaders waaraan de gemeente moet voldoen.

Artikel 4. Gelijke behandeling projecten

De gelijke behandeling van gemeentelijke en private projecten is een cruciaal element van de Didam-doctrine. Artikel 4 borgt het gelijkheidsbeginsel door expliciet te bepalen dat gemeentelijke projecten niet worden bevoordeeld en dat de gemeente transparant is over de motivering van de rangorde van eigen projecten ten opzichte van projecten van initiatiefnemers.

Artikel 5. Procedure verzoek opname volgordelijst

Het bieden van een transparante verdelingsprocedure, door vooraf kenbaar te maken wanneer een verzoek kan worden in gediend vormt een belangrijk element van de Didam-doctrine. De beleidsregels voorzien in een transparante selectieprocedure, waarbij artikel 5 voorziet in het vooraf kenbaar maken van het proces en de daaraan verbonden tijdvakken.

Door de aanvraagperiode direct te koppelen aan de publicatie van de beleidsregels is voor iedere initiatiefnemers onmiddellijk duidelijk wanneer een verzoek kan worden ingediend. Door het benoemen van een concrete einddatum kan er ook geen misverstand bestaan over voor welke datum het verzoek moet worden ingediend om in aanmerking te komen voor plaatsing op de volgordelijst op basis waarvan de gemeente het verzoek om prioritering in zal dienen.

De gemeente gaat uitsluitend een inspanningsverplichting aan jegens de initiatiefnemer. Bij een resultaatsverplichting zou de gemeente instaan voor de daadwerkelijke toewijzing van transportcapaciteit, waarbij aansprakelijkheid op grond van wanprestatie open zou staan bij niet levering. Dat is niet mogelijk, nu niet de gemeente, maar de netbeheerder daarover gaat.

Artikel 6. Opname op de volgordelijst op verzoek initiatiefnemer

Een helder aanvraagproces is essentieel voor een rechtmatige uitvoering. Artikel 6 regelt daarom de aanvraagprocedure en bepaalt de informatiestroom tussen de initiatiefnemer en de gemeente die de basis vormt voor de rangschikking.

Voor de aanvraag van transportcapaciteit en prioritering moeten gemeenten zorgen voor een volledig projectdossier dat kan worden ingediend bij de netbeheerder. Van de initiatiefnemer die de gemeente verzoekt om een project op de prioriteringslijst te zetten met het oog op het doen van een transportverzoek en prioriteringsverzoek wordt verwacht dan hij daartoe de noodzakelijke informatie aanlevert. De gemeente stelt met het oog hierop een standaardaanvraagformulier beschikbaar waarin alle vereiste gegevens worden gevraagd. Dit formulier is te vinden op de gemeentelijke website en bevat tevens het in artikel 14, derde lid genoemde akkoord met de van toepassing zijnde bepalingen omtrent de rechtsbescherming.

Aanvraag transportcapaciteit

Een volledig projectdossier bevat voor het onderdeel transportcapaciteit ten minste:

  • a.

    naam, contactgegevens en rechtsvorm van de gemeente, dan wel naam, contactgegevens en rechtsvorm van de initiatiefnemer;

  • b.

    omschrijving en locatie van het project, onder vermelding van het type bouw (hoogbouw, laagbouw of een combinatie) en de geografische begrenzing van het projectgebied (bij voorkeur als polygoon);

  • c.

    de verwachte elektrische belasting van het project, omvattende:

    • 1.

      het aantal en de grootte (doorlaatwaarde) van de benodigde aansluitingen, uitgesplitst naar gebouweenheden, collectieve voorzieningen en onlosmakelijk verbonden activiteiten;

    • 2.

      de op planniveau gehanteerde wijze van verwarmen, als meest bepalende factor in de netbelasting;

    • 3.

      de gewenste datum van de definitieve aansluitingen, uitgesplitst per projectfase en met een maximale loopduur van tien jaar na datum van indiening.

Aanvragen van prioritering volgens het prioriteringskader

Een volledig projectdossier bevat voor de aanvraag van prioritering (overeenkomstig tabel 4 van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026) de volgende bewijsstukken die per subfunctie als volgt zijn vereist:

Middelbaar beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 1.3.1 en artikel 1.3.2 van de Wet Educatie en beroepsonderwijs voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening als bedoeld in hoofdstuk 1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs:

  • -

    Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

  • -

    Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 85320 (middelbaar beroepsonderwijs).

  • -

    Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij is geregistreerd als erkende instelling in het register Registratie Instellingen en Opleidingen, waarbij gegevens van de partij overeen dienen te komen met de informatie uit het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

Onderwijs – Primair onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op primair onderwijs voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening als bedoeld in hoofdstuk I en hoofdstuk II van de Wet op primair onderwijs:

Overheid:

  • -

    Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens het college van burgemeester en wethouders.

  • -

    Afschrift van het Integraal Huisvestingsplan waarin de onderwijslocatie is vermeld.

  • -

    Indien de onderwijslocatie niet is vermeld in het Integraal Huisvestingsplan, een afschrift van het omgevingsplan waaruit blijkt dat de onderwijslocatie is voorzien op de specifieke locatie.

Initiatiefnemer:

  • -

    Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

  • -

    Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 85100 (kleuteronderwijs); SBI 8520 (basisonderwijs) of SBI 85201 (regulier basisonderwijs).

  • -

    Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij is geregistreerd als erkende instelling in het register Registratie Instellingen en Opleidingen, waarbij gegevens van de partij overeen dienen te komen met de informatie uit het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

Onderwijs – Speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertise centra voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening als bedoeld in Titel I en Titel II van de Wet op de expertisecentra:

Overheid:

  • -

    Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens het college van burgemeester en wethouders.

  • -

    Afschrift van het Integraal Huisvestingsplan waarin de onderwijslocatie is vermeld.

  • -

    Indien de onderwijslocatie niet is vermeld in het Integraal Huisvestingsplan, een afschrift van het omgevingsplan waaruit blijkt dat de onderwijslocatie is voorzien op de specifieke locatie.

Initiatiefnemer:

  • -

    Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

  • -

    Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 85202 (speciaal basisonderwijs) of SBI 85203 (speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs).

  • -

    Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij is geregistreerd als erkende instelling in het register Registratie Instellingen en Opleidingen, waarbij gegevens van de partij overeen dienen te komen met de informatie uit het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

Voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening, bedoeld in hoofdstuk I en hoofdstuk II van de Wet voortgezet onderwijs 2020:

Overheid:

  • -

    Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens het college van burgemeester en wethouders.

  • -

    Afschrift van het Integraal Huisvestingsplan waarin de onderwijslocatie is vermeld.

  • -

    Indien de onderwijslocatie niet is vermeld in het Integraal Huisvestingsplan, een afschrift van het omgevingsplan waaruit blijkt dat de onderwijslocatie is voorzien op de specifieke locatie.

Initiatiefnemer:

  • -

    Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

  • -

    Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 8531 (voortgezet onderwijs); SBI 85311 (havo, vwo en vmbo) of SBI 85312 (praktijkonderwijs).

  • -

    Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij is geregistreerd als erkende instelling in het register Registratie Instellingen en Opleidingen, waarbij gegevens van de partij overeen dienen te komen met de informatie uit het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

Verder is van belang:

  • 1.

    Een verklaring afgegeven door de initiatiefnemer over de juistheid en volledigheid van de verstrekte gegevens, ondertekend door een bevoegde vertegenwoordiger van de initiatiefnemer, welke de gemeente vrijwaart voor aansprakelijkheden van onjuiste informatie jegens de netbeheerder;

  • 2.

    Een verklaring afgegeven door de initiatiefnemer over dat hij instemt met de op de procedure van toepassing zijnde rechtsbescherming, en dat zij hierbij expliciet akkoord gaat met de vervaltermijnen conform artikel 14;

  • 3.

    Een verklaring dat het gaat om een inspanningsverplichting van de gemeente tot het aanvragen van prioritering en transportcapaciteit, niet een resultaatsverplichting; en

  • 4.

    Indien voor het project op grond van de Omgevingswet een instructie als bedoeld in artikel 2.33 van de Omgevingswet is gegeven door gedeputeerde staten van de provincie, dan wel het project valt onder instructieregels van de provinciale omgevingsverordening (artikel 2.22 jo. artikel 2.6 van de Omgevingswet), of voor het project een projectbesluit als bedoeld in artikel 5.44 van de Omgevingswet door de provincie is genomen, dient de aanvrager bij het projectdossier aan te tonen dat het project in overeenstemming is met deze provinciale besluiten dan wel dat de vereiste afstemming met of toestemming van gedeputeerde staten heeft plaatsgevonden.

Het projectdossier wordt ingediend via een digitaal beschikbaar aanvraagformulier of schriftelijk per post aan Gemeente De Ronde Venen, Croonstadtlaan 111, 3641 AL Mijdrecht. De gemeente bevestigt de ontvangst van het dossier binnen vijf werkdagen. Dit sluit aan bij de systematiek van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer.

Een verzoek dat onvolledig is wordt niet in behandeling genomen. Het in het verzoek opgenomen project komt dan ook niet op basis van het verzoek in aanmerking voor opname op de volgordelijst. De gemeente stelt de initiatiefnemer hiervan schriftelijk in kennis, waarbij ook wordt aangegeven in hoeverre het nog mogelijk is alsnog een volledig verzoek in te dienen. Dit is alleen mogelijk als de in artikel 5, tweede lid genoemde termijn voor het indienen van een verzoek nog niet is verstreken.

Het is niet mogelijk om op basis van een al ingediend verzoek een ander project aan te dragen dan waarvoor het verzoek is gedaan. Daarvoor moet, conform de daarvoor geldende bepalingen een nieuw verzoek worden ingediend.

Artikel 7. Opname op de volgordelijst van eigen projecten

Geen toelichting.

Artikel 8. Bestuursverklaring

De bestuursverklaring is het centrale bewijsstuk van het prioriteringsverzoek. Deze stelt de netbeheerder in staat te toetsen of het verzoek daadwerkelijk betrekking heeft op een prioriteitswaardige activiteit en of de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk en reëel is. Zonder deugdelijk ingevulde bestuursverklaring is het verzoek incompleet en zal de netbeheerder de aanvraag afwijzen. De elementen in artikel 8 zijn cumulatief: alle onderdelen moeten zijn opgenomen. De eisen komen overeen met de eisen die zijn opgenomen in artikel 7.21, derde en vierde lid van de Systeemcode Elektriciteit 2026.

De Systeemcode Elektriciteit 2026 stelt dat partijen in de bestuursverklaring moeten onderbouwen dat de gevraagde transportcapaciteit nodig is voor de uitoefening van hun geprioriteerde taken, dat de capaciteit noodzakelijk is om te starten, en dat de activiteit op korte termijn na toekenning zal aanvangen. De elementen uit artikel 8 corresponderen rechtstreeks met deze Systeemcode Elektriciteit 2026-vereisten.

Artikel 9. Rangordebepaling volgordelijst

De prioriteringscriteria vormen de kern van deze beleidsregels. Zij bepalen de volgorde op de volgordelijst en dienen objectief, toetsbaar en redelijk te zijn. Dit zijn de drie eisen die de Didam-jurisprudentie stelt aan selectiecriteria.

Artikel 9 werkt de prioritering uit in drie achtereenvolgende stappen. Elke volgende stap is uitsluitend van toepassing wanneer de voorgaande stap geen onderscheid oplevert.

Stap 1 – Start bouw

Projecten met een eerder geplande maand van start bouw staan hoger op de volgordelijst dan projecten met een latere start bouw. Het gaat hier niet om een wens, maar om een start bouwmaand die is onderbouwd met: een planning, een overeenkomst, subsidievoorwaarden of een vergunning planning.

De bewijsstukken moeten de opgegeven start bouwdatum concreet en plausibel maken, op basis van bewijsstukken zoals opgesomd in de rangorde van stap 2. Een omgevingsplan of BOPA zonder verdere planningsonderbouwing volstaat in de regel niet om een specifieke start bouwmaand te staven. Een combinatie van een civielrechtelijke overeenkomst met een planning, subsidieafspraken of vergunningsconditie biedt dat wel. De gemeente beoordeelt per geval of de bewijsstukken de opgegeven datum afdoende onderbouwen.

Stap 2- Projectrijpheid

Stap 2 is gebaseerd op de bestuurlijke en planologische gereedheid van het project. De rangschikking weerspiegelt de mate van zekerheid dat het project daadwerkelijk kan worden gerealiseerd en dat de aangevraagde transportcapaciteit tijdig wordt benut.

De hiërarchie van de bewijsstukken is gebaseerd op de mate waarin een project bestuurlijk is verankerd en planologisch uitvoerbaar is. Daarbij zijn de opname van het project in een vastgesteld Integraal Huisvestingsplan (IHP), een onherroepelijk omgevingsplan of een onherroepelijke vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) en een onherroepelijke omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit bepalend voor de rangorde. Elk van deze bewijsstukken vertegenwoordigt een andere mate van zekerheid over de uitvoerbaarheid van het project.

Een project wordt ingedeeld in de hoogste subcategorie waarvoor de vereiste bewijsstukken zijn overgelegd. Indien een project aan de voorwaarden van meerdere subcategorieën voldoet, wordt het ingedeeld in de hoogste toepasselijke subcategorie. Het college motiveert de indeling van ieder project op transparante wijze.

Onder categorie 6 vallen projecten waarvoor geen van de in de hogere categorieën genoemde bewijsstukken beschikbaar is, maar waarvoor uit andere objectieve en verifieerbare documenten blijkt dat het project voldoende concreet is om voor prioritering in aanmerking te komen. Hierbij kan worden gedacht aan een college- of raadsbesluit over de realisatie van de onderwijshuisvesting, een besluit tot beschikbaarstelling van investeringskrediet, een samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente en het bevoegd gezag van de onderwijsinstelling of andere vergelijkbare documenten waaruit blijkt dat het project zich in een vergevorderd stadium van voorbereiding bevindt. Projecten voor tijdelijke onderwijshuisvesting kunnen, afhankelijk van de beschikbare bewijsstukken, eveneens binnen één van de in dit artikel genoemde categorieën worden gerangschikt. Indien voor een dergelijk project niet wordt voldaan aan de bewijsstukken behorende bij de categorieën 1 tot en met 5, kan het worden ingedeeld in categorie 6, mits uit objectieve en verifieerbare documenten blijkt dat de tijdelijke huisvesting noodzakelijk is voor de continuïteit van het onderwijs, bijvoorbeeld in verband met renovatie, vervangende nieuwbouw, calamiteiten of een acute capaciteitsbehoefte.

Stap 4 – Datum van oplevering

Stap 4 is van toepassing wanneer na toepassing van de eerdere stappen nog geen onderscheid bestaat. De verwachte maand waarop het project wordt opgeleverd biedt de laatste onderscheiding tussen gelijkwaardige projecten. Een eerder verwacht tijdstip van oplevering geeft een sterkere aanwijzing dat de toegewezen transportcapaciteit ook daadwerkelijk en snel wordt benut. Dit sluit aan op het doel van het ACM-prioriteringskader: transportcapaciteit wordt toegewezen aan de partij die die capaciteit het eerst benut. Een project dat eerder zijn eerste onderwijshuisvestingsproject oplevert, doet al eerder een beroep op het net.

Artikel 10. Loting bij gelijke rangordebepaling volgordelijst

Loting als tiebreaker is noodzakelijk om te voorkomen dat gelijke gevallen ongelijk worden behandeld. De overgangsperiode bij de werkwijze ‘Eerder aanvragen’ brengt een specifiek risico mee: als alle projecten gelijktijdig worden ingediend en de selectiecriteria geen onderscheid bieden, kan loting als enige objectieve methode gelden. Loting is een door de rechtspraak erkende en objectieve methode bij gelijkwaardigheid van aanvragen. De openbaarheid van de loting is vereist om de transparantie te waarborgen en bezwaren te voorkomen.

De trekking kan digitaal uitgevoerd worden door een onafhankelijk systeem in aanwezigheid van een onafhankelijke getuige. De onafhankelijke getuige hoeft niet een notaris te zijn. De aanwezigheid van een onafhankelijke getuige neemt elke schijn van partijdigheid van de gemeente weg. De uitslag moet vastgelegd worden in een officieel proces-verbaal. Alle deelnemers worden individueel geïnformeerd over de uitslag en krijgen transparantie over hoe het proces is verlopen. Zij worden ook uitgenodigd om de loting bij te wonen.

Artikel 11. Verhouding tot woningbouwprojecten

De gemeente heeft op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 de bevoegdheid om voor verschillende basisbehoeften prioriteringsverzoeken en transportverzoeken bij de netbeheerder in te dienen. Voor woningbouwprojecten en onderwijshuisvestingsprojecten zijn afzonderlijke beleidsregels vastgesteld waarin de onderlinge rangorde binnen de betreffende categorie wordt bepaald. Dit artikel regelt de verhouding tussen beide beleidsregels.

De gemeente dient de prioriteringsverzoeken en transportverzoeken per kalenderjaar startbouw in bij de netbeheerder. Indien voor hetzelfde kalenderjaar zowel onderwijshuisvestingsprojecten als woningbouwprojecten voor indiening in aanmerking komen, worden de onderwijshuisvestingsprojecten vóór de woningbouwprojecten ingediend. De onderlinge rangorde van de onderwijshuisvestingsprojecten wordt vastgesteld overeenkomstig de artikelen 9 en 10 van deze beleidsregels. Voor de onderlinge rangorde van woningbouwprojecten blijven de Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten gemeente De Ronde Venen 2026 onverkort van toepassing.

Voor deze volgorde is gekozen vanwege de wettelijke verantwoordelijkheid van de gemeente voor de onderwijshuisvesting. Tijdige beschikbaarheid van onderwijshuisvesting is noodzakelijk voor de continuïteit van het onderwijs. Door onderwijshuisvestingsprojecten binnen de indieningsronde voorrang te geven, wordt beoogd het risico op vertraging van deze maatschappelijke voorziening zoveel mogelijk te beperken.

Dit artikel ziet uitsluitend op de volgorde waarin de gemeente de prioriteringsverzoeken en transportverzoeken bij de netbeheerder indient. De beoordeling van de verzoeken en de uiteindelijke toekenning van prioriteit en transportcapaciteit blijven de verantwoordelijkheid van de netbeheerder overeenkomstig de Systeemcode Elektriciteit 2026.

Artikel 12. Transparantie en motivering

Geen toelichting.

Artikel 13. Bekendmaking volgordelijst

De publicatietermijn van één week vóór de datum van indiening door de gemeente is afgestemd op de bezwaartermijn van artikel 14. Aanvragers hebben vijf kalenderdagen na bekendmaking van de volgordelijst om bezwaar te maken. De resterende dagen binnen de twee-wekentermijn bieden de gemeente de benodigde verwerkingstijd om eventuele correcties naar aanleiding van bezwaar door te voeren en de definitieve volgordelijst in te dienen.

Artikel 14. Rechtsbescherming

Het aanvragen van transportcapaciteit is een privaatrechtelijke rechtshandeling van de gemeente op grond van artikel 160, eerste lid, onderdeel d, van de Gemeentewet. De volgordebeslissing is een handeling ter voorbereiding van die rechtshandeling. Van een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht is dan ook geen sprake. Bestuursrechtelijk bezwaar en beroep staan niet open voor de initiatiefnemer. Er wordt desondanks gekozen om toch een alternatieve bezwaarprocedure te creëren.

De bezwaartermijn van vijf kalenderdagen wijkt bewust af van de twintig-dagentermijn die in het aanbestedingsrecht geldt. Vijf kalenderdagen is voldoende, omdat aanvragers voorafgaand aan indiening volledig zijn geïnformeerd over de selectiecriteria en de rangschikkingsmethode, en omdat het spoedeisende belang van de werkwijze 'Eerder aanvragen' — in het bijzonder de start van 1 oktober 2026 — een compacte procedure vereist die tijdige indiening van prioriteringsverzoeken bij de netbeheerder niet in gevaar brengt. Hierdoor krijgen aanvragers een concrete termijn om hun positie te beoordelen en zo nodig bezwaar te maken, zonder dat de procedure onnodig lang blokkerende werking heeft op de indiening bij de netbeheerder. Artikel 16, eerste lid, verankert die standstill.

Het tweede en derde lid introduceren een contractuele vervaltermijn voor twee onderscheiden rechtsmiddelen: het bezwaar bij de gemeente en de kortgedingprocedure bij de civiele rechter. Het recht op bezwaar bij de gemeente vervalt vijf kalenderdagen na bekendmaking van de volgordelijst, vijf kalenderdagen hierna vervalt het recht om een kortgedingprocedure aanhangig te maken. De contractuele grondslag maakt de termijn robuuster dan een eenzijdig door de gemeente vastgestelde termijn: zij berust op de wilsovereenstemming van de aanvrager, zodat een beroep op rechtsverwerking wegens het niet-tijdig aanwenden van een rechtsmiddel een sterkere basis heeft. De VNG Handreiking Toepassing Didam-regels in de gemeentelijke gronduitgiftepraktijk beveelt een dergelijke constructie aan.

Artikel 15. Wijziging en intrekking van de volgordepositie

De volgordepositiebepaling is een handeling ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling; van een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is geen sprake.

Een volgordepositie wordt toegekend op basis van de informatie en het programma die de initiatiefnemer op het moment van indiening heeft aangeleverd, of waarover de gemeente bij eigen projecten zelf over beschikt. De limitatieve gronden in het eerste lid kunnen rechtvaardigen dat de gemeente de positie herziet. Intrekking of wijziging op andere gronden vindt niet plaats. Relevante wijzigingen zijn wijzigingen die van invloed zijn op de plaatsing op de volgordelijst, zoals bijvoorbeeld het moment van start bouw.

Over de wijziging in rangorde wordt transparant gecommuniceerd. Uiteraard kan wijziging alleen plaatsvinden voor zolang de volgordelijst nog niet is ingediend bij de netbeheerder. Op het moment dat de lijst is ingediend ligt de verdere verantwoordelijkheid bij de netbeheerder en kan die, op grond van de hem toekomende bevoegdheden, naar bevinden handelen. Hier speelt ook mee dat een wijziging die meer transportcapaciteit of een andere locatie vergt, op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 kwalificeert als een nieuw verzoek en daarmee de bestaande prioriteitspositie doet vervallen.

Artikel 16. Indienen verzoek conform volgordelijst

Het indienen van de transportverzoeken en prioriteringsverzoeken vormt het sluitstuk van een zorgvuldige selectieprocedure door de gemeente. Dit indienen vindt dan ook niet plaats eerst nadat initiatiefnemers nog de gelegenheid hebben gehad om bezwaar te maken tegen de volgordelijst. Daarmee kunnen eventuele omissies worden hersteld, voordat er vervelende consequenties ontstaan. De gemeente volgt bij het indienen van de verzoeken de vastgestelde volgordelijst.

Met het indienen van een transportverzoek en een prioriteringsverzoek bij de netbeheerder gaat de gemeente financiële verplichtingen aan jegens de netbeheerder. Er moet namelijk een aanbetaling worden gedaan. Hiervoor is financiële dekking noodzakelijk. Deze dekking kan bestaan uit het feit dat een bij het project betrokken initiatiefnemer zich verbindt tot het voldoen van deze kosten en daarvoor materiële zekerheid stelt, zodat de gemeente geen financieel risico loopt. Anders moet de gemeente voor het aangaan van deze verplichting financiële dekking hebben op de begroting. Het budgetrecht ligt namelijk bij de gemeenteraad. Deze financiële dekking kan verwerkt zijn binnen de begroting van het project of op basis van een andere begrotingspost waarmee de raad hiervoor middelen beschikbaar heeft gesteld. Deze bepaling betreft dan ook een financieringsvoorbehoud met betrekking tot het indienen van verzoeken bij de netbeheerder

De netbeheerder hanteert op grond van artikel 7.22, eerste lid, aanhef en onder b, van de Systeemcode elektriciteit 2026 voor de behandeling van de van gemeenten afkomstige verzoeken de volgorde op basis van volgorde van binnenkomst. Om te voorkomen dat eerst alle prioriteringsverzoeken van één gemeente, die toevallig het snelste is met indienen, bovenaan de volgordelijst van de netbeheerder komen te staan is gekozen voor afstemming met de andere gemeenten in het congestiegebied. Op deze wijze komt er binnen het congestiegebied een integrale volgordelijst tot stand. Aangezien dit het uitvoeringsproces van indiening betreft is dit in de beleidsregels niet nader uitgewerkt.

Artikel 17. Inwerkingtreding

Geen toelichting.

Artikel 18. Citeertitel

Geen toelichting.