Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR765590
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR765590/1
Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen 2026
Geldend van 20-08-2026 t/m heden
Intitulé
Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen 2026De raad van de gemeente Noord-Beveland
- •
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;
- •
gelet op de Wet op de lijkbezorging en artikel 147, artikel 149, artikel 216 en artikel 229 van de Gemeentewet;
Besluit
- 1.
de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats 2000 per 1-1-2026 in te trekken; en
- 2.
de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats 2026 vast te stellen met datum in werking treden op 01-01-2026.
Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats 2026
HOOFDSTUK 1. INLEIDENDE BEPALINGEN
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
- a.
begraafplaats: de begraafplaatsen in Colijnsplaat, Kamperland, Kats, Kortgene en Wissenkerke
- b.
graf: een zandgraf of keldergraf;
- c.
grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of meerdere lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet;
- d.
asbus: een bus ter berging van as van een overledene;
- e.
urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen;
- f.
particulier graf: een graf, waaronder een urnengraf, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:
- 1.
het doen begraven en begraven houden van lijken;
- 2.
het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen; met of zonder urnen.
- 1.
- g.
algemeen graf: een graf, waaronder een urnengraf, bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken;
- 1.
het doen begraven en begraven houden van lijken;
- 2.
het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen; met of zonder urnen.
- 1.
- i.
particuliere gedenkplaats: een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend om overledenen te gedenken;
- j.
grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf of gedenkplaats;
- k.
beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats(en) of degene die hem vervangt;
- l.
rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf, een particulier urnengraf of een particuliere gedenkplaats, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden;
- m.
belanghebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf of een algemeen urnengraf is verleend, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden;
- n.
grafrecht termijn: de termijn waarvoor het grafrecht is uitgegeven of verlengd;
- o.
college: het college van burgemeester en wethouders;
- p.
sociale binding: de overledene heeft een binding met Noord-Beveland. De overledene was woonachtig of heeft langer dan drie jaar in de gemeente Noord-Beveland gewoond, is een bloedverwant van een inwoner van de gemeente Noord-Beveland of een bloedverwant van een overledene die reeds begraven is op een van de gemeentelijke begraafplaatsen in Noord-Beveland.
Artikel 2. Voorwaarden
-
1. Aan krachtens deze verordening te verlenen toestemmingen, vergunningen of ontheffingen worden voorwaarden verbonden.
-
2. Op het natuurlijke gedeelte van de begraafplaats in Colijnsplaat mag slechts begraven worden als er sprake is van een sociale binding met gemeente Noord-Beveland.
-
3. Indien de in het eerste lid bedoelde voorwaarden niet worden nageleefd, kan het college besluiten de toestemming, vergunning of ontheffing in te trekken.
HOOFDSTUK 2. OPENSTELLING, ORDE EN RUST OP DE BEGRAAFPLAATS
Artikel 3. Openstelling begraafplaats
-
1. De begraafplaats is voor een ieder dagelijks toegankelijk gedurende de door het college bij nadere regels vast te stellen tijden. Het college maakt deze tijden openbaar bekend in het Uitvoeringsbesluit gemeentelijke begraafplaats.
-
2. Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten.
-
3. Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen en de bijbehorende parkeerplaatsen niet voor het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.
Artikel 4. Ordemaatregelen
-
1. Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats(en) hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.
-
2. De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzing houden van de begraafplaats verwijderen of laten verwijderen.
-
3. Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaats(en) te rijden:
- a.
elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen; motorrijtuigen zijn buiten de rijwegen (slechts) toegestaan voor begrafenissen of voor het vervoer van materialen;
- b.
sneller dan 5 km per uur.
- a.
-
4. Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaatsen hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder. Uit piëtietsoverwegingen is het bovendien niet toegestaan om tijdens de uit te voeren werkzaamheden:
- a.
te werken met ontbloot bovenlijf;
- b.
het ten gehore (laten) brengen van muziek door middel van geluidsdragers, dan wel op andere wijze geluiden te produceren die als hinderlijk wordt ervaren, dit ter beoordeling van de beheerder;
- c.
andere geluiden, die niet uit de te verrichten werkzaamheden ontstaan, naar voren te (laten) brengen;
- a.
-
5. Degene die zich niet aan de in het vierde lid bedoelde aanwijzing houden, moeten zich op eerste aanzegging van de onder 4. Genoemde beheerder van de begraafplaatsen verwijderen.
Artikel 5. Plechtigheden, herdenkingsbijeenkomsten en onthullingen van gedenktekens
-
1. Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats moeten vijf dagen van tevoren worden gemeld aan de beheerder onder opgave van datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal plaatsvinden.
-
2. De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid moeten zich in het belang van de orde, rust en netheid houden aan de aanwijzingen van de beheerder.
Artikel 6. Opgravingen en ruimen
Bij het opgraven van lijken en de ruiming van graven zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast.
HOOFDSTUK 3. VOORSCHRIFTEN VOOR LIJKBEZORGING
Artikel 7. Kennisgeving begraven, delven en sluiten van een graf
-
1. Degene die wil doen begraven geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur twee werkdagen voorafgaande aan die waarop de begraving zal plaatsvinden schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. De beheerder bepaalt het moment van begraving. Indien de burgemeester na toestemming van de officier van justitie, toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving zo tijdig mogelijk worden gedaan.
-
2. Het lijk dient bij aankomst op de begraafplaats of in het crematorium te zijn voorzien van een duurzaam identiteitskenmerk
-
3. Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen.
Artikel 8. Het gebruik muziekinstallatie
Het college kan nader vast te leggen regels maken over het gebruik van de een muziekinstallatie.
Artikel 9. Over te leggen stukken
-
1. Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven of de toestemming tot het plaatsen van een asbus schriftelijk is overgelegd aan de beheerder. Het college kan over de wijze waarop dit dient te gebeuren nadere regels opstellen.
-
2. Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.
-
3. Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn tenminste gelijk is aan de wettelijke grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door een van de andere personen, genoemd in artikel 17 zesde lid.
-
4. De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op hele jaren.
-
5. De beheerder onderzoekt of de overlegde stukken toereikend zijn.
Artikel 10. Tijden van begraven
-
1. Voor het begraven wordt gelegenheid geboden van maandag tot en met vrijdag tussen 10.00 en 16.00 uur, en op zaterdag tussen 10.00 en 14.00 uur, met uitzondering van algemeen erkende feestdagen.
-
2. Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.
HOOFDSTUK 4. INDELING EN UITGIFTE VAN DE GRAVEN
Artikel 11. Indeling graven, asbezorging, afmetingen en uitgifteduur
-
1. Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven:
- a.
particuliere graven en particuliere urnengraven;
- b.
particuliere urnennissen.
- c.
particuliere verstrooiingsplaatsen
- d.
algemene graven en algemene urnengraven
- a.
-
2. Het college kan in bepaalde gevallen afwijken van de in het vorige lid genoemde. Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in de particuliere graven. Het college bepaalt tevens de afmetingen en de uitgifteduur van de particuliere graven. De uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de lijkbezorging
-
3. Sommige type urnengraven of bepaalde diensten zijn niet, niet meer, of nog niet op elke begraafplaats beschikbaar. Er bestaat geen recht op uitgifte of levering.
Artikel 12. Aantal overledenen in algemene graven
-
1. In de algemene graven kan een door het college te bepalen aantal lijken worden begraven.
-
2. In de algemene urnengraven kan een door het college te bepalen aantal asbussen met of zonder urn worden bijgezet.
Artikel 13. Volgorde van uitgifte
-
1. De particuliere graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging uitgegeven.
-
2. Het college kan een particulier graf toewijzen anders dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie op de begraafplaats(en) niet bezwaarlijk is.
-
3. Op het natuurlijk deel in Colijnsplaat kan, anders dan artikel 13 lid 1 beschreven, vrij gekozen worden.
Artikel 14. Categorieën
-
1. Het college kan bij nader vast te stellen regels de algemene en particuliere graven onderverdelen in categorieën. Het college bepaalt voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte.
Artikel 15. Termijnen van particuliere graven
-
1. Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats zulks toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, het recht op een particulier graf.
-
2. Een algemeen graf wordt uitgegeven voor de duur van 10 jaar, waarna niet verlengd kan worden.
-
3. Het recht op een particulier graf wordt verleend voor de termijn van vijfentwintig jaar.
-
4. Het recht op een particulier graf op het natuurlijke deel van de begraafplaats wordt verleend voor de termijn van honderd jaar.
-
5. De genoemde termijn in het tweede lid, derde en het vierde lid vangt aan op de datum waarop het graf is uitgegeven.
-
6. Het recht op een particulier graf wordt op verzoek van de rechthebbende telkens met een termijn van tien jaren verlengd. Het verzoek dient voor het verstrijken van de lopende termijn te worden ingediend.
-
7. De genoemde termijn in het zesde lid vangt aan op de datum waarop het graf voor het eerst wordt uitgegeven na de inwerkingtreding van deze verordening.
-
8. Bij verlenging van de uitgifte van het recht op een particulier graf vangt het genoemde termijn in het zesde lid aan met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2023 of zoveel later waarop het grafrecht verlengd is.
-
9. De genoemde termijn in het zesde lid en de aanvangstermijn in het zevende lid overschrijven de genoemde termijnen in het derde lid, vierde en vijfde lid.
-
10. Een recht als bedoeld in het eerste lid kan slechts aan één rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf. Verlening van het recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.
Artikel 16. Grafrechten en overschrijving van verleende rechten
-
1. Voor particuliere graven worden grafrechten geheven overeenkomstig hetgeen daaromtrent is bepaald in de Verordening op de heffing en invordering van begraafplaatsrechten.
-
2. Het college kan het recht op een graf op schriftelijk verzoek van de rechthebbende overschrijven ten name van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad. Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van een ander dan de vorengenoemde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.
-
3. Na het overlijden van de rechthebbende kan het graf worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad, mits het verzoek hiertoe schriftelijk wordt gedaan binnen een jaar na het overlijden van de rechthebbende. Overschrijving ten name van een ander dan de in de vorige zin bedoelde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.
-
4. Indien na het overlijden van de rechthebbende het schriftelijk verzoek tot overschrijving aan burgemeester en wethouders niet wordt gedaan binnen de in het derde lid van dit artikel gestelde termijn is het college bevoegd het recht op het particulier graf te doen vervallen.
-
5. Na het verstrijken van de in het vierde lid genoemde termijn van een jaar kan het college het particuliere graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd.
Artikel 18. Afstand doen van graven
-
1. Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het graf.
-
2. Het college doet schriftelijk een mededeling aan de rechthebbende van ontvangst van de verklaring als genoemd in het eerste lid.
-
3. Het college stelt nadere te bepalen regels over de wijze en de termijn waarop een grafrechthebbende wordt geïnformeerd over het aflopen van een grafrechtermijn.
HOOFDSTUK 5. GRAFBEDEKKINGEN
Artikel 19. Vergunning grafbedekking
-
1. Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke vergunning nodig van het college.
-
2. Grafbedekking, anders dan een boomschijf is niet toegestaan op dat gedeelte van de begraafplaats in Colijnsplaat welke is ingericht als natuurlijke begraafplaats.
-
3. Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen.
-
4. Het college kan de vergunning weigeren indien:
- a.
niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadereregels, genoemd in het derde lid;
- b.
het grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;
- c.
de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;
- d.
de constructie van het grafteken ondeugdelijk is.
- a.
-
5. Voor het plaatsen van een gedenkteken op een graf worden rechten geheven overeenkomstig het bepaalde in de Verordening begraafplaatsrechten.
-
6. Het is verboden, anders dan met toestemming van het college, werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de begraafplaats te verrichten.
-
7. Alleen de rechthebbende op een particulier graf beslist welk grafmonument op een graf komt.
Artikel 20. Onderhoud door de gemeente
-
1. Het college voorziet in het algemeen onderhoud van de begraafplaats, alsmede het onderhouden van de graven, met uitzondering van de grafbedekking en grafkelders.
-
2. Voor het onderhouden van de graven worden rechten geheven overeenkomstig het bepaalde in de Verordening begraafplaatsrechten.
-
3. Uitgezonderd van het bepaalde in het tweede lid zijn graven met een beschermd bijzondere status; hiervoor worden geen rechten geheven.
Artikel 21. Onderhoud door de rechthebbende of gebruiker
- 1.
Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende of de gebruiker.
- 2.
De rechthebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen. Hieronder wordt mede begrepen het waterpas stellen van graftekens.
- 3.
Indien de rechthebbende of de gebruiker nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende twaalf weken ter beschikking van de rechthebbende en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding is verplicht.
- 4.
De verwijdering vindt niet eerder plaats dan nadat de rechthebbende overeenkomstig het bepaalde in artikel 28 vierde lid van de Wet op de lijkbezorging, door middel van een verklaring schriftelijk op de toestand en verwaarlozing van de grafbedekking is gewezen, die binnen één jaar na ontvangst in het onderhoud voorziet.
- 5.
Indien de ontvangst van de verklaring, bedoeld in het vierde lid, niet bevestigd wordt of wanneer het adres van de rechthebbende of de gebruiker niet bekend is maakt het college de verklaring bij de ingang van de begraafplaats bekend, gedurende een periode van vijf jaar dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.
- 6.
Indien uitvoering is gegeven aan het vierde of vijfde lid en niet alsnog in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf op het moment dat de periode van één dan wel vijf jaar, bedoeld in het vierde respectievelijk vijfde lid, is verstreken.
- 7.
Indien het recht op het graf nog geen tien jaar is gevestigd op het moment dat de periode, bedoeld in het vijfde lid is verstreken, blijft de bekendmaking in stand totdat de periode van tien jaar is verstreken dan wel totdat in die periode in het onderhoud isvoorzien. Indien niet voordien in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf zodra de termijn van tien jaar is verstreken.
- 8.
Het college kan nadere regels opstellen voor het onderhoud van de grafbedekking van graven met een beschermd bijzondere status die ten gunsten zijn van de nabestaanden.
- 9.
Het college kan in navolging van het bepaalde in het achtste lid alle daar voorgaande leden niet van toepassing verklaren op een graf met een beschermd bijzondere status.
- 10.
Uitgezonderd van het bepaalde in zesde lid en het zevende lid zijn beschermde graven waarop het recht nooit vervalt.
Artikel 22. Niet-blijvende grafbeplanting
-
1. Rechthebbenden of gebruikers zijn zelf verantwoordelijk voor het onderhoud van niet blijvende- beplantingen op een graf of het tijdig verwijderen daarvan wanneer zij verwelkt zijn.
-
2. Wanneer het bepaalde in het eerste lid in een verwaarloosde staat verkeren kunnen deze door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak door een rechthebbende of een gebruiker kan worden gemaakt op schadevergoeding.
-
3. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder worden verwijderd zonder dat de rechthebbende of gebruiker hierover geïnformeerd hoeft te worden.
-
4. Bijbehorende linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende twaalf weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, van de belanghebbende indien deze daartoe tevoren een aanvraag heeft ingediend bij de beheerder.
Artikel 23. Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn
-
1. Na het vervallen van een recht op een graf dient de rechthebbende de grafbedekking binnen vier weken van het graf te verwijderen.
-
2. Verwijdering van de grafbedekking dient te geschieden op aanwijzing en onder toezicht van de beheerder. De beheerder dient tenminste een dag van tevoren op de hoogte te worden gesteld van het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking.
-
3. Indien verwijdering van de grafbedekking binnen de termijn zoals bepaald is in het eerste lid achterwege blijft, kan het college deze verwijderen.
-
4. Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt het college ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is, maakt het college het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats bekend.
-
5. Indien de grafbedekking niet binnen dertien weken na de verwijdering is afgehaald, vervalt deze aan de gemeente, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is. De rechthebbende kan in dit geval geen aanspraak maken op het afkomend materiaal of op een vergoeding daarvoor.
-
6. Indien voldaan wordt aan het vierde en het vijfde lid en het derde lid tot uitvoering wordt gebracht kan het college de kosten voor het verwijderen van de grafbedekking op de rechthebbende verhalen.
HOOFDSTUK 6. RUIMING VAN GRAVEN EN URNENGRAVEN
Artikel 24. Ruiming, bezorging van overblijfselen en as
-
1. Het voornemen van het college om graven te ruimen wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de graven geruimd zullen worden, door middel van een algemene mededeling op de begraafplaats bekend gemaakt.
-
2. Het in het eerste lid bedoelde voornemen wordt bovendien tenminste 12 weken voor de ruiming bekend gemaakt in een regionaal verschijnend dag- of weekblad.
-
3. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van lijken worden begraven op een van de daartoe bestemde afgesloten gedeelten van de begraafplaats, tenzij door de rechthebbende op het graf - of bij een algemeen graf de nabestaanden - een verzoek is gedaan tot alsnog cremeren van de overblijfselen.
-
4. Van de bij de ruiming van het graf aanwezige asbussen wordt de betreffende as verstrooid, tenzij door de rechthebbende op het graf - of bij een algemeen graf de nabestaanden - een verzoek is gedaan om de asbus elders te begraven.
-
5. Bij het opgraven van lijken en de ruiming van graven zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast.
-
6. Een graf met een beschermd bijzondere status mag vanwege deze status in beginsel nooit worden geruimd tenzij:
- a.
de raad hiervoor zwaarwegende redenen heeft; of
- b.
een grafrechthebbende hiertoe expliciet en schriftelijk verzoekt en het verzoek van de grafrechthebbende aantoonbaar niet op bezwaren van aanverwanten of nabestaanden stuit.
- a.
HOOFDSTUK 7. GEDEELTEN VAN DE BEGRAAFPLAATS VOOR KERKGENOOTSCHAPPEN, ISLAMITISCHE GEMEENSCHAP OF ANDERE GELOOFSOVERTUIGINGEN
Artikel 25. Indeling begraafplaats
-
1. Het college kan een gedeelte of meerdere gedeelten van de begraafplaats reserveren voor een kerkgenootschap, de islamitische gemeenschap of andere geloofsovertuigingen. Het college bepaalt nader vast te stellen regels hiervoor.
-
2. Op de begraafplaats wordt op verzoek gelegenheid gegeven tot het begraven in een van de daarvoor aangewezen delen volgens de bepalingen van het eerste lid.
HOOFDSTUK 8. IN STAND HOUDEN HISTORISCHE GRAVEN, BESCHERMD BIJZONDERE STATUS EN OPVALLENDE GRAFBEDEKKING
Artikel 26. Lijst
-
1. Het college houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn, een beschermd bijzondere status hebben of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.
-
2. Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven.
-
3. De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.
HOOFDSTUK 9. INRICHTING REGISTER
Artikel 27. Voorschriften
-
1. Het college stelt voorschriften vast voor het register van de begraven lijken.
-
2. Het register wordt bijgehouden door de beheerder.
HOOFDSTUK 10. SLOTBEPALINGEN
Artikel 28. Intrekking oude regeling
Op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze verordening wordt de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen 2026 van de gemeente Noord-Beveland, vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad van Noord-Beveland op 30 maart 2000, ingetrokken.
Artikel 29. Overgangsbepaling
- 1.
Rechten en verplichtingen met betrekking tot graven - hoe ook genaamd - die zijn ontstaan op basis van de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen van de gemeente Noord-Beveland zoals genoemd in artikel 28 worden, voor zover deze niet reeds zijn vervallen of ingetrokken, geacht te zijn ontstaan op basis van onderhavige verordening.
- 2.
Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een verzoek om een vergunning dan wel een ander verzoek - hoe ook genaamd - is gedaan op grond van de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen van de gemeente Noord-Beveland zoals genoemd in artikel 28, en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening daarop nog niet is beslist, wordt de overeenkomstige bepaling van deze verordening toegepast.
Artikel 30. Strafbepaling
Een ieder die handelt in strijd met artikel 3 derde lid, artikel 4 eerste lid, tweede lid en derde lid, artikel 5 tweede lid en artikel 6 wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie als bedoeld in het Wetboek van strafrecht.
Artikel 31. Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking, doch niet eerder dan 1 januari 2026.
Artikel 34. Citeerartikel
Deze verordening kan worden aangehaald als Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats 2026.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 18 december 2025.
de griffier,
voorzitter,
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl