Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR765396
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR765396/1
Regeling houdende de verlening van mandaat en volmacht van het dagelijks bestuur en de voorzitter aan de directeur van de Omgevingsdienst Rivierenland 2026
Geldend van 07-08-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-04-2026
Intitulé
Regeling houdende de verlening van mandaat en volmacht van het dagelijks bestuur en de voorzitter aan de directeur van de Omgevingsdienst Rivierenland 2026Het dagelijks bestuur en de voorzitter van de Omgevingsdienst Rivierenland, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft, gelet op:
- -
Afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);
- -
de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Rivierenland;
- -
de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr);
Besluiten vast te stellen: ‘De regeling houdende de verlening van mandaat en volmacht van het dagelijks bestuur en de voorzitter aan de directeur van de Omgevingsdienst Rivierenland 2026’
Artikel 1 Begripsbepalingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
- a.
directeur; de algemeen directeur van de Omgevingsdienst
- b.
ambtelijke organisatie: de ambtelijke organisatie van de Omgevingsdienst;
- c.
dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst;
- d.
voorzitter: de voorzitter van de Omgevingsdienst, bedoeld in artikel 19 van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Rivierenland;
- e.
directeur uitvoering: de functionaris die verantwoordelijk is voor aansturing van de functionele teams en die hiërarchisch rechtstreeks onder de directeur ressorteert.
- f.
Omgevingsdienst: het openbaar lichaam Omgevingsdienst Rivierenland, bedoeld in artikel 3 van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Rivierenland;
- g.
mandaatregister: het overzicht waarin de gemandateerde bevoegdheden en eventuele beperkingen zijn vastgelegd.
Artikel 2 Algemeen
Bij de uitoefening van de bevoegdheden in mandaat wordt het daaromtrent gestelde bij of krachtens wetten, verordeningen, regelingen, besluiten, aanwijzingen en richtlijnen, hoe ook genaamd, van Europese, rijks, provinciale en gemeentelijke wetgevers of andere bestuursorganen, alsmede beleidsregels en instructies van het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter, in acht genomen.
Artikel 3a Mandaat van het dagelijks bestuur
-
1. Aan de directeur wordt mandaat verleend door het dagelijks bestuur, voor zover de aard van de bevoegdheid zich niet tegen de mandaatverlening verzet, voor de bevoegdheid tot:
- a.
het nemen van besluiten op grond van Burgerlijk Wetboek Boek 7, titel 10 en artikel 7:900 Burgerlijk Wetboek, de cao SGO, het Arbeidsvoorwaardenreglement Gelderse Omgevingsdiensten en het Personeelshandboek ODR inzake medewerkers van de Omgevingsdienst Rivierenland. Van het mandaat is uitgezonderd besluiten over een personele mismatch, indien daarmee, in een kalenderjaar alle besluiten cumulerend, het totaalbedrag van de jaarlijkse reserve (1% van de loonsom) wordt overschreden.
- b.
Besluiten over de aanstelling van de directeur uitvoering worden genomen na consultatie van het dagelijks bestuur
- c.
het nemen van een besluit inzake aanvragen als bedoeld in hoofdstuk III van de Algemene verordening gegevensbescherming;
- d.
de bevoegdheid tot het nemen van besluiten op verzoeken om toepassing van de Wet open overheid voor zover het om autonome bevoegdheden van de Omgevingsdienst gaat, met inbegrip van besluiten waarbij een verzoek geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd.
- e.
het nemen van besluiten op bezwaar, beroep en hoger beroep en eventuele voorlopige voorzieningzaken, inzake verzoeken om toepassing van de Wet open overheid voor zover het zijn autonome bevoegdheden betreft;
- f.
Het nemen van besluiten op grond van de Wet verbetering poortwachter en de Arbeidsomstandighedenwet;
- g.
het beslissen tot het aangaan van overeenkomsten tot een bedrag van € 300.000,- voor overeenkomsten tot inhuur van personeel en € 100.000,- voor andere overeenkomsten
- a.
-
2. Het eerste lid is niet van toepassing in gevallen waarin een besluit moet worden genomen naar aanleiding van een ingekomen bezwaarschrift, (hoger) beroepschrift dan wel voorlopige voorzieningszaak gericht tegen een besluit op een verzoek om toepassing van de Wet open overheid.
Artikel 3b Mandaat van de voorzitter
Aan de directeur wordt mandaat verleend door de voorzitter voor de bevoegdheid tot:
- 1.
Het nemen van besluiten op verzoeken om toepassing van de Wet open overheid voor zover het om autonome bevoegdheden van de omgevingsdienst gaat, met inbegrip van besluiten waarbij een verzoek geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd.
- 2.
Het tekenen van de overeenkomsten tot een bedrag van € 300.000,- voor overeenkomsten tot inhuur van personeel en € 100.000,- voor andere overeenkomsten.
Artikel 4 Reikwijdte mandaat, volmacht- of machtigingsverstrekking
-
1. Indien het dagelijks bestuur of de voorzitter mandaat, volmacht of machtiging verleent ten aanzien van de uitvoering van een bevoegdheid, geschiedt deze verlening in de ruimste zin des woords voor zover direct te maken hebbend met de opgedragen taken en onverminderd het bepaalde in artikel 2.
-
2. De uitoefening van bevoegdheden in mandaat, verleend bij of krachtens deze regeling, geschiedt met inachtneming van de ter zake schriftelijk vastgelegde instructies per geval of in algemene zin van het algemeen bestuur, dagelijks bestuur dan wel de voorzitter overeenkomstig het mandaatregister.
-
3. Waar volmacht is verleend tot het besluiten en verrichten van een privaatrechtelijke rechtshandeling aan een gevolmachtigde wordt daarmee ook de bevoegdheid verleend tot bewaking van uitvoering van die rechtshandeling, waartoe worden gerekend ingebrekestelling, ontbinding, vorderen van nakoming, opzegging van een overeenkomst en alle andere besluiten, die hiermee verband (kunnen) houden.
Artikel 4a Uitsluiting van mandaat
Van mandaat zijn in ieder geval uitgezonderd:
- a.
bevoegdheden waarbij mandaat wettelijk is uitgesloten;
- b.
het beslissen op bezwaar tegen een besluit dat door de gemandateerde zelf is genomen;
- c.
aangelegenheden waarbij de aard van de bevoegdheid zich tegen mandaatverlening verzet.
Artikel 5 Kaders uitoefening bevoegdheden
Een in mandaat te nemen besluit mag niet worden genomen indien:
- 1.
het besluit genomen moet worden met toepassing van de in artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht vervatte inherente afwijkingsbevoegdheid;
- 2.
de financiële consequenties van het besluit naar verwachting het daartoe in de door het algemeen bestuur vastgestelde begroting bestemde budget overschrijden;
- 3.
er persoonlijke betrokkenheid van de gemandateerde bij het te nemen besluit bestaat;
- 4.
de uitoefening van de bevoegdheden ingrijpende gevolgen voor de Omgevingsdienst kan hebben, of indien het algemeen bestuur vooraf om inlichtingen verzoekt.
Artikel 6 Informatieplicht
-
1. De directeur verschaft het dagelijks bestuur dan wel de voorzitter gevraagd of ongevraagd informatie over de uitvoering van de aan hem gemandateerde bevoegdheden.
-
2. De directeur informeert het dagelijks bestuur dan wel de voorzitter bij zwaarwegende omstandigheden en gebeurtenissen die betrekking hebben op de gemandateerde bevoegdheden. Onder zwaarwegende omstandigheden en gebeurtenissen worden onder andere aangelegenheden verstaan waarbij:
- a.
sprake is van bestuurlijke of politieke gevoeligheid;
- b.
precedentwerking te verwachten is;
- c.
afwijking van beleid wordt overwogen;
- d.
aanzienlijke financiële, juridische of maatschappelijke risico’s bestaan.
- a.
Artikel 7 Volmacht en machtiging
Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt, voor zover van toepassing, met mandaat gelijkgesteld:
- 1.
De verlening van volmacht tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, en
- 2.
De machtiging om handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.
Artikel 8 Ondermandaat toegestaan
De directeur kan de bevoegdheden, genoemd in artikel 3a en 3b geheel of gedeeltelijk onder mandateren aan de directeur uitvoering of diens plaatsvervanger, teammanagers en programmamanagers.
Artikel 9 Vervanging
De directeur wordt bij afwezigheid vervangen door de directeur uitvoering.
Artikel 10 Ondertekening
Het dagelijks bestuur en de voorzitter van de Omgevingsdienst Rivierenland, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft, verleent een algemeen ondertekeningsmandaat voor besluiten die zij heeft genomen aan de directeur.
In de ondertekening dient tot uitdrukking te worden gebracht dat het besluit is genomen krachtens mandaat of volmacht. Hierbij wordt de volgende formulering aangehouden:
“Namens [mandaatgever] van de Omgevingsdienst Rivierenland:”
De directeur van de Omgevingsdienst Rivierenland,
[handtekening]
[naam ondertekenaar]”
Artikel 11 Slotbepalingen
-
1. Deze regeling treedt een dag na publicatie in werking.
-
2. Deze regeling heeft terugwerkende kracht tot en met 1 april 2026
-
3. Dit besluit wordt aangehaald als: ‘Regeling houdende de verlening van mandaat en volmacht van het dagelijks bestuur en de voorzitter aan de directeur van de Omgevingsdienst Rivierenland 2026’
-
4. Gelijktijdig wordt de ‘Regeling houdende de verlening van Mandaat en volmacht van het dagelijks bestuur en de voorzitter aan de afdelingshoofden van de Omgevingsdienst Rivierenland 2023’ ingetrokken.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering van het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst Rivierenland d.d. 11 mei 2026
Mevr. M Wichgers
de voorzitter,
de secretaris,
G.J.F.M Vlekke
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl