Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR765375
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR765375/1
Geldend van 07-08-2026 t/m heden
1 Voorwoord
1.1 Samen verder bouwen aan de Spoorzone
De gemeente Doetinchem heeft de afgelopen jaren bewust gekozen om te groeien. Ons
doel is dat Doetinchem in 2036, als de stad 800 jaar stadsrechten viert, gegroeid
is naar ongeveer 70.000 inwoners. Dat is nodig om onze voorzieningen op peil te houden.
Met de huidige 60.000 inwoners wordt dat steeds moeilijker.
We willen dat inwoners kunnen blijven genieten van alles wat Doetinchem aantrekkelijk
maakt. Denk aan onze schouwburg Amphion, cultureel centrum De Gruitpoort, goede scholen,
het (nieuwe) ziekenhuis, de levendige binnenstad met winkels en horeca en de vele
sportverenigingen. Maar groei gaat niet alleen over aantallen mensen. Het gaat ook
om kwaliteit en balans. We willen een stad zijn waar je goed kunt wonen, werken en
ontspannen. Doetinchem als het kloppende hart van de Achterhoek.
Een belangrijk onderdeel van deze groei is de Spoorzone. Dat gebied, tussen de binnenstad,
Oude IJssel en het stationsgebied, krijgt een centrale rol in de ontwikkeling van
de stad. Dankzij het goede openbaar vervoer en de verbindingen met Arnhem, Nijmegen
en de omliggende dorpen, heeft de Spoorzone veel kansen om uit te groeien tot een
moderne en duurzame woon- en werklocatie.
Hier komen wonen, werken, leren en ontspannen op een natuurlijke manier samen. Een
groot deel van de woningbouwopgave van Doetinchem wordt hier gerealiseerd. Er komen
ongeveer 2.000 nieuwe woningen, in verschillende prijsklassen en voor elke woningzoekende.
Daarom bied ik met trots hierbij het Gebiedsprogramma Spoorzone Doetinchem
Dit programma geeft richting aan de toekomstige ontwikkeling van het gebied. Het is
een verdere uitwerking van de Structuurschets Spoorzone Doetinchem, die in 2023 door
de gemeenteraad is vastgesteld.
Met dit programma geven we bouwers en ontwikkelaars heldere spelregels.
We willen een sterke en sociale wijk maken, waar mensen elkaar ontmoeten en zich verbonden
voelen. De inrichting van de wijk en de openbare ruimte sluiten hierop aan. Daarnaast
is de Spoorzone een aantrekkelijke plek voor innovatieve bedrijven in de maakindustrie,
agrofood en zorg. Verder krijgen langzaam verkeer, fietsen en deelmobiliteit voorrang.
In de Spoorzone werken we ook aan onze duurzaamheidsdoelen.
We letten op klimaat, energie, circulariteit, gezondheid en sociale kwaliteit. Een
belangrijk voorbeeld daarvan is het nieuwe Oude IJsselpark.
Dit park zorgt voor verkoeling, opvang van regenwater en meer natuur. Ook wordt het
een prettige plek om te wandelen, te sporten of elkaar te ontmoeten.
We zijn ervan overtuigd dat de Spoorzone zo uitgroeit tot een waardevol stadsdeel,
voor de inwoners van nu en voor volgende generaties.
Ingrid Lambregts
Wethouder gemeente Doetinchem

2 Introductie
2.1 Inleiding
In dit hoofdstuk worden de aanleiding en de doelstelling van het gebiedsprogramma toegelicht. Vervolgens lichten we onze aanpak toe en geven we een leeswijzer voor het gebiedsprogramma. Ten slotte blikken we kort terug op de Structuurschets Spoorzone en schetsen we de huidige situatie.


Het is spitsuur op een doordeweekse herfstige dag. Zodra je het station uitloopt sta je midden in de stad, in het centrum van de Achterhoek. Aan de zuidzijde zie je een nieuwe stadswijk met onderwijs, werken, voorzieningen, woningen en veel groen. Hier vinden ervaren ondernemerschap en jonge ambities elkaar. Het stationsplein is een ontmoetingsplek voor inwoners, ondernemers en reizigers
2.2 Aanleiding en doelstelling
De Spoorzone speelt een belangrijke rol in de verdere ontwikkeling van Doetinchem. Het gebied ligt tussen de binnenstad, het station en Oude IJssel. Hier wordt de groei zichtbaar in een stadsdeel waar wonen, werken, leren en ontmoeten op een moderne, duurzame manier samenkomen.
Het Gebiedsprogramma Spoorzone Doetinchem is de verdere uitwerking van de in 2023
door de raad vastgestelde Structuurschets Spoorzone.
Het programma vertaalt de ambities uit de structuurschets verder naar heldere uitgangspunten,
richtlijnen en een ontwikkelstrategie.
Doel van het gebiedsprogramma is om structuur en samenhang te brengen in de ruimtelijke,
sociale en economische opgaven.
Het programma geeft richting aan ruimtelijke keuzes, regie en samenwerking. Het vormt
het vertrekpunt voor toekomstige initiatieven, omgevingsplannen en grondexploitaties.
Daarmee is het een belangrijk hulpmiddel binnen de Omgevingswet, waar het één van
de zes kerninstrumenten is. Het helpt om keuzes te maken waarin ruimte, economie,
duurzaamheid en leefkwaliteit goed wordt afgewogen.
Het gebiedsprogramma laat zien hoe de ambities uit de Omgevingsvisie worden uitgevoerd.
De Omgevingsvisie geeft aan wát er moet gebeuren;
het gebiedsprogramma beschrijft hóe dit wordt gedaan. Het gebiedsprogramma heeft geen
directe juridische bindende werking. Wijzigingen in toegestane functies worden via
een Omgevingsplan geregeld.
De uitvoering gebeurt van het gebiedsprogramma gebeurt stap voor stap. De gemeenteraad
besluit per fase over de benodigde middelen.
Het gebiedsprogramma vormt daarnaast de basis voor de zogenaamde omgevingsplannen,
die later per (deel)gebied worden opgesteld
2.3 Aanpak
Het gebiedsprogramma voor de Spoorzone is tot stand gekomen via een zorgvuldig proces met brede betrokkenheid van inwoners, ondernemers en partners. Onze aanpak is in het schema hiernaast weergegeven (zie figuur 3). Dit proces kende vier stappen:
• Analyse van de huidige situatie
Het in kaart brengen van de bestaande structuren, functies en kwaliteiten van het
gebied en de directe omgeving.
• Dialoog met inwoners en ondernemers
Via verschillende gebiedscafés is met bewoners, ondernemers en betrokken organisaties
gesproken over wat er leeft in de omgeving en wat nodig is voor de toekomstige Spoorzone.
• Vertaling naar bouwstenen
De inzichten uit de analyse en participatie zijn samengebracht in bouwstenen voor
de gebiedsontwikkeling.
• Ontwikkeling van het toekomstbeeld
De bouwstenen zijn uitgewerkt tot een samenhangend toekomstbeeld voor de Spoorzone.
2.4 Leeswijzer
Dit gebiedsprogramma beschrijft hoe de Spoorzone zich de komende jaren ontwikkelt van toekomstbeeld naar uitvoering. De opbouw van het gebiedsprogramma en samenhang is hiernaast weergegeven (zie figuur 4). Het document is als volgt opgebouwd:
Hoofdstuk 1 beschrijft de aanleiding, doelstelling en aanpak van het gebiedsprogramma.
Hoofdstuk 2 presenteert het toekomstbeeld, opgebouwd uit twaalf bouwstenen.
Hoofdstuk 3 licht de ontwikkelruimte toe met richtlijnen die houvast bied aan toekomstige
initiatieven. Ook wordt per karaktergebied het denkbare programma toegelicht.
Hoofdstuk 4 beschrijft de ontwikkelstrategie: de uitvoering in fasen op korte, middellange
en lange termijn, inclusief financiele en planologische haalbaarheid.




2.5 Conclusies analyse huidige situatie en beleid
In 2023 is de Omgevingsvisie Doetinchem door de raad vastgesteld. Deze visie laat zien hoe de gemeente zich de komende jaren ontwikkelt. Bij het opstellen van zowel de Structuurschets als het Gebiedsprogramma Spoorzone is bestaand beleid (zoals de woonvisie, circulair beleid en o.a. Omgevingsprogramma Economie betrokken) als vertrekpunt meegenomen en vertaald naar de opgaven en ambities voor de Spoorzone. Daarnaast is een ruimtelijke analyse uitgevoerd om inzicht te krijgen in de huidige situatie en de ruimtelijke opbouw van het gebied. Uit deze analyse komen tien belangrijke vertrekpunten voort die richting geven aan het gebiedsprogramma:
1. Strategische ligging tussen binnenstad, station en de Oude IJssel: de Spoorzone
vormt een belangrijke schakel tussen stad en landschap.
2. Belangrijke mobiliteitsknoop: het station is de regionale toegangspoort tot
Doetinchem en de Achterhoek, maar de directe omgeving mist samenhang en kwaliteit.
3. Industrieel verleden: de bestaande bebouwing weerspiegelt het werkende karakter
van het gebied, maar veel panden zijn verouderd en vragen om herprogrammering.
4. Versnipperde ruimtelijke structuur: grote verschillen in schaal, bouwtijd en
functie leiden tot een onsamenhangend stedelijk beeld.
5. Barrières door spoor en doorgaande wegen: deze beperken de verbindingen binnen
het gebied en belemmeren een goede aansluiting op de omliggende wijken.
6. Onbenutte relatie met de Oude IJssel: de rivier ligt dichtbij, maar is nauwelijks
zichtbaar of beleefbaar. De verbinding tussen stad en water is zwak ontwikkeld.
7. Ruimte voor vergroening en klimaatadaptatie: veel open en verharde ruimtes bieden
kansen voor herinrichting, meer groen en ruimte voor een nieuw woon- en werkprogramma.
8. Beperkte woon- en verblijfskwaliteit: het gebied kent nu vooral werk- en parkeerfuncties
en biedt weinig aantrekkelijke verblijfsplekken.
9. Onvoldoende herkenbare stadsentrees: de toegang tot de binnenstad via de Spoorzone
mist identiteit en ruimtelijke kwaliteit.
10. Grote ontwikkelpotentie: de centrale ligging en de aanwezige ruimte maken de
Spoorzone tot een sleutelgebied voor stedelijke verdichting en vernieuwing.

3 Toekomstbeeld
3.1 Inleiding
In dit hoofdstuk is het toekomstbeeld voor de Spoorzone uitgewerkt. De visie uit de
Structuurschets Spoorzone vormt hiervoor de basis.
Het toekomstbeeld voor de Spoorzone bestaat uit drie onderdelen:
1. De opgaven voor het gebied (waarom en wat is nodig?)
2. De hoofdkoers (wat voor stadsdeel willen we maken?)
3. De bouwstenen die verder uitwerken in ruimtelijke en sociale keuzes
3.2 Opgaven Spoorzone
De ontwikkeling van de Spoorzone vraagt om een heldere kijk op de toekomst van dit
gebied. Het kent verschillende ruimtelijke, sociale en economische opgaven.
Deze opgaven bepalen samen hoe het gebied zich richting 2036 moet ontwikkelen. Waar
hoofdstuk 1 de aanleiding en doelen van het gebiedsprogramma beschrijft, gaat het
hier om de inhoudelijke opgaven die de basis vormen van dit toekomstbeeld.
De hoofdopgave is om Spoorzone te ontwikkelen tot een levendig en toekomstbestendig
stadsdeel. Dit stadsdeel vult de binnenstad aan en versterkt deze, zonder ermee te
concurreren. Een plek waar wonen, werken, leren, ontmoeten en recreëren samenkomen,
met aandacht voor kwaliteit,
identiteit en duurzaamheid. Deze hoofdopgave is uitgewerkt in vijf samenhangende deelopgaven:
1. Stad aan de Oude IJssel: een samenhangend centrumgebied met stedelijke allure
en Doetinchemse gemoedelijkheid.
2. Bouwen vanuit de kracht van Doetinchem: voortbouwen op de identiteit, geschiedenis
en karakteristieken van de stad.
3. Plek voor iedereen: een inclusieve woon-, werk- en ontmoetingsmogelijkheden
voor verschillende doelgroepen.
4. Goed bereikbaar en de voetganger centraal: een optimale bereikbaarheid gecombineerd
met een leefbare en toegankelijke openbare ruimte.
5. Duurzaam en toekomstbestendig: bouwen met oog voor energie, hergebruik van materialen
en een gezonde leefomgeving.

3.3 Stad aan de Oude IJssel
De Spoorzone is de plek waar de groei van Doetinchem zichtbaar wordt en de ambitie
van de stad aan de Oude IJssel als geheel duidelijk vorm krijgt.
Hier komen wonen, werken, leren en ontmoeten samen in een levendig en toekomstbestendig
stadsdeel dat stad en rivier met elkaar verbindt.
Spoorzone is een belangrijke schakel tussen binnenstad, het station en de Oude IJssel.
Binnen het gebied ‘Binnenstad-Schil-Spoorzone’ is ruimte voor zo’n 4.000 tot 5.700
woningen. Daarvan worden er binnen Spoorzone ongeveer 1.600 tot 2.200 gebouwd. Deze
woningen zijn betaalbaar en bereikbaar voor verschillende doelgroepen en worden aangevuld
met voorzieningen, werkfuncties en ruimte voor onderwijs en innovatie. Zo levert de
Spoorzone niet alleen een belangrijke bijdrage aan de woningbouwopgave, maar ook aan
de versterking van de stedelijke economie, de groei van werkgelegenheid en de ontwikkeling
van talent. Daarmee draagt het gebied bij aan een sterke en leefbare stad aan de Oude
IJssel. De Spoorzone vult de binnenstad aan en vormt samen met de omliggende schil
één centrumgebied. Het is een levendig en toekomstbestendig stadsdeel met stadse energie
en Doetinchemse warmte.
Dankzij de ligging bij het station en de goede bereikbaarheid met trein, fiets en
auto is het een plek waar stad en landschap elkaar ontmoeten.
De Spoorzone groeit uit tot het visitekaartje van Doetinchem en de Achterhoek. De
plek waar de kwaliteit van de stad direct zichtbaar is zodra je het station uit-stapt.
De Spoorzone is niet langer alleen een overstapplek, maar een levendige omgeving.
De mix van functies zorgt voor ontmoeting en uitwisseling tussen mensen, laat het
gebied bruisen en stimuleert innovatie.
Zo ontstaat een stadsdeel dat Doetinchem en de Achterhoek verbindt en de stad aan
de Oude IJssel verder vormgeeft
3.4 Bouwen vanuit de kracht van Doetinchem
De groei van Doetinchem is geen doel op zich, maar een kans om de stad sterker en aantrekkelijker te maken. We bouwen verder op wat Doetinchem bijzonder maakt: de groene omgeving, ‘dorpse stedelijkheid’, saamhorigheid, de nuchtere werkmentaliteit en de ruimte voor innovatie. De Spoorzone is bij uitstek de plek waar deze kwaliteiten samenkomen. Hier krijgen vakmanschap, ondernemerschap en vernieuwing een plek naast elkaar. Zo bouwen we aan een stadsdeel dat past bij het karakter van Doetinchem.

3.5 Plek voor iedereen
De Spoorzone wordt een plek waar je je thuis voelt en waar mensen prettig samenleven. Een gebied dat aantrekkelijk is om te wonen, werken, leren en ontspannen, met voorzieningen die passen bij een stedelijke omgeving. De uitdaging is hier om een juiste balans in te vinden. In het gebied komen verschillende soorten woningen, van luxe koopappartementen tot betaalbare woningen van huur tot koop. Samen met bedrijven, onderwijs en andere partners dragen we volop bij aan innovatie, leren, ambacht en bedrijvigheid, Onmisbaar voor een inclusieve, duurzame en vitale stad. Ook een divers werkprogramma hoort hierbij. Dit zorgt voor meer werkgelegenheid en economische ontwikkeling.
3.6 Goed bereikbaar en de voetganger centraal
We reizen steeds meer. Niet alleen voor school of werk, maar ook voor een dagje uit. Deze reizigersstromen komen samen op een vervoersknooppunt. In Spoorzone is dat station Doetinchem, een belangrijke schakel in de bereikbaarheid van de stad en de hele Achterhoek. Op dit soort locaties maken ‘mobiliteitshubs’ het verschil. De mobiliteitshub is een plek waar reizigers slim, schoon en vooral ook comfortabel overstappen. Je kunt hier bijvoorbeeld de auto parkeren om verder te reizen met de fiets, bus of trein. De directe omgeving van het station wordt meer dan alleen een overstapplek. Het wordt een prettige en veilige plek om te lopen, te fietsen en te verblijven. De voetganger staat centraal, met aandacht voor aantrekkelijke routes, overzichtelijke oversteekplaatsen en groene ontmoetingsplekken. Zo wordt mobiliteit onderdeel van een leefbare stad.


3.7 Energieneutraal en circulair
De Spoorzone Doetinchem wordt een voorbeeld van energie- en netbewust bouwen. Gebouwen worden ontworpen met een lage energievraag en maken optimaal gebruik van lokale opwek en opslag. Slimme energiesystemen zorgen voor balans tussen vraag en aanbod, afgestemd op het regionale netsyteem. Materialen en installaties worden circulair toegepast, zodat onderdelen opnieuw binnen de regio gebruikt kunnen worden. De ambitie is om een deel van de woningen biobased te bouwen met natuurlijk materialen zoalshennep, vlas, stro, riet. Deze grondstoffen komen daar waar kan uit het landschap rond Doetinchem en worden gebruikt voor onder andere isolatie, verf, linnen, muren en daken. Zo groeit de Spoorzone uit tot een veerkrachtig en toekomstgericht stadsdeel dat zuinig omgaat met energie en grondstoffen, en bijdraagt aan een duurzaam Doetinchem.




4 Een wandeling door de Spoorzone in 2036
4.1 De Spoorzone: de meest toekomstbestendige stadswijk van Doetinchem
Wanneer je in 2036 met de trein, bus of fiets aankomt op station Doetinchem, sta je direct in het kloppende hart van een moderne, groene en levendige stadswijk: de Spoorzone. Je voelt en ziet het gelijk: hier staat de mens centraal. Dankzij het goed functionerende OV-knooppunt, met snelle verbindingen naar de regio en via de RegioExpres naar Arnhem en Nijmegen, is de Spoorzone uitgegroeid tot een toekomstbestendige woon- en werklocatie aan de Oude IJssel. De wijk brengt wonen, werken en ontspannen harmonieus samen en weerspiegelt het karakter van Doetinchem: stedelijk, met de gemoedelijkheid van de Achterhoek.
4.2 Een fijne plek om te wonen, te werken en te verblijven
Het is 2036. De Spoorzone is uitgegroeid tot een levendige, inclusieve stadswijk waar
mensen van alle leeftijden samenleven. Hier vind je woningen voor studenten, starters,
(jonge) gezinnen en ouderen. Er is ruimte voor nieuwe woonvormen, zoals atelierwoningen
en collectieve woonvormen.
De diversiteit in woningtypen en prijsklassen zorgt voor een goede sociale balans
en maakt de wijk toegankelijk voor iedereen. De architectuur is mensgericht en herkenbaar.
Gebouwen verschillen in hoogte en vorm, wat zorgt voor afwisseling en overzicht. Straten
en pleinen zijn helder ingedeeld, veel groen en plekken om te verblijven.
Groene wandel- en fietsroutes verbinden pleinen en plantsoenen en zorgen voor een
aangename, koele omgeving. Ontmoeting en samenleven staan centraal.
Bewoners, bezoekers en werkenden ontmoeten elkaar bij buurtwinkels, cafés, koffiebars
of op pleinen en plantsoenen. De plinten van gebouwen bieden ruimte aan winkels, horeca
en maatschappelijke functies. Voorzieningen worden slim gecombineerd: onderwijs, sport
en cultuur liggen dicht bij elkaar. De wijk heeft een gemeenschappelijke huiskamer
voor buurtactiviteiten, buurtbijeenkomsten en cultuur. Zo ontstaat een levendige en
hechte gemeenschap.
De openbare ruimte nodigt uit tot beweging en ontmoeting. Gezamenlijke binnentuinen,
open voortuinen en actieve plinten geven een levendig straatbeeld, zowel overdag als
’s avonds. Groene wandel- en fietsroutes verbinden pleinen, plantsoenen en verblijfsplekken
en zorgen voor een koele, aangename omgeving. Zo combineert de Spoorzone stedelijkheid,
leefkwaliteit en sociale verbondenheid. Het is een stadswijk die mensen uitnodigt
om te wonen, werken, leren en ontspannen – een plek waar samenleven vanzelfsprekend
is en de wijk een levendige, toekomstbestendige gemeenschap vormt.
4.3 Mobiliteit waar de voetganger centraal staat
De Spoorzone is in de toekomst ingericht voor mensen, niet voor verkeer.
Auto’s en vrachtverkeer rijden via een ringstructuur om de wijk heen, terwijl voetgangers
en fietsers veel ruimte krijgen. Binnen de wijk hebben voetgangers, fietsers en deelmobiliteit
voorrang, volgens het STOMP-principe: eerst stappen (lopen) en trappen (fietsen),
dan openbaar vervoer en deelmobiliteit en pas als laatste de privéauto. Station Doetinchem
is de belangrijkste mobiliteitshub
(zie pagina 32 voor toelichting) van de Achterhoek. Hier kun je makkelijk overstappen
van trein of bus op een deelauto of fiets. Bezoekers parkeren in een grote en centrale
parkeervoorziening bij het station. Het stationsplein vormt het hart van de Spoorzone.
Hier stap je moeiteloos over van trein of bus naar deelauto of fiets. Het plein is
overzichtelijk, goed verlicht en veilig. Bewoners en werkenden parkeren de auto en
fiets in “buurtparkeerhub” (zie pagina 32 voor toelichting), in de buurt van woning
of werkplek. Hier zijn ook oplaadpunten voor elektrische voertuigen en eventueel pickup
points voor pakketjes.
Ook energieopwekking kan hier een plek krijgen. De openbare ruimte is overzichtelijk,
groen en veilig. Brede wandelpaden, duidelijke oversteekplaatsen en voldoende fietsenstallingen
maken het makkelijk om te bewegen.
Mobiliteit in de Spoorzone is slim, schoon en comfortabel, waardoor het prettig is
om hier te wonen, te werken en te verblijven.


4.4 Spoorzone opent stad en Achterhoek
De Spoorzone vormt het nieuwe hoofdstuk in het verhaal van Doetinchem: een levendig stadsdeel tussen binnenstad, station en de Oude IJssel. Hier komen wonen, werken, maken en leren samen in een gebied met stadse energie en Achterhoekse gemoedelijkheid. De wijk bouwt voort op het ambachtelijke en industriële karakter van Doetinchem en vertaalt dit naar een moderne, duurzame en sociale leefomgeving.
4.5 Groen en gezonde leefomgeving
In de toekomstige Spoorzone zie je direct hoe de wijk is ingericht op een gezond en
duurzaam leven. Het groene raamwerk vormt de ruggengraat van de wijk: lanen, collectieve
tuinen en parkachtige ruimtes verbinden de stad met de Oude IJssel.
Een deel van de oude rivierloop is hersteld en weer zichtbaar gemaakt.
Deze groene structuur zorgt voor verkoeling, opvang van regenwater en meer biodiversiteit.
Tegelijk biedt ze ruimte voor ontmoeting, beweging en nieuwe functies met uitzicht
op de rivier. De gebouwen sluiten hierop aan met groene gevels en prettige overgangen
tussen openbaar en privé.
Regenwater wordt op natuurlijke wijze opgevangen via wadi’s, waterpleinen en groene
daken. Zo ontstaat een aantrekkelijk en klimaatbestendig stadsdeel zonder wateroverlast.
Hitte wordt verminderd door bomen, schaduwrijke routes en slimme materialen.
De gebouwen zijn comfortabel, licht en gezond. Ze zijn gebouwd met emissievrije materialen
en hebben een prettig binnenklimaat, ook op warme dagen. Zo voelt de Spoorzone als
een groene, gezonde en toekomstbestendige plek om te wonen, werken en ontspannen.
4.6 Circulaire economie en energievoorziening
In de Spoorzone van 2036 staan duurzaamheid en gezondheid centraal. De wijk draagt
actief bij aan een circulaire economie en een betrouwbaar energiesysteem. Veel gebouwen
zijn gemaakt van hout, lokaal geteelde grondstoffen en hergebruikte materialen. Ze
zijn zo ontworpen dat ze eenvoudig kunnen worden aangepast aan nieuwe functies of
levensfasen.
De energievoorziening is slim en collectief. Zonnepanelen, wijkbatterijen en warmtesystemen
zorgen samen voor een stabiel en efficiënt netwerk. Compacte en goed geïsoleerde gebouwen
beperken de energievraag. Binnen is het prettig en comfortabel: emissievrije materialen,
veel daglicht en een stabiel binnenklimaat zorgen voor een gezonde leefomgeving.
Zo groeit de Spoorzone uit tot een levendige en toekomstbestendige wijk die zuinig
omgaat met grondstoffen en energie, en goed is voor iedereen die er woont, werkt of
op bezoek komt.
4.7 Werken, leren en innovatie in de Spoorzone
In 2036 is de Spoorzone het kloppende hart van innovatie in de regio, met sterke activiteiten
in maakindustrie, agrofood en zorg. Werken is geïntegreerd in gemengde stadsblokken,
waar wonen, onderwijs en maatschappelijke functies naast elkaar bestaan. Zo ontstaan
levendige buurten waarin leven, leren en werken natuurlijk samenkomen.
Rond het station liggen werkruimtes in verschillende vormen: zelfstandige eenheden,
verzamelgebouwen en flexibele werkplaatsen. In een makershal delen ondernemingen voorzieningen
zoals receptie, werkcafé en vergaderruimtes, wat samenwerking en kennisdeling stimuleert.

4.8 Ontwikkelkompas
Het transformeren van de Spoorzone naar een bruisend stuk stad vergt een lange adem.
Ons toekomstbeeld hebben wij daarom uitgewerkt in het ontwikkelkompas (zie figuur
21). Dit is een verdere uitwerking van het ontwikkelkompas zoals dit was opgenomen
in de structuurschets
Spoorzone. Het ontwikkelkompas bestaat uit 12 verschillende bouwstenen, die zijn onderverdeeld
in drie categorieën:
• Gezonde en groene leefomgeving,
• Doetinchemse stedelijkheid,
• Menselijke mobiliteit.
Deze bouwstenen vormen de leidraad voor de duurzame ontwikkeling van het gebied. Ze
geven houvast om ambities waar te maken en richting aan zowel de ruimtelijk-functionele
structuur als de afzonderlijke
ontwikkelingen. In deze paragraaf worden de bouwstenen toegelicht.

4.9 Robuust landschappelijk raamwerk
Het landschap vormt de basis voor een groene en verbonden Spoorzone. Het gebied krijgt
een sterk groen raamwerk (zie figuur 21) dat natuur, stad en mensen met elkaar verbindt.
Dit netwerk van groene lanen, oevers, tuinen en pleinen vormt het hart van het gebied
en sluit aan op het rivierenlandschap van de Oude IJssel. Door de oost-westverbindingen
wordt de Spoorzone beter verbonden met de binnenstad, de Oude IJssel en de omliggende
wijken. De Oude IJssel wordt weer zichtbaar en beleefbaar met een nieuw stuk Oude
IJsselpark, waardoor het water dichter bij de stad komt. Ook De Hamburgerbroeklaan
verandert in het Hamburgerbroekpark: een groene stadslaan met ruimte om te wandelen,
spelen, water op
te vangen en planten en dieren een plek te geven. Bestaande bomen blijven zoveel mogelijk
staan en worden aangevuld met nieuwe soorten. Groene binnenterreinen, bloemrijke randen
en natuurlijke oevers zorgen voor meer natuur, verkoeling en afwisseling. Zo ontstaat
een groene, gezonde en aantrekkelijke leefomgeving, waar mensen graag bewegen, elkaar
ontmoeten en de Oude IJssel echt deel uitmaakt van de stad.



4.10 Waterrobuust en klimaatbestendig
Het klimaat verandert. Dit vraagt om een klimaatbestendige inrichting van de omgeving.
Het draagt niet alleen bij aan toekomstbestendigheid, maar geeft ook identiteit aan
het gebied. We werken daarom aan een groene, klimaatadaptieve inrichting van zowel
de openbare ruimte als de bebouwing. In de straten, binnen terreinen, op de daken
en aan de gevelskomt meer groen om water beter vast
te houden. Zo kunnen we hittestress, droogte en wateroverlast verminderen. Regenwater
voeren we niet langer af naar het riool, maar geven we terug aan de natuur. Schoon
(hemel)water hoeven we niet te zuiveren, maar wordt zichtbaar opgevangen en vastgehouden.
Water komt terug in wadi’s langs de straten, parkruimtes voor waterbuffering en binnentuinen
met waterberging. De openbare ruimte fungeert als spons, waarin water geen overlast
vormt, maar kwaliteit toevoegt. We zetten in op herstel van de historische rivierloop
van de Oude IJssel met een waterinfiltratiepark. Zo ontstaat een robuust watersysteem
dat niet
alleen functioneel is, maar ook beleefbaar, herkenbaar en sfeerbepalend voor de Spoorzone.





4.11 Cultuurhistorie in de etalage
De Spoorzone heeft een rijke geschiedenis die nog steeds zichtbaar is in het gebied.
Deze cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten dienen als inspiratie voor
de ontwikkeling van een herkenbare en eigentijdse stadswijk.
Historische lijnen, verkavelingsstructuren en gebouwvormen inspireren de nieuwe architectuur,
het materiaalgebruik en de sfeer in de wijk
Op de kaart hiernaast (figuur 30) zijn de bestaande beschermde monumenten en cultuurhistorisch
waardevolle panden weergegeven. Daarnaast zijn belangrijke historische lijnen, zoals
de oude ligging van de Oude IJssel, opgenomen.
De monumenten en waardevolle panden blijven behouden, worden hergebruikt of krijgen
een nieuwe functie. Zo blijft de geschiedenis voelbaar, terwijl het gebied zich verder
ontwikkelt. Erfgoed vormt daarmee de basis voor de ruimtelijke kwaliteit en het collectieve
geheugen van Doetinchem.
Naast de reeds beschermde waardevolle panden hebben wij een inventarisatie opgesteld
van mogelijke ‘karaktermakers’: panden die nu niet beschermd zijn, maar bij een transformatie
wel karakter aan het gebied kunnen geven.
Een overzicht hiervan is opgenomen op pagina 64.
Nieuwe karaktermakers worden waar mogelijk geïntegreerd in stadsblokken, waar oud en nieuw elkaar versterken. Zo ontstaat een toekomstgerichte Spoorzone, geworteld in haar geschiedenis en met een sterke, herkenbare identiteit.


4.12 Energieneutraal en circulaire bebouwing
In de Spoorzone Doetinchem werken we samen aan een wijk waar circulariteit en deeleconomie
de norm is.. Nederland wil in 2050 volledig circulair zijn.
Doetinchem volgt deze ambitie. Spoorzone laat zien hoe dat er in de praktijk uit kan
zien. Gebouwen worden ontworpen voor een lange levensduur, lage
milieubelasting en hoge aanpasbaarheid. Circulaire principes zijn daarbij leidend:
minder materiaalgebruik, losmaakbare constructies, houtbouw en het gebruik van lokaal
geteelde biobased materialen, aangevuld met hergebruikte grondstoffen. Energieprestaties
beginnen bij slim ontwerpen: compacte gebouwen, een gunstige oriëntatie en goede isolatie
beperken de energievraag.
We bouwen netbewust door piekverbruik te vermijden (‘peak shaving’), warmtevraag te
spreiden en installaties niet zwaarder te maken dan nodig. Lokale energiedeling via
collectieve zonnepanelen en deelbatterijen heeft de voorkeur, net als slimme warmtesystemen
zoals WKO of kleinschalige warmtenetten. Dit zorgt voor minder belasting op het elektriciteitsnetwerk
en betere aansluitbaarheid in de toekomst. Daarnaast kunnen deze systemen gekoppeld
worden aan mobiliteitshubs, zodat energie wordt gedeeld en slim benut. Gezondheid
is een vast onderdeel van dit onderwerp.
Het gebruik van materialen zonder emissies en een goede ventilatie dragen bij aan
een comfortabel en gezond binnenklimaat.


4.13 De mens als uitgangspunt (mens)
Naast het stevige landschappelijk raamwerk vormt een goed functionerend mobiliteitssysteem een belangrijk uitgangspunt binnen gebiedsprogramma Spoorzone. De wijk waarin de mens centraal staat. Dat begint bij een hoogwaardige en toegankelijke openbare ruimte, ingericht volgens het STOMP-principe. Hierbij staat de auto niet langer centraal maar wordt de volgende volgorde gehanteerd:
• Stappen – de voetganger,
• Trappen – de fietser,
• Openbaar vervoer en deelmobiliteit (MaaS),
• Privéauto.
Het STOMP-principe vormt de basis voor een mensgerichte, leefbare en duurzame inrichting
van de Spoorzone. We werken aan een fijnmazig netwerk voor voetgangers, waarin comfort,
veiligheid en logische verbindingen centraal staan. Zoals bijvoorbeeld een loopbrug
(passerelle) voor voetgangers, die de noord- en zuidkant van het spoor met elkaar
verbindt.
Maar ook het ontwikkeling van aantrekkelijke wandelroutes langs de Oude IJssel (boardwalk),
die recreatie, verblijf en verbinding combineren.
Deze netwerken sluiten aan op de binnenstadsvisie en zorgen voor een prettige balans
tussen toegankelijkheid en bereikbaarheid.
Brede, overzichtelijke en veilige routes vormen de dragers van de openbare ruimte.
Groene pleinen en wandelroutes worden met elkaar verbonden.
Deze verblijfsplekken verhogen de verblijfskwaliteit en nodigen uit tot ontmoeting
en beweging.


4.14 Optimaal mobiliteitsknooppunt (fiets)
De Spoorzone vormt het mobiliteitsknooppunt van Doetinchem en de Achterhoek: een dynamische
plek waar alle verkeersstromen samenkomen en naadloos op elkaar aansluiten. Hier ontstaat
een toekomstbestendig systeem waarin mensen eenvoudig kunnen overstappen tussen verschillende
vervoersvormen.
De fiets-treinverbinding speelt hierin een centrale rol.
We werken aan sterke en comfortabele fietsverbindingen, die aansluiten op het regionale
netwerk van de Achterhoek. De belangrijkste routes zijn hiernaast weergegeven (zie
figuur 37 en 38).
Rond het station komen ruime en goed toegankelijke fietsenstallingen, die bijdragen
aan een soepele overstap tussen trein en fiets. Binnen het gebied worden logistieke
routes en fietsroutes zoveel mogelijk van elkaar gescheiden om veiligheid en doorstroming
te bevorderen.
Brede, overzichtelijke en veilige fietsroutes vormen de dragers van het mobiliteitsnetwerk.
Daarnaast worden mogelijk nieuwe verbindingen over de Oude IJssel ontwikkeld om omliggende
buurten optimaal met de Spoorzone te verbinden.
Aan de zuidzijde van het spoor zorgen we voor een heldere scheiding tussen logistiek
verkeer en langzaam verkeer. Op die manier ontstaat een toegankelijke, overzichtelijke
en duurzame mobiliteitsstructuur, die past bij de ambities van de Spoorzone als mensgerichte,
toekomstbestendige stadswijk.
Belangrijkste speerpunten voor het netwerk van routes binnen de Spoorzone:
• Versterking van de verbinding tussen station en binnenstad, zodat het verkeer
beter doorstroomt en reizigers en bezoekers makkelijker hun weg vinden.
• Alle nieuwe routes worden goed toegankelijk gemaakt, ook voor mindervaliden.
• Verbetering van west-oostverbindingen, onder andere door een mogelijke nieuwe
fietsverbinding over de Oude IJssel bij de molen.
• Veilige kruisingen voor voetgangers en fietsers bij de stationsknoop, gericht
op veiligheid en doorstroming.



4.15 Slimme logistiek en autostructuur (auto)
De Spoorzone wordt een autoluwe wijk, waar de fietser en voetganger ruim baan krijgen. Hierbij is het de uitdaging een balans te vinden tussen bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid. Autoverkeer en vrachtverkeer rijden via aparte hoofdwegen. Een ringweg rondom de Spoorzone leidt verkeer efficiënt de wijk in en uit. Vanuit deze ringstructuur geven korte toegangswegen (inprikkers) toegang tot de wijk. Bestaande wegen binnen de ring worden ingericht als 30-kilometerzone, behalve als ze onderdeel uitmaken van de hoofdroute. De ringstructuur komt uit het gemeentelijke mobiliteitsplan (zie figuur 40).
Aan de zuidkant van het station komt een mobilteitshub (zie figuur 41), een plek waar
reizgers kunnen overstappen van auto naar fiets of van fiets naar trein. Hier kunnen
ook bezoekers van Spoorzone parkeren.
Daarnaast komen er buurtparkeerhubs (zie figuur 42), waar bewoners en werknemers van
Spoorzone kunnen parkeren en de fiets kwijt kunnen. Daardoor ontstaat in de woonstraten
meer ruimte voor groen en ontmoeting. Vanuit deze buurtparkeerhubs lopen bewoners
en bezoekers via prettige, levendige straatjes naar hun bestemming.
Toegankelijkheid voor nood- en hulpdiensten en parkeerplaatsen voor mindervaliden
zijn vanzelfsprekend goed geregeld. Bedrijven en voorzieningen zijn goed bereikbaar
via een aantal logische hoofdroutes.
De toegankelijkheid en veiligheid rond bedrijven verbeteren we door het vrachtverkeer
en het langzaam verkeer zoveel mogelijk van elkaar te scheiden. De Hamburgerbroeklaan
wordt ingericht als een aantrekkelijke groene straat met een beperkte aansluiting
richting de Havenstraat. De Fabrieksstraat en
de Industriestraat worden aantrekkelijke straten die goed bereikbaar zijn voor auto-
en vrachtverkeer en logistiek. De fietser en voetganger krijgt (waar mogelijk) in
gescheiden banen de ruimte.


4.16 Station als herkenbaar visitekaartje van stad en regio
Zodra je station Doetinchem uitstapt, ervaar je direct de sfeer van de stad.
De stationsknoop vormt het kloppend hart van de Spoorzone en is een belangrijk onderdeel
van dit nieuwe stadsdeel. Hier komen mobiliteit, stedelijke dynamiek en identiteit
samen. Aan beide zijden van het station ontstaan aantrekkelijke
stationspleinen, die bezoekers verwelkomen met ruime, groene en logische wandelroutes
naar de binnenstad en omliggende buurten. Het plein wordt een warm entree en een centrale
ontmoetingsplek voor reizigers, bewoners en bezoekers. De omgeving van
de station biedt ruimte voor functies die de identiteit en cultuur van Doetinchem
en de Achterhoek versterken. Denk aan een tentoonstellingsruimte, maatschappelijke
voorzieningen of onderwijsfuncties. Ook is ruimte voor een diverse mix van wonen,
werken en leren. Door toevoeging van kunst, informele zitplekken en groen ontstaat
een aangename en inspirerende verblijfsplek die uitnodigt tot ontmoeting en beweging.
Het station wordt zo een herkenbaar oriëntatiepunt en de toegangspoort tot de Spoorzone,
Doetinchem en de Achterhoek. De ontwikkeling van de stationsknoop is een complexe
opgave die in samenwerking met vervoerspartijen en andere belanghebbenden verder wordt
uitgewerkt. Belangrijke ruimtelijke uitgangspunten zijn:
• Herinrichting van het busstation, dat wordt gedraaid en gecombineerd met een
robuuste mobiliteitshub.
• Ruimte voor aantrekkelijke pleinruimtes aan beide kanten van het station, met
mogelijkheden voor nieuw woon- en werkprogramma.
• Voetgangerstunnel die de perrons en de noord- en zuidzijde van het station veilig
verbindt, met bijzondere aandacht voor sociale veiligheid en overzichtelijkheid.
• Hoofdontsluiting van de mobiliteitshub voor bezoekers via de Industriestraat/
Ambachtstraat, busverkeer via de Terborgseweg/ Ambachtstraat.
• Mobiliteitshub (parkeervoorziening) voor circa 500 bezoekersplaatsen, waarvan
de definitieve omvang nog wordt onderzocht.
• Gebouwde fietsenstallingen aan beide zijden van het spoor om de fiets-treinverbinding
te versterken.
• Kiss & Ride-voorzieningen via de Ambachtstraat en de nieuwe Hamburgerbroeklaan,
gericht op een veilige en efficiënte verkeersafwikkeling.





4.17 Aantrekkelijk en verbonden openbare ruimte
De openbare ruimte speelt een belangrijke rol in de herinrichtingsopgave.
Om de leefbaarheid en aantrekkelijkheid te vergroten werken we aan een duidelijke
structuur van lanen, stadsstraten, dwarsstraten en paden. Zo ontstaat een stevig netwerk
van goed verbonden routes, aangevuld met beschutte binnenruimtes
waar het prettig is om te verblijven. De hoofdindeling van de verschillende straten
is hiernaast weergegeven. In de bijlage is een profielenboek opgenomen met een uitgewerkt
voorstel voor de vernieuwde profielen.
Op verschillende plekken ontstaan pleinen, parken, binnentuinen en buurtplekken met
elk een eigen betekenis en karakter. Rond bijvoorbeeld een ‘leerplein’ kunnen onderwijs,
cultuur, bedrijvigheid en wonen samenkomen, wat zorgt voor
interessante kruisbestuivingen. Ook op buurtniveau bieden kleinere plekken ruimte
voor ontmoeting en verblijf. Kunst en eigentijdse speelvoorzieningen nodigen uit tot
beweging en versterken de identiteit van het gebied.
De openbare ruimte vormt samen met de bebouwing het gezicht van de stad en draagt
bij aan het regionale visitekaartje. Parallel aan het gebiedsprogramma is een beeldkwaliteitsplan
opgesteld voor zowel openbare ruimte als bebouwing (zie
bijlage). Dit beeldkwaliteitsplan maakt integraal onderdeel uit van het voorliggende
gebiedsprogramma. Belangrijkste uitgangspunten:
• Herkenbare, ambachtelijke bestrating; elke straat heeft een eigen karakter.
• Gebakken klinkers als basis met accenten van natuursteen of stelconplaten; natuurlijke
materialen en tinten zijn afgeleid van het Achterhoekse landschap en de Oude IJssel.
• Hoogwaardig, duurzaam en bij voorkeur biobased straatmeubilair.
• Groen is een vast onderdeel van het straatprofiel en wordt gecombineerd met infiltratie
van hemelwater.
• Hoog onderhoudsniveau, boven het gemiddelde in Doetinchem en vergelijkbaar met
de binnenstad.
• Kunst in de openbare ruimte wordt gestimuleerd. De basisinrichting blijft warm
en natuurlijk, terwijl kunstobjecten in vormgeving en kleur juist zorgen voor verrassing
en herkenning. Elk kunstwerk vertelt een verhaal dat past bij
de Spoorzone.





4.18 Doetinchemse schaal en maat
De Spoorzone biedt de kans om stedelijke uitstraling te combineren met de Doetinchemse
gemoedelijkheid.
Dit evenwicht van stedelijke voorzieningen met rust, ruimte en menselijke maat vormt
een belangrijk onderscheidend vermogen van het gebied. De stadsblokken bestaan uit
een basishoogte van drie tot vijf bouwlagen. Dat zorgt voor een levendig, herkenbaar
en sociaal veilig straatbeeld met actieve plinten en ruimte voor ontmoeting.
Daarboven ligt een middenlaag van vijf tot acht bouwlagen.
Deze komt vaker voor in het Stationskwartier, in andere delen slechts op een aantal
plekken. Op strategische locaties kunnen herkenningspunten ontstaan in de vorm van
bijzondere gebouwen. Die mogen tot maximaal twaalf bouwlagen hoog zijn of opvallen
door vormgeving of functie.
Binnen de stadsblokken is ruimte voor gezamenlijke tuinen, groen en informele routes,
wat bijdraagt aan de leefbaarheid en samenhang. De afwisseling in bouwhoogte zorgt
voor een gevarieerd straatbeeld, duidelijke zichtlijnen en herkenbare oriëntatiepunten.
Compacte bouwvolumes laten voldoende ruimte over voor groene en aangename verblijfsplekken
in de openbare ruimte.
Parkeren gebeurt zoveel mogelijk geclusterd in de buurtparkeerhubs, zodat woonstraten
rustig en autoluw blijven.
Samen vormen architectuur, materiaalgebruik en natuurinclusieve inrichting een aantrekkelijk,
herkenbaar en samenhangend stadsbeeld dat past bij de Doetinchemse schaal en identiteit.


Naar samengestelde bouwblokken met informele routes en groene binnenruimtes.

4.19 Naoberschap en sociale veiligheid
Het Achterhoeks naoberschap hoort bij deze regio. Het betekent dat mensen naar elkaar
omkijken, elkaar helpen en samen dingen doen. In de Achterhoek doe je het niet alleen,
je doet het met elkaar. Of het nu gaat om een ladder lenen, samen iets organiseren
in de buurt of gewoon even een praatje maken: naoberschap is er zijn voor elkaar.
Deze manier van samenleven zorgt voor vertrouwen, gezelligheid en verbondenheid. Mensen
kennen elkaar, houden rekening met elkaar en maken samen hun buurt mooier. Dat gevoel
willen we ook in de Spoorzone vasthouden.
We bouwen niet alleen woningen en straten, maar ook een gemeenschap. Een plek waar
mensen elkaar ontmoeten, helpen en zich thuis voelen.
In de Spoorzone ontmoeten bewoners en bezoekers elkaar bij winkels, een buurtcafé,
een koffietentje of op fijne plekken in de openbare ruimte.
De wijk wordt een gemengde stadsbuurt, waar verschillende mensen samenleven.
Er komen woningen in alle prijsklassen, voor studenten, starters, gezinnen en ouderen.
Zo ontstaat een goede mix en een veilige, levendige buurt. Er is ook ruimte voor bijzondere
woonvormen, zoals atelierwoningen of projecten die bewoners samen ontwikkelen. Binnen
de stadsblokken zorgen we voor afwisseling in woningtypes en doelgroepen. Dat kan
bijvoorbeeld rond een gemeenschappelijke binnentuin of langs wandelroutes waar mensen
elkaar gemakkelijk ontmoeten.
Toegankelijkheid en sociale veiligheid zijn vanzelfsprekend.
Een goede verlichting en de juiste beplanting op de juiste plek dragen daartoe bij.
Voorzieningen worden gedeeld door verschillende gebruikers.
In een gemeenschappelijk ‘huiskamer’ voelt de hele wijk zich welkom. Maatschappelijke
voorzieningen zoals een gezondheidscentrum maken de wijk compleet. Zo groeit de Spoorzone
uit tot een open, sociale en betrokken stadswijk – waar naoberschap in een moderne
vorm terugkeert, precies zoals bij Doetinchem past.



4.20 Een gemengde en ondernemende stad
Om van de Spoorzone een bruisend stuk stad te maken, is een goede mix van wonen, werken,
leren en voorzieningen belangrijk. In een toekomstbestendige stad draait het om balans.
De menging en afstemming van functies vindt plaats op verschillende niveau’s.
Menging en afstemming op stadsniveau
De ontwikkeling van de Spoorzone hangt nauw samen met de binnenstad en de Oude IJssel.
Deze gebieden versterken elkaar, maar vragen ook om een goede afstemming. De uitdaging
is om een goede mix van functies te vinden, zodat alles elkaar aanvult in plaats van
met elkaar concurreert.
Niet elke functie past overal. Vooral bij winkels en horeca is het belangrijk dat
deze zich concentreren in de binnenstad. De functies in de Spoorzone moeten onderscheidend
zijn en niet concurreren met het centrum. We kijken per deelgebied wat hier het beste
past en hoe functies elkaar kunnen versterken. Bedrijven hebben verschillende wensen
als het gaat om ruimte, milieucategorie, logistiek en mobiliteit. Daarom kan niet
alles worden gemengd en kijken we per gebied waar welk bedrijf het beste past.
Menging en afstemming in de Spoorzone
Verschillende functies gebruiken samen de ruimte en versterken elkaar. Door de centrale
ligging en het treinstation met goede verbindingen naar
Arnhem en Nijmegen, kan de Spoorzone uitgroeien tot een aantrekkelijke plek voor talenten
en ondernemers. Het gebied heeft de kans om het kloppend hart van de Achterhoek te
worden: een innovatieve plek voor bedrijven in de maakindustrie, agrofood en zorg.
Een groot deel van de toekomstige kantoren van Doetinchem kan hier worden gerealiseerd,
vooral rond het station. Daarnaast is er ruimte voor kleinere werkruimtes en broedplaatsen,
zoals een ‘makershal’, waar verschillende bedrijven samenwerken en voorzieningen delen,
zoals een werkcafé of vergaderruimte. Zo ontstaat een unieke mix van functies: ruimte
voor bedrijven, maar ook voor wonen, groen, sport en ontspanning.
Juist die afwisseling zorgt voor een levendige en echte stedelijke sfeer.
Soms schuurt het een beetje, maar dat maakt het juist interessant en echt stads. De
Spoorzone krijgt een gevarieerd woon- en werkprogramma.
Dat zorgt voor meer banen, een sterke lokale economie en goede voorzieningen voor
bewoners.
Door voorzieningen slim te delen, besparen we ruimte en versterken we samenhang. Zo
kan een kantoorruimte bijvoorbeeld gecombineerd worden met een kinderopvang en deelauto’s.
Deze slimme combinaties maken de wijk duurzamer, levendiger en prettig voor iedereen.


4.21 Karaktergebieden en voorbeeldverkaveling
De bouwstenen uit de vorige paragraaf vormen de leidraad voor de duurzame ontwikkeling
van het gebied. Deze bouwstenen hebben we ruimtelijk vertaald naar verschillende karaktergebieden,
elk met eigen ruimtelijke kenmerken, programma’s en een herkenbare sfeer.
We onderscheiden de volgende karaktergebieden: Stationskwartier, Ambachtelijke Stedelijkheid,
Oude IJsseloevers en Werken en Leren (zie figuur 61 voor de afbakening).
Op de volgende pagina’s worden de verschillende karaktergebieden toegelicht. De bouwstenen
en de uitwerking daarvan in karaktergebieden zijn verbeeld in de voorbeeldverkaveling.



4.22 Voorbeeldverkaveling 2036
Dit is de schets van de toekomstige Spoorzone in 2036. Een schets die we tekenden op basis van de verschillende bouwstenen. We zien een aantrekkelijk gebied aan de Oude IJssel, dichtbij het centrum met een groen stedelijk karakter. De tekening laat een mogelijke invulling zien. Op basis van deze tekening is een indicatie van de programmatische ruimte berekend. Er blijkt dat er tot 2036 ruimte is voor een toevoeging van ongeveer:
1.600 - 2.200 woningen
70.000 - 90.000 m2 bvo werken
(2.000 - 3.000 arbeidsplaatsen)
20.000 - 30.000 m2 bvo maatschappelijk / zorgwonen
1.000 - 2.000 m2 bvo cultuur
4.000 - 5.000 m2 bvo commercieel
45.000 m2 bvo groen
Naast de realisatie van een flinke hoeveelheid groen is er voldoende ruimte voor nieuwe
pleinen, water en nieuwe (fiets) verbindingen. Hiermee levert de Spoorzone een belangrijke
bijdrage aan de bouwopgave in de stad en de regio.


Vrijdag aan het einde van de middag loopt iedereen uit. Wandelend tussen Melkweg en Spinbaan ontstaat een levendige, informele stadsomgeving. Werkloodsen en atelierwoningen staan naast plekken voor experiment, ambacht en cultuur. Een typische Doetinchemse mix, waar mensen aanpakken en samenwerken




5 Ontwikkelruimte
5.1 Inleiding
In dit hoofdstuk lichten we het ontwikkelprogramma voor de Spoorzone toe.
Dit hoofdstuk laat zien hoe het toekomstbeeld uit hoofdstuk 2 wordt vertaald naar
ruimtelijk richtelijnen en een programma voor wonen, werken en voorzieningen. Eerst
beschrijven we de ontwikkelrichtlijnen. Deze zijn een concrete uitwerking van de bouwstenen
uit het vorige hoofdstuk. Hiervoor is gebruik gemaakt van twee kaarten: een raamwerkkaart
met de hoofdstructuur van de openbare ruimte en een spelregelkaart met de ruimtelijke
randvoorwaarden per ontwikkelveld.
Samen geven ze ontwikkelaars en de gemeente duidelijke handvatten voor toekomstige
plannen.
In het tweede deel van dit hoofdstuk is een denkbaar bouwprogramma per karaktergebied
uitgewerkt. Dit is een voorbeeldprogramma op basis van de kaarten en richtlijnen.
Dit voorbeeldprogramma is getoetst op haalbaarheid, zowel financieel als ruimtelijk.
Het vormt daarmee een realistische basis voor de verdere ontwikkeling van de Spoorzone.
De relatie tussen toekomstbeeld, bouwstenen en de vertaling naar het ontwikkelkader
is schematisch hiernaast weergegeven (zie figuur 69).

5.2 Ontwikkelrichtlijnen
De ontwikkelrichtlijnen volgen de drie thema’s van de bouwstenen: gezonde en groene
leefomgeving, menselijke mobiliteit en Doetinchemse stedelijkheid.
De ontwikkelrichtlijnen zijn kwalitatieve uitgangspunten die per ontwikkelveld input
bieden voor concrete ontwikkelingen/tenders. De bouwstenen zijn uitgewerkt in een
raamwerkkaart voor de openbare ruimte. Deze kaart laat de hoofdstructuur van de Spoorzone
zien, zoals stratenpatroon en de ontwikkelvelden.
De ontwikkelvelden zijn binnen deze gebieden de plekken waar nieuwe gebouwen kunnen
komen. Voor deze ontwikkelvelden is een spelregelkaart opgesteld. Op deze kaart staan
de ruimtelijke en juridische randvoorwaarden per veld, zoals bouwvlakken, bouwhoogtes
en rooilijnen. Dit zijn kwantitatieve uitgangspunten waaraan elke ontwikkeling zal
moeten voldoen. Ook zijn de karaktergebieden weergegeven. Waar mogelijk zijn de richtlijnen
op de kaart verbeeld.
Het beeldkwaliteitsplan, dat als bijlage is toegevoegd, vertaalt deze uitgangspunten
naar beleving, sfeer en uitstraling van de wijk. Welstand (of een kwaliteitsteam)
zal uiteindelijk de bouwplannen toetsen aan dit document.
5.3 Raamwerkkaart openbare ruimte
Het toekomstbeeld is op hoofdlijnen uitgewerkt in een ruimtelijk raamwerk. Het raamwerk legt de hoofdstructuur voor het gebied vast. Dit gaat onder andere over het stratenpatroon, groen- en waterstructuur

5.4 Spelregelkaart
De ruimtelijke randvoorwaarden voor de ontwikkelvelden zijn opgenomen in de spelregelkaart. De spelregelkaart is hiernaast weergegeven en wordt verder toegelicht aan de hand van verschillende ontwikkelprincipes.


5.5 Ontwikkelrichtlijnen groene leefomgeving
De ambities van de bouwsteen “gezonde en groene leefomgeving” zijn in deze paragraaf, waar mogelijk, vertaald naar concrete ontwikkelprincipes.
























5.6 Richtlijnen menselijke mobiliteit
De ambities van de bouwsteen “menselijke mobilteit” zijn in deze paragraaf, waar mogelijk, vertaald naar concrete richtlijnen.










5.7 Richtlijnen Doetinchemse stedelijkheid
De ambities van de bouwsteen ''Doetinchemse stedelijkheid'' zijn in deze paragraaf, waar mogelijk, vertaald naar concrete richtlijnen.











* Indeling woonbeleid en prijzen zijn op basis prijspeil 2025




vervolg) voorzieningen Spoorzone: commerciële functies en relatie met de binnenstad
Om een levendige stadswijkte realiseren is ruimte voor commerciële functieszoals horeca, (kleinschalige) detailhandel en dienstverlening, met name in de plinten van gebouwen en rondom het station. De binnenstad blijft het primaire centrumgebied voor detailhandel en publieksgerichte voorzieningen. Commerciële functies in de Spoorzone zijn daarom in beginsel kleinschalig, gebiedsgericht en ondersteunend aan het wonen, werken en verblijven in het gebied, waaronder ook reizigers van het station. Grootschalige detailhandel en functies die primair zijn gericht op een regionaal verzorgingsgebied zijn in de Spoorzone in beginsel minder passend.Wel kan de Spoorzone ruimtebieden aan functiesdie vanwege hun schaal, flexibiliteit of ruimtelijke inpassing minder goed passen in de historische binnenstad, maar juist in een stationsomgeving tot hun recht komen. Bij de uitwerking van ontwikkelvelden wordt per locatie afgewogenwelke commerciële functiespassend zijn. Daarbijwordt gekeken naar de bijdrageaan levendigheid in het gebied, de ligging ten opzichte van het station en de relatie met het functioneren van de binnenstad.






5.8 Voorbeeldprogramma
Op basis van de bouwstenen en ontwikkelprincipes is een voorbeeldprogramma opge-steld
voor de Spoorzone. Dit programma geeft inzicht in de mogelijke
invulling en functies binnen de verschillende deelgebieden. Het betreft een
indicatieve uitwerking, getoetst op haalbaarheid, die een realistisch beeld geeft
van de kansen per karaktergebied. De uiteindelijke realisatie is afhankelijk van marktontwikke-lingen,
initiatiefnemers en het verdere planproces. Het (voorbeeld)programma vormt de basis
voor de ontwikkelstrategie en het haalbaarheidsonderzoek in het volgende hoofdstuk.
5.9 Uitgangspunten telmodel programma
Om het totale programma van de Spoorzone inzichtelijk te maken, zijn bij het opstellen
van het voorbeeldprogramma een aantal uitgangspunten gehanteerd. Deze hebben geleid
tot het 3D-model, waarin het totale ‘laadvermogen’ van de Spoorzone wordt weergegeven.
Belangrijk is dat elk ontwikkelveld beschikt over een sluitende parkeerbalans. Het
woonprogramma is ingedeeld in drie segmenten: goedkoop, midden en duur, met een gemiddelde
BVO passend bij het prijsniveau. De niet-woonfuncties
zijn ingedeeld in de categorieën werken, maatschappelijk, commercieel en cultuur.
De indeling is indicatief; overlap of uitwisseling is mogelijk, maar voor het telmodel
is een eenduidige categorisering gehanteerd. Op basis hiervan is het programma als
volgt ingedeeld:
Werken
Functies gericht op economische activiteiten, productie, dienstverlening of kennisontwikkeling,
die bijdragen aan werkgelegenheid en innovatie.
Voorbeelden: zelfstandige kantoren, co-working spaces, ICT-bedrijven,
ambachtelijke werkplaatsen, creatieve ateliers en gedeelde werkruimten voor productie
en prototyping, innovatieve maakbedrijven, technische diensten, kleine reparatie-
en onderhoudsbedrijven, logistieke en distributieruimten in Werken en leren.
Figuur 128: tabel uitgangspunten telmodel
Maatschappelijk
Functies gericht op onderwijs, zorg, welzijn en sport, die bijdragen aan leefbaarheid
en sociale structuur. Onderscheid tussen:
- Niet-commercieel: primair publieke of maatschappelijke doelen, zonder winstdoel;
voorbeelden: basisscholen, kinderopvang, gezondheidscentra, buurthuizen, bibliotheken,
sportverenigingen.
- Commercieel: maatschappelijke functies met commerciële bedrijfsvoering maar
sociale of educatieve functie; voorbeelden: commerciële sportscholen, particuliere
dagop-vang, commerciële educatieve cursussen of workshops. Locatie: goed
bereikbaar, bij voorkeur nabij pleinen of belangrijke routes; multifunctioneel gebruik
mogelijk.
Commercieel
Functies gericht op horeca, detailhandel en commerciële dienstverlening, die
bijdragen aan levendigheid van de Spoorzone en het stationsmilieu. Onderscheid tussen:
- Detailhandel (kleinschalig): speciaalzaken, bakkerijen, delicatessenwinkels,
kleine buurtwinkels.
- Horeca: cafés, restaurants, lunchrooms, koffiezaken, kiosken.
- Dienstverlening: kappers, schoonheidssalons, reparatiewerkplaatsen, kleine servicebedrijven.
Uitgangspunten: kleinschalig, gebiedsgericht; grootschalige detailhandel en functies
voor regionaal verzorgingsgebied niet toegestaan; plintfuncties stimuleren levendigheid;
bij voorkeur langs looproutes of nabij het station.
Cultuur
Functies gericht op kunst, cultuur en creatieve activiteiten, die bijdragen aan identiteit
en levendigheid van de Spoorzone. Voorbeelden: ateliers, broedplaatsen, kleinschalige
podia, expositieruimten, galerieën, creatieve studio’s.
Extra aandachtspunten: mogelijkheid voor grotere publiekstrekkers nabij het station;
combinatie met horeca of productiebedrijven wordt gestimuleerd.


5.10 Stationskwartier
Het Stationskwartier heeft de meest stedelijke mix van wonen, werken, onderwijs, culturele,
maatschappelijke en commerciële voorzieningen. De mobiliteitsknoop vormt het nieuwe
hart van het Stationskwartier. Door deze knoop versneld te ontwikkelen ontstaat een
nieuwe stadsentree en worden tegelijkertijd ontwikkelvelden in de omgeving vrijgespeeld
voor nieuwbouw.
Deze velden worden momenteel nog gebruikt als parkeervoorziening op maaiveld. In het
gebied is vooral ruimte voor appartementen, werkruimtes en enkele grotere maatschappelijke
functies, die uitstekend dichtbij het station passen.
Het mogelijke programma is weergegeven in het 3D-model hieronder en cijfermatig in
de tabel hiernaast


5.11 Karaktergebied Oude IJsseloevers
Het karaktergebied Oude IJsseloevers vormt de verbinding richting de Oude IJssel.
Rondom het nieuwe Oude IJsselpark is vooral ruimte voor nieuwe woningbouw, met een
mix van grondgebonden woningen en appartementen. Aan de zuidkant is ruimte gereserveerd
voor een nieuwe werkfunctie, als overgang naar het karaktergebied Werken & Leren.
Ook is er in het gebied ruimte voorzien voor een nieuwe school aan het Oude IJsselpark.
Het ontwikkelveld OY-1 maakt onderdeel uit van het karaktergebied, maar hier wordt
tot 2036 geen ontwikkeling voorzien. Het mogelijke programma is weergegeven in het
3D-model hieronder en cijfermatig in de tabel hiernaast.



5.12 Karaktergebied Ambachtelijke stedelijkheid
Het karaktergebied Ambachtelijke Stedelijkheid vormt de verbinding tussen de Spoorzone
en de binnenstad. Hier liggen kansen voor initiatiefnemers om bestaande werkfuncties
te transformeren en nieuwe woon- en werkfuncties toe te voegen. Het ontwikkelveld
AS-2 maakt onderdeel uit van het karaktergebied, maar hier wordt tot 2036 geen ontwikkeling
voorzien.
Als gemeente hebben we kansen voor bebouwing in beeld gebracht, maar de daadwerkelijke
ontwikkeling is afhankelijk van eigenaren en ontwikkelaars. Het mogelijke programma
is weergegeven in het 3D-model hieronder en cijfermatig in de tabel hiernaast.

5.13 Karaktergebied werken en leren
Dit karaktergebied ontwikkelt zich tot een modern werklandschap.
Het gebied biedt ruimte vooraan grotere bestaande (maak)bedrijven die specifieke milieu-
en werkruimtes nodig hebben. Daarnaast is er plek voor ondersteunende functies, zoals
onderwijs en, op kleine schaal, huisvesting voor werknemers, studenten of bijvoorbeeld
woon-werkateliers.
Ontwikkelingen in dit karaktergebied zijn vooral afhankelijk van bedrijven en eigenaren
die een ontwikkeling willen realiseren. Als gemeente hebben we ruimtelijke aannames
gedaan om inzicht te geven waar kansen liggen om open ruimtes op het huidige bedrijventerrein
te verdichten. Het mogelijke programma is weergegeven in het 3D-model hieronder en
cijfermatig in de tabel hiernaast.


5.14 Ontwikkelstrategie
5.14.1 Inleiding
In dit hoofdstuk werken we de ontwikkelstrategie voor de Spoorzone uit. De strategie beschrijft de aanpak van de uitvoering, met een gefaseerde planning op korte, middellange en lange termijn. Ook gaan we in op de financiële en planologische haalbaarheid van de ontwikkeling.
5.14.2 Introductie gebiedsgerichte ontwikkelstrategie
De totale ontwikkeling en realisatie van de Spoorzone beslaat vele jaren.
Het gaat om een groot gebied van ruim 50 hectare, bestaande uit verschillende deelgebieden
met uiteenlopende karakteristieken en verschillende grondeigenaren. Niet alles kan
tegelijk en op dezelfde manier worden ontwikkeld.
Sommige ontwikkelvelden kunnen pas worden opgepakt nadat andere onderdelen van het
gebiedsprogramma zijn gerealiseerd. Soms hangen deelgebieden zo sterk samen dat ze
als één gecombineerde ontwikkeling moeten worden opgepakt.
Fasering en financieringsbehoefte van het gebiedsprogramma vragen continue aandacht,
net zoals de opnamecapaciteit van de markt. Naast financiële haalbaarheid spelen ook
planologische belemmeringen en ruimtelijke of milieukundige aspecten een rol.
Daarom is een ontwikkelstrategie voor de Spoorzone nodig. Deze strategie gaat in op
aanpak, instrumenten, rolverdeling, fasering, tempo en bekostiging. De strategie geeft
richting aan de overgang van toekomstbeeld- en planvorming naar realisatie, maar is
tegelijk een dynamisch instrument.
In een complexe binnenstedelijke herstructurering is bijsturing regelmatig nodig.
Nieuwe kansen kunnen aanleiding geven om de ontwikkelstrategie aan te pas-sen, evenals
onverwachte tegenslagen of vertragingen. Wanneer een ontwik-kelveld niet tot ontwikkeling
komt, moet kunnen worden doorgeschakeld naar een ander veld. Om deze dynamiek op te
vangen, wordt de ontwikkelstrategie jaarlijks geactualiseerd en door het college vastgesteld.
In het vorige hoofdstuk zijn de ontwikkelrichtlijnen toegelicht, inclusief de spelregelkaart.
Deze vormen het vertrekpunt voor zowel gemeentelijke gronden als voor gronden van
particuliere eigenaren en marktpartijen/ ontwikkelaars. Per ontwikkelveld is bij nadere
planvorming maatwerk mogelijk binnen het ontwikkelkader en spelregelkaart. Maatwerk
ontstaat door waar mogelijk meer of minder accenten te leggen op bepaalde ontwikkelprincipes.
Wanneer marktpartijen het initiatief nemen, moeten zij binnen het ontwikkelrichtlijnen
(en beeldkwaliteitplan) duidelijk maken hoe zij hun plannen willen invullen. Deze
plannen worden vervolgens getoetst.
Voor gemeentelijke gronden geldt hetzelfde: via een tender worden marktpartijen gevraagd
om binnen deze uitgangspunten ontwikkelvoorstellen uit te werken. Het gebiedsprogramma
(inclusief beeldkwaliteitsplan) vormt daarmee een belangrijke basis voor de kwalitatieve
en kwantitatieve indicatoren in het tenderproces. De marktpartij die het beste scoort,
krijgt de ontwikkeling toegewezen.
5.14.3 Rolopvatting gemeente en fasering
Rolopvatting per pijler gebiedsprogramma
Het gebiedsprogramma bestaat uit drie pijlers waarlangs verdere planvorming en realisatie
plaatsvinden:
1. Stationsknooppunt
2. Karaktergebieden en ontwikkelvelden
3. Hoofdstructuren en openbare ruimte
Per pijler wordt op hoofdlijnenhet publieke belang en de rol van de gemeente en andere
(markt-)partijen beschreven.
Ook wordt aangegeven hoe de gemeente per karaktergebied invulling geeft aan het grondbeleid.
De karaktergebieden en ontwikkelvelden zijn weergegeven in figuur 138.

5.14.4 Rolopvatting en ontwikkelvelden
Voor de ontwikkelvelden waar de gemeente eigenaar is, voert zij een actief grondbeleid.
Dit betekent dat de gemeente voor eigen rekening en risico een gemeentelijke grondexploitatie
opstelt en uitvoert. De opbrengsten komen uit de verkoop van de gronden op basis van
een vastgesteld ontwikkelprogramma. In deze gebieden maakt de gemeente de gronden
bouwrijp en zet deze planologisch om naar de gewenste bestemming. Vervolgens worden
deze gebieden via een tender op de markt gebracht. De scope van een tender wordt per
geval bepaald en hangt af van de gewenste mate van integrale oplossingen, bijvoorbeeld
voor parkeren, energie, mobiliteit en exploitatie/eigendom van vastgoed.
Als de gemeente gronden wil verwerven, kan dit via minnelijke verwerving, de Wet voorkeursrecht
gemeenten (WVG) of door onteigening. Dit wordt per situatie bepaald. Voorbeeld van
een locatie waar de gemeente al grond heeft verworven is de Laborijnlocatie.
Voor de ontwikkelvelden waar de gemeente geen eigendom heeft, geldt een faciliterend
grondbeleid. De financiële risico’s van de gemeente zijn dan beperkt en hebben vooral
betrekking op het kostenverhaal: het ontvangen van bijdragen van derden voor gemeentelijke
on twikkelkosten.
Het kostenverhaal wordt bij voorkeur privaatrechtelijk geregeld via een anterieure
overeenkomst. Waar nodig wordt gebruik gemaakt van publiekrechtelijke mogelijkheden,
zoals het omgevingsplan of een BOPA.
Om te voorkomen dat eigenaren op basis van het geldende planologisch
regime bouwinitiatieven ontwikkelen die niet passen de uitgangspunten voor de Spoorzone,
kan de gemeenteraad een nieuw voorbereidingsbesluit nemen.
Bij ontwikkelvelden met meerdere particuliere eigenaren moet een integrale ontwikkeling
tot stand komen op basis van de spelregelkaart en het beeldkwaliteitsplan. Eigenaren
maken onderling samenwerkings- en realisatieaf-spraken voor het betreffende ontwikkelveld.
Voor het kostenverhaal beschouwt de gemeente het ontwikkelveld als één kostenverhaalsgebied,
waarbij het ex-ploitatieresultaat naar rato (op basis van de inbrengwaarde) over de
eigenaren wordt verdeeld. In beginsel vinden ontwikkelingen per ontwikkelveld plaats,
om samenhang, kwaliteit en woningbouwprogrammering goed op elkaar af te stemmen. Tegelijkertijd
kan het voorkomen dat een initiatiefnemer een deel van een ontwikkelveld wil realiseren.
Dit kan wenselijk zijn om voortgang te boeken, met name wanneer binnen een ontwikkelveld
sprake is van meerdere grondeigenaren. Wanneer een dergelijk verzoek wordt ingediend,
maakt de gemeente per geval een afweging. Daarbij wordt in ieder geval gekeken naar
de volgende aandachtspunten:
- Het plan moet kwalitatief zelfstandig passen binnen de ontwikkelrichtlijnen (zie
hoofdstuk 3);
- Een integrale ontwikkeling is onderzocht en zou aantoonbaar tot onnodige vertraging
leiden;
- Het plan is zodanig vormgegeven dat een volledige ontwikkeling van het ontwikkelveld
mogelijk blijft;
- Het kostenverhaal is voor de gemeente verzekerd;
- De parkeerbehoefte van de ontwikkeling wordt adequaat opgelost.
5.14.5 Rolopvatting: stationsknooppunt
De stationsknoop Doetinchem ligt in het karaktergebied Stationskwartier en betreft
het mobiliteitsknooppunt rondom station Doetinchem. Het station is van groot belang
voor de inwoners van de Spoorzone, de stad en de regio.
Een tijdige ontwikkeling van de stationsknoop is cruciaal voor de totale ontwikkeling
van de Spoorzone. Door op korte termijn te investeren in de stationsomgeving wordt
het openbaar vervoer voor toekomstige bewoners en gebruikers een nog beter alternatief
voor de auto. De komst van de RegioExpres in 2028 versterkt dit nog verder.
Een deel van het nieuwe vastgoedprogramma is afhankelijk van de mobiliteitshub in
de stationsknoop, bijvoorbeeld voor het faciliteren van bezoekersparkeren. Een tijdige
realisatie van de stationsknoop zorgt daarmee voor een versnelling van de woningbouw
en een verbetering van de eefbaarheid van de Spoorzone. Voor deze versnelling wordt
een beroep gedaan op verschillende subsidiestromen, zoals de Regiodeal Achterhoek
en de WOKT- regeling. Deze laatste regeling levert de gemeente een subsidie van €
16,3 mln. excl. BTW, waarvan indicatief € 10,6 miljoen excl. BTW kan worden gekoppeld
aan investeringen in het stationsknooppunt.
De ontwikkeling kan alleen plaatsvinden met nauwe samenwerking met s poorpartijen,
zoals NS Stations, ProRail, Arriva, de provincie Gelderland en overige partners en
grondeigenaren. Het handelingsperspectief station Doetinchem biedt hiervoor een startpunt.
De gemeente neemt in de ontwikkeling een actieve rol bij de realisatie van de stationsknoop.
5.14.6 Rolopvatting: karaktergebieden en ontwikkelvelden
.In het gebiedsprogramma worden vier karaktergebieden onderscheiden: Stationskwartier,
Oude IJsseloevers, Werken & Leren en Ambachtelijke Stedelijkheid. Per karaktergebieden
verschilt de rol van de gemeente en het te voeren grondbeleid.
Stationskwartier
In Stationskwartier neemt de gemeente overwegend een actieve, risicodragende rol.
In vijf van de zes ontwikkelvelden voert de gemeente risicodragend een grondexploitatie.
Uitzondering is het ontwikkelveld Laborijn-Zuid, waar de gemeente voorlopig een faciliterende
rol heeft.
Oude IJsseloevers
In het karaktergebied Oude IJsseloevers heeft de gemeente deels een faciliterende
rol en deels een actieve rol. Vooral rond het toekomstige Oude IJsselpark ziet de
gemeente een meer actieve rol, vanwege het
publieke belang. Omdat de gemeente niet alle gronden in en rond het park bezit, zal
een actievere rol altijd in samenwerking met initiatiefnemers en marktpartijen plaatsvinden.
Hoe en in welke mate wordt nog onderzocht. Afhankelijk van kansen kan de gemeente
alsnog gronden verwerven om haar ambities te versterken.
Ambachtelijke Stedelijkheid
In het karaktergebied Ambachtelijke Stedelijkheid neemt de gemeente een faciliterende
rol. De gemeente heeft hier geen grondpositie en er zijn vooralsnog geen bovenliggende
maatschappelijke of ruimtelijke argumenten om een actieve rol te nemen. Voor dit karaktergebied
zijn de marktpartijen en particuliere grondeigenaren kartrekker om tot initiatieven
te komen.
Werken & Leren
In dit karaktergebied heeft de gemeente een faciliterende rol.
De gemeente heeft hier geen grondpositie en ziet op dit moment geen overwegende maatschappelijke
of ruimtelijke redenen om een actieve rol te nemen. Bestaande eigenaren en marktpartijen
zijn hier aan zet om initiatieven te ontwikkelen. Uitzondering zijn de aanpassingen
die nodig zijn in verband met milieucategorieën op de bestaande bedrijventerreinen.
Deze aanpassingen dienen een breder doel dan alleen dit karaktergebied, waardoor een
actieve rol van de gemeente noodzakelijk is. Zie paragraaf 4.3.6. voor nadere toelichting.
5.14.7 Rolopvatting: hoofdstructuren, openbare ruimte en parkeren
In de Spoorzone wordt onderscheid gemaakt tussen het raamwerk van de openbare ruimte
en de (semi)openbare ruimte binnen de ontwikkelvelden.
Raamwerk openbare ruimte in de Spoorzone
Het raamwerk (zie figuur 139) bestaat uit de verbindende structuren tussen ontwikkelvelden,
zoals wegen, lanen, parken, de passerelle en het Oude IJsselpark. Dit vormt de hoofdstructuur
van het gebied, waarin het publieke belang centraal staat. Voor het ontwerp en de
aanleg van dit raamwerk is de gemeente verantwoordelijk, omdat deze structuren niet
direct aan één specifiek ontwikkelveld gekoppeld kunnen worden.
Openbare ruimte binnen ontwikkelvelden
De aanleg van openbare ruimte binnen de ontwikkelvelden is primair de verantwoordelijkheid
van de ontwikkelende partijen. De gemeente voert regie op de kwaliteit. Na aanleg
wordt de openbare ruimte voor een symbolisch bedrag overgedragen aan de gemeente,
die het beheer en onderhoud op zich neemt.
(Gebouwd) parkeren binnen ontwikkelvelden
Ook de aanleg van (gebouwde) parkeervoorzieningen, zoals buurtparkeerhubs, binnen
de ontwikkelvelden is de verantwoordelijkheid van de ontwikkelende partijen. Deze
voorzieningen worden doorgaans overgedragen aan een VvE van bewoners en gebruikers
(organisaties en bedrijven in het gebied), omdat zij volledig ten dienste staan van
het vastgoedprogramma binnen het ontwikkelveld.
Wanneer de gemeente zelf parkeerverplichtingen heeft, wordt zij lid van de VvE. De
gemeente biedt VvE’s een langjarig aanbod om beheer en onderhoud te ontzorgen. Voor
bezoekersparkeren geldt: als de loopafstand tot de mobiliteitshub bij het station
het toelaat, kunnen bezoekers daar betaald parkeren. In dit geval leveren de betreffende
ontwikkelvelden een bijdrage aan de onrendabele top voor bezoekersparkeren. Vooralsnog
gaat het vooral om ontwikkelvelden waar de gemeente grondposities beschikt (o.a. Laborijnlocatie
en Naoberhoek). De hoogte van deze bijdrage wordt later bepaald op basis van nadere
planvorming van de mobiliteitshub.
Als de loopafstanden voor bezoekersparkeren te groot zijn, ligt de verantwoordelijkheid
voor het oplossen van bezoekersparkeren bij de ontwikkelende partijen van het desbetreffende
ontwikkelveld.

5.14.8 Faseringsstrategie Spoorzone
Het Stationsknooppunt, de ontwikkelvelden en de hoofdstructuur beïnvloeden elkaar.
Waar ontwikkelvelden worden gerealiseerd, moet de aanleg van delen van de hoofdstructuur
aansluiten. Omgekeerd wordt zelden eerst de volledige hoofdinfrastructuur aangelegd
en pas daarna de ontwikkelvelden.
Tegelijkertijd is het tijdig realiseren van de mobiliteitshub in het Stationsknooppunt
cruciaal voor ontwikkelvelden waar momenteel het stationsparkeren op maaiveld plaatsvindt,
en voor het bezoekersparkeren van het toekomstige programma op de ontwikkelveldenvlakbij
de mobiliteitshub.
Deze faseringsvraagstukken worden uitgewerkt in de faseringsstrategie. Deze strategie
is indicatief en wordt minimaal één keer per jaar
geactualiseerd op basis van de nieuwste inzichten. De faseringsstrategie biedt ook
houvast voor de financieringsbehoefte van de gemeente en de bijbehorende besluitvormingsmomenten.
In de tabel hiernaast is de driedeling terug te zien in:
• het Stationsknooppunt,
• de karaktergebieden met de onderscheiden ontwikkelvelden,
• de hoofdstructuren.
Deze onderdelen sluiten aan op de raamwerkkaart van de openbare ruimte
(zie pagina hiernaast). Binnen dit raamwerk zijn ook de bijzondere investeringen benoemd,
zoals het Oude IJsselpark en de passerelle.
In figuur 143 zijn de ontwikkelvelden weergegeven, inclusief een globale fasering.



5.14.9 Haalbaarheid
5.14.9.1 Opzet van het financieel raamwerk
De financiële haalbaarheid van het gebiedsprogramma is globaal onderzocht voor de
ontwikkelvelden, hoofdstructuren en het Stationsknooppunt. Daarnaast zijn potentiële
investeringen in de directe omgeving van de Spoorzone benoemd. Deze vallen buiten
de scope van het gebiedsprogramma, maar worden voor de volledigheid genoemd.
Het onderzoek naar de financiële haalbaarheid van het gebiedsprogramma en de financieringsbehoefte
is opgebouwd uit drie onderdelen:
1. Businesscase Spoorzone
2. Investeringsagenda Stationsknooppunt en mobiliteitshub
3. Bovenwijkse infrastructuur Doetinchem 2036 (Mobiliteitsvisie)
Businesscase Spoorzone
In de businesscase zijn de ontwikkelvelden en de hoofdstructuren opgenomen. Ook de
programmabegroting maakt deel uit van de businesscase. Voor de ontwikkelvelden zijn
globale grondexploitaties opgesteld. Voor de hoofdstructuren en de programmabegroting
zijn afzonderlijke ramingen gemaakt.
Investeringsagenda Stationsknooppunt en mobiliteitshub
In de investeringsagenda staan alle investeringen in en rondom het Stationsknooppunt,
zoals de voetgangerstunnel onder het spoor, gebouwde parkeervoorzieningen en de herinrichting
van de stationspleinen. Ook zijn indicatief bijdragen geraamd vanuit de nabijgelegen
ontwikkelvelden die het bezoekersparkeren afwikkelen in de mobiliteitshub.
Bovenwijkse infrastructuur Doetinchem 2036 (Mobiliteitsvisie)
In de directe omgeving van de Spoorzone zijn ook diverse potentiële i nvesteringen
aan de orde die los staan van de ontwikkelingen in de Spoorzone, maar elkaar wel kunnen
beïnvloeden (o.a. ontwerpprincipes, werkgrenzen, fasering).
5.14.9.2 Samenvatting financiële haalbaarheid en financieringsbehoefte
Om de ambities van het gebiedsprogramma waar te maken, moet rekening worden gehouden
met een financieringsbehoefte van circa circa € 35,0 mln (exclusief BTW). Als ook
de investeringen in de directe omgeving worden meegenomen, ontstaat een globale financieringsbehoefte
van circa € 54,0 mln. (+ diverse pm-posten). Voor gebiedsprogramma’s van binnenstedelijke
herstructureringen en stationsomgevingen geldt dat de financiering bij vaststelling
vaak nog niet volledig beschikbaar is.
Via de meerjarenbegroting kunnen jaarlijks onderdelen die concreter zijn en een financieel
besluit nodig hebben, worden meegenomen. Andere onderdelen volgen later. Zo ontstaat
samenhang tussen de financiële besluitvorming over ontwikkelvelden, investeringen
in het Stationsknooppunt en/of de hoofdstructuren en de faseringsstrategie.
Bij ramingen en resultaten gelden de volgende kanttekeningen:
• In de ramingen zijn alle ambities opgenomen; verdere keuzes kunnen of moeten
nog worden gemaakt.
• Optimalisaties in de hoofdstructuren zijn (nog) niet onderzocht. De zoektocht
naar cofinanciering en subsidies is in volle gang, vooral voor de Investeringsagenda
Stationsknooppunt en mobiliteitshub en de ontwikkelvelden. Een goed voorbeeld zijn
de al toegekende WOKT-middelen.
De resultaten van de ontwikkelvelden zijn gebaseerd op globale grondexploitaties en
niet op concrete ontwerpen, maar op het laadvermogen van toekomstige programma’s en
gebouwde parkeeroplossingen.
Deze globale grondexploitaties kunnen bij verdere uitwerking positief als negatief
wijzigen.
5.14.9.3 Gefaseerde besluitvorming financiën Spoorzone Doetinchem
Een belangrijk strategisch uitgangspunt voor dit gebiedsprogramma is een gefaseerde
financiële besluitvorming. Deze wordt meer in detail uitgewerkt in de uitvoeringsagenda.
Daarmee wordt het gebiedsprogramma, naast een ruimtelijk en beleidsmatig uitgangspunt,
ook een financieel sturingsinstrument voor college en raad (budgetrecht).
Ontwikkelvelden: vaststellen grondexploitatie en sluiten anterieure overeenkomsten
Voor ontwikkelvelden vindt afzonderlijke besluitvorming plaats over budgettaire uitgangspunten,
gekoppeld aan het omgevingsplan of een BOPA.
Voor gemeentelijke grondposities verloopt dit via het vaststellen van een grondexploitatie.
Bij ontwikkelvelden waar de gemeente een facilitair grondbeleid voert, gebeurt dit
aan de hand van een anterieure overeenkomst met realisatie- en financiële afspraken.
Hoofdstructuren: budget-/kredietaanvraag
De investeringen in de hoofdstructuren worden aangevraagd op het moment dat deze nodig
zijn, bijvoorbeeld wanneer meerdere ontwikkelvelden bijna klaar zijn. Jaarlijks wordt
via de uitvoeringsagenda beoordeeld welke
hoofdstructuren op korte termijn moeten worden aangelegd, met bijbehorende budget-/kredietaanvragen.
Programmabegroting: algemene programmakosten
De stand van de algemene programmakosten, zoals programmamanagement, communicatie,
marketing en placemaking,wordt bijgehouden in het Meerjarenperspectief Ontwikkellocaties
(MPO).
Het zijn kosten van het gebiedsprogramma die mogelijk niet volledig worden terugverdiend,
maar deze zijn wel noodzakelijk voor programmasturing en branding van de Spoorzone.

Stationsknooppunt + mobiliteitshub: budget-/kredietaanvraag
De investeringen in het Stationsknooppunt (inclusief mobiliteitshub) worden aangevraagd
zodra de plannen voor de herinrichting van het station en de realisatie van de mobiliteitshub
voor besluitvorming voorliggen. Vooruitlopend hierop worden plankostengemaakt. Daarvoor
wordt krediet aangevraagd, of worden externe middelen (zoals subsidie) ingezet.
5.14.9.4 Dekkingsbronnen voor financieringsbehoefte
De financieringsbehoefte van het gebiedsprogramma is groot (zie figuur 144). Hiervoor
moet de komende jaren aanvullende dekking gevonden worden.
Na vaststelling van het gebiedsprogramma worden een aantal onderdelen met voorrang
verder uitgewerkt, zoals de ontwikkelvelden Laborijnlocatie en Naoberhoek. Ook het
Stationsknooppunt in combinatie met de mobiliteitshub
krijgt prioriteit. Tegelijkertijd worden de dekkingsmogelijkheden verder verkend waar
mogelijk ingezet.
Ontwikkelvelden: grondexploitatie en bovenwijks kostenverhaal
In ontwikkelvelden waar sprake is van volledig grondeigendom verloopt de dekking van
kosten en opbrengsten via de grondexploitatie. Het streven is altijd een minimaal
sluitende grondexploitatie.
Ontwikkelvelden in handen van particuliere eigenaren of marktpartijen worden via kostenverhaal
gefinancierd, om de gemeentelijke investeringen af te dekken. Het gaat om onder andere
het vergoeden van gemeentelijke apparaatskosten en bijdragen in bovenwijkse investeringen
in de openbare ruimte (hoofdstructuren en eventuele nieuwe toekomstige openbare ruimte).
Hoofdstructuren in nota bovenwijks
De hoofdstructuren zijn onlosmakelijk verbonden met het realiseren van de ontwikkelvelden
en het Stationsknooppunt. Deze investeringen hebben een bovenwijks karakter, omdat
meerdere ontwikkelvelden binnen de Spoorzone profiteren van deze investeringen.
Per ontwikkelveld wordt beoordeeld in welke mate de grondexploitatie kan kan bijdragen
aan de investeringen in de hoofdstructuur. Als een grondexploitatie, ongeacht of deze
van de gemeente of een andere initiatiefnemer is, een tekort kent of neutraal sluit,
is een bijdrage niet mogelijk.
In de Nota Bovenwijkse voorzieningen wordt de toerekening van deze hoofdstructurele
investeringen aan de ontwikkelvelden binnen de Spoorzone verder onderbouwd. Als ook
de bestaande stad of andere gebiedsontwikkelingen profiteren, wordt dit daarin meegenomen.
Ontbrekende dekking wordt gezocht in subsidies en eigen middelen, bijvoorbeeld via
het Investeringsfonds Doetinchem 2036 of extra structurele lasten in de begroting.
Programmabegroting
Idealiter worden de algemene kosten voor het gebiedsprogramma doorberekend aan de
grondexploitaties van de ontwikkelvelden.
De grondexploitaties zijn mogelijk onvoldoende in staat om de investeringen in de
hoofdstructuren te dragen.
Stationsknoop en parkeerfonds
Voor de investeringen in het Stationsknooppunt (inclusief mobiliteitshub) zijn bijdragen
van hogere overheden (cofinanciering) noodzakelijk om de ambities waar te maken. Hier
wordt nadrukkelijk op ingezet. Daarnaast worden diverse subsidiemogelijkheden verkend.
De aanvraag voor WOKT-subsidie (woningbouw op korte termijn) heeft, een bijdrage van
€ 19,6 mln. excl. Btw opgeleverd voor Doetinchem, waarvan indicatief € 10,6 mln. Aan
investeringen in de Spoorzone kan worden gelabeld. Een andere dekkingsmogelijkheid
verloopt via de Nota Bovenwijkse Voorzieningen. In deze nota zijn de bovenwijkse voorzieningen
opgenomen die in de komende 10-15 jaar in Doetinchem worden gerealiseerd, en wordt
aangegeven welke gebiedsontwikkelingen binnen de gemeente hieraan moeten bijdragen.
Het Stationsknooppunt is ook als bovenwijkse voorziening aangemerkt. Het gemeentelijk
parkeerfonds blijft nadrukkelijk beschikbaar voor de uitdagingen van parkeren in de
spoorzone in het algemeen en bij de stationsknoop in het bijzonder.
Subsidies
Subsidies zijn er in vele vormen, op provinciaal en Rijksniveau. Voorbeelden hiervan
is de eerdergenoemde WOKT-regeling, maar ook de woningbouwimpuls. Voor de Laborijnlocatie
is een Woningbouwimpuls-subsidie (WBI) van € 3,1 mln. ontvangen. Ook is er reeds subsidie
ontvangen voor “flexcity” en de huisvesting van 60 studenteneenheden in de Spoorzone.
Flexcity gaat om de bouw van 300 modulaire woningen in de Spoorzone.
Voor toekomstige ontwikkelvelden liggen er wellicht ook aanvullende mogelijkheden.
Daarnaast zijn er diverse sectorale subsidies beschikbaar, gericht op klimaatadaptatie,
duurzame energie en vergroening.
Ook hiervoor moeten de kansen verder worden verkend.
Tot slot geldt dat vanaf 2025 op Rijksniveau de Realisatiestimulans is ingesteld.
Dit is een bijdrage van het Rijk van € 7.000 per betaalbare woning waarvan de bouw
is gestart.
De huidige regeling loopt tot en met 2029. Met de ontwikkelvelden Laborijnlocatie
en Naoberhoek kan het gebiedsprog ramma ervoor zorgen dat de benodigde financiële
middelen via deze regeling naar Doetinchem toekomen.
Eigen middelen
Het sluitstuk van de dekkingsmogelijkheden bestaat uit eigen middelen, zoals het Investeringsfonds
Doetinchem 2036 en/of deels extra structurele lasten in de begroting.
5.14.9.5 Risico’s en kansen
Een voortvarende uitrol van het gebiedsprogramma is mede afhankelijk van een aantal
risico’s en kansen en de mate waarin we deze kunnen beperken of benutten. Hieronder
staan de belangrijkste die nu in beeld zijn.
Marktomstandigheden en afzetbaarheid programma’s
De marktomstandigheden voor nieuwbouwwoningen zijn momenteel gunstig. Hoe dit zich
de komende jaren ontwikkelt is onzeker en ligt buiten de invloed van de gemeente.
Het grote aandeel niet-grondgebonden woningen in het gebiedsprogramma vraagt om aandacht,
zodat de markt niet wordt overvoerd. Teveel aanbod kan leiden tot lange verkooptijden
en mogelijk afstel van projecten. Balans in het aanbod is daarom belangrijk. Daarnaast
bestaan de programma’s niet alleen uit woningbouw, maar ook uit werken en maatschappelijke
functies. Zeker maatschappelijke functies brengen extra risico’s met zich mee. Deze
partijen hebben immers vaak minder financiële armslag
dan commerciële organisaties. Per ontwikkelveld zijn gemengde programma’s voorzien.
Als een deel van het integrale programma niet wordt afgenomen, bestaat het risico
dat het hele programma vertraging oploopt of niet doorgaat. Belangrijkste maatregel
is daarom: vroegtijdig signaleren van marktgeluiden en waar nodig maatwerk leveren.
Parkeren
De parkeeroplossingen in de Spoorzone zijn overwegend gebouwd per ontwikkelveld. Dat
vraagt om aandacht voor eigenaarschap en duurzame organisatie en exploitatie van deze
buurtparkeerhubs. Een belangrijke voorwaarde is de invoering van betaald parkeren
in de Spoorzone Doetinchem. Zonder betaald parkeren zullen marktpartijen minder snel
tot geen gebouwde parkeeroplossingen aanbieden. Daarna moet gemonitord worden hoe
de markt reageert op de waardesprong van parkeren (bewoners, ondernemers en overige
partijen) en waar nodig worden maatregelen genomen.
Coalitievorming en Stationsknooppunt
Voor nadere planvorming en de realisatie van het Stationsknooppunt is het cruciaal
dat een hecht collectief wordt gevormd met betrokken stakeholders (Provincie, Arriva,
NS en ProRail). De gemeente kan deze grootschalige ingreep niet alleen uitvoeren,
zowel fysiek als financieel niet. Het vormen van een coalitie met afspraken over realisatie
en financiering heeft de hoogste prioriteit. Niet alleen om het Stationsknooppunt
als visitekaartje van Doetinchem te realiseren, maar ook om omliggende ontwikkelvelden
met woningbouw en andere functies mogelijk te maken.
Initiatieven derden komen niet van de grond
De gemeente heeft niet in alle ontwikkelvelden grondposities en is afhankelijk van
grondeigenaren en hun initiatieven. Dit kan zorgen voor vertraging.
Als dat wordt gesignaleerd, wordt de ontwikkelstrategie heroverwogen en waar nodig
bijgesteld.
Netcongestie
Netcongestie is een risico voor Doetinchem. In de Spoorzone spelen we hierop in door
ontwikkelvelden zoveel mogelijk zelfvoorzienend en netbewust te laten ontwikkelen.
RO-procedures
Voor de Spoorzone worden nog diverse omgevingsplanwijzigingen en/of BOPA’s opgesteld
en in procedure gebracht. Het risico van een Raad van State procedure is altijd aanwezig,
met een mogelijke vertraging van minimaal
1,5 jaar. Door zorgvuldige planvorming en participatie met de omgeving proberen we
dit risico te minimaliseren.
Financiële haalbaarheid
Alle genoemde factoren kunnen in meer of mindere mate de financiële haalbaarheid positief
of negatief beïnvloeden. Met gefaseerde financiële besluitvorming tijdens de looptijd
van het gebiedsprogramma kan tussentijds worden geanticipeerd op tegen- en meevallers.
Bepaalde ontwikkelvelden of investeringen kunnen worden uitgesteld, versoberd of zelfs
niet uitgevoerd. Financiële sturing, de faseringsstrategie en besluitvorming in college
en raad zijn nauw met elkaar verbonden.
Daarnaast besteden we continu aandacht aan de financiële sturing van het gebiedsprogramma,
met onder meer:
- optimalisatie van de grondexploitaties;
- binnenhalen van subsidies en cofinanciering van hogere overheden;
- maximaal benutten van de mogelijkheden voor kostenverhaal.
5.14.9.6 Planologisch onderzoeken
De haalbaarheid richt zich ook op de ruimtelijke en milieukundige aspecten in de Spoorzone. Op basis van de toegestane en aanwezig milieucategorieën is in beeld gebracht welke belemmeringen mogelijk aanwezig zijn voor de transformatie naar een gemengd gebied met wonen, werken, leren en ontmoeten. In bijlage zijn de onderzoeken opgenomen voor geluidshinder van bedrijven, wegverkeerslawaai, geluid van het spoor, trillingen, veiligheid en geurhinder. Vooral geluid en milieuzonering van bestaande bedrijven zijn belangrijke aandachtspunten.
5.14.9.7 Bestaande bedrijfsactiviteiten
Voor de Spoorzone is een bedrijvenlijst opgesteld. Deze lijst geeft per bedrijf het
adres en de activiteiten weer. Op basis van de activiteiten is per bedrijf een milieucategorie
bepaald. In de kaart (zie figuur 145) zijn deze milieucategorieën vergeleken met de
milieucategorieën op basis van het omgevingsplan.
De percelen zijn ingekleurd op basis van de maximaal toegestane categorie. Met stippen
is aangegeven welke bedrijven in welke categorie aanwezig zijn.
Hieruit blijkt dat bedrijven vaak minder zwaar belastend zijn dan planologisch mogelijk
is. Er zijn drie specifiek bestemde bedrijven.
Dit betreft de diervoederfabriek (categorie 4.1), de machinefabriek (categorie 3.2)
en de papierfabriek (categorie 4.1). De activiteiten van de papierfabriek worden planologisch
ingeperkt door de geluidzone. Omdat de papierfabriek en de machinefabriek geen standaard
milieucategorie hebben, zijn ze niet opgenomen in de kaart met ‘bedrijf tot en met
categorie’.
5.14.9.8 Afwaardering milieucategorieën
Uit de analyse blijkt dat de feitelijke milieucategorieën in de praktijk vaak lager
zijn dan de maximaal toegestane milieucategorieën.
Gezien de gewenste transformatie naar een gebied met wonen en werken, wordt de toegestane
milieucategorie op zijn vroegst 1 jaar na de bekendmaking van het ontwerp gebiedsprogramma
Spoorzone Doetinchem met een omgevingsplanwijziging teruggebracht naar maximaal bedrijfscategorie
3.1. Dit doen we in het kader van de passieve risicoaanvaarding. Daarbij worden de
rechten van bestaande bedrijven gerespecteerd.
Bij een aanpassing wordt altijd geregeld dat de bestaande vergunde bedrijfsactiviteit
op een perceel toegestaan blijft. Wanneer een bedrijf verdwijnt of zich een nieuw
bedrijf vestigt, wordt teruggevallen op de nieuwe, lagere mili-eucategorie. In figuur
146 is per perceel aangegeven welke percelen afgewaardeerd worden naar bedrijfscategorie
3.1. De machinefabriek en de papierfabriek zijn niet meegenomen in de afwaardering,
omdat planologisch al is geregeld dat alleen deze specifieke functie daar mogelijk
zijn.
De diervoerderfabriek is wel specifiek bestemd, maar heeft daarnaast nog een standaard
milieucategorie 3.2. Deze standaard milieucategorie wordt teruggebracht naar milieucategorie
3.1.
5.14.9.9 Nieuwe planologische mogelijkheden
Naast het afwaarderen van ongebruikte bedrijfscategorieën biedt het gebiedsprogramma nieuwe planologische mogelijkheden. Het gaat bijvoorbeeld om intensivering van bebouwingsmogelijkheden (bebouwingsoppervlaktes, hoogtes) en nieuwe functies. Dit alles binnen de ontwikkelkaart en spelregels zoals vastgelegd in dit gebiedsprogramma.
5.14.9.10 Planologisch uitgangspunten ruimtelijke procedure
De ontwikkelstrategie gaat uit van afzonderlijke omgevingsplanwijzigingen of omgevingsvergunningen
voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA) per ontwikkelveld c.q. (deel)project.
Waar de gemeente actief grondbeleid voert, stelt zij het ruimtelijke product op en
voert de procedure.
Waar de gemeente een faciliterende rol heeft, ligt het opstellen van de motivering
en het uitvoeren van bijbehorende onderzoeken bij marktpartijen en heeft de gemeente
een toetsende rol. Vervolgens voert de gemeente zelf de RO-procedure.






6 Participatie en gebiedscommunicatie
6.1 Inleiding
De ontwikkeling van Spoorzone vraagt om meer dan fysieke verandering. Minstens zo belangrijk is het betrekken van mensen en organisaties die hier wonen, werken of straks onderdeel worden van het gebied. Met gerichte participatie en gebiedscommunicatie bouwen we stap voor stap aan draagvlak, betrokkenheid en een herkenbaar gezamenlijk verhaal.
6.2 Participatie
De opgave is groot en complex, met verschillende deelprojecten, belangen en partners. Participatie is hierdoor een onmisbaar onderdeel van het ontwikkelproces. Daarom bouwen we Spoorzone niet alleen voor, maar vooral met de stad. Zo blijft de ontwikkeling Doetinchems, een levendige en stadse plek met de warmte en nuchterheid van de Achterhoek.
Samen met de stad
Sinds 2022 betrekken we inwoners, ondernemers en organisaties actief bij de ontwikkeling.
Dat doen we via de tweejaarlijkse gebiedscafés, waar we actuali-teiten delen, ideeën
ophalen en samenwerken aan het gebied. Daarnaast zijn er verdiepende sessies met specifieke
doelgroepen, zoals jongeren, ondernemers en grondeigenaren.
Opbrengst tot nu toe
De bijeenkomsten leveren waardevolle inzichten op over thema’s als bereikbaarheid,
groen, levendigheid, (hoog)bouw, de relatie met de Oude IJssel en sociale veiligheid.
Ze versterken ook eigenaarschap en vertrouwen in het proces.
De volledige opbrengsten is op www.doetinchem.nl/spoorzone te vinden, onder het kopje
‘Samenvatting gebiedscafés’.
Vervolg
Ook in de volgende fasen blijven we in gesprek met inwoners en partners.
We kiezen per onderwerp de passende vorm van participatie en houden de stad betrokken
via herkenbare gebiedscommunicatie. Zo blijft Spoorzone zichtbaar groeien als ontwikkeling
van en voor Doetinchem.
6.3 Gebiedscommunicatie
De ontwikkeling van Spoorzone gaat over meer dan stenen. Het gaat over mensen, organisaties
en belangen die samen een nieuwe stadswijk vormgeven.
Gebiedscommunicatie en strategisch omgevingsmanagement zijn daarbij sleutelbegrippen.
Ze maken de voortgang zichtbaar, brengen belangen en verwachtingen in beeld en versterken
draagvlak en besluitvorming.
Zo bouwen we aan een gebied dat niet alleen goed werkt, maar ook goed voelt.
Gebiedscommunicatie: zichtbaar, begrijpelijk en dichtbij
In Doetinchem gaan gebiedscommunicatie en omgevingsmanagement hand en hand.
We betrekken inwoners, ondernemers en partners tijdig en communiceren open en
eerlijk over voortgang en keuzes. Dat doen we via herkenbare kanalen zoals gebiedscafés,
nieuwsbrieven, bijeenkomsten, social media en persoonlijke gesprekken.
Maar gebiedscommunicatie gaat verder dan alleen informeren.
Het gaat om het delen van verhalen die de ontwikkeling tastbaar maken. Verhalen van
bewoners, ondernemers en pioniers die samen bouwen aan Spoorzone. Zo groeit begrip,
trots en betrokkenheid op een manier die past bij Doetinchem.
Strategisch omgevingsmanagement: oog voor wie er al is
Spoorzone is geen leeg canvas, maar een levend gebied.
Strategisch omgevingsmanagement helpt belangen van omwonenden, ondernemers en instellingen
vroegtijdig te herkennen en samen te werken aan oplossingen. Door helder te communiceren
en samen te werken, voorkomen we misverstanden, benutten we lokale kennis en versterken
we het draagvlak.
6.4 Branding en identiteit: Spoorzone als gezicht van de groeiende stad
Branding maakt zichtbaar waar Spoorzone voor staat. De identiteit van Spoorzone sluit
aan bij het DNA van Doetinchem (nuchter, levendig en samen).
Naamgeving van het gebied
‘Spoorzone’ is nu een werknaam. De definitieve naam voor het gebied bepalen we samen
met de stad. Bewoners, ondernemers en partners kunnen zelf namen aandragen.
De manier waarop we dat vormgeven wordt nog verder uitgewerkt. We bundelen alle binnengekomen
ideeën en nemen daarna een definitief besluit over de naam.
Vervolg van de branding
De merkessentie vat de identiteit van het gebied samen. Via een herkenbare visuele
stijl, consequente toon en storytelling, in bijvoorbeeld bouwborden, campagnes en
placemaking, wordt zichtbaar waar Spoorzone voor staat, namelijk stedelijke ambitie
met menselijke maat en de kracht van naoberschap.
Samenhang tussen communicatie, participatie en branding
Communicatie, participatie, branding en omgevingsmanagement versterken elkaar. Participatie
brengt inhoud en betrokkenheid, communicatie zorgt voor transparantie en begrip, branding
voor herkenning en trots en omgevingsmanagement voor verbinding met de bestaande omgeving.
Samen vormen zij de basis voor een zorgvuldig en gedragen ontwikkelproces en een toekomstbestendige
Spoorzone.
Gebiedsprogramma - Spoorzone Doetinchem
Milieukundige analyse Spoorzone
Spoorzone Doetinchem posters Gebiedsprogramma
Nota van inspraak Beeldkwaliteitsplan Spoorzone
Bijlage I Overzicht Informatieobjecten
- Gebiedsprogramma Spoorzone Doetinchem
-
/join/id/regdata/gm0222/2025/977e5b9a92264027b345cf34a2988a72/nld@2026‑08‑03;08193670
Bijlage II Overzicht Documentenbijlagen
- Milieukundige analyse Spoorzone
-
/join/id/regdata/gm0222/2025/bc146105058c4dc69dea68e7c04fc1b8/nld@2026‑08‑03;08193670
- Beeldkwaliteitsplan Spoorzone
-
/join/id/regdata/gm0222/2026/6849399723eb4c0fa6766fa1753b8ac2/nld@2026‑08‑03;08193670
- Matenplan Spoorzone
-
/join/id/regdata/gm0222/2026/5f6db5315d594287be9c45191a4464ee/nld@2026‑08‑03;08193670
- Profielenboek Spoorzone
-
/join/id/regdata/gm0222/2026/37abc02fed6f4f32bf84b5116b4eddc1/nld@2026‑08‑03;08193670
- Gebiedsprogramma - Spoorzone Doetinchem
-
/join/id/regdata/gm0222/2026/e55c0349e7624fd886e6234b2cd3f5f0/nld@2026‑08‑03;08193670
- Nota van inspraak Gebiedsprogramma Spoorzone
-
/join/id/regdata/gm0222/2026/938d54cc6fed49e19d29012f29dfedc6/nld@2026‑08‑03;08193670
- Spoorzone Doetinchem posters Gebiedsprogramma
-
/join/id/regdata/gm0222/2026/29adc6eb9aa14644b80dd164425f3ae4/nld@2026‑08‑03;08193670
- Brochure Spoorzone Doetinchem
-
/join/id/regdata/gm0222/2026/79646323cff445189f2b9959248e465a/nld@2026‑08‑03;08193670
- Nota van inspraak Beeldkwaliteitsplan Spoorzone
-
/join/id/regdata/gm0222/2026/9f7458293da6441fa008a40ba4153432/nld@2026‑08‑03;08193670
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl