Mandaat-, volmacht- en machtigingenbesluit Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Landbouwsubsidies en natuur- en landschapsbeheer ANLb provincie Utrecht

Geldend van 31-07-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-11-2023

Intitulé

Mandaat-, volmacht- en machtigingenbesluit Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Landbouwsubsidies en natuur- en landschapsbeheer ANLb provincie Utrecht

Besluit van het college van gedeputeerde staten van de provincie Utrecht van 14 juli 2026, met nummer UTSP-4437239-7153, ter verlening van mandaat, volmacht en machtiging tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen ter uitvoering van Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 en de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016, onderdeel ANLb aan de directeur-generaal van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Gedeputeerde Staten van Utrecht,

Overwegende dat:

  • -

    gedeputeerde staten en de minister van Landbouw Visserij, Voedselzekerheid en Natuur het Convenant Uitvoering GLB-NSP 2023-2027 en het Aansturingsprotocol Uitvoering GLB-NSP 2023-2027 hebben gesloten en dat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland het Europees betaalorgaan voor het GLB-NSP is; en

  • -

    actualisatie van het mandaatbesluit gewenst is;

Gelet op de Provinciewet, de Algemene wet bestuursrecht, het Burgerlijk Wetboek;

Gezien de schriftelijke instemming van de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat van 29 juni 2026 als bedoeld in artikel 10:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluiten:

Vast te stellen het volgende:

Artikel 1 - Definities

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • 1.

    aansturingsprotocol: het Aansturingsprotocol Uitvoering GLB-NSP 2023-2027 van 13 april 2023;

  • 2.

    directeur-generaal: de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;

  • 3.

    gemandateerde: de directeur-generaal of de onder hem ressorterende functionarissen als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het onderhavige besluit.

Artikel 2 – Mandaat, volmacht en machtiging

  • 1. Aan de directeur-generaal wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van civielrechtelijke rechtshandelingen en overige handelingen, die verband houden met de uitvoering van de volgende regelingen:

    • a.

      subsidies in het kader van Agrarisch natuur- en landschapsbeheer, bedoeld in § 3 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer provincie Utrecht 2016;

    • b.

      subsidies in het kader van Hoofdstuk 2 en 3 van de - Verordening subsidies POP3 2014-2020 Provincie Utrecht; en

    • c.

      subsidies in het kader van de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Utrecht, voor zover de uitvoering daarvan is belegd bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

  • 2. Aan de directeur-generaal wordt machtiging verleend voor het doen van uitvoeringshandelingen zoals het doen van feitelijke betalingen ten laste van de EU-fondsen of de provincie, en het vorderingenbeheer in het kader van de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Utrecht voor zover dit voortvloeit uit een overeenkomst tussen de provincie en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

  • 3. De uit dit besluit voor de directeur-generaal voortvloeiende bevoegdheden kunnen tevens worden uitgeoefend door de plaatsvervangend directeur-generaal.

Artikel 3 - Omvang van het mandaat

Tot de besluiten en handelingen bedoeld in artikel 2 behoren mede:

  • a.

    het voorbereiden, nemen en ondertekenen van besluiten, inclusief beschikkingen bedoeld in paragraaf 4.1.3.2., de afdelingen 4.4.1. tot en met 4.4.4. en artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • b.

    het in overeenstemming met de bepalingen dienaangaande in het aansturingsprotocol behandelen van bezwaar- en (hoger)beroepschriften, waaronder het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, het instellen van (hoger) beroep, het voeren van verweer in gedingen aanhangig bij de bestuursrechter en de vertegenwoordiging bij geschillen, met uitzondering van bezwaar- en beroepschriften tegen subsidiebesluiten op grond van de verordeningen genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen b en c;

  • c.

    de beantwoording van algemene vragen;

  • d.

    het nemen van besluiten op verzoeken op grond van de Wet open overheid, voor zover deze verzoeken betrekking hebben op informatie die berust bij de gemandateerde in het kader van de uitvoering van de in artikel 2 genoemde regelingen;

  • e.

    het behandelen van klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze betrekking hebben op gedragingen van de gemandateerde of onder hem ressorterende functionarissen bij de uitvoering van de in artikel 2 genoemde regelingen;

  • f.

    de behandeling van schadeclaims, met uitzondering van de toekenning van claims van meer dan € 5.000,-.

Artikel 4 – Elektronisch verkeer en invordering

  • 1. Dit mandaat omvat mede de bevoegdheid om een besluit als bedoeld in artikel 2:13, tweede lid, Awb tot aanwijzing per type bericht van een voldoende betrouwbare en vertrouwelijke wijze van verzenden te nemen.

  • 2. De directeur-generaal kan aan de algemeen directeur van het Centraal Justitieel Incassobureau ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen voor het uitvaardigen van dwangbevelen en de daaruit voortvloeiende uitvoering van executiegeschillen, en voor het treffen van betalingsregelingen. De directeur-generaal kan de algemeen directeur toestaan ondermandaat, volmacht en machtiging te verlenen aan één of meer onder hem ressorterende functionarissen.

  • 3. Aan de directeur-generaal wordt mandaat en machtiging verleend om per geval of in het algemeen instructies, die ook beleidsregels kunnen omvatten, te geven ter zake van de uitoefening van de krachtens het tweede lid aan de algemeen directeur van het Centraal Justitieel Incassobureau toekomende bevoegdheden.

Artikel 5 - Voorschriften bij gebruik mandaat

  • 1. De gemandateerde stelt de provincie in kennis van krachtens mandaat te nemen of reeds genomen besluiten waarvan hij moet aannemen dat kennisneming door het college van gedeputeerde staten gewenst is. Hier is in ieder geval sprake van indien:

    • a.

      de maatschappelijke, beleidsmatige, politieke, juridische of financiële omstandigheden daartoe aanleiding geven; of

    • b.

      advies nodig is van anderen dan de gemandateerde en onder hem ressorterende medewerkers en het advies niet aansluit op het eigen standpunt van de gemandateerde dan wel niet tot dezelfde uitkomsten leidt.

  • 2. Gedeputeerde staten en de directeur-generaal maken omtrent de uitoefening van de in dit besluit bedoelde bevoegdheden nadere afspraken. De gemandateerde neemt bij de uitoefening van de in dit besluit bedoelde bevoegdheden deze afspraken in acht.

  • 3. Voor zover uit deze afspraken een inlichtingenplicht of een instructiebevoegdheid voortvloeit, lichten partijen elkaar over en weer op een zodanig tijdstip in dat de inachtneming of tijdige verdaging van beslistermijnen gewaarborgd wordt.

  • 4. Gedeputeerde staten kunnen aan de gemandateerde nadere instructies geven omtrent de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden.

Artikel 6 - Ondermandaat

  • 1. De directeur-generaal kan ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan de onder hem ressorterende functionarissen voor de aangelegenheden waarvoor hij krachtens dit besluit mandaat, volmacht en machtiging heeft gekregen.

  • 2. Bij gebruik van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, voorziet mandaathouder in een genoegzame controle vooraf en achteraf op de besluiten die in ondermandaat worden of zijn genomen.

Artikel 7 – Uitoefening van bevoegdheden

  • 1. De uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden en verleende volmachten en machtigingen geschiedt binnen de grenzen en met inachtneming van het ter zake geldende recht en de geldende beleids- en uitvoeringsregels.

  • 2. De gemandateerde oefent zijn bevoegdheid niet uit indien hij bij de te nemen beslissing een persoonlijk belang heeft als bedoeld in artikel 2:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 3. Bij de voorbereiding en het nemen van beslissingen op bezwaar handelt de gemandateerde overeenkomstig de volgende instructies:

    • a.

      indien de gemandateerde zowel het primaire besluit als de beslissing op bezwaar neemt, wordt de beslissing op bezwaar voorbereid en genomen door een andere functionaris dan degene die bij de voorbereiding van het primaire besluit inhoudelijk betrokken was, met inachtneming van artikel 10:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

    • b.

      minimaal een week voorafgaand aan het nemen van een beslissing op bezwaar wordt de ambtelijke organisatie van de provincie geïnformeerd over het voorgenomen besluit op bezwaar;

  • 4. Ten aanzien van de behandeling van klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht geldt dat:

    • a.

      klachten worden geregistreerd;

    • b.

      minimaal één keer per jaar wordt gerapporteerd over het aantal ontvangen klachten, de aard daarvan, de wijze van afdoening en eventuele structurele aandachtspunten.

  • 5. Bij de behandeling van verzoeken op grond van de Wet open overheid geldt dat:

    • a.

      indien een verzoek geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op aangelegenheden die buiten de in artikel 2 bedoelde regelingen vallen, het betreffende deel onverwijld wordt doorgezonden aan gedeputeerde staten overeenkomstig artikel 4.2 van de Wet open overheid respectievelijk artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht;

    • b.

      gedeputeerde staten onverwijld worden geïnformeerd over politiek, bestuurlijk of juridisch gevoelige verzoeken;

  • 6. Indien na ontvangst van een ingebrekestelling als bedoeld in artikel 4:17 van de Algemene wet bestuursrecht niet binnen de wettelijke hersteltermijn kan worden beslist, informeert de gemandateerde gedeputeerde staten onverwijld onder vermelding van de oorzaak en de te treffen maatregelen.

  • 7. Minimaal één keer per jaar wordt gerapporteerd over toegekende schadeclaims als bedoeld in artikel 3, onderdeel f.

Artikel 8 - Ondertekening

  • 1. De ondertekening van een besluit dat in mandaat is genomen, geschiedt als volgt:

    Gedeputeerde Staten van Utrecht:

    namens dezen:

    [handtekening]

    [naam van de ondertekenaar]

    Directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

  • 2. Bij de ondertekening door de houder van een ondermandaat geschiedt dit als volgt:

    Gedeputeerde Staten van Utrecht:

    namens dezen,

    [handtekening]

    [naam van de ondertekenaar]

    [functieomschrijving van de ondertekenaar]

Artikel 9 - Intrekking mandaatbesluit

Het Mandaat-, volmacht- en machtigingenbesluit Rijksdienst voor Ondernemend Nederland POP3-subsidies Provincie Utrecht wordt ingetrokken.

Artikel 10 - Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de dag nadat het wordt gepubliceerd in het Provinciaal Blad en werkt terug tot en met 1 november 2023.

Artikel 11 - Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaat-, volmacht- en machtigingenbesluit Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Landbouwsubsidies en natuur- en landschapsbeheer ANLb provincie Utrecht.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 14 juli 2026,

Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht,

Voorzitter,

mr. J.H. Oosters

Secretaris,

mr. drs. A.G. Knol-van Leeuwen