Regeling vervalt per 31-12-2031

Subsidieregeling Kinderboerderijen Stichtse Vecht 2027–2031

Geldend van 25-07-2026 t/m 30-12-2031

Intitulé

Subsidieregeling Kinderboerderijen Stichtse Vecht 2027–2031

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht,

gelet op het Integraal Beleidskader Sociaal Domein en de Algemene Subsidieverordening Stichtse Vecht 2026 (ASV),

overwegende dat:

  • kinderboerderijen een belangrijke maatschappelijke en recreatieve functie vervullen binnen de gemeente Stichtse Vecht;

  • het gewenst is voorzieningen voor inwoners toegankelijk, veilig en toekomstbestendig te houden;

  • beheer, onderhoud, dierenverzorging en vrijwilligersinzet essentieel zijn voor het voortbestaan van deze voorzieningen;

  • samenwerking tussen kinderboerderijen en maatschappelijke partners wordt gestimuleerd;

  • hiervoor een subsidieregeling noodzakelijk is;

Voor alles waar deze subsidieregeling niet in voorziet geldt onverkort de Verordening Algemene Subsidieverordening Stichtse Vecht 2026 en de Uitvoeringsvoorschriften Subsidies Stichtse Vecht 2026.

besluit de volgende regeling vast te stellen:

Artikel 1. Begrippen

Aanvrager: Een rechtspersoon zonder winstoogmerk die een kinderboerderij exploiteert binnen de gemeente Stichtse Vecht.

Activiteit: Activiteiten gericht op educatie, ontmoeting, dierenverzorging, participatie, recreatie, vrijwilligerswerk of maatschappelijke ondersteuning.

ASV: De Algemene Subsidieverordening gemeente Stichtse Vecht.

College: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht.

Educatie: Activiteiten gericht op natuur-, milieu- en diereducatie voor inwoners, scholen en bezoekers.

IBK: Integraal Beleidskader Sociaal Domein.

Inwoners: Ingezetenen van de gemeente Stichtse Vecht.

Kinderboerderij: Een openbaar toegankelijke voorziening waar dieren worden gehouden en educatieve, recreatieve en maatschappelijke activiteiten plaatsvinden.

Maatschappelijke functie: De bijdrage aan sociale ontmoeting, participatie, educatie, vrijwilligerswerk inclusie en leefbaarheid in de wijk of kern.

Subsidie: Financiële bijdrage van de gemeente voor activiteiten als bedoeld in deze regeling.

Subsidieplafond: Het maximale bedrag dat jaarlijks beschikbaar wordt gesteld voor deze regeling.

Artikel 2. Aansluiting bij gemeentelijke doelen

Deze regeling draagt bij aan de ambities en doelen uit het Integraal Beleidskader Sociaal Domein.

Bijdrage aan gemeentelijke doelen (IBK)

Ambitie 2: Samen redzaam en verdraagzaam

  • Inwoners ervaren in de buurt meer verbinding, begrip en herkenning: Kinderboerderijen en functioneren als laagdrempelige ontmoetingsplekken waar inwoners elkaar ontmoeten, deelnemen aan activiteiten en sociale contacten onderhouden.

Ambitie 3: Iedereen doet mee

  • Inwoners kunnen naar vermogen deelnemen aan werk, scholing en activiteiten Kinderboerderijen bieden mogelijkheden voor vrijwilligerswerk, stageplaatsen, dagbesteding en/ of maatschappelijke participatie.

Artikel 3. Doel van de regeling

De subsidie heeft tot doel het in stand houden én ontwikkelen van de kinderboerderij als laagdrempelige maatschappelijke voorziening die bijdraagt aan:

  • 1.

    educatie en natuurbeleving;

  • 2.

    sociale ontmoeting en participatie;

  • 3.

    vrijwilligerswerk en maatschappelijke inzet;

  • 4.

    dierenwelzijn en verantwoorde dierverzorging;

  • 5.

    leefbaarheid en sociale samenhang.

Artikel 4. Doelgroep en reikwijdte

  • 1. Subsidie kan worden aangevraagd door rechtspersonen zonder winstoogmerk die een kinderboerderij exploiteren binnen de gemeente Stichtse Vecht.

  • 2. De subsidie heeft betrekking op activiteiten binnen de gemeente Stichtse Vecht.

  • 3. Samenwerkingsverbanden kunnen gezamenlijk een subsidieaanvraag indienen.

  • 4. Indien sprake is van een gezamenlijk ingediende aanvraag:

    • °

      kunnen organisaties gezamenlijk inhoudelijk verantwoording afleggen;

    • °

      blijven organisaties afzonderlijk verantwoordelijk voor hun eigen financiële administratie en financiële verantwoording, tenzij schriftelijk anders overeengekomen.

  • 5. De ASV is van toepassing voor zover in deze regeling niet anders is bepaald.

Artikel 5. Subsidiabele activiteiten

  • 1. Voor subsidie komen in aanmerking:

    • activiteiten gericht op de exploitatie, het beheer en het onderhoud van de kinderboerderij;

    • educatieve activiteiten;

    • activiteiten gericht op ontmoeting en participatie;

    • vrijwilligersactiviteiten;

    • activiteiten gericht op maatschappelijke betrokkenheid;

    • activiteiten voor scholen en jeugd;

    • samenwerking met maatschappelijke partners.

  • 2. Niet subsidiabel zijn in ieder geval:

    • commerciële activiteiten met winstoogmerk;

    • activiteiten buiten de gemeente;

    • kosten die reeds op andere wijze door de gemeente worden gefinancierd;

    • boetes, naheffingen of juridische procedures;

    • activiteiten die niet passen binnen de doelstellingen van deze regeling.

Artikel 6. Indicatoren

Om de effectiviteit van de subsidie te beoordelen levert de subsidieontvanger onder andere de volgende gegevens aan:

  • 1.

    aantal bezoekers;

  • 2.

    aantal georganiseerde activiteiten; aantal deelnemers.

  • 3.

    aantal vrijwilligers en vrijwilligersuren;

  • 4.

    aantal educatieve activiteiten en schoolbezoeken (aantal kinderen);

  • 5.

    aantal maatschappelijke samenwerkingen;

  • 6.

    uitgevoerde onderhouds- of verduurzamingsmaatregelen;

  • 7.

    aard en omvang van de werkzaamheden en middelen die zijn ingezet voor de exploitatie en het onderhoud van de kinderboerderij, waaronder de hoeveelheid en soort diervoeder, dierenverzorging, terreinonderhoud, schoonmaak, reparaties en veiligheidswerkzaamheden.

Artikel 7. Subsidieplafond

  • 1. Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast op basis van de begroting.

  • 2. Bij overschrijding van het subsidieplafond wordt prioriteit gegeven aan:

    • a.

      bijdrage aan gemeentelijke beleidsdoelen;

    • b.

      maatschappelijke impact;

    • c.

      bereik van inwoners en doelgroepen;

    • d.

      samenwerking met andere organisaties;

    • e.

      kwaliteit en uitvoerbaarheid van activiteiten;

    • f.

      inzet van vrijwilligers en maatschappelijke participatie.

  • 3. Subsidie kan geheel of gedeeltelijk worden geweigerd indien:

    • °

      het subsidieplafond is bereikt;

    • °

      onvoldoende wordt bijgedragen aan de doelen van deze regeling;

    • °

      onvoldoende aannemelijk is dat de activiteiten uitvoerbaar zijn.

Artikel 8. Beoordelingscriteria

Subsidie wordt uitsluitend verleend indien:

  • 1.

    de aanvraag past binnen de gemeentelijke beleidsdoelen;

  • 2.

    aannemelijk is dat de activiteiten bijdragen aan de maatschappelijke functie van kinderboerderijen en ;

  • 3.

    de exploitatiebegroting voldoende inzicht geeft in de kosten en werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor het beheer, onderhoud en functioneren van de kinderboerderij of ;

  • 4.

    de begroting realistisch en doelmatig is;

  • 5.

    sprake is van voldoende organisatorische en financiële continuïteit;

  • 6.

    samenwerking met maatschappelijke partners aantoonbaar wordt bevorderd;

  • 7.

    wordt voldaan aan relevante wet- en regelgeving rondom dierenwelzijn en veiligheid.

Artikel 9. Aanvraagvereisten

  • 1. Subsidieaanvragen worden ingediend met gebruikmaking van het door het college vastgestelde aanvraagformulier.

  • 2. De aanvraag bevat in ieder geval:

    • a.

      een activiteitenplan;

    • b.

      een beschrijving van de maatschappelijke functie;

    • c.

      een begroting, inclusief de kosten voor dierenverzorging, voer, beheer en onderhoud;

    • d.

      een overzicht van samenwerkingspartners;

    • e.

      een beschrijving van vrijwilligersinzet;

    • f.

      indien van toepassing: een gezamenlijk samenwerkingsplan.

  • 3. Bij gezamenlijke aanvragen dient duidelijk te worden aangegeven:

    • °

      welke activiteiten gezamenlijk worden uitgevoerd;

    • °

      hoe verantwoordelijkheden zijn verdeeld;

    • °

      hoe de financiële middelen per organisatie worden besteed.

  • 4. Iedere organisatie blijft afzonderlijk verantwoordelijk voor de eigen financiële verantwoording richting de gemeente, tenzij schriftelijk anders overeengekomen.

  • 5. Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van een volledige aanvraag.

Artikel 10. Verantwoording en controle

  • 1. De subsidieontvanger legt jaarlijks inhoudelijk en financieel verantwoording af over de uitvoering van de activiteiten en de besteding van de subsidie.

  • 2. Het college kan tussentijdse controles uitvoeren op de voortgang van de activiteiten en de besteding van de subsidie.

  • 3. De subsidie wordt verstrekt in de vorm van voorschotten in termijnen.

  • 4. Definitieve subsidievaststelling vindt plaats na afloop van het betreffende kalenderjaar.

Artikel 11. Weigeringsgronden

  • 1. De subsidie kan worden geweigerd op grond van de weigeringsgronden uit de verordening.

  • 2. De subsidie kan geheel of gedeeltelijk geweigerd worden als de aanvrager niet voldoet aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 4.

  • 3. De subsidie kan geheel of gedeeltelijk geweigerd worden als de aanvraag niet past binnen de genoemde subsidiabele activiteiten in artikel 5 en/of de beoordelingscriteria in artikel 8

Artikel 12. Subsidieverlening

  • 1. Beoordeling van de aanvragen vindt plaats na afloop van de indieningstermijn. Indien meerdere aanvragen voldoen aan de voorwaarden van deze regeling, wordt subsidie verleend aan de aanvraag met de hoogste puntenscore overeenkomstig artikel 8.

  • 2. De aanvraag moet uiterlijk 1 oktober van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd schriftelijk zijn ingediend. Het college neemt een besluit binnen acht weken na vaststelling van de gemeentebegroting voor het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft. De subsidie wordt per kalenderjaar in twee voorschotten uitgekeerd.

  • 3. De gemeente Stichtse Vecht gaat een subsidierelatie aan voor de duur van één jaar of voor meerdere jaren indien dit in de subsidieaanvraag wordt verzocht. Meerjarige subsidieverlening vindt plaats onder voorbehoud van jaarlijkse begrotingsvaststelling en beschikbaarheid van middelen. Voor ieder subsidiejaar wordt afzonderlijk beoordeeld of voldoende budget beschikbaar is (subsidieplafond). Voortzetting in een volgend jaar is afhankelijk van de beschikbaarheid van middelen. Eventuele indexering van subsidiebedragen vindt plaats conform de bepalingen van de Algemene Subsidieverordening.

Artikel 13. Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule

  • 1. In alle gevallen waarin deze subsidieregeling niet of niet voldoende voorziet, beslist het college.

  • 2. Het college kan de bepalingen in deze subsidieregeling in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager of subsidieontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen.

Artikel 14. Inwerkingtreding, looptijd en citeertitel

  • 1. Deze regeling treedt in werking na publicatie.

  • 2. De looptijd van deze regeling is tot en met 31 december 2031.

  • 3. Deze regeling wordt aangehaald als:

  • 4. Subsidieregeling Kinderboerderijen Stichtse Vecht 2027–2031

  • 5. Voor zover deze regeling niet voorziet, gelden de bepalingen uit de Algemene Subsidieverordening Stichtse Vecht 2026 en de Uitvoeringsvoorschriften Subsidies Stichtse Vecht 2026 onverkort.

Ondertekening