Regeling vervalt per 01-07-2027

Besluit van gedeputeerde staten van 7 juli 2026, PZH-2026-893003132, houdende vaststelling van het Openstellingsbesluit bestrijding invasieve exoten (Openstellingsbesluit bestrijding invasieve exoten Zuid-Holland 2026)

Geldend van 22-07-2026 t/m 30-06-2027

Intitulé

Besluit van gedeputeerde staten van 7 juli 2026, PZH-2026-893003132, houdende vaststelling van het Openstellingsbesluit bestrijding invasieve exoten (Openstellingsbesluit bestrijding invasieve exoten Zuid-Holland 2026)

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland,

Gelet op de artikelen 4:25 en 4:26 van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 3.1 en 3.2 van de Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016 en de artikelen 1.3, vierde lid, en 1.4, eerste lid, van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland;

Overwegende dat het wenselijk is plant- en diersoorten die van nature niet in Zuid-Holland voorkomen terug te dringen;

Besluiten vast te stellen het volgende besluit:

Openstellingsbesluit bestrijding invasieve exoten Zuid-Holland 2026

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit openstellingsbesluit wordt verstaan onder:

Asv: Algemene subsidieverordening Zuid-Holland;

beheersen: treffen van maatregelen gericht op het terugdringen van de verspreiding van een invasieve exoot in het geval dat volledige bestrijding niet langer mogelijk is, zoals uittrekken, maaien en (druk)begrazen;

bestrijding: treffen van maatregelen gericht op het volledig en permanent verwijderen van een populatie van de invasieve exoot;

invasieve exoot: soort opgenomen in Bijlage Vc bij artikel 3.67 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

Natura 2000 gebied: gebied dat:

  • a.

    door de bevoegde autoriteit van het land waarin het gebied is gelegen is aangewezen als speciale beschermingszone, ter uitvoering van de artikelen 3, tweede lid, onder a, en 4, eerste en tweede lid, van de vogelrichtlijn of de artikelen 3, tweede lid, en 4, vierde lid, van de habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, PbEG 1992, L 206), of

  • b.

    is opgenomen op de lijst van gebieden van communautair belang, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de habitatrichtlijn;

overgangszone: zone van één kilometer rondom een Natura 2000 gebied;

Srg: Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016.

Artikel 2 Subsidiabele activiteiten

  • 1. Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten in overgangszones die gericht zijn op het bestrijden of beheersen van invasieve exoten.

  • 2. De activiteiten bedoeld in het eerste lid kunnen herstel van biodiversiteit na schade veroorzaakt door invasieve exoten omvatten.

  • 3. Subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie.

Artikel 3 Doelgroep

Subsidie als bedoeld in artikel 2 wordt uitsluitend verstrekt aan:

  • a.

    gemeenten;

  • b.

    terreinbeherende organisaties; of

  • c.

    waterschappen.

Artikel 4 Deelplafond

Het deelplafond voor 2026 bedraagt € 300.000,- voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid.

Artikel 5 Aanvraagperiode

In afwijking van artikel 2.3, eerste lid, van de Asv kan een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 2 worden ingediend van 1 september 2026 tot en met 30 september 2026.

Artikel 6 Weigeringsgronden

Onverminderd artikel 2.6 van de Asv wordt subsidie geweigerd indien:

  • a.

    de activiteit niet uitvoerbaar is vanwege wettelijke of praktische belemmeringen;

  • b.

    de aanvrager niet de eigenaar van de grond is of door de eigenaar geen schriftelijke toestemming is gegeven;

  • c.

    voor dezelfde activiteit op grond van deze of een andere subsidieregeling van de provincie Zuid-Holland subsidie is aangevraagd;

  • d.

    de subsidie minder dan € 5.000 bedraagt;

  • e.

    de aanvraag op grond van artikel 11 op één van de criteria nul punten scoort.

Artikel 7 Subsidievereisten

  • 1. Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      de activiteit wordt uitgevoerd in of is gericht op de provincie Zuid-Holland;

    • b.

      de activiteit heeft betrekking op locaties waar invasieve exoten de biodiversiteit aantoonbaar negatief kunnen beïnvloeden of hebben beïnvloed, waarvan gemeenten, terreinbeherende organisaties of waterschappen eigenaar zijn; en

    • c.

      de aanvrager maakt aannemelijk dat de activiteit bijdraagt aan het blijvend terugdringen van desbetreffende invasieve exoot op de beoogde locatie;

    • d.

      de aanvrager overlegt foto- of videomateriaal van de situatie voor het project.

  • 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, komt een activiteit gericht op herstel van biodiversiteit na schade veroorzaakt door een of meer invasieve exoten uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien benodigd plant- en zaaigoed dat wordt gebruikt om het ecosysteem weerbaarder te maken tegen exoten, inheems, autochtoon en van regionale afkomst is.

Artikel 8 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen in elk geval de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten voor projectmanagement, voor zover dit onderdeel is van concrete activiteiten, tot een maximum van 15% van de begroting;

  • b.

    overige kosten die noodzakelijk, redelijk en realistisch zijn om de activiteiten te kunnen uitvoeren.

Artikel 9 Niet-subsidiabele kosten

Onverminderd artikel 2.5 van de Asv zijn de volgende kosten niet subsidiabel:

  • a.

    regulier beheer en onderhoud;

  • b.

    maatregelen ter uitvoering van wettelijke taken of verplichtingen;

  • c.

    kosten die zijn gemaakt vóórdat de subsidie is aangevraagd;

  • d.

    monitoring;

  • e.

    kosten voor de aanschaf van machines, gereedschap of materiaal;

  • f.

    kosten voor grondverwerving of afwaardering van gronden.

Artikel 10 Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 100.000,-.

Artikel 11 Rangschikking

  • 1. In afwijking van artikel 1.3 van de Srg worden volledige aanvragen voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, die voor subsidie in aanmerking komen gerangschikt op basis van de volgende beoordelingscriteria zoals uitgewerkt in bijlage 1:

    • a.

      de haalbaarheid van de activiteit;

    • b.

      of het een exoot betreft die een drukfactor vormt voor de doelstellingen binnen N2000 gebieden.

  • 2. De rangschikking bedoeld in het eerste lid vindt plaats aan de hand van het totaal aantal punten die op grond van bijlage 1 worden toegekend, waarbij de toegekende punten worden vermenigvuldigd met de volgende wegingsfactoren:

    • a.

      het criterium bedoeld in het eerste lid, onder a, heeft een wegingsfactor van 3;

    • b.

      het criterium bedoeld in het eerste lid, onder b, heeft een wegingsfactor van 4.

  • 3. Indien toepassing van het eerste en tweede lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, en het plafond met toekenning van deze aanvragen zou worden overschreden, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald aan de hand van de hoogste scores op achtereenvolgens de volgende criteria:

    • a.

      of het een exoot betreft die een drukfactor vormt voor de doelstellingen binnen N2000 gebieden;

    • b.

      de haalbaarheid van de activiteit.

  • 4. Indien aanvragen na toepassing van het derde lid een gelijk aantal punten hebben behaald, wordt de onderlinge rangschikking van deze aanvragen bepaald door loting.

Artikel 12 Verplichtingen

In aanvulling op de artikelen 3.1 tot en met 3.5 en 6.2 van de Asv en in afwijking van de artikelen 1.4, eerste lid, en 1.5 van de Srg heeft de subsidieontvanger de volgende verplichtingen:

  • a.

    de activiteit wordt binnen 1 jaar na subsidieverlening gestart;

  • b.

    de activiteit wordt binnen 3 jaar na subsidieverlening gerealiseerd;

  • c.

    de subsidieontvanger werkt mee aan publiciteit over de activiteit.

Artikel 13 Verantwoording

  • 1. In aanvulling op artikel 4.1, tweede lid, van de Asv, toont de subsidieontvanger desgevraagd foto- of videomateriaal van de situatie na het project.

  • 2. In aanvulling op artikel 4.2, eerste lid, van de Asv, overlegt de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling foto- of videomateriaal van de situatie na het project.

Artikel 14 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin dit besluit wordt geplaatst.

Artikel 15 Werkingsduur

Dit openstellingsbesluit vervalt op 1 juli 2027, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn aangevraagd.

Artikel 16 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit bestrijding invasieve exoten Zuid-Holland 2026.

Ondertekening

Den Haag, 7 juli 2026

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland

drs. M.J.A. van Bijnen MBA, secretaris

M.E. van Leeuwen, plv. voorzitter

Bijlage 1 behorende bij artikel 11 van het Openstellingsbesluit bestrijding invasieve exoten Zuid-Holland 2026

Criterium

Invulling

Punten

Score

Min. en max. score

a. haalbaarheid van de activiteit

Er moet nog onderzoek plaatsvinden voorafgaande aan de activiteit

0

0

Minimaal 0 punten, maximaal 9 punten

De activiteit kan worden uitgevoerd maar niet binnen een jaar worden afgerond

1

3

De activiteit kan binnen een jaar worden uitgevoerd en afgerond

2

6

De activiteit kan binnen een jaar worden uitgevoerd en afgerond, nazorg voor de locatie vindt plaats d.m.v. monitoring

3

9

b. vormt de exoot een drukfactor voor Natura 2000

De soort vormt geen drukfactor voor de doelstellingen binnen het N2000 gebied aangrenzend aan de zone waar de activiteiten worden uitgevoerd

0

0

Minimaal 0 punten, maximaal 8 punten

De soort vormt potentieel een drukfactor voor de doelstellingen binnen het N2000 aangrenzend aan de zone waar de activiteiten worden uitgevoerd

1

4

De soort vormt aantoonbaar een drukfactor voor de doelstellingen binnen het N2000 aangrenzend aan de zone waar de activiteiten worden uitgevoerd

2

8