Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR764765
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR764765/1
Regeling vervallen per 09-07-2026
Beleidsregels compensatiebijdrage opgravingskosten particulieren gemeente Den Haag
Geldend van 01-04-2012 t/m 08-07-2026
Intitulé
Beleidsregels compensatiebijdrage opgravingskosten particulieren gemeente Den HaagHET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS,
overwegende dat:
- -
de wethouder Volksgezondheid, Duurzaamheid, Media en Organisatie bij de behandeling van de beleidsnota Archeologie 2011-2020 aan de Commissie Leefomgeving heeft toegezegd een regeling te treffen voor de compensatie van excessieve opgravingskosten van particulieren;
- -
deze Beleidsregels compensatiebijdrage (compensatieregeling) is opgezet als uitwerking van artikel 4.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO) dat bepaalt dat kosten en schaden voor archeologische monumentenzorg door het bevoegd gezag naar billijkheid worden vergoed;
gelet op:
- -
artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht;
- -
artikel 4.2 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO).
Besluit:
- I.
Vast te stellen de Beleidsregels compensatiebijdrage opgravingskosten particulieren gemeente Den Haag zoals beschreven in de bijlage behorend bij dit besluit.
- II.
Dat de Beleidsregels compensatiebijdrage opgravingskosten particulieren gemeente Den Haag (inclusief bijlage) wordt gepubliceerd op het Publicatiekanaal van week 12 van 2012, met ingang van 22 maart 2012 terug te vinden zal zijn op de site www.denhaag.nl/bestuurlijkestukken, onder risnummer 247399 en met ingang van 1 april 2012 in werking treedt.
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a.
Aanvrager: de indiener van een aanvraag voor een compensatiebijdrage bij de gemeente Den Haag voor opgravingskosten (in de zin van artikel 4.2 lid 1 onder a, b, c of h van de wet algemene bepalingen omgevingsrecht)
- b.
College: het college van burgemeester en wethouders
- c.
Gemeente: de gemeente Den Haag
- d.
Opgraving:
- 1.
Het verrichten van gravend archeologisch onderzoek in de bodem door middel van proefsleuven, archeologische begeleiding of definitieve opgraving met als doel het waarderen of veiligstellen van archeologische waarden (met uitzondering van archeologisch vooronderzoek zoals bureauonderzoek en het uitvoeren van boringen);
- 2.
Het conserveren en deponeren van de vondsten uit de betreffende onderzoeken; en
- 3.
Het maken van een rapportage over de betreffende onderzoeken.
- 1.
- e.
Opgravingskosten: de totale kosten van een opgraving volgens artikel 1 sub d.
- f.
Compensatiebijdrage: een bijdrage in natura of geldelijk als gehele of gedeeltelijke compensatie van de opgravingskosten.
- g.
Drempelbijdrage: de eigen bijdrage van 5000 euro van de aanvrager in de opgravingskosten
Artikel 2 Het recht op compensatiebijdrage voor opgravingskosten
Een aanvrager heeft recht op een compensatiebijdrage voor opgravingskosten wanneer:
- a.
Diegene een natuurlijke persoon is en niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf;
- b.
Diegene die een aanvraag heeft ingediend voor of beschikt over een omgevingsvergunning in de zin van de wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
- c.
De omgevingsvergunning geen betrekking heeft op bouw-, sloop- of aanlegactiviteiten die bedoeld zijn om in de uitoefening van beroep of bedrijf te worden gebruikt;
- d.
De aanvrager geen mogelijkheid heeft om naar een andere bouwlocatie om te zien, zijn bouwplan aan te passen of geen maatregelen kan treffen om de archeologie in de bodem te beschermen, en;
- e.
De totale kosten van de opgraving meer bedragen dan de drempelbijdrage;
- f.
De gemeente aan aanvrager de verplichting oplegt om een opgraving te doen en dit kenbaar heeft gemaakt in een Programma van Eisen voor een proefsleuvenonderzoek, archeologische begeleiding of definitieve opgraving.
Artikel 3 Aanvraag compensatiebijdrage excessieve opgravingskosten
-
1. De aanvraag ‘compensatiebijdrage archeologische opgravingskosten’ wordt schriftelijk ingediend bij het college.
-
2. Het verzoek wordt ondertekend en bevat ten minste:
- a.
Naam, adres en de woonplaatsgegevens van de aanvrager;
- b.
Een aanduiding van de locatie waarvoor de bijdrage wordt aangevraagd;
- c.
Een omschrijving van het te ontwikkelen plan;
- d.
Het gemeentelijke besluit waarbij de verplichting tot het doen van de betreffende opgraving is opgelegd;
- e.
Het Programma van Eisen met betrekking tot het doen van de betreffende opgraving;
- f.
In geval van een compensatiebijdrage in natura in de zin van artikel 5, eerste lid: een overzicht van de opgravingskosten, in de vorm van een offerte van het bedrijfsonderdeel Archeologie van de Dienst Stadsbeheer van de Gemeente Den Haag.
- g.
In geval van een financiële compensatiebijdrage in de zin van artikel 5, tweede lid: een overzicht van de opgravingskosten, in de vorm van een offerte van een erkende uitvoerende partij;
- h.
In het geval van een archeologische begeleiding of definitieve opgraving: de eindafrekening(en) van eventueel eerder voor hetzelfde project uitgevoerd gravend onderzoek in de vorm van proefsleuven, in geval aanvrager deze kosten wil laten meetellen in de drempelbijdrage voor de bepaling van het recht op compensatiebijdrage;
- i.
Een motivering waarom de aanvrager meent in aanmerking te komen voor een compensatiebijdrage archeologische opgravingskosten;
- a.
-
3. De aanvrager verstrekt al de naar het oordeel van de Gemeente benodigde informatie, gegevens en bescheiden die voor de beoordeling van de aanvraag of voor de vaststelling van de bijdrage nodig zijn.
-
4. De beslissing over en de vaststelling van de compensatiebijdrage vindt plaats op basis van de bij de aanvraag overgelegde informatie en gegevens.
Artikel 4 Weigering compensatiebijdrage opgravingskosten
De compensatiebijdrage voor opgravingskosten wordt geweigerd als:
- a.
Er niet is voldaan aan de voorwaarden die zijn genoemd in de artikelen 2 en 3 van deze regeling;
- b.
De compensatiebijdrage als bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid, het jaarlijks beschikbaar gestelde (financiële) maximum van € 20.000 overschrijdt;
- c.
Aanvrager de opgravingskosten op andere wijze kan verhalen of omslaan.
- d.
Aanvrager de opgravingskosten heeft gemaakt of de verplichting daarvoor is aangegaan voordat de aanvraag is ingediend.
Artikel 5 De Compensatiebijdrage opgravingskosten in natura
-
1. De compensatiebijdrage bestaat uit een bijdrage in natura. De opgraving volgens artikel 1, onderdeel d wordt uitgevoerd door het bedrijfsonderdeel Archeologie van de Dienst Stadsbeheer van de Gemeente Den Haag.
-
2. In afwijking van het eerste lid van dit artikel kan het college in bijzondere gevallen bij uitzondering een financiële compensatiebijdrage verstrekken.
-
3. Indien het college een financiële bijdrage voor de opgravingskosten vaststelt, vindt rechtstreekse uitbetaling daarvan plaats aan een erkende uitvoerende partij op basis van de eindfactuur;
-
4. De aanvrager is een drempelbijdrage verschuldigd in de opgravingskosten.
-
5. De opgravingskosten minus de drempelwaarde is de compensatiebijdrage.
-
6. Aanvragen die na toekenning het financiële maximum van artikel 4, onderdeel b overschrijden komen in de volgorde van ontvangst in een volgend jaar opnieuw in aanmerking voor verlening van compensatiebijdrage.
Artikel 6 Hardheidclausule
-
1. In alle gevallen waarin deze compensatieregeling niet of onvoldoende voorziet, beslist het College.
-
2. In bijzondere gevallen kan het College bij onbillijkheden van overwegende aard, in het belang van de archeologische monumentenzorg, afwijken van de bepalingen in deze compensatieregeling of deze buiten toepassing laten.
Artikel 7 Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als “Beleidsregels compensatiebijdrage opgravingskosten particulieren Den Haag”
Artikel 8 Bekendmaking
Deze regeling treedt in werking op 1 april 2012. Bekendmaking vindt plaats door plaatsing in de Posthoorn. De tekst van de regeling met toelichting wordt geplaatst op de website van de gemeente.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van 13 maart 2012
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag
J. J. van Aartsen, burgemeester
mw. A. W. H. Bertram, secretaris
Toelichting
Algemeen
Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) in werking getreden. Hiermee is het Europees verdrag van Malta voor de bescherming van archeologisch erfgoed geïmplementeerd. De archeologische monumentenzorg heeft hiermee een nieuwe wettelijke en financiële basis gekregen. In de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro 2008) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo 2010) is de archeologische monumentenzorg in de ruimtelijke wetgeving geïntegreerd.
Bij de implementatie van het Verdrag van Malta (ook wel: Valletta) in de Nederlandse wetgeving heeft de wetgever ten aanzien van archeologische opgravingskosten gekozen voor het principe ´de veroorzaker betaalt´: de kosten zijn in beginsel voor de initiatiefnemer (veroorzaker) van de verstoring van de bodem. Dit principe is overgenomen in het archeologiebeleid van de Gemeente Den Haag.
De ‘Beleidsregels compensatiebijdrage opgravingskosten particulieren gemeente Den Haag’ (de compensatieregeling) komt tegemoet aan de wens van de gemeente Den Haag om kleinschalige particuliere initiatieven niet onevenredig te belasten met de kosten voor archeologisch onderzoek die voortvloeien uit het wettelijke en het Haagse archeologiebeleid.
De regeling voorziet in de compensatie in natura van de kosten voor gravend archeologisch onderzoek die uitstijgen boven een drempelbedrag. Onder natura wordt daarbij verstaan: de levering van diensten en expertise door de afdeling Archeologie van de gemeente.
De compensatieregeling is opgezet als uitwerking van artikel 4.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO), in die zin dat het College van BenW hiermee invulling geeft aan de wettelijke bepaling dat kosten en schade voor archeologische monumentenzorg door het bevoegd gezag naar billijkheid worden vergoed. De regeling is opgezet voor kleine, niet op winst gerichte particuliere projecten die buiten de vrijstellingsgrenzen voor archeologisch onderzoek vallen (conform door de raad vastgestelde Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart Den Haag, bestemmingsplannen en Paraplubestemmingsplan Archeologie). Kosten voor niet-gravend vooronderzoek (bureauonderzoek en/of booronderzoek) zijn en blijven voor rekening van de initiatiefnemer zelf; voor gravend onderzoek wordt een maximum van 5000 euro als billijk opgevat. Aangezien de regeling niet alleen geldt voor gravend onderzoek na de verlening van een omgevingsvergunning, maar ook voor gravend onderzoek dat aan de vergunningverlening voorafgaat, is de compensatieregeling ruimer dan art. 4.2. van de Wabo voorschrijft. Hiermee voorziet de Haagse regeling in een redelijke en billijke vergoeding van kosten en schade conform artikel 4.2 WABO en wordt het geldende veroorzakerprincipe recht gedaan.
Een aanvraag kan worden ingediend bij het College van burgemeester en wethouders van Den Haag, te richten aan:
Gemeente Den Haag
Afdeling Archeologie
Dienst Stadsbeheer
Postbus 12651
2500 DP Den Haag
Artikelsgewijs.
Artikel 1.
De voor deze regeling meest relevante specifieke begrippen zijn gedefinieerd. Onder d, e, f en g wordt beschreven wat wordt verstaan onder een opgraving, opgravingskosten, compensatiebijdrage en drempelbijdrage. Een aanvrager komt onder voorwaarden in aanmerking voor een compensatiebijdrage als redelijke tegemoetkoming in de opgravingskosten.
Artikel 2.
- a.
Alleen natuurlijke personen die niet handelen in de uitoefening van een beroep of een bedrijf komen in aanmerking voor een bijdrage voor de compensatieregeling. Voor de meeste rechtspersonen en ontwikkelaars zijn er andere mogelijkheden om de kosten van archeologie te verhalen (bijvoorbeeld via grondexploitatie).
- b.
Een bijdrage is gekoppeld aan het aanvragen van een omgevingsvergunning.
- c.
De omgevingsvergunning dient te zijn of te worden afgegeven voor particulier te gebruiken terreinen of bouwwerken.
- d.
Voor ontwikkelingen in Waarde-1 gebieden op de gemeentelijke Archeologische Waarden-en Verwachtingenkaart geldt: alleen in die gevallen dat een aanvrager van een omgevingsvergunning geen maatregelen kan treffen om de archeologische vindplaats in de bodem te ontzien (bijvoorbeeld door planaanpassing) komt hij in aanmerking voor een compensatiebijdrage voor opgravingskosten.
- e.
De regeling bevat een drempelbijdrage van 5000 euro. Pas wanneer de opgravingskosten meer bedragen dan deze drempelbijdrage komt de aanvrager in aanmerking voor compensatie.
- f, g.
Alleen indien de gemeente de aanvrager van een omgevingsvergunning verplicht om gravend archeologisch onderzoek te doen, blijkend uit een voor het betreffende onderzoek opgesteld Programma van Eisen, kan er een recht ontstaan op een compensatiebijdrage voor opgravingskosten.
Artikel 3.
De bijdrage wordt schriftelijk aangevraagd. In artikel 3 staat de informatie genoemd die bij de aanvraag moeten worden overlegd.
Artikel 4.
Dit artikel noemt de weigeringsgronden en vormt samen met artikel 2 de basis van deze regeling.
- a.
Er moet zijn voldaan aan artikelen 2 en 3 om in aanmerking te komen voor een compensatiebijdragebijdrage voor opgravingskosten.
- b.
De compensatieregeling is gebonden aan een maximum, dat jaarlijks door de gemeente wordt vastgesteld. Wanneer het jaarlijks maximum is bereikt, worden tot het volgende kalenderjaar geen compensaties meer toegekend. Voor 2012 is het maximum vastgesteld op 20.000 euro. Aanvragen die het jaarlijkse financiële maximum overstijgen komen in volgorde van ontvangst het volgende jaar in aanmerking.
- c.
Voorziet erin dat er geen recht is op compensatiebijdrage als de opgravingskosten op andere wijze kunnen worden omgeslagen of verhaald.
- d.
Geeft aan dat de aanvraag om compensatiebijdrage moet zijn ingediend voordat de opgravingskosten zijn gemaakt, dan wel de verplichting daartoe is aangegaan. In het geval dat voor het zelfde project kosten zijn gemaakt voor proefsleuvenonderzoek en deze niet voor compensatie in aanmerking zijn gekomen, kunnen deze kosten wel worden meeberekend in de vaststelling van het recht op compensatie van kosten voor hieruit volgend vervolgonderzoek (definitieve opgraving of archeologische begeleiding).
Artikel 5.
Het college stelt per aanvraag de compensatiebijdrage in natura vast. Wanneer in een bijzonder geval een bijdrage in natura niet mogelijk, dan wel naar het oordeel van het College niet wenselijk is, kan besloten worden een financiële compensatie toe te kennen. Hiermee kan aanvrager het onderzoek uitbesteden aan een daartoe bevoegde partij en (gedeeltelijk) bekostigen. In alle gevallen geldt voor de aanvrager de drempelbijdrage zoals bepaald in art. 5, lid 4.
Lid 3 regelt dat in geval van financiële compensatie, de gemeente rechtstreeks uitbetaalt aan de uitvoerder van het onderzoek, op basis van facturen.
Lid 4 Er wordt van uitgegaan dat de aanvrager zelf maximaal 5000 euro bijdraagt aan de kosten van gravend onderzoek. Dit bedrag is de drempelbijdrage die de aanvrager in het kader van het veroorzakersprincipe wordt geacht zelf bij te dragen. Dit maximum geldt ook in het geval er meerdere gravende onderzoeksfasen uitgevoerd moeten worden (bijvoorbeeld in geval van een proefsleuvenonderzoek, gevolg door opgraving).
Conform het wettelijke veroorzakerprincipe draagt de aanvrager te allen tijde zelf de kosten voor niet-gravend archeologisch vooronderzoek in de vorm van bureau- en/of booronderzoek.
Lid 5. Geeft een omschrijving van de berekeningswijze van de compensatiebijdrage.
Lid 6. Bepaalt dat een toegekende compensatiebijdrage kan worden meegenomen naar een volgend kalenderjaar wanneer deze het jaarlijks vastgestelde maximum overschrijdt.
Artikel 7.
In gevallen waarin de regeling niet voorziet beslist het college.
Het is mogelijk dat in uitzonderlijke situaties de toepassing van deze regeling tot een onbillijke uitkomst leidt. In dergelijke gevallen kan het college van de regeling afwijken.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl