Regeling vervalt per 01-01-2030

Subsidieregeling gebiedsgerichte uitwerking en samenwerking Ruimtelijke Koers Zuid-Holland

Geldend van 21-07-2026 t/m 31-12-2029

Intitulé

Subsidieregeling gebiedsgerichte uitwerking en samenwerking Ruimtelijke Koers Zuid-Holland

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland,

Gelet op artikel 1.3 van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland;

Overwegende dat:

  • -

    provinciale staten van Zuid-Holland op 6 maart 2024 de Ruimtelijke koers naar een toekomstbestendig Zuid-Holland hebben vastgesteld, die gebiedsgericht wordt uitgewerkt;

  • -

    deze gebiedsgerichte uitwerking samenwerking en afstemming vereist tussen provincie, gemeenten en waterschappen in vijf regio’s in Zuid-Holland;

  • -

    het wenselijk is gemeenten financieel te ondersteunen bij het organiseren van deze samenwerking en het versterken van de ambtelijke capaciteit binnen deze regio’s;

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

Subsidieregeling gebiedsgerichte uitwerking en samenwerking Ruimtelijke Koers Zuid-Holland

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • -

    Asv: Algemene subsidieverordening Zuid-Holland;

  • -

    gebiedsgerichte samenwerking: samenwerking tussen gemeenten, waterschappen en de provincie Zuid-Holland binnen een regio, gericht op de gezamenlijke afstemming en uitvoering van de gebiedsgerichte uitwerking van de Ruimtelijke Koers Zuid-Holland;

  • -

    gebiedsgerichte uitwerking: de gezamenlijke uitwerking van de Ruimtelijke Koers Zuid-Holland binnen een regio door gemeenten, waterschappen en de provincie Zuid-Holland, gericht op regionaal afgestemd beleid en maatregelen en, waar relevant, de borging daarvan in het omgevingsbeleid of instrumentarium en het bijdragen aan bestuurlijke afspraken of akkoorden;

  • -

    regio: één van de volgende gebieden: Delta, Duin- en Bollenstreek en Leidse Regio, Haagse Regio, Rotterdamse Regio of Veenweiden, zoals geometrisch begrensd weergegeven op de kaart in bijlage 1 bij deze regeling;

  • -

    procesontwerp voor de gebiedsgerichte uitwerking: bestuurlijk bekrachtigde afspraken en uitgangspunten over de wijze waarop gemeenten, waterschappen en de provincie Zuid-Holland gezamenlijk komen tot de gebiedsgerichte uitwerking van de Ruimtelijke Koers Zuid-Holland binnen een regio, zoals opgenomen in het Procesontwerp Gebiedsgerichte Uitwerking Provincie Zuid-Holland van 11 maart 2026;

  • -

    Ruimtelijke Koers Zuid-Holland: Ruimtelijke koers naar een toekomstbestendig Zuid-Holland, vastgesteld door provinciale staten van Zuid-Holland op 6 maart 2024 (kenmerk 7625).

Artikel 2 Subsidiabele activiteiten

  • 1. Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die gericht zijn op het:

    • a.

      opbouwen en onderhouden van een ambtelijk netwerk dat bijdraagt aan de gebiedsgerichte samenwerking en de gebiedsgerichte uitwerking;

    • b.

      organiseren van capaciteit en ondersteuning binnen de regio ten behoeve van de gebiedsgerichte samenwerking en de gebiedsgerichte uitwerking;

    • c.

      opzetten en uitvoeren van een werk-leertraject ter ondersteuning van het gebiedsgericht werken binnen de regio’s.

  • 2. Subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie.

  • 3. De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, dragen aantoonbaar bij aan de gebiedsgerichte uitwerking van de Ruimtelijke Koers Zuid-Holland.

Artikel 3 Doelgroep

Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door een gemeente die deelneemt aan de gebiedsgerichte uitwerking van de Ruimtelijke Koers Zuid-Holland binnen één van de volgende regio’s:

  • a.

    Delta;

  • b.

    Duin- en Bollenstreek en Leidse regio;

  • c.

    Haagse Regio;

  • d.

    Rotterdamse Regio;

  • e.

    Veenweiden.

Artikel 4 Subsidievereisten

Om voor subsidie in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    de activiteiten dragen aantoonbaar bij aan samenwerking van gemeenten, waterschappen en de provincie Zuid-Holland ten behoeve van de gebiedsgerichte uitwerking van de Ruimtelijke Koers Zuid-Holland;

  • b.

    de activiteiten zijn gericht op samenwerking en afstemming tussen gemeenten, waterschappen en provincie binnen de regio;

  • c.

    de activiteiten dragen bij aan het versterken van de ambtelijke capaciteit en organisatie van de samenwerking binnen de regio ten behoeve van de gebiedsgerichte uitwerking van de Ruimtelijke Koers Zuid-Holland;

  • d.

    de activiteiten zijn in overeenstemming met het voor de betreffende regio opgestelde procesontwerp voor de gebiedsgerichte uitwerking.

Artikel 5 Weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 2.6 van de Asv wordt subsidie geweigerd indien:

  • a.

    de activiteiten niet of onvoldoende bijdragen aan de gebiedsgerichte uitwerking van de Ruimtelijke Koers Zuid-Holland;

  • b.

    de aanvraag onvoldoende blijk geeft van afstemming met de betrokken gemeenten en waterschappen binnen de regio;

  • c.

    de activiteiten niet in overeenstemming zijn met het door de betreffende regio vastgestelde procesontwerp voor de gebiedsgerichte uitwerking;

  • d.

    de activiteiten geheel of in hoofdzaak betrekking hebben op het uitvoeren van onderzoek of studie;

  • e.

    de activiteiten betrekking hebben op reguliere taken van gemeenten of waterschappen.

Artikel 6 Aanvraagperiode

In afwijking van artikel 2.3, eerste lid, van de Asv, worden subsidieaanvragen ingediend van 1 september 2026 tot en met 31 oktober 2028.

Artikel 7 Subsidieplafond

  • 1. Gedeputeerde staten stellen een subsidieplafond voor de periode, genoemd in artikel 6, vast op €1.500.000,-

  • 2. Het subsidieplafond wordt verdeeld in de volgende deelplafonds per regio:

    • a.

      Delta: € 300.000,-;

    • b.

      Duin- en Bollenstreek en Leidse Regio: € 300.000,-;

    • c.

      Haagse Regio: € 300.000,-;

    • d.

      Rotterdamse Regio: € 300.000,-;

    • e.

      Veenweiden: € 300.000,-.

Artikel 8 Subsidiehoogte

  • 1. De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van €100.000,- per aanvraag.

  • 2. Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat de subsidie minder bedraagt dan € 25.000,- wordt de subsidie niet verstrekt.

Artikel 9 Verdelingswijze

  • 1. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidie-aanvragen.

  • 2. Als een subsidie-aanvraag nog niet volledig is, geldt als datum van binnenkomst de dag waarop de subsidie-aanvraag aangevuld en gecompleteerd is als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 3. Wordt het subsidieplafond op enige dag overschreden, dan wordt de volgorde van binnenkomst van de op die dag binnengekomen volledige subsidie-aanvragen bepaald door middel van loting, waarbij:

    • a.

      de eerst getrokken aanvraag als hoogste wordt gerangschikt;

    • b.

      de hoogst gerangschikte aanvraag het eerst in aanmerking komt voor subsidie;

    • c.

      subsidie wordt verdeeld over opeenvolgende aanvragen die volledig verleend kunnen worden.

Artikel 10 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten voor de inhuur van een externe adviseur, projectleider of secretaris die de regio begeleidt, vertegenwoordigt of adviseert;

  • b.

    kosten voor de inhuur van derden ten behoeve van het opzetten of uitvoeren van een werk-leertraject.

Artikel 11 Niet-subsidiabele kosten

In aanvulling op artikel 2.5 van de Asv komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten voor de aanschaf van producten of materialen;

  • b.

    kosten die geen direct verband houden met activiteiten als bedoeld in deze regeling;

  • c.

    interne personeelskosten van de aanvrager;

  • d.

    kosten voor het uitvoeren van concrete onderzoeken of studies die niet rechtstreeks zijn gericht op de gebiedsgerichte uitwerking van de Ruimtelijke Koers Zuid-Holland ;

  • e.

    kosten voor activiteiten die uitsluitend betrekking hebben op één gemeente of één waterschap.

Artikel 12 Verplichtingen van de subsidie-ontvanger

In aanvulling op de artikelen 3.1 tot en met 3.5 en 6.2 Asv gelden de volgende verplichtingen:

  • a.

    de subsidie-ontvanger overlegt jaarlijks een voortgangsverslag;

  • b.

    de activiteiten worden uiterlijk op 31 december 2029 afgerond.

Artikel 13 Verantwoording

De subsidie-ontvanger verantwoordt de activiteiten door middel van:

  • a.

    een activiteitenverslag inclusief effectbeschrijving;

  • b.

    onderliggende stukken, zoals offerte, contract en facturen, waaruit de inzet van ingehuurde capaciteit blijkt.

Artikel 14 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 15 Werkingsduur

Deze regeling vervalt met ingang van 31 december 2029, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die vóór die datum zijn aangevraagd.

Artikel 16 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling gebiedsgerichte uitwerking en samenwerking Ruimtelijke Koers Zuid-Holland.

Ondertekening

Den Haag, 30 juni 2026

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland

drs. M.J.A. van Bijnen MBA, secretaris

drs. A.W. Kolff, voorzitter

Bijlage 1 behorende bij artikel 1 (begripsbepalingen)

Kaart regio-indeling gebiedsgerichte uitwerking Ruimtelijke Koers Zuid-Holland

Regio-indeling (met kleur op kaart):

  • A.

    Delta (groen)

  • B.

    Duin- en Bollenstreek en Leidse regio (oranje)

  • C.

    Haagse regio (paars)

  • D.

    Rotterdamse regio (blauw)

  • E.

    Veenweiden (geel)

afbeelding binnen de regeling

Toelichting bij de Subsidieregeling Gebiedsgerichte Uitwerking Ruimtelijke Koers Zuid-Holland

I.Algemeen

Provinciale Staten hebben op 6 maart 2024 het Ruimtelijk Voorstel vastgesteld. Daarbij is besloten deze nieuwe ruimtelijke koers zowel thematisch als gebiedsgericht uit te werken en te concretiseren.

Voor de gebiedsgerichte uitwerking zijn Gedeputeerde Staten in gesprek gegaan met gemeenten en waterschappen en zijn gebiedsprocessen gestart in vijf regio’s. In deze vijf regio’s zijn Bestuurlijke Overleggen Ruimtelijke Ordening (BO-RO) gestart waarin wethouders, waterschapsbestuurders en gedeputeerde met de portefeuille ruimtelijke ordening gezamenlijk spreken over de ruimtelijke opgaven, de gebiedsgerichte uitwerking en het ruimtelijk beleid.

In juni 2025 is vastgesteld dat deze BO-RO’s drie functionaliteiten kennen:

  • 1.

    het toewerken naar een gebiedsuitwerking,

  • 2.

    het agenderen / bespreken van bovenlokale (ruimtelijke) opgaven en

  • 3.

    een informatievoorziening.

De ambtelijke samenwerking (gebiedsproces) is ook gericht op deze drie functionaliteiten. Dit alles heeft tot doel om in gezamenlijkheid – met respect voor ieders rol en positie – de ruimtelijke ordening in Zuid-Holland vorm te geven.

Ten behoeve van deze bestuurlijke en ambtelijke samenwerking is het noodzakelijk om in regionaal / gebiedsgericht verband goed samen te werken. Vanwege het besef dat capaciteit hiervoor bij sommige gemeenten en waterschappen beperkt is, hebben GS en PS besloten om een subsidieregeling in te stellen die de gemeenten/waterschappen in staat stelt om samen met de provincie de de gebiedsuitwerkingen op te stellen en de samenwerking op ruimtelijke ordening vorm te geven.

Provinciale Staten hebben bij vaststelling van de begroting 2026 budget beschikbaar gesteld voor 3 jaar van elk € 0,5 miljoen en daarmee in totaal € 1,5 mln. In de begroting staat nu voor 2026, 2027 en 2028 €500.000 opgenomen.

II.Artikelsgewijs

Artikel 1 – Begripsbepalingen

Procesontwerp

Met het procesontwerp wordt bedoeld het document Procesontwerp Gebiedsgerichte Uitwerking Provincie Zuid-Holland van 11 maart 2025. Dit document bevat de procesafspraken in de verschillende gebieden omtrent de gebiedsgerichte uitwerking. Dit document is tot stand gekomen middels drie ambtelijke werksessies per gebied en een bestuurlijk overleg in december 2025 waar een eerste concept van het procesontwerp werd besproken. Het procesontwerp is door deelnemers van het BO-RO in maart 2026 bekrachtigd. Het procesontwerp bevat tien bouwstenen per gebied en geeft daarmee de handleiding, routekaart en procesafspraken om gezamenlijk in co-creatie te komen tot de vijf gebiedsgerichte uitwerkingen.

Artikel 2 - Subsidiabele activiteiten

De vijf regio’s – zoals opgenomen in de kaart bijlage 1 – verschillen niet alleen qua inhoudelijke opgaven, maar ook in wijze van samenwerking. Zuid-Holland kent een groot scala aan samenwerkingsverbanden tussen gemeenten onderling en van gemeenten met provincie. Deze zijn vaak gevormd vanuit de inhoudelijke (thematische) opgave, waardoor veel van deze thematische samenwerkingsverbanden verschillen van partners en grenzen. Vanwege het integrale karakter van ruimtelijke ordening zal in de gebiedsuitwerking rekening gehouden moeten worden met de verschillende samenwerkingsverbanden en gremia en zowel qua schaalniveau als qua thema verbinding blijven zoeken. Deze subsidieregeling is bedoeld om gemeenten en waterschappen in het proces te ondersteunen, elke regio kan hierin eigen keuze maken en dit ook per fase (jaar van subsidieaanvraag laten afhangen).

In elke regio is een kernteam (bestaande uit vertegenwoordigers van gemeenten, waterschappen en provincie) gevormd. Het is wenselijk dat afstemming over welk type ondersteuning en voor welke activiteiten subsidie wordt aangevraagd besproken wordt in het brede ambtelijke overleg per regio én in het kernteam van de betreffende regio.

Artikel 9 – Subsidiabele kosten

De subsidie is niet bedoeld voor regulier werk van gemeenten en waterschappen of de bekostiging van eigen personeel. Daarmee voorziet de subsidie in inhuur van een externe die de samenwerking op ruimte in de regio verstevigd, dat kan zijn een adviseur, een projectleider, secretaris of een dergelijke functie. In We gaan er vanuit dat de offerte-uitvraag voor een dergelijke functie alsmede de offerte besproken zal worden in de ambtelijke overleggen in dit gebied

Het andere type werkzaamheden waarvoor de subsidie ingezet kan worden is voor het opzetten en uitvoeren van een gezamenlijk werk-leertraject. In diverse gebiedsgerichte samenwerkingsverbanden (waaronder ZH-PLG) is hier in het verleden ervaring mee opgedaan. Hierbij is het goed om aan te geven dat deze regeling gericht is op proces en wijze van samenwerking. De inhoudelijke co-creatie op (ruimtelijke) opgaven verloopt via de ateliers waar een aparte uitvraag op is geweest en er per gebied een (ontwerp)bureau is geselecteerd. Als er gekozen wordt voor een subsidie-aanvraag van een gezamenlijk werk-leertraject zal dit traject zich goed moeten verhouden bij de afspraken omtrent de ateliers (waaronder planning).