Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR764616
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR764616/1
Gedragscode integriteit raadsleden en commissieleden Beuningen 2026
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 20-07-2026
Intitulé
Gedragscode integriteit raadsleden en commissieleden Beuningen 2026De raad van Beuningen;
Gelet op artikel 15, derde lid, van de Gemeentewet;
BESLUIT:
vast te stellen de gedragscode integriteit raadsleden en commissieleden Beuningen 2026.
INLEIDING
Goed bestuur is integer bestuur. Daarmee is integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. De gedragscode richt zich daarom zowel tot de individuele politieke ambtsdragers als tot de bestuursorganen. Ons democratische systeem en de democratische processen kunnen niet zonder integer functionerende organen en functionarissen. Integriteit van politieke ambtsdragers verwijst naar de zorgvuldigheid die politieke ambtsdragers moeten betrachten bij het invullen van hun rol in de democratische rechtsstaat. Dat betekent de verantwoordelijkheid nemen die met de functie samenhangt en bereid zijn verantwoording af te leggen, aan collega-bestuurders en/of (leden van) de volksvertegenwoordiging en bovenal aan de inwoners. In de democratische rechtsstaat dient eenieder zich te houden aan de wetten en regels die op democratische wijze zijn vastgesteld. Dat geldt zeker voor de politieke ambtsdragers die (mede) verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van die wetten en regels. Deze plicht is voor de politieke ambtsdrager neergelegd in de eed of belofte die de politieke ambtsdrager bij de ambtsaanvaarding aflegt: hij/zij zweert/belooft getrouw te zullen zijn aan de Grondwet, de wetten te zullen nakomen en zijn/haar plichten die uit het politieke ambt voortvloeien naar eer en geweten te zullen vervullen.
De volksvertegenwoordiging stelt zowel voor de eigen leden als voor de dagelijkse bestuurders (voorzitter en overige leden van het dagelijks bestuur) een gedragscode vast. Dat is zo vastgelegd in de Gemeentewet. De gedragscode is een richtsnoer voor het handelen van individuele politieke ambtsdragers en heeft tot doel hen te ondersteunen bij de invulling van hun verantwoordelijkheid voor de integriteit van het openbaar bestuur. Voor de volksvertegenwoordigers is er naast die voor de dagelijkse bestuurders een eigen afzonderlijke gedragscode. Onderhavige gedragscode heeft betrekking op de volksvertegenwoordigers: raadsleden. Veel bepalingen zijn voor de volksvertegenwoordigers en de dagelijkse bestuurders gelijk. Er zijn ook verschillen. Die hebben te maken met de staatsrechtelijke posities, bevoegdheden en met de voor hen geldende wettelijke (integriteits)regels. Het rechtskarakter van de gedragscode is dat van een interne regeling, als nadere invulling en concretisering van de wettelijke regels. De gedragscode bevat in aanvulling op wettelijke regels gedragsnormen en regels over procedures die de transparantie van het handelen van politieke ambtsdragers evenals van de besluitvorming over en de naleving van de normen vergroten. Zij vormt een beoordelingskader en leidraad bij twijfel, vragen en discussies. Het voorschrijven van een gedragsregel die afwijkt of verder gaat dan een dwingendrechtelijke wettelijke regeling is niet mogelijk.
Een gedragscode heeft dus niet de juridische status van een algemeen verbindend voorschrift zoals een gemeentelijke verordening waaruit rechten en verplichtingen voortvloeien. Er is sprake van zelfbinding. In dit licht moeten de regels in de code worden gezien. Dat maakt de gedragscode evenwel niet vrijblijvend. De volksvertegenwoordigers kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden. Het niet naleven van de gedragscode kan dus wel onderdeel worden van politiek debat en kan ook politieke gevolgen hebben. De gedragscodes bieden politieke ambtsdragers een handvat om andere politieke ambtsdragers aan te spreken op hun gedrag en hieruit wellicht (politieke) consequenties te trekken.
Integriteit is een thema dat betekenis krijgt in het handelen. Een integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is slechts een dode letter. Daarom moet het handelen van politieke ambtsdragers regelmatig onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling, en ook daarbij geeft de gedragscode ondersteuning. De code en de voorgestelde registraties zijn instrumenten. Integriteit is uiteindelijk niet in regels te vangen. In de woorden van de schrijver C.S. Lewis gaat het om ‘doing the right thing, even when no one is watching’.
Politieke ambtsdragers hebben vanzelfsprekend een voorbeeldfunctie. Een politiek ambt wordt verricht in een glazen huis. Een volksvertegenwoordiger gedraagt zich zoals een goed ambtsdrager betaamt. Een politieke ambtsdrager onthoudt zich van gedragingen die de goede uitoefening of het aanzien van het ambt of het openbaar bestuur schaden. Een politiek ambt gewetensvol vervullen gebeurt in de dagelijkse praktijk en strekt zich ook uit tot de privésfeer. In de huidige digitale wereld is zeker sprake van een dunne scheidslijn tussen werk en privé. Daarom is het in ieder geval het downloaden van illegale software, het bekijken, downloaden of verspreiden van pornografische, racistische, discriminerende, beledigende, aanstootgevende of (seksueel) intimiderende teksten en afbeeldingen, of het versturen van berichten die (kunnen) aanzetten tot haat en/of geweld uit den boze.
Integriteit is niet alleen een kwestie van regels, maar ziet ook op de onderlinge omgangsvormen. Dit gaat over de omgang tussen politieke ambtsdragers onderling, maar tegelijkertijd mogen politieke ambtsdragers zelf ook een respectvolle behandeling verwachten. Zij moeten hun functie kunnen uitoefenen in een veilige en professionele omgeving, zonder ongepaste of grensoverschrijdende benadering. De opgestelde ‘huisregels gemeentehuis en gemeentewerf’ bieden hiervoor een kader en draagt bij aan het waarborgen van wederzijds respect. Een respectvolle omgang met inwoners en organisaties, tussen politieke ambtsdragers onderling en tussen politieke ambtsdragers en medewerkers, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl, is van belang. In de omgang met inwoners, ambtenaren, externe partijen en andere politieke ambtsdragers wordt van een politieke ambtsdrager correct, fatsoenlijk, en respectvol gedrag verwacht dat vrij is van ongewenste omgangsvormen en grensoverschrijdend en (seksueel) intimiderend gedrag zoals hinderlijk gedrag, intimidatie, dubbelzinnige opmerkingen, handtastelijkheden, agressie, pesten en discriminatie.
Politieke ambtsdragers opereren vaak in diverse (boven)lokale netwerken. Deze netwerken dragen bij aan het geworteld zijn van de politieke ambtsdrager. Tegelijkertijd ontstaat hierdoor het risico dat politieke ambtsdragers vanuit het gevoel van sympathie en loyaliteit, de belangen van de eigen netwerken vooropstellen ten koste van het algemeen belang. De schijn van oneigenlijke beïnvloeding kan snel gewekt zijn. Dit maakt duidelijk dat het nadenken over de eigen integriteit verder gaat dan het beoordelen van individuele handelingen. Het vraagt ook dat politieke ambtsdragers zich bewust zijn dat zij altijd verbonden zijn met professionele en persoonlijke netwerken. En dat deze netwerken ‘onbewust’ een invloed kunnen hebben op de keuzes en acties van de politieke ambtsdrager, die mogelijk tot een schending leiden. Dit risico van ‘netwerkcorruptie’ kan de integriteit en de kwaliteit van het lokaal bestuur onder druk zetten.
Paragraaf 1 Algemene bepalingen
Artikel 1
-
1. De gedragscode geldt voor de raadsleden, maar richt zich ook tot de bestuursorganen. Voor de leden van de raadscommissies vormt deze gedragscode eveneens een uitgangspunt voor hun handelen.
-
2. De gedragscode is openbaar en via internet beschikbaar.
Paragraaf 2 Voorkomen van belangenverstrengeling
Artikel 2.1
-
1. Het raadslid levert de griffier de informatie aan over de (neven)functies die openbaar gemaakt moeten worden (artikel 12 Gemeentewet). De aanlevering van deze informatie gebeurt bij aanvang van het raadslidmaatschap, dan wel binnen één week na aanvaarding van de (neven)functie en geeft hem de wijzigingen daarin door.
-
2. De informatie betreft in ieder geval de omschrijving van de (neven)functie, de organisatie voor wie de (neven)functie wordt verricht, of het al dan niet een (neven)functie betreft uit hoofde van het raadslidmaatschap en of de (neven)functie bezoldigd of onbezoldigd is.
-
3. De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
Artikel 2.2
-
1. Een raadslid stemt altijd zonder last (artikel 27 Gemeentewet) en is in principe ook gehouden om zijn of haar stemrecht in de raadsvergadering uit te oefenen. Een raadslid wordt geacht niet deel te nemen aan de beraadslaging en de stemming als het een aangelegenheid betreft die hem of haar rechtstreeks persoonlijk aangaat (artikel 28 Gemeentewet). Het is aan het raadslid zelf om te beoordelen of er sprake is van een belang dat in de weg staat aan deelname aan de beraadslaging en stemming.
-
2. Indien het raadslid tot de conclusie is gekomen dat er een belang in de weg staat aan deelname aan de beraadslaging en/of stemming, verlaat het raadslid bij aanvang van het betreffende agendapunt de raadzaal.
-
3. Bij vragen of – en in hoeverre – er sprake is van een betrokkenheid of een persoonlijk belang, kan hierover contact worden opgenomen met de griffier en/of de burgemeester.
Paragraaf 3 Informatie
Artikel 3
-
1. Het raadslid gaat zorgvuldig en correct om met de informatie waarover hij uit hoofde van zijn lidmaatschap van de raad beschikt en zorgt ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie veilig wordt bewaard. Alle regels en afspraken over geheimhouding en besloten vergaderingen staan in het ‘Protocol geheimhouding Beuningen 2024’.
-
2. Het raadslid maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen (nog) niet openbare informatie.
Paragraaf 4 Geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen en buitenlandse reizen op uitnodiging van derden
Artikel 4.1
-
1. Een raadslid accepteert en biedt geen geschenken, faciliteiten en diensten aan als zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed.
-
2. Het raadslid kan, tenzij het eerste lid van toepassing is, incidentele geschenken die een geschatte waarde van € 50 of minder vertegenwoordigen, behouden.
-
3. Geschenken die het raadslid uit hoofde van zijn ambt ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50 vertegenwoordigen worden, indien zij niet worden teruggestuurd, geregistreerd en eigendom van de gemeente.
-
4. De griffier legt een register aan van de geschenken met een geschatte hogere waarde dan € 50. In het register is aangegeven welke bestemming de gemeente hieraan heeft gegeven. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
-
5. Geschenken worden niet op het huisadres ontvangen.
Artikel 4.2
-
1. Deelname aan excursies en evenementen voor rekening van anderen dan de gemeente maakt het raadslid openbaar binnen één week nadat de excursie, dan wel het evenement heeft plaatsgevonden. Hij maakt daarbij in ieder geval openbaar wie deze kosten voor zijn/hun rekening heeft/hebben genomen.
-
2. De informatie is via internet beschikbaar.
Artikel 4.3
-
1. Een raadslid meldt de griffier de buitenlandse reizen op uitnodiging van derden binnen één week na terugkeer in Nederland. Hij meldt in ieder geval wat het doel, de bestemming en de duur van de buitenlandse reis is geweest en wat daarvan de kosten waren.
-
2. De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
Paragraaf 5 Gebruik van de voorzieningen van de gemeente
Artikel 5.1
-
1. Burgemeester en wethouders richten de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven, met heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente.
-
2. Het raadslid verantwoordt zich over zijn gebruik van de voorzieningen volgens de in het eerste lid vastgelegde regels en procedures.
Artikel 5.2
Een raadslid declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed.
Artikel 5.3
Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de gemeente ten eigen bate of ten bate van derden is, tenzij dit wettelijk is geregeld, niet toegestaan.
Paragraaf 6 Regels betreffende de onderlinge omgang en de gang van zaken tijdens vergaderingen
Artikel 6.1
Raadsleden gaan respectvol met elkaar om en houden zich aan de volgende afspraken over hoe met elkaar om te gaan tijdens raadsbijeenkomsten en daarbuiten:
-
1. We vallen elkaar niet persoonlijk aan;
-
2. We twijfelen er niet aan dat ieder raadslid vanuit zijn eigen opvatting het algemeen belang oprecht dient en de rechten van individuen wil beschermen;
-
3. We erkennen en bevestigen de ander in zijn rol als raadslid;
-
4. We komen in de openbaarheid op voor elkaar en voor het ambt. We accepteren niet dat een collega raadslid, wethouder of burgemeester onheus wordt bejegend en treden daar actief tegen op;
-
5. Voelt men zich gekwetst of onheus bejegend, dan gaat men in gesprek met degene die kwestie. Indien gewenst vindt dit onder begeleiding plaats;
-
6. We acteren niet op basis van aannamen, roddels of niet-geverifieerde informatie over collega-raadsleden, commissieleden, bestuurders, griffieleden en andere ambtenaren.
Artikel 6.2
Raadsleden houden zich tijdens vergaderingen en bijeenkomsten aan het reglement van orde (2023) en de verordening op de commissies van de raad (2023) met betrekking tot de vergaderorde. Raadsleden spreken in het debat via de voorzitter. Aanwijzingen van de voorzitter volgen zij op.
Artikel 6.3
Raadsleden onthouden zich in het openbaar van negatieve uitlatingen over (individuele) ambtenaren.
Artikel 6.4
Raadsleden bejegenen elkaar, bestuurders, de griffie(r) en andere ambtenaren, maar ook insprekers en andere betrokkenen op correcte wijze in woord, gebaar en geschrift. Ook in de media en op sociale media vallen zij elkaar niet persoonlijk aan.
Artikel 6.5
Raadsleden streven naar de hoogste kwaliteit van besluitvorming. Het is een gezamenlijke opdracht om de feiten op tafel te krijgen en deze niet te verdraaien. Raadsleden zijn eerlijk over hun overwegingen, luisteren naar elkaars argumenten en die van de leden van het college van B&W en accepteren deze als bijdragen tot de zorgvuldige besluitvorming.
Paragraaf 7 Uitvoering gedragscode
Artikel 7.1
De gemeenteraad bevordert de eenduidige interpretatie van de gedragscode. Ingeval van leemtes en onduidelijkheden in de gedragscode voorziet de gemeenteraad daarin.
Artikel 7.2
Het naleven van de gedragscode is een individuele verantwoordelijkheid van alle betrokkenen. De raad ziet erop toe dat de gedragscodes van de politieke ambtsdragers worden nageleefd.
Artikel 7.3
-
1. Minimaal één keer per bestuursperiode evalueren de gemeenteraad en het college van B&W de gedragscode op actualiteit, functioneren en de mate waarin de regels naar behoren worden nageleefd.
-
2. Op voorstel van de burgemeester maakt de gemeenteraad afspraken over de navolgende onderwerpen:
- a.
De aanwijzing van contactpersonen of aanspreekpunten integriteit;
- b.
De processtappen die worden gevolgd ingeval van een vermoeden van een integriteitschending door een politieke ambtsdrager van de gemeente;
- c.
In het geval van een het niet naleven van de gedragscode of anderszins een vermoeden van een integriteitsschending wordt gewerkt volgens het integriteitsprotocol gemeente Beuningen.
- d.
De afspraken als bedoeld onder lid 2, zijn vastgelegd in de bijlage ‘integriteitsprotocol - stappenplan voor de omgang met (vermoedens van) integriteitsschendingen’.
- a.
Ondertekening
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 7 juli 2026.
De griffier, De voorzitter,
E. Jonkman D.A. Bergman
Toelichting
Paragraaf 2 Voorkomen van belangenverstrengeling
Het betreft een uitwerking van de wettelijke verplichting om nevenfuncties openbaar te maken. De informatie wordt neergelegd in een openbaar register. Het raadslid is verantwoordelijk voor de tijdige aanlevering van de informatie en voor de actualiteit daarvan.
Wettelijk kader
Afleggen eed of belofte (artikel 14 Gemeentewet)
Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen leggen de raadsleden in de vergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik om tot raadslid benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer(beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als statenlid/raadslid/lid van het algemeen bestuur naar eer en geweten zal vervullen.”
Persoonlijke belangen (artikel 28 Gemeentewet):
- •
Een lid van een volksvertegenwoordiging neemt niet deel aan de beraadslaging en stemming over
- •
een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken;
- •
de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij hoort
- •
Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden (artikel 2:4, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht).
Incompatibiliteiten en nevenfuncties:
- •
Verboden overeenkomsten/handelingen: volksvertegenwoordigers mogen in geschillen, waar de gemeente partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij mogen bepaalde overeenkomsten, waar de gemeente bij betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend.
-
(artikel 15, eerste en tweede lid, Gemeentewet)
-
Op overtreding staat uiteindelijk de sanctie van schorsing en vervallenverklaring van het lidmaatschap van de volksvertegenwoordiging (artikel X8 Kieswet)
- •
Onverenigbaarheid van functies: het zijn van volksvertegenwoordiger sluit het hebben van een aantal andere functies uit (artikel 13 Gemeentewet). Dat leidt er uiteindelijk toe dat betrokkene ophoudt lid te zijn van de volksvertegenwoordiging (artikel X1 Kieswet)
- •
Openbaarmaking nevenfuncties: volksvertegenwoordigers maken openbaar welke nevenfuncties zij vervullen. De lijst met nevenfuncties ligt ter inzage op het gemeentehuis (artikel 12 Gemeentewet).
Paragraaf 3 Informatie
Artikel 3.1
Het is belangrijk de juiste maatregelen te treffen om te voorkomen dat onbevoegden vertrouwelijke en/of geheime gegevens kunnen bezitten, raadplegen of beschadigen. Daarbij moet in de digitale setting worden gedacht aan de beveiliging van de computer, smartphones e.d. met wachtwoorden en het niet onbeheerd achterlaten van USB-sticks met vertrouwelijke/geheime informatie.
Wettelijk kader
Informatieplicht
Burgemeester en wethouders zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de volksvertegenwoordiging nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele volksvertegenwoordigers informatie vragen zal die informatie aan de volksvertegenwoordiging moeten worden verstrekt.
De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang (artikel 169 Gemeentewet)
Geheimhouding
- •
Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht).
- •
Het schenden van de geheimhoudingsplicht is een misdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht).
- •
Alle regels omtrent geheimhouding staan vastgelegd in het protocol geheimhouding Beuningen 2026.
Paragraaf 4 Geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen en buitenlandse reizen op uitnodiging van derden
Artikel 4.1
In de gedragscode is uitgangspunt dat geschenken, faciliteiten en diensten niet worden geaccepteerd als hiermee de onafhankelijke positie van het raadslid kan worden beïnvloed. Dat is in ieder geval aan de orde in onderhandelingssituaties.
Is daarvan geen sprake dan kunnen om praktische redenen incidentele kleine geschenken (met een geschatte waarde van € 50 of minder) door het raadslid worden aanvaard, echter nooit op het huisadres. Dit is een in de praktijk ontstaan gebruikelijk richtbedrag maar is geen scherpe grens. Er zijn omstandigheden denkbaar waar elk geschenk, ongeacht de waarde, onacceptabel is. Duurdere geschenken worden in elk geval niet aanvaard. Zij worden teruggestuurd of worden eigendom van de gemeente die zorgt voor een goede bestemming van het geschenk. In een openbaar register wordt opgenomen welke geschenken van meer dan € 50 de gemeente heeft aanvaard en welke bestemming daaraan is gegeven.
Artikel 4.2 en 4.3
Het gaat hier om excursies, evenementen en buitenlandse reizen die betrokkene als raadslid aanvaardt. Excursies, evenementen en buitenlandse reizen in de hoedanigheid van lid van een politieke partij vallen hier dus niet onder.
Wettelijk kader
De eed of belofte die het raadslid op grond van artikel 14 van de moet afleggen heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken. Zie voor de wetstekst inzake de eed of belofte het wettelijk kader onder paragraaf 2 voor de bepalingen ter voorkoming van belangenverstrengeling.
Paragraaf 5 Gebruik van voorzieningen van de gemeente
Artikel 5.1
Aan raadsleden worden de voorzieningen, vergoedingen en andere verstrekkingen in bruikleen geboden die een goed functioneren van de volksvertegenwoordigers mogelijk maken. Wat betreft de uitwerking van de principes van dit stelsel zou kunnen worden aangesloten bij de werkwijze in het Voorzieningenbesluit dat geldt voor ministers en staatssecretarissen:
a. in beginsel worden voorzieningen en verstrekkingen in bruikleen ter beschikking gesteld;
b. indien een voorziening of verstrekking niet in bruikleen ter beschikking kan worden gesteld, wordt de factuur direct ten laste van de begroting van het bestuursorgaan betaald;
c. het vergoeden van voorzieningen en verstrekkingen achteraf door het indienen van declaraties, wordt tot een minimum beperkt;
d. voorzieningen, verstrekkingen en declaraties worden maandelijks openbaar gemaakt op internet.
Uitgangspunt is hier dat zo weinig mogelijk uitgaven door de volksvertegenwoordiger zelf worden gedaan via zijn of haar privérekening. Geldstromen tussen de rekening van het bestuursorgaan en de persoonlijke rekening van de volksvertegenwoordiger maken een zwaardere controle op de uitgaven noodzakelijk. Het raadslid zal zich nauwgezet moeten houden aan de regels en procedures die er met het oog hierop voor hem/haar gelden.
Wettelijk kader
Procedure van declaratie (modelverordeningen VNG en IPO)
Er zijn voor raadsleden voorschriften opgenomen in de gemeentelijke verordening over de wijze van declaratie (inclusief het overleggen van bewijsstukken) van vooruit betaalde (zakelijke) kosten en over rechtstreekse facturering van (zakelijke) kosten.
Buitenlandse excursie of reis voor raadsleden (modelverordeningen VNG en IPO)
De gemeenteraad kan een raadscommissie (of een delegatie uit de gemeenteraad) toestemming verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland. Die excursie/ reis moet zijn georganiseerd door of vanwege de gemeente. De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor rekening van de gemeente. De gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden verbinden.
Paragraaf 6 regels betreffende de onderlinge omgang en gang van zaken tijdens vergaderingen
Het respecteren van basale omgangsvormen is een voorwaarde voor constructieve en werkbare bestuurscultuur. Ieder raadslid heeft een eigen verantwoordelijkheid om bij te dragen aan een sociaal-veilige werkomgeving, waarin men elkaar op een respectvolle manier bejegent en dat de inhoud leidend is voor politiek. Verschillende meningen, overtuigingen en visies zijn inherent aan een politieke omgeving. Een professioneel politiek klimaat betekent dat deze verschillen worden geaccepteerd en gerespecteerd, en dat politiek gevoerd op basis van feiten, argumenten en het vormen meerderheden. Aanvallen op de persoon zijn geen onderdeel van een eerlijk democratisch debat en zouden dan ook te allen tijde vermeden moeten worden. Respect betekent ook dat men elkaar in waarde laat, en elkaars integriteit niet in twijfel trekt op basis van andere overtuigingen of persoonlijke eigenschappen.
Raadsleden hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om grensoverschrijdend gedrag te voorkomen. Dit betekent dat men elkaar op correcte wijze bejegent die passend is bij een professionele werkrelatie. Een eerlijk democratisch debat betekent ook dat deze plaatsvindt op basis van argumenten en feiten. Uiteraard kunnen er verschillende interpretaties en meningen bestaan over feiten. Het bewust verdraaien van feiten is echter een aantasting van de fundamentele democratische waarden van een open, transparant en eerlijk debat.
Paragraaf 7 Uitvoering gedragscode
Artikel 7.1
De gemeenteraad is het hoogste bestuursorgaan en als zodanig verantwoordelijk voor de inhoud van de gedragscode en voor een eenduidige interpretatie daarvan. En voor wijziging/aanvulling daarvan bij leemtes of onduidelijkheden.
Artikel 7.2
De Gemeentewet verplicht de gemeenteraad om voor zichzelf en voor de bestuurders een gedragscode vast te stellen.
Aanvullend op de wettelijke regels die gelden voor politieke ambtsdragers, bevat de gedragscode een aantal materiële normen waaraan de politieke ambtsdragers zich committeren.
Wettelijk kader
De burgemeester heeft de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van haar gemeente te bevorderen (Artikel 170 lid 2, Gemeentewet). Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de portefeuille ‘integriteit’ duidelijk belegd. De wettelijke bepalingen bieden de ruimte om naar gelang de situatie handelend op te treden, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan het optreden bij incidenten.
Belangrijk onderdeel is ook de preventie: ervoor te zorgen dat integriteit en integriteitsbewustzijn in de bestuurlijke gremia besproken blijven en daarbij afspraken te maken over een regelmatige bespreking van het thema integriteit, bijvoorbeeld een of twee keer per jaar, zowel in de volksvertegenwoordiging als met het bestuur.
De burgemeester hoeft hier niet alleen voor te staan. Een daartoe aangewezen contactpersoon (bijvoorbeeld de griffier) of de regionale vertrouwenspersoon kan hier in relatie tot de gemeenteraad eveneens een belangrijke rol in spelen.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl