Financiële verordening Bedrijfsvoeringsorganisatie H2O 2025

Geldend van 08-07-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2025

Intitulé

Financiële verordening Bedrijfsvoeringsorganisatie H2O 2025

Het bestuur van de Bedrijfsvoeringsorganisatie H2O;

gelet op artikel 212 van de Gemeentewet;

gelet op artikel 35 (lid 7) van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

Besluit:

vast te stellen de Financiële verordening Bedrijfsvoeringsorganisatie H2O 2025.

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • -

    administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de BVO H2O en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd;

  • -

    rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van het bestuur waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving.

Hoofdstuk 2. Begroting en verantwoording

Artikel 2. Indeling begroting en jaarstukken

  • 1. Het bestuur stelt de programma- en (sub)productindeling vast.

  • 2. Het bestuur stelt de taakvelden vast.

  • 3. Het bestuur stelt vast over welke onderwerpen zij in extra (niet verplichte) paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.

Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken

  • 1. De begroting en de jaarstukken zijn opgesteld en ingericht conform de geldende BBV-voorschriften.

  • 2. De begroting en de jaarstukken bevatten een overzicht van de lasten en baten per taakveld, het overzicht van algemene dekkingsmiddelen en het overzicht van de overhead.

  • 3. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet en de daarbij behorende kapitaallasten weergegeven.

Artikel 4. Kaders en planning begroting en jaarstukken

Voor de kaders en de planning omtrent de begroting en jaarstukken wordt verwezen naar de artikelen 18 en 19 van de regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie H2O.

Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten

  • 1. Het bestuur autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma.

  • 2. Het bestuur autoriseert nieuwe investeringen met het vaststellen van de begroting. Bij de begrotingsbehandeling kan het bestuur aangeven van welke nieuwe investeringen zij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen.

  • 3. Het bestuur informeert de deelnemende gemeenten als ze verwacht, dat de lasten van een programma of een prioriteit de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden, of de baten van een programma of een prioriteit de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. Hierbij doet het bestuur een voorstel voor het wijzigen van de geautoriseerde budgetten of investeringskredieten, en eventueel het bijstellen van het beleid.

Artikel 6. Tussentijdse rapportages

  • 1. Het bestuur biedt de deelnemende gemeenten eenmaal per jaar voor 15 september een tussentijdse rapportage aan met de prognose voor het lopende begrotingsjaar.

  • 2. De tussenrapportage bevat een korte uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van:

    • a.

      De baten en de lasten per product;

    • b.

      Een totaaloverzicht van de voorgestelde (budget en/of investering)mutaties en het nieuwe begrotingsresultaat;

  • 3. In de tussenrapportages worden in ieder geval afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten (> €10.000,-), en investeringskredieten (> €25.000,-) toegelicht.

Hoofdstuk 3. Rechtmatigheidsverantwoording

Artikel 7. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording

  • 1. Het bestuur stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid.

  • 2. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het bestuur over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten van de gemeenschappelijke regeling.

  • 3. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan €5.000,- nader toegelicht.

Artikel 8. Voorwaardencriterium

  • 1. Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.

  • 2. Het bestuur stelt jaarlijks uiterlijk op 15 november een normenkader rechtmatigheid vast. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. Het bestuur operationaliseren dit normenkader in een toetsingskader ten behoeve van de interne beheersing.

Artikel 9. Begrotingscriterium

  • 1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door het bestuur geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen;

  • 2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door het bestuur is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5.

  • 3. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag per categorie.

  • 4. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties:

    • a.

      Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren.

    • b.

      De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van zomer en/of eindejaarnota of een andere tussentijdse rapportage.

  • 5. Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van het bestuur, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.

Artikel 10. Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium

  • 1. Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen.

  • 2. Het bestuur zorgen voor en leggen vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.

Hoofdstuk 4. Financieel beleid

Artikel 11. Waardering en afschrijving vaste activa

  • 1. Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief worden lineair in 5 jaar afgeschreven.

  • 2. Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.

  • 3. Voor het afschrijven van de materiële vaste activa met economisch nut worden de methodieken en termijnen gehanteerd zoals vermeld in de bijlage “Afschrijvingstabel” die onderdeel uitmaakt van deze verordening.

  • 4. Eenmaal per jaar, bij de jaarrekening, wordt er gekeken of lopende investeringen kunnen worden afgesloten. Dit overzicht wordt opgenomen bij de jaarrekening.

  • 5. Investeringen ouder dan 2 jaren worden in principe afgesloten tenzij er zwaarwegende argumenten zijn om dit niet te doen. Het bestuur bepaalt in dit geval.

  • 6. Alle investeringen worden lineair afgeschreven.

  • 7. Activa met een verkrijgingprijs van minder dan €5.000,- worden niet geactiveerd; deze kosten worden rechtstreeks in de exploitatie opgenomen.

Artikel 12. Reserves en voorzieningen

Voor reserves en voorzieningen wordt verwezen naar artikel 21 van de regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie H2O.

Artikel 13. Kostprijsberekening

  • 1. Alle activiteiten die de Bedrijfsvoeringsorganisatie uitvoert worden gerekend tot de overheadkosten.

  • 2. Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijn de activa, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Het percentage wordt bepaald door het rentetotaal van de uitstaande leningen (staat van opgenomen en langlopende geldleningen) op te tellen bij de begroting vooraf vastgestelde gecalculeerde rente van de financieringsbehoefte (geïnvesteerde / te investeren bedragen minus het eigen en vreemd vermogen) en dit vervolgens te delen door 1% van de totale (geraamde) investeringen.

Artikel 14. Prijzen economische activiteiten

Voor de levering van goederen of diensten door de BVO H2O aan overheidsbedrijven en derden, worden in ieder geval de geraamde kosten in rekening gebracht. Voor personele inzet geldt bovenop het uurtarief een opslag van 35% voor de overheadkosten.

Artikel 15. Financieringsfunctie

  • 1. Het bestuur neemt bij de uitvoering van de financieringsfunctie de richtlijnen en kaders in acht zoals opgenomen in de Wet fido en in het door het bestuur vastgestelde Treasurystatuut.

  • 2. Het bestuur biedt in ieder geval eens in de 4 jaar een geactualiseerd Treasurystatuut ter vaststelling aan de raden van de deelnemende gemeenten aan.

Hoofdstuk 5. Paragrafen

Artikel 16. Paragrafen en onderdelen

Het bestuur neemt in de begroting en de jaarstukken de paragrafen financiering en bedrijfsvoering op. De overige paragrafen zijn niet van toepassing voor de Bedrijfsvoeringsorganisatie H2O. De paragrafen bevatten de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 en 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.

Hoofdstuk 6. Financiële organisatie en financieel beheer

Artikel 17. Administratie

De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:

  • a.

    het sturen en het beheersen van activiteiten en processen;

  • b.

    het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden en contracten;

  • c.

    het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties;

  • d.

    het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde beleid in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; en

  • e.

    de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde beleid in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.

  • f.

    Het verschaffen van informatie aan de deelnemende gemeenten en aan derden zoals Provincie, Rijk, CBS, Belastingdienst en de accountant.

Artikel 18. Financiële organisatie

Het bestuur draagt zorgt voor:

  • a.

    een eenduidige indeling van de BVO H2O en een eenduidige toewijzing van de taken aan de organisatieonderdelen;

  • b.

    een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden;

  • c.

    de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;

  • d.

    de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie;

  • e.

    de te maken afspraken over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen;

  • f.

    de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van baten en lasten aan de programma’s/producten/taakvelden;

  • g.

    het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten. Deze regels zijn door het bestuur vastgelegd in de nota ‘inkoop en aanbestedingsbeleid’;

  • h.

    het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.

Artikel 19. Interne controle

  • 1. Het bestuur draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteert het bestuur daarover in de rechtmatigheidsverantwoording. Daarnaast informeert het bestuur over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.

  • 2. Het bestuur zorgt voor de systematische controle van de administratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de BVO H2O met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd. Bij afwijkingen in de administratie neemt het bestuur maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.

Hoofdstuk 6. Slotbepaling

Artikel 20. Inwerkingtreding en intrekking oude regeling

  • 1. Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2025 voor het verslagjaar 2025 en verder.

  • 2. De ‘Financiële verordening Bedrijfsvoeringsorganisatie H2O 2024’, die op 1 januari 2025 is vastgesteld, wordt gelijktijdig ingetrokken.

Artikel 21. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Financiële verordening Bedrijfsvoeringsorganisatie H2O 2025’.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van het bestuur van 13 november 2025.

Namens het bestuur,

T. Heddema

Voorzitter bestuur Bedrijfsvoeringsorganisatie H2O.

Bijlage afschrijvingstabel behorend bij artikel 11

 
 
 
 
 
 
 

Omschrijving activa

Afschrijvingstermijn

 
 

(in jaren)

 
 
 
 

Automatisering

 
 

Beeldschermen

5

 

Desktops/laptops

5

 

Smartphones

5

 

Tablets

5

 

Overige hardware, waaronder centrale hardware

5

 

Software, waaronder software centrale systemen

5 á 10

 

Servers

5

 

Switches / firewalls

5

 
 
 
 

Toelichting op de artikelen

Artikel 1. Begripsbepaling

Het begrip administratie is gedefinieerd ten behoeve van artikel 17 van de verordening.

Het begrip rechtmatigheidsverantwoording is gedefinieerd ten behoeve van de artikelen 7, 8, 9 en 10 van de verordening.

Artikel 2. Indeling begroting en jaarstukken

Dit artikel bevat bepalingen over de inrichting van de begroting en de jaarstukken. Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (hierna: BBV) bepaalt in aanvulling hierop, dat de taakvelden aan de programma’s moeten worden toegewezen.

Het tweede lid regelt, dat de taakvelden op voorstel van het bestuur aan de programma’s worden toebedeeld.

Het BBV schrijft een aantal verplichte paragrafen voor. In een paragraaf wordt informatie gegeven over een bepaald thema dat dwars door de begroting loopt. Daarnaast kan het bestuur niet verplichte paragrafen instellen waarover zij wil worden geïnformeerd.

Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken

In dit artikel zijn aanvullend op het BBV bepalingen opgenomen voor de inrichting van de begroting. Het artikel schrijft voor, dat de baten en lasten onder de programma’s in de begroting per taakveld worden weergegeven.

In het derde lid wordt de verplichting in het BBV (artikel 20) om in de begroting aandacht te besteden aan de investeringen nader uitgewerkt door te bepalen, dat er bij de uiteenzetting van de financiële positie een overzicht van de investeringen wordt gegeven. Dit is nodig om ook de autorisatie van investeringskredieten mogelijk te maken.

Artikel 4. Kaders en planning begroting en jaarstukken

Artikel 4 biedt de kaders en de planning voor het opstellen van de begroting en de meerjarenraming. Hierin staat een aantal uitgangspunten die het bestuur bij het opstellen van deze stukken in acht moet nemen. Dit in aanvulling op de bepalingen van de artikelen 189 en 193 van de Gemeentewet en het BBV.

Artikel 8 van het BBV zegt, dat het bedrag voor onvoorzien moet zijn opgenomen in het programmaplan.

Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten

Artikel 5 bevat regels voor de autorisatie van de baten en lasten in de begroting en van de investeringskredieten. Op grond van artikel 34 van de Wet gemeenschappelijke regelingen berust het budgetrecht bij het bestuur. Het bestuur neemt uiteindelijk de beslissing welke investerings(budgetten) zij voor taken en activiteiten op de begroting beschikbaar stelt. Gedurende het begrotingsjaar kan het bestuur op grond van artikel 192 van de Gemeentewet besluiten nemen voor het wijzigen van de begroting. De BVO H2O kan slechts uitgaven doen voor de investerings (budgetten) die hiervoor in de begroting zijn opgenomen (derde lid van artikel 189 van de Gemeentewet). Het bestuur kan kiezen op welk niveau zij budgetten beschikbaar stelt.

Artikel 6. Tussentijdse rapportages

De tussenrapportages zijn een belangrijk onderdeel van de planning- en controlcyclus. Op basis van tussenrapportages wordt het bestuur en de raden van de deelnemende gemeenten geïnformeerd over de uitputting van budgetten en investeringskredieten en de voortgang van de uitvoering van het beleid.

Er is gekozen voor één tussenrapportage die voor 15 september van het betreffende jaar moet zijn opgeleverd.

Het tweede lid bevat bepalingen over de minimale inhoud van de rapportage.

Het derde lid bepaalt welke afwijkingen ten opzichte van de begroting in de tussenrapportage door het bestuur moeten worden toegelicht. Deze afwijkingen kunnen ook als een percentage worden gedefinieerd.

Artikel 7. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording

Bij de verantwoording over rechtmatigheid wordt gekeken naar negen criteria. Het bestuur leggen verantwoording af over alle negen criteria in de jaarrekening. Zie Kadernota rechtmatigheid 2023, augustus 2021, blz. 9 e.v. voor de criteria en bijbehorende toelichting. De eerste zes criteria zijn niet opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. Deze betreffen verantwoording met betrekking tot getrouwheid en rechtmatigheid. Ze komen tot uitdrukking in de balans en het overzicht van baten en lasten. Dit zijn het calculatiecriterium, valuteringcriterium, adresseringscriterium, volledigheidscriterium, aanvaardbaarheidscriterium en leveringscriterium.

Daarnaast is er een aantal criteria waarbij de verantwoording specifiek gaat over rechtmatigheid. Deze komen wel tot uitdrukking in de rechtmatigheidsverantwoording:

  • -

    begrotingscriterium: de financiële handelingen passen binnen het kader van de geautoriseerde begroting;

  • -

    voorwaardencriterium: voorwaarden in wet- en regelgeving worden nageleefd, zoals subsidievoorwaarden;

  • -

    misbruik en oneigenlijk gebruik criterium: er vindt een toetsing op juistheid en volledigheid van gegevens die door derden zijn verstrekt plaats, met het oog op het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik.

Eerste lid

In relatie tot de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording is in het eerste lid opgenomen dat het bestuur bij aanvang van iedere raadsperiode vaststelt op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken geïnformeerd wil worden over rechtmatigheid (Kadernota rechtmatigheid 2023, augustus 2021).

Tweede lid

In het tweede lid stelt het bestuur de verantwoordingsgrens vast, waarboven het bestuur moeten rapporteren (Kadernota rechtmatigheid 2023, augustus 2021). Deze grens moet tussen 0 en 3% liggen van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves.

Derde lid

Het derde lid geeft aan boven welk bedrag afzonderlijke afwijkingen nader moeten worden toegelicht (rapportagegrens).

Artikel 8. Voorwaardencriterium

Eerste lid

In het eerste lid wordt de definitie weergegeven van het voorwaardencriterium, het zogenaamde “normenkader”.

Tweede lid

Artikel 8 geeft aan dat jaarlijks het normenkader ten aanzien van de rechtmatigheidsverantwoording door de gemeenteraad moet worden vastgesteld en voor een bepaalde datum aan het bestuur moet worden aangeboden.

Artikel 9. Begrotingscriterium

Eerste lid

Artikel 9 gaat expliciet in op de begrotingsrechtmatigheid. In het eerste lid wordt het begrip begrotingsrechtmatigheid gedefinieerd.

Tweede lid

De baten en lasten moeten zich bewegen binnen de door het bestuur goedgekeurde en vastgestelde budgetplafonds. Indien er een overschrijding plaatsvindt is er in principe sprake van een begrotingsonrechtmatigheid. Dat is geregeld in het tweede lid.

Artikel 10. Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium

Eerste lid

Dit artikel voorziet in het zogenaamde “misbruik en oneigenlijk gebruik criterium”. In het eerste lid wordt het criterium gedefinieerd. Van misbruik is sprake bij het opzettelijk niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens met als doel ten onrechte overheidssubsidies of -uitkeringen te verkrijgen of niet dan wel een te laag bedrag aan heffingen aan de overheid te betalen. Van oneigenlijk gebruik is sprake indien bij het aangaan van rechtshandelingen, al dan niet gecombineerd met feitelijke handelingen, het verkrijgen van overheidsbijdragen of het niet dan wel tot een te laag bedrag betalen van heffingen aan de overheid, in overeenstemming met de bewoordingen van de regelgeving is maar in strijd met het doel en de strekking daarvan is.

Tweede lid

Aan het bestuur wordt opgedragen om regels op stellen voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.

Artikel 11. Waardering en afschrijving vaste activa

In dit artikel zijn nadere regels gesteld over de waardering en afschrijving van vaste activa.

Artikel 12. Reserves en voorzieningen

Voor reserves en voorzieningen wordt verwezen naar artikel 21 van de regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie H2O.

Artikel 13. Kostprijsberekening

Met de herziening van het BBV met ingang van 2017 moeten de overheadkosten apart worden verantwoord. De activiteiten die de BVO H2O uitvoert behoren allemaal tot overhead en moeten bij de deelnemende gemeenten als zodanig zichtbaar worden gemaakt. In het tweede lid is aangegeven hoe de rentekosten van het vreemde vermogen middels een omslagrente over de desbetreffende begrotingsposten worden verdeeld.

Artikel 14. Prijzen economische activiteiten

Als de BVO H2O goederen, diensten of werken levert aan overheidsbedrijven of derden dan mag zij deze activiteiten niet bevoordelen als het economische activiteiten betreffen. Economische activiteiten zijn hier activiteiten waarmee in concurrentie met andere ondernemingen wordt getreden.

Het bevoordelingsverbod houdt feitelijk in, dat in ieder geval een integrale kostprijs voor de levering van goederen, diensten werken en het verstrekken van leningen garanties en kapitaal in rekening moet worden gebracht.

Artikel 15. Financieringsfunctie

Artikel 212 van de Gemeentewet bevat de bepaling, dat de financiële verordening in elk geval regels voor de algemene doelstelling en de te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie bevat. Artikel 15 geeft invulling aan deze plicht. De kaders voor de financiële organisatie van de financieringsfunctie staan in artikel 18 van deze verordening.

Het tweede lid bepaalt, dat het bestuur in ieder geval eens in de 4 jaar een geactualiseerd Treasurystatuut aanbiedt.

Artikel 16. Paragrafen en onderdelen

In artikel 16 is aangegeven welke paragrafen in elk geval moeten zijn opgenomen in de begroting en jaarstukken van de BVO H2O. In artikel 11 van het BBV is aangegeven uit welke verplichte onderdelen deze paragrafen moeten bestaan.

Artikel 17. Administratie

Onder artikel 17 zijn algemene bepalingen opgenomen voor de inrichting van de administratie van de BVO H2O. Op hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens systematisch moeten worden vastgelegd en aan welke eisen deze gegevens en de vastlegging er van moeten voldoen.

Artikel 18. Financiële organisatie

Artikel 18 geeft de uitgangspunten voor de financiële organisatie en draagt het bestuur op hiervoor zorg te dragen. Het bestuur is op grond van artikel 160 van de Gemeentewet bevoegd regels te stellen over de ambtelijke organisatie. Deze bevoegdheid betreft ook het stellen van regels voor de financiële organisatie, blijkt uit het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State en het nader rapport uit 2003 over de wijziging van artikel 212 van de Gemeentewet.

Artikel 18 geeft een opsomming op welke terreinen van de financiële organisatie het bestuur beleid en interne regels moet stellen.

De uitgangspunten voor de financiële organisatie zijn nodig om voor het financieel beheer en het financieel beleid aan de eisen voor rechtmatigheid, controle en verantwoording te voldoen. Ze creëren de randvoorwaarden, waarop de interne controle en de accountantscontrole kan steunen bij het onderzoek naar de rechtmatigheid van de beheershandelingen met een financieel gevolg en de getrouwheid van de jaarrekening.

Artikel 19. Interne controle

Eerste lid

De accountant toetst jaarlijks of de rekening van de BVO H2O een getrouw beeld geeft van de financiën. Het eerste lid draagt het bestuur op maatregelen te treffen, zodat gedurende het jaar of vooraf aan de accountantscontrole de BVO H2O zelf nagaat of de cijfers in de administraties een getrouw beeld geven en of de financiële beheershandelingen die aan de baten, de lasten en de balansmutaties ten grondslag liggen, rechtmatig (zijn) verlopen.

Tweede lid

Het tweede lid bepaalt, dat het bestuur maatregelen treffen, zodat wordt gecontroleerd of de administratie van materiële bezittingen zoals gebouwen, voertuigen, computers, voorraden en de administratie van het financieel vermogen zoals aandelen en overeenkomsten van leningen, geldmiddelen, debiteurenvorderingen e.d. overeenkomen met hetgeen de BVO H2O daadwerkelijk bezit. Voor veel van deze bezittingen wordt een jaarlijkse controle gevraagd.

Artikel 20. Inwerkingtreding en intrekking oude regeling

In dit artikel is in het eerste lid de ingangsdatum opgenomen. Deze verordening treedt vanaf het verslagjaar 2025 in de plaats van de verordening die op 1 januari 2025 is vastgesteld.

Artikel 21. Citeertitel

In dit artikel wordt de naam gegeven waarmee in gemeentelijke stukken naar deze verordening kan worden verwezen.