Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR763658
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR763658/1
Geldend van 24-07-2026 t/m heden
1 Projectbesluit
1.1 Introductie
Dit projectbesluit ziet toe op de uitvoering van de aanvullende primaire kering hoogwaterbescherming Willem-Alexanderhaven.
1.2 Projectbeschrijving
Het projectgebied van de dijkversterking bevindt zich binnen het grondgebied van de gemeente Roermond. Het dijktraject beschermt de Designer Outlet en de Willem- Alexanderhaven, ten noorden van het centrum en ten noordwesten van de provinciale weg (N280). Ten zuidoosten langs het projectgebied ligt de lokale weg Mijnheerkensweg (deels parallel aan de N280). Het dijktraject (76-2) loopt in de huidige situatie deels langs de Schipperswal en is deels aanwezig langs de waterlijn als damwandconstructie.
In het in 2022 vastgestelde en goedgekeurde projectplan Waterwet voor Willem-Alexanderhaven is een aantal bedrijven buitendijks gebleven. Port of Roermond Coöperatief U.A. heeft vervolgens samen met Waterschap Limburg, de provincie Limburg en de gemeente Roermond een samenwerkingsovereenkomst gesloten, waarin de ambitie en intentie is uitgesproken om de bedrijven van de Willem-Alexanderhaven middels een aanvullende primaire kering hoogwaterbescherming te bieden. De minister van Infrastructuur & Waterstaat heeft op 24 september 2024 ingestemd met het realiseren van deze aanvullende primaire kering.
Deze afspraken hebben ertoe geleid dat thans een oplossing is gevonden waarbij, complementair aan het in 2022 vastgestelde en goedgekeurde projectplan (VKA-ontwerp) en de daarmee geboden hoogwaterbescherming, ook voor deze bedrijven perspectief ontstaat op hoogwaterbescherming. De oplossing, waarvoor onderhavig projectbesluit is opgesteld, bestaat uit aanvullende versterkingsmaatregelen (primaire waterkeringen) voor de Willem-Alexanderhaven.
Bij de vaststelling en goedkeuring van het Projectplan in 2022 bestond er nog geen zekerheid over de haalbaarheid van aanvullende versterkingsmaatregelen. Met voorliggend projectbesluit, en na afweging van alle belangen en op basis van volledig draagvlak van alle betrokken partijen, lijkt deze duidelijkheid over de haalbaarheid en zekerheid van realisatie van extra maatregelen inmiddels in voldoende mate te zijn verzekerd. Na inwerkingtreding van dit projectbesluit, en na ondertekening van de benodigde overeenkomsten tussen Partijen, zal het Dagelijks Bestuur delen van het eerder in 2022 goedgekeurde Projectplan (VKA) intrekken. Door realisatie van de extra versterkingsmaatregelen worden in dat geval, op initiatief en met medefinanciering van de deelnemende havenbedrijven, extra bedrijven beschermd en worden conform de beschrijving in onderhavig projectbesluit aangepaste tracés voor de primaire waterkering, en een nieuwe aansluiting op hoge grond om de waterkering te sluiten, gerealiseerd.
De aanvullende primaire kering Willem-Alexanderhaven, bestaande uit de secties 1a, 1b, 2, 3, 3b1, 3c, 12 en 3d, is weergegeven in figuur 1-1 met een rode omlijning en in Bijlage 1 Plankaart. Het project, met een totale lengte van 940 meter, bestaat uit een combinatie van logistieke kaden, in het bestaande talud aan te brengen damwandconstructies (kerende wanden talud) en in het terrein te realiseren kerende wanden. Het ontwerp van de primaire kering heeft een kruinhoogte (ontwerphoogte) variërend over het dijktraject van NAP + 22,30 meter tot en met NAP + 22,50 meter. Het permanent ruimtebeslag en het voor de aanleg benodigd tijdelijk ruimtebeslag is weergegeven in Bijlage 1 Plankaart.

Sectie 1a, 1b, 2 en 3 (Besix) (zie Bijlage 1 Plankaart)
Besix is een multidisciplinair bouwbedrijf in de maritieme sector, civiele bouw en complexe utiliteitsbouw. Op het terrein in Roermond wordt asfalt geproduceerd voor infrastructurele projecten. Op het terrein staat onder andere een asfaltinstallatie, een asfalt- en wegenbouwlaboratorium en liggen materialen opgeslagen. De huidige kering langs het terrein van Besix bestaat uit een L-wand zonder kwelscherm (NAP + 20,9 meter hoog). De kering ten oosten van het terrein van Besix bestaat uit een onverankerde damwand. De kering wordt door Besix deels gebruikt als wand ter depotvorming, waar tegenaan grondstoffen worden opgeslagen. In de huidige situatie bestaan de oevers van sectie 1b, 2 en 3 uit een natuurlijk talud van ongeveer 1:2 dat volledig is begroeid. De nieuwe logistieke kade in sectie 1b heeft een lengte van 95 meter. De nieuwe kerende wand talud in sectie 2 heeft een lengte van 95 meter en de nieuwe logistieke kade in sectie 3 heeft een lengte van 164 meter en sluit aan op de logistieke kade van Koopmans.
Voor de dijkverbetering wordt de huidige primaire kering langs Besix vervangen door een nieuwe verticale constructie langs de waterkant (zie figuur 1-2). De huidige primaire kering verliest zijn status en zal onder andere als keermuur dienst blijven doen. Op de grens tussen Besix en Koopmans zal de huidige primaire kering worden verwijderd.

In het zuidwesten sluit het traject met de nieuwe logistieke kade BESIX (sectie 1a) aan op de bestaande damwandconstructie langs de waterlijn van de Schippershaven. De nieuwe logistieke kade heeft een lengte van 90 meter en wordt deels achter de bestaande logistieke kade gerealiseerd. De nieuwe logistieke kade zal gebruikt worden voor het laden en lossen van containers en droge bulk.
De nieuwe logistieke kaden (sectie 1a, 1b en 3) worden ontworpen als verankerde damwandconstructie
met een doorlopende ankergording aan de achterzijde van de damwandconstructie. Een
overzicht van de detaillering van logistieke kade) is getoond in figuur 1-3. Aan de
voorzijde van de damwandconstructie wordt gebaggerd en vervolgens wordt bodembescherming
toegepast. De verankering bestaat uit groutankers. Aangrijpingshoogte van de verankering
is NAP +18,0 m. De bovenkant van de damwand wordt afgewerkt met een stalen deksloof
voor een nette en afgewerkte uitstraling en maakt het mogelijk om kleine beschadigingen
(door het installeren van de damwanden) aan de bovenzijde van de damwand te verbergen.
De nieuwe kaden worden niet voorzien van bolders. Er worden wel haalpennen met een
capaciteit van 250 kN toegepast. De in het referentieontwerp voorziene hart-op-hart
(h.o.h)-afstand van de haalpennen is 25,2 m. De niveaus waarop de haalpennen worden
geïnstalleerd zijn NAP +21,0 m en NAP+17,7 m. De nieuwe kaden worden voorzien van
wrijfhout. Voor het ontwerp van de wrijfgordingen en -stijlen wordt uitgegaan van
de toegepaste wrijfgordingen en -stijlen, zoals reeds toegepast bij de bestaande kaden
van Kalle&Bakker en Sif.
In het ontwerp van de nieuwe logistieke kade en kerende wanden wordt uitgegaan van
de toepassing van ladders, met een onderlinge afstand van maximaal 30 m (conform RVW
2020, paragraaf 4.9.5). De bovenzijde van de damwand wordt afgewerkt met een stalen
deksloof. Aangezien het maaiveld achter de kade circa 1,0 m onder niveau bovenkant
damwand wordt uitgevoerd is er geen leuningwerk o.i.d. benodigd t.a.v. valbeveiliging.
Tot slot wordt er ter hoogte van sectie 1a een rioolput inclusief schuifafsluiter
voorzien op de rioolleiding (overstort) van de Gemeente Roermond, om deze doorgang
in de waterkering bij hoogwater te kunnen afsluiten.

De kerende wand talud (sectie 2) wordt ontworpen als verankerde damwandconstructie met een doorlopende ankergording aan de achterzijde van de damwanden. De damwand wordt aangebracht in het bestaande talud op het niveau van ca. NAP +17 m, net boven de gemiddelde buitenwaterstand en net binnen de erfgrens. Omdat het niet mogelijk is gebleken dat de damwand onverankerd blijft, wordt een verankering aangebracht met aangrijpingshoogte op NAP +18,0 m. De bovenkant van de damwand wordt afgewerkt met een stalen deksloof.
Secties 4 en 5 (Koopmans en Varo) (zie Bijlage 1 Plankaart)
De secties 4 en 5 komen overeen met de dijkvakken 6 en 7 uit het eerder goedgekeurde projectplan Waterwet dijkverbetering Willem-Alexanderhaven Roermond en worden overeenkomstig het projectplan uitgevoerd. Deze secties maken geen onderdeel uit van het projectbesluit, maar zijn voor de samenhang wel weergegeven op de plankaart.
Sectie 3b1 en 3c (Kalle&Bakker / Sif) (zie Bijlage 1 Plankaart)
Ter hoogte van (toekomstige) kerende wand 3b1 bevindt zich over een deel van de sectie een bestaande damwand. Over het geheel van deze sectie is aan de kant van het bedrijventerrein Menten een muur van legioblokken aanwezig. Deze kunnen mogelijk de installatie van de damwand hinderen. Bij de uitvoering van de werkzaamheden dient hiermee rekening te worden gehouden. Plaatsing van de damwanden is voorzien vanaf het bedrijventerrein Kalle & Bakker waarvoor tijdelijk ruimtebeslag is benodigd. Door deze werkwijze kunnen de legioblokken rond het bedrijventerrein van Menten blijven staan. Op het perceel van Menten ligt een vloeistofdichte betonnen vloer, welke zijn functie dient te behouden. Derhalve is hier voor het aanbrengen van de damwanden een trilling arme inbrengmethode vereist. Ter hoogte van sectie 3c is gedeeltelijk een hekwerk aanwezig met begroeiing eromheen. Deze dient vermoedelijk verwijderd te worden ter installatie van de kerende wand. Tussen secties 3b1 en 3c ligt de toegangsweg van het perceel Kalle&Bakker.
Op de grens tussen het terrein van Menten en het terrein van Kalle&Bakker en in een rechte lijn over het Sif terrein wordt middels een damwand aangesloten op de bestaande logistieke kade van Sif (zie figuur 1-4). Om een coupure te voorkomen zal de toegangsweg tot het terrein van Kalle&Bakker plaatselijk verhoogd worden om de nieuwe aan te brengen damwand te kunnen kruisen. De damwanden lopen hier ook voor een stuk parallel aan deze toegangsweg. De lengte van de damwanden 3b1 en 3c zijn respectievelijk 75 meter en 85 meter.

De nieuwe damwanden worden ontworpen als onverankerde damwandconstructie. De bovenzijde van de damwand wordt afgewerkt met een stalen deksloof. Er wordt vanuit gegaan dat het maaiveld aan weerszijden van de damwand met een verharding wordt afgewerkt, zodat toekomstige ontgrondingen niet kunnen optreden. De damwanden van de kerende constructie worden voorzien van een stalen deksloof om de bovenzijde van de damwandconstructie af te dekken en te beschermen tegen invloeden van buitenaf, zoals weersomstandigheden en slijtage. Deze deksloof zorgt ook voor een nette en afgewerkte uitstraling en maakt het mogelijk om kleine beschadigingen (door het installeren van de damwanden) aan de bovenzijde van de damwand te verbergen.
Sectie 12 (Sif) (zie Bijlage 1 Plankaart)
Sif bestaat sinds 1948 en is een van de grootste fabrikanten van stalen buizen voor de offshore-windindustrie. Hier bevindt zich een bestaande logistieke kade. Dit is een verankerde damwandconstructie met een doorlopende ankergording aan de achterzijde van de damwandconstructie. Deze bestaande logistieke kade heeft een hoogte van 22.00 m+NAP en voldoet daarmee als primaire waterkering. Aan de voorzijde van de damwandconstructie wordt ten behoeve van de stabiliteit van de kadeconstructie over een lengte van ca.180 meter eerst gebaggerd en vervolgens wordt bodembescherming toegepast.

Sectie 3d (Mijnheerkensweg) (zie Bijlage 1 Plankaart)
Ter hoogte van sectie 3d is een betonnen keerwand aanwezig. Deze dient verwijderd te worden ter installatie van de damwand.
In een rechte lijn in het verlengde van de logistieke kade van Sif wordt ten slotte met een kerende wand aangesloten op de hoge grond van de N280 (zie figuur 1-5), zodat de primaire keringslijn wordt gesloten. De lengte van de kerende wand is ca. 62 meter. Om een coupure door deze kerende wand te voorkomen zal de Mijnheerkensweg plaatselijk verhoogd worden. De Mijnheerkensweg wordt in een helling van ca. 1:10 opgehoogd naar NAP+22.5 m met een berm van ca. 30 cm breed. Parallel aan deze ophoging wordt een keerwand voorzien, zodat het maaiveld aan de waterzijde niet opgehoogd hoeft te worden. Het verkeerstechnisch ontwerp wordt in afstemming met gemeente Roermond als wegbeheerder nog nader gedetailleerd. Voor het benodigd ruimtebeslag is reeds in voldoende mate rekening gehouden bij de beoordeling van milieueffecten. Qua detaillering zal het verkeerstechnisch ontwerp overeen komen met het ontwerp in het projectplan Waterwet.

De nieuwe kerende wand wordt ontworpen als onverankerde damwandconstructie. De bovenzijde van de damwand wordt, waar deze niet ondergronds zit, afgewerkt met een stalen deksloof. De damwanden van de kerende wanden worden voorzien van een stalen deksloof om de bovenzijde van de damwandconstructie af te dekken en te beschermen tegen invloeden van buitenaf, zoals weersomstandigheden en slijtage. Deze deksloof zorgt ook voor een nette en afgewerkte uitstraling en maakt het mogelijk om kleine beschadigingen (door het installeren van de damwanden) aan de bovenzijde van de damwand te verbergen.
1.3 Maatvoering
Het ontwerp van de aanvullende kering bestaat uit een verticale constructie met een ontwerphoogte variërend over de lengte van het traject van NAP +22,30 m tot NAP +22,50 m. De kering bestaat uit:
-
Logistieke kaden (verticale constructie met een horizontale bodem).
-
Kerende wanden talud (verticale constructie met een voorliggend talud).
-
Kerende wanden (met aan beide zijden maaiveld).
In Bijlage 2 Integrale ontwerpnota primaire keringen is een uitgebreide toelichting opgenomen over de ontwerpen. De ontwerptekeningen met afmetingen en dwarsprofielen op basis waarvan het project wordt uitgevoerd, zijn opgenomen in Bijlage 3 Ontwerptekeningen. Het is niet uit te sluiten dat in de uitvoering kleine afwijkingen ontstaan van de maatvoering zoals opgenomen in de ontwerptekening. Dit is inherent aan de aard van de werkzaamheden voorkomend uit de praktisch en noodzakelijke grofmazigheid van de uitvoeringswerkzaamheden en machines. Voorwaarde is wel dat de ontwerptekeningen de grens van het projectgebied, zoals vastgelegd in dit projectbesluit, niet overschrijden.
2 Uitvoering
2.1 Ontwerpuitgangspunten
Voor het ontwerp van de aanvullende primaire kering zijn onder meer de onderstaande ontwerpuitgangspunten gehanteerd.
-
De primaire kering dient te voldoen aan de wettelijke overstromingsnorm. Voor normtraject 76-2 geldt een signaleringswaarde van 1/300 per jaar en een ondergrenswaarde van 1/100 per jaar.
-
De waterkering dient te voldoen aan een faalkanseis op doorsnedeniveau voor hoogte kunstwerk (HTKW) van 1/193 per jaar. Voor de hoogtebepaling wordt uitgegaan van een kritiek overslagdebiet van 5,0 l/m/s, zichtjaar 2075 of 2125 en klimaatscenario W+.
-
Voor nieuwe kaden is de hoogte van de kering afgestemd op het hydraulisch belastingniveau voor het zichtjaar 2125. Voor kaden waar de basis van de bestaande kade wordt hergebruikt is de hoogte van de kering afgestemd op het hydraulisch belastingniveau voor het zichtjaar 2075.
|
sectie |
naam |
hoogte kering (m+NAP) |
|
1a/1b |
nieuwe logistieke kade |
22,50 |
|
2 |
kerende wand talud |
22,50 |
|
3 |
nieuwe logistieke kade |
22,40 |
|
3b1 |
kerende wand |
22,40 |
|
3c |
kerende wand |
22,40 |
|
12 |
bestaande logistieke kade |
22,00 |
|
3d |
kerende wand |
22,30 |
-
De primaire waterkering dient te worden ontworpen uitgaande van zichtjaar 2125 voor constructies (ontwerplevensduur 100 jaar) en dient te zijn ontworpen als primaire waterkering.
-
Voor aanpassingen aan bestaande constructies is er de mogelijkheid om de aangepaste constructie te ontwerpen volgens NEN 8700 en NEN 8707. Waterschap Limburg
hanteert een minimale restlevensduur van 50 jaar voor primaire waterkeringen. -
In het geval van een kademuur die tevens fungeert als waterkering dient voldaan te worden aan zowel de eisen conform de Eurocode (Bouwbesluit) als de eisen vanuit de Waterwet. Voor toetsing conform het Bouwbesluit dienen de betrouwbaarheids- en gevolgklassen RC2/CC2 – en daarmee een minimale betrouwbaarheid over de gehele levensduur van 𝛽 = 3,8 te worden aangehouden.
-
Voor het ontwerp van de bodemligging voor de logistieke kades dient een bodemdiepte van NAP +12,50 aangehouden te worden.
-
Daar waar noodzakelijk wordt bodembescherming aangebracht voor de stabiliteit van de (onderwater)taluds van de kerende wanden.
-
Ter plaatse van de nieuwe kaden wordt bodembescherming aangebracht, waarbij het niveau bovenkant bodembescherming NAP +12,50 m bedraagt. Het niveau realisatie baggerwerk bedraagt NAP +12,00 m uitgaande van een laagdikte van 0,50 m en de constructiediepte bedraagt NAP +11,50 m uitgaande van 0,50 m geroerde grond.
-
Voor de nieuwe kaden bij Besix wordt er van uitgegaan dat het maaiveld wordt opgehoogd tot 1,0 m beneden bovenkant damwand. Voor kerende wanden talud wordt ervan uitgegaan dat het maaiveld wordt opgehoogd tot de ter plaatse aanwezige hoogte van het terrein.
-
De waterstand volgens de norm is locatiespecifiek. Voor Waterschap Limburg is uitgangspunt om in de gehele haven te rekenen met een waterstand bij norm van NAP +22,10 m (zichtjaar 2125) of NAP +21,70 m (zichtjaar 2075).
-
Voor de maatgevende schepen dient te worden uitgegaan van CEMT-klasse Vb.
2.2 Permanente maatregelen
Ten behoeve van de dijkversterking vinden diverse permanente maatregelen plaats. Deze maatregelen vinden plaats in het ‘permanent ruimtebeslag’ zoals weergegeven in Bijlage 1 Plankaart.
Sectie 1a/1b (zie Bijlage 1 Plankaart)
-
Verwijderen beplanting;
-
Maatregelen dijkversterking: nieuwe logistieke kaden d.m.v. verticale damwandconstructie inclusief deksloof;
-
Aanbrengen verankering van nieuwe damwandconstructie d.m.v. groutankers;
-
Aanbrengen bodembescherming d.m.v. steenbestorting;
-
Kabels en leidingen: rioolleiding voorzien van rioolput inclusief schuifafsluiter (sectie 1a).
Sectie 2 (zie Bijlage 1 Plankaart)
-
Verwijderen beplanting;
-
Maatregelen dijkversterking: plaatsen kerende wand talud d.m.v. damwandconstructie inclusief deksloof);
-
Aanbrengen verankering van nieuwe damwandconstructie d.m.v. groutankers;
-
Aanbrengen bodembescherming d.m.v. steenbestorting;
-
Aanbrengen vervangende groenvoorzieningen.
Sectie 3 (zie Bijlage 1 Plankaart)
-
Verwijderen beplanting;
-
Maatregelen dijkversterking: nieuwe logistieke kaden d.m.v. verticale damwandconstructie inclusief deksloof;
-
Aanbrengen verankering van nieuwe damwandconstructie d.m.v. groutankers;
-
Aanbrengen bodembescherming d.m.v. steenbestorting.
Sectie 3b1(zie Bijlage 1 Plankaart)
-
Maatregelen dijkversterking: plaatsen kerende wand (onverankerde damwandconstructie inclusief deksloof).
Sectie 3c (zie Bijlage 1 Plankaart)
-
Verwijderen beplanting;
-
Maatregelen dijkversterking: plaatsen kerende wand (onverankerde damwandconstructie inclusief deksloof) en plaatselijk ophogen Mijnheerkensweg;
-
Kabels en leidingen: stalen buis door damwand en plaatsen van twee putten inclusief schuifafsluiter.
Sectie 12 (zie Bijlage 1 Plankaart)
Sectie 3d (zie Bijlage 1 Plankaart)
2.3 Tijdelijke maatregelen en voorzieningen
Ten behoeve van de dijkversterking vinden verschillende tijdelijke werkzaamheden plaats. Deze werkzaamheden vinden plaats in het 'tijdelijk ruimtebeslag zoals weergegeven in Bijlage 1 Plankaart. Binnen dit tijdelijk ruimtebeslag dient de aannemer haar werkzaamheden te organiseren. Indien een aannemer aanvullende gronden nodig heeft voor realisatie, dient de aannemer daar zelf aanvullende afspraken over te maken. Het betreft de volgende tijdelijke werkzaamheden:
-
rij- en werkstroken, waaronder een bypass bij de Mijnheerkensweg en een bypass op het terrein van Sif
-
werkterreinen
-
tijdelijke depots
Voor dit tijdelijke ruimtebeslag is een inschatting gemaakt. Deze inschatting vormt het vertrekpunt bij de gesprekken over het tijdelijke gebruik met de grondeigenaren, bedrijven en/of gebruikers te regelen. Dit tijdelijke ruimtebeslag wordt in een latere fase definitief vastgesteld op basis van de uitvoeringswijze van de aannemer. Voorafgaand aan de werkzaamheden zal de aannemer de bouwlogistiek inzichtelijk maken en afstemmen met de gemeente, als onderdeel van de te verkrijgen omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Via de bypass blijven de bedrijven bereikbaar (en ontsloten) tijdens de werkzaamheden.
Bij werkzaamheden op of aan de waterkering dient het bestaande veiligheidsniveau altijd aantoonbaar geborgd te zijn. Daarvoor wordt een noodplan opgesteld dat door het waterschap moet worden goedgekeurd alvorens de werkzaamheden kunnen beginnen.
2.4 Bouw- en aanlegfase
De aanvullende primaire kering wordt via de volgende stappen gerealiseerd:
-
Verwijderen beplanting op bestaande kade/percelen en eventueel verwijderen oeverbescherming.
-
Slopen/verwijderen van bestaande en omliggende constructies.
-
Graven heisleuf voor nieuwe damwand.
-
Aanbrengen damwanden voor kerende wand en kademuur door middel van intrillen en eventueel afheien.
-
Aanbrengen grout injectie-ankers kerende wand en kademuur.
-
Aanvullen achter de wand tot maaiveldniveau. In functie van de stijfheid van de grond op de gording tijdens de voorspanfase kan er een tussenpeil worden gekozen voor deze aanvulling.
-
Afspannen ankers inclusief controle- en/of geschiktheidsproef op alle ankers.
-
Baggeren onderwatertalud voor logistieke kade aan havenzijde.
-
Aanbrengen bodembescherming.
-
Aanbrengen kademeubilair: haalpennen, wrijfstijlen, wrijfgordingen en ladders.
-
Aanbrengen stalen deksloof.
-
Aanbrengen verharding.
Hierbij wordt speciale aandacht geschonken aan de uitvoerbaarheid rondom secties 1a en 1b, gegeven de interferentie met de bestaande logistieke kade. Hier moet gewerkt worden met een steunberm op de bestaande verankering (legankers) veilig te kunnen lossen. Vervolgens kan de nieuwe damwand worden geïnstalleerd volgens bovenstaand principe. De precieze uitvoering hiervan wordt nog nader uitgewerkt.
2.5 Beheer en onderhoud
Waterschap Limburg is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de waterkering en de bijbehorende beschermingszones. Een en ander staat beschreven in het Beleidsplan Waterkeringen 2024 van Waterschap Limburg. Het uitgangspunt van het beheer is hierbij een waterstaatkundig beheer van de dijktaluds. Het dagelijks onderhoud tijdens de uitvoering van de dijkversterking is ondergebracht bij de aannemer. Het dagelijks onderhoud na oplevering van het werk, wordt door de onderhoudsplichtigen uitgevoerd. Doorgaans is Waterschap Limburg de onderhoudsplichtige, tenzij anders aangegeven op de onderhoudslegger. Waterschap Limburg is verantwoordelijk voor het in stand houden van het profiel van de waterkering (de dijkversterking is daar een onderdeel van).
In het kader van de dijkversterking in Willem-Alexanderhaven vinden verschillende wijzigingen plaats met betrekking tot beheer en onderhoud (B&O). Hieronder volgt een overzicht van de gemaakte afspraken met betrekking tot voorgenomen B&O-activiteiten:
-
Onderhoud van dubbelfuncties ter plaatse van logistieke kades, zoals afmeervoorzieningen, haalpennen, ladders e.d. berust niet bij het waterschap maar is de verantwoordelijkheid van de bedrijven;
-
Over toegankelijkheid tot de primaire kering voor inspectie, onderhoud, vervanging en bij calamiteiten worden met de bedrijven concrete afspraken gemaakt;
-
De havenbeheerder is verantwoordelijk voor het in stand houden en het monitoren van de aan te brengen bodembescherming;
-
In relatie tot het gebruik van de logistieke kades gelden beperkingen ten aanzien van toegestane bovenbelasting en de afstand tot waterkering. Uitgangspunt hierbij is het voorkomen van activiteiten welke de integriteit van de kering nadelig beïnvloeden;
-
Het is niet toegestaan extra dubbelfuncties toe te voegen aan het gebruik of belasting van de logistieke kades, anders dan het voorziene gebruik als loswal;
-
Als gevolg van hergebruik van reeds aanwezige constructies is (deels) sprake van adaptief versterken. Dit is van invloed op de toetsing en programmering i.r.t. levensduur.
Als onderdeel van het opleverdossier van het project zal er een B&O-plan worden opgesteld. Dit B&O-plan wordt in samenspraak met de beherende instanties samengesteld en door deze instanties goedgekeurd.
Calamiteiten
In tijden van extreme droogte of hoogwater treedt de calamiteitenorganisatie van het
waterschap in werking. In het calamiteitenplan van Waterschap Limburg en in de calamiteitenbestrijdingsplannen
met een specifieke scope is hierover meer informatie te vinden. Het waterschap dient
op grond van haar beheertaak geregeld de waterkering te inspecteren, zowel in de dagelijkse
situatie als bij hoogwater. Een vrije doorgang is dan ook noodzakelijk. Het waterschap
is zo nodig altijd gerechtigd de inspectie of schouw uit te voeren op eigendommen
van derden.
Beheer door derden
Op en langs de waterkeringen liggen elementen die door derden worden beheerd. Het
beheer en onderhoud van Rijks- en provinciale waterstaatswerken, van wegen, natuur
en andere objecten maakt geen deel uit van dit projectbesluit. Het kan zijn dat eigendomsgrenzen
van de beheerders niet samenvallen met het te beheren element of dat de beheergrenzen
overlappend zijn. Hierover maakt het waterschap te zijner tijd nadere afspraken met
overige beheerders.
3 Flexibiliteitsbepaling
3.1 Flexibiliteitsbepaling
Binnen dit projectbesluit worden zowel de projectgrenzen als de benodigde werkruimte (voor o.a. bouwwegen)
beschreven. Deze zijn vastgesteld binnen het ontwerpproces en weergegeven op de plankaart
van het projectbesluit. Waar mogelijk worden functies gecombineerd.
Het referentieontwerp en de inpassingsmaatregelen zijn omgezet naar vlakken die zijn
weergegeven in Bijlage 1 Plankaart. Met de onderstaande flexibiliteitsbepaling wordt enige ruimte geboden hiervan af
te wijken. Bij afwijkingen kan het bijvoorbeeld gaan om optimalisaties van de aannemer
die het werk uit gaat voeren. Afwijken is alleen mogelijk indien wordt voldaan aan
de voorwaarden die in de flexibiliteitsbepaling zijn opgenomen.
Bij de realisatie van de versterking mag worden afgeweken van het ontwerp mits:
-
a.
De gekozen oplossing, zoals beschreven in paragraaf 1.3, niet wijzigt.
-
b.
Het ontwerp blijft binnen het op de plankaart aangegeven permanent ruimtebeslag.
-
c.
Het ontwerp blijft binnen de op de dwarsprofielen aangegeven aanleghoogten.
-
d.
Voldaan wordt aan de in paragraaf 2.1 vermelde randvoorwaarden voor het ontwerp en aan de in hoofdstuk 4 vermelde eisen voor inpassingsmaatregelen.
-
e.
Effecten op de omgeving niet groter zijn dan de effecten die zijn beschreven in dit projectbesluit, inclusief motivering, met bijlagen en in de m.e.r-aanmeldingsnotitie en geen sprake is van andere negatieve gevolgen voor de omgeving.
4 Maatregelen ter beperking of voorkoming van nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving
4.1 Introductie
Op sommige aspecten van de leefomgeving heeft de aanvullende primaire kering een effect. Hiervoor worden aanvullende mitigerende en compenserende maatregelen getroffen. Deze maatregelen worden in de volgende paragrafen niet limitatief opgesomd.
4.2 Flora en fauna
Door de voorgenomen ingreep is mogelijk sprake van negatieve effecten op beschermde soorten of kwalificerende waarden van Natura 2000-gebieden in het kader van de Omgevingswet of effecten op wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Om eventuele negatieve effecten op beschermde soorten en gebieden en benodigde vervolgstappen in het kader van de Omgevingswet in beeld te brengen, is een activiteitenplan opgesteld (Arcadis, 15 december 2025).
Bever
Vastgesteld is dat er activiteiten van bevers aangetroffen zijn in het projectgebied, maar dat er geen hoofdburchten aanwezig zijn en het projectgebied geen essentieel leefgebied is voor de bever.
Wel geldt er tijdens de werkzaamheden een zorgplicht en zal er tijdens de werkzaamheden
rekening gehouden moeten worden met de eventuele aanwezigheid van bevers in de holen.
Dit is met name van belang in sectie 3 (zie Bijlage 1 Plankaart). Het opzettelijke doden/verwonden van bevers is te voorkomen door werkzaamheden ter
hoogte van de (bij)burchten en holen in de oever te starten als de bevers de burcht
hebben verlaten. Om zeker te zijn dat tijdens de werkzaamheden geen bevers aanwezig
zijn in deze sectie dient buiten de kwetsbare voortplantingsperiode (april tot september)
gewerkt te worden. Het werken buiten de gevoelige periode voorkomt het doden/verwonden
van jonge bevers, die vaak achterblijven in de burcht als de ouders worden verstoord.
Daarbij komt dat de werkzaamheden pas kunnen beginnen als er met zekerheid is vastgesteld
dat de bevers de bijburchten en holen verlaten hebben. Dit zal gedaan moeten worden
onder begeleiding van een ecoloog. Zo zal er tijdens en vooraf aan de werkzaamheden
geverifieerd worden dat er inderdaad geen bevers meer aanwezig zijn. Daarna kunnen
de werkzaamheden plaatsvinden op de locaties van de holen en bijburchten.
Ook dienen ontgravingen van de oevers, en daarmee aantastingen aan de bijburchten,
zodanig plaats te vinden dat mogelijke aanwezige bevers de mogelijkheid hebben om
de burcht te verlaten. Individuen wordt de kans geboden om te vluchten door bijvoorbeeld
werkzaamheden in één richting uit te voeren, vluchtwegen open te laten en werkzaamheden
rustig op te bouwen.
Ondanks het treffen van mitigerende maatregelen is het opzettelijk verstoren en het
beschadigen van vaste verblijfplaatsen (bijburchten) niet uit te sluiten. Een omgevingsvergunning
flora en fauna-activiteit is hierom noodzakelijk.
Grote gele kwikstaart
Vastgesteld is dat er een actief nest aanwezig is van de grote gele kwikstaart aan de westzijde van sectie 12 (zie Bijlage 1 Plankaart). Tijdens de werkzaamheden zal daar rekening mee gehouden moeten worden vanwege de beschreven effecten tijdens de realisatiefase. Voor de grote gele kwikstaart mogen er geen werkzaamheden binnen een straal van 100 meter van het nest uitgevoerd worden gedurende het broedseizoen. Het broedseizoen loopt vanaf eind maart tot en met begin september.
In de gebruiksfase zal het nest verdwenen zijn en is het aan te raden om in de nabijheid van of in de kades nestkasten voor de grote gele kwikstaart te plaatsen. Er zullen minimaal 3 kasten binnen een straal van 50 meter van het huidige nest geplaatst moeten worden. Zo kunnen vogels een geschikte nieuwe locatie kiezen. Tevens zal er groen in de buurt van de nestkasten aanwezig moeten zijn om de kasten te laten functioneren.
Voor het nest van de grote gele kwikstaart blijft het ook na het toepassen van mitigerende maatregelen noodzakelijk om een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit aan te vragen voor het opzettelijk verwijderen van een jaarrond beschermd nest.
Algemene zorgplicht
In het algemeen moet voorkomen worden dat bij het doden of vangen van een dier, dat dier onnodig leidt. Hieronder is specifiek aangegeven hoe invulling is gegeven aan de verplichte aspecten voor flora- en fauna-activiteiten of andere activiteiten waarbij redelijkerwijs vermoed kan worden dat dit leidt tot nadelige effecten ten aanzien van natuurbescherming:
-
Neem alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om gevolgen te voorkomen. Voor de hierboven beschreven eisen geldt dat de ingreep of activiteit die wordt getoetst, wordt afgewogen tegen mogelijke effecten. Hieruit volgen maatregelen die effecten mitigeren. Deze maatregelen volgen uit de quickscan flora en fauna (Arcadis, 16 januari 2025) en de toetsing van het soortgericht onderzoek in het activiteitenplan (Arcadis, 25 april 2025). Afhankelijk van de maatregelen kan het voor de initiatiefnemer noodzakelijk zijn om deze op te nemen in een ecologisch werkprotocol. Hiermee is voldoende geborgd dat redelijkerwijs alle maatregelen worden genomen om gevolgen te voorkomen.
-
Voor zover gevolgen niet kunnen worden voorkomen: beperk die gevolgen zoveel mogelijk. Daar waar voorzien was dat effecten niet voorkomen kunnen worden zijn ook ontwerpen aangepast of zelfs afgevallen. Hiermee is voldoende geborgd dat gevolgen zoveel mogelijk zijn beperkt.
-
Maak gevolgen ongedaan. Compenserende maatregelen zijn niet nodig. Zie verder voor implementatie het eerste punt. Hiermee is voldoende geborgd dat gevolgen zo goed als redelijkerwijs mogelijk ongedaan zijn gemaakt.
-
Als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: laat de activiteit achterwege zover dat redelijkerwijs kan worden gevraagd. Zie het tweede punt. Als effecten op geen enkele manier te voorkomen zijn, dan zijn ontwerpen aangepast of zelfs afgevallen. Voor deze maatregel geldt dat effecten zo goed als redelijkerwijs mogelijk is, worden voorkomen of beperkt door maatregelen. Daarnaast geldt hier ook dat de maatregelen een vorm van natuurontwikkeling zijn en de relevante en andere beschermde soorten ook weer een leefgebied hebben na afronding van de werkzaamheden. Hiermee is voldoende geborgd dat activiteiten achterwege worden gelaten als gevolgen onvoldoende te beperken zijn.
Op deze manier wordt voldoende geborgd dat wordt voldaan aan de bovenstaande verplichtingen.
Aanvullende zorgplicht flora- en fauna-activiteit
Indien uit de quickscan of soortgericht onderzoek is gebleken dat er effecten zijn op een beschermde soort is er sprake van een Flora- en fauna-activiteit. Voor flora- en fauna-activiteiten gelden specifiek de volgende verplichtingen:
-
Voorafgaand aan het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid op de locatie of in de directe nabijheid beschermde soorten of voor beschermde soorten leefgebieden of groeiplaatsen aanwezig zijn. De aanwezigheid van beschermde soorten is middels de quickscan en het activiteitenplan onderzocht. Hiermee is voldoende geborgd dat beschermde soorten zijn onderzocht.
-
Als deze aanwijzingen er zijn: wordt vastgesteld of op voorhand op grond van objectieve gegevens nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten voor beschermde dieren, hun nesten, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor beschermde planten; Indien beschermde soorten aanwezig zijn, is onder de effectbeoordeling bepaald of er mogelijk nadelige gevolgen zijn. Hiermee is voldoende geborgd of mogelijk nadelige gevolgen uitgesloten kunnen worden zijn.
-
Als die gevolgen niet kunnen worden uitgesloten: wordt nagegaan welke gevolgen de activiteit kan hebben voor beschermde dieren, hun nesten, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor beschermde planten; Indien nadelige gevolgen aan de orde zijn is onder de effectbeoordeling en toetsing beoordeeld in hoeverre er sprake is van nadelige gevolgen. Hiermee is voldoende geborgd welke gevolgen de activiteit kan hebben indien er sprake is van nadelige gevolgen.
-
Alle passende preventieve maatregelen worden getroffen om die nadelige gevolgen te voorkomen; Indien nadelige gevolgen aan de orde zijn, is aan de hand van mitigerende en compenserende maatregelen bepaald of deze nadelige gevolgen kunnen worden voorkomen. Hiermee is voldoende geborgd of nadelige gevolgen voorkomen kunnen worden.
-
Tijdens en na het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of de getroffen maatregelen de beoogde effecten hebben; Indien de activiteit nadelige gevolgen voor een beschermde soort heeft wordt een ecologisch deskundige betrokken, die deze maatregelen controleert en beoordeelt op functionaliteit. Hiermee is voldoende geborgd dat de maatregelen worden gecontroleerd op functionaliteit.
-
Het verrichten van de activiteit wordt gestaakt als de nadelige gevolgen toch niet worden voorkomen, of, als staken van de activiteit redelijkerwijs niet meer mogelijk is, passende herstelmaatregelen worden getroffen. Indien nadelige gevolgen toch niet worden voorkomen, wordt het werk stilgelegd en worden ecologisch deskundige passende maatregelen getroffen. Hiermee is voldoende geborgd dat nadelige gevolgen worden voorkomen.
Bovenstaande verplichtingen voor een flora- en fauna-activiteit zijn terug te vinden in het activiteitenplan, uitgezonderd de laatste verplichting, welke geborgd dient te worden tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.
4.3 Bomen
Conform het Bomenplan van de gemeente Roermond is het streven om gekapte bomen 1 op
1 te compenseren. Dit blijkt in de praktijk niet altijd mogelijk door de veranderde
inrichting of vigerend beleid. In het kader van herplant is de prioriteit die de gemeente
Roermond stelt als volgt:
1. Gelijkwaardige compensatie op locatie;
2. Gelijkwaardige compensatie in nabijheid van plangebied;
3. Gelijkwaardige compensatie binnen de gemeentegrenzen;
4. Gelijkwaardige compensatie buiten de gemeentegrenzen en alleen na overleg met de
portefeuillehouder.
In mei 2026 is het onderzoek naar de bomeninventarisatie en -compensatie afgerond (Arcadis, 1 mei 2026). Hieruit blijkt dat er in het kader van het projectbesluit voor de primaire kering 41 houtopstanden dienen te worden gekapt. Het gaat daarbij om de volgende houtopstanden:
-
9 platanen, stamdiameter 45 cm en hoogte klasse 15-20 meter;
-
2 platanen, stamdiameter 15 cm en hoogteklasse 5-10 meter;
-
7 Robinia's, stamdiameter 15 cm en hoogte klasse 5-10 meter;
-
2 zwarte elzen, stamdiameter 20 cm en hoogteklasse 5-10 meter;
-
2 ruwe berken, stamdiameter 15 cm en hoogteklasse 5-10 meter;
-
1 gewone es, stamdiameter 20 cm en hoogteklasse 5-10 meter;
-
bomenlaan platanen, bestaande uit 18 platanen, stamdiameter 50 cm en hoogte 15-20 meter.
Alle houtopstanden zijn kapvergunningplichtig.
Nabij het projectgebied is het alleen mogelijk om langs de Mijnheerkensweg (dijkvak 3d) te compenseren. Conform het Bomenplan van de gemeente Roermond worden de houtopstanden 1 op 1 gecompenseerd. Compensatie langs de Mijnheerkensweg vindt plaats door de aanleg van openbaar groen, waarbij dezelfde inrichting wordt behouden als momenteel aanwezig is. Er is ruimte voor 28 bomen, die als laanbomen kunnen worden geplant. De huidige beplanting langs de Mijnheerkensweg bestaat uit grote platanen. In overeenstemming met de huidige situatie vindt herplant plaats met eerste ordegrootte soorten met een boommaat van 16-18 cm (omtrek).
Compensatie van de overige houtopstanden (13 bomen) vindt plaats op de weide te Leeuwen. Er is een beplantingsplan opgesteld (zie bijlage E van de rapportage bomeninventarisatie en -compensatie) om dit terrein op een natuurlijke manier in te richten, met als doel een natuurlijk en landschappelijk verantwoorde beplanting aan te planten en het zicht van aangrenzende bewoners op het industrieterrein te verminderen.
4.4 Archeologie
Het projectgebied kan worden vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkeling. Eventuele toevalsvondsten worden gemeld bij de bevoegde overheid zoals vastgelegd in de Omgevingswet (artikelen 19.8 en 19.9) en de gemeente Roermond.
4.5 Rivierkunde
In het kader van de rivierkundige toetsing van de dijkversterking van Roermond Willem Alexanderhaven is een analyse uitgevoerd naar de verandering van het bergend vermogen van deze dijkversterking. Hieruit is gebleken dat de primaire waterkering van de dijkversterking Roermond Willem Alexanderhaven zorgt voor een afname van het bergend vermogen van 2.846 m3 in het bergend en stroomvoerend regime van de Beleidslijn Grote Rivieren (BGR).
Deze afname van het bergend vermogen moet worden gecompenseerd. In de directe omgeving
van de Willem-Alexanderhaven zijn onvoldoende mogelijkheden om deze afname te compenseren.
Daarom is met Waterschap Limburg overeengekomen om de dijkversterking bij Arcen te
gebruiken om de afname bij Willem-Alexanderhaven te compenseren. De dijkversterking
Arcen zorgt namelijk voor een toename van het bergend vermogen, maar tot nu toe is
niet vastgesteld hoe groot deze toename is. Daarom moet eerst een analyse worden gedaan
naar de verandering van het bergend
vermogen bij Arcen. In Bijlage 4 Verandering bergend vermogen dijkversterking Arcen-Lomm is deze analyse voor Arcen beschreven.
Voor de dijkversterking Arcen is in 2023 een Projectplan Waterwet opgesteld. Momenteel zit de dijkversterking in de uitvoeringsfase. Het project Arcen bestaat zowel uit een systeemmaatregel als een dijkversterking. De systeemmaatregel mag niet worden gebruikt voor compensatie van bergend vermogen bij Willem Alexanderhaven.
De dijkversterking bij Arcen zorgt voor een forse toename van het bergend vermogen
van de rivier van 414.188 m3. Deze toename wordt volledig veroorzaakt door de extra rivierkundige ruimte in het
noorden. De toename bij Arcen is ruimschoots voldoende om het verlies aan bergend
vermogen van
2.846 m3 bij de Willem-Alexanderhaven in Roermond te compenseren. Hiervoor hoeft minder dan
1% van de toename bij Arcen gebruikt te worden.
4.6 Ontplofbare oorlogsresten
Op basis van de resultaten van het "Adviesdocument Quickscan bureauonderzoek plangebied
Prins Willem-Alexanderhaven te Roermond," (RAAP OPEX, 20 november 2024) is een deel
van het projectgebied verdacht op aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten (OO).
Een deel van de geplande werkzaamheden ten behoeve van de primaire kering zal plaatsvinden
binnen het verdachte gebied. Er wordt voorafgaand aan de voorgenomen (grond-)werkzaamheden
een vervolgonderzoek binnen het verdachte gebied een opsporing OO uitgevoerd tot 50
cm onder de maximale ontgraafdiepte (veiligheidszone) of de maximale indringingsdiepte
(10 Mpa laag, 11 tot 15 m +NAP). Gezien de indringingsdiepte en de geplande werkzaamheden
zal de wijze van opsporing bestaan uit realtime detectie en dieptedetectie.
De werkzaamheden die buiten het verdachte gebied gepland zijn kunnen op een reguliere
wijze worden uitgevoerd, het is niet nodig aanvullende maatregelen te treffen omtrent
het opsporen van OO.
4.7 Kabels en leidingen
Sectie 1a (zie Bijlage 1 Plankaart)
De rioolleiding van de gemeente Roermond vormt een potentieel lek in de primaire waterkeringslijn. Dit wordt opgelost door de rioolleiding (overstort) te voorzien van een rioolput inclusief schuifafsluiter.
Sectie 3b1 en 3c (zie Bijlage 1 Plankaart)
De rioolleiding en HWA leiding van de gemeente Roermond lopen onder vrij verval over de landtong. Deze leidingen vormen hiermee een ‘lek’ door de primaire waterkeringslijn. In het geval van maatgevend hoog water kan de riolering vol stromen, waardoor het rioleringsnet van Roermond zwaar wordt overbelast en het maaiveld alsnog kan overstromen. De stroomrichting van dit riool:
-
Rioolleiding overstort BET-800: Mijnheerkensweg → Landtong
-
HWA leiding PVC-315: Landtong → Mijnheerkensweg
Er wordt gewerkt met een tweetal putten per leiding, verbonden met een stalen buis
door de damwand (waterdicht afgelast). Alle putten worden voorzien van een schuifafsluiter,
zodat de riolering bij hoog water niet kan vollopen. Bij de HWA leiding wordt een
noodpomp geplaatst om de waterafvoer te blijven voorzien als de afsluiters zijn gesloten.
Bij de overstortleiding (BET-800) is dit niet nodig vanwege de andere stroomrichting.
Bij de doorvoer van kabels en leidingen door de damwand wordt een deel van de stalen damwand vervangen door een betonnen sectie. In deze betonnen sectie worden Roxtec-afdichtingen (o.g.) geïntegreerd, die tijdens het storten van het beton op de juiste positie worden aangebracht. Deze afdichtingen zorgen voor een waterdichte doorvoer van de kabels en leidingen door de kerende wand, waardoor lekkage wordt voorkomen. Roxtec-afdichtingen bestaan uit modulaire elementen die flexibel kunnen worden aangepast aan de diameter van de door te voeren kabels en leidingen, waardoor een veilige en duurzame afsluiting ontstaat.
Sectie 3d (zie Bijlage 1 Plankaart)
De aansluiting van de kerende wand op de hoge grond van de N280 brengt een conflict met een relatief groot aantal kabels en leidingen. De kabels en leidingen worden vanaf de start ophoging Mijnheerkensweg omgelegd naar een K&L-tracé naast de keermuur, aan de havenzijde. Zodoende hoeven de kabels en leidingen niet te worden opgehoogd en blijven ze toegankelijk voor eventuele werkzaamheden. Op eenzelfde manier als voor secties 3b1/3c worden deze waterdicht door de damwand heen gevoerd via een mantelbuis. Aan de zuidzijde van de ophoging worden deze kabels en leidingen weer terug omgelegd naar het originele tracé. Voor het riool wordt ook hier een aparte verbinding gemaakt door de damwand heen, waarbij er weer met twee putten, schuifafsluiters en een noodpomp wordt gewerkt. Hierdoor wordt ‘het lek’ in de primaire keringslijn gesloten.
5 Geïntegreerde omgevingsvergunningen
5.1 Omgevingsvergunning BOPA
De Ow biedt de mogelijkheid in het projectbesluit te bepalen dat het projectbesluit eveneens geldt als een omgevingsvergunning, indien een dergelijke vergunning voor de uitvoering van het projectbesluit is vereist (artikel 5.52, lid 2, onder a, Ow). Daarmee krijgt het projectbesluit juridisch het karakter van een integraal besluit.
In dit projectbesluit is géén sprake van geïntegreerde omgevingsvergunningen. De benodigde vergunningen worden separaat aangevraagd (waaronder de technische bouwvergunning) zie onder paragraaf 6.1 van dit regelingdeel.
Het projectbesluit geldt van rechtswege als een vergunning voor een BOPA (buitenplanse omgevingsplanactiviteit). Het voorliggende project is gelegen in het omgevingsplan van rechtswege van de gemeente Roermond, met identificatie /akn/nl/act/gm0957/2020/omgevingsplan, in werking sinds 28 januari 2026). In dit omgevingsplan van rechtswege geldt voor onderhavig project het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Willem Alexander" (vastgesteld 13 oktober 2016).
Ter plaatse van de nieuw te realiseren primaire waterkeringen met bijbehorende permanente voorzieningen aan de landzijde (met name de groutankers) geldt de bestemming "Bedrijventerrein". Primaire waterkeringen zijn niet binnen deze bestemming toegestaan. Ter plaatse van de permanente voorzieningen aan de waterzijde (met name bodembeschermende voorzieningen in de vorm van steenbestorting) geldt de bestemming "Water". Bodembeschermende voorzieningen zijn niet binnen deze bestemming toegestaan. Daarmee is de voorgenomen ontwikkeling in strijd met het omgevingsplan, te weten de artikelen 22.26 en 22.280 alsmede de artikelen 3.1, 8.1 en 10.3 van het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Willem Alexander''. Met dit projectbesluit wordt rechtmatig van het omgevingsplan afgeweken.
Daarbij is, gelet op het karakter van het projectbesluit, in overleg met de gemeente Roermond, bepaald dat er geen binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken nodig is (artikel 22.26 van het tijdelijk Omgevingsplan van de gemeente Roermond).
Bij het uitvoeren van de maatregelen, zoals beschreven in dit projectbesluit, wordt
voldaan aan de randvoorwaarden die zijn opgenomen in de Waterschapsverordening, te
weten de zorgplicht en de algemene regels zoals genoemd in hoofdstuk 3 (verrichten van werkzaamheden in/op en nabij waterkeringen) van de Waterschapsverordening.
6 Coördinatie omgevingsvergunningen
6.1 Coördinatie omgevingsvergunning
Tijdens de uitvoering van het projectbesluit vinden activiteiten plaats waarvoor nog omgevingsvergunningen moeten worden aangevraagd. De coördinatieregeling van afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht is op het aanvragen van deze vergunningen van toepassing. Daarbij treedt de provincie op als coördinerend bestuursorgaan. Het vastgestelde projectbesluit en de m.e.r.-beoordelingsbeslissing van de provincie Limburg liggen gelijktijdig met het besluit wijziging werkingsgebieden ter inzage.
Onderstaande omgevingsvergunningen worden gecoördineerd aangevraagd en na beschikking gepubliceerd, kort nadat het projectbesluit is vastgesteld (tweede mandje):
De volgende uitvoeringsbesluiten worden in een latere fase (derde mandje) gecoördineerd aangevraagd:
Bijlage I Overzicht Informatieobjecten
- permanent ruimtebeslag
-
/join/id/regdata/ws0665/2026/972195e333f144749564109d0b5f2527/nld@2026‑06‑29;11292076
- projectbesluit
-
/join/id/regdata/ws0665/2026/0cdd49eb6ac14e6586e9e4da5f3cfc52/nld@2026‑06‑29;11292076
- tijdelijk ruimtebeslag
-
/join/id/regdata/ws0665/2026/eceee195f8864c3bba8481cbbb55f394/nld@2026‑06‑29;11292076
Bijlage II Overzicht Documentenbijlagen
- Bijlage 1 Plankaart
-
/join/id/regdata/ws0665/2026/37958b02c28b4e1e8699febae79b6c2e/nld@2026‑06‑29;11292076
- Bijlage 2 Integrale ontwerpnota primaire keringen
-
/join/id/regdata/ws0665/2026/0a6bedb153614b6e8f0418ed41b4178a/nld@2026‑06‑29;11292076
- Bijlage 3 Ontwerptekeningen
-
/join/id/regdata/ws0665/2026/cd70e7dfdc834892a5129adc6861085d/nld@2026‑06‑29;11292076
- Bijlage 4 Verandering bergend vermogen dijkversterking Arcen-Lomm
-
/join/id/regdata/ws0665/2026/230e74805ba94ddb8211af1c24ab32ba/nld@2026‑06‑29;11292076
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl