Beleidsregel publieke laadinfrastructuur elektrische voertuigen gemeente Baarn 2026

Geldend van 17-06-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel publieke laadinfrastructuur elektrische voertuigen gemeente Baarn 2026

Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn, houdende regels voor het plaatsen en gebruiken van publieke laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen in de openbare ruimte (Beleidsregel publieke laadinfrastructuur gemeente Baarn 2026)

Intitulé

Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn, houdende regels omtrent laadmogelijkheden voor elektrische voertuigen in de openbare ruimte (Beleidsregel publieke oplaadinfrastructuur elektrische voertuigen gemeente Baarn 2026).

Het college van burgemeester en wethouders van Baarn,

Overwegende dat het wenselijk is om een beleidsregel vast te stellen over de locatiekeuze en procedure voor infrastructuur voor het opladen van elektrische voertuigen in de openbare ruimte;

Gelet op het bepaalde in artikel 4:81 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit vast te stellen de “Beleidsregel publieke laadinfrastructuur elektrische voertuigen gemeente Baarn 2026.”

Aanleiding

De gemeente wil vervoer zonder emissies stimuleren, waaronder elektrisch (deel)vervoer. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan het behalen van internationale en lokale doelstellingen om emissieloos te rijden.

Voor het gebruik van elektrische voertuigen is het beschikbaar hebben van een oplaadmogelijkheid essentieel.

Voor zover deze oplaadmogelijkheid in de openbare ruimte moet worden gerealiseerd, is er behoefte aan duidelijke richtlijnen. Daarin voorziet deze beleidsregel. Deze richtlijnen geven duidelijkheid over het plaatsen en gebruiken van een oplaadpaal, waarbij de veiligheid in de openbare ruimte voorop staat. Verder bevatten deze richtlijnen criteria en voorwaarden voor de aanvraagprocedure en locatiebepaling van een oplaadpaal.

Artikel 1 Begrippen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • a. Bezettingsgraad: het percentage tijd dat een oplaadpunt of oplaadobject gedurende een bepaalde periode daadwerkelijk is bezet door een aangesloten elektrisch voertuig. De berekening van de bezettingsgraad vindt plaats conform de methode beschreven in Bijlage II (Criteria uitbreiden laadnetwerk 2026).

  • b. College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn.

  • c. Concessiehouder: een partij die op grond van een aanbesteding een overeenkomst met Laadwerk heeft gesloten inzake de plaatsing, het beheer en/of de exploitatie van oplaadobjecten.

  • d. Elektrische voertuig: een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c van de Wegenverkeerswet 1994 en nader bepaald in de Regeling auto, dat bij de RDW staat geregistreerd als auto en die geheel of gedeeltelijk – met een minimaal volledig elektrisch bereik van 45 km WLTP – door een elektromotor wordt aangedreven waarvoor de elektrische energie geleverd wordt door een batterij en waarvan de batterij (mede) kan worden opgeladen door middel van een voorziening buiten het voertuig.

  • e. Gebruiker: een particulier die aantoonbaar beschikt of gaat beschikken over een Elektrisch voertuig en woonachtig en/of werkzaam is in de gemeente.

  • f. Laadkaart: een door het college vastgesteld document waarop op wijk- of gemeenteniveau meerdere oplaadlocaties zijn aangegeven die de gemeente in de toekomst beoogt te realiseren.

  • g. Laadwerk: het samenwerkingsverband van publieke partijen in de provincies Noord-Holland, Flevoland en Utrecht, vertegenwoordigd door Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland, met als doel het stimuleren van elektrisch vervoer.

  • h. Netbeheerder: de regionale netbeheerder als bedoeld in de Elektriciteitswet of de opvolger daarvan, belast met het beheer van het elektriciteitsnet en de aansluitingen daarop.

  • i. Oplaadlocatie: een locatie in de openbare ruimte van de gemeente waar een Oplaadobject en één of twee parkeerplaatsen met bebording en eventueel belijning ten behoeve van het Opladen van Elektrische voertuigen aanwezig zijn.

  • j. Oplaadobject: een openbare voorziening waar het elektrische voertuig kan worden opgeladen, voorzien van één of meerdere laadpunten.

  • k. Oplaadpunt: een connector waarmee via een laadkabel de verbinding wordt gemaakt tussen een elektrisch voertuig en een oplaadobject.

  • l. Slim laden: het opladen van de batterij van het Elektrisch voertuig op het meest optimale moment, wanneer de kosten laag zijn en het aanbod van (duurzame) energie hoog is.

  • m. Verzoek: een aanvraag tot plaatsing van of uitbreiding met een oplaadobject, ingediend door een gebruiker, het college, Laadwerk of een concessiehouder, die wordt beoordeeld aan de hand van de criteria in Bijlage I en Bijlage II.

  • n. Indiener: Gebruiker die een Verzoek heeft ingediend bij het College.

Artikel 2 Samenwerking Laadwerk

De gemeente werkt samen binnen Laadwerk voor de procedure van verzoeken, locatiebepaling, inkoop, beheer en exploitatie van oplaadobjecten. De Voorwaarden gezamenlijke oplaadinfrastructuur Laadwerk 2026 zijn hierbij van toepassing.

Artikel 3 Laadkaart

Het college kan een laadkaart vaststellen. Bij het opstellen en vaststellen van een Laadkaart gelden de criteria en eisen zoals vastgelegd in Bijlage I (Criteria en eisen locatiebepaling laadpalen 2026) en, voor uitbreidingsvraagstukken, Bijlage II (Criteria uitbreiden laadnetwerk 2026).

Artikel 4 Verzoek

  • 1. Een verzoek tot plaatsing van een oplaadobject kan afkomstig zijn van:

    • a.

      Laadwerk (obv gebruik) of concessiehouder

    • b.

      een Gebruiker

    • c.

      het College

  • 2. De ontvankelijkheid en inhoudelijke toetsing van een verzoek vindt tot uitbreiding vindt plaats conform de criteria en eisen in Bijlage II (Criteria uitbreiden laadnetwerk 2026) en de voorwaarden die volgen uit de samenwerking met Laadwerk.

  • 3. De gemeente of Laadwerk namens de gemeente beoordeelt verzoeken binnen de daarvoor geldende termijnen en brengt de indiener hiervan op de hoogte.

Artikel 5 – Locatiebepaling

  • 1. Na acceptatie van een verzoek wordt binnen 10 werkdagen een voorlopige locatie gekozen.

  • 2. De locatiekeuze wordt getoetst aan de criteria en eisen in Bijlage I (Criteria en eisen locatiebepaling laadpalen 2026).

  • 3. Indien een laadkaart is vastgesteld, wordt in beginsel een locatie op de laadkaart gekozen.

  • 4. Laadwerk adviseert het college, dat vervolgens een voorlopige en daarna een definitieve locatie vaststelt.

Artikel 6 Advisering, inspraak en besluitvorming

  • 1. Direct omwonenden worden door het college geïnformeerd over de beoogde locatie en krijgen gelegenheid tot inspraak (twee weken).

  • 2. Het college besluit vervolgens definitief over de locatie, met inachtneming van het advies van Laadwerk en eventuele inspraakreacties.

Artikel 7 Verkeersbesluit

Nadat het College heeft ingestemd met de definitieve locatiebepaling, zullen in de openbare ruimte in principe twee parkeervakken worden aangewezen uitsluitend voor het Opladen van een Elektrisch voertuig. Deze reservering vindt plaats volgens een procedure op grond van de Wegenverkeerswet 1994. In het verkeersbesluit worden onder andere de aanleiding en de locatiekeuze beschreven en meegewogen. Het College neemt het verkeersbesluit binnen 10 werkdagen na het besluit over de definitieve locatiebepaling.

Artikel 8 Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking de dag na bekendmaking daarvan. De Beleidsregel Publieke laadpalen gemeente Baarn, vastgesteld op 5 juni 2016, wordt ingetrokken.

Artikel 9 Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als Beleidsregel publieke oplaadinfrastructuur elektrische voertuigen gemeente Baarn 2026.

Ondertekening

Ondertekening

Vastgesteld door het college op 16 juni 2026.

A. van Wijk M.A. Röell

wnd. Gemeentesecretaris burgemeester