|
ALGEMEEN
|
|
|
Artikel 22 Wet Gemeenschappelijke Regelingen
- 1.
De artikelen 16, 17, 19, 20, 22, 26 en 28 tot en met 33 van de Gemeentewet zijn, voor zover daarvan bij deze wet niet is afgeweken, op het houden en de orde
van de vergaderingen van het algemeen bestuur van het openbaar lichaam van overeenkomstige
toepassing.
- 2.
Het algemeen bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie
en het gemeenschappelijk orgaan vergaderen jaarlijks tenminste tweemaal.
Artikel 16 Gemeentewet
De raad (het algemeen bestuur) stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen
en andere werkzaamheden.
Artikel 17 Gemeentewet
Voorts vergadert de raad (het algemeen bestuur) indien de burgemeester (de voorzitter)
of het college van burgemeester en wethouders (het dagelijks bestuur) het nodig oordeelt
of indien tenminste een vijfde van het aantal leden waaruit de raad (het algemeen
bestuur) bestaat schriftelijk, met opgave van redenen, daarom verzoekt.
|
|
Artikel 1 Begripsbepalingen
Dit reglement verstaat onder:
- 1.
voorzitter: de voorzitter bedoeld in artikel 11, lid 2, van de Wet veiligheidsregio’s;
- 2.
amendement: voorstel tot wijziging van een voorgesteld besluit;
- 3.
motie: een korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel,
wens of verzoek wordt uitgesproken zonder dat daaraan rechtsgevolgen zijn verbonden;
- 4.
voorstel van orde: voorstel over de orde van de vergadering;
- 5.
initiatiefvoorstel: voorstel van een lid aan het algemeen bestuur dat buiten de agenda
valt en beoogt zo spoedig mogelijk op de agenda te worden geplaatst.
|
Artikel 11, lid 2 en lid 3, Wet veiligheidsregio’s
|
|
VERGADERINGEN
|
|
|
Artikel 12 Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio IJsselland
- 1.
Het algemeen bestuur vergadert tenminste 4 keer per jaar en voorts zo dikwijls als
de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordelen, dan wel indien tenminste
drie leden daarom verzoeken.
- 2.
Het reglement van orde dat door het algemeen bestuur wordt vastgesteld, alsmede de
daarin aangebrachte wijzigingen, worden aan de deelnemende gemeenten gezonden.
Artikel 22 Wet Gemeenschappelijke Regelingen
|
|
Artikel 2 Uitnodiging
- 1.
De voorzitter zendt ‑ spoedeisende vergaderingen uitgezonderd – zoveel mogelijk tenminste
twee weken voor een vergadering aan de leden en andere aanwezigen
- a.
een oproep onder vermelding van de dag, tijd en plaats van de vergadering.
- b.
de agenda met de onderwerpen die in de vergadering behandeld zullen worden in de
volgorde waarin deze aan de orde zullen worden gesteld.
- c.
de notulen of besluitenlijst van de vorige vergadering, het overzicht van voor het
algemeen bestuur ingekomen stukken, de mededelingen, de voorstellen en de documenten,
die dienen ter toelichting van de te behandelen voorstellen.
- 2.
De voorzitter kan na het verzenden van de oproepingsbrief zo nodig een aanvullende
agenda doen uitgaan. De daarop vermelde voorstellen worden zo spoedig mogelijk, doch
uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering, aan de leden gezonden.
- 3.
De openbare kennisgeving maakt melding van de mogelijkheid voor toehoorders tot het
uitoefenen van het spreekrecht.
|
Artikel 19 Gemeentewet
- 1.
De burgemeester (de voorzitter) roept de leden schriftelijk tot de vergadering op.
- 2.
Tegelijkertijd met de oproeping brengt de burgemeester dag, tijdstip en plaats van
de vergadering ter openbare kennis. De agenda en de daarbij behorende voorstellen
met uitzondering van de in artikel 25, tweede lid, bedoelde stukken (zie artikel 23
WGR hiervoor) worden tegelijkertijd met de oproeping en op een bij de openbare kennisgeving
aan te wijzen plaats ter inzage gelegd.
Artikel 3.3, lid 2, Wet open overheid
Behoudens voor zover de artikelen 5.1, eerste, tweede en vijfde lid, en 5.2 daaraan
in de weg staan, maakt het bestuursorgaan voorts uit eigen beweging openbaar:
- c.
vergaderstukken en verslagen van provinciale staten, gemeenteraden en algemene besturen van waterschappen, algemene besturen van openbare lichamen, besturen van bedrijfsvoeringsorganisaties en gemeenschappelijke organen als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen en hun commissies.
Artikel 18a Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio IJsselland
Participatie
Ingezetenen van de deelnemende gemeenten en andere belanghebbenden kunnen
|
|
Artikel 3 Presentielijst
De secretaris zorgt voor het bijhouden van de lijst met ter vergadering aanwezige
leden van het algemeen bestuur (presentielijst).
|
Artikel 20 Gemeentewet
- 1.
De vergadering van de raad (het algemeen bestuur) wordt niet geopend voordat blijkens
de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig
is.
- 2.
Indien ingevolge het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de
burgemeester (de voorzitter), onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een vergadering
tegen een tijdstip dat tenminste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping
is gelegen.
- 3.
Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing.
De raad (het algemeen bestuur) kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor
de ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen
of besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting
hebbend leden tegenwoordig is.
|
|
|
Artikel 22 Gemeentewet
De leden van het gemeentebestuur (het regiobestuur) en andere personen die deelnemen
aan de beraadslaging kunnen niet in rechte worden vervolgd of aangesproken voor dan
wel worden verplicht getuigenis af te leggen als bedoeld in artikel 165, eerste lid,
van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering over hetgeen zij in de vergadering
van de raad (het algemeen bestuur) hebben gezegd of aan de raad (het algemeen bestuur)
schriftelijk hebben overgelegd.
|
|
Artikel 4 Besloten vergadering
Op een besloten vergadering zijn de bepalingen uit dit reglement van overeenkomstige
toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter
van de vergadering.
|
Artikel 22 Wet Gemeenschappelijke Regelingen
- 4.
De deuren worden gesloten wanneer een vijfde gedeelte der aanwezige leden daarom verzoekt
of de voorzitter het nodig oordeelt.
- 5.
Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.
Artikel 12 Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio IJsselland
In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over:
- a.
het vaststellen van het beleidsplan veiligheidsregio;
- b.
het vaststellen of wijzigen van de begroting;
- c.
het vaststellen van de rekening;
- d.
het wijzigen van deze regeling;
- e.
het vaststellen van een liquidatieplan.
|
|
Artikel 5 Geheimhouding
Voor de afloop van de besloten vergadering beslist het algemeen bestuur of omtrent
de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. Het algemeen
bestuur kan besluiten de geheimhouding op te heffen.
Artikel 6 Opheffing geheimhouding
Indien het algemeen bestuur op grond van het gestelde in artikel 23, derde lid, van
de Wet gemeenschappelijke regelingen voornemens is de geheimhouding op te heffen
wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd,
met het orgaan in een besloten vergadering overleg gevoerd.
|
Artikel 23 Wet Gemeenschappelijke Regelingen
- 1.
Het algemeen bestuur kan in een besloten vergadering, op grond van de belangen, genoemd
in artikel 5.1 van de Wet openoverheid, omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent
de inhoud van de stukken welke aan het algemeen bestuur worden overgelegd, geheimhouding
opleggen. Deze wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van
het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen, totdat het algemeen bestuur
haar opheft.
- 2.
Op grond van de belangen genoemd in artikel 5.1 van de Wet openoverheid, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door het dagelijks bestuur
en de voorzitter van het openbaar lichaam en door een commissie als bedoeld in artikel 24 of 25, ieder ten aanzien van stukken die zij aan het algemeen bestuur of aan de leden van
het algemeen bestuur overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt.
- 3.
De krachtens het tweede lid aan het algemeen bestuur opgelegde verplichting tot geheimhouding
vervalt, indien de oplegging niet door het algemeen bestuur in zijn eerstvolgende
vergadering, die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal
zitting hebbende leden, tezamen vertegenwoordigend meer dan de helft van het aantal
stemmen, is bezocht, wordt bekrachtigd.
- 4.
De krachtens het tweede lid aan leden van het algemeen bestuur opgelegde verplichting
tot geheimhouding wordt door hen in acht genomen totdat het orgaan, dat de verplichting
heeft opgelegd, dan wel, indien het onderwerp waaromtrent geheimhouding is opgelegd
aan het algemeen bestuur is voorgelegd, totdat het algemeen bestuur haar opheft. Het
algemeen bestuur kan deze beslissing alleen nemen in een vergadering die blijkens
de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden, tezamen
vertegenwoordigend meer dan de helft van het aantal stemmen, is bezocht.
|
|
VOORZITTER EN SECRETARIS
|
|
Artikel 7 Voorzitter
- 2.
Hij verleent het woord, formuleert de conclusies van de beraadslagingen, geeft aan
waarover zal worden gestemd en deelt de uitslag van de stemmingen mede.
- 3.
Indien de voorzitter dit nodig oordeelt, kan hij de vergadering voor een door hem
te bepalen tijd schorsen ter handhaving van de orde op de publieke tribune.
|
Artikel 26 Gemeentewet
- 1.
De voorzitter zorgt voor de handhaving van de orde in de vergadering en is bevoegd,
wanneer die orde op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig
andere toehoorders te doen vertrekken.
- 2.
Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor
ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen.
- 3.
Hij kan de raad (het algemeen bestuur) voorstellen aan een lid dat door zijn gedragingen
de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen.
Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de
vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling
van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot
de vergadering worden ontzegd.
|
|
Artikel 8 Secretaris
- 1.
De secretaris is in elke vergadering van het algemeen bestuur aanwezig.
- 2.
Bij verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door een door het dagelijks bestuur
daartoe aangewezen ambtenaar.
- 3.
De secretaris kan, indien hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd, aan
de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.
|
|
|
Artikel 9 Notulen
- 1.
De notulen of besluitenlijst worden opgesteld onder de zorg van de secretaris.
- 2.
De ontwerpnotulen of ontwerpbesluitenlijst van de voorgaande vergadering worden zo
spoedig mogelijk en uiterlijk met de overige voorstellen aan de leden toegezonden.
- 3.
Bij het begin van de vergadering worden, zoveel mogelijk, de notulen of besluitenlijst
van de vorige vergadering vastgesteld.
- 4.
De leden hebben het recht een voorstel tot verandering aan het algemeen bestuur te
doen, indien de notulen of besluitenlijst onjuistheden bevatten of niet duidelijk
weergeven hetgeen gezegd of besloten is.
- 5.
De notulen of besluitenlijst moeten in elk geval inhouden:
- -
de namen van de voorzitter, de secretaris en de ter vergadering aanwezige (plaatsvervangende)
leden, alsmede van de leden die afwezig waren;
- -
een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;
- -
een zakelijke samenvatting van het gesprokene, zo nodig met vermelding van de namen
der leden die het woord voerden;
- -
het besluit of de conclusie van de voorzitter;
- -
een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke
stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van
de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden;
- -
de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van
orde, moties en amendementen;
- -
bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan
wie door het algemeen bestuur is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.
- 6.
De vastgestelde notulen of besluitenlijst geven de datum van vaststelling aan en worden
door de secretaris ondertekend.
|
|
|
Artikel 10 Notulen besloten vergadering
- 1.
De notulen of besluitenlijst van een besloten vergadering zijn uitsluitend en vertrouwelijk
beschikbaar voor de leden van het algemeen bestuur.
- 2.
Deze notulen of besluitenlijst worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering
ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt het algemeen bestuur
een besluit over het al dan niet openbaar maken van deze notulen of besluitenlijst.
- 3.
De vastgestelde notulen of besluitenlijst geven de datum van vaststelling aan en worden
door de secretaris ondertekend.
|
|
|
RECHTEN VAN LEDEN
|
|
Artikel 11 Rechten van leden
- 2.
Een amendement, motie of initiatiefvoorstel, bedoeld in het eerste lid, onder a tot
en met c, moet schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend en – om in behandeling
genomen te kunnen worden – door tenminste twee andere leden worden medeondertekend.
- 3.
De behandeling van een amendement of van een motie over een aanhangig onderwerp
vindt tegelijk met de beraadslaging daarover plaats.
- 4.
De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt
plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld.
|
|
|
BERAADSLAGINGEN
|
|
Artikel 12 Beraadslagingen
- 1.
De beraadslaging over een voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij
het algemeen bestuur anders beslist.
- 2.
Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.
- 3.
Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde
onderwerp of voorstel.
- 4.
Het bepaalde in lid 3 is niet van toepassing op:
- -
het lid van het (dagelijks) bestuur dat in het bijzonder is belast met het in behandeling
zijnde onderwerp;
- -
de rapporteur van een commissie;
- -
het lid dat een amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend,
voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel.
- 5.
Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord
heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.
|
|
|
Artikel 13 Beraadslaging over onderdelen
- 1.
De voorzitter kan voorstellen over één of meer onderdelen van een voorstel afzonderlijk
te beraadslagen.
- 2.
Op verzoek van een lid of op voorstel van de voorzitter kan het algemeen bestuur besluiten
de beraadslaging voor een door de voorzitter te bepalen tijd te schorsen, teneinde
het dagelijks bestuur of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad.
De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.
|
|
|
Artikel 14 Sprekers
- 1.
Een lid voert slechts het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen
te hebben. De voorzitter verleent het woord in de volgorde waarin het is gevraagd.
- 2.
Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij de voorzitter het nodig
oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren. Interrupties zijn
toegestaan, tenzij de voorzitter beslist dat een spreker zijn betoog zonder verdere
interrupties zal afronden.
- 3.
Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt
van het onderwerp in behandeling, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert,
dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen.
Indien de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende
de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord
ontzeggen.
- 4.
De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen
tijd schorsen en, indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering
sluiten.
|
|
|
Artikel 15 Regeling spreektijd
Een lid kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden en overige aanwezigen.
|
|
|
Artikel 16 Andere aanwezigen
- 1.
Het algemeen bestuur kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige
leden van het algemeen bestuur kunnen deelnemen aan de beraadslaging.
- 2.
Een besluit daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één der leden van het algemeen
bestuur genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde
agendapunt een aanvang wordt genomen.
- 3.
De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op de adviserende leden, die op grond van
de wet of de gemeenschappelijke regeling mogen deelnemen aan de vergadering. Zij
zijn uitgenodigd deel te nemen aan de beraadslaging.
- 4.
Op degene die is toegelaten deel te nemen aan de beraadslaging zijn de bepalingen
van dit reglement van toepassing.
|
Artikel 11 Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio IJsselland
- 5.
Als adviserend lid zijn bij de vergaderingen van het algemeen bestuur aanwezig:
- a.
de districtschef van het district IJsselland van de Politie.
- b.
de directeur veiligheidsregio/commandant van de brandweer.
- c.
de directeur publieke gezondheid.
- d.
de aangewezen coördinerend functionaris gemeenten.
- e.
de regionaal militair commandant.
- 6.
De voorzitter nodigt andere functionarissen, wier aanwezigheid in verband met de
te behandelen onderwerpen van belang is, uit deel te nemen aan de vergaderingen van
het algemeen bestuur.
|
|
Artikel 17 Motivering stemgedrag
Na het sluiten van de beraadslaging en voordat het algemeen bestuur tot stemming overgaat,
heeft ieder lid het recht zijn stemgedrag te motiveren.
|
|
|
Artikel 18 Eindbeslissing
Na de beraadslaging en beslissing over de eventuele amendementen wordt over het voorstel
in zijn geheel, zoals het dan luidt, een eindbeslissing genomen.
|
|
|
STEMMINGEN
|
|
|
Artikel 28 Gemeentewet
- 1.
Een lid van de raad (het algemeen bestuur) neemt niet deel aan de stemming over:
- a.
een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij
hij als vertegenwoordiger is betrokken;
- b.
de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig
is of tot welks bestuur hij behoort.
- 2.
Bij een schriftelijke stemming wordt onder het deelnemen aan de stemming verstaan
het inleveren van een stembriefje.
- 3.
Een benoeming gaat iemand persoonlijk aan, wanneer hij behoort tot de personen tot
wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt.
- 4.
Het eerste lid is niet van toepassing bij de beslissing betreffende de geloofsbrieven
van de na periodieke verkiezing benoemde leden.
|
|
|
Artikel 29 Gemeentewet
- 1.
Een stemming is alleen geldig, indien meer dan de helft van het aantal leden dat zitting
heeft en zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen.
- 2.
Het eerste lid is niet van toepassing:
- a.
ingeval opnieuw wordt gestemd over een voorstel of over een benoeming, voordracht
of aanbeveling van een of meer personen ten aanzien van wie in een vorige vergadering
een stemming op grond van dat lid niet geldig was;
- b.
in een vergadering als bedoeld in artikel 20, tweede lid, voor zover het betreft onderwerpen
die in de daaraan voorafgaande, ingevolge artikel 20, eerste lid, niet geopende vergadering
aan de orde waren gesteld.
|
|
Artikel 19 Stemmingen
- 1.
Nadat de beraadslaging is gesloten of indien niemand het woord verlangt, brengt de
voorzitter het voorstel tot besluitvorming.
- 2.
De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd
en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel
zonder schriftelijke of hoofdelijke stemming is aangenomen.
- 3.
In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de notulen of besluitenlijst
vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich van stemming
te hebben onthouden.
- 4.
Indien door één of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan
mededeling.
|
Artikel 11 Wet veiligheidsregio’s
Artikel 30 Gemeentewet
- 1.
Voor het tot stand komen van een beslissing bij stemming wordt de volstrekte meerderheid
vereist van hen die een stem hebben uitgebracht.
- 2.
Bij een schriftelijke stemming wordt onder het uitbrengen van een stem verstaan het
inleveren van een behoorlijk ingevuld stembriefje.
Artikel 13 Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio IJsselland
- 1.
Elk lid van het algemeen bestuur heeft in de vergadering één stem.
- 2.
De besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen. Indien de stemmen
staken, geeft de stem van de voorzitter de doorslag.
|
|
Artikel 20 Stemming over personen
- 1.
Wanneer een stemming over personen voor het doen van benoemingen, voordrachten of
aanbevelingen moet plaatshebben, benoemt de voorzitter twee leden tot stembureau.
- 2.
Een ter vergadering aanwezig lid dat zich op grond van de Gemeentewet van stemming
moet onthouden, geeft daarvan vóór aanvang van de stemming kennis aan de voorzitter.
Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet van
stemming moet onthouden, is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes
dienen identiek te zijn.
- 3.
Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen
of aan te bevelen. De vergadering kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat
bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.
- 4.
Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het
aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren.
Wanneer de aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes vernietigd zonder deze
te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.
- 5.
Voor het bepalen van de meerderheid als bedoeld in artikel 11 van de Wet veiligheidsregio’s
worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk ingevuld
stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt
verstaan:
- -
een blanco ingevuld stembriefje;
- -
een ondertekend stembriefje;
- -
een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende
vacatures betreft;
- -
een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een
persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen;
- -
een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming
is beperkt.
- 6.
Een van de leden van het stembureau doet verslag van het verloop van de stemming
en legt de stembriefjes over aan de voorzitter.
- 7.
In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist het algemeen bestuur,
op voorstel van de voorzitter.
- 8.
De voorzitter deelt de uitslag van de stemming mede aan het algemeen bestuur. Onder
de zorg van de secretaris worden de stembriefjes onmiddellijk na mededeling van
de uitslag van de stemming vernietigd.
|
Artikel 31 Gemeentewet
- 1.
De stemming over personen voor het doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen
is geheim.
- 2.
Indien de stemmen staken over personen tot wie de keuze door een voordracht of bij
een herstemming is beperkt, wordt in dezelfde vergadering een herstemming gehouden.
- 3.
Staken bij deze stemming de stemmen opnieuw, dan beslist terstond het lot.
Artikel 11 Wet veiligheidsregio’s
|
|
Artikel 21 Overige stemmingen
- 1.
De voorzitter of de secretaris roept de leden bij naam op hun stem uit te brengen,
naar de volgorde van de presentielijst. De voorzitter brengt als laatste zijn stem
uit.
- 2.
Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid, dat zich niet van
deelneming aan de stemming moet onthouden, verplicht zijn stem uit te brengen.
- 3.
De leden brengen hun stem uit door het woord 'voor' of 'tegen' uit te spreken, zonder
enige toevoeging.
- 4.
Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing
nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing
pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft
gemaakt aantekening in de notulen vragen dat hij zich heeft vergist. In de uitslag
van de stemming brengt dit echter geen verandering.
- 5.
De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van
het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling
van het genomen besluit.
|
Artikel 32 Gemeentewet
- 1.
De overige stemmingen geschieden bij hoofdelijke oproeping, indien de voorzitter of
een van de leden dat verlangt. In dat geval geschieden zij mondeling.
- 2.
Bij hoofdelijke oproeping is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van
deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem voor of tegen uit te
brengen.
- 3.
Indien over een voorstel geen stemming wordt gevraagd, is het aangenomen.
- 4.
Tenzij de vergadering voltallig is, wordt bij staking van stemmen het nemen van een
beslissing uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen
worden heropend.
- 5.
Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering of in een ingevolge het vierde
lid opnieuw belegde vergadering, is het voorstel niet aangenomen.
- 6.
Onder een voltallige vergadering wordt verstaan een vergadering waarin alle leden
waaruit de raad bestaat, voor zover zij zich niet van deelneming aan de stemming moesten
onthouden, een stem hebben uitgebracht.
Artikel 11 Wet veiligheidsregio’s
|
|
AMBTELIJKE BIJSTAND
|
|
Artikel 22 Aanvraag bijstand
Een lid van het algemeen bestuur, dat informatie, advies of ambtelijke bijstand wenst,
kan zich daarvoor rechtstreeks wenden tot de secretaris of tot één of meer door hem
aan te wijzen ambtenaren.
Artikel 23 Criteria
Ambtelijke bijstand wordt verleend indien:
Artikel 24 Beslissing dagelijks bestuur
Wanneer de secretaris van mening is dat géén ambtelijke bijstand kan of behoort te
worden verleend, legt hij het verzoek voor aan het dagelijks bestuur en doet hij
daarvan mededeling aan de aanvrager. Het dagelijks bestuur beslist zo spoedig mogelijk.
Artikel 25 Informatie dagelijks bestuur
De secretaris of de door hem aangewezen ambtenaren geven van de door hen mondeling
of schriftelijk verstrekte informatie, advies of bijstand kennis aan de betreffende
portefeuillehouder in het dagelijks bestuur, indien zij moeten of kunnen vermoeden
dat zulks in belang is van een goed bestuur.
Artikel 26 Geen geheimhoudingsplicht
Bij het vragen van informatie, advies of bijstand mag de functionaris die deze hulp
verleent niet tot geheimhouding verplicht worden.
|
Artikel 33 Gemeentewet
- 1.
De raad en elk van zijn leden hebben recht op ambtelijke bijstand.
- 2.
De in de raad vertegenwoordigde groeperingen hebben recht op ondersteuning.
- 3.
De raad stelt met betrekking tot de ambtelijke bijstand en de ondersteuning van de
in de raad vertegenwoordigde groeperingen een verordening vast. De verordening bevat
ten aanzien van de ondersteuning regels over de besteding en de verantwoording.
|
|
OVERIGE BEPALINGEN
|
|
Artikel 27 Toehoorders
- 1.
De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen
bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.
- 2.
Het geven van tekenen van goed‑ of afkeuring of het op andere wijze verstoren van
de orde is verboden.
|
|
|
Artikel 28 Spreekrecht toehoorders
In de openbare vergaderingen van het algemeen bestuur wordt aan ingezetenen van de
deelnemende gemeenten, andere belanghebbenden en aan toehoorders op de publieke tribune
het recht verleend te spreken over onderwerpen, die op de agenda zijn vermeld, met
uitzondering van:
- a.
besluitenlijsten of verslagen van vergaderingen;
- b.
de lijst van ingekomen stukken;
- c.
keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
- d.
besluiten waartegen bezwaar of beroep openstaat of heeft opengestaan;
- e.
besluiten waartegen op grond van art. 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht een klacht
kan of kon worden ingediend;
- f.
de rondvraag.
Artikel 29 Aanvraag spreekrecht
- 1.
Degene die als ingezetene van de deelnemende gemeenten, andere belanghebbende of als
toehoorder een openbare vergadering van het algemeen bestuur bijwoont en het woord
wenst te voeren, dient zich voor de vergadering te melden bij de voorzitter of de
secretaris. Hij dient bij aanvang van de vergadering aanwezig te zijn.
- 2.
De voorzitter kan gedurende maximaal een half uur onmiddellijk na de opening van de
vergadering het woord verlenen aan de insprekers, genoemd in lid 1.
Artikel 30 Invulling spreekrecht
- 1.
De voorzitter kan per inspreker een maximale spreektijd instellen.
- 2.
De voorzitter kan het aantal insprekers beperken wanneer meerderen over hetzelfde
onderwerp wensen te spreken.
- 3.
De voorzitter kan, gehoord de vergadering, insprekers van het spreekrecht uitsluiten,
die daarvan een oneigenlijk gebruik trachten te maken.
Artikel 31 Orde bij spreekrecht
De voorzitter
- 1.
maakt een inspreker erop attent wanneer de hem toebedeelde spreektijd is verstreken.
De inspreker is gehouden dan direct te stoppen.
- 2.
vermaant een inspreker Indien deze beledigende uitdrukkingen gebruikt tegen wie dan
ook.
- 3.
ontneemt een inspreker het woord indien deze volhardt in het gebruik van beledigende
uitdrukkingen.
|
Artikel 18a Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio IJsselland
Participatie
Ingezetenen van de deelnemende gemeenten en andere belanghebbenden kunnen
|
|
Artikel 32 Geluid- en/of beeldregistraties
Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering van het algemeen bestuur geluid‑
en/of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en
zij gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet zover gaan
dat zij de vrijheid van de pers aantasten.
|
Algemene verordening gegevensbescherming
De AVG geldt ook voor geluid‑ en/of beeldregistraties, gemaakt door het algemeen
bestuur en/of door anderen tijdens openbare vergaderingen wanneer daarbij sprake is
van informatie over geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke personen. De
AVG kent een verantwoordingsplicht die inhoudt dat de verwerkingsverantwoordelijke
zelf aan moet kunnen tonen dat de verwerkingen die hij doet voldoen aan de AVG.
|
|
Artikel 33 Onvoorziene situaties
In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing
van het reglement, beslist het algemeen bestuur op voorstel van de voorzitter.
|
|
|
Artikel 34 Inwerkingtreding
- 1.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2025.
- 2.
Bij de inwerkingtreding wordt het reglement, vastgesteld op 16 december 2015, ingetrokken.
|
|