Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR763497
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR763497/1
Subsidieregeling Aanvullende activiteiten Voor- en vroegschoolse educatie Gemeente de Fryske Marren 2026 - 2027
Geldend van 30-06-2026 t/m heden
Intitulé
Subsidieregeling Aanvullende activiteiten Voor- en vroegschoolse educatie Gemeente de Fryske Marren 2026 - 2027Het college van burgemeester en wethouders van gemeente de Fryske Marren;
gelet op de titel 4.2. van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening de Fryske Marren, besluit vast te stellen: de Subsidieregeling Aanvullende activiteiten Voor- en vroegschoolse educatie gemeente de Fryske Marren.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
- •
Aanbieder peuteropvang VVE: een erkende kinderopvangorganisatie die in gemeente de Fryske Marren VVE aanbiedt;
- •
Besturen primair onderwijs: schoolbesturen die primair onderwijs aanbieden in gemeente de Fryske Marren;
- •
Bibliotheek: Bibliotheek Mar en Fean, gevestigd in gemeente De Fryske Marren;
- •
College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Fryske Marren.
- •
Doelgroepkinderen: peuters en kleuters in de leeftijd van 2 tot 6 jaar die staan ingeschreven in de Basisregistratie Personen van gemeente de Fryske Marren en die door de jeugdgezondheidszorg (jgz) zijn geïndiceerd voor VVE.
- •
Erkende kinderopvangorganisatie: een in het Landelijk Register Kinderopvang ingeschreven kinderopvangorganisatie, niet zijnde een gastouder, welke middels een inspectierapport van de GGD is goedgekeurd.
- •
GGD: Gemeentelijke Gezondheidsdienst. Verricht het toezicht op opvanglocaties volgens de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (WKKP).
- •
Homogene groep: groep peuters met meer dan 50% doelgroepkinderen.
- •
Landelijk Register Kinderopvang: het Register waarin aanbieders kinderopvang zijn opgenomen die voldoen aan de Wet kinderopvang.
- •
Ouderbetrokkenheid: de actieve betrokkenheid van ouders van peuters met een taalachterstand bij activiteiten om de (taal)achterstand te verminderen;
- •
Penvoerder: de door samenwerkende partijen binnen een taalnetwerk aangewezen organisatie die de subsidie aanvraagt en verantwoording aflegt namens het netwerk.
- •
Peuterwerk: kinderopvang voor kinderen vanaf de leeftijd van 2 jaar tot de leeftijd bij start van het basisonderwijs met een aanbod van maximaal 4 uur per dagdeel, twee dagdelen per week gedurende maximaal 41 weken per jaar;
- •
Pedagogisch professional: de persoon van 18 jaar of ouder die werkzaam is bij een kinderopvang, bezoldigd is en belast met de verzorging, de opvoeding en het bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen en voldoet aan de opleidingseisen en andere eisen zoals omschreven in de Wet kinderopvang (Wko);
- •
Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een subsidiejaar maximaal beschikbaar is voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling.
- •
Taalnetwerk: samenwerkingsverband van meerdere partners, met als doel verhogen ouderbetrokkenheid van ouders van kinderen met een taalachterstand;
- •
Voor- en Vroegschoolse educatie (hierna VVE): educatie die op een peuterwerklocatie of kinderopvanglocatie of basisschool wordt aangeboden aan doelgroepkinderen van tweeëneenhalf tot en met zes jaar waarbij gewerkt wordt met een erkend VVE-programma.
- •
Voorschoolse educatie: educatie die wordt aangeboden voor peuters van 2 – 4 jaar door een erkende kinderopvangorganisatie.
- •
Vroegschoolse educatie: educatie die wordt aangeboden in de eerste twee leerjaren van de basisschool.
- •
VVE-plaats: een plek op een peuterwerklocatie of kinderopvanglocatie van gemiddeld 16 uur per week voor een doelgroepkind.
Artikel 2. Toepassingsbereik
Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 3, 8, 14, 21, en 28 bedoelde activiteiten.
Artikel 3. Subsidieplafond
- 1.
Het college stelt jaarlijks het totale subsidieplafond voor deze subsidieregeling vast. Voor 2026 bedraagt het totale subsidieplafond € 170.000.
- 2.
Binnen het totale subsidieplafond gelden de volgende deelplafonds:
- a.
Aanvullende activiteiten voorschoolse educatie: € 20.000;
- b.
Extra pedagogisch professional voorschoolse educatie: € 35.000;
- c.
Aanvullende activiteiten vroegschoolse educatie: € 30.000;
- d.
Taalnetwerken ouderbetrokkenheid: € 45.000;
- e.
Scholing Voor- en Vroegschoolse Educatie: € 20.000;
- f.
Innovatie: € 20.000;
- 3.
3. Voor 2027 gelden de in het eerste en tweede lid genoemde bedragen onder voorbehoud van voldoende rijksmiddelen.
Hoofdstuk 2. Aanvullende activiteiten voorschoolse educatie
Artikel 4. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan het verhogen van de kwaliteit voorschoolse educatie. Het moet hierbij gaan om activiteiten waarbij het kind centraal staat.
Artikel 5. Doelgroep
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan aanbieders peuteropvang VVE, werkzaam in gemeente de Fryske Marren. Het gaat hierbij om de overkoepelende organisatie, niet om afzonderlijke locaties.
Artikel 6. Verplichtingen
De activiteiten zijn beschreven in een door de aanbieder opgesteld plan van aanpak voor maximaal 1 jaar. In dit plan zijn daarnaast resultaten benoemd en is de samenwerking met eventuele ketenpartners beschreven.
Artikel 7. Hoogte van de subsidie
Het subsidiebedrag per aanvrager bedraagt maximaal € 10.000.
Hoofdstuk 3. Inzet extra pedagogisch professional voorschoolse educatie
Artikel 8. Activiteiten
Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor de inzet van een extra pedagogisch professional.
Artikel 9. Doelgroep
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan aanbieders die subsidie ontvangen op grond van de Subsidieregeling Peuterwerk en Voorschoolse Educatie (VE) gemeente de Fryske Marren. Het gaat hierbij om de overkoepelende organisatie, niet om afzonderlijke locaties.
Artikel 10. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Een extra pedagogisch professional kan worden ingezet in:
- a.
groepen waarvan het aantal doelgroepkinderen minimaal 50% bedraagt (homogene groepen);
- b.
een reguliere opvanggroep, geen VVE-groep, waar wel een doelgroepkind wordt opgevangen.
Artikel 11. Verplichtingen
De activiteiten zijn beschreven in een door de aanbieder opgesteld plan van aanpak. In dit plan zijn de groepen beschreven waarop de inzet van een extra pedagogisch professional wordt voorgesteld alsmede het aantal kinderen met een VVE-indicatie waar de inzet betrekking op heeft.
Artikel 12. Hoogte van de subsidie
De subsidie op grond van dit hoofdstuk bedraagt het geldende uurtarief voor een pedagogisch professional.
Het subsidiebedrag per aanvrager bedraagt maximaal € 10.000.
Hoofdstuk 4. Aanvullende activiteiten vroegschoolse educatie
Artikel 13. Activiteiten
Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan het verhogen van de kwaliteit vroegschoolse educatie.
Artikel 14. Doelgroep
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan besturen primair onderwijs, werkzaam in gemeente de Fryske Marren.
Artikel 15. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen hebben betrekking op kwaliteitsverbetering vroegschoolse educatie waardoor de ontwikkeling en groeikansen van het doelgroepkind wordt verbeterd. Het moet hierbij gaan om activiteiten waarbij het kind centraal staat.
Artikel 16. Verplichtingen
De activiteiten zijn beschreven in een door de aanbieder opgesteld plan van aanpak voor maximaal 1 jaar. In dit plan zijn daarnaast resultaten benoemd en is de samenwerking met eventuele ketenpartners beschreven. Tevens is aangegeven hoe deze activiteiten aanvullend zijn aan de inzet van de door de school verkregen middelen Onderwijsachterstandenbeleid.
Artikel 17. Hoogte van de subsidie
Het subsidiebedrag per aanvrager bedraagt maximaal € 10.000.
Hoofdstuk 5. Taalnetwerken ouderbetrokkenheid
Artikel 18. Doel
Het college wil met deze subsidieregeling taalnetwerken stimuleren om de ouderbetrokkenheid te vergroten bij het terugdringen van taalachterstanden. Samenwerkingsverbanden van meerdere partners creëren hiervoor een taalrijke omgeving waar ouders en kinderen een taalaanbod krijgen op maat en contacten met ouders van kinderen met een taalachterstand worden vergroot.
Artikel 19. Activiteiten
Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten binnen taalnetwerken die bijdragen aan het terugdringen van taalachterstanden.
Artikel 20. Doelgroep
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan de penvoerder van een taalnetwerk. Dit kan zijn: aanbieders peuteropvang VVE (het gaat hierbij om de overkoepelende organisatie, niet om afzonderlijke locaties), besturen primair onderwijs, of de bibliotheek, werkzaam in gemeente de Fryske Marren. Uit de aanvraag blijkt dat alle partijen in het taalnetwerk hebben ingestemd met de betreffende organisatie als penvoerder.
Artikel 21. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen hebben betrekking op het creëren van een taalrijke omgeving voor ouders en kinderen binnen het taalnetwerk en de activiteiten die daarbinnen plaatsvinden. Er is altijd sprake van een samenwerking met minimaal twee verschillende partners (netwerk). Bij subsidiabele kosten kan het bijvoorbeeld gaan om aanschaf van materiaal, inzet van personeel, huren van een locatie en scholingskosten.
Artikel 22. Verplichtingen
De activiteiten zijn beschreven in een door de penvoerder opgesteld plan van aanpak voor maximaal twee jaar. In dit plan zijn beoogde resultaten benoemd, is de samenwerking met ketenpartners beschreven en is een begroting opgenomen.
In afwijking van de andere onderdelen van deze subsidieregeling is voor dit hoofdstuk gekozen voor een subsidieperiode van maximaal twee jaar in plaats één jaar omdat het opzetten van een taalnetwerk naar verwachting meer implementatietijd zal vergen.
Artikel 23. Hoogte van de subsidie
De subsidie op grond van dit hoofdstuk bedraagt een maximum van 100% van de subsidiabele kosten. Het subsidiebedrag per aanvrager bedraagt maximaal € 20.000.
Hoofdstuk 6. Scholing medewerkers Voor- en Vroegschoolse Educatie
Artikel 24. Doel
Het college wil met deze subsidie de deskundigheid van medewerkers primair onderwijs en kinderopvangorganisaties op het gebied van onderwijsachterstanden bevorderen.
Artikel 25. Activiteiten
Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor deskundigheidsbevordering op het gebied van voor- en vroegschoolse educatie van medewerkers primair onderwijs en kinderopvangorganisaties, zoals scholing en workshops.
Artikel 26. Doelgroep
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan aanbieders die subsidie ontvangen op grond van de Subsidieregeling Peuterwerk en Voorschoolse Educatie (VE) gemeente de Fryske Marren en besturen primair onderwijs in gemeente de Fryske Marren.
Artikel 27. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Voor subsidie komen in aanmerking de kosten van deskundigheidsbevordering van de deelnemers aan de scholing. Niet in aanmerking komen vervangingskosten en personeelskosten van de deelnemers.
Artikel 28. Verplichtingen
De activiteiten zijn beschreven in een door de aanbieder opgesteld plan van aanpak voor maximaal 1 jaar.
Artikel 29. Hoogte van de subsidie
De subsidie op grond van dit hoofdstuk bedraagt per aanvraag maximaal € 5.000.
Hoofdstuk 7. Innovatie
Artikel 30. Activiteiten
Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor innovatieve ideeën om het bereik van doelgroepkinderen te verhogen.
Artikel 31. Doelgroep
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan aanbieders die subsidie ontvangen op grond van de Subsidieregeling Peuterwerk en Voorschoolse Educatie (VE) gemeente de Fryske Marren en besturen primair onderwijs in gemeente de Fryske Marren.
Artikel 32. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Voor subsidie komen in aanmerking de kosten die zijn gemoeid bij het uitvoeren van de innovatieve pilots. Dat kan bijvoorbeeld gaan om aanschaf van materiaal, inzet van personeel, huren van een locatie en scholingskosten.
Artikel 33. Verplichtingen
De activiteiten zijn beschreven in een door de aanbieder opgesteld plan van aanpak voor maximaal twee jaar. In dit plan zijn resultaten benoemd en is de samenwerking met eventuele ketenpartners beschreven.
Artikel 34. Hoogte van de subsidie
Het subsidiebedrag per aanvrager bedraagt maximaal € 5.000 per jaar.
Hoofdstuk 8. Aanvraag, wijze van verdeling en verantwoording
Artikel 35. Aanvullende weigeringsgronden
Overeenkomstig artikel 10, derde lid, aanhef en onder u van de Algemene subsidieverordening de Fryske Marren kan het college van burgemeester en wethouders de subsidieverlening weigeren als:
a. de activiteiten volgens het college onvoldoende bijdragen aan kwaliteitsverbetering en/of verbetering van resultaten.
b. de activiteiten volgens het college geen aanvulling zijn op de reguliere activiteiten van de aanvrager.
Artikel 36. Aanvraag
Conform artikel 7, eerste, tweede en derde lid, van de Algemene Subsidieverordening de Fryske Marren, bevat een aanvraag voor subsidie:
a. een beschrijving van de activiteiten en de tijdslimiet waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
b. de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen;
c. een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan.
Artikel 37. Aanvraagtermijn
Een aanvraag om een subsidie kan, in afwijking van artikel 8, eerste lid, Algemene Subsidieverordening de Fryske Marren, gedurende het hele jaar worden ingediend.
Artikel 38. Beslistermijn
Burgemeester en wethouders beslissen, conform artikel 9, tweede lid, van de Algemene Subsidieverordening de Fryske Marren, binnen 8 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend.
Artikel 39. Wijze van verdeling
Voor ieder hoofdstuk afzonderlijk geldt de volgende wijze van verdeling:
1. Verstrekking van subsidie vindt plaats op volgorde van ontvangst van complete aanvragen, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.
2. Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van indiening van de aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag is ingediend.
3. Indien het vastgestelde subsidieplafond dreigt te worden overschreden of wordt overschreden als gevolg van het aantal aanvragen dat op dezelfde dag wordt ontvangen, worden de aanvragen die op die dag ontvangen zijn, door middel van loting gerangschikt.
Artikel 40. Verantwoording
1. Conform artikel 15, lid 1, letter b van de Algemene Subsidieverordening de Fryske Marren, dient een subsidieontvanger bij een subsidie van meer dan € 10.000 uiterlijk 13 weken na afloop van de activiteiten een aanvraag tot vaststelling in.
2. Een aanvraag tot vaststelling omvat een inhoudelijk en financieel verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.
3. Indien de subsidieontvanger niet voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in het tweede lid, zijn de bepalingen van artikel 17, derde en vierde lid, van de Algemene Subsidieverordening De Fryske Marren van toepassing.
Artikel 41. Hardheidsclausule
Het college van burgemeester en wethouders van gemeente de Fryske Marren kan van bepalingen in deze regeling afwijken als:
a. Daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen;
b. Daaraan vasthouden niet in het belang is van het kind.
Artikel 42. Slotbepalingen
1. Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na bekendmaking.
2. Deze voorwaarden blijven van kracht voor de verantwoording van de subsidies die op grond van deze regeling zijn verstrekt.
3. Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Aanvullende activiteiten Voor- en vroegschoolse educatie Gemeente de Fryske Marren.
4. Deze subsidieregeling is van toepassing op aanvragen voor subsidie die betrekking hebben op het subsidiejaar 2026 en 2027
Ondertekening
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl