Beleidsnota burgerinitiatieven energie 2026-2029

Geldend van 26-06-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidsnota burgerinitiatieven energie 2026-2029

Voorwoord

Het Klimaatakkoord benadrukt dat “brede en actieve betrokkenheid van burgers […] essentieel [is] om de grote uitdagingen […] te laten slagen”1. Elke inwoner van Nederland krijgt immers te maken met de energietransitie, denk aan het aardgasvrij maken van alle woningen. Veel burgers dragen daarom zelf al wat bij, soms individueel en soms georganiseerd. De Rijksoverheid heeft de campagne iedereen doet wat2 in het leven geroepen om te laten zien wat bedrijven en inwoners al doen.

Als gemeente staan wij dicht op onze inwoners. En dat is waar de energie zit, in de samenleving. Door gebruik te maken van ideeën, initiatieven en motivatie van inwoners die een steentje bij willen dragen, komt de transitie telkens een stapje vooruit. De overheid stuurt de transitie weliswaar aan, maar moet de klus klaren samen met haar inwoners.

Met dit beleid willen we initiatieven tot wasdom laten komen en inwoners ondersteunen bij projecten die een bijdrage leveren aan de samenleving. Vanuit onze rol als overheid willen we bovendien initiatieven met elkaar in verbinding brengen. We zoeken met hen naar de aansluiting bij bestaand beleid en naar mogelijkheden om gezamenlijke projecten aan te gaan, dan wel projecten te faciliteren.

Op naar een gedragen energietransitie, samen met elkaar!

Aanleiding

Op 1 januari 2025 is onze ondersteuning aan lokale energie-initiatieven gestart. Na een eerste jaar met veel positieve reacties van inwoners wordt het beleid verlengd voor een periode van vier jaar. We hebben de betrokken energie-initiatieven gevraagd welke behoefte aan ondersteuning zij hebben en wat de gemeente daarin kan betekenen. Zodoende is er een aantal wijzigingen in het beleid:

  • 1.

    De financiële bijdrage opstartkosten wordt verruimd. Initiatieven konden al een financiële bijdrage aanvragen om opstartkosten voor beginnende coöperaties te dekken. Nu dekt de financiële bijdrageregeling de volgende onderdelen:

    • a.

      Opstartkosten voor beginnende coöperaties

    • b.

      Opstartkosten voor dochterorganisaties van bestaande coöperaties

    • c.

      Kosten voor aanpassing van statuten

    • d.

      Kosten voor werving van nieuwe leden/vrijwilligers

    • e.

      Kosten voor begeleiding bij de ontwikkeling van de organisatie

    • f.

      Kosten voor de doorontwikkeling van energiecoöperatie naar energie-/warmtegemeenschap

  • 2.

    Eerder boden we initiatieven al de mogelijkheid om gebruik te maken van de gratis vrijwilligersverzekering van gemeente Oss. Nu vergoeden we daarnaast aanvullende verzekeringen die initiatieven zelf afsluiten.

  • 3.

    Initiatieven gebruiken drukwerk om hun geluid kenbaar te maken, via posters of flyers bijvoorbeeld. Vanaf nu wordt dat vergoed binnen de basisondersteuning.

Inleiding

De energietransitie wordt wel eens de grootste verbouwing van Nederland genoemd. Er worden warmtenetten aangelegd om warm water te verspreiden, voor de verzwaring van het elektriciteitsnet zijn duizenden nieuwe transformatorhuisjes en kilometers nieuwe kabels nodig en personenauto’s gaan op elektriciteit rijden. Het realiseren van deze complexe transitie is een puzzel die door allerlei partijen in samenwerking wordt gelegd.

Eén van deze partijen is de gemeente. Gemeenten hebben een belangrijke rol in de transitie, omdat de lokale impact groot is. De warmtetransitie komt ‘achter de voordeur’, transformatorhuisjes aan de overkant van de straat en windmolens in de polder. Vanwege de grote lokale impact is het voor gemeenten van belang om in contact te blijven met inwoners. Dat kan op twee manieren:

  • 1)

    Burgerparticipatie: de gemeente heeft de behoefte om binnen een ambitie of beleidsstuk inwoners een rol te geven. Dat kan structureel of eenmalig zijn. In dit geval is de gemeente de initiator en participeren inwoners.

  • 2)

    Overheidsparticipatie: inwoners hebben de behoefte om binnen hun ambitie of organisatie de gemeente een rol te geven. Dat kan structureel of eenmalig zijn. In dit geval zijn de inwoners de initiator en participeert de overheid.

Vanuit de portefeuille Energietransitie leeft de wens om te kijken naar waar de energie in de samenleving zit. Aan burgerparticipatie gebeurt daarom al wat. Er werd bijvoorbeeld in de Schadewijk met meedenkteams samengewerkt binnen de uitvoeringsplannen aardgasvrij. Overheidsparticipatie mag meer aandacht krijgen, de gemeente vindt het namelijk belangrijk dat inwoners meedoen in de energietransitie. We streven ernaar om zowel meer als minder vergevorderde initiatieven op passende wijze te ondersteunen en onderscheiden hier drie vormen in:

  • 1)

    Individuele inwoner: een Osse inwoner met een plan of idee.

  • 2)

    Burgerinitiatief: een groep Osse inwoners met een plan of idee.

  • 3)

    Verenigde inwoners in een organisatie met rechtsvorm, zoals energiecoöperatie: een groep Osse inwoners met een plan of idee, zijnde in rechtsvorm georganiseerd.

Zie bijlage 2 voor een precieze definiëring per vorm.

In alle gevallen is belangrijk om te vermelden dat we initieel uitgaan van overheidsparticipatie. Dat wil zeggen dat het initiatief bij de inwoner(s) blijft en dat het initiatief autonoom is. Dat kan anders worden, zodra er sprake is van een gezamenlijk project tussen initiatief en gemeente. Tegen die tijd worden er maatwerkafspraken gemaakt over de samenwerking.

Energiecoöperaties3

Nederland telt liefst 714 energiecoöperaties, ongeveer twee per gemeente dus. Deze burgercollectieven bestaan uit vrijwilligers die zich inzetten voor de duurzame energievoorziening in ons land. Naar schatting zijn er zo’n 131.000 leden in totaal. Het is een recente ontwikkeling: vijftien jaar geleden waren er nog maar 17 energiecoöperaties. Deze coöperaties zetten zich in voor bijvoorbeeld energiebesparing (301), collectieve warmte (70), collectieve zonopwek (146) en collectieve windopwek (105).

In Oss zijn er verschillende initiatieven actief, een aantal daarvan heeft de coöperatiestatus. Zo zetten Herpse Energie, het Warmteschap Megen en DAM Power zich in voor de verduurzaming van de kernen in onze gemeente waar zij actief zijn. In de Duurzam Polder behartigt Eijgen Polder Energie de belangen van onze inwoners en ondernemersinitiatief Escoss realiseert het windpark Elzenburg-De Geer. Onze Energiecoöperatie Oss is actief in de hele gemeente.

Doelstelling

Met dit beleidsstuk wil de gemeente het belang van haar lokale initiatieven erkennen en vastleggen hoe de gemeente hen kan ondersteunen met overheidsparticipatie. Dit beleidsstuk heeft als doel om een kader te bieden waarbinnen de ondersteuning plaatsvindt. Samenwerking met inwoners(groepen) is een belangrijke manier om de energietransitie te versnellen en om een gedragen transitie te realiseren:

  • 1)

    Participatie zorgt voor betrokkenheid. Door samenwerking tussen inwoners en gemeente, gaat de energietransitie in de samenleving meer leven. Als inwoners zelf een rol spelen in het bereiken van een duurzame leefomgeving ontstaat meer betrokkenheid en eigenaarschap.

  • 2)

    De kwaliteit van plannen en projecten stijgt wanneer inwoners betrokken zijn. Ze zijn immers de experts van hun eigen leefomgeving.

  • 3)

    Zeker wanneer participatie een representatief karakter heeft, is het een goede manier om te zoeken naar draagvlak.

  • 4)

    Financiële participatie zorgt ervoor dat niet alleen de lasten, maar ook de lusten van de energietransitie lokaal landen.

  • 5)

    Inwoners zijn als huiseigenaars een belangrijke afnemer van duurzame energie, de gemeente kan de transitie dus niet alleen volbrengen.

Kader

Hoewel weinig gemeenten participatie niet belangrijk vinden, is het in de praktijk nog wel eens uitdagend om een goede vorm van samenwerking te vinden. Aan de ene kant worden gemeenten vaak als traag en inflexibel gezien, aan de andere kant de initiatieven als te weinig daadkrachtig en niet passend binnen het beleid. Onze uitdaging is om de goede intenties van beide kanten om te zetten in een vruchtbare samenwerking waar beide partijen bij profiteren.

Omdat de energietransitie volop in beweging is en nieuwe ontwikkelingen en inzichten elkaar snel opvolgen, moeten we hier als gemeente actief op inspelen. De gemeente is wat dat betreft een partij met een brugfunctie: enerzijds zijn we uitvoerend als het om (inter)nationale afspraken en richtlijnen gaat, anderzijds zijn we ook anticiperend op behoeften uit de samenleving. Dat komt samen in lokaal beleid. Als een initiatief van inwoners niet direct in bestaand beleid past, is het aan de gemeente om te onderzoeken waar de ruimte zit. Kan het initiatief (licht) bijgestuurd worden, waardoor het passend te maken is? En/of is het mogelijk om van beleid af te wijken, dan wel beleid aan te passen?

Op deze manier is de gemeente voornemens een houding van ‘ja, tenzij…’ toe te passen, in tegenstelling tot ‘alleen indien…’. Voor een succesvolle uitvoering van de energietransitie hebben we immers onze lokale inwoners en ondernemers nodig. Een goede samenwerking kan dan veel opleveren.

Concreet, en in lijn met de eerder genoemde definities, hanteren we de volgende uitgangspunten als het gaat om ondersteuning:

  • Het initiatief moet een gemeentelijke basis hebben;

  • Het initiatief moet zich inzetten voor de publieke zaak en waarde creëren voor de eigen leefomgeving;

  • (Een project van) het initiatief moet passen of passend te maken zijn binnen lokaal beleid4;

  • Het initiatief moet transparant zijn over opgehaalde kennis en ervaring, zodat er ook door anderen van geleerd kan worden;

  • De vorm van ondersteuning van het initiatief door de gemeente hangt af van de waarde die het creëert voor de lokale samenleving;

  • De basis van samenwerking is wederkerigheid: de initiatieven worden gefaciliteerd door de gemeente en leveren een bijdrage aan de energietransitie.

Ondersteuning

De gemeente kan initiatieven op verschillende manieren ondersteunen. Veel hangt af van de behoefte van het initiatief en de tegenprestatie (voorziene positieve impact). Dat betekent dat er in de praktijk veel ruimte moet zijn voor maatwerk. In dit hoofdstuk beschrijven we een pakket aan basisondersteuning voor bestaande en beginnende coöperaties. Daarnaast sommen we de mogelijkheden voor aanvullende ondersteuning op: deze opties komen pas in beeld als hier vanuit één-op-één contact met een initiatief aanleiding voor is. Het verwachte beslag op capaciteit en middelen wordt dan pas bekeken en zo nodig aan de raad voorgelegd.

De ondersteuningsopties zijn gebaseerd op de behoeften van de gesproken initiatieven. De meest genoemde behoeften zijn ‘een vast contactpersoon voor initiatieven bij de gemeente’ en ‘het verstrekken van voorfinanciering voor projecten’. Zie bijlage 3 voor een overzicht van alle genoemde behoeften.

Basisondersteuning

De lijst met basisondersteuningsopties is gebaseerd op de genoemde ondersteuningswensen door initiatieven en de beschikbare ruimte in het Programma Energieneutraal en CO2-neutraal Oss in 2050. De gemeente heeft een vast contactpersoon, dat regelmatig contact met de initiatieven onderhoudt. Er zijn verschillende opties om initiatieven mee te ondersteunen, zoals het beschikbaar stellen van ontmoetingsruimten en interne expertise. Bovendien komt er een financiële bijdrage om de organisatie-ontwikkeling van initiatieven te ondersteunen. Zes onderdelen komen in aanmerking voor financiële ondersteuning, waaronder het oprichten van een coöperatie of het doorontwikkelen van energiecoöperatie naar energiegemeenschap.

Zie bijlage 4a voor de complete basisondersteuning.

Aanvullende opties voor ondersteuning

Wanneer de lopende samenwerking met initiatieven of een lopend project van een initiatief vraagt om aanvullende ondersteuning, kan gebruik worden gemaakt van de lijst met aanvullende opties voor ondersteuning. Deze opties vragen om verdergaande ondersteuning van de gemeente. Ook zijn er vaak meer financiële consequenties aan gebonden. Omdat de inzet van deze opties om maatwerk vraagt, zijn ze niet opgenomen als onderdeel van het basispakket.

Zie bijlage 4b voor de aanvullende opties voor ondersteuning.

Stappenplan afweging

In de praktijk heeft elk initiatief en elk project andere behoeften. Aan welke vormen van ondersteuning op welk moment behoefte is, wordt in gezamenlijk overleg afgestemd met de genoemde ondersteuningsopties als basis. Voordat tot ondersteuning wordt overgegaan wordt het initiatief getoetst op onze criteria van een burgerinitiatief en op welke toegevoegde waarde het voor de lokale energietransitie heeft. Al met al zien we het volgende stappenplan voor ons:

  • 1.

    Een individuele inwoner, burgerinitiatief of energiecoöperatie (evt. in andere juridische vorm) is of wordt bekend bij de gemeente5.

  • 2.

    Er wordt een kennismaking georganiseerd, zodat beide partijen elkaar kunnen leren kennen en ideeën kunnen uitwisselen. De gemeente verwijst naar dit beleidsstuk om te verduidelijken welke ondersteuningsopties worden aangeboden.

  • 3.

    De gemeente bepaalt of het initiatief past binnen onze definities en voldoet aan de uitgangspunten zoals geformuleerd in het hoofdstuk ‘kader’.

  • 4.

    Als dat zo is, kan de gemeente ondersteuning gaan verlenen. Er dient wel geborgd te worden dat het initiatief niet ‘uit de definitie groeit’ wanneer het zich verder ontwikkelt. Het kan bijvoorbeeld bij elk nieuw project van een initiatief nodig zijn om stap 3 te herhalen.

  • 5.

    Op basis van de behoefte van het initiatief, de toegevoegde waarde voor de samenleving en de beschikbare ruimte (naast ondersteuning van andere initiatieven) wordt afgewogen welke ondersteuningsmogelijkheden er zijn met de lijst van ondersteuningsopties als basis.

  • 6.

    Wanneer samenwerking meer structureel van aard wordt en/of het initiatief verder ontwikkeld is, stijgt de kans dat er behoefte is aan meer maatwerkafspraken. In die situatie is het gebruikelijk dat een samenwerking formeel wordt geregeld, bijvoorbeeld via een intentieovereenkomst of opdrachtverlening. Dat is buiten de scope van dit stuk.

Vervolg

De benodigde capaciteit en middelen zijn gereserveerd in het Programma Energieneutraal en CO2-neutraal Oss in 2050. Tijdens de looptijd van het beleid wordt een vast contactpersoon gekozen binnen het programma en geldt het geraamde bedrag van € 25.000 aan uitvoeringsmiddelen als plafondbedrag. Het vast contactpersoon ziet toe op proportionele financiële ondersteuning van initiatieven, dus zo veel mogelijk verspreid door het jaar heen en over de initiatieven heen. Een nieuw initiatief volgt altijd – begeleid door het vast contactpersoon – het stappenplan afweging, waarvan stap 5 richting geeft in de afweging bij ondersteuning.

Ondertekening

Bijlage 1a: proces

Bij het opstellen van dit beleid zijn diverse bronnen geraadpleegd. Allereerst is een bureaustudie uitgevoerd naar landelijke best practices bij samenwerking met burgerinitiatieven en energiecoöperaties en voorbeelden en ervaringen van andere gemeenten:

Vervolgens zijn intern (ambtelijk) overleggen gevoerd over de samenwerking tot dusver met bestaande initiatieven in de gemeente alsook één expertgesprek over diens ervaring met samenwerking met energiecoöperaties. Daarna zijn alle bekende actieve energieburgerinitiatieven uitgenodigd voor een gesprek, de gesprekken vonden in september 2024 plaats. We hebben met de volgende lokale partijen gesprekken gevoerd:

  • Eijgen Polder Energi

  • Energiecoöperatie Oss

  • DAM Power

  • Escoss

  • Warmteschap Megen

Herpse Energie is wel aangeschreven, maar het is niet gelukt om tot een gesprek te komen. Zie bijlage 1b voor de verslagen van de gevoerde gesprekken.

Voor de herijking van dit beleid zijn in het derde kwartaal van 2025 gesprekken gevoerd met Eijgen Polder Energie, Energiecoöperatie Oss, DAM Power, Warmteschap Megen en Herpse Energie. Deze gespreksverslagen zijn bijgevoegd in bijlage 1c.

Bijlage 1b: gespreksverslagen

Gesprekken met energiecoöperaties en burgerinitiatieven inzake beleid burgerinitiatieven energie

Alle gesprekken zijn gevoerd in september 2024

Gespreksverslag Eijgen Polder Energie & gemeente Oss

2 september 2024

Aanwezig: drie vertegenwoordigers van coöperatie Eijgen Polder Energie, twee ambtenaren van gemeente Oss

De gemeente Oss heeft Eijgen Polder Energie uitgenodigd om het gesprek aan te gaan over het beleid burgerinitiatieven energie, dat momenteel wordt opgesteld. Onderdeel van het proces om tot het beleidsstuk te komen is het voeren van een gesprek met actieve burgerinitiatieven in de gemeente. Hier haalt de gemeente graag op welke behoefte aan ondersteuning initiatieven hebben (gehad) en welke ervaring ze hebben met de samenwerking met de gemeente tot nu toe. De gesprekken helpen om ondersteuning te bieden die past bij de behoeften van de initiatieven. Het gesprek bestond uit twee delen: in het eerste deel van het gesprek werden de context en de richting van het beleid toegelicht, tijdens het tweede deel werden er vragen besproken. Onderdeel van het eerste deel was ook een toelichting van de gemeente op de opgave richting 2050, het belang van burgerparticipatie en de waarde ervan voor de lokale samenleving.

Deel I (context en richting)

Eijgen Polder Energie mist snelheid en het thema financiële participatie in het proces rondom Duurzame Polder van de gemeente Oss, maar is blij dat de gemeente aan de slag is met o.a. dit beleid. Het is in het project Duurzame Polder nog onduidelijk hoe financiële participatie geborgd gaat worden en contact met het projectteam is beperkt. Het wordt gezien als belangrijk voor de gemeente om goed een visie op samenwerking met initiatieven te geven: hoe kijkt de gemeente naar energiegemeenschappen, op welke manier voorziet de gemeente duurzame samenwerking met initiatieven in de lokale energietransitie en hoe kijkt de gemeente naar lokaal eigendom? Na de nota financiële participatie bij grootschalige energie-opwekking geven de nieuwe Energiewet en Omgevingswet aanleiding om opnieuw naar het onderwerp te kijken en het concreet in te vullen.

Het betrekken van lokale ondernemers en MKB, alsook inwoners, is een belangrijke succesfactor voor Eijgen Polder Energie. Welke rol ziet de gemeente voor deze partijen, met inwoners georganiseerd in bijvoorbeeld een energiegemeenschap, in de toekomstige lokale energievoorziening? Er volgt een korte update van het initiatief Eijgen Polder Energie, dat nu 77 leden telt en in gesprek is met het windcollectief Oss - Den Bosch.

Deel II (vragen)

Een aantal benoemde behoeften zijn praktisch van aard: vergaderruimtes, financiële bijdrage om een coöperatie op te starten en communicatiematerialen. Sommige zaken zijn aantrekkelijk als de gemeente kan bijdrage, bijvoorbeeld met een WA-verzekering voor vrijwilligers of DAEB-regeling. Als het gaat om grote projecten die de coöperatie wil opstarten of waaraan ze wil deelnemen, komen er momenten waarop de gemeente een financiële bijdrage kan leveren: bijvoorbeeld met het verstrekken van een bankgarantie of het dekken van voorfinanciering.

Bij Eijgen Polder Energie leeft de wens om intensiever en gelijkwaardiger betrokken te worden dan alleen in een klankbordgroep, ze geven liever in samenwerking vorm aan een project dan alleen als klankbord. Ze zijn graag een gesprekspartner voor de gemeente. Belangrijk voor de lokale energietransitie vindt Eijgen Polder Energie dat er stadsgesprekken worden georganiseerd over de toekomstige energievoorziening en lokale energiegemeenschappen, hier levert Eijgen Polder Energie graag een bijdrage aan.

Eijgen Polder Energie ziet daarnaast dat er op regionale schaal mogelijkheden zijn om initiatieven te ondersteunen, bijvoorbeeld met een expertpool waar initiatieven bij projecten expertise kunnen zoeken. Dat past bij de nieuwe fase van de transitie waarbij gemeenten een andere rol krijgen en initiatieven een meer trekkende rol krijgen. Het organiseren van een platform om initiatieven met elkaar te verbinden, ideeën uit te wisselen en hen te helpen groeien ziet Eijgen Polder Energie als een belangrijke stap om de verbinding tussen initiatieven te faciliteren.

Nieuwe initiatieven kunnen van Eijgen Polder Energie leren hoe je een coöperatie opzet en organiseert en hoe om te gaan met de (onzekerheden van de) lokale politiek. Er is veel geduld nodig om resultaten te behalen. Het kan in het begin bovendien lastig zijn om te bepalen wat je prioriteiten moeten zijn en waar je tijd in stopt. Eijgen Polder Energie vervult een brugfunctie tussen de Duurzame Polder en inwoners, zorgt voor betrokkenheid en zeggenschap van inwoners in de Duurzame Polder en is een belangrijke gesprekspartner in het project.

Gespreksverslag Energiecoöperatie Oss & gemeente Oss

4 september 2024

Aanwezig: drie vertegenwoordigers van Energiecoöperatie Oss, twee ambtenaren van gemeente Oss

De gemeente Oss heeft Energiecoöperatie Oss uitgenodigd om het gesprek aan te gaan over het beleid burgerinitiatieven energie, dat momenteel wordt opgesteld. Onderdeel van het proces om tot het beleidsstuk te komen is het voeren van een gesprek met actieve burgerinitiatieven in de gemeente. Hier haalt de gemeente graag op welke behoefte aan ondersteuning initiatieven hebben (gehad) en welke ervaring ze hebben met de samenwerking met de gemeente tot nu toe.

De gesprekken helpen om ondersteuning te bieden die past bij de behoeften van de initiatieven. Het gesprek bestond uit twee delen: in het eerste deel van het gesprek werden de context en de richting van het beleid toegelicht, tijdens het tweede deel werden er vragen besproken.

Deel I (context en richting)

De energiecoöperatie Oss vindt het belangrijk dat het ‘waarom’ achter het beleid duidelijk is: de gemeente heeft de wens om inwoners te betrekken bij de energietransitie, omdat ze een belangrijke partij zijn in het uitvoeren ervan.

ECO onderschrijft het lijstje met uitgangspunten

  • De lokale basis: ECO benoemt dat deze lokale basis belangrijk is, hier is de gemeente ook groot genoeg voor. Het kan wel interessant zijn om buiten de gemeentegrenzen kennis op te halen, bijvoorbeeld bij EnergieSamen, of om over de gemeentegrens heen samen te werken, zoals Eijgen Polder Energie doet.

  • Publieke meerwaarde creëren: het streven naar 50% lokaal eigendom is belangrijk voor ECO. Soms is commerciële deelname ook nodig, voor expertise en financiering.

  • Lokaal beleid: naar ervaring van ECO is het soms lastig wat wel en niet passend te maken is binnen lokaal beleid – het is goed als dit beleidsstuk omschrijft hoe hier in de praktijk mee omgegaan moet worden.

  • Vorm ondersteuning: ECO heeft ze vraagtekens bij de duiding ‘professioneel’, betekent het dat minder ontwikkelde initiatieven minder ondersteuning krijgen? Zelfs verder ontwikkelde initiatieven, zoals ECO, kunnen maar beperkt professioneel genoemd worden.

  • Transparantie: het liefst wil ECO aan de voorkant betrokken zijn bij plannen, in plaats van af te wachten wat er mogelijk is. Ze zijn graag structureel betrokken bij ontwikkelingen in de gemeente.

Deel II (vragen)

Op verschillende punten ziet ECO meerwaarde in ondersteuning vanuit de gemeente. In de eerste plaats hebben ze behoefte aan procesondersteuning, waarbij gedacht kan worden aan: vergunningentraject, meegenomen worden in de planvorming (‘aan tafel zitten’), goede communicatie en afstemming – bijvoorbeeld via een vast contactpersoon. ECO wil graag structureel in gesprek blijven met de gemeente en ziet graag meer verbinding met andere initiatieven. Er kan bijvoorbeeld een lijst worden gepubliceerd met projecten die door of samen met burgerinitiatieven zijn gerealiseerd.

Aanvullend ziet ECO een financiële behoefte – vooral in grotere projecten kan de gemeente helpen met voorfinanciering en afdekking van risico’s, de provincie doet dit via de BOM. Ook worden wat praktische zaken genoemd, zoals ruimtes om gebruik van te maken en een vast contactpersoon bij de gemeente. Eerdere ervaring met communicatie, bijvoorbeeld over de energiebespaarbeurs, heeft ECO als goed ervaren.

ECO heeft goede ervaringen gehad met samenwerking met de gemeente in het Mondriaan-project. Recentelijk heeft ECO een VvE geadviseerd over subsidie-aanvragen. Ze helpen inwoners met bewustwording, (adviezen over) isolatie en energiebesparing, collectieve opwek (kleinschalig) en organiseren van lokaal eigendom. Tot slot is ECO een verbindende partij die niet altijd zelf op de voorgrond hoeft te treden, maar met andere organisaties als Herpse Energie en Eijgepolder Energie kan samenwerken.

Er is afsluitend afgesproken dat ECO op de hoogte gehouden wordt van de voortgang van het beleidsstuk.

Gespreksverslag DAM Power & gemeente Oss

4 september 2024

Aanwezig: drie vertegenwoordigers van DAM Power, twee ambtenaren van gemeente Oss

De gemeente Oss heeft DAM Power uitgenodigd om het gesprek aan te gaan over het beleid burgerinitiatieven energie, dat momenteel wordt opgesteld. Onderdeel van het proces om tot het beleidsstuk te komen is het voeren van een gesprek met actieve burgerinitiatieven in de gemeente. Hier haalt de gemeente graag op welke behoefte aan ondersteuning initiatieven hebben (gehad) en welke ervaring ze hebben met de samenwerking met de gemeente tot nu toe. De gesprekken helpen om ondersteuning te bieden die past bij de behoeften van de initiatieven. Het gesprek bestond uit twee delen: in het eerste deel van het gesprek werden de context en de richting van het beleid toegelicht, tijdens het tweede deel werden er vragen besproken.

Deel I (context en richting)

In het lijstje met uitgangspunten herkent DAM Power zich wel, ze voldoen aan het profiel dat geschetst wordt. Punt 3 kan soms lastig zijn (passend maken bij lokaal beleid): het kan voorkomen dat beleid achterloopt op ontwikkelingen, als DAM Power dan een innovatieve pilot wil opstarten, past het wellicht niet bij beleid, is dit dan altijd uitgesloten? Als voorbeelden worden accu’s en miniwaterstofcentrales genoemd. DAM Power is een burgerinitiatief zonder coöperatiestatus, maar heeft mogelijk wel hetzelfde professionaliteitsniveau. Dit brengt het dilemma voor de gemeente met zich mee hoe daar het beste mee omgegaan kan worden.

Deel II (vragen)

DAM Power heeft met name behoefte aan een gemeente die met hun initiatief wil meedenken en kan voorzien in belangrijke partijen om een idee of project een stapje verder te helpen. Soms weet DAM Power ook nog niet precies welke richting het op gaat en is het fijn als de gemeente kan sturen richting wat binnen het beleid en de lokale visie past. Ze maken graag gebruik van een vast aanspreekpunt bij de gemeente dat eventueel contact met andere expertises binnen en buiten de gemeentelijke organisatie kan leggen. DAM Power zou geholpen zijn met steun vanuit de gemeente naar externe partijen toe om de ‘serieusheid’ van het initiatief te benadrukken. Als er grotere projecten gaan lopen (zoals een energiehub), is de verwachting dat voorfinanciering (of helpen zoeken naar investeerders) en inhuur van consultants kunnen helpen om een idee te realiseren. Voorlopig begint DAM Power liever kleiner, bijvoorbeeld door samen een informatieavond te organiseren of als gemeente de organisatie van een informatieavond door DAM Power te ondersteunen door een afvaardiging van de gemeente te sturen.

Met een blik op het verleden concludeert DAM Power dat ideeën soms niet van de grond komen in samenwerking met de gemeente. Inmiddels zijn er diverse contacten binnen de gemeente bekend, maar is nog onduidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is. Het is prettig om een duidelijk aanspreekpunt te hebben, die voor contact met de juiste personen kan zorgen, bijvoorbeeld om ze vanuit hun expertise/verantwoordelijkheid uit te nodigen voor een bewonersmoment. DAM Power wil constructief samen met de gemeente kijken wat samen mogelijk is, zoals een informatieavond, enquête of energiescans.

Enkele jaren terug was de energiecrisis een voedende bodem om mensen te enthousiasmeren voor duurzaamheid. Nu deze crisis minder urgent is en het (landelijk) overheidsbeleid zwalkt, is er minder succespotentie voor initiatieven. Om toch aansluiting bij de mensen te vinden, kan de gemeente aansluiten bij bijvoorbeeld dorps- en wijkraden, zo is DAM Power zelf ook ooit begonnen vanuit het ondernemerscafé. DAM Power ziet zichzelf als onderdeel van de inclusieve samenleving en vindt een betrokken samenleving belangrijk bij zo’n omvangrijke transitie. Ze zijn ambitieus en leren graag van mooie innovatieve projecten in andere gemeenten, zoals de batterij in het dorpshuis in Reek.

Gespreksverslag Escoss & gemeente Oss

12 september 2024

Aanwezig: één vertegenwoordiger van Escoss, twee ambtenaren van gemeente Oss

De gemeente Oss heeft Escoss uitgenodigd om het gesprek aan te gaan over het beleid burgerinitiatieven energie, dat momenteel wordt opgesteld. Onderdeel van het proces om tot het beleidsstuk te komen is het voeren van een gesprek met actieve (burger)initiatieven in de gemeente. Hier haalt de gemeente graag op welke behoefte aan ondersteuning initiatieven hebben (gehad) en welke ervaring ze hebben met de samenwerking met de gemeente tot nu toe. De gesprekken helpen om ondersteuning te bieden die past bij de behoeften van de initiatieven. Het gesprek bestond uit twee delen: in het eerste deel van het gesprek werden de context en de richting van het beleid toegelicht, tijdens het tweede deel werden er vragen besproken.

Deel I (context en richting)

Escoss begon als energiecoöperatie, maar is nu een stichting. Hoewel ze geen burgerinitiatief zijn, hebben ze wel op vergelijkbare manier met de gemeente te maken. Een persoon bij de gemeente, bijvoorbeeld een regisseur of coördinator, zou een drempelverlagende manier zijn voor inwoners om ondersteuning te zoeken bij de gemeente. Andersom wordt benoemd dat ook het stimuleren van inwoners belangrijk is, wellicht zelfs door concreet als gemeente te kijken in welke gebieden we op welke onderwerpen graag burgerinitiatieven zien ontstaan.

Er komt, verbonden aan de ontwikkeling van de windturbines Elzenburg-De Geer, een nog op te richten Duurzaamheidsfonds. Ook andere grootschalige opwekprojecten in de gemeente gaan eraan bijdragen. De gepresenteerde uitgangspunten zouden ook hiervoor goede selectiecriteria kunnen zijn, om te bepalen welke projecten wel of niet in aanmerking komen voor financiële ondersteuning. Dat kunnen ook initiatieven zijn die in aanmerking komen voor ondersteuning vanuit de gemeente binnen dit beleid.

Deel II (vragen)

Escoss heeft goede ervaringen met samenwerken met de gemeente in het project Elzenburg-De Geer. De gemeente heeft bijvoorbeeld goed gecommuniceerd over de voortgang van onderdelen van het project, zoals tijdens de procedures bij de Raad van State en het afstemmen met Enexis, en heeft goed bijgedragen aan het uitwerken van het project en de financiering. Ook in de huidige fase van het project blijft de gemeente goed meedenken over de problemen waar het traject mee te maken heeft.

Als eigen meerwaarde ziet Escoss het realiseren van complexe opwekprojecten in de gemeente. Er is geen winstoogmerk, dus het verdiende geld wordt via het Duurzaamheidsfonds geïnvesteerd in de lokale energietransitie. Na de realisatie van windturbines zijn er plannen voor nieuwe ontwikkelingen op Elzenburg-De Geer, zoals een laadplein i.c.m. opslag voor vrachtvervoer en op educatie en voorlichting gerichte activiteiten. Middels het Duurzaamheidsfonds wil Escoss andere initiatieven in de gemeente wegwijs maken en (financieel) ondersteunen om projecten te realiseren.

Gespreksverslag Warmteschap Megen & gemeente Oss

12 september 2024

Aanwezig: drie vertegenwoordigers van Warmteschap Megen, twee ambtenaren van gemeente Oss

De gemeente Oss heeft Warmteschap Megen uitgenodigd om het gesprek aan te gaan over het beleid burgerinitiatieven energie, dat momenteel wordt opgesteld. Onderdeel van het proces om tot het beleidsstuk te komen is het voeren van een gesprek met actieve burgerinitiatieven in de gemeente. Hier haalt de gemeente graag op welke behoefte aan ondersteuning initiatieven hebben (gehad) en welke ervaring ze hebben met de samenwerking met de gemeente tot nu toe. De gesprekken helpen om ondersteuning te bieden die past bij de behoeften van de initiatieven. Het gesprek bestond uit twee delen: in het eerste deel van het gesprek werden de context en de richting van het beleid toegelicht, tijdens het tweede deel werden er vragen besproken.

Deel I (context en richting)

Het Warmteschap Megen heeft een geschiedenis vanuit de Rotary Energietafel, dat als doel had om een bijdrage te leveren aan de energiearmoedeproblematiek. Eén van de resultaten van de transitietafel met stakeholders is het starten van een pilotproject in Megen. Daartoe is de entiteit ‘Warmteschap Megen’ in het leven geroepen. Dit is nog een Warmteschap in wording. Aan de hand van een rapport van Avans Hogeschool lijkt aquathermie een kansrijke bron voor een pilot aardgasvrij in Megen.

Bij Warmteschap Megen leeft het gevoel dat de gepresenteerde uitgangspunten precies passen bij de zaak waar het warmteschap zich mee bezighoudt. Zo richtten ze zich al vroeg op het publieke belang. Benoemd wordt dan ook dat het belangrijk is dat de bewoners zelf en/of de overheid eigenaarhouders zijn van energietransitieprojecten.

Deel II (vragen)

De behoefte zit allereerst in het (structureel) contact met de gemeente, een vast aanspreekpunt. In het verleden heeft het enorme moeite gekost om met de gemeente in contact te komen, wat als frustrerend werd ervaren. Een stuk financiële ondersteuning om een opstart te maken, met de oprichting van het warmteschap, behoort ook tot de wensen. Er leeft ook de wens om aan te sluiten bij het beleid van de gemeente als het gaat om de voorziene rol van energiegemeenschappen in de lokale energietransitie. Naarmate het project vordert, kijkt Warmteschap Megen ook voor financiering naar de gemeente, en ziet het een belangrijke rol voor de gemeente bij het verkrijgen van inzicht in nationale subsidies en financieringsmogelijkheden. Daarnaast wordt de hoop geuit dat het project in Megen de pilotstatus kan ontvangen en in dat perspectief ondersteuning van de gemeente kan ontvangen. Opgemerkt wordt dat een dergelijke pilot de gemeente Oss als voorbeeld ‘op de kaart kan zetten’.

Hoewel Warmteschap Megen nu voor een warmteschap kiest, heeft het in het verleden verschillende opties verkend – bijvoorbeeld ook om als onderdeel van de bestaande Energiecoöperatie Oss te fungeren. Elders in het land heeft het warmteschap inspiratie opgedaan en lering getrokken uit lopende projecten, bijvoorbeeld in Zutphen. Dan wordt gekeken naar warmtetechnieken, rechtsvormen en samenwerkingsvormen met de gemeente. Op dit moment wordt de rechtsvorm verkend, voor bijvoorbeeld het oprichten van de Warmteschap (entiteit coöperatie) wordt naar de gemeente gekeken voor het dekken van een startfinanciering – waarbij verschillende mogelijkheden worden genoemd (zoals risicofinanciering en revolverend fonds).

Bijlage 1c: gespreksverslagen

Gesprekken met energiecoöperaties en burgerinitiatieven over de voortgang en herijking van het beleid

Alle gesprekken zijn gevoerd in juli, augustus en september 2025

Gespreksverslag DAM Power & gemeente Oss

17 juli 2025

Sinds 1 januari 2025 geeft de gemeente Oss energie-initiatieven in de gemeente ondersteuning. De bekende energie-initiatieven, zo ook DAM Power, hebben meegedacht over de ondersteuningsopties waar behoefte aan is. Nu de ondersteuningsaanpak een half jaar loopt, hebben we nogmaals het gesprek gevoerd. We hebben besproken of de ondersteuningsaanpak nog steeds bij de behoeften aansluit en wat we kunnen verbeteren. Aan de hand van vijf vragen hebben we deze punten besproken.

  • 1.

    Van welke ondersteuningsoptie maak je het meest gebruik of wil je in de toekomst het meest gebruik gaan maken?

    Voorlopig nog niet veel aanspraak op ondersteuning gemaakt. Het scheelt dat ze gratis van Onder d’n Plag gebruik kunnen maken voor bijeenkomsten. Soms spreken ze af bij iemand thuis.

  • 2.

    Waar loop je tegenaan bij het aanspraak maken op ondersteuning? Loopt dit soepel of kan het proces beter?

    DAM Power is blij dat de gemeente nu een vast contactpersoon heeft georganiseerd, bereikbaar is en zich constructief opstelt. Het vertrouwen is gegroeid en er is nu het gevoel dat DAM Power bij de gemeente terecht kan. Eerder was het gevoel dat er niet naar ze geluisterd werd. DAM Power spreekt van een cultuuromslag.

  • 3.

    Welke ondersteuning mis je nog? Op welke manier kan de gemeente meer doen om te helpen?

    In het verleden heeft DAM Power een aantal avondbijeenkomsten georganiseerd. Dit willen ze weer gaan oppakken met relevante onderwerpen, zoals batterijopslag. De wens is dan om samen met de gemeente op te trekken. Dan zou de gemeente bijvoorbeeld een spreker kunnen betalen, zelf een spreker leveren of de verbinding kunnen leggen met andere initiatieven, zo stelt DAM Power voor.

    Uiteindelijk heeft DAM Power de behoefte om de kennis om te zetten in concrete projecten. De gemeente kan hen dan helpen om financiering te organiseren (zoals een lening of garantstelling), contacten te leggen met partners (zoals Enexis) en eventueel zelf deel te nemen.

  • 4.

    Welke samenwerking met de gemeente zien jullie in de toekomst graag voor je? Aan welk concreet project zou je gezamenlijk willen werken?

    Enerzijds ziet DAM Power graag ondersteuning aan de organisatie, aan de andere kant ruimte voor pilotprojecten. Zo verkent DAM Power of een buurtbatterij nabij enkele grote daken met zonnepanelen haalbaar is. Wat DAM Power betreft is in de toekomst een energiegemeenschap een optie, waar opwek, opslag en afname lokaal in een energiehub samenkomen.

    We hebben afgesproken om binnenkort een gesprek te organiseren om het idee verder te verkennen. We nodigen ook Enexis uit voor dit gesprek.

  • 5.

    Welk groeipad zie je voor jouw initiatief? Waar sta je over 1 jaar en over 5 jaar? Welke rol kan de gemeente spelen om daarbij te helpen?

    In het beleid- en visiedocument van DAM Power is dit vastgelegd. In 2030 wil DAM Power graag energieneutraal zijn met de kernen Demen, Dieden, Deursen-Dennenburg en Neerlangel. Ze schatten in dat het haalbaar zou kunnen zijn voor elektra, maar erg moeilijk wordt voor warmte. Daarom richten ze zich op elektra en pas later op warmte. Bovenal willen ze graag een partner zijn voor inwoners die willen verduurzamen.

Gespreksverslag Warmteschap Megen & gemeente Oss

20 augustus 2025

Sinds 1 januari 2025 geeft de gemeente Oss energie-initiatieven in de gemeente ondersteuning. De bekende energie-initiatieven, zo ook Warmteschap Megen, hebben meegedacht over de ondersteuningsopties waar behoefte aan is. Nu de ondersteuningsaanpak een half jaar loopt, hebben we nogmaals het gesprek gevoerd. We hebben besproken of de ondersteuningsaanpak nog steeds bij de behoeften aansluit en wat we kunnen verbeteren. Aan de hand van vijf vragen hebben we deze punten besproken.

  • 1.

    Van welke ondersteuningsoptie maak je het meest gebruik of wil je in de toekomst het meest gebruik gaan maken?

    Voorlopig heeft Warmteschap Megen nog weinig gebruik gemaakt van onze ondersteuning. Dat komt omdat het Warmteschap zich nu eerst richt op de ontwikkeling van de eigen organisatie. In de laatste maanden is de groep uitgebreid van een kleine kern (zo’n 5 mensen) naar een grotere groep (ruim 20 mensen). Met deze grotere groep kan Warmteschap Megen subgroepen of commissies opstarten, bijvoorbeeld op het gebied van financiën, techniek en communicatie. Over de mate waarin deze nieuwe aanwas hiervoor open staat, wordt gesproken tijdens een bijeenkomst op 2 september.

    Men verkent nu wat de beste organisatievorm is: een stichting, een eigen energiecoöperatie of een onderdeel van Energiecoöperatie Oss? We bespreken dat omdat men uiteindelijk wil groeien tot warmtegemeenschap of een eigen energiecoöperatie en om te bepalen wat een logische vorm zou zijn.

  • 2.

    Waar loop je tegenaan bij het aanspraak maken op ondersteuning? Loopt dit soepel of kan het proces beter?

    Warmteschap Megen ervaart het contact met de gemeente inmiddels als prettig. De huidige samenwerking geeft hoop voor de toekomst. Als Warmteschap Megen nog gebruik zou willen maken van de subsidie voor startende energiecoöperaties, dan lijkt het verstandig om dat nog voor het einde van het kalenderjaar te doen omdat deze subsidie nu nog nadrukkelijk in het beleid is opgenomen.

  • 3.

    Welke ondersteuning mis je nog? Op welke manier kan de gemeente meer doen om te helpen?

    Op dit moment is de ondersteuning voldoende. Warmteschap Megen richt zich eerst op het activeren van de lokale gemeenschap. De bijeenkomst op 2 september is een belangrijk moment om te bepalen hoeveel animo er voor de ideeën van Warmteschap Megen is in de lokale gemeenschap voor de realisatie van een lokaal warmtenet in eigen beheer.

    In de volgende fase heeft Warmteschap Megen behoefte aan middelen om een onderzoek uit te voeren. Daarnaast kan het handig zijn om een aanspreekpunt, een ‘begeleider’, te hebben, om te helpen bij het te doorlopen proces.

  • 4.

    Welke samenwerking met de gemeente zien jullie in de toekomst graag voor je? Aan welk concreet project zou je gezamenlijk willen werken?

    Het project dat Warmteschap Megen voor zich ziet is een warmtenet gevoed door water uit de Maas. Hiervoor is nauwe samenwerking vereist met o.a. gemeente (openbare ruimte) en Rijkswaterstaat en Aa en Maas (bron). Vroegtijdige afstemming is bovendien handig om te voorkomen dat de gemeente en Warmteschap Megen een andere technische richting op willen. De gemeente maakt immers plannen voor duurzame warmte in de hele gemeente, zo ook kern Megen, in het Warmteprogramma.

  • 5.

    Welk groeipad zie je voor jouw initiatief? Waar sta je over 1 jaar en over 5 jaar? Welke rol kan de gemeente spelen om daarbij te helpen?

    Er is een stappenplan opgesteld met go/no-go-momenten. Dit vormt de basis die Warmteschap Megen de komende jaren wil volgen.

    Mocht het warmtenet niet haalbaar blijken, dan staat Warmteschap Megen er eventueel voor open om hun initiatief anders in te vullen. Maar alleen als het warmtenet echt niet haalbaar zou zijn.

Gespreksverslag Energiecoöperatie Oss & gemeente Oss

21 augustus 2025

Sinds 1 januari 2025 geeft de gemeente Oss energie-initiatieven in de gemeente ondersteuning. De bekende energie-initiatieven, zo ook Energiecoöperatie Oss, hebben meegedacht over de ondersteuningsopties waar behoefte aan is. Nu de ondersteuningsaanpak een half jaar loopt, hebben we nogmaals het gesprek gevoerd. We hebben besproken of de ondersteuningsaanpak nog steeds bij de behoeften aansluit en wat we kunnen verbeteren. Aan de hand van vijf vragen hebben we deze punten besproken.

  • 1.

    Van welke ondersteuningsoptie maak je het meest gebruik of wil je in de toekomst het meest gebruik gaan maken?

    Tot nu toe maakt Energiecoöperatie Oss (ECO) vooral gebruik van de mogelijkheid om ontmoetingsruimten te huren. Ze hebben daarnaast deelgenomen aan twee ontwerpsessies voor het onderzoek naar de maatschappelijke waarden van de warmtetransitie. Dit als onderdeel van de ontwikkeling van het Warmteprogramma. ECO heeft aangegeven hierbij betrokken te willen blijven. Daarnaast heeft Huub binnen de gemeente contact gezocht met de jurist die betrokken was bij het project ‘Zonnestroominstallatie De Bouwschuur’ in Ravenstein met als doel hier extra aandacht voor te vragen.

    In de toekomst hoopt ECO gebruik te kunnen maken van de vrijwilligersverzekering. Hier valt bestuursaansprakelijkheidsverzekering onder, maar het is ECO niet duidelijk of deze afdoende is. Op dit moment heeft ECO ook een eigen bestuursaansprakelijkheidsverzekering en is de vraag of deze opgezegd kan worden.

  • 2.

    Waar loop je tegenaan bij het aanspraak maken op ondersteuning? Loopt dit soepel of kan het proces beter?

    Het contact met de gemeente wordt als positief ervaren en het is fijn om één helder aanspreekpunt te hebben. Alle hulpvragen zijn tot nu toe goed opgepakt. Het gevoel leeft dat we nu beter samen kunnen bouwen aan de toekomst dan voorheen.

  • 3.

    Welke ondersteuning mis je nog? Op welke manier kan de gemeente meer doen om te helpen?

    Voor ECO is het belangrijk om inwoners met weinig financiële middelen te helpen. Ze zien bijvoorbeeld dat de doelgroep particuliere huurders nog hulp kan gebruiken. Ze zouden willen helpen met bewustwording en financiering van kleine maatregelen. Een idee dat nu bij ECO speelt is het – samen met de gemeente – aanbieden van ‘pakketten’ met verduurzamingsitems als zonnepanelen en een thuisbatterij aan de doelgroep met weinig financiële middelen. Voor deze pakketten zouden bewoners een lening moeten kunnen afsluiten zonder eigen inleg, waarbij de terugbetaling uit opbrengst van de zonnepanelen komt. Daarnaast wil men graag een (financiële) bijdrage van de gemeente voor het opleiden van energiecoaches.

  • 4.

    Welke samenwerking met de gemeente zien jullie in de toekomst graag voor je? Aan welk concreet project zou je gezamenlijk willen werken?

    Als er in de gemeente een warmtenet komt, ziet ECO wel een rol voor zichzelf in het contact met bewoners. Op dit moment biedt ECO bijvoorbeeld aandelenpakketten aan inwoners aan in het project Elzenburg-De Geer. Daarnaast kan ECO een rol spelen in een warmtegemeenschap als dat onderdeel is van de toekomstige ontwikkeling van een warmtenet. Verder kan ECO de gemeente ondersteunen in de MCO-aanpak. Denk aan ambassadeurschap en het verbinden van haar naam aan het MCO in de communicatie. Over praktische ondersteuning zijn we nog met elkaar in gesprek.

  • 5.

    Welk groeipad zie je voor jouw initiatief? Waar sta je over 1 jaar en over 5 jaar? Welke rol kan de gemeente spelen om daarbij te helpen?

    ECO dreigt in een impasse te belanden. Recent zijn een paar projecten gestrand en onder de leden animo om aan nieuwe projecten te werken is laag. Ook was de opkomst bij een bijeenkomst in juni laag. ECO heeft een aantal ideeën voor nieuwe projecten en zoekt enthousiaste leden om ze uit te voeren. Maar omdat de ideeën nog niet concreet genoeg zijn, ontbreekt het motief voor nieuwe leden om in te stappen. Men geeft aan duidelijk successen nodig te hebben waar ‘mensen duidelijk iets aan hebben'. Mocht dat niet lukken, dan dreigt ECO een ‘slapend bestaan’ te gaan leiden. Stoppen is geen optie, want ECO blijft hoe dan ook betrokken bij het Mondriaanproject.

Gespreksverslag Herpse Energie & gemeente Oss

28 augustus 2025

Sinds 1 januari 2025 geeft de gemeente Oss energie-initiatieven in de gemeente ondersteuning. De bekende energie-initiatieven, zo ook Herpse Energie, hebben meegedacht over de ondersteuningsopties waar behoefte aan is. Nu de ondersteuningsaanpak een half jaar loopt, hebben we nogmaals het gesprek gevoerd. We hebben besproken of de ondersteuningsaanpak nog steeds bij de behoeften aansluit en wat we kunnen verbeteren. Aan de hand van vijf vragen hebben we deze punten besproken.

  • 1.

    Van welke ondersteuningsoptie maak je het meest gebruik of wil je in de toekomst het meest gebruik gaan maken?

    Herpse Energie maakt gebruik van de toegewezen zonnecoach en de toegewezen projectbegeleider. Dat gaat in principe buiten het beleid om. Voorlopig hebben ze geen behoefte aan andere ondersteuning. Dat zou in de toekomst nog wel kunnen komen in de volgende fase van het project.

  • 2.

    Waar loop je tegenaan bij het aanspraak maken op ondersteuning? Loopt dit soepel of kan het proces beter?

    Loopt soepel, geen aanmerkingen.

  • 3.

    Welke ondersteuning mis je nog? Op welke manier kan de gemeente meer doen om te helpen?

    Dat ligt aan de volgende fase van het project. Hangt af van de technische ontwerpvraag.

  • 4.

    Welke samenwerking met de gemeente zien jullie in de toekomst graag voor je? Aan welk concreet project zou je gezamenlijk willen werken?

    Een concreet samenwerkingsproject is er al met de zonnewal Herpen.

  • 5.

    Welk groeipad zie je voor jouw initiatief? Waar sta je over 1 jaar en over 5 jaar? Welke rol kan de gemeente spelen om daarbij te helpen?

    Op dit moment loopt er onderzoek. Dat is nodig om alternatieve plannen verder door te rekenen.

Gespreksverslag Eijgen Polder Energie & gemeente Oss

2 september 2025

Sinds 1 januari 2025 geeft de gemeente Oss energie-initiatieven in de gemeente ondersteuning. De bekende energie-initiatieven, zo ook Eijgen Polder Energie, hebben meegedacht over de ondersteuningsopties waar behoefte aan is. Nu de ondersteuningsaanpak een half jaar loopt, hebben we nogmaals het gesprek gevoerd. We hebben besproken of de ondersteuningsaanpak nog steeds bij de behoeften aansluit en wat we kunnen verbeteren. Aan de hand van vijf vragen hebben we deze punten besproken.

  • 1.

    Van welke ondersteuningsoptie maak je het meest gebruik of wil je in de toekomst het meest gebruik gaan maken?

    Tot nu toe maakt Eijgen Polder Energie alleen gebruik van de kostenvergoeding voor ruimtehuur. Deze mogelijkheid wordt gewaardeerd.

  • 2.

    Waar loop je tegenaan bij het aanspraak maken op ondersteuning? Loopt dit soepel of kan het proces beter?

    Het contact met de gemeente loopt soepel. Het kan soms wel lang duren voordat facturen betaald zijn.

  • 3.

    Welke ondersteuning mis je nog? Op welke manier kan de gemeente meer doen om te helpen?

    In het verleden heeft de gemeente beleid voor 50% lokaal eigendom bij opwekprojecten opgesteld. Echter leeft het gevoel dat de gemeente meer zou kunnen doen om lokaal eigendom in de Duurzame Polder te stimuleren. Op dit moment is er geen toetsingskader om te toetsen of initiatiefnemers zich voldoende hebben ingespannen om 50% lokaal eigendom te realiseren, voordat hier vanaf gestapt wordt.

    Verder ziet Eijgen Polder Energie graag meer verbinding tussen de initiatieven. Het is goed als de gemeente dit contact organiseert, bijvoorbeeld rondom thematische bijeenkomsten. De bijeenkomst dit najaar is dan ook een goed initiatief, net als de workshops rondom het Warmteprogramma. Daarnaast zou Eijgen Polder Energie geholpen zijn met een vergoeding voor het drukken van flyers en folders.

  • 4.

    Welke samenwerking met de gemeente zien jullie in de toekomst graag voor je? Aan welk concreet project zou je gezamenlijk willen werken?

    In de toekomst kan het goed zijn als de gemeente onderzoekt hoe energiegemeenschappen en/of energiehubs een rol kunnen spelen in de lokale energietransitie. Dit is namelijk een goede manier om lokaal eigendom te stimuleren. Ook bestaande/lopende ontwikkelingen, zoals de lokale afname van energie uit windpark Elzenburg-De Geer, kunnen in de toekomst getransformeerd worden tot energiegemeenschap of energiehub.

  • 5.

    Welk groeipad zie je voor jouw initiatief? Waar sta je over 1 jaar en over 5 jaar? Welke rol kan de gemeente spelen om daarbij te helpen?

    Voor Eijgen Polder Energie is het belangrijk om goed positie te krijgen in het windpark Duurzame Polder en om in de toekomst naar een energiegemeenschap toe te werken. Het zou zodoende mooi zijn als er over 10 jaar een lokaal energiebedrijf actief zou zijn in de Duurzame Polder. De gemeente kan een faciliterende rol spelen in deze ontwikkeling en de verbinding leggen met andere initiatieven en bedrijven.

Bijlage 2: definities

  • Individuele inwoner: een individuele inwoner is een lokale burger met een idee, project, of activiteit dat hij of zij zelfstandig dan wel in samenwerking met anderen in de gemeente wil initiëren. Dit idee, project of activiteit richt zich op het creëren van waarde voor de eigen leefomgeving en op het gebied van energietransitie en duurzaamheid.

  • Burgerinitiatief: onder een burgerinitiatief wordt verstaan een idee, project, of activiteit door burger(s), dat zich richt op het creëren van waarde voor de eigen leefomgeving. Het maakt niet uit hoeveel inwoners zich verzamelen in het initiatief, het maakt ook niet uit of en welke rechtsvorm het initiatief heeft. In de context van dit beleid gaat het om lokale burgerinitiatieven op het gebied van de energietransitie en duurzaamheid. Wanneer inwoners deelnemen in een initiatief van de overheid, wordt dit niet als burgerinitiatief gezien.

  • Energiecoöperatie: een energiecoöperatie is een groep burgers die zich middels energieprojecten inzet voor het verduurzamen van de eigen leefomgeving vanuit de juridische entiteit ‘coöperatie’. Andere logische vormen in het licht van de wetsontwikkelingen WCW en WGIW zijn de energiegemeenschap en de warmtegemeenschap6.

  • Lokaal eigendom: een energiecoöperatie is vaak de partij die lokaal invulling geeft aan lokaal eigendom. Voor lokaal eigendom wordt de definitie gevolgd uit de vastgestelde beleidsnota financiële participatie bij grootschalige energie-opwek-projecten7. Dat wil zeggen, de tien uitgangspunten voor financiële participatie waaronder het streven naar minimaal 50% lokaal eigendom worden gevolgd.

De tien uitgangspunten bij financiële participatie volgen uit de beleidsnota financiële participatie bij grootschalige energie-opwek-projecten:

  • 1.

    De hele gemeenschap moet mee kunnen profiteren van de energieopwekking.

  • 2.

    Ieder grootschalig energieopwekkingsproject is maatwerk.

  • 3.

    Een deel van de winst moet worden besteed aan de directe omgeving.

  • 4.

    Een deel van de winst moet worden afgedragen aan het duurzaamheidsfonds i.o..

  • 5.

    Na afdracht moet een rendabele businesscase overblijven voor de ontwikkelaar.

  • 6.

    De hoogtes van de afdracht uit de gedragscodes van ‘Wind op land’ en ‘Zon op land’ worden als ondergrens gevolgd.

  • 7.

    Gestreefd wordt naar minimaal 50% lokaal eigendom.

  • 8.

    De kansen voor de lokale economie moeten optimaal worden benut.

  • 9.

    In een open, transparant proces moet de ontwikkelaar tot afspraken komen met de gemeenschap.

  • 10.

    De raad moet van begin tot eind worden geïnformeerd over dat proces.

Bijlage 3: behoeften van lokale initiatieven

Meest genoemd

  • 1.

    Een vast contactpersoon bij de gemeente;

  • 2.

    Het verstrekken van voorfinanciering voor projecten.

Vaak genoemd

  • 3.

    Het delen van een gemeentelijke visie op samenwerking met energiegemeenschappen & lokale initiatieven (in het kader van energiegemeenschappen in de nieuwe wetgeving);

  • 4.

    Het toekennen van de pilotstatus voor innovatieve projecten van inwoners(initiatieven);

  • 5.

    Het beschikbaar stellen van ontmoetingsruimten, voor diverse samenkomsten en doeleinden;

  • 6.

    Het leveren van een financiële bijdrage om een coöperatie op te richten;

  • 7.

    Het creëren en onderhouden van een platform om initiatieven met elkaar te verbinden;

  • 8.

    Op gelijke voet met de gemeente samenwerken in projecten;

  • 9.

    Duidelijkheid verschaffen over het ‘passend maken’ van initiatieven binnen bestaand beleid;

  • 10.

    Het dekken van projectrisico’s.

Eenmalig genoemd

  • 11.

    Het beschikbaar stellen van communicatiemiddelen;

  • 12.

    Het concreter stellen van randvoorwaarden bij lokaal eigendom;

  • 13.

    De DAEB-regeling inzetten;

  • 14.

    Het organiseren van een WA-verzekering voor vrijwilligers;

  • 15.

    Het inrichten van een (regionale) expertpool waar initiatieven bij projecten expertise kunnen vinden;

  • 16.

    Het verlenen van ondersteuning bij het vergunningentraject;

  • 17.

    Het publiceren van een lijst met energieprojecten die door of met burgerinitiatieven zijn gerealiseerd;

  • 18.

    Het constructief meedenken met ideeën van lokale initiatieven;

  • 19.

    Het faciliteren van contacten met externe partijen;

  • 20.

    Het beschikbaar stellen van (interne of externe) expertise;

  • 21.

    Het gezamenlijk organiseren van kleine acties, zoals een informatieavond;

  • 22.

    Het stimuleren van inwoners om deel te nemen aan initiatieven of coöperaties;

  • 23.

    Het informeren over subsidie- en financieringsmogelijkheden;

  • 24.

    Het aanbieden van middelen om onderzoek uit te voeren;

  • 25.

    Het aanbieden van een begeleider om projecten te coördineren;

  • 26.

    Het vergoeden van drukwerk, zoals folders en flyers;

  • 27.

    Het scheppen van duidelijkheid over randvoorwaarden voor projecten;

  • 28.

    Het ontwikkelen van een toetsingskader om lokaal eigendom te borgen;

  • 29.

    Het gezamenlijk communiceren naar inwoners in energieprojecten;

  • 30.

    Het (samen) helpen van huurders met lage inkomens;

  • 31.

    Het voorzien in financiële ondersteuning om energiecoaches op te leiden.

Bijlage 4a: basisondersteuning

  • We organiseren een vast contactpersoon (VC) bij de gemeente voor initiatieven en onderhouden regelmatig contact;

  • We stellen incidenteel ontmoetingsruimten ter beschikking, VC beoordeelt de aanvragen – bijvoorbeeld aan de hand van resterende middelen en eerdere aanvragen;

  • We leveren een financiële bijdrage aan initiatieven om organisatiekosten te dekken van maximaal € 2.500. Om in aanmerking te komen, dient aangetoond te worden dat het initiatief een bijdrage aan de lokale energietransitie kan leveren. Bovendien dient de aanvrager een organisatie te zijn die eerder het stappenplan voor ondersteuning succesvol doorlopen heeft. De financiële bijdrage moet aantoonbaar worden besteed aan één of meer van de volgende onderdelen:

    • o

      Opstartkosten voor beginnende coöperaties

    • o

      Opstartkosten voor dochterorganisaties van bestaande coöperaties

    • o

      Kosten voor aanpassing van statuten

    • o

      Kosten voor werving van nieuwe leden/vrijwilligers

    • o

      Kosten voor begeleiding bij de ontwikkeling van de organisatie

    • o

      Kosten voor de doorontwikkeling van energiecoöperatie naar energie-/warmtegemeenschap;

  • VC brengt initiatieven met elkaar in verbinding, wanneer de situatie zich ervoor leent of op verzoek van een burgerinitiatief;

  • We gebruiken incidenteel communicatiemiddelen (zoals weekblad of gemeentelijke sociale media) om over onze lokale initiatieven te berichten, VC organiseert dit intern met communicatiecollega’s;

  • Drukwerk dat initiatieven nodig hebben om naamsbekendheid te krijgen of potentiële vrijwilligers te enthousiasmeren, wordt vergoed;

  • Wij bieden een gratis vrijwilligersverzekering aan;

  • We vergoeden de kosten van aanvullende verzekeringen wanneer de gratis vrijwilligersverzekering niet voldoet;

  • We verlenen ondersteuning bij het vergunningentraject;

  • VC maakt een lijst met behaalde prestaties en uitgevoerde acties door energie-initiatieven;

  • Voor een snelle hulpvraag van een initiatief schakelt VC intern met collega’s met de nodige expertise;

  • We organiseren gezamenlijk kleine acties, zoals een inwonerspeiling of informatieavond, wanneer de gemeente deze acties initieert en samenwerking met een lokaal initiatief een logische match is;

  • We wijzen inwoners op de mogelijkheid om deel te nemen aan initiatieven of coöperaties;

  • We informeren initiatieven over subsidie- en financieringsmogelijkheden op vraagbasis.

Een budget van € 25.000 en een capaciteit van 0,2 FTE zijn gereserveerd binnen het Programma Energieneutraal en CO2-neutraal Oss in 2050. Hiervan is € 20.000 gereserveerd voor de financiële bijdrageregeling en € 5.000 voor overige ondersteuning. Wanneer dit bedrag of het plafondbedrag van het initiatief is bereikt, stopt de ondersteuning. Mocht dat gebeuren, dan zullen wij de mogelijkheid onderzoeken om het budget (tijdelijk) te verhogen. Zou dat niet kunnen, dan kunnen initiatieven vanaf het volgende kalenderjaar per 1 januari weer in aanmerking komen voor een financiële bijdrage.

Bijlage 4b: aanvullende opties voor ondersteuning

De volgende ondersteuningsopties zijn maatwerk en kunnen worden ingezet wanneer dit past bij de lopende (project)samenwerking tussen gemeente en initiatief.

  • Het verstrekken van een voorfinanciering met revolverend karakter;

  • Het verschaffen van een pilotstatus aan een project van een lokaal initiatief, dit betekent dat bij wijze van proef een project wordt geïnitieerd of veroorloofd ook al past het niet binnen bestaand beleid;

  • Het aangaan van een gezamenlijk energietransitieproject;

  • Het dekken van projectrisico’s;

  • Het organiseren van externe expertise en/of contacten, bijvoorbeeld om een haalbaarheidsstudie uit te voeren voor een projectvoorstel van een initiatief.


Noot
4

Zoals beschreven kan de gemeente op zoek gaan naar welke ruimte er binnen het beleid is om af te wijken van bestaande plannen, het alternatief moet dan wel binnen het nationaal kader waar de gemeente zich aan te houden heeft passen.

Noot
5

Voorafgaand aan stap 1 kan ook al veel gebeuren. De gemeente kan bijvoorbeeld inzetten op een communicatiecampagne om kenbaar te maken dat initiatieven op steun van de gemeente kunnen rekenen en op welke manier ze zich kenbaar kunnen maken. Dat is buiten de scope van dit stuk.

Noot
6

De WCW beschrijft de warmtegemeenschap als een rechtspersoon of personenvennootschap die:

a. ten behoeve van haar leden, vennoten of aandeelhouders actief is als warmtebedrijf;

b. als hoofddoel heeft het bieden van milieuvoordelen of economische of sociale voordelen aan haar leden, vennoten of aandeelhouders of aan de plaatselijke gebieden waar ze werkzaam is;

c. niet is gericht op het maken van winst, en

d. gebruik maakt van duurzame warmtebronnen als belangrijkste warmtebron.