Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Land van Cuijk 2026

Geldend van 25-06-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Land van Cuijk 2026

Artikel 1. Definities

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • aanvraag: verzoek om, of het accepteren van, een aanbod voor schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet;

  • begeleidingsplan: het plan, bedoeld in artikel 12, waarin staat hoe de begeleiding aan de inwoner vorm krijgt aan de hand van de begeleidingsproducten uit het plan van aanpak en op welke leefgebieden dit zich richt;

  • begeleidingsproducten: hulp en begeleiding die geboden wordt om de kennis, vaardigheden en competenties van de inwoner te vergroten, door financiële begeleiding die bestaat uit het verbeteren van de financiële situatie van de inwoner, budgetbegeleiding, budgetcoaching, budgetbeheer of beschermingsbewind en zo nodig begeleiding door flankerende hulp;

  • BKR: Bureau Kredietregistratie;

  • CKI: Centraal Krediet Informatiesysteem;

  • college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Land van Cuijk;

  • crisissituatie: gedwongen woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, elektriciteit, stadsverwarming of water, gedwongen opzegging of ontbinding van de zorgverzekering of andere bedreigende situaties als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de wet;

  • inwoner: ingezetene van de gemeente als bedoeld in artikel 1 van de wet;

  • leefgebieden: thema’s die bij het bieden van schuldhulpverlening centraal staan: werk, inkomen, opleiding, spaargeld, schulden, wonen, gezin, gezondheid en sociaal netwerk;

  • meetinstrument: middel dat een objectieve inschatting van de huidige situatie, kennis, vaardigheden en competenties van een inwoner geeft op de leefgebieden;

  • niet vrij toegankelijke voorziening: voorziening waarvoor een besluit van het college nodig is;

  • plan van aanpak: het plan, bedoeld in artikel 9 en als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, onder a, van de wet dat zich specifiek op de inwoner richt, waarin de hulpvraag staat zoals die aan de hand van de systematische intake is vastgesteld en dat het aanbod voor de schuldhulpverlening bevat;

  • problematische schulden: een schuld is problematisch wanneer te voorzien is dat een natuurlijk persoon zijn schulden niet zal kunnen blijven betalen of is gestopt met betalen. Daaronder wordt verstaan een situatie waarin niet binnen 36 maanden alle opeisbare vorderingen betaald kunnen worden, en dus een schuldregeling wordt gestart;

  • schuldhulpverlening: schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 1 van de wet;

  • systematische intake: gestructureerde werkwijze voor het voeren van één of meer gesprekken na een aanvraag om een integraal beeld te krijgen van de situatie van de inwoner en om de hulpvraag van de inwoner vast te stellen;

  • wet: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.

Artikel 2. Doelgroep

  • 1. Inwoners met financiële zorgen of schulden kunnen zich tot het college wenden voor schuldhulpverlening.

  • 2. Bijzondere omstandigheden, als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van de wet, waarin het college na overleg met de woongemeente ook schuldhulpverlening geeft aan een persoon die geen inwoner is, zijn:

    • a.

      verhuizing;

    • b.

      detentie; of

    • c.

      andere bijzondere omstandigheden

  • 3. De persoon, bedoeld in het tweede lid, wordt gelijkgesteld met een inwoner.

Artikel 3. Aanvraag

Een aanvraag is vormvrij en kan zowel schriftelijk als mondeling worden ingediend.

Artikel 4. Systematische intake

  • 1. Na de aanvraag volgt een systematische intake waarin het college in overleg met de inwoner de hulpvraag vaststelt en het college de inwoner informeert over het proces.

  • 2. De systematische intake start met een eerste gesprek. Dit gesprek vindt, overeenkomstig artikel 4, eerste en tweede lid, van de wet, plaats binnen vier weken na de aanvraag of binnen drie werkdagen als sprake is van een crisissituatie.

  • 3. Tijdens de systematische intake informeert het college de inwoner in elk geval over:

    • a.

      de wijze waarop het college de inwoner ontzorgt en ondersteunt bij financiële problemen en indien mogelijk schuldenvrij en financieel zelfredzaam maakt;

    • b.

      de persoonsgegevens die het college verwerkt om:

      • 1.

        de beschikking over de toegang tot schuldhulpverlening af te geven;

      • 2.

        het plan van aanpak op te stellen; en

      • 3.

        de beschikking in het geval van problematische schulden in het CKI van het BKR te registreren;

    • c.

      de te verwachten doorlooptijd tussen:

      • 1.

        het eerste gesprek en de beschikking over de toegang tot schuldhulpverlening;

      • 2.

        de beschikking over de toegang tot schuldhulpverlening en het bereiken van het resultaat

    • d.

      het proces over:

      • 1.

        het verder aanvullen van het Plan van aanpak

      • 2.

        de periode van volgen nazorg.

  • 4. Als blijkt dat de inwoner een hulpvraag heeft waarvoor andere ondersteuning nodig is en de inwoner deze ondersteuning wenst, wordt de inwoner begeleid naar de afdeling binnen de gemeente die deze ondersteuning kan bieden.

  • 5. Het college maakt bij de systematische intake gebruik van een meetinstrument.

Artikel 5. Beschikking

Het college geeft, overeenkomstig artikel 1 van de Verordening beslistermijn schuldhulpverlening Land van Cuijk 2024, binnen acht weken na de dag van het eerste gesprek een beschikking af over de toegang tot schuldhulpverlening.

Artikel 6. Toegang

  • 1. Het college geeft toegang tot schuldhulpverlening als:

    • a.

      de inwoner is opgehouden met het betalen van schulden;

    • b.

      de inwoner niet door kan gaan met het betalen van schulden; of

    • c.

      de inwoner financiële zorgen heeft en een niet vrij toegankelijke voorziening nodig is.

  • 2. Als het college toegang tot schuldhulpverlening geeft, meldt het de inwoner aan bij de verwijsindex schuldhulpverlening.

  • 3. Als het college toegang tot schuldhulpverlening geeft, vindt gegevensuitwisseling plaats via het schuldenknooppunt.

Artikel 7. Weigering

Het college kan de toegang tot schuldhulpverlening weigeren als een inwoner:

  • a.

    al eerder gebruik heeft gemaakt van schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de wet en de aanvraag is ingediend binnen zes maanden na het afgeven van een beëindigingsbeschikking;

  • b.

    fraude heeft gepleegd die financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg heeft en waarvoor die inwoner onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of waarvoor aan die inwoner een onherroepelijke bestuurlijke sanctie is opgelegd als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de wet en de aanvraag is ingediend binnen zes maanden na de veroordeling of de sanctieoplegging.

Artikel 8. Begeleiding bij wettelijke schuldsanering

Het college begeleidt een inwoner met schulden die niet in aanmerking komt voor minnelijke schuldsanering natuurlijke personen bij de toelating tot de wettelijke schuldsanering natuurlijke personen en gedurende dat schuldsaneringstraject.

Artikel 9. Inhoud plan van aanpak

  • 1. Als het college toegang tot schuldhulpverlening geeft, maakt het na overleg met de inwoner een plan van aanpak als onderdeel van de toegangsbeschikking.

  • 2. Het plan van aanpak bevat in ieder geval:

    • a.

      het doel van de schuldhulpverlening;

    • b.

      het aanbod voor de schuldhulpverlening dat bestaat uit het oplossen van de schulden en de begeleidingsproducten;

    • c.

      de verplichtingen waar de inwoner zich aan moet houden;

    • d.

      een overzicht van de momenten die voor de schuldhulpverlening belangrijk zijn;

    • e.

      de nazorg die geboden wordt;

    • f.

      de beslagvrije voet, bedoeld in artikel 4a, vijfde lid, van de wet; en

    • g.

      de afloscapaciteit, op basis van het vrij te laten bedrag.

  • 3. Het plan van aanpak wordt regelmatig geëvalueerd en waar nodig aangepast. Bij de evaluatie wordt gebruik gemaakt van een meetinstrument.

Artikel 10. Aanbod schuldhulpverlening

  • 1. Het aanbod voor de schuldhulpverlening bestaat uit een betalingsregeling, herfinanciering, saneringskrediet, schuldbemiddeling of schuldregeling zonder afloscapaciteit en één of meer begeleidingsproducten.

  • 2. Bij het bepalen van het aanbod voor de schuldhulpverlening houdt het college in ieder geval rekening met:

    • a.

      of er sprake is van een crisissituatie;

    • b.

      de aard en de omvang van de schulden van de inwoner;

    • c.

      de actuele situatie van de inwoner op de leefgebieden;

    • d.

      de vaardigheden, kennis en competenties van de inwoner;

    • e.

      of de inwoner tot een specifieke doelgroep behoort; en

    • f.

      eerder gebruik maakte van schuldhulpverlening, minnelijke schuldsanering natuurlijke personen of wettelijke schuldsanering natuurlijke personen.

Artikel 11. Verplichtingen

  • 1. De inlichtingenplicht uit artikel 6 van de wet en de medewerkingsplicht uit artikel 7 van de wet zijn van toepassing vanaf de aanvraag tot de beëindiging van de schuldhulpverlening.

  • 2. Het college houdt bij de beoordeling van de naleving van de inlichtingenplicht in ieder geval rekening met de tijdige aanlevering van noodzakelijke bewijsstukken voor de schuldhulpverlening en de melding van wijzigingen in de financiële situatie.

  • 3. Het college verstaat onder de medewerking die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de schuldhulpverlening in elk geval:

    • a.

      het nakomen van gemaakte afspraken en verplichtingen;

    • b.

      het afzien van het aangaan van nieuwe schulden die het aflossen van bestaande schulden moeilijker maken;

    • c.

      het bewust meewerken aan de begeleiding;

    • d.

      het zorgen voor zoveel mogelijk afloscapaciteit en die ook gebruiken om schulden af te lossen;

    • e.

      het volledig benutten van de arbeidscapaciteit om inkomsten te verweven, het aanvaarden van passende arbeid of het proberen te verkrijgen van passende arbeid in de mate die redelijkerwijs van de inwoner gevraagd kan worden.

  • 4. Het college geeft de inwoner in het gesprek en in de beschikking uitleg over de verplichtingen die voor de inwoner gelden.

Artikel 12. Begeleidingsplan

  • 1. Het college stelt naast het plan van aanpak een begeleidingsplan op.

  • 2. Het begeleidingsplan bevat:

    • 1.

      een omschrijving van de beginsituatie van de inwoner;

    • 2.

      een inschatting van de mogelijkheid tot uitstromen met een onderbouwing;

    • 3.

      einddoel van begeleiding;

    • 4.

      de aanwezige andere hulpverleners;

    • 5.

      de taakverdeling tussen de hulpverleners;

    • 6.

      de inzet die van de inwoner wordt gevraagd;

    • 7.

      een inschatting van de duur van de begeleiding;

    • 8.

      een overzicht van de doelen voor de komende periode;

    • 9.

      de momenten van evaluatie van het begeleidingsplan;

  • 3. Het begeleidingsplan wordt regelmatig geëvalueerd en waar nodig aangepast. Bij de evaluatie wordt gebruik gemaakt van een meetinstrument.

Artikel 13. Periode van volgen en nazorg

Als uit de evaluatie blijkt dat alle doelen uit het begeleidingsplan behaald zijn, gaat de periode waarin de inwoner ondersteund wordt over in een periode van volgen en daarna een periode van nazorg.

Artikel 14. Volgen

  • 1. Het college legt in overleg met de inwoner de wijze waarop en de inhoud van de ondersteuning tijdens de periode van volgen vast.

  • 2. Als de inwoner in de periode van volgen terugvalt, dan gaat het college in gesprek met de inwoner en wordt het begeleidingsplan waar nodig aangepast en verder uitgevoerd.

Artikel 15. Nazorg

Het college onderzoekt met de inwoner welke vorm van nazorg gewenst is. Het college legt de vorm van nazorg na overleg met de inwoner vast.

Artikel 16. Beëindiging schuldhulpverlening

  • 1. Nadat alle niet vrij toegankelijke onderdelen uit het plan van aanpak zijn afgerond, beëindigt het college na overleg met de inwoner de schuldhulpverlening en geeft het college een beëindigingsbeschikking af.

  • 2. Als er in een periode van zes maanden na de beëindigingsbeschikking een vroegsignaal binnenkomt, dan neemt het college contact met de inwoner op en wordt op basis van dat contact onderzocht welke hulp geboden wordt. Voor een niet vrij toegankelijke voorziening zal het college een beschikking afgeven.

Artikel 17. Voortijdige beëindiging schuldhulpverlening

  • 1. Het college kan besluiten de schuldhulpverlening eerder te beëindigen als:

    • a.

      de inwoner een verplichting niet of onvoldoende nakomt en:

      • i.

        dit aan de inwoner te verwijten is;

      • ii.

        er een termijn is gegeven om de verplichting alsnog na te komen; en

      • iii.

        daarvan geen gebruik is gemaakt of de verplichting alsnog niet of onvoldoende is nagekomen; of

    • b.

      de inwoner zelf om beëindiging van de schuldhulpverlening verzoekt ; of

    • c.

      de inwoner zich misdraagt tegenover personen die de schuldhulpverlening geven.

  • 2. De schuldhulpverlening eindigt van rechtswege bij het overlijden van de inwoner.

Artikel 18. BKR-registratie problematische schulden

Het college doet een melding (SH) bij het BKR als een inwoner is toegelaten tot een schuldhulpverleningstraject wegens problematische schulden, zodat dit in het CKI wordt geregistreerd.

Artikel 19. Inwerkingtreding

  • 1. Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking.

  • 2. Deze beleidsregels worden aangehaald als: beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Land van Cuijk 2026

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van 16-06-2026.

Burgemeester en wethouders,

de secretaris,

Johan Postma

de burgemeester,

Marieke Moorman

Toelichting

Inleiding

Schuldhulpverlening is een wettelijke taak van de gemeente volgens de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). Op grond van de Wgs moet de gemeenteraad een plan opstellen dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening aan inwoners. In dit plan, Op weg naar bestaanszekerheid 2023-2026 staat op welke manier de gemeente schuldhulpverlening geeft aan inwoners en hoe de gemeente inwoners helpt om schulden te voorkomen. Het college heeft de taak om dit plan uit te voeren en schuldhulpverlening toegankelijk te maken voor haar inwoners, waarbij maatwerk en een integrale aanpak bij de schuldhulpverlening centraal staan.

Uit het integrale karakter van schuldhulpverlening volgt dat de schuldhulpverlening niet alleen gericht moet zijn op de financiële problemen van een inwoner, maar ook op de omstandigheden die hier mee samenhangen. Gedacht kan worden aan psychosociale factoren, relatieproblemen, gezondheidsproblemen, verslaving of de woon- of gezinssituatie. De schuldhulpverlening is hiermee ook gericht op de verschillende oorzaken die ten grondslag kunnen liggen aan het ontstaan van schulden. Gemeenten vervullen zodoende een regierol in het voorkomen en oplossen van (problematische) schulden bij inwoners. Het doel is ook dat een inwoner na de schuldhulpverlening financieel fit is en de kennis, vaardigheden en competenties heeft om financieel in balans te blijven.

Inhoud en basis beleidsregels

Het college geeft schuldhulpverlening op een laagdrempelige en integrale manier aan inwoners die deze hulp vragen of daar via vroegsignalering voor in aanmerking komen. In deze beleidsregels wordt nader ingegaan op welke manier het aanbod voor de schuldhulpverlening tot stand komt en hoe het college inwoners helpt om schulden te voorkomen. Verder is geregeld hoe een inwoner een aanvraag voor schuldhulpverlening kan indienen en hoe het proces er dan uit ziet. Ook wordt aangegeven uit welke onderdelen schuldhulpverlening kan bestaan en hoe de schuldhulpverlening wordt beëindigd.

Schuldhulpverlening is laagdrempelig en breed toegankelijk zodat zoveel mogelijk inwoners daarvan gebruik maken. De beleidsregels zijn gebaseerd op:

  • de wetgeving, in het bijzonder de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;

  • de elementen van de basisdienstverlening schuldhulpverlening;

  • de VNG-handreiking ‘Begeleiding’;

  • het inwonersperspectief, uit het basisproces van de routekaart Financiële Zorgen.

Over de elementen basisdienstverlening schuldhulpverlening

De elementen van de basisdienstverlening schuldhulpverlening komen voort uit de bestuurlijke afspraken basisdienstverlening schuldhulpverlening die door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Divosa, de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) op 21 maart 2024 zijn ondertekend om de schuldhulpverlening verder te versterken en de verschillen in dienstverlening tussen gemeenten te verkleinen. Op 5 juni 2025 is het plan opnieuw bekrachtigd door de bestuurders van de vier partijen.

De basisdienstverlening omvat twintig elementen die samen de basis vormen van de schuldhulpverlening waar de inwoner in elke gemeente een beroep op moet kunnen doen. Op deze wijze wordt er gewerkt aan het gelijktrekken en het vergroten van het bereik van schuldhulpverlening in Nederland.

Over het begeleiden van inwoners

De VNG-handreiking ‘Begeleiding’ is gemaakt in samenwerking met de NVVK, een aantal gemeenten en de Stadsbank Oost-Nederland. De handreiking biedt ondersteuning aan gemeenten bij de implementatie van tien van de twintig elementen van de basisdienstverlening. In de handreiking ligt daarbij de nadruk op de manier waarop gemeenten alle aspecten van begeleiding kunnen vormgeven en implementeren, waaronder de systematische intake en het financieel begeleiden van inwoners. De overige elementen hebben per element een factsheet met een nadere uitleg die te vinden is op de website van de VNG.

Over de routekaart

De routekaart Financiële Zorgen beschrijft het ideale schuldhulpverleningsproces voor verschillende inwoners. De routekaart stelt het perspectief van inwoners voorop, met als doel om de ondersteuning van de inwoner te verbeteren en de schuldhulpverlening effectiever te maken. In de routekaart wordt aan de hand van mijlpalen per fase uit het schuldhulpverleningsproces, uitgewerkt hoe vanuit verschillende rollen binnen een gemeente de ideale reis voor de inwoner mogelijk kan worden gemaakt.

Toelichting per artikel

Artikel 1. Definities

In dit artikel zijn de begrippen omschreven die worden gebruikt in deze beleidsregels. In de definities is aangesloten bij de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) en de VNG-handreiking ‘Het begeleiden van inwoners vanuit de elementen basisdienstverlening’.

Begeleidingsproducten en financiële begeleiding

Bij schuldhulpverlening gaat het niet alleen om het bieden van een oplossing voor de schulden. Het gaat er ook om dat de inwoner trots en financieel fit wordt en met vertrouwen de toekomst tegemoet gaat. Omdat inwoners met schulden vaak ook te maken hebben met achterliggende problemen op verschillende leefgebieden, richt de schuldhulpverlening zich ook op die problemen.

Begeleiding binnen de schuldhulpverlening kan bestaan uit financiële begeleiding zoals budgetbegeleiding, budgetcoaching, budgetbeheer of beschermingsbewind. Tegelijkertijd kan als onderdeel van de begeleiding flankerende hulp worden ingezet. Flankerende hulp is anders dan financiële begeleiding en wordt geboden als dit nodig is om de situatie van de inwoner te verbeteren en het bijdraagt aan duurzame uitstroom. Flankerende hulp bestaat uit alle vormen van hulp- en dienstverlening die de inwoners ondersteunen, zoals maatschappelijk werk, verslavingszorg en ambulante begeleiding. Om dit deel van de schuldhulpverlening te kunnen omschrijven is in de beleidsregels het begrip ‘begeleidingsproducten’ opgenomen. Deze begeleidingsproducten worden ingezet om de kennis, vaardigheden en competenties van de inwoner te verbeteren. In het plan van aanpak wordt op hoofdlijnen beschreven welke producten worden ingezet. Hoe de begeleiding wordt uitgevoerd wordt omschreven in het begeleidingsplan.

Problematische schulden

Er is een definitie van problematische schulden opgenomen, omdat in die gevallen de beschikking die toegang geeft tot de schuldhulpverlening op grond van artikel 17 in het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI) van Bureau Kredietregistratie (BKR) wordt geregistreerd. Duidelijk moet dus zijn wanneer dit aan de orde is. Objectieve criteria zoals beslag, afsluiting van energie of registratie bij het CAK kunnen hier ook een rol bij spelen. In situaties waarin sprake is van schulden welke in een periode van 36 maanden wel oplosbaar zijn, wordt in eerste instantie ingezet op een 100% betalingsvoorstel

Artikel 2. Doelgroep

Op grond van de Wgs moet schuldhulpverlening breed toegankelijk zijn en mogen er geen groepen op voorhand worden uitgesloten. Dit artikel verduidelijkt daarom dat schuldhulpverlening is bedoeld voor iedere inwoner met financiële zorgen of schulden. In het tweede lid staat dat schuldhulpverlening in bijzondere omstandigheden ook kan worden gegeven aan een persoon die geen inwoner van de gemeente is. Dit is bijvoorbeeld aan de orde als een inwoner tijdens de schuldhulpverlening naar een andere gemeente verhuist. Als deze situatie zich voordoet, overlegt het college zo nodig met het college in de nieuwe woonplaats over de mogelijkheden van schuldhulpverlening.

Artikel 3. Aanvraag

Om te voorkomen dat inwoners met financiële zorgen of schulden – ongeacht de omvang daarvan - een drempel ervaren om schuldhulpverlening aan te vragen, is in dit artikel geregeld dat een aanvraag vormvrij kan worden gedaan. Het kenbaar maken via de website, email, de telefoon dat er behoefte is aan schuldhulpverlening is voldoende. Als een inwoner een aanbod voor schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, van de wet (via vroegsignalering van schulden) accepteert, dan wordt dat ook gezien als een aanvraag. Het aanmeldproces dat hierop volgt, is ook zoveel mogelijk laagdrempelig en gericht op het voorkomen van stress. Er wordt bijvoorbeeld geïnvesteerd in het contact en het opbouwen van vertrouwen, inwoners worden niet direct om papieren gevraagd en zij worden zo veel mogelijk ontzorgd. Dit voorkomt dat inwoners schuldhulpverlening niet willen of kunnen aanvragen of gaandeweg de aanvraag uitvallen.

Artikel 4. Systematische intake

Na het aanmeldproces volgt een systematische intake, waar het eerste gesprek een onderdeel van is. Die intake kan ook bestaan uit meerdere gesprekken. In het artikel is geregeld dat het eerste gesprek binnen vier weken plaatsvindt. In crisissituaties is geregeld dat dit binnen drie dagen is om verergering van de situatie te voorkomen.

In de beleidsregels wordt gesproken van een systematische intake, omdat er voor het voeren van de gesprekken een gestructureerde werkwijze is. Deze werkwijze levert een grote bijdrage aan de effectiviteit van de intake en zorgt er tegelijkertijd voor dat maatwerk mogelijk blijft en de schuldhulpverlening echt kan worden afgestemd op de inwoner. Het startpunt van deze gestructureerde werkwijze is een systematische intake waarin gestructureerd wordt bepaald wat de inwoner nodig heeft door steeds dezelfde thema’s aan bod te laten komen.

Het doel is om middels de systematische intake een integraal beeld te krijgen van de situatie van de inwoner, de thema’s die spelen en de thema’s waaraan de inwoner wil werken. Verder wordt ook geïnventariseerd welke competenties een inwoner al heeft, welke nog moeten worden ontwikkeld, wat de inwoner zelf kan doen en waarbij hulp nodig is en van wie. Dit leidt tot het formuleren van de hulpvraag, om zo duidelijk te krijgen welke vorm van (financiële) ondersteuning de inwoner nodig heeft.

In de bepaling is ook vastgelegd dat het college de inwoner tijdens het eerste gesprek informeert over het verloop van het proces. Dit betreft de inspanningen die het college doet om relevante informatie te verzamelen en te ordenen zodat het de inwoner kan ontzorgen en ondersteunen bij het krijgen van inzicht in de financiële situatie. Daarnaast informeert het college de inwoner over de persoonsgegevens die in verband met de schuldhulpverlening verwerkt worden en hoe de schuldhulpverlening er ongeveer uit zal zien. Het gaat dan onder andere om de doelen, de mogelijkheden en de duur van de schuldhulpverlening inclusief nazorg.

Artikel 5. Beschikking

Nadat tijdens de systematische intake één of meerdere gesprekken hebben plaatsgevonden wordt een beschikking afgegeven. De beschikking is het besluit of de inwoner toegang krijgt tot schuldhulpverlening. De inwoner krijgt een toegangsbeschikking of een afwijzingsbeschikking. De inwoner krijgt in elk geval een toegangsbeschikking als er een niet vrij toegankelijke voorziening nodig is. Een plan van aanpak is onderdeel van de toegangsbeschikking. Inwoners die het niet eens zijn met de beslissing kunnen bezwaar maken en in beroep gaan.

Artikel 6. Toegang

Het uitgangspunt is dat schuldhulpverlening laagdrempelig is en toegankelijk is voor iedere inwoner met schulden of financiële zorgen. Dit artikel verankert dat uitgangspunt. Het betekent dat inwoners, ongeacht de aard en omvang van hun schulden of financiële zorgen, ondersteuning kunnen krijgen en dat inwoners die om schuldhulpverlening vragen deze zoveel mogelijk krijgen.

Inwoners die worden toegelaten tot de schuldhulpverlening, worden aangemeld bij de verwijsindex schuldhulpverlening (VISH). Dit is een instrument waarmee het college aan deurwaarders doorgeeft dat het aan een inwoner schuldhulpverlening geeft. Zij informeren hun klant (de schuldeiser) dat er schuldhulpverlening is aangevraagd en adviseren om af te zien van verdere stappen. Dit draagt bij aan schuldenrust voor de inwoner.

Voor inwoners die worden toegelaten tot schuldhulpverlening wordt gebruik gemaakt van het Schuldenknooppunt. Met dit digitale platform kunnen schuldhulpverleners en schuldeisers rechtstreeks contact houden.

Artikel 7. Weigering

Inwoners zonder verblijfsstatus hebben geen toegang tot schuldhulpverlening. Dit is een absolute weigeringsgrond die is opgenomen in artikel 3, vierde lid, van de Wgs.

Op grond van artikel 3, tweede en derde lid, van de Wgs kan het college de schuldhulpverlening weigeren bij terugval of fraude. Voorwaarde is dat de gemeenteraad dit heeft opgenomen in het plan, bedoeld in artikel 2 van de Wgs. Uit respectievelijk onderdeel a en b volgt dat er voor een bepaalde periode een beroep kan worden gedaan op deze weigeringsgronden. Na het verstrijken van deze periode kan de weigeringsgrond niet worden ingeroepen om de toegang tot schuldhulpverlening te weigeren.

Artikel 8. Begeleiding bij wettelijke schuldsanering

Inwoners die schulden hebben, maar geen toegang tot schuldhulpverlening krijgen, kunnen mogelijk wel een beroep doen op het wettelijke schuldsaneringstraject. Om de kansen op een geslaagd beroep hierop te vergroten, is ook geregeld dat het college begeleiding biedt bij de aanvraag en het doorlopen van het wettelijke schuldsaneringstraject om zo uitval te voorkomen. De begeleiding bestaat onder andere uit hulp bij het aanleveren van stukken voor de aanvraag, het voorbereiden op de zitting en meegaan naar een toelatingszitting. Daarnaast wordt tijdens het traject financiële begeleiding geboden, vergelijkbaar met de begeleiding bij de schuldhulpverlening. Het college biedt ook begeleiding aan inwoners die niet bij de gemeente bekend zijn als hulpvrager.

Artikel 9. Inhoud plan van aanpak

Als een inwoner toegang tot schuldhulpverlening krijgt, wordt een plan van aanpak opgesteld. In het eerste lid is geregeld dat het plan van aanpak na overleg met de inwoner wordt opgesteld.

Het plan van aanpak is een onderdeel van een toegangsbeschikking en bevat alle producten en processen die worden ingezet om de inwoner schuldenvrij en financieel fit te maken. Dit betekent dat het plan zoveel mogelijk moet zijn toegespitst op de inwoner en een zo volledig mogelijk overzicht moet bieden van de schuldhulpverlening die het college gaat geven. Daarom is in het tweede lid opgesomd wat er in elk geval in het plan van aanpak moet staan. Daarbij worden onder andere de momenten genoemd die voor de schuldhulpverlening belangrijk zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld over de momenten waarop de begeleidingsproducten worden ingezet en de momenten waarop er contact en evaluatie plaatsvindt. Verder moet de beslagvrije voet in acht genomen worden. Bij het vaststellen van die afloscapaciteit wordt uitgegaan van het Vtlb volgens de Recofa-Methode2.

In het derde lid is vastgelegd dat het plan van aanpak wordt geëvalueerd om de voortgang van de schuldhulpverlening te meten. [Bij de evaluatie wordt een meetinstrument gebruikt.] De intensiteit en de frequentie waarmee wordt geëvalueerd is afhankelijk van de behoefte van de inwoner en diens situatie. Aanvullingen op- of aanpassingen in het plan van aanpak die gevolgen hebben voor het aanbod voor de schuldhulpverlening aan de inwoner, worden in een wijzigingsbeschikking opgenomen en zijn besluiten waartegen de inwoner in bezwaar en beroep kan gaan.

Overigens kan het plan van aanpak ook eerst op hoofdlijnen worden opgesteld en later worden aangevuld. In het plan van aanpak wordt op hoofdlijnen beschreven welke producten worden ingezet. Hoe de begeleiding wordt uitgevoerd wordt omschreven in het begeleidingsplan.

Artikel 10. Aanbod schuldhulpverlening

Het aanbod voor de schuldhulpverlening is erop gericht om de inwoner schuldenvrij en financieel fit te maken. Onderdeel daarvan is dat een oplossing wordt geboden voor de schulden. In het eerste lid worden een aantal varianten daarvoor genoemd. Het gaat om een betalingsregeling, herfinanciering, saneringskrediet, schuldbemiddeling of schuldregeling zonder afloscapaciteit.

Met een betalingsregeling wordt met schuldeisers afgesproken dat de gehele schuld in termijnen wordt afgelost. Bij een herfinanciering betaalt een kredietverstrekker in één keer alle schulden van de inwoner af, waarna de inwoner het totale bedrag in termijnen terugbetaalt aan de kredietverstrekker. Bij een saneringskrediet doet een kredietverstrekker een betalingsaanbod aan schuldeisers, waarmee de schulden in één keer voor een deel worden afgelost en het overige deel wordt kwijtgescholden (tenzij wettelijk anders geregeld). Daartoe sluit de inwoner een saneringskrediet af bij de kredietverstrekker, de inwoners lost het betaalde bedrag vervolgens binnen 18 maanden af bij deze kredietverstrekker. Bij schuldbemiddeling wordt maandelijks voor de aflossing van schulden gespaard. Periodiek wordt een zo groot mogelijk deel van de schulden afgelost. Na de overeengekomen periode (van 18 maanden) volgt kwijtschelding van de schuldeisers, als aan de voorwaarden is voldaan. Een schuldenregeling zonder afloscapaciteit kan worden aangeboden als het inkomen van de inwoner lager is dan het berekende vrij te laten bedrag.

Schuldhulpverlening gaat echter verder dan het bieden van een oplossing voor de schulden. Het gaat er ook om dat de inwoner financieel fit wordt en er sprake is van financieel gezond gedrag. Daarom is in het eerste lid ook opgenomen dat de schuldhulpverlening uit één of meer begeleidingsproducten bestaat. Het gaat dan in de eerste plaats om financiële begeleiding, zoals het op orde brengen van het inkomen, waaronder ook het aanvragen van inkomen verhogende voorzieningen. Het verbeteren van de financiële kennis en vaardigheden (budgetbegeleiding), het verbeteren van het financieel gedrag (budgetcoaching) en het beheren van de financiën, zoals het doorbetalen van de vaste lasten, het bieden van een vorm van budgetbeheer of het bieden beschermingsbewind kan ook onderdeel zijn van die financiële begeleiding.

Daarnaast kan het college ook doorgeleiden naar flankerende hulp. Uit de systematische intake kan naar voren komen dat er aandacht moet zijn voor andere leefgebieden en dat de inwoner ondersteuning nodig heeft met andere vormen van hulp- en dienstverlening. Denk aan maatschappelijk werk, verslavingszorg of ambulante begeleiding.

In het tweede lid is geregeld welke factoren een rol spelen bij het bepalen van het precieze aanbod voor de schuldhulpverlening. Daarbij wordt onder andere rekening gehouden met de specifieke situatie of kenmerken van de inwoner, waaronder de specifieke doelgroep waartoe de inwoner behoort. Denk aan doelgroepen zoals jongeren, ondernemers, huisbezitters of mensen met verschillende culturele achtergronden. Bij niet wettelijke crisissituaties kan het aanbieden van schuldhulpverlening versneld ingezet worden.

Artikel 11. Verplichtingen

Op grond van de wet is de inwoner aan wie het college schuldhulpverlening geeft verplicht om bepaalde inlichtingen te verstrekken en bepaalde medewerking te verlenen. In het eerste lid van dit artikel is verduidelijkt dat deze verplichtingen gelden vanaf het moment dat de inwoner zich voor schuldhulpverlening tot het college heeft gewend of, bij vroegsignalering, een aanbod voor schuldhulpverlening heeft geaccepteerd. De inwoner moet zich aan de verplichtingen houden tot het moment dat de schuldhulpverlening eindigt.

Verder is in het tweede lid bepaald hoe het college beoordeelt of een inwoner voldoet aan de inlichtingenplicht., voor zover het college deze stukken niet zelf op grond van op grond van artikel 12 tot en met 16 Bgs kan opvragen. Het derde lid bevat de invulling die het college aan de medewerkingsplicht geeft. Voorop staat dat het gaat om de medewerking die nodig is om schuldhulpverlening te laten slagen. Voor het vergroten van de afloscapaciteit geldt dat de inwoner er onder andere voor moet zorgen dat de inwoner werkt voor zover dat kan of voor zover mogelijk probeert om werk te krijgen, dat de inwoner beschikbaar vermogen inzet om schulden af te lossen en uitgaven zoveel mogelijk probeert te beperken.

Artikel 12. Begeleidingsplan

In dit artikel is geregeld dat het college, nadat het plan van aanpak is opgesteld, voor de financiële begeleiding, een begeleidingsplan opstelt. In het plan van aanpak wordt op hoofdlijnen beschreven welke producten worden ingezet. Het begeleidingsplan beschrijft de uitvoering van de begeleiding. Wanneer daarin wijzigingen plaatvinden, hoeft niet opnieuw beschikt te worden. Wanneer er aanpassingen plaatsvinden in niet-vrij toegankelijke voorzieningen of producten die de inwoner ontvangt, wordt het plan van aanpak aangepast en wordt er dus opnieuw beschikt.

In het tweede lid staat wat er in het begeleidingsplan wordt opgenomen. Zo wordt in het begeleidingsplan geschetst wat de beginsituatie van de inwoner is en op welke gebieden deze kan worden verbeterd. Daarbij wordt gemotiveerd of de inwoner op korte termijn, lange termijn of waarschijnlijk niet kan uitstromen en dus financieel fit kan worden. In overleg met de inwoner worden in het begeleidingsplan ook de doelen van de begeleiding bepaald en wordt aan de hand van die doelen kenbaar gemaakt welke doelen op korte termijn kunnen worden behaald. Als er flankerende hulp wordt geboden door een daarbij betrokken organisatie, dan wordt dit eveneens opgenomen in het begeleidingsplan. Daarbij wordt melding gemaakt van de verschillende hulpverleners en vrijwilligers die daarbij betrokken zijn en wordt vastgelegd wat de taakverdeling tussen hen is, zodat de begeleiding integraal en in samenhang wordt geboden. Verder worden afspraken gemaakt over wat de rol van de inwoner is en wordt in het begeleidingsplan een inschatting gemaakt van de duur van de begeleiding. Tot slot wordt ook bepaald wanneer het begeleidingstraject wordt geëvalueerd.

Evalueren is een essentieel onderdeel van de begeleiding. Daarom is in het derde lid beschreven dat de begeleiding steeds wordt geëvalueerd en zo nodig wordt aangepast. Inzet is dat na elk onderdeel van de begeleiding middels een evaluatie wordt bepaald wat het resultaat hiervan is geweest, welke kennis, vaardigheden en competenties zijn opgedaan en waar nog aan gewerkt moet worden. Aan de hand daarvan kan dan worden bepaald of het begeleidingsplan moet worden aangepast. Het aantal keren dat er wordt geëvalueerd en de intensiteit waarmee dit wordt gedaan, is afhankelijk van de behoefte van de inwoner en diens situatie. Bij de evaluatie wordt gebruik gemaakt van een meetinstrument.

Artikel 13. Periode van volgen en nazorg

Dit artikel maakt duidelijk dat de schuldhulpverlening niet eindigt als de inwoner de doelen uit het begeleidingsplan heeft behaald en zelfstandig verder kan. De ondersteuning van de inwoner wordt dan voortgezet door een periode van volgen en een periode van nazorg. Beide zijn onderdeel van de begeleiding en richten zich op het voorkomen van een terugval. Volgen is onderdeel van het begeleidingsplan. Nazorg is een wettelijke verplichting op grond van de Wgs.

Artikel 14. Volgen

In artikel 4, tweede lid, onder c, onderdeel 5, is al vastgelegd dat de inwoner tijdens het eerste gesprek wordt ingelicht over de periode van volgen en nazorg. Uit het eerste lid van dit artikel volgt dat het college de wijze waarop en de inhoud van de begeleiding tijdens de periode van volgen in overleg met de inwoner vastlegt. Hiermee wordt vooraf zoveel mogelijk duidelijkheid geboden over deze fase in het begeleidingstraject. Uitgangspunt is dat er minimaal één keer per maand contact is. Zo kan onder andere worden nagegaan of de structuur van de inwoner om financieel fit te blijven werkt of dat er bijvoorbeeld aanpassingen plaats moeten vinden in de inrichting van de betaalrekening, de wijze van administratie voeren of de manier waarop betalingen plaatsvinden. Verder kan er aandacht zijn voor de vraag of het de inwoner lukt om vooruit te blijven kijken naar toekomstige veranderingen en zelfmanagement te blijven uitvoeren.

Als de inwoner in de periode van volgen terugvalt, dan is in het tweede lid geregeld dat het college contact met de inwoner opneemt en nagaat welke begeleiding nodig is. Aan de hand daarvan wordt dan vervolgens het oorspronkelijke begeleidingsplan geëvalueerd en aangepast en wordt aan de hand daarvan de nodige begeleiding geboden.

Na de periode van volgen wordt met de inwoner bekeken of verlenging van de begeleiding nodig is, of dat de schuldhulpverlening na de periode van nazorg beëindigd kan worden.

Artikel. 15 Nazorg

Na de periode van volgen begint de periode van nazorg. De begeleiding is in de periode van nazorg doorgaans minder intensief. Dit artikel regelt dat het college met de inwoner onderzoekt welke vorm van nazorg gewenst is en dit na overleg met de inwoner vastlegt. Denkbaar is bijvoorbeeld dat er gedurende één jaar nog één of meerdere keren contact met de inwoner wordt opgenomen om na te vragen hoe de afgelopen periode is verlopen en of er nog ondersteuning nodig is. Overigens komt de nazorg al bij het opstellen van het plan van aanpak aan de orde. Daarbij geldt dat het voorkomen van een terugval ook bij nazorg voorop staat. Als er in de periode van nazorg een terugval is, wordt dan ook samen met de inwoner onderzocht hoe financieel gezond gedrag weer kan worden bereikt en hoe de hulpverlening zo kan worden vormgegeven dat een nieuwe terugval wordt voorkomen. Na afronding van de nazorg verstuurt de gemeente een beëindigingsbeschikking schulphulpverlening, tenzij andere niet vrij toegankelijke producten nog doorlopen. In dat geval stuurt de gemeente een wijzigingsbeschikking met een aangepast plan van aanpak met alleen de producten die nog doorlopen.

Artikel. 16. Beëindiging schuldhulpverlening

Op het moment dat alle niet vrij toegankelijke onderdelen uit het plan van aanpak zijn afgerond, wordt een beëindigingsbeschikking gestuurd. Tegen de beëindigingsbeschikking kan de inwoner in bezwaar en beroep gaan.

Op grond van het tweede lid kan het college, als er een vroegsignaal binnenkomt binnen zes maanden na de beëindigingsbeschikking, contact opnemen met de inwoner. Dit wordt bij voorkeur door de laatst bekende professional gedaan.

Op basis van het contact wordt onderzocht welke hulp geboden wordt. Als er een niet vrij toegankelijke voorziening wordt aangeboden aan de inwoner, zal daarvoor wel weer een beschikking inclusief plan van aanpak (op hoofdlijnen) worden afgegeven.

Er is gekozen voor een periode van zes maanden omdat vaste lasten partners aangeven dat zij de meeste terugval zien in deze periode. Als een vroegsignaal wordt ontvangen voor een inwoner waarvan het traject zes maanden of korter is afgesloten, wordt de inwoner uitgenodigd voor een gesprek. Bij voorkeur bij de professional die de inwoner als laatste heeft begeleid. Dit is namelijk voor de inwoner een bekend gezicht, mogelijk in tegenstelling tot een nieuw gezicht van een professional vroegsignalering. Door vroegsignalen nog zes maanden te koppelen aan een afgesloten traject krijgt een gemeente ook informatie over het succes van begeleiding.

Artikel 17. Voortijdige beëindiging schuldhulpverlening

Het college kan in uitzonderlijke gevallen de schuldhulpverlening voortijdig beëindigen. In dit artikel is verduidelijkt wanneer daar sprake van is. Daarbij geldt dat de schuldhulpverlening niet kan worden beëindigd wegens een schending van de inlichtingenplicht of medewerkingsplicht, voordat de inwoner een hersteltermijn heeft gekregen. Het is afhankelijk van de concrete verplichting, welke termijn daarbij als redelijk wordt gezien.

Verder kan de schuldhulpverlening voortijdig worden beëindigd als de inwoner zich misdraagt door bijvoorbeeld een persoon die schuldhulpverlening geeft te beledigen of te intimideren.

De voortijdige beëindiging vindt plaats met een beëindigingsbeschikking waartegen bezwaar en beroep open staat.

Artikel 18. BKR-registratie

In dit artikel is geregeld dat als een inwoner is toegelaten tot een schuldhulpverleningstraject wegens problematische schulden, het college een melding (SH) doet bij het BKR, zodat dit in het CKI wordt geregistreerd. De registratie voorkomt dat inwoners nieuwe kredieten aangaan en de problematische schulden groter worden.