Derde transformator en compensatiespoel hoogspanningsstation Doetinchem/Langerak

Geldend van 23-06-2026 t/m heden

1 Projectbeschrijving

1.1 Inleiding

De regio’s Flevopolder, Gelderland en Utrecht (FGU) staan onder toenemende druk door netcongestie op het elektriciteitsnet. In 2024 heeft TenneT een belasting-congestiestudie voor het hele FGU-net uitgevoerd[1]. Hieruit blijkt dat het hoogspanningsstation Doetinchem-Langerak één van de knelpunten is. Dit hoogspanningsstation bestaat uit twee delen: een 380 kV station (DTC380) en een 150 kV-station (LGK150). Het 380 kV-deel is aangesloten op het landelijke elektriciteitsnet en met Duitsland, het 150 kV-gedeelte met het regionale net. TenneT wil het hoogspanningsstation uitbreiden in twee stappen. De uitbreiding is nodig om drukte op het volle elektriciteitsnet in de regio te verlichten, nu en in de toekomst. Als eerste stap wordt daarom in deelproject 1 een extra (derde) transformator geplaatst op het 380 kV-station. Deze werkzaamheden passen fysiek binnen de grenzen van de bestaande hoogspanningsstations. De tweede stap (deelproject 2) is om op langere termijn het hoogspanningsstation (zowel LGK150 als DTC380) verder uit te breiden met extra transformatorcapaciteit en schakelvelden. 

Dit projectbesluit ziet toe op deelproject 1. Deelproject 2 volgt een aparte projectprocedure.

1.2 Beschrijving van het projectgebied

Het projectgebied is het volledige regelingsgebied van dit projectbesluit (zie ook Figuur 1‑3 van de motivering). 

1.3 Beschrijving van het project (permanente maatregelen)

Binnen dit project worden de volgende permanente maatregelen gerealiseerd:  

  • Het plaatsen van een nieuwe (derde) transformator op DTC380 (nummer 3 op figuur 1-1). De transformator is ongeveer 12 meter lang, 3,5 meter breed en 11,5 meter hoog en weegt circa 350.000 kilogram. Aan drie zijden om de transformator komt een wand. Deze zorgt voor veiligheid en wordt gebruikt om geluidwerende maatregelen op aan te brengen; 

  • Het plaatsen van een nieuwe 380 kV-compensatiespoel (nummer 5 op figuur 1-1) op DTC380. Deze spoel voorkomt dat er schade ontstaat aan elektrische apparaten door schommelingen in het elektriciteitsnet. De compensatiespoel heeft een afmeting van ongeveer 7,5 meter lang, 5 meter breed 9 meter hoog; 

  • Verbindingen tussen de transformator, de 380 kV compensatiespoel, het nieuwe transformatorveld (nummer 1 op figuur 1-1), het bestaande compensatiespoelveld en LGK150. Deze verbindingen (nummers 2, 4 en 6 op figuur 1-1) hebben een hoogte van circa 13 meter. 

  • Uitbreiding van het transformatorveld (nummer 1 op figuur 1-1) om de transformator aan te sluiten op het 380 kV-net. 

  • Plaatsing van lichtmasten en calamiteitenverlichting voor de veiligheid op het stationsterrein. Deze nieuwe lichtmasten en verlichting (niet weergegeven op figuur 1-1) hebben een hoogte van 4, 6 en 10 meter en komen naast de bestaande verlichting op het hoogspanningsstation.

Figuur 1-1: Permanente maatregelen 
Afbeelding met de permanente maatregelen die met dit project getroffen worden. De afbeelding laat een luchtfoto zien van het hoogspanningsstation met daarop aangegeven waar de nieuwe onderdelen komen.

1.4 Beschrijving van beheer

TenneT is beheerder van het landelijke hoogspanningsnet en van een groot deel van het Duitsland. Een van de belangrijkste taken van TenneT is ervoor te zorgen dat de infrastructuur – de stations, lijnen en kabels – naar goed functioneren. Regelmatig onderhoud aan de infrastructuur vermijdt stroomstoringen, schade aan het milieu en veiligheidsincidenten zoveel mogelijk. Dit gebeurt zo efficiënt mogelijk tegen acceptabele kosten. Klanten van TenneT verwachten immers een solide elektriciteitsvoorziening tegen een gunstige prijs. Daarom is er veel aandacht voor nieuwe methoden en technieken om het onderhoud te verbeteren. 

TenneT beheert ongeveer 23.000 kilometer hoogspanningsnet van 380 kV, 220 kV, 150 kV en 110 kV en bijbehorende hoogspanningsstations. Om een technisch goed werkend transportnet te kunnen garanderen, treft TenneT een aantal voorzorgsmaatregelen. Zo worden er inspecties uitgevoerd en vindt er preventief onderhoud aan stations, lijnen en kabels plaats. Treedt er toch een storing op, dan wordt dit opgelost. Een storing leidt zelden tot een stroomonderbreking in het net. 

Een transformatorstation is een elektrische installatie in het hoogspanningsnet. Hier wordt de stroom getransformeerd van een hoger naar een lager spanningsniveau ter voeding van de regionale netbeheerders (50 kV en lager). Een transformator gaat over het algemeen tientallen jaren mee. Ze worden regelmatig geïnspecteerd en onderhouden. Dit geldt ook voor de andere zaken die zich op het terrein bevinden. 

Hoogspanningsmasten en –lijnen vergen weinig onderhoud. De verbindingen hoeven slechts eens in de acht tot tien jaar te worden geïnspecteerd. Steekproefsgewijs worden er ook ‘top-tot-teen’ mastinspecties uitgevoerd. Als er al iets vervangen moet worden, dan zijn dat meestal de isolatoren of afstandshouders. Isolatoren houden de draden die onder stroom staan gescheiden van de mast. Afstandshouders zorgen ervoor dat lijnen niet tegen elkaar aan kunnen komen. Elk jaar worden er inspecties uitgevoerd vanuit de lucht. Met landschapsonderhoud rond de masten, stations en hoogspanningsdraden wordt voorkomen dat bomen en struiken een goede elektriciteitsaanvoer in de weg zitten.

2 Maatregelen ter voorkoming, beperking of compensatie

2.1 Inleiding

Voor dit projectbesluit zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd. De uitkomsten van deze onderzoeken staan in de motivering van het projectbesluit. Voor sommige omgevingsaspecten kunnen mogelijk negatieve effecten optreden. In paragraaf 2.2 staan de maatregelen ter voorkoming en mitigatie of compensatie van deze effecten.

2.2 Maatregelen ter voorkoming/beperking/mitigatie van nadelige gevolgen van het project

Natuur (flora en fauna)  

Soort

Beschrijving maatregelen

Vogels

Overtreding van verbodsartikelen uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is mogelijk aan de orde voor (beschermde) nestplaatsen van vogels. Aanvullend onderzoek en aanvullende maatregelen voor vogels zijn aan de orde om de mogelijke overtreding te voorkomen. Uit nader onderzoek kan volgen dat een vergunningsaanvraag nodig is. De volgende aanvullende onderzoeken en maatregelen zijn nodig: 

  • Nader onderzoek naar het gebruik van het nest van de zwarte kraai door vogels met een jaarrond beschermde nestplaats (categorie 1). Het gaat hierbij om mogelijk gebruik door boomvalk, buizerd of ransuil. Indien gebruik van het nest door een van deze soorten bij nader onderzoek wordt aangetoond, is een vergunningsaanvraag nodig. In verband met voldoende alternatieve nestlocaties buiten de verstoringscontour is nader onderzoek voor de zwarte kraai zelf (categorie 2) niet nodig. 

  • Indien bij het nader onderzoek het nest wordt uitgesloten als jaarrond beschermde nestplaats, geldt ten aanzien van algemene broedvogels en de zwarte kraai: Start de meest verstorende werkzaamheden vóór het broedseizoen en werk daarna continu door, zodat broedgevallen worden voorkomen. De broedperiode van algemene soorten loopt globaal vanaf begin maart tot eind augustus, maar ook buiten deze periode kunnen broedgevallen voorkomen. In de winterperiode (november tot februari) komen broedgevallen voor algemene soorten (vrijwel) niet voor.

Zorgplicht

Voor alle soorten, wel of geen vrijstelling, geldt dat voldaan moet worden aan de specifieke zorgplicht. De zorgplicht geldt voor alle werkzaamheden. Voor de algemene zoogdieren, ongewervelden en amfibieën dienen de volgende algemene richtlijnen te worden opgevolgd in het veld: 

  • Wanneer individuen van dieren worden aangetroffen, dienen deze de gelegenheid te krijgen om te kunnen vluchten. Aanbevolen wordt om minder mobiele dieren, zoals egel en gewone pad, te verplaatsen tot buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden; 

  • Eventuele maaiwerkzaamheden worden in één richting uitgevoerd. Hierbij wordt, indien aanwezig, richting een vluchtweg gewerkt, zodat mobiele soorten kunnen ontsnappen en zelf voor de werkzaamheden kunnen uitwijken; 

  • Om schade zo veel mogelijk te beperken wordt aanbevolen zoveel mogelijk gebruik te maken van dezelfde aan- en afvoerroutes. Wanneer duidelijk is hoe en waar het werkterrein wordt ingericht dient rekening te worden gehouden met het toe te passen materiaal. Er dienen geen ruimtes aanwezig te zijn onder de rijplaten (indien deze worden toegepast). Deze ruimtes kunnen namelijk worden gebruikt als schuilplek voor zoogdieren en amfibieën. 

  • Verstoring van in de nacht foeragerende dieren wordt voorkomen door de werkzaamheden overdag uit te voeren.

Als onderdeel van de zorgplicht is voor het gebruik van kunstlicht, de volgende aanvullende maatregel van toepassing: 

  • In geval van inzet van kunstlicht dient zijdelingse lichtverstrooiing te worden voorkomen. Dit dient in samenspraak met een ecoloog te worden bepaald.

Ontplofbare oorlogsresten 

Op basis van uitgevoerd onderzoek blijkt dat het mogelijk is dat er in het projectgebied nog steeds resten van de FLAK-stelling en/of bijbehorende resten aanwezig zijn. Een nader onderzoek dient vóór de uitvoering worden uitgevoerd om de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten uit te kunnen sluiten of passende mitigerende maatregelen te adviseren.  

Gezondheid van de mens (geluid) 

Om de geluidniveaus in de omgeving te beperken, worden er naast de reeds voorziene scherfmuren bij de nieuwe installaties, drie geluidswanden om de derde transformator geplaatst worden. Deze zullen bestaan uit twee betonnen wanden van elk ca. 12 meter hoog en een geluidsabsorberende wand van ca. 7 meter hoog. Bijlage IV bevat een gedetailleerde tekening van de transformator inclusief geluidwanden. 

2.3 Maatregelen ter compensatie van nadelige gevolgen van het project

Oppervlaktewater en waterveiligheid 

De toename aan verharding door de aanpassingen aan het hoogspanningsstation wordt gecompenseerd door het uitbreiden van de bestaande watergang. Er wordt door het project 1.105 m2 verharding toegevoegd (nieuwe bestrating en bebouwd oppervlak) aan het gebied. Conform de norm van 55 mm per m² betekent dit dat een bergingsvolume van circa 61 m³ gerealiseerd moet worden. Door verdieping en herschikking van de bestaande sloot is een bergingsvolume van 65 m³ gecreëerd, waarmee ruimschoots wordt voldaan aan de compensatie-eis.

3 Tijdelijke maatregelen en voorzieningen om het project te realiseren

3.1 Inleiding

Tijdelijke maatregelen zijn bedoeld om negatieve effecten van het project op de omgeving te beperken. Tijdelijke voorzieningen zijn nodig om het project zelf uit te kunnen voeren.

3.2 Algemene beschrijving van de aanlegfase

De aanlegfase van het project omvat verschillende werkzaamheden op en rond het hoogspanningsstation Doetinchem/Langerak. In deze fase wordt een nieuwe transformator geplaatst, worden bestaande installaties uitgebreid en worden verbindingen aangelegd om de nieuwe componenten op het elektriciteitsnet aan te sluiten. Ook worden voorzieningen getroffen voor de veiligheid van het terrein, zoals lichtmasten en calamiteitenverlichting. De effecten op het milieu en de omgeving van deze aanlegfase zijn onderdeel van de onderzoeken die zijn uitgevoerd voor het projectbesluit. De exacte inrichting van het werkterrein wordt nader uitgewerkt in de uitvoeringsfase, waarbij ook aandacht is voor het beperken van hinder voor de omgeving. Uitgangspunt hierbij is dat het werkterrein zoveel als mogelijk in de nabijheid van het hoogspanningsstation zelf wordt ingericht. 

3.3 Beschrijving van de tijdelijke maatregelen

De volgende tijdelijke maatregelen worden getroffen tijdens de aanlegfase van het project:  

  • Grondwater: tijdens de werkzaamheden is naar verwachting grondbemaling noodzakelijk. TenneT stelt voor aanvang van de werkzaamheden een bemalingsadvies op. 

  • Verkeer: door de aannemer die verantwoordelijk is voor de realisatie, wordt voorafgaand aan de uitvoering een verkeersplan opgesteld. Hierin worden indien nodig passende verkeersmaatregelen opgenomen om de verkeersveiligheid tijdens de uitvoering te waarborgen. Deze maatregelen worden afgestemd met de gemeente Doetinchem en gemeente Bronckhorst en indien nodig wordt een verkeersbesluit genomen. 

3.4 Beschrijving van de tijdelijke voorzieningen

Om deze werkzaamheden goed en veilig uit te kunnen voeren, zijn verschillende tijdelijke voorzieningen nodig. Zo wordt er een bouwkeet geplaatst voor de huisvesting van personeel en de coördinatie van de werkzaamheden. Daarnaast is er ruimte nodig voor de tijdelijke opslag van materieel en onderdelen. Het werkterrein wordt omsloten door een hekwerk en voorzien van een toegangspoort. Afhankelijk van de bereikbaarheid van het terrein kan het nodig zijn om een tijdelijke bouwweg aan te leggen. Deze weg maakt het mogelijk om materieel en materialen aan- en af te voeren zonder hinder voor de omgeving of schade aan bestaande infrastructuur. Dit brengt ook verkeersbewegingen met zich mee, zoals transporten met zwaar materieel en leveringen van bouwmaterialen. Waar nodig worden verkeersmaatregelen genomen om deze bewegingen veilig te laten verlopen. De exacte inrichting van het werkterrein wordt nader uitgewerkt in de uitvoeringsfase, waarbij ook aandacht is voor het beperken van hinder voor de omgeving. Uitgangspunt hierbij is dat het werkterrein zoveel als mogelijk in de nabijheid van het hoogspanningsstation zelf wordt ingericht. Als het gebruik als werkterrein afwijkt van het huidige omgevingsplan moet hiervoor een separate procedure worden doorlopen. Dit maakt geen onderdeel uit van dit projectbesluit.

4 Termijn waarin de gemeente geen regels mag stellen die het projectbesluit belemmeren

Vanaf het moment waarop het projectbesluit is vastgesteld tot vijf jaar na vaststelling van het projectbesluit, of, wanneer het project waarvoor het projectbesluit is vastgesteld eerder is gerealiseerd, worden in het omgevingsplan geen regels opgenomen die het uitvoeren van het project belemmeren (conform artikel 4.19a Omgevingswet).

5 Omgevingsvergunningen en andere bestemmingen

Dit projectbesluit geldt niet als een integraal projectbesluit. Echter wordt er voor dit project wel gebruik gemaakt van een coördinatieregeling[2].  

Ronde 1 bevat:  

  • 1.

    projectbesluit (provincie Gelderland); 

  • 2.

    maatwerkvoorschrift geluid (gemeente Bronckhorst); 

  • 3.

    omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit (gemeente Bronckhorst); 

  • 4.

    omgevingsvergunning milieubelastende activiteit (gemeente Bronckhorst); 

  • 5.

    omgevingsvergunning bouwtechnisch (gemeente Bronckhorst); 

  • 6.

    watervergunning (Waterschap Rijn en IJssel). 

Ronde 2 bevat: 

  • 1.

    Ontwerp omgevingsvergunning i.v.m. bemaling (Waterschap Rijn en IJssel); 

  • 2.

    Ontwerp omgevingsvergunning bouwplaats (afhankelijk van locatie bouwplaats); 

  • 3.

    Eventueel: Ontwerp omgevingsvergunning wateractiviteit (Waterschap Rijn en IJssel); 

  • 4.

    Eventueel: Ontwerp omgevingsvergunning flora & fauna-activiteit (minister van LVVN). 

6 Overige werkingsgebieden projectbesluit

Uit onderzoek blijkt dat de feitelijke geluidsbelasting zal toenemen. In het omgevingsplan (voor alle woningen) en in een vergunning uit 2014 (voor woningen Nederbergweg 9 en Keppelseweg 285 en voor een aantal referentiepunten) staan de normen waar de geluidsbelasting in principe binnen moet blijven. Uit onderzoek blijkt dat de feitelijke geluidbelasting toe zal nemen. Voor een deel blijft dit binnen de bestaande normen in het omgevingsplan en de vergunning. Voor een klein deel past het niet binnen de bestaande normen. Daarom past gemeente Bronckhorst de normen aan via een besluit maatwerkvoorschriften. 

Voor de woning Nederbergweg 9 geldt dat geldt dat de verwachte geluidsbelasting één decibel hoger zal zijn dan in de huidige vergunning is toegestaan. Daarom heeft gemeente Bronckhorst met een maatwerkvoorschrift besloten de normen in de vergunning met één decibel te verruimen. Dit wordt als aanvaardbaar beoordeeld. De geluidsbelasting blijft wel binnen de normen van het omgevingsplan. Voor de woning Keppelseweg 285 neemt de geluidsbelasting ook toe, maar dit blijft binnen de normen van de vergunning en het omgevingsplan. De normen in de vergunning worden zelfs aangescherpt. Voor de overige woningen zal de geluidsbelasting toenemen, maar dit blijft binnen de normen. Voor de referentiepunten rondom het hoogspanningsstation geldt dat een aantal normen uit de vergunning en het omgevingsplan overschreden zullen worden. Daarom verhoogt de gemeente in het maatwerkvoorschrift ook deze normen. Dit wordt als aanvaardbaar beoordeeld.

7 Wijziging regels Omgevingsplan

Het projectbesluit geldt als een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Het project is in strijd met artikel 7.2.6 van het Omgevingsplan Bronckhorst, waar staat dat de maximale bouwhoogte 3 meter bedraagt. Het project wijkt van deze bouwhoogte af. Artikel 4.17 van de Omgevingswet bepaalt dat de gemeente een voortdurende omgevingsvergunning voor een BOPA verwerkt in het omgevingsplan. Dit gebeurt binnen 5 jaar na het onherroepelijk worden van de BOPA. Deze verplichting geldt pas vanaf 1 januari 2032.

  • Bijlage I Overzicht informatieobjecten

  • Bijlage II Begrippen

  • Bijlage III Vlekkenplan nieuwe situatie DTC380 

  • Bijlage IV Boven - en zijaanzicht transformatorveld en 50kV compensatiespoelveld[3]

Bijlagen

Bijlage I Overzicht informatieobjecten

Bijlage II Begrippen

Begrip

Betekenis 

Archeologie 

Wetenschap die aspecten bestudeert van menselijke samenlevingen in het verleden op grond van materiële resten, zoals vondsten en bodemsporen, die vaak door de bodem aan het oog onttrokken zijn. 

Bestemmingsplan 

Gemeentelijk plan voor de ruimtelijke ordening, waarin de bestemming, het gebruik en de bebouwingsmogelijkheden van gronden en de aanleg van allerlei andere werken en werkzaamheden wordt geregeld, die gebaseerd was op de Wet ruimtelijke ordening. 

Binnendijks 

Gebied gelegen aan de polderzijde van de waterkering. 

Buitendijks

Gebied gelegen aan de rivier- of zeezijde van de waterkering.

Bodemverontreiniging 

Stoffen of componenten in de bodem of het grondwater, die niet van natuurlijke herkomst zijn en een bedreiging voor de mens en/of het ecosysteem kunnen vormen.

Cultuurhistorie 

Geschiedenis van alles wat door mensen is gemaakt en niet op natuurlijke wijze is ontstaan.

Fauna 

Dierenwereld. 

Funderingen

Een fundering is de verbinding die een bouwwerk en de aarde aan elkaar koppelt. De fundering voorkomt dat een bouwwerk in de grond wegzakt of door de wind wordt omgeblazen. De drie meest voorkomende typen funderingen zijn: fundering op staal, paalfundering en plaatfundering.

Geomorfologie 

Deel van de wetenschap op het gebied van geografie die de vormen van het landschap en de processen die bij het ontstaan daarvan een rol spelen of hebben gespeeld, bestudeert. 

Hekwerken

Het hekwerk is een zichtbare terreinafbakening en beveiliging tegen (onbedoelde) toegang van onbevoegden.

Infrastructuur 

Voorzieningen die nodig zijn om een land, bedrijf of organisatie goed te laten functioneren, bijvoorbeeld spoorwegen, snelwegen, luchthavens, bruggen, tunnels en kanalen.

Kabel

Voor ondergrondse verbindingen worden kabels gebruikt. Een kabel is elektrisch geleidend materiaal (geleider) dat omvat wordt door elektrisch isolerend materiaal (isolatie). De isolatie en afscherming van die geleider is kenmerkend voor een kabel.

Landschap 

Waarneembaar deel van de aarde, dat wordt bepaald door de onderlinge samenhang en wederzijdse beïnvloeding van de factoren bodem, reliëf, water, klimaat, flora en fauna, en het menselijk handelen.

Maaiveld 

Hoogte van het terreinoppervlak. 

Masten

Masten, ofwel hoogspanningsmasten dragen het bovengrondse elektriciteitsnet. De masten dragen de ongeïsoleerde hoogspanningsdraden, ook wel fasegeleiders genoemd, op grote hoogte zodat ze buiten bereik blijven.

Mer-beoordeling 

Hierin wordt beoordeeld of aanzienlijke nadelige gevolgen zijn uit te sluiten. Als dit niet het geval is dient een volwaardige mer- procedure te worden doorlopen. 

Milieueffectrapportage-procedure 

De wettelijk geregelde procedure van milieueffectrapportage. (Afgekort: mer-procedure). 

Milieueffectrapport 

Openbaar document waarin de voorgenomen activiteit en de redelijkerwijs in beschouwing te nemen alternatieven en de te verwachten gevolgen op het milieu in hun onderlinge samenhang worden beschreven en beoordeeld. (Afgekort MER). 

Mitigerende maatregelen 

Maatregelen die worden genomen om de nadelige effecten van activiteiten of fysieke ingrepen te verminderen dan wel te voorkomen. 

Natura 2000 / N2000 

Europees netwerk van beschermde natuurgebieden op het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie, gebaseerd op de Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn. 

Natuur Netwerk Gelderland (NNG)

Het Gelderse deel van het Natuurnetwerk Nederland. 

Niet gesprongen conventionele explosieven 

In en op de bodem liggende niet gesprongen explosieven, overgebleven van de oorlogshandelingen in beide wereldoorlogen en van militaire activiteiten. Voor de uitvoering van de KRW-maatregelen kunnen niet gesprongen explosieven een gevaar opleveren voor de betrokkenen. Afgekort: NGCE.

Overstromingsrisico 

Kans dat een gebied overstroomt, vermenigvuldigd met de gevolgen van die overstroming, waarbij de kans wordt uitgedrukt in een kans per jaar, terwijl de gevolgen worden gemeten in schade (euro's) en/of slachtoffers.

Plaatsgebonden risico

Het plaatsgebonden risico is het risico (uitgedrukt in kans per jaar) dat 1 persoon die zich onafgebroken en onbeschermd op die plaats bevindt, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit met een gevaarlijke stof.

Rail

Een rail bestaat in de meeste gevallen uit drie aluminiumbuizen die parallel aan elkaar door het station lopen. Deze rail kan grote vermogens transporteren en verdelen over de aansluitingen.

Spoel

Een spoel is een zeer lange draad die compact (buisvormig) wordt opgewonden. In het algemeen zijn er drie typen spoelen: Een seriespoel wordt in serie gezet met een verbinding, een compensatiespoel wordt aangesloten achter een transformator en een blusspoel voor aansluiting op het sterpunt. 

Transformator

Een transformator is een apparaat dat wordt gebruikt om een spanning van een bepaalde waarde naar een andere waarde te brengen. 

Uiterwaard 

Deel van het winterbed, door kaden en door bandijk of hoger gelegen land begrensd.

Vegetatie 

Rijkdom aan planten, zowel de structuur als het soortenaantal betreffende. 

Veld

Een veld wordt gevormd door aan elkaar gekoppelde primaire componenten op een station en is de schakel tussen de rail en de aansluiting. Een veld is de schakel tussen de rail (het knooppunt) en een verbinding of netcomponent.

Vermogensschakelaar

Een vermogensschakelaar bestaat uit contactpunten, aandrijving, springveer en bluskamer en is te vergelijken met een lichtschakelaar in een huis, waarmee de stroom op een deel van een lijn/veld kan worden IN en UIT geschakeld. 

Waterhuishouding

Waterhuishouding is het totaal aan activiteiten die als doel hebben om het grond- en oppervlaktewater zo goed mogelijk te beheren.

Waterkering 

Kunstmatige hoogte, natuurlijke hoogte of gedeelte daarvan, of hoge gronden met ondersteunende kunstwerken, die een waterkerende of mede een waterkerende functie hebben. 

Waterkwaliteit 

Waterkwaliteit is het geheel van kwaliteiten van water en de beoordeling daarvan als de deugdelijkheid van het oppervlaktewater en grondwater voor verschillende vormen van gebruik, zoals drinkwater, zwemwater, water voor irrigatie of voor natuurgebieden. 

Wateroverlast 

Verzamelterm voor schade, ongemak en ontreddering door hoge waterstanden ten gevolge van overvloedige neerslag en/of onvoldoende ontwatering. 

Waterveiligheid 

Beschermingsniveau tegen overstromingen vanuit zee, rivieren en meren. 

Bijlage III Vlekkenplan nieuwe situatie DTC380

Bijlage IV Boven - en zijaanzicht transformatorveld en 50kV compensatiespoelveld