Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR763284
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR763284/1
Subsidieregeling Inclusie en preventie Sociaal Domein gemeente Utrechtse Heuvelrug 2026
Geldend van 01-07-2026 t/m heden
Intitulé
Subsidieregeling Inclusie en preventie Sociaal Domein gemeente Utrechtse Heuvelrug 2026Burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug;
Gelet op artikel 4 van de Algemene subsidieverordening gemeente Utrechtse Heuvelrug 2026
Gelet op het besluit van de gemeenteraad d.d. 16 juli 2020 over de visie ‘Samen Leven, Samen Doen, Herijking beleidskeuzen sociaal domein’ en de op 3 juli 2023 vastgestelde uitvoeringsagenda 2023-2025
gelet op het besluit van de gemeenteraad d.d. 5 juni 2025 over de gezondheidsnota Gezond en vitaal in Utrechtse Heuvelrug 2025-2028
gelet op het besluit van de gemeenteraad d.d. 24 oktober 2024 over de regionale inkoopvisie Regionale Inkoopkoers Jeugd en Wmo, Versterken van het gewone leven, maart 2025
gelet op het besluit van de gemeenteraad d.d. 21 maart 2024 over de beleidsnota Samen Vooruit, minimabeleid Utrechtse Heuvelrug
Besluit vast te stellen de volgende subsidieregeling:
Subsidieregeling Inclusie en preventie Sociaal Domein gemeente Utrechtse Heuvelrug 2026
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
- a.
Actuele VOG: een VOG die niet ouder is dan vijf jaar en niet eerder is afgegeven dan drie maanden voor het tijdstip waarop de stagiair, vrijwilliger of beroepskracht voor de organisatie ging werken.
- b.
Algemene voorziening: voorziening als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo 2015 en/ of een jeugdhulpvoorziening die vrij toegankelijk is zonder voorafgaand diepgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de jeugdige of zijn ouders;
- c.
Asv: de Algemene subsidieverordening gemeente Utrechtse Heuvelrug 2026;
- d.
College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug;
- e.
Dorp: de gemeente heeft zeven dorpen, te weten: Amerongen, Doorn, Driebergen-Rijsenburg, Leersum, Maarn, Maarsbergen en Overberg;
- f.
Diversiteit: de erkenning en herkenning van de verschillen tussen mensen en de acceptatie en het respect daarvoor;
- g.
Ervaringsdeskundige, volgens de definitie van Movisie: iemand die geleerd heeft van zijn ervaringen met een aandoening, ontwrichtende situatie en hoe je daarmee omgaat en deze ook gebruikt als bron van kennis om daarmee anderen verder te helpen. Ervaringsdeskundigheid wordt onder meer ingezet in de de ggz, jeugdzorg, maatschappelijke zorg, mantelzorg, cliëntondersteuning in de Wmo, bestaanszekerheid en vluchtelingencentra. Ervaringskennis, als die wordt ingezet als kennisbron, naast vakkennis en wetenschappelijke kennis, kan organisaties enorm helpen bij het realiseren van hun doelen;
- h.
Inclusie: de insluiting van inwoners van alle identiteiten – zichtbaar of niet – bij activiteiten waarbij zij zich veilig en gerespecteerd kunnen voelen en zonder voorbehoud kunnen participeren;
- i.
Impactanalyse: een onderbouwing waarin een aanvrager aantoonbaar inzichtelijk maakt wat het beoogde maatschappelijke effect is van een activiteit of project op de lokale samenleving, specifiek gericht op het versterken van de sociale basis. Het gaat hierbij om meer dan alleen aantallen of output; de nadruk ligt op verandering en verbetering in het leven van inwoners;
- j.
Positieve gezondheid: een benadering binnen de gezondheidszorg die niet de ziekte, maar een betekenisvol leven van mensen centraal stelt. De nadruk ligt op de veerkracht, eigen regie en het aanpassingsvermogen van de mens en niet op de beperkingen of ziekte zelf;
- k.
Sociale basis, volgens de definitie van Movisie: Het geheel van informele sociale verbanden (buurten, groepen, verenigingen, netwerken, gezinnen) van mensen, aangevuld en ondersteund vanuit de lokale overheid, organisaties, diensten en voorzieningen. Zij maken het mogelijk dat inwoners de mogelijkheden hebben om te participeren in sociale relaties op een manier die hun welzijn, capaciteiten en individueel potentieel verbetert. In de sociale basis gaat het om het versterken van eigenaarschap, zeggenschap en eigen regie van inwoners;
- l.
“Tender” methode: Alle volledige subsidieaanvragen worden opgespaard tot de sluitingsdatum. De subsidieaanvraag wordt beoordeeld aan de hand van de in deze regeling genoemde criteria.
- m.
Wet: de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 2. Toepassingsbereik
-
1. Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 4 bedoelde activiteiten, voor een periode van maximaal vier achtereenvolgende jaren.
-
2. Deze subsidieregeling is van toepassing op subsidies hoger dan € 25.000 per jaar.
Artikel 3 Doel van de regeling
Doel van de subsidieregeling is om activiteiten te stimuleren die bijdragen aan het versterken van de sociale basis en het versterken van het gewone leven:
- 1.
Fijn en veilig opvoeden en opgroeien mogelijk maken
- 2.
Waardig ouder worden meer mogelijk maken
- 3.
Inclusie: iedereen kan meedoen
- 4.
Bestaanszekerheid behouden en versterken
- 5.
Gezond leven en bewegen makkelijker maken
- 6.
Sociale samenhang en leefbaarheid in de dorpen versterken
Artikel 4 Activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten in de Utrechtse Heuvelrug die er op gericht zijn dat (kwetsbare) inwoners zelfstandig(er) kunnen blijven meedoen door de inzet van algemene of collectieve voorzieningen.
Hieronder wordt activiteiten verstaan die een alternatieve vorm van passende zorg en ondersteuning bieden, waardoor een individuele maatwerkvoorziening niet of in mindere mate nodig is en/of bijdragen aan het makkelijker meedoen in de samenleving.
Preventieve activiteiten vinden zoveel mogelijk plaats met gebruikmaking van de volgende methoden:
- A.
Vroegtijdige ondersteuning inzetten bij potentieel ontwrichtende levensgebeurtenissen
- B.
Vindplaatsgericht werken
- C.
Stress-sensitief werken
Samenwerking of afstemming met Stichting Sociale Dorpsteams Utrechtse Heuvelrug is een voorwaarde.
Artikel 5 Doelgroep
De regeling is van toepassing op rechtspersonen die actief zijn binnen de gemeente Utrechtse Heuvelrug en aantoonbaar bijdragen aan de ambitie van het versterken van de sociale basis in Utrechtse Heuvelrug.
- 1.
Voor alle organisaties en natuurlijke personen die werken met jeugdigen of kwetsbare inwoners, geldt dat vrijwilligers in het bezit dienen te zijn van een verklaring omtrent het gedrag (vog). Zij kunnen die gratis aanvragen via gratisvog.nl. Ook eventuele beroepskrachten dienen in het bezit te zijn van een vog.
- 2.
Het college kan van deze bepaling afwijken op basis van de volgende gronden:
- a.
Als de stagiair, vrijwilliger of beroepskracht zonder VOG wel ingezet wordt bij contacten met kwetsbare personen vanwege een specifieke deskundigheid. Bijvoorbeeld voor een ervaringsdeskundige waarvoor de VOG aanvraag is of zal worden afgewezen, kan de organisatie een uitzondering maken op de VOG-plicht.
- b.
Als het hebben van een VOG bij werkzaamheden niet nodig is. Bijvoorbeeld omdat de stagiair, vrijwilliger of beroepskracht niet of niet direct in aanraking komt met kwetsbare personen. Dit kan zijn bij publiciteitsactiviteiten of activiteiten in een (grote) groep.
- a.
- 3.
Voor personen waarvoor een uitzondering wordt gemaakt op het beschikken over een VOG, op grond van lid 2 onder a maakt de organisatie een analyse. Uit de analyse blijkt:
- a.
waarom de stagiair of vrijwilliger ingezet wordt ondanks de afwezigheid van de VOG en welke afweging is gemaakt;
- b.
wat het risico voor kwetsbare personen is bij de inzet van de stagiair of vrijwilliger waarvoor de organisatie een uitzondering op de VOG-plicht toelaat;
- c.
of en welke preventieve maatregelen de organisatie neemt om risico voor kwetsbare personen uit te sluiten.
- a.
- 4.
Indien aanvrager naar oordeel van het college voldoende kan onderbouwen waarom niet voldaan kan worden aan lid 2, kan het hiervoor onder voorwaarden toestemming voor worden gegeven.
Artikel 6 Hoogte van de subsidie
Kosten die voor subsidie in aanmerking komen:
- 1.
Activiteitenkosten, kosten voor het organiseren van activiteiten.
- 2.
Loonkosten van professionals die zich richten op begeleiden, coördineren, werven, matchen van vrijwilligers en afstemming en samenwerking met partners.
- 3.
Kosten voor scholing en training van professionals en vrijwilligers, activiteitenkosten voor zover deze noodzakelijk zijn voor het ondersteunen en begeleiden van de vrijwilligers en waardering van vrijwilligers voor zover het gaat om kleine attenties en compensatie van gemaakte onkosten.
- 4.
Overheadkosten, bijvoorbeeld algemene kosten voor de organisatie, zoals administratie en kantoorhuur voor backoffice activiteiten.
- 5.
Vrijwilligersvergoedingen, dat betreft onkosten die vrijwilligers maken die direct verbonden zijn aan de inzet voor de activiteit.
- 6.
Communicatiekosten, enkel lokaal en ter ondersteuning van de subsidieactiviteiten.
- 7.
Redelijke kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteit.
- 8.
Voor artikel 4 categorie 2 (Vervangen of voorkomen van individuele maatwerkvoorzieningen) geldt aanvullend dat subsidiabele kosten zijn:
- a.
De kosten van de huur.
- b.
Organisatie-en exploitatiekosten die gemaakt moeten worden;
- c.
Loonkosten van professionals die de werkzaamheden uitvoeren zoals beschreven bij de activiteit.
- a.
- 9.
De kosten zoals beschreven onder 1 tot en met 8 worden jaarlijks geïndexeerd op basis van het HICP indexcijfer. Dit zal in 2028 voor het eerst gebeuren.
Artikel 7. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud
-
1. Overeenkomstig artikel 6 uit de Asv stelt het college een subsidieplafond vast voor deze subsidieregeling, onder voorwaarde dat voldoende middelen in de begroting beschikbaar worden gesteld.
-
2. Er kunnen deelsubsidieplafonds worden vastgesteld.
Artikel 8. Wijze van verdeling
-
1. Indien het subsidieplafond wordt bereikt, vindt verstrekking van subsidie plaats in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.
-
2. Bij de rangschikking van de aanvragen, zoals beschreven in lid 1, kent het college punten toe aan de hand van het beoordelingskader in artikel 9.
-
3. Indien er eerder meerjarige subsidies zijn verleend, wordt het subsidieplafond verminderd met het totaalbedrag aan al verleende subsidies.
-
4. Het college kan besluiten een deel van het beschikbare budget, binnen het subsidieplafond, te reserveren. Dit gebeurt als voor een bepaalde doelgroep of een bepaald aanbod onvoldoende aanvragen kunnen worden gehonoreerd. Via een tender vraagt het college dan om nieuwe aanvragen. Daarbij wordt aangegeven welke ruimte er binnen het subsidieplafond nog is. Het college kan, in afwijking of aanvulling van het beoordelingskader in artikel 9, criteria stellen voor deze tender.
-
5. Indien deelsubsidieplafonds worden ingesteld, publiceert het college daarbij ook de wijze van verdeling binnen de deelsubsidieplafonds.
Artikel 9. Beoordelingskader
Op grond van onderstaand beoordelingskader worden punten toegekend. Alle criteria wegen even zwaar, binnen de verschillende onderdelen.
- •
Het totaal aan verkregen punten (maximaal 80) van het onderdeel Sociale basis weegt in totaal voor 65% mee in de eindscore.
- •
Het totaal aan verkregen punten van het onderdeel Resultaten (maximaal 30) weegt in totaal voor 20% mee in de eindscore.
- •
Het totaal aan verkregen punten van het onderdeel Kwaliteit (maximaal 20) weegt in totaal voor 15% mee in de eindscore.
Aan elke aanvraag wordt een aantal punten toegekend, op basis van bovenstaande. Dit wordt berekend op basis van de volgende formule:
Totaal aantal punten = Totaal Sociale basis * 0,65 + Totaal Resultaten * 0,2 + Totaal Kwaliteit * 0,15
|
Criteria |
Score |
|
Sociale basis 65% |
|
|
1. In het activiteitenplan overtuigt de aanvrager dat gewerkt wordt op basis van de in artikel 10.2.b benoemde elementen. De inzet van ervaringsdeskundigheid weegt daarbij het zwaarst. |
Schaal 0 – 10 |
|
2. In het activiteitenplan overtuigt de aanvrager aan welke doelstelling(en) van de subsidieregeling het aanbod bijdraagt (artikel 3)? |
Schaal 0-10 |
|
3. In het activiteitenplan overtuigt de aanvrager met welke methodieken wordt gewerkt, een of meer zoals genoemd in artikel 4 en/ of andere methodieken |
Schaal 0-10 |
|
4. Het aanbod is collectief waar het kan, individueel waar nodig. |
Schaal 0-10 |
|
5. Het aanbod draagt bij aan verbinding tussen groepen (sociale cohesie). |
Schaal 0 – 10 |
|
6. De aanvrager heeft een aantoonbaar netwerk in de Utrechtse Heuvelrug en draagt actief bij aan dit netwerk door actief samen te werken. |
Schaal 0 -10 |
|
7. In het activiteitenplan overtuigt de aanvrager waarom de focus wordt gelegd op een bepaalde doelgroep of deel van de gemeente (wijk of dorp), of waarom deze keuze niet gemaakt wordt. |
Schaal 0 - 10 |
|
8. Het aanbod is aantoonbaar gericht op het wegnemen van grondoorzaken van sociale problemen en/of zet in op verschilmakers: bestaanszekerheid (financieel en wonen), kansengelijkheid, samenleven en gezondheid. |
Schaal 0 – 10 |
|
Resultaten 20% |
|
|
9. Uit de aanvraag blijkt duidelijk welke resultaten worden opgeleverd (SMART). Het wordt inzichtelijk gemaakt waar de activiteiten aan bijdragen. Waarom we deze activiteiten zouden moeten subsidiëren. |
Schaal 0 - 10 |
|
10. Het aanbod draagt aantoonbaar bij aan de behoefte van inwoners. |
Schaal 0 - 10 |
|
11. De activiteiten hebben duurzame resultaten, het is aannemelijk dat het op de lange termijn bijdraagt aan verbetering. Aangegeven wordt hoe dit gemonitord wordt. |
Schaal 0 – 10 |
|
Kwaliteit 15% |
|
|
12. Uit de aanvraag blijkt dat medewerkers deskundig zijn en er actief aan deskundigheidsbevordering wordt gedaan. |
Schaal 0 – 10 |
|
13. Uit de aanvraag blijkt hoe gemeten wordt in hoeverre ‘cliënten’/ ‘bezoekers’/ ‘deelnemers’ tevreden zijn over het aanbod en met welke frequentie. |
Schaal 0 - 10 |
Artikel 10. Aanvraag
De werkwijze van een aanvraag voor subsidie is geregeld in artikel 7 Asv. Aanvullend geldt het volgende:
- 1.
Een aanvraag om een subsidie die per jaar wordt verleend, voor een periode van maximaal vier achtereenvolgende jaren, wordt schriftelijk of digitaal bij het college ingediend, tussen 1 augustus en uiterlijk 1 september voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft, met gebruikmaking van het aanvraagformulier.
- 2.
Bij de aanvraag overlegt de aanvrager tenminste het volgende:
- a.
Een activiteitenplan en begroting, waarin duidelijk wordt aan welke doelen de activiteiten bijdragen.
- b.
In het activiteitenplan besteedt de aanvrager aandacht aan de van toepassing zijnde onderdelen die zijn benoemd in artikel 4, waarbij, indien van toepassing, beschreven wordt welke aandacht er is voor de volgende elementen, zoals omschreven in artikel 1:
- i.
Diversiteit en inclusie
- ii.
De inzet van ervaringsdeskundigheid
- iii.
De wijze waarop gebruik wordt gemaakt van positieve gezondheid;
- i.
- c.
Een impactanalyse, zoals beschreven in artikel 1.g, en de wijze van monitoring.
- a.
Artikel 11. Aanvullende regels bij tenderprocedures
-
1. Als voor de verdeling van subsidie gebruik wordt gemaakt van een tenderprocedure, gelden de volgende aanvullende regels ter waarborging van gelijke behandeling:
- a.
Alle tijdig ingediende aanvragen worden beoordeeld na afloop van de indieningstermijn, aan de hand van gelijke criteria en onder gelijke omstandigheden.
- b.
Het is niet toegestaan dat burgemeester en wethouders inhoudelijk communiceren met aanvragers over hun aanvraag gedurende of na afloop van de indieningsperiode, tenzij dit voor alle aanvragers op gelijke wijze en gelijktijdig plaatsvindt.
- c.
De verantwoordelijkheid voor een tijdige en volledige aanvraag rust bij de aanvrager. De aanvraag dient uiterlijk op de dag van sluiting van de aanvraagtermijn te zijn ontvangen, vergezeld van alle noodzakelijke gegevens en documenten zoals voorgeschreven.
- a.
-
2. Een onvolledige aanvraag wordt afgewezen, tenzij het uitsluitend gaat om kennelijke schrijffouten of administratieve omissies die naar het oordeel van het college geen invloed hebben op de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag. In dat geval wordt de aanvrager een hersteltermijn van twee weken geboden. Als binnen deze termijn correcties worden aangeleverd, geldt als ontvangstdatum de datum van indiening van de oorspronkelijke aanvraag.
-
3. Gegevens of documenten die ná de sluitingstermijn worden overgelegd en die naar het oordeel van burgemeester en wethouders van invloed zijn op de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag, blijven buiten beschouwing.
-
4. Bij het verdelen van subsidiemiddelen via een tenderprocedure geldt als voorwaarde dat op de algemene beoordelingscriteria uit artikel 9 in totaal ten minste 60 punten worden behaald.
Artikel 12. Beslistermijn
Het college beslist uiterlijk op 15 december van het jaar waarin de aanvraag voor subsidie is ingediend.
Artikel 13. Aanvullende weigeringsgronden
Onverminderd artikel 9 van de Asv kan subsidie worden geweigerd als:
- 1.
sprake is van een activiteit waarin al op andere wijze wordt voorzien of waarvoor financiering op grond van een andere subsidieregeling is voorgeschreven of mogelijk is;
- 2.
in het dorp of het gebied waarop de aanvraag betrekking heeft al voldoende aanbod is dat in de vraag voorziet;
- 3.
voor de betreffende doelgroep waarop de aanvraag betrekking heeft al voldoende aanbod is dat in de vraag van de doelgroep voorziet.
Artikel 14. Algemene verplichtingen van de subsidie-ontvanger
Het college kan bij de verleningsbeschikking aanvullende verplichtingen aan de subsidie-ontvanger opleggen.
Artikel 15. Publicatie
-
1. In afwijking van artikel 4:24 van de wet, publiceert het college jaarlijks een overzicht van alle verleende subsidies die op grond van deze regeling zijn toegekend.
-
2. Over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidies in de praktijk, doet het college verslag via de reguliere planning en control cyclus en (tussentijdse) evaluatie van beleid.
Artikel 16. Hardheidsclausule
Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van deze subsidieregeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Het van toepassing verklaren van dit artikel wordt gemotiveerd in het besluit.
Artikel 17. Slotbepalingen
-
1. Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 juli 2026.
-
2. Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Inclusie en preventie Sociaal Domein gemeente Utrechtse Heuvelrug 2026.
Ondertekening
Aldus besloten in de vergadering van burgemeester en wethouders d.d. 9 juni 2026,
C.M. Beijk
Secretaris
G.F. Naafs
Burgemeester
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl