Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR763278
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR763278/1
Regeling deelauto’s Den Haag 2026
Geldend van 24-06-2026 t/m heden
Intitulé
Regeling deelauto’s Den Haag 2026Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,
gelet op artikel 2:8 van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag,
besluit vast te stellen de Regeling deelauto’s Den Haag 2026:
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- –
City Data Specificatie-Mobiliteit (CDS-M): een werkwijze ontwikkeld door een samenwerking van grote Nederlandse steden om data-uitwisseling bij deelmobiliteit veilig en effectief te maken;
- –
college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag;
- –
deelbestelauto: motorvoertuig op vier of meer wielen, ingericht voor het vervoer van goederen met een maximaal gewicht van 3.500kg, aangemerkt als voertuig met de voertuigclassificatie N1 als bedoeld in de Regeling voertuigen, welke wordt aangeboden als deelvoertuig;
- –
deelpersonenauto: motorvoertuig op vier of meer wielen, ingericht voor het vervoer van personen, met niet meer dan acht zitplaatsen, de bestuurderszitplaats niet meegerekend, met een maximaal gewicht van 3.500kg, aangemerkt als voertuig met de voertuigclassificatie M1, als bedoeld in de Regeling voertuigen, welke wordt aangeboden als deelvoertuig;
- –
deelvoertuig: voertuig dat als onderdeel van een activiteit in uitoefening van beroep of bedrijf structureel en herhaaldelijk voor korte duur tegen betaling of anderszins met commerciële doeleinden op of aan de weg aan derden wordt aangeboden, met uitzondering van deelvormen waarbij een besloten groep bewoners één of meerdere voertuigen onderling deelt in een groep of coöperatie en particuliere deelvormen waarbij bewoners hun privévoertuigen delen met derden, waarvoor een vergunning van het college vereist is;
- –
dienstverleningsplan: een document dat de aanvrager bij de vergunningsaanvraag indient en waarin hij zijn dienstverlening beschrijft, inclusief een omschrijving en een foto van de deelauto, het aantal deelauto’s dat wordt aangeboden en de methode van aanbieden, waaronder ten minste het huursysteem, de stallingsvoorwaarden en het bedieningsgebied;
- –
gebruikssessie: de periode waarin een gebruiker een deelauto huurt. Deze sessie begint op het moment dat de gebruiker de huur start en eindigt wanneer de gebruiker de huur beëindigt;
- –
Mobility Data Specification (MDS): een standaard ontwikkeld door de Open Mobility Foundation (OMF) om data-uitwisseling tussen steden en aanbieders van deelmobiliteit te faciliteren;
- –
motorvoertuig: hetgeen hieronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
- –
Nederlands Profiel Data(delen) Deelmobiliteit: een set technische dataspecificaties en juridische kaders, ontwikkeld om veilige en effectieve data-uitwisseling bij deelmobiliteit te waarborgen, die is ontwikkeld aan de hand van de CDS-M werkwijze;
- –
servicegebied: het gebied waarin een aanbieder het ophalen of inleveren van een deelauto toestaat;
- –
serviceplaats: de plaats waarop een aanbieder het ophalen of inleveren van een deelauto toestaat;
- –
vergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 2:8, eerste lid, van de verordening;
- –
vergunninghouder: de rechtspersoon aan wie op basis van zijn aanvraag vergunning wordt verleend;
- –
vergunningsvoorwaardenplan: een document bestaande uit maximaal drie A4-pagina’s dat de aanvrager bij de vergunningsaanvraag indient en waarin hij beschrijft hoe hij aannemelijk maakt dat hij aan alle vergunningsvoorwaarden uit hoofdstuk 3 van deze regeling kan voldoen;
- –
vergunningsvoorwaardenverslag: een periodiek verslag waarin de vergunninghouder kwantitatief onderbouwd aantoont hoe over een gegeven periode voldaan is aan de vergunningsvoorwaarden uit hoofdstuk 3 van deze regeling;
- –
verordening: Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag;
- –
voertuig: hetgeen hieronder wordt verstaan in artikel 1:1, onder d, van de verordening.
Hoofdstuk 2 Aanvragen vergunning
Artikel 2:1 Aanvraagvereisten
-
1. De vergunning wordt aangevraagd bij het college door middel van het aanvraagformulier, welke digitaal beschikbaar gesteld wordt.
-
2. De aanvrager vraagt de vergunning aan onder overlegging van:
- a.
een uittreksel van de inschrijving bij de Kamer van Koophandel of bij een gelijkwaardig register in een EU-lidstaat;
- b.
statuten of een inzicht in feitelijk handelen waaruit blijkt dat de aanvrager het aanbieden van deelauto’s als doelstelling heeft;
- c.
een dienstverleningsplan van maximaal vijf pagina’s A4; en
- d.
een vergunningsvoorwaardenplan van maximaal drie pagina’s A4.
- a.
-
3. Per aanvrager wordt maximaal één vergunning verleend, waarbij moeder-, dochter-, of zusterondernemingen van de aanvrager of op een andere wijze verweven ondernemingen als een en dezelfde aanvrager worden beschouwd.
Hoofdstuk 3 Vergunningsvoorwaarden
Artikel 3:1 Maximale hoeveelheid deelauto’s per vergunning
-
1. Het college stelt per vergunning het aantal te vergunnen deelauto’s vast tot een maximum van 500 per vergunning, waarbinnen zowel de voertuigcategorieën deelbestelauto als deelpersonenauto zijn toegestaan.
-
2. Het college kan toestaan dat een vergunninghouder tijdelijk meer deelauto’s exploiteert, op voorwaarde dat:
- a.
er sprake is van een tijdelijke vermindering van vervoermogelijkheden of een tijdelijke toename van de vervoervraag;
- b.
de afwijking geldt voor een periode van maximaal twaalf maanden; en
- c.
de afwijking ten hoogste twintig procent bedraagt van het maximaal aantal vergunde deelauto’s zoals vastgelegd in de vergunning.
- a.
-
3. De vergunninghouder plaatst op geen moment meer deelauto’s op of aan de weg dan het in zijn vergunning vastgestelde maximum, inclusief een eventuele tijdelijke verhoging als bedoeld in het tweede lid.
Artikel 3:2 Toelaatgebieden en stallingsplafonds
-
1. De vergunninghouder zorgt dat zijn servicegebieden en serviceplaatsen te allen tijde vallen binnen de door het college aangewezen toelaatgebieden als bedoeld in artikel 2:8, achtste lid, van de verordening.
-
2. De vergunninghouder zorgt dat het onmogelijk is voor gebruikers om een gebruikssessie te beëindigen wanneer de deelauto zich bevindt buiten de toelaatgebieden als bedoeld in het eerste lid.
-
3. De vergunninghouder plaatst geen deelauto’s in toelaatgebieden waar het stallingsplafond bereikt is, als bedoeld in artikel 2:8, negende lid, van de verordening.
-
4. De vergunninghouder zorgt dat het onmogelijk is voor gebruikers om een gebruikssessie te beëindigen wanneer het voertuig zich bevindt binnen een toelaatgebied waar het stallingsplafond bereikt is, als bedoeld in artikel 2:8, negende lid, van de verordening.
-
5. Het college informeert de vergunninghouder bij een besluit tot wijziging van de aangewezen toelaatgebieden of stallingsplafonds ten minste tien werkdagen voor inwerkingtreding van deze wijziging.
Artikel 3:3 Eisen aan het gebruik van de openbare ruimte en deelauto’s
-
1. De deelauto die zich bevindt op of aan de weg, is tussen 07:00 en 23:00 uur gemiddeld genomen tenminste 85% van de tijd beschikbaar voor gebruik door derden. Dit wordt gemeten over een periode van één jaar, waarbij in gebruik zijn wordt meegeteld als zijnde beschikbare tijd.
-
2. De deelauto’s zijn visueel herkenbaar als deelauto met een merkaanduiding van de vergunninghouder.
-
3. Uitingen van handelsreclame op deelauto’s mogen het functioneel gebruik van die deelauto’s niet belemmeren.
-
4. De vergunninghouder verwijdert de visuele kenmerken van deelauto’s op of aan de weg zodra deze niet (meer) als zodanig in gebruik zijn.
-
5. De vergunninghouder verplaatst een deelauto die is geplaatst buiten een toelaatgebied of binnen een toelaatgebied waar het geldende stallingsplafond is bereikt binnen 24 uur, ongeacht of zij daar opzettelijk of onopzettelijk zijn geplaatst door de vergunninghouder of een gebruiker.
Artikel 3:4 Communicatie
-
1. De vergunninghouder stelt één vast Nederlandssprekend aanspreekpunt beschikbaar voor de gemeente. Dit aanspreekpunt is bevoegd om namens de vergunninghouder afspraken te maken over de dienstverlening in Den Haag en is op werkdagen van 09:00 tot 17:00 uur telefonisch en per e-mail bereikbaar.
-
2. De vergunninghouder stelt een vast Nederlandssprekend aanspreekpunt beschikbaar voor de gemeente voor operationele zaken. Dit aanspreekpunt is dagelijks bereikbaar van 07:00 tot 23:00 uur. Buiten kantooruren is communicatie in de Engelse taal toegestaan.
-
3. De vergunninghouder is voor gebruikers alsook bewoners en bezoekers van Den Haag Nederlandstalig telefonisch bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00 uur en is online bereikbaar tijdens de uren waarin de diensten worden aangeboden.
Artikel 3:5 Dataverkeer
-
1. De vergunninghouder verleent medewerking aan de periodieke, landelijke enquête onder gebruikers van deelmobiliteit, ter ondersteuning van een goede inpassing van deelmobiliteit in de openbare ruimte door de vergunningverlener.
-
2. De vergunninghouder draagt bij aan de doorontwikkeling van het ‘Nederlands Profiel Data(delen) Deelmobiliteit’ en past dit toe zodra dit gereed is.
-
3. Vanaf het moment dat het ‘Nederlands Profiel Data(delen) Deelmobiliteit’ beschikbaar is, verstrekt de vergunninghouder gegevens over zijn deelauto’s in de gemeente Den Haag geautomatiseerd aan de gemeente of aan een door de gemeente aangewezen derde partij op basis van het ‘Nederlands Profiel Data(delen) Deelmobiliteit’.
-
4. Het college stelt informatie over toelaatgebieden als bedoeld in artikel 2:8, achtste lid, van de verordening en eventuele bijbehorende stallingsplafonds als bedoeld in artikel 2:8, negende lid, van de verordening beschikbaar via een openbare MDS-feed.
Artikel 3:6 Evaluatie
-
1. De vergunninghouder levert uiterlijk twee maanden na afloop van ieder kalenderjaar een vergunningsvoorwaardenverslag aan de gemeente over het voorafgaande kalenderjaar.
-
2. De vergunninghouder neemt deel aan halfjaarlijkse evaluatiegesprekken met de vergunningverlener. Het evaluatiegesprek heeft betrekking op het naleven van de vergunningsvoorwaarden.
Artikel 3:7 Verwijdering van deelauto’s bij beëindiging van bedrijfsactiviteiten
-
1. De vergunninghouder verwijdert bij beëindiging van zijn bedrijfsactiviteiten binnen dertig dagen zijn in de gemeente aanwezige deelauto’s van de weg.
-
2. Van beëindiging van de bedrijfsactiviteiten binnen de gemeente Den Haag van de vergunninghouder is sprake als:
- a.
de vergunninghouder zijn activiteiten binnen de gemeente beëindigt. In dat geval brengt de vergunninghouder het college daarvan onmiddellijk schriftelijk op de hoogte;
- b.
de vergunninghouder geen noemenswaardige activiteiten meer laat zien gedurende dertig dagen, waaronder wordt verstaan dat gedurende deze periode geen of nauwelijks deelauto’s ter gebruik worden aangeboden of er geen of nauwelijks operationele handelingen worden verricht die nodig zijn voor het aanbieden van deelauto’s, zoals onderhoud, herverdeling of het afhandelen van meldingen;
- c.
de vergunninghouder failliet is verklaard en de curator niet binnen tien werkdagen aangeeft de operatie in afwachting van een doorstart tijdelijk te willen voortzetten; of
- d.
het college de vergunning intrekt op grond van artikel 1:6, eerste lid, van de verordening of artikel 2:8, derde lid, van de verordening.
- a.
Hoofdstuk 4 Slotbepaling
Artikel 4:1 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op de dag na publicatie in het Gemeenteblad.
Artikel 4:2 Overgangsrecht
Aanbieders die op het moment dat deze regeling in werking treedt deelvoertuigen aanbieden, waren op grond van artikel 2 van de Regeling deelvoertuigen Den Haag 2020 vrijgesteld van de vergunningsplicht uit artikel 2:8 van de verordening. Deze vrijstelling is tijdelijk verlengd via artikel 6:3, derde lid, van de Regeling deeltweewielers Den Haag 2026. Onder de Regeling deelauto’s Den Haag 2026 worden deze aanbieders alsnog vergunningsplichtig. Zij blijven echter tot één jaar na inwerkingtreding van deze regeling ontheven van die vergunningsplicht.
Artikel 4:3 Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling deelauto’s Den Haag 2026.
Ondertekening
Den Haag, 16 juni 2026
Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris,
Ilma Merx
de burgemeester,
Jan van Zanen
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 2:1 Aanvraagvereisten
Artikel 2:1, tweede lid, onder b:
Onder 'feitelijk handelen' wordt verstaan dat de aanvrager reeds actief deelauto’s aanbiedt op of aan de weg in Den Haag of elders. Dit kan worden aangetoond met bijvoorbeeld een overzicht van operationele activiteiten, verworven vergunningen, het aantal deelauto’s en locaties, rit- en gebruikersstatistieken, financiële gegevens zoals jaarrekeningen, marketingcampagnes en klanttevredenheidsonderzoeken.
Artikel 3:1Maximale hoeveelheid deelauto’s per vergunninghouder
Artikel 3:1, eerste lid:
Om ruimte te houden voor iedereen en rekening houdend met het beperkte aantal parkeerplaatsen in de openbare ruimte heeft het college het aantal deelauto’s gemaximeerd.
Artikel 3:1, tweede lid, onder a:
Onder een ‘tijdelijke vermindering van vervoermogelijkheden’ wordt verstaan een situatie waarin het reguliere vervoeraanbod tijdelijk beperkt is. Dit kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van grootschalige werkzaamheden aan infrastructuur van wegen of openbaar vervoer, langdurige verstoringen in het openbaar vervoer, of de tijdelijke sluiting van parkeervoorzieningen en mobiliteitshubs.
Onder een ‘tijdelijke toename van vervoervraag’ wordt verstaan een situatie waarin de behoefte aan vervoer tijdelijk groter is dan normaal. Dit kan zich voordoen bij grote en langdurige evenementen zoals festivals, sporttoernooien of congressen, bij seizoensgebonden drukte in toeristische gebieden tijdens vakantieperiodes, of bij een tijdelijke bevolkingsgroei door bijvoorbeeld opvanglocaties of een instroom van studenten.
Artikel 3:5Dataverkeer
Bij de verwerking van gegevens in het kader van deze regeling, waaronder gegevens die mogelijk herleidbaar kunnen zijn tot individuele personen, wordt volledig gehandeld in overeenstemming met de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en overige relevante privacywetgeving. Dit betekent dat uitsluitend gegevens worden verwerkt die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren en handhaven van deze regeling, dataminimalisatie wordt toegepast en passende technische en organisatorische maatregelen worden getroffen om de bescherming van persoonsgegevens te waarborgen.
Artikel 4:2 Overgangsrecht
In de Regeling deelvoertuigen Den Haag 2020 werden motorrijtuigen, niet zijnde bromfietsen op twee wielen, als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet en motorrijtuigen op vier wielen, als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet, vrijgesteld van de vergunningsplicht als bedoeld in artikel 2:8, eerste lid, van de verordening. Deze vrijstelling is na de intrekking van de Regeling deelvoertuigen Den Haag 2020 tijdelijk verlengd via artikel 6:3, derde lid, van de Regeling deeltweewielers Den Haag 2026.
Met de inwerkingtreding van deze regeling worden aanbieders van de betreffende voertuigen vergunningsplichtig. Tegelijkertijd regelt dit artikel dat zij tot één jaar na inwerkingtreding van deze regeling ontheven blijven van die vergunningsplicht. Deze overgangstermijn biedt deze aanbieders van deelauto’s voldoende tijd om zich voor te bereiden op de nieuwe vergunningsplicht en tijdig een vergunningaanvraag in te dienen. Hiermee vervalt de in de Regeling deeltweewielers Den Haag 2026 opgenomen tijdelijke vrijstelling voor deelauto’s en wordt een ordelijke overgang naar het nieuwe vergunningenregime geborgd.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl