Verordening Deventer Erfgoedfonds

Geldend van 24-06-2026 t/m heden

Intitulé

Verordening Deventer Erfgoedfonds

De raad van de gemeente Deventer,

gelezen het voorstel van het college van 7 april 2026, nr. 2026-142,

overwegende dat:

  • in Deventer veel cultureel erfgoed aanwezig is;

  • dit erfgoed bijdraagt aan een samenleving waar mensen zich thuis voelen;

  • het belangrijk is om dat erfgoed goed te beheren en te onderhouden;

  • het verduurzamen van erfgoed mede bijdraagt aan het gebruik en daarmee aan de voortdurende instandhouding van erfgoed;

  • met het oog op de toekomstbestendigheid van het Deventer erfgoed en de beschikbare financiële middelen hiervoor, het gewenst is om de bestaande Deventer Restauratiefondsverordening 1999 en het Deventer Restauratiefonds te wijzigen.

gelet op Titel 4.2. van de Algemene wet bestuursrecht

besluit vast te stellen de

Verordening Deventer Erfgoedfonds

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regels wordt verstaan onder:

  • a.

    gemeentelijke monumenten: panden en objecten die als gemeentelijk monument zijn aangewezen op grond van artikel 4.1.1. van de Verordening Fysieke Leefomgeving of panden en objecten die in het omgevingsplan de functieaanduiding gemeentelijk monument hebben op grond van artikel 4.2. Omgevingswet.

  • b.

    religieus genootschap: een genootschap op geestelijke grondslag voor het gezamenlijk belijden van godsdienst of levensovertuiging.

  • c.

    voorzieningen: ingrepen aan een pand of object met het doel de monumentale delen er van te herstellen, verbeteren of te behouden of ingrepen aan een pand of object ten behoeve van verduurzamingsmaatregelen.

  • d.

    verduurzamingsmaatregelen: maatregelen die bijdragen aan de energie-efficiëntie van het pand, zoals kierdichting of isolatie voor wanden, kappen, vloeren en vensters. Installaties vallen hier niet onder met uitzondering van ventilatievoorzieningen die bijdragen aan een beter binnenklimaat. De verduurzamingsmaatregelen dragen bij aan de voortdurende instandhouding van het monument.

  • e.

    kosten van de voorzieningen: de door burgemeester en wethouders goedgekeurde of vastgestelde kosten van de voorzieningen inclusief de kosten voor het voorafgaand laten uitvoeren van een deskundig advies met betrekking tot de aan te brengen voorzieningen in relatie tot de cultuurhistorische waarden van het monument.

  • f.

    privaat bezit: monumenten die niet in eigendom zijn van de gemeente of een andere rechtspersoon of instelling die in overwegende mate een publiekrechtelijke taak vervult;

  • g.

    eigenaar: een natuurlijke persoon, rechtspersoon of religieus genootschap, daaronder mede begrepen verenigingen van eigenaren, die op het tijdstip van voltooiing van de voorzieningen een zakelijk recht heeft in de zin van: het eigendom, recht van erfpacht, recht van opstal of een appartementsrecht of degene aan wie door een rechtspersoon een deelnemings- of lidmaatschapsrecht is verstrekt dat recht geeft op het gebruik van een monument

  • h.

    Nationaal Restauratiefonds: de Stichting Nationaal Restauratiefonds, statutair gevestigd in Amersfoort.

  • i.

    Deventer Erfgoedfonds-hypotheek: een subsidie in de vorm van een Regionale Restauratiefonds-hypotheek onder de productnaam Deventer Erfgoedfonds-hypotheek verstrekt door het Nationaal Restauratiefonds uit het Deventer Erfgoedfonds

Artikel 2 Deventer Erfgoedfonds

  • 1. Er is een Deventer Erfgoedfonds, ten laste waarvan een subsidie in de vorm van een Deventer Erfgoedfonds-hypotheek als bedoeld in artikel 3 kan worden verleend, nadat het college daartoe op aanvraag heeft besloten. Rente en aflossing op Deventer Erfgoedfonds-hypotheken vallen toe aan het Deventer Erfgoedfonds.

  • 2. Het College is bevoegd om jaarlijks de hoogte van het Deventer Erfgoedfonds vast te stellen. Dit fonds geldt voor het betreffende tijdvak als subsidieplafond als bedoeld in artikel 4:22 van de Algemene wet bestuursrecht en wordt verdeeld op basis van het criterium “wie het eerst komt, wie het eerst maalt” waarbij als datum van indiening van de subsidieaanvraag geldt de datum waarop de aanvraag volledig is.

  • 3. Jaarlijks worden de beschikbare financiële middelen door het College bekend gemaakt voor in het in lid 1 bedoelde fonds.

  • 4. Burgemeester en wethouders sluiten met het Nationaal Restauratiefonds een samenwerkingsovereenkomst af waarin afspraken over de uitvoering en het beheer van het Deventer Erfgoedfonds worden gemaakt.

Artikel 3 Deventer Erfgoedfonds-hypotheek

  • 1. Een Deventer Erfgoedfonds-hypotheek is een lening met een maximum looptijd van 20 jaar, waarbij de betaling van rente en aflossing volgens het annuïteitensysteem plaatsvindt. In bijzondere omstandigheden is een looptijd toegestaan van maximaal 30 jaar.

  • 2. De Deventer Erfgoedfonds-hypotheek wordt verstrekt door het Nationaal Restauratiefonds, nadat door het college positief is besloten op de daarvoor ingediende aanvraag zoals genoemd onder artikel 4. Het Nationaal Restauratiefonds voert een (krediet)beoordeling uit en bepaalt de looptijd van de lening.

  • 3. Het leningsbedrag bij een Deventer Erfgoedfonds-hypotheek bedraagt maximaal 100% van de in artikel 5 bedoelde kosten van de voorzieningen met een minimum van €15.000 en een maximum van €150.000.

Hoofdstuk 2 Verleningsgrondslag

Artikel 4 subsidie Deventer Erfgoedfonds-hypotheek

  • 1. Voor het treffen van voorzieningen aan gemeentelijke monumenten in privaat bezit kunnen burgemeester en wethouders op aanvraag van de eigenaar besluiten een aanspraak op verstrekking van een subsidie in de vorm van een Deventer Erfgoedfonds-hypotheek als bedoeld in artikel 3 verlenen. Dit besluit geschiedt onder voorbehoud van een positieve (krediet)beoordeling door het Nationaal Restauratiefonds.

  • 2. Het in het lid 1 genoemde besluit van het college dat de basis vormt voor verstrekking van een hypothecaire geldlening (Deventer Erfgoedfonds-hypotheek) door het Nationaal Restauratiefonds, is een besluit tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 4:21, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 5 Berekening kosten van de voorzieningen

  • 1. De hoogte van de Deventer Erfgoedfonds-hypotheek wordt berekend aan de hand van de bij de subsidieverlening goedgekeurde kosten van de voorzieningen, of de werkelijke kosten indien burgemeester en wethouders deze lager vaststellen na uitvoering van de werkzaamheden.

  • 2. Op de kosten van de voorzieningen worden de kosten in mindering gebracht waarvoor op grond van andere regelingen een tegemoetkoming is verkregen.

Hoofdstuk 3 Aanvragen en verlening van de subsidie Deventer Erfgoedfonds-hypotheek

Artikel 6 Indiening aanvraag

  • 1. De aanvrager vraagt de in artikel 4 bedoelde subsidie Deventer Erfgoedfonds-hypotheek aan op een door burgemeester en wethouders vast te stellen formulier.

  • 2. Een aanvraag gaat vergezeld van de op het aanvraagformulier aangegeven gegevens en bescheiden.

  • 3. Burgemeester en wethouders kunnen, naast de in lid 2 genoemde gegevens en bescheiden, om nadere gegevens en bescheiden verzoeken indien dit naar hun oordeel gewenst is voor een juiste beoordeling van de aanvraag.

  • 4. Onder de in lid 2 genoemde gegevens en bescheiden dient in ieder geval te worden verstaan:

    • a.

      een gespecificeerde begroting van de kosten;

    • b.

      een werkbeschrijving;

    • c.

      tekeningen van de bestaande - en nieuwe toestand van het monument (minimaal schaal 1:100).

Artikel 7 Termijn van indiening en verlenen subsidie

  • 1. Burgemeester en wethouders beslissen binnen 13 weken na ontvangst van een aanvraag. Een positief besluit geschiedt onder voorbehoud van een positieve (krediet)beoordeling door het Nationaal Restauratiefonds. Een afschrift van dit besluit wordt naar het Nationaal Restauratiefonds gezonden.

  • 2. Burgemeester en wethouders kunnen hun beslissing eenmalig met ten hoogste dertien weken verdagen.

Artikel 8 Weigeringsgronden

  • 1. Burgemeester en wethouders weigeren de verlening van een subsidie Deventer Erfgoedfonds- hypotheek indien:

    • a.

      naar hun oordeel het belang van de monumentenzorg in onvoldoende mate is gediend met het treffen van de voorzieningen;

    • b.

      naar hun oordeel de kosten van de voorzieningen niet in een redelijke verhouding staan tot het te verkrijgen resultaat;

    • c.

      naar hun oordeel de voorzieningen niet voldoende sober en doelmatig worden uitgevoerd;

    • d.

      met de uitvoering van de te treffen voorzieningen een aanvang is gemaakt voordat op de aanvraag is beslist;

    • e.

      de aanvrager niet de informatie beschikbaar houdt die burgemeester en wethouders noodzakelijk achten voor een juist toezicht op de naleving van de in de verordening gestelde voorwaarden en op verzoek van burgemeester en wethouders niet terstond levert;

    • f.

      de door burgemeester en wethouders gestelde nadere voorwaarden niet worden nageleefd;

    • g.

      de noodzakelijke vergunningen en toestemmingen niet zijn aangevraagd of niet zijn verleend, of;

    • h.

      voor de duur van de uitvoering van de werkzaamheden geen CAR-verzekering is afgesloten.

  • 2. In afwijking van het gestelde in lid 1, sub c kunnen burgemeester en wethouders in het belang van de monumentenzorg toestemming verlenen voor het toepassen van voorzieningen die naar hun oordeel niet als sober en doelmatig gelden.

Artikel 9 Intrekking of wijziging

  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen hun besluit tot de verlening van de subsidie Deventer Erfgoedfonds-hypotheek onverminderd het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht intrekken of wijzigen, indien:

    • a.

      bij de uitvoering van de voorzieningen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming is of wordt afgeweken van het door burgemeester en wethouders bij de verlening goedgekeurde plan;

    • b.

      de aanvrager niet binnen 52 weken na het besluit tot verlening van de subsidie Deventer Erfgoedfonds-hypotheek een aanvang heeft gemaakt met de voorzieningen;

    • c.

      niet is voldaan aan de overige voorwaarden van de verordening en de ingevolge de verordening door burgemeester en wethouders vastgestelde nadere regels;

    • d.

      de noodzakelijke vergunningen en toestemmingen niet zijn verleend, of;

    • e.

      de in artikel 7, lid 1 genoemde (krediet)beoordeling negatief is.

  • 2. In geval van intrekking of wijzigen van het besluit tot subsidieverlening kunnen burgemeester en wethouders besluiten het verstrekte leningbedrag geheel of gedeeltelijk te laten opeisen en terugvorderen door het Nationaal Restauratiefonds.

Hoofdstuk 4 Gereedmelding van de voorzieningen en aanvraag tot vaststelling subsidie Deventer Erfgoedfonds-hypotheek

Artikel 10 Indiening gereedmelding

  • 1. De aanvrager meldt aan burgemeester en wethouders dat de voorzieningen gereed zijn, op een daartoe door burgemeester en wethouders vast te stellen formulier.

  • 2. De gereedmelding is tevens een aanvraag om vaststelling van de definitieve kosten van de voorzieningen en daarmee de definitieve vaststelling van de subsidie Deventer Erfgoedfonds- hypotheek.

  • 3. De aanvrager dient de gereedmelding bij burgemeester en wethouders in binnen dertien weken na de voltooiing van de werkzaamheden, doch uiterlijk binnen drie jaar na het besluit tot verlening van de subsidie Deventer Erfgoedfonds-hypotheek.

Artikel 11 Voorwaarden gereedmelding

  • 1. De gereedmelding dient tenminste te bevatten:

    • a.

      een verklaring van de aanvrager dat is of wordt voldaan aan de voorwaarden waaronder de subsidie Deventer Erfgoedfonds-hypotheek is verleend;

    • b.

      een opgave van de gereedkomingsdatum;

    • c.

      een opgave van de datum waarop een aanvang is gemaakt met de werkzaamheden waarvoor een subsidie Deventer Erfgoedfonds-hypotheek is verleend, en;

    • d.

      een opgave van de werkelijke kosten van de voorzieningen.

  • 2. De gereedmelding gaat vergezeld van een opgave van de afwijkingen van bestek en tekeningen, indien deze hebben plaatsgevonden.

  • 3. De aanvrager dient gedurende een periode van vijf jaar na de gereedmelding alle rekeningen en betalingsbewijzen met betrekking tot de werkzaamheden ter controle beschikbaar te houden.

Artikel 12 Beslissing over de vaststelling van de subsidie

  • 1. Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertien weken na ontvangst van de gereedmelding over de vaststelling van de subsidie Deventer Erfgoedfonds-hypotheek. Een afschrift van dit besluit wordt naar het Nationaal Restauratiefonds gezonden.

  • 2. Burgemeester en wethouders kunnen een besluit als bedoeld in lid 1 eenmaal met ten hoogste dertien weken verdagen.

  • 3. Indien de subsidie lager wordt vastgesteld, kunnen burgemeester en wethouders de verstrekte Deventer Erfgoedfonds-hypotheek geheel of gedeeltelijk door het Nationaal Restauratiefonds laten intrekken door geheel of gedeeltelijke opeising en terugvordering van het leningbedrag.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Artikel 13 Hardheidsclausule

  • 1. Op grond van bijzondere omstandigheden kunnen burgemeester en wethouders in een concreet geval afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien een strikte toepassing ervan leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

  • 2. Voorafgaande aan de toepassing van het lid 1 kunnen burgemeester en wethouders advies vragen aan een naar hun oordeel deskundige partij.

Artikel 14 Afwijken van termijnen

  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkende en gemotiveerde aanvraag van de aanvrager afwijken van de termijnen genoemd in de artikelen 9 lid 1, sub b en 10 lid 3. Een dergelijke aanvraag wordt vóór het verstrijken van de bedoelde termijn ingediend bij burgemeester en wethouders.

  • 2. Indien burgemeester en wethouders een aanvraag als bedoeld in lid 1 honoreren, stellen zij een nieuwe termijn vast.

Artikel 15 Nadere regels

  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels en voorwaarden stellen met betrekking tot:

    • a.

      de op grond van deze verordening te verstrekken Deventer Erfgoedfonds-hypotheek;

    • b.

      de normering en de wijze van specificatie van de in artikel 1 sub c en e, juncto artikel 5 bedoelde voorzieningen en kosten en;

    • c.

      de uitvoering van de verordening in het algemeen.

Artikel 16 Evaluatie

Burgemeester en wethouders evalueren iedere vier jaar de werking van het Deventer Erfgoedfonds en rapporteren hierover aan de raad.

Artikel 17 Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt de dag na bekendmaking in werking.

  • 2. De Deventer Restauratiefondsverordening 1999 wordt ingetrokken met ingang van de datum waarop de onderhavige verordening in werking treedt.

Artikel 18 Overgangsbepaling

  • 1. De Deventer Restauratiefondsverordening 1999 blijft van kracht op subsidies die op basis daarvan zijn verleend en op hypotheken die op basis daarvan zijn verstrekt.

  • 2. Aanvragen om subsidies die zijn ingediend vóór inwerkingtreding van deze verordening, worden afgehandeld volgens de Deventer Restauratiefondsverordening 1999, tenzij de aanvrager schriftelijk aangeeft te kiezen voor afhandeling volgens deze verordening.

Artikel 19 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Deventer Erfgoedfondsverordening.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 10 juni 2026

De raad voornoemd,

de Griffier,

A. Kerver

de voorzitter,

R.C. König

Toelichting bij Deventer Erfgoedfondsverordening

Artikelsgewijs

Artikel 1

  • c.

    voorzieningen: Omdat het gaat om een verordening gericht op gemeentelijke monumenten, worden alleen die onderdelen van een gemeentelijk monument in aanmerking genomen die (mede) de monumentwaardigheid van het pand of object bepalen en de ingrepen ten behoeve van verduurzamingsmaatregelen.

  • d.

    verduurzamingsmaatregelen: De Deventer Erfgoedfondsverordening richt zich op herstellen, verbeteren en behoud van erfgoed en daarnaast op het verduurzamen van erfgoed. Ook bij eigenaren van een monument leeft de wens om hun pand te verduurzamen. Verduurzamen van een monument is mogelijk als daarbij rekening wordt gehouden met monumentale waarden. Dit kan om extra inspanning vragen voor een eigenaar, zoals het laten uitvoeren van een onderzoek naar mogelijkheden van verduurzaming of het laten uitvoeren van niet-standaard verduurzamingsoplossingen. Installaties vallen niet onder deze verordening met uitzondering van ventilatievoorzieningen. Ventilatie draagt bij aan een beter binnenklimaat en dat is beter voor de instandhouding en het gebruik van het monument. De te nemen maatregelen moeten bijdragen aan de voortdurende instandhouding van het monument.

  • e.

    kosten van voorzieningen: Hieronder vallen ook de kosten van bijvoorbeeld een bouwhistorisch onderzoek of DUMO advies. De subsidiabele kosten worden opgenomen in een nadere regeling op grond van artikel 15 van deze Verordening.

  • i.

    Deventer Erfgoedfonds-hypotheek: Het Nationaal Restauratiefonds kent verschillende financieringsvormen, zoals de Regionale Restauratiefondshypotheek. De Deventer Erfgoedfonds-hypotheek valt onder dit product.

Artikel 2, lid 3

Een subsidie wordt geweigerd voor zover door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden.

Artikel 2, lid 4

In het kader van de Deventer Erfgoedfondsverordening is de bestaande samenwerkingsovereenkomst uit 1999 herzien.

Artikel 3, lid 1 en 2

De maximum looptijd van de erfgoedfondshypotheek bedraagt 20 jaar. In bijzondere omstandigheden is een langere looptijd toegestaan van maximaal 30 jaar. Bijvoorbeeld omdat uit de kredietbeoordeling blijkt dat met een langere looptijd de lening voor de aanvrager betaalbaar en financierbaar is. Deze langere looptijd moet passen bij de aard van de investering, zoals de technische levensduur van (delen van) de werkzaamheden.

Artikel 4

Het collegebesluit dat de basis vormt voor verstrekking van een hypothecaire geldlening (Deventer Erfgoedfonds-hypotheek) kwalificeert als een besluit tot verlening van een subsidie als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De gemeente verstrekt een lening tegen voorwaarden die gunstiger zijn dan op de commerciële markt gebruikelijk is (bijvoorbeeld verstrekking tegen een lager rentepercentage), waarmee sprake van een subsidie-element. Dat de lening moet worden terugbetaald doet daar niet aan af. De lening wordt in dit geval verstrekt om een specifiek beleidsdoel te bereiken (behoud van cultureel erfgoed).

Op basis van het vorenstaande kent de verordening de volgende systematiek: de positieve beslissing van het college op een aanvraag om verstrekking van een Deventer Erfgoedfonds-hypotheek geldt als een subsidieverleningsbeschikking. Deze beschikking geeft, zoals artikel 4:21, eerste lid, van de Awb bepaalt, de aanvrager een (voorwaardelijke) aanspraak op financiële middelen voor bepaalde activiteiten (het treffen van voorzieningen aan gemeentelijke monumenten). Deze middelen worden vervolgens ter uitvoering van de beschikking (bij een positieve beoordeling van eisen zoals de kredietwaardigheid en integriteit van de ontvanger) verstrekt in de vorm van een hypothecaire geldlening. Op het collegebesluit zijn de regels van het bestuursrecht van toepassing (waaronder die zijn opgenomen in titel 4.2 van de Awb). Op de lening zelf zijn de regels van het privaatrecht van toepassing.

Artikel 5, lid 1

Op basis van de Nadere regels voor de uitvoering van de Deventer Erfgoedfondsverordening wordt bepaald welke kosten van de voorzieningen subsidiabel zijn. Bij het verlenen van een subsidie voor een Deventer Erfgoedfonds-hypotheek worden de kosten door burgemeester en wethouders goedgekeurd. Na de uitvoering van de werkzaamheden worden vervolgens de definitieve kosten berekend en vastgesteld. In wezen wordt de uiteindelijke inzet van de Deventer Erfgoedfonds-hypotheek berekend op basis van de laagste van deze twee bedragen. Omdat de Deventer Erfgoedfonds-hypotheek vooraf wordt verstrekt (gelijktijdig met de vooraf goedgekeurde kosten) zal in de leningsvoorwaarden worden opgenomen dat een surplus in het bouwdepot naar rato wordt aangewend als extra aflossing. Bij een lagere vaststelling van de Deventer Erfgoedfonds-hypotheek wordt echter het tegoed daarvoor gebruikt en eventueel voor andere lager vastgestelde leningen. Indien de lening dan nog niet voldoende is verlaagd, zal de rest wordt opgeëist bij de klant. Teveel verleende middelen vloeien hiermee weer terug in het Deventer Erfgoedfonds.

Artikel 5, lid 2

Genoemde tegemoetkoming kan bijvoorbeeld bestaan uit een uitkering op basis van een verzekering zoals brand of storm. Die kosten die al door zo’n uitkering worden gedekt komen niet in aanmerking voor een subsidie. Dit geldt ook voor kosten waarvoor via een andere regeling een subsidie of lening is verkregen.

Artikel 8 lid 2

Dit artikel geeft aan dat de werkzaamheden moeten strekken tot instandhouding van het monument, sober, doelmatig en technisch noodzakelijk zijn en gericht op maximaal behoud van monumentale waarden, daarnaast dat ze op een vakkundige wijze worden uitgevoerd en dat met de werkzaamheden verval en vervolgschade worden voorkomen. Behoud gaat hierbij vóór herstel, herstel vóór vervanging en vervanging vóór reconstructie. In beginsel valt reconstructie buiten de werking van deze regeling.

In het belang van de monumentenzorg kan het echter wenselijk zijn, af te wijken van dit principe. Daarbij kan gedacht worden aan het stimuleren van nieuwe restauratietechnieken, materiaalkeuzes of andere ontwikkelingen in de monumentenzorg, die naar het oordeel van burgemeester en wethouders kunnen bijdragen aan een op termijn (meer) verantwoorde restauratie van monumenten. Nieuwe technieken en nieuwe materialen worden vaak nog niet algemeen toegepast, hetgeen kan leiden tot meerkosten. Indien burgemeester en wethouders de toepassing van nieuwe technieken of nieuwe materialen bevordert, kan dat op den duur leiden tot kostenneutraliteit ten opzichte van conventionele toepassingen bij restauraties.

Artikel 9

Een verleende subsidiebeschikking houdt in dat de aanvrager aanspraak heeft op het Deventer Erfgoedfonds. Als de in lid 9 genoemde situaties zich voordoen is het van belang om de subsidiebeschikking in te trekken. Daarmee vervalt de aanspraak op het fonds en is er meer financiële ruimte voor nieuwe aanvragers.

Artikel 10

Een gereedmeldingstermijn is gewenst om de voortgang van de projecten te garanderen en een goed financieel beheer te voeren en te voorkomen dat de definitieve afwikkeling onnodig lang blijft voortbestaan.

Artikel 11, lid 1a

De gerealiseerde voorzieningen moeten overeenstemmen met de door burgemeester en wethouders goedgekeurde. De gemeente controleert dus achteraf of aan de (bijzondere) voorwaarden is voldaan. Om te voorkomen dat iedere voorwaarde altijd daadwerkelijk moet worden gecontroleerd, is er voor gekozen een verklaring te vragen. Indien later blijkt dat in het project is afgeweken van de goedgekeurde voorzieningen kan de Deventer Erfgoedfonds-hypotheek alsnog worden ingetrokken.

Artikel 11, lid 1 b

Met het oog op de in artikel 10, lid 3 gestelde termijn is het van belang dat de aanvrager verklaart dat de voorzieningen ook daadwerkelijk zijn gerealiseerd.

Artikel 11, lid 1 d

Omdat de gemeente controle moet uitoefenen, moet de rekeningen en betalingsbewijzen beschikbaar worden gehouden.

Artikel 13, lid 2

Indien burgemeester en wethouders dit voor de toepassing van de hardheidsclausule nodig vinden, kunnen zij een advies inwinnen. Daarbij kan gedacht worden aan een verschil van inzicht over de geschiktheid van een toe te passen materiaalkeuze of restauratietechniek. Een advies van een derde zou dan uitsluitsel kunnen geven.

Artikel 14

Dit artikel strekt ertoe voor de gestelde termijnen een algemene ontheffingsgrond te geven voor burgemeester en wethouders om indien nodig betrokkenen meer tijd te gunnen. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om het aanleveren van noodzakelijke gegevens of het verlengen van de gereedmeldingstermijn. Deze ontheffingsgronden zijn van belang omdat de in de verordening bedoelde termijnen fataal zijn. Dat wil zeggen dat een termijnoverschrijving zonder meer leidt tot het intrekken van en verleende Deventer Erfgoedfonds-hypotheek.

Artikel 15

De verordening biedt een juridisch kader waarbinnen de gemeente kan overgaan tot het verstrekken van Deventer Erfgoedfonds-hypotheken. Het verdient daarbij de voorkeur de verordening kort en bondig te houden. Omdat daardoor niet alles uitputtend kan worden beschreven, kunnen burgemeester en wethouders nadere regels vaststellen. Ook wordt hiermee voorkomen dat meermaals tot een wijziging van de verordening overgaan dient te worden. Dit biedt de mogelijkheid om, binnen de kaders van de verordening, snel in te kunnen spelen op nieuwe ontwikkelingen of gewijzigde inzichten met betrekking tot het verlenen van Deventer Erfgoedfonds-hypotheken.

Artikel 16

De gemeenteraad heeft de middelen beschikbaar gesteld voor het Deventer Erfgoedfonds. De uitvoering van de verordening wordt gedelegeerd aan burgemeester en wethouders. Zij informeren de gemeenteraad periodiek over de werking van het fonds.