Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR763249
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR763249/1
Beleidsplan Sociaal Domein 2026-2030
Geldend van 01-07-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsplan Sociaal Domein 2026-2030Voorwoord
‘Samen Hulst: Gezond, Inclusief en Betrokken’ geven we als titel aan dit beleidsplan mee.
‘Samen’; ieder van ons kan voor zichzelf of voor zijn directe omgeving wel een verschil maken. Maar een verschil dat blijvend zal zijn, kunnen we alleen ‘samen’ maken. Dat zorgt voor impact voor ons allen en dus onze Hulsterse samenleving.
‘Gezond’; om ‘samen’ het verschil te kunnen maken, moeten we ervoor zorgen dat iedereen en alle betrokken partners zo optimaal mogelijk hun bijdrage kunnen leveren aan onze samenleving.
‘Inclusief’; ieder van ons is betekenisvol en wil een bijdrage leveren. Om dit te laten gebeuren moeten we de omstandigheden realiseren waarin dat kan.
‘Betrokken’; ieder van ons heeft zijn waarden en talenten om bij te dragen aan onze samenleving. Om een voor iedereen waardevolle en herkenbare samenleving te realiseren, is het noodzakelijk dat eenieder daarin betrokken is én zich betrokken voelt.
Is dit alles hoogdravend? Nee!
Het zouden voor ons allen vanzelfsprekendheden moeten zijn. Maar we moeten daar wel continu aandacht voor hebben. Met dit beleidsplan werken we actief aan deze waarden: we doen dat samen, op een gezonde manier, inclusief en betrokken.
Inleiding
Aan het begrip ‘Sociaal domein’ kunnen allerlei verschillende invullingen worden gegeven.
In dit beleidsplan gaat het sociaal domein over alles wat te maken heeft met de zorg, hulp en ondersteuning voor onze inwoners. Denk hierbij aan werk & inkomen, sporten, bewegen, kunst & cultuur, jeugd, maatschappelijke ondersteuning, maar ook sociale hulp, mobiliteit & vervoer, kinderopvang en onderwijs. De inrichting en werking van het sociaal domein in onze gemeente draagt bij aan een gezonde en toekomstbestendige leefomgeving, waarbij iedere inwoner onderdeel is van onze gemeenschap. Inwoners worden gezien en gehoord en we helpen elkaar. Iedere inwoner is gelijkwaardig en verdient een gelijke kans op het gebied van gezondheid, bestaanszekerheid en eigen ontwikkeling.
Om al deze thema’s de aandacht te geven die ze moeten krijgen, hebben we een aantal instrumenten tot onze beschikking. Denk hierbij aan bijvoorbeeld de Participatiewet, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Jeugdwet, de GGD-Zeeland, GR-de Zeeuwse Muziekschool, maar ook de Algemene Subsidie Verordening. We hebben daarbij ook te maken met aanpalende wetgeving waar we geen regie in hebben zoals de Zorgverzekeringswet, de Wet langdurige zorg en de Woningwet. Deze wetten zijn van invloed op het dagelijks leven van onze inwoners en het beroep dat zij doen op ons in het sociaal domein.
Met dit beleidsplan schetsen we op welke wijze de verschillende thema's in verband met elkaar invulling en (in)richting krijgen. Hiermee geven we inhoud aan de missie en visie die onze gemeente heeft op het sociaal domein. Bij de jaarlijkse programmabegroting benoemen we wat we hiervoor gaan doen. Via de planning en control cyclus geven we inzicht in de resultaten van dit beleidsplan. Dit doen we aan de hand van de Monitor Maatschappelijke Resultaten, cliëntervaringsonderzoeken en het subsidiebeleid.
Verplichte beleidsplannen
Gemeenten hebben vanuit verschillende wet- en regelgeving de verplichting om een periodiek beleidsplan vast te stellen:
- •
Voor de Jeugdwet is die verplichting vastgelegd in artikel 2.2. Dit beleidsplan sociaal domein in combinatie met de al eerder door de gemeenteraad vastgestelde ‘Regiovisie Jeugdhulp Zeeland 2023-2028’ en de vastgestelde ‘Inkoopstrategie Jeugdhulp Zeeland oktober 2024’ geven invulling aan deze verplichting. Het gaat zelfs verder, omdat we hier de integrale samenhang binnen het sociaal domein behandelen.
- •
Voor de Wmo 2015 is de verplichting tot het vaststellen van een periodiek beleidsplan vastgelegd in artikel 2.1.2 Wmo. Ook in artikel 2.1.2 wordt aangegeven wat de inhoud van het beleidsplan moet zijn. Het beleidsplan sociaal domein omvat alle in de Wmo opgenomen artikelen die een gemeente moet verwerken in het beleidsplan Wmo. Om die reden stellen we geen apart beleidsplan voor de Wmo op.
- •
Voor de Participatiewet is in artikel 8d de verplichting opgenomen om periodiek een plan vast te stellen over de uitvoering van het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Het gaat hierbij om de wijze waarop het college hieraan uitvoering zal geven. In Hulst is dit opgenomen in de zogenoemde lokale inclusieagenda.
- •
Voor de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening ligt de verplichting voor een periodiek beleidsplan vast in artikel 2. Daarin staat dat de gemeenteraad een plan vaststelt dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening aan inwoners. Het beleidsplan sociaal domein omvat alle in deze wet opgenomen artikelen die een gemeente moet verwerken. Om die reden stellen we geen apart beleidsplan voor schuldhulpverlening op. De verdere uitwerking vindt plaats in een uitvoeringsplan op basis van het vastgestelde beleid.
Hoofdstuk 1: Leeswijzer
De gemeenteraad heeft drie belangrijke taken. Zij is de volksvertegenwoordiging, heeft een kaderstellende verantwoordelijkheid en zij heeft een controlerende taak ten aanzien van het college van Burgemeester en Wethouders (hierna: het college). Dit beleidsplan gaat specifiek over de kaderstellende en controlerende verantwoordelijkheden. Met de kaders die de gemeenteraad vaststelt, geeft zij opdracht aan het college om de kaders verder uit te werken. Door middel van de controlerende rol, kijkt de gemeenteraad mee of de kaders die gesteld zijn, worden behaald. Dit kan via tussentijdse rapportages van het college aan de gemeenteraad op de realisatie van maatregelen of voorzieningen. Maar het wordt ook gedaan via de reguliere planning- en control cyclus (begroting, voorjaarsnota, najaarsnota en jaarrekening), de Monitor Maatschappelijke Resultaten, de jaarlijkse rapportage op het cliëntervaringsonderzoek op grond van de Wmo 2015 en de Jeugdwet en de verantwoording op de inzet van het subsidiebeleid.
Hoofdstuk 2 geeft de missie, visie en de rol van de gemeenteraad en het college weer als het gaat om het sociaal domein. De kaderstellende taak van de gemeenteraad wordt ingevuld door de in hoofdstuk 3 benoemde kaders. Hiermee geven we een verdere uitwerking op hoofdlijnen van de missie en visie. In hoofdstuk 4 worden de kaders verder geconcretiseerd via opdrachten van de gemeenteraad aan het college. Om het beleidsplan te realiseren, zijn er voorwaarden en ontwikkelingen waar we rekening mee dienen te houden. Deze staan benoemd in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 beschrijven we hoe we gaan monitoren hierop. Daarnaast staat hier ook beschreven hoe we gaan evalueren.
Dit beleidsplan omschrijft de overkoepelende visie op het sociaal domein voor de komende jaren. Wanneer het wettelijk verplicht of wenselijk is, maken we aparte, aanvullende uitvoeringsplannen. Daarmee geven we uitwerking en uitvoering aan dit beleidsplan. Om dit alles te kunnen realiseren, maken we ook gebruik van verordeningen en waar nodig beleidsregels. Bestaande verordeningen worden nagekeken en indien nodig aangepast.
De gemeente werkt de komende jaren samen met verschillende organisaties om het beleidsplan uit te voeren. Concrete activiteiten beschrijven we in uitvoeringsplanen.
Hoofdstuk 2: Missie en visie sociaal domein
Missie en visie als kompas voor het sociaal domein in de gemeente Hulst
Om de doelen uit het beleidsplan te realiseren, is een duidelijke koers nodig. Een heldere missie en visie vormen daarbij het fundament. Zij geven richting aan waar de gemeente naartoe wil groeien en wat zij wil betekenen voor haar inwoners in het sociaal domein.
De missie beschrijft het bestaansrecht van de gemeente: waarom we er zijn en welke rol we vervullen in het leven van onze inwoners. Het is de basis van ons handelen en geeft aan wat we willen bijdragen aan de samenleving.
De visie daarentegen richt zich op de toekomst. Ze schetst het gewenste beeld van de samenleving en wat we daarin willen veranderen of versterken. In de gemeente Hulst draait het in het sociaal domein om het versterken van onze lokale gemeenschap: een samenleving waarin inwoners samenleven met gedeelde normen, waarden en cultuur. Het gaat om de sociale relaties, interacties en structuren die mensen met elkaar verbinden en zorgen voor samenhang en organisatie binnen onze gemeente.
Samen vormen de missie en visie het kompas waarmee we als gemeente een koers zetten naar een sterke, verbonden en toekomstgerichte samenleving.
Missie
De gemeente Hulst draagt in het sociaal domein bij aan een gezonde en toekomstbestendige leefomgeving waarbij iedere inwoner onderdeel is van de gemeenschap.
Visie
Inwoners worden gezien en gehoord en helpen elkaar. Iedere inwoner is gelijkwaardig en verdient gelijke kansen op gezondheid, bestaanszekerheid en eigen ontwikkeling.
Onze rol
We ondersteunen onze inwoners en het vermogen van onze gemeenschap om er voor elkaar te zijn en elkaar te helpen.
Positieve gezondheid
We versterken de totale gezondheid van de inwoners. Dit doen we aan de hand van het gedachtegoed ‘Positieve Gezondheid’. Dit is een bredere kijk op gezondheid, uitgewerkt in zes pijlers. Door Positieve Gezondheid te integreren in beleid creëren we een samenleving waarin mensen zich gezond en veerkrachtig voelen en waarin ze in staat zijn om een betekenisvol leven te leiden.
De zes pijlers van Positieve Gezondheid zijn:
- 1.
Lichaamsfuncties
Dit gaat over de fysieke gezondheid. Het gaat over hoe fit iemand zich voelt en hoe iemand functioneert.
- 2.
Mentaal welbevinden
Dit heeft betrekking op hoe iemand zich voelt, zoals het ervaren van vrolijkheid, kalmte of tevredenheid.
- 3.
Zingeving
Deze pijler richt zich op de betekenis die iemand aan het leven geeft, het gevoel van verbondenheid en het hebben van vertrouwen in de toekomst.
- 4.
Kwaliteit van leven
Dit betreft het ervaren geluk, tevredenheid en het vermogen om van het leven te genieten.
- 5.
Meedoen
Dit gaat over de sociale contacten, het gevoel van verbondenheid met anderen, en het deelnemen aan activiteiten in de samenleving.
- 6.
Dagelijks functioneren
Dit heeft betrekking op het vermogen om dagelijkse taken uit te voeren, zoals voor jezelf zorgen, werken en relaties onderhouden.
Om via de pijlers van Positieve Gezondheid invulling te geven aan de missie, visie en onze rol is het nodig om dit via vastgestelde interventies te doen. Op deze manier zorgen we voor een eenduidige aanpak van het brede sociaal domein.
Met de vijf onderstaande beleidsinterventies integreren we Positieve Gezondheid in beleid:
- a.
Het creëren van een gezonde leefomgeving:
Een gezonde leefomgeving wordt als prettig ervaren; die nodigt uit tot gezond gedrag. De druk op de gezondheid is er zo laag als mogelijk. Dit kan worden ondersteund door het stimuleren van beweging, gezonde voeding en veilige omgevingen1.
- b.
Het bevorderen van sociale cohesie:
Sociale cohesie gaat om de mate waarin mensen zich verbonden voelen met elkaar en met onze samenleving als geheel2. Het gaat om de onderlinge relaties, het gevoel van samenhorigheid én de bereidheid om samen te werken en elkaar te helpen. Sociale cohesie is belangrijk voor een harmonieuze en stabiele samenleving.
- c.
Het faciliteren van eigen regie:
Eigen regie is zelf het stuur in handen nemen om richting te geven aan het leven. Het biedt de mogelijkheid om eigen keuzes te kunnen maken en tot actie te komen. Hierbij wordt de eigen kracht benut om doelen te bereiken. Het is vaak het centraal concept in het sociaal domein en wordt vaak geassocieerd met zelfredzaamheid, maar eigen regie gaat verder dan alleen ‘zelf doen’ en omvat ook het recht om zelf te bepalen wat er gebeurt.
- d.
Het inzetten op preventie en vroegsignalering:
Voorkomen is niet alleen beter dan genezen. Preventie is meer dan het voorkomen van allerlei problemen. Het zorgt ervoor dat mensen een betere kwaliteit van leven ervaren. Met vroegsignalering willen en moeten we risico's bij onze inwoners proactief identificeren. Hiermee kunnen we tijdig ondersteuning bieden en mogelijke escalatie voorkomen. Vroegsignalering is daarmee een must op allerlei domeinen die onze samenleving tot een geheel maken.
- e.
Het betrekken van burgers bij beleidsvorming:
Door onze inwoners te betrekken bij beleidsvorming kunnen we snel, adequaat en verantwoordelijk reageren op behoeften en signalen uit onze samenleving. Het biedt ons de mogelijkheid om breder gedragen en effectiever beleid te voeren.
Hoofdstuk 3: Kaders 2026-2030
In dit hoofdstuk gaan we in op de kaders van het beleidsplan sociaal domein. De gemeenteraad heeft een kaderstellende functie. Ze geeft de hoofdlijnen aan waarbinnen het college het beleid uitvoert. In hoofdstuk 2 gaven we in onze missie, visie en rol aan hoe we het sociaal domein willen benaderen. Dit doen we op basis van de zes pijlers van Positieve Gezondheid en de daarbij behorende vijf beleidsinterventies. Vanuit daar stellen we drie kaders op waarop we ons de komende periode gaan richten:
- 1.
Vergroot de gezonde leefstijl en stimuleer het onbelemmerd meedoen.
Dit kader gaat in op het verbeteren van de leefstijl en het versterken van participatie van onze inwoners, zodat ze prettig leven en actief deelnemen aan onze samenleving.
- 2.
Vergroot de kansengelijkheid en verbeter de bestaanszekerheid.
Dit kader vergroot de deelname van onze inwoners aan onder andere de arbeidsmarkt en verbetert de toegang tot diverse voorzieningen die de gemeente en andere aanbieders bieden.
- 3.
Vergroot de gezonde en toekomstbestendige leefomgeving.
Binnen dit kader werken we aan een gezonde leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten, met voldoende geschikte woningen waarin inwoners naar behoefte kunnen wonen. Het gedachtegoed van Positieve Gezondheid is ook een aandachtspunt voor ruimtelijke ontwikkeling.
Het kader ‘Vergroot de gezonde leefstijl en stimuleer het onbelemmerd meedoen’ staat bewust in het midden. Het is de centrale gedachte achter onze missie en visie van het sociaal domein en onze rol daarin. Om dit kader te ondersteunen en kracht bij te zetten, dragen de andere twee kaders hieraan bij.
Kader 1: Vergroot de gezonde leefstijl en stimuleer onbelemmerd meedoen (centraal kader)
Dit is zoals hiervoor al benoemd het centrale kader. Het is de centrale gedachte achter onze missie en visie van het sociaal domein en onze rol daarin.
Meedoen in onze samenleving vormt geen obstakel als er geen sprake is van één of andere vorm van een beperking. Als een inwoner wel een sociale, fysieke of mentale beperking in de gezondheid ervaart, dan wordt deelname aan de samenleving voorwaardelijk. Het niet kunnen deelnemen aan onze samenleving heeft niet alleen voor de persoon zelf grote gevolgen (denk aan eenzaamheid, uitsluiting en gezondheidsrisico's), maar ook de samenleving als geheel (bijvoorbeeld het verlies aan talenten, hogere maatschappelijke kosten en afzwakking van de sociale cohesie) met verschraling tot gevolg.
Het is daarom van cruciaal belang dat we als gemeente aandacht hebben voor iedereen in onze samenleving. Hierbij moeten we vooral oog hebben voor de veerkracht van mensen en het vermogen om met fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te kunnen gaan. Dit zal ertoe leiden dat inwoners naar vermogen onbelemmerd meedoen en eigen regie kunnen en zullen voeren. Het organiseren en faciliteren van deze ondersteuning om naar eigen vermogen mee te kunnen doen is daarmee een win-win situatie.
Het kader ‘Vergroot de gezonde leefstijl en stimuleer het onbelemmerd meedoen’ raakt de volgende beleidsinterventies van Positieve Gezondheid:
- a:
‘het creëren van een gezonde leefomgeving’
- b:
‘het bevorderen van de sociale cohesie’
- c:
‘het faciliteren van de eigen regie’
- d:
‘het inzetten op preventie en vroegsignalering’
Kader 2: Vergroot de kansengelijkheid en verbeter de bestaanszekerheid
Dit kader richt zich op het bieden van gelijke kansen voor alle inwoners en het versterken van de bestaanszekerheid. Dit vraagt een veelzijdige aanpak, waarbij we aandacht hebben voor al onze inwoners die dat nodig hebben. Van jonge kinderen, tot jeugd en ouderen, tot mensen die als vluchteling in onze gemeente komen wonen en mensen die van een minimum moeten rondkomen. Iedereen verdient de kans om gezond, gelukkig en veilig op te groeien en te leven. Bestaanszekerheid is een belangrijke basisvoorwaarde voor onze inwoners. Het gaat niet alleen over genoeg geld hebben of schuldenvrij zijn. Zo gaat het ook over het kunnen betalen van een veilig huis, het hebben van passend werk, laaggeletterdheid terugdringen en kunnen meedoen in de samenleving.
Financiële bestaansonzekerheid heeft invloed op zowel het individu als de maatschappij. Te denken valt aan geldstress, niet-gebruik van voorzieningen en verminderde gezondheid. Maar ook hoge zorgkosten, weinig vertrouwen in overheid/publieke instellingen en afname van de sociale cohesie. We zetten ons in voor duurzame bestaanszekerheid. Dit houdt in dat inwoners voldoende inkomen hebben, werk dat loont, een goede gezondheid, betaalbare en duurzame huisvesting, een adequate opleiding, gezonde sociale relaties en een zinvol leven3. Vandaaruit kunnen inwoners zich ontwikkelen en ontplooien.
Bij dit kader werken we vanuit de beleidsinterventies:
- a:
‘het creëren van een gezonde leefomgeving’
- b:
‘het bevorderen van sociale cohesie’
- c:
‘het faciliteren van eigen regie’
- d:
‘het inzetten op preventie en vroegsignalering’
Kader 3: Vergroot de gezonde en toekomstbestendige leefomgeving
De leefomgeving waarin mensen wonen, werken of naar de kinderopvang of school gaan en recreëren heeft invloed op hun gezondheid. Een gezonde leefomgeving is een leefomgeving die als prettig wordt ervaren, waarin aandacht is voor het klimaat die uitnodigt tot gezond gedrag en waar de druk op de gezondheid zo laag mogelijk is. We streven naar groene wijken en kernen met een diversiteit in woonvormen. Hierbij moeten er voldoende geschikte woningen zijn waarin alle inwoners naar behoefte kunnen wonen.
Dit vraagt ook om een passend en toekomstbestendig voorzieningenniveau en goede bereikbare en veilige wandel- en fietspaden. Met voor iedereen toegankelijke multifunctionele ontmoetingsplekken en ruimte; die uitnodigen tot sporten, spelen en bewegen. We leggen bij dit kader de link naar het hoofdstuk over het sociaal domein in de nog vast te stellen omgevingsvisie.
Met dit kader werken we vanuit een brede blik aan de inrichting van de fysieke woon- en leefomgeving in Hulst, zodat deze ook op langere termijn gezond en prettig blijft. Met het gedachtegoed van de zes pijlers van Positieve Gezondheid als uitgangspunt voor ruimtelijke ontwikkeling geven we vorm aan de gezondheid, kwaliteit van leven, eigen regie en betrokkenheid van onze inwoners.
Bij dit kader werken we met name vanuit:
- a.
‘het creëren van een gezonde leefomgeving’
- b.
‘het bevorderen van sociale cohesie’
- e.
‘het betrekken van burgers bij beleidsvorming’
Hoofdstuk 4: Opdrachten aan college
In het vorige hoofdstuk zijn de kaders van dit beleidsplan genoemd en uitgewerkt. In dit hoofdstuk gaan we in op de uitvoering van die kaders. De gemeenteraad geeft opdracht aan het college om de kaders te bereiken. Het college gaat aan de slag om stapsgewijs de kaders te realiseren. Maar de weg daarnaartoe moet goed uitgewerkt worden. Het sociaal domein is immers constant in ontwikkeling. Daarom werken we met tussenstappen, ofwel concrete opdrachten. Deze worden in dit hoofdstuk benoemd. Het college gaat hier tijdens de looptijd van dit beleidsplan mee aan de slag.
Per kader worden er een aantal opdrachten geschetst. De belangrijkste en centrale opdracht is het versterken van de sociale basis.
Centrale opdracht: Versterk de sociale basis
De sociale basis omvat alle plekken, mensen, activiteiten en voorzieningen in de buurt die bijdragen aan het welzijn, de ontmoeting en de ondersteuning van inwoners. Denk aan laagdrempelige voorzieningen zoals buurthuizen, scholen, verenigingsleven (sport/muziek etc.), bibliotheken, jeugdwerk en ontmoetingsplekken voor ouderen. Maar ook informele netwerken, vrijwilligersinitiatieven en burenhulp behoren tot die sociale basis.
Deze opdracht valt onder alle drie de kaders, omdat een sterke sociale basis het fundament is waarop alle activiteiten binnen het sociaal domein worden gebouwd. Een sterke sociale basis is immers geen luxe, maar een noodzaak voor een gezonde, inclusieve en toekomstbestendige gemeente. Het is dé manier om samenleven vorm te geven: met elkaar, voor elkaar. Investeren in ontmoetingsplekken, sociale verbinding en actieve buurten zorgt voor meer weerbaarheid, betrokkenheid en welzijn voor iedereen. In onze gemeente is een sterke sociale basis van onschatbare waarde.
Een stevige sociale basis zorgt ervoor dat mensen zich gezien, gehoord en verbonden voelen. In een tijd waarin individualisering en vergrijzing toenemen, is het cruciaal dat inwoners de weg weten naar hulp, ondersteuning én vooral naar elkaar. In onze gemeente is samenhang tussen de verschillende dorpen en wijken essentieel om leefbaarheid te behouden en eenzaamheid tegen te gaan. De sociale basis fungeert als het cement tussen mensen: het bevordert wederzijds begrip, versterkt gemeenschapszin, voorkomt eenzaamheid en zorgt ervoor dat inwoners sneller hulp krijgen als dat nodig is.
Voorzieningen zoals dorpshuizen, kunst & cultuur, bibliotheken, speeltuinen en sport- en ontmoetingsplekken moeten voor iedereen laagdrempelig bereikbaar en toegankelijk zijn. Dit ongeacht leeftijd, inkomen of achtergrond. Laagdrempelig betekent dat mensen zich welkom voelen, dat deelname weinig kost of zelfs gratis is. Juist deze plekken vormen de eerste lijn in het signaleren van problemen, het voorkomen van zorgvragen en het bevorderen van welzijn.
Initiatieven van onderop – door inwoners zelf bedacht en uitgevoerd – zijn essentieel voor een levendige gemeenschap. Denk aan buurtmoestuinen, burenhulp-appgroepen, samen koken, opruimacties of koffieochtenden. Deze initiatieven versterken de onderlinge verbondenheid en dragen bij aan een gevoel van veiligheid en verantwoordelijkheid voor de eigen leefomgeving. Ook georganiseerde buurtnetwerken spelen hierin een rol. Zij kunnen inwoners met elkaar verbinden, vrijwilligerswerk coördineren en fungeren als brug naar professionele ondersteuning als dat nodig is. Door te investeren in deze netwerken versterkt de gemeente het vangnet en het draagvlak in de samenleving. Ook voor de verschillende mantelzorgers en vrijwilligers.
Echter, de beschikbaarheid én betaalbaarheid van voorzieningen kunnen niet los van elkaar worden gezien. Voorzieningen kunnen niet op elke plek in de gemeente beschikbaar zijn. Dat brengt te hoge kosten met zich mee. We willen dit slim organiseren door voorzieningen indien nodig te centraliseren, maar ze anderzijds wel voor iedereen bereikbaar te maken.
Kader 1: Vergroot de gezonde leefstijl en stimuleer onbelemmerd meedoen (centraal kader)
Opdracht 1.1: Bied een divers aanbod van cultuur, zingeving, hobby en sport
We vinden het belangrijk dat iedereen de mogelijkheid heeft tot een gezonde leefstijl. Bij een gezonde leefstijl hoort niet alleen gezonde voeding. Ontspanning, ontwikkeling en sociale contacten zijn net zo belangrijk. Een divers aanbod vergroot de kans dat inwoners een vorm van cultuur, zingeving, hobby of sport vinden die bij hen past. Dit maakt deelname aan onze samenleving laagdrempeliger.
Via ons subsidiebeleid maken we het mogelijk dat er voldoende aanbod is op het gebied van cultuur, hobby en sport. Activiteiten worden georganiseerd door en voor onze inwoners. Hiermee wordt invulling gegeven aan het begrip zingeving, wat een zeer belangrijke plaats inneemt in het gedachtegoed van Positieve Gezondheid.
Door middel van ons nog op te stellen accommodatiebeleid stimuleren en faciliteren we centraal gelegen en kwalitatief goede accommodaties, zoals dorpscentra en sportterreinen. Enerzijds hebben we als doel om te harmoniseren. Dit betekent dat er gelijke behandeling van gelijksoortige organisaties is. Anderzijds spreken we van optimalisatie. Dit houdt in dat de voorzieningen in de kernen zo efficiënt en betaalbaar mogelijk in stand worden gehouden met het oog op duurzaamheid. Deze accommodaties zijn goed bereikbaar en voor iedereen toegankelijk. In kernen en wijken stimuleren we de lokale samenhang tussen jong, oud, sport, spel, kinderopvang en onderwijs.
We geven uitvoering aan het Nationaal Sportakkoord en de andere opdrachten uit het Gezond en Actief Leven Akkoord (hierna: GALA) en het Integraal Zorg Akkoord (hierna: IZA). Het gaat hierbij over onderwerpen zoals Aanpak Overgewicht en Welzijn op Recept. Welzijn op Recept gaat over een samenwerking tussen het sociaal domein en het medisch domein. Het is bewezen dat – daar waar mogelijk – sociale ontmoeting een aandeel in de genezing van mensen kan zijn. Niet alleen bewegen, maar ook genieten van kunst en cultuur, vormt een basis van herstel. Deze gedachte is een belangrijke pijler van onze ‘Cultuurvisie gemeente Hulst 2022-2026: De kunst van het leven’.
De samenwerking tussen het sociaal en medisch domein wordt gefaciliteerd uit het IZA. In Hulst vertalen we dit naar Kerngezond. Deelnemers aan Kerngezond werken samen aan het beschikbaar houden van goed afgestemde, betaalbare zorg en een gezonde omgeving voor de professionals die er werken. Ook hierbij staat het gedachtegoed van Positieve Gezondheid centraal.
De Zeeuws-Vlaamse gemeenten werken met een gezamenlijke Nota Gezondheidsbeleid. Ook hierin speelt het gedachtegoed van Positieve Gezondheid een belangrijke rol. Op grond van de Nota Gezondheidsbeleid werken we met een integrale aanpak, waarbij het uitgangspunt is; gezondheid is van iedereen.
Opdracht 1.2: Vergroot de zelf- en samenredzaamheid
Het streven is dat inwoners zo lang mogelijk zelfredzaam zijn. Dit betekent dat ze zelf problemen en tegenslagen kunnen oplossen en verwerken of tijdig hulp kunnen vragen. Wanneer inwoners niet (meer) in staat zijn om bepaalde zaken zelfstandig uit te voeren, zijn ze vaak wel in staat om zelf te bepalen wat voor hen belangrijk is of hoe ze dat willen compenseren. Zelfredzaamheid staat dan niet voorop, maar het zelf bepalen. In dat geval komen zij er ook als ze met mensen in hun omgeving hulp en uitvoering organiseren. Dat is samenredzaamheid.
De zorg staat onder druk. Het wordt steeds lastiger voldoende personeel te behouden en de kosten van zorg stijgen. Binnen het GALA en IZA vindt samenwerking plaats tussen het medisch en het sociaal domein om de ‘zorgkloof’ zoveel mogelijk te dichten. Hier ligt een link met opdracht 1.1. Ook mantelzorgers zetten zich met hart en ziel in om zorgtaken uit te voeren. Zij moeten in staat worden gesteld om hun zorgtaken duurzaam en op een prettige manier uit te voeren. Mantelzorgers kunnen elkaar ontmoeten in onze gemeente. Respijtzorg kan eenvoudig ingezet worden om de mantelzorger te ontlasten. Dit is een tijdelijke overname van de mantelzorgtaken, zodat de mantelzorger even tot rust kan komen. Zo kan de mantelzorger de zorg voor een iemand langer volhouden.
Zowel het landelijke als het gemeentelijk beleid is erop gericht om mensen zo lang mogelijk zelfstandig thuis te laten wonen. Hierdoor doen steeds meer mensen met een beperking of ziekte (naast de thuiszorg) een beroep op hun omgeving. Familie maar ook buren en vrienden doen hun taken als mantelzorger veelal met liefde.
Om de hulp en zorg langere tijd vol te houden, is het nodig dat mantelzorgers goed voor zichzelf (leren) zorgen, hun ervaringen kunnen delen of er even tussenuit kunnen. Ondersteuning is belangrijk om mensen met een beperking langer thuis te laten wonen maar ook om uitval op het werk en gezondheidsklachten van mantelzorgers te voorkomen.
Mantelzorgers faciliteren en ondersteunen we door de inzet van respijtzorg en het aanbieden van workshops, bewustwording en ontmoeting. Zo vergroten we de bekendheid van de ondersteuningsmogelijkheden voor de mantelzorgers. We onderzoeken mogelijkheden om dit nog beter te doen. We geven aandacht aan de specifieke behoefte van ouderen met een passend ondersteuningsaanbod. Met ingang van 2023 geven we invulling aan onze GALA- en IZA-taken. We doen dit niet alleen, maar in samenwerking met ons Zeeuws-Vlaams Preventienetwerk. In dit preventienetwerk werken de drie Zeeuws-Vlaamse gemeenten mét hun toegangsorganisaties samen met: de GGD Zeeland, aanbieders van sport en beweegactiviteiten, regionale organisaties op het gebied van sport, kunst, cultuur, onderwijs, kinderopvang en wonen en verschillende vrijetijdsverenigingen. Deze partijen zetten zich gezamenlijk in voor de gezondheid van onze inwoners. Zo faciliteren we bijvoorbeeld het aanbod van Valpreventie en geven we aandacht aan laaggeletterdheid binnen alle lagen van de samenleving. De ‘rode draad’ hierbij is dat we ons richten op preventie.
Daarnaast werken we via de (nieuw op te stellen) participatieverordening aan het samen met inwoners verder ontwikkelen van de samenredzaamheid in onze gemeente. De participatieverordening is een gemeentelijke verordening die de betrokkenheid van inwoners en organisaties bij de ontwikkeling van beleid en projecten regelt.
Opdracht 1.3: Dring (gezondheids-)achterstanden terug
(Gezondheids-)achterstanden hebben een negatieve impact op de kwaliteit van leven en op de mogelijkheden om te participeren in de maatschappij. Een gezonde leefstijl draagt bij aan een betere kwaliteit van leven. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat daar waar sprake is van een lage Sociaal Economische Status (SES) extra aandacht moet zijn voor het verbeteren van de leefstijl. Kinderen en jeugdigen zijn daarbij een specifieke aandachtsgroep.
Het GALA geeft gemeenten de opdracht om te werken aan het verkleinen van gezondheidsachterstanden. Hierbij is het belangrijk dat inwoners gelijke kansen hebben om een gezonde leefstijl te ontwikkelen. Mensen moeten zich lekker in hun vel voelen. We faciliteren bijeenkomsten waar informatie wordt geven over een gezonde levensstijl en waar relatief eenvoudige gezondheidsonderzoeken plaatsvinden. We doen dit zo laagdrempelig mogelijk bij ieder in zijn buurt. Hierbij speelt sociale cohesie een belangrijke rol. We stimuleren dat groepen inwoners samenkomen en samen aan hun gezondheid werken, door bijvoorbeeld samen te wandelen en samen gezond te eten.
Binnen deze opdracht staan niet alleen senioren of inwoners van middelbare leeftijd met ‘een gezondheidsvraag’ centraal, maar juist ook onze jeugd. En natuurlijk kinderen in de – zeer belangrijke – eerste levensfase. Hiervoor werken we met diverse partners mee aan het project Kansrijke Start. Dit is een landelijk actieprogramma waarin gemeenten en het Rijk samen met medewerkers van wijkteams, welzijnswerk, volwassen-ggz, geboorte en jeugdgezondheidszorg, werken aan een kansrijke start voor zoveel mogelijk kinderen.
Binnen de kinderopvang werken we op basis van kansengelijkheid voor alle kinderen, waarbij voor- en vroegschoolse educatie (VVE) programma’s voor ieder kind beschikbaar zijn. We proberen achterstanden te verkleinen door vroegtijdige, signalerende en preventieve interventies in te zetten. Schooljeugd moet zich lekker in hun vel voelen. We bieden preventieve activiteiten aan, gericht op een gezonde leefstijl en op bewustwording van de gevaren van verslaving.
We hebben specifieke aandacht voor zaken als stress en overgewicht. Programma’s die gericht zijn op het bespreekbaar maken van deze onderwerpen en met oplossingen, zoals het vinden van ontspanning door beweging, subsidiëren we.
Toegankelijkheid is belangrijk. Voor alle inwoners. Wij zijn verplicht het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap te volgen. In het VN-verdrag staat wat de regering moet doen. Zodat mensen met een beperking kunnen leven zoals anderen. De regering maakt hier afspraken over. Bijvoorbeeld met gemeenten, bedrijven of organisaties. Maar ook organisaties, winkels en openbare gebouwen kunnen een bijdrage leveren om inclusief te zijn. Dit kan gaan om fysieke aanpassingen, maar ook om het bieden van de mogelijkheid tot het volgen van een opleiding, het in dienst nemen van iemand met een afstand tot de arbeidsmarkt. We zetten de komende jaren verdere stappen in het inclusiebeleid.
Kader 2: Vergroot de kansengelijkheid en bestaanszekerheid
Opdracht 2.1: Vergroot taalvaardigheid en digivaardigheid
Drie miljoen mensen van 16–75 jaar in Nederland hebben moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Dat is ongeveer één op de zes mensen4. Als volwassene ben je dan ‘laaggeletterd’. Vaak heeft deze doelgroep ook beperkte digitale vaardigheden. Het is dan lastig om bijvoorbeeld met een computer te werken. Laaggeletterdheid en digivaardigheid hebben grote impact op het dagelijkse leven van mensen.
Geletterdheid en digivaardigheid zijn belangrijke vaardigheden om mee te kunnen doen in de maatschappij. Het zorgt ervoor dat iemand (sneller) betrouwbare informatie kan vinden, begrijpen, beoordelen en toepassen. Het helpt mensen bijvoorbeeld sneller aan een baan en meer grip te krijgen op administratie en geldzaken. Daarom willen we ons inzetten om de taal- en digivaardigheid te vergroten van onze inwoners, waarbij zeker aandacht wordt gegeven aan de ontwikkeling op de inzet van domotica en e-Health. We ondersteunen hen daarmee in de eigen regie en zelfstandigheid. Daarnaast draagt het bij aan het vergroten van kansengelijkheid. Ook wij moeten ons inzetten om onze communicatie toegankelijk en begrijpelijk te maken. Dit doen we door ons taalniveau aan te passen aan de doelgroep waarmee we communiceren. Dit doen we in het kader van het project ‘Duidelijke taal’ waarbij we communiceren op B1-niveau.
Opdracht 2.2: Begeleid kwetsbare doelgroepen naar beschikbaar aanbod
Veel mensen in Nederland hebben werk, sociale contacten en een zinvolle daginvulling. Maar dat geldt niet voor iedereen5. Deze mensen kunnen kwetsbaar(der) zijn. Er bestaat dan ook geen eenduidige definitie van kwetsbare doelgroepen. Wel geldt dat de draaglast van de ervaren problemen en tegenslagen te groot is voor de beschikbare draagkracht6. Hierdoor is er een groter risico op maatschappelijke uitval of sociale uitsluiting. Door persoonlijke factoren of factoren uit de omgeving, kan een inwoner kwetsbaar worden.
We zetten ons in om geldzorgen, armoede en schulden zoveel als mogelijk te voorkomen en aan te pakken. Daarbij sluiten we aan bij de meerjarige landelijke ‘Aanpak geldzorgen, armoede en schulden’ vanuit de overheid. De overheid is verplicht om mensen met een laag inkomen te ondersteunen. Dat is een sociaal grondrecht. Dit kan bijvoorbeeld door middel van minimaregelingen op grond van de Participatiewet en Gemeentewet.
Is er sprake van (dreigende) schuldenproblematiek, dan biedt onze gemeente schuldhulpverlening. Uitgangspunt is om de toegang hiertoe breed te organiseren, waarbij maatwerk voorop staat. We sluiten geen doelgroepen uit. Uit cijfers blijkt de noodzaak voor ondersteuning: zo leefden in 2023 3,4% van onze inwoners in armoede7. Daarnaast steeg in de periode 2021-2024 het aantal huishoudens met problematische schulden in onze gemeente met 0,9%. Landelijk was deze stijging 1,2%8.
Zonder af te doen aan de brede doelgroep benoemen we in onze dienstverlening de volgende doelgroepen: sociale minima met kinderen, statushouders en jongeren met een praktische opleiding. Deze doelgroepen hebben namelijk meer risico op (snel) oplopende schulden. Dit doordat problemen relatief laat gesignaleerd worden.
Voorkom je geldzorgen, dan voorkom je ook betalingsproblemen en oplopende schulden. Het zorgt ervoor dat mensen kunnen participeren. Daarom willen we inzetten op (financiële en duurzame) zelfredzaamheid en preventie. Dit leidt er uiteindelijk toe dat er minder professionele inzet nodig is. We streven ernaar om inwoners zo veel mogelijk duidelijkheid te geven over de eventuele toegang tot schuldhulpverlening. We zorgen er in ieder geval voor dat de maximale termijn hiervoor twaalf weken is. Dit is van melding tot het geven van de beschikking inclusief een eventueel plan van aanpak. We zetten ons daarbij in om een passend en beschikbaar aanbod te creëren en behouden. Van preventie tot intensieve hulp. Hiervoor werken we samen met de inwoner, het netwerk van de inwoner, vrijwilligers en professionals. Ondersteuning duurt zo kort mogelijk en zo lang als nodig.
Daarnaast werken we samen met schuldeisers, zoals wooncorporaties, zorgverzekeraars en water- en energiebedrijven. In een overeenkomst met vaste lastenpartners ligt vast welke afspraken we maakten over de invulling van vroegsginalering en samenwerking bij schuldregelen. Hiermee geven we invulling aan de verplichting vanuit de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening om dergelijke afspraken te maken met schuldeisers. Voor woningcorporaties legden we afspraken vast in een afzonderlijk convenant. Onze gemeente is zelf ook schuldeiser. Wij dienen daarom bij het proces van in- en terugvordering na te gaan in hoeverre sprake is van maatschappelijk verantwoorde incasso. Om kwaliteit te borgen, vinden onder andere kwaliteitscontroles plaats op dossierniveau en netwerkoverleggen met ketenpartners. Bovenstaande werken we verder uit in beleidsregels en een uitvoeringsplan. Daarin leggen we vast wat we concreet gaan doen om dit te realiseren.
Volgens de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2024 had 46,4% van de volwassenen in de gemeente Hulst van 18 jaar en ouder angst- of depressiegevoelens9. Daarom zetten we in op het verbeteren van de kwaliteit van mentale gezondheid bij onze inwoners door preventie. Een voorbeeld is het laagdrempelig steunpunt uit het IZA.
Als blijkt dat er meer hulp en ondersteuning nodig is, begeleiden we inwoners naar passend en beschikbaar aanbod. In eerste instantie kijken we naar het eigen netwerk en vervolgens naar de mogelijkheden tot een voorliggende voorziening. De inwoner kan hier zonder indicatie gebruik van maken. Wanneer er sprake is van een intensievere of meervoudige hulpvraag wordt er onderzoek gedaan om te kijken wat een inwoner nodig heeft vanuit de Wmo. Hierbij gaan we uit van het gedachtegoed van Positieve Gezondheid. Voor alle inwoners geldt dat er onafhankelijke cliëntondersteuning beschikbaar is. Een cliëntondersteuner/meedenker kan meedenken en advies geven over welke ondersteuning passend zou kunnen zijn en ondersteunen in het vinden van de juiste route.
De gemeente is wettelijk verplicht een maatwerkvoorziening te bieden aan personen die door psychische of psychosociale problemen niet geheel zelfstandig zijn en beschermd wonen of opvang nodig hebben. De Zeeuwse gemeenten werken op dit onderwerp samen. We sluiten aan bij de ‘regiovisie beschermd wonen en opvang Zeeland 2022-2025’ en het bijbehorend addendum 2026-2030. Participatie van mensen met een psychische kwetsbaarheid geven we vorm door het faciliteren van (herstelgerichte en arbeidsmatige) dagbesteding.
Wanneer de mentale problemen te groot zijn en de veiligheid van de inwoner en zijn omgeving in het gevaar komt, wordt er nauw samengewerkt met het veiligheidsdomein. Dit doen we aan de hand van het project ‘Pijlers voor professionele samenwerking zorg en veiligheid Zeeland’. Waar nodig zetten we voor complexe casussen de ‘Doorbraakmethode’ in. Deze methode is een manier van werken langs steeds dezelfde processtappen, waarmee een professional uit het sociaal domein onderbouwd maatwerk kan leveren. Onder een kwetsbare doelgroep valt ook de doelgroep die te maken heeft met huiselijk geweld. Hierbij sluiten we aan bij de regiovisie huiselijk geweld en kindersmishandeling 2019-2023.
Gemeente Hulst is een dementievriendelijke gemeente. We zetten ons actief in om mensen met dementie en hun mantelzorgers zo lang mogelijk mee te laten doen in de samenleving door verschillende activiteiten te organiseren. Daarbij kijken we ook hoe we de mantelzorgers kunnen ontlasten. Dit organiseren we door een algemene voorziening dagbesteding te realiseren voor alle inwoners. Waarbij een inloopcentrum opgezet wordt waar inwoners met dementie en hun naasten elkaar kunnen ontmoeten, ondersteunt door vrijwilligers. Het doel is om inwoners met dementie actief bij de gemeenschap te betrekken en hun kwaliteit van leven te verbeteren.
Kader 3: Vergroot de gezonde en toekomstbestendige leefomgeving
Opdracht 3.1: Zorg voor een evenwichtige spreiding van een passend woon(zorg) aanbod en voorzieningen
Er zijn een aantal uitdagingen om te komen tot een evenwichtige spreiding van een passend woon(zorg) aanbod en voorzieningen die op onze gemeentelijke kenmerken van toepassing zijn. Zo is al jaren sprake van een vergrijzing en tegelijkertijd ontgroening van de bevolkingsopbouw. Vanaf de leeftijd van 50 jaar heeft onze gemeente 2,3% meer inwoners dan het landelijk gemiddelde10. Tot de leeftijd van 30 jaar heeft onze gemeente 3,1% minder inwoners dan het landelijk gemiddelde11. Uit recent onderzoek van onderzoeksbureau ABF in opdracht van demissionair woonminster Keijzer moet rekening worden gehouden met een bevolkingskrimp van ongeveer 3000 inwoners12. Een bevolkingskrimp die overigens ook voor de buurgemeenten Sluis en Terneuzen wordt ingeschat.
We hebben relatief kleine kernen in een qua oppervlakte grote gemeente. De bevolkingsdichtheid komt op 136 inwoners per km²13. Wie zien dat voorzieningen als bijvoorbeeld winkels verdwijnen uit kernen. Daarnaast is de bereikbaarheid van de kernen en de voorzieningen een steeds groter wordend vraagstuk.
De gemeente Hulst stelt ook een Omgevingsvisie op: een strategisch document waarin de lange termijn koers voor de fysieke leefomgeving wordt vastgelegd. Omdat het fysieke en het sociaal domein elkaar versterken, is in deze visie ook een hoofdstuk over het sociaal domein opgenomen. Daarin beschrijven we in grote lijnen hoe we de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving afstemmen op maatschappelijke vraagstukken binnen het sociaal domein. We streven naar kwalitatief goede zorg, duurzame beschikbaarheid en sterke sociale netwerken. Om dit te realiseren is het nodig een aantal (zorg)voorzieningen te centraliseren. Daarbij gaan we uit van de conceptgedachte van woonzorgcirkels. De conceptgedachte is dat plekken van ontmoeting en geclusterde woonconcepten zorgen voor verbinding tussen inwoners en de buurt versterken. Er vindt een samenwerking plaats tussen verschillende zorg- en welzijnsaanbieders, woningcorporaties en de gemeente. De gedachte is dat mensen zo wonen dat zijzelf en de buurt er beter van worden14.
Met de conceptgedachte van de woonzorgcirkels en Positieve Gezondheid houden we de voorzieningen op het gebied van wonen, welzijn en zorg beschikbaar, bereikbaar en betaalbaar voor onze inwoners. We werken aan de doorontwikkeling van de lokale woonzorgvisie, waarbij we het zo lang mogelijk wonen in de eigen omgeving centraal stellen. We brengen de Zeeuws-Vlaamse woonzorgvisies samen tot een regionaal kader. Dit kader bestaat uit een regionale visie op wonen, zorg en welzijn. Dit doen we binnen het samenwerkingsverband Toekomstige Zorg Zeeuws-Vlaanderen. Met dit regionale kader sorteren we voor op de Wet versterking regie op de volkshuisvesting15.
De Wet versterking regie volkshuisvesting vraagt om nauwe samenwerking tussen het sociaal domein en volkshuisvesting. We zetten in op het realiseren van passende woonvormen voor mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag, maken afspraken over de huisvesting van urgente doelgroepen en stemmen woonzorgopgaven af met woningcorporaties en zorgpartners.
Om de kwalitatief goede zorg, duurzame beschikbaarheid en sterke sociale netwerken te realiseren, zijn we genoodzaakt te centraliseren. Het gevolg daarvan is dat het voorzieningenniveau in de kernen van de gemeente verschilt. Om zorg te dragen voor de bereikbaarheid voor onze inwoners van de meer gecentraliseerde (zorg)voorzieningen, leveren we een bijdrage aan het opstellen van een provinciale mobiliteitsstrategie.
Opdracht 3.2: Zorg voor een gezonde leefomgeving die uitnodigt tot ontmoeten, bewegen en gezond gedrag
De leefomgeving heeft een belangrijke invloed op de gezondheid en leefstijl van onze inwoners. We streven naar wijken en kernen die veilig, duurzaam en klimaatbestendig zijn. Daarin moeten goed bereikbare en veilige wandel- en fietspaden, ontmoetingsplekken, ruimte voor bewegen, sporten en spelen beschikbaar zijn. Maar ook voorzieningen, initiatieven, netwerken en activiteiten in de buurt die voor iedereen toegankelijk zijn en een stevig sociaal netwerk. We stimuleren en faciliteren initiatieven die bijdragen aan een gezonde leefomgeving. De visie van Sporten, Spelen, Bewegen en Ontmoeten (verder S.S.B.O) is hierbij de leidraad. Dit beleidsplan beperkt zich niet alleen tot de traditionele speelplekken en tot de doelgroep minderjarigen. Verschillende leeftijdsgroepen kunnen op éénzelfde plek samenkomen. Hiervoor kunnen grotere centrale plekken worden aangewezen met een verbindende werking die sporten, spelen en ontmoeten faciliteren. Het accommodatiebeleid is nauw verbonden met de visie van S.S.B.O..
Met de gedachte van de woonzorgcirkels en de zes pijlers van Positieve Gezondheid gaan we aan de slag om zorg te dragen voor een uitnodigende gezonde leefomgeving, waarin ontmoeten, bewegen en gezond gedrag centraal staan en beschikbaar, bereikbaar en betaalbaar zijn. We willen toe naar een beweegvriendelijke omgeving om de zelfredzaamheid van inwoners te vergroten. Sporten en vooral bewegen spelen een nuttige en effectieve rol bij het voorkomen van kwetsbaarheid bij – met name – ouderen. Het streven is om bij de inrichting oog te hebben voor doelstellingen zoals vergroening en verduurzaming.
We vinden het belangrijk dat burgers de mogelijkheid hebben om mee te denken en aan kunnen geven waar zij behoefte aan hebben. Komende periode staat in het teken van het beter inzetten van burgerparticipatie. Dit doen we aan de hand van de participatieverordening. Dit is een regeling die gemeenten, provincies en waterschappen verplicht om hun inspraakverordening te vervangen door een participatieverordening. Dit is onderdeel van de Wet versterking participatie op decentraal niveau. Deze wet is op 1 januari 2025 in werking getreden.
Het doel van de inspraakverordening is het vergroten van de betrokkenheid van de inwoners, het verbeteren van de besluitvorming en het verhogen van de transparantie en het draagvlak. Daarbij staat inclusiviteit centraal16.
Hoofdstuk 5: Voorwaarden en ontwikkelingen
Als gemeente zijn we afhankelijk van allerlei factoren. Gelijktijdig is er sprake van lokale ontwikkelingen, regionaal en provinciaal beleid en landelijke afspraken. Allemaal zijn ze van invloed op wat we willen en kunnen doen in onze gemeente. Een aantal ontwikkelingen kunnen gevolgen hebben voor dit beleidsplan sociaal domein. Door verbinding te leggen met de inwoners, partners op lokaal en provinciaal niveau, slagen we erin om de uitdagingen het hoofd te bieden.
Verbinding en communicatie
Om de opdrachten die het college heeft, goed te kunnen uitvoeren, moeten we aan een aantal zaken voldoen. Zo moeten we professioneel opdrachtgeverschap voeren. Partners ervaren de gemeente als een duidelijke en betrouwbare opdrachtgever met heldere afspraken en een met elkaar afgestemd proces. Daarbij werken we altijd vanuit het gedachtegoed van Positieve Gezondheid en we bekijken vraagstukken integraal. We communiceren helder en duidelijk naar onze inwoners en partners. Inwoners kunnen meepraten over onderwerpen die zij belangrijk vinden. Daarvoor bieden we ruimte en stimuleren we inwoners om met ideeën te komen.
Lokaal en regionaal
Dit plan gaat over de lokale opgave die de gemeente heeft in het sociaal domein. Op sommige onderwerpen zoals jeugd, beschermd wonen en opvang en gezondheid werken we subregionaal of provinciaal samen. Een goede verbinding tussen het lokaal beleid en subregionaal en provinciaal beleid is essentieel. Alleen dan kunnen we de inwoners van onze gemeente optimaal bedienen. Hierbij gaan we uit van de stelling: lokaal waar het kan, provinciaal waar het meerwaarde heeft.
Uitdagingen in het sociaal domein
De betaalbaarheid van de zorg staat onder druk. Dit komt door de stijgende kosten van de zorg en de vergrijzing, hierdoor neemt de zorgvraag toe. Daarbij geldt voor onze gemeente dat ook de beschikbaarheid van de zorg onder druk komt te staan. Samenwerking in innovatie tussen gemeente en partners is onmisbaar om de uitdagingen aan te kunnen.
Oplossingen als domotica en eHealth bieden mogelijkheden om de autonomie en zelfredzaamheid van inwoners te vergroten. Domotica is het automatiseren van processen en systemen in een huis om het leefcomfort en de veiligheid te vergroten. In welke mate deze technologieën de mens kunnen vervangen en op welke tempo dit veranderd, is nog onduidelijk. Daarnaast hebben we te maken met sociaal-culturele ontwikkelingen. Dit betekent dat de normen en waarden van de samenleving veranderen. Waar voorheen de verantwoordelijkheid voor zorg bij de gemeente werd gelegd, doen we nu ook een groot beroep op de zelf- en samenredzaamheid en het sociale netwerk van iemand. Belangrijk gegeven is dat we de vraagstukken die voorliggen, integraal oppakken, zodat we de uitdagingen aan kunnen17.
Gemeenten in Nederland zijn voor gemiddeld 70% van hun inkomsten afhankelijk van het Rijk. Als dat minder wordt, merken gemeenten dat meteen. Het vorige kabinet had een nieuwe financieringssystematiek voor het gemeentefonds aangekondigd en vooruitlopend daarop een korting op het gemeentefonds doorgevoerd vanaf 2026.
De gevolgen zijn minder woningbouw, risico op het niet toegankelijk zijn van zorg en veiligheid, verschraling van voorzieningen en minder hulp en ondersteuning voor de mensen die dit juist het hardst nodig hebben18. Gemeente Hulst heeft ruimte in haar begroting om financiële tegenvallers op te vangen. Maar ook wij moeten zorgvuldige afwegingen maken hoe we de financiën het meest efficiënt inzetten om onze inwoners te ondersteunen waar nodig. Het is dus van belang dat we ook realistisch zijn over de verwachtingen.
Een belangrijke ontwikkeling op het gebied van de kosten in de Wmo is de invulling van de inkomen- en vermogensafhankelijke bijdrage. Deze wet treedt naar verwachting op zijn vroegst 1 januari 2027 in werking. Dit betekent dat inwoners met een hoger inkomen en vermogen, een hogere eigen bijdrage betalen voor hulp vanuit de Wmo. Gemeenten kunnen naar eigen inzicht besluiten dat één of meerder groepen op basis van hun inkomen geen eigen bijdrage hoeve te betalen. Wanneer iemand financieel in de knel zit, kan de gemeente ook op individueel niveau iemand vrijstellen van de eigen maandelijkse bijdrage. Voor de Wmo betekent dit dat de drempel naar hulp voor inwoners wordt verhoogd19.
Met de vernieuwde contracten voor de Wmo zetten we in op kwalitatief goede zorg voor onze inwoners. Daarnaast beogen we met de vernieuwde contracten een eenduidig beleid te hanteren voor de Zeeuws-Vlaamse gemeenten. Het vernieuwde contract zorgt voor een divers aanbod in hulp en ondersteuning zodat de klant keuzemogelijkheid heeft. We versterken de wisselwerking tussen het ondersteunen en het bewaken van zorgvragen. Inzet van onnodige zorg voorkomen we. Aan de hand van het vastgestelde beleidsplan ‘Toezicht en Naleving Wmo en Jeugdwet 2024-2027’, gaan we zorgfraude en onrechtmatigheid in de zorg in Zeeland tegen.
Ook op het gebied van de Participatiewet komen er veranderingen tijdens de looptijd van dit beleidsplan. Het wetsvoorstel ‘Participatiewet in balans’ heeft als doel de regels en procedures van de Participatiewet te vereenvoudigen. De huidige wet is namelijk te complex en gaat onvoldoende uit van vertrouwen. Het wetsvoorstel is als spoor 1 onderdeel van het bredere landelijke programma ‘Participatiewet in balans’. Hierbij is sprake van drie samenhangende sporen: 1. het wetsvoorstel met maatregelen op korte termijn, 2. het werken aan een fundamentele herziening van de Participatiewet en 3. het versterken van de vakkundigheid van de uitvoerende professional20. Daarnaast is er het wetsvoorstel ‘Handhaving sociale zekerheid’. Met dit voorstel krijgen gemeenten en uitvoeringsorganisaties, zoals UWV, meer ruimte om bij handhaving van regels in de sociale zekerheid rekening te houden met persoonlijke omstandigheden van mensen21.
Hoofdstuk 6: Monitoring en evaluatie
Om te weten of het beleid wat we uitvoeren ook daadwerkelijk impact heeft voor de inwoners van de gemeente, is het van belang dat we het beleid tussentijds monitoren en aan het einde evalueren. Zo kunnen we bijsturen waar nodig. We houden de gemeenteraad en de adviesraden jaarlijks op de hoogte van de voortgang van het beleidsplan.
Cliëntervaringsonderzoek
Om erachter te komen of beleid de juiste impact maakt, bevragen we inwoners via het cliëntervaringsonderzoek. Dit doen we voor inwoners die gebruik maken van een voorziening vanuit de Wmo en vanuit de Jeugdwet. In samenwerking met bureau Lorenz stelden we een online vragenlijst op die inwoners makkelijk kunnen invullen. De resultaten delen we met het ministerie en leggen we voor aan het college en de gemeenteraad.
Monitor Maatschappelijke Resultaten
We verzamelen zoveel mogelijk gegevens over de inzet van het beleid in onze gemeente. Dit doen we aan de hand van de monitor die ontwikkeld is door Lorenz. We hebben gekozen om de opbrengsten van het gevoerde beleid te meten in maatschappelijke resultaten. Bureau Lorenz ondersteunt de gemeente bij het inzichtelijk maken van de voortgang op deze maatschappelijke resultaten.
We spreken over maatschappelijke resultaten als het gaat over meetbare kenmerken van een populatie inwoners. We spreken over sturen op maatschappelijke resultaten wanneer onderbouwd inzicht in de informatie die beschikbaar is over de maatschappelijke resultaten input is op de beleids- en sturingscyclus.
De drie kaders volgen we op via de vier maatschappelijke resultaten:
- 1.
Jeugdigen groeien fysiek, mentaal en emotioneel veilig, kansrijk en gelukkig op.
- 2.
Inwoners wonen en leven veilig en prettig binnen de gemeente Hulst in een passende omgeving.
- 3.
Inwoners doen onbelemmerd mee en kunnen zich ontplooien.
- 4.
Inwoners zijn fysiek mobiel en digitaal vaardig.
Maatschappelijk resultaat 1 wordt specifiek uitgelicht vanwege de zorgwekkende ontwikkelingen binnen het jeugddomein en de aanhoudende financiële onzekerheden. Maatschappelijk resultaat 2 volgt uit het derde kader en maatschappelijk resultaat 3 komt voor uit het tweede kader. Het laatste maatschappelijk resultaat hoort bij kader één.
Subsidiebeleid
Een subsidie is een manier om beleid in te vullen. Als gemeente geven we subsidie aan verschillende organisaties die met hun activiteiten aansluiten bij de visie en missie die de gemeente heeft. Om aanspraak te kunnen maken op een subsidie, moet een organisatie voldoen aan bepaalde voorwaarden. Deze voorwaarden staan in het subsidiebeleid. Aan de hand van de jaarlijkse subsidieverantwoording monitoren we of we op de goede weg zijn om de kaders en opdrachten te behalen.
Ondertekening
Noot
1Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. (s.d.). Gezonde leefomgeving. Opgehaald van https://www.rivm.nl/gezondeleefomgeving.
Noot
2Sociaal en Cultureel Planbureau. (s.d.). Verkenning van toekomstige ontwikkeling van sociale cohesie. Opgehaald van https://www.scp.nl/onderzoeksprogramma/verkenning-van-toekomstige-ontwikkeling-van-sociale-cohesie.
Noot
3Commissie Sociaal Minimum. (2023). Een zeker bestaan: Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum. Opgehaald van https://open.overheid.nl/documenten/d0ab26e9-096b-41fd-ada9-ede686c99169/file.
Noot
4Stichting Lezen en Schrijven. (s.d.). Laaggeletterdheid in Nederland. Opgehaald van https://www.lezenenschrijven.nl/over-laaggeletterdheid/informatie-over-laaggeletterdheid-nederland
Noot
5Sociaal en Cultureel Planbureau. (sd). Mensen in kwetsbare situaties. Opgehaald van https://www.scp.nl/onderzoeksprogramma/mensen-bij-kwetsbare-situaties
Noot
6Bergen, A. van, Smit, R., Reinking, D., Muis, L., Leer, M. van der,. (2010). Themarapport Volksgezondheidsmonitor Utrecht 2010. Utrecht: GG&GD.
Noot
7Centraal Bureau voor de Statistiek (s.d.). Armoede en Schulden. Opgehaald van https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/armoede-en-schulden?theme=0&location=GM0677
Noot
8Centraal Bureau voor de Statistiek (2024). Schuldenproblematiek in beeld. Opgehaald van https://dashboards.cbs.nl/v5/SchuldenproblematiekInBeeld/
Noot
9Volksgezondheid en Zorg Info. (2025). Mentale gezondheid/ regionaal/ psychische klachten. Opgehaald van https://www.vzinfo.nl/mentale-gezondheid/regionaal/psychische-klachten
Noot
10Centraal Bureau voor de Statistiek (2025). Ouderen. Opgehaald van https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/dashboard-bevolking/leeftijd/ouderen
Noot
11Centraal Bureau voor de Statistiek (2025). Opgehaald van https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/dashboard-bevolking/regionaal/inwoners
Noot
12ABF Research. (2025). Primos-prognose 2025. Opgehaald van https://abfresearch.nl/publicaties/primos-prognose-2025
Noot
13Centraal Bureau voor de Statistiek. (2025). Inwoners per gemeente. Opgehaald van https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/dashboard-bevolking/regionaal/inwoners
Noot
14Henrike Klok (Rochdale), D. K. (sd). Opgehaald van https://www.onsverhaal.nl/wooncirkels/wooncirkels_verbinden_wonen_en_zorg
Noot
15Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. (2025). Kamerbrief bij tweede nota van wijziging Wet versterking regie volkshuisvesting. Opgehaald van https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2025/02/13/ka
Noot
16Vereniging Nederlandse Gemeenten. (2025). Wet versterking participatie op decentraal niveau. Opgehaald van https://vng.nl/wetsvoorstellen/wet-versterking-participatie-op-decentraal-niveau
Noot
17Sociaal en Cultureel Planbureau (2022). Uitdagingen in het sociaal domein; nieuwe gemeentebesturen aan zet. Opgehaald van https://www.scp.nl/binaries/scp/documenten/publicaties/2022/03/15/uitdagingen-in-het-sociaal-domein/Uitdagingen+in+het+sociaal+domein.pdf
Noot
18Vereniging Nederlandse Gemeenten. (2025). Gemeenten vallen in financieel ravijn. Opgehaald van https://vng.nl/artikelen/gemeenten-vallen-in-financieel-ravijn
Noot
19Rijksoverheid. (2025). Invulling van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo per 1 januari 2027. Opgehaald van https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2025/03/14/invulling-van-de-inkomens--en-vermogensafhankelijke-eigen-bijdrage-in-de-wmo-per-1-januari-2027
Noot
20Tweede Kamer. (2025). Wetsvoorstel: Participatiewet in balans. Opgehaald van https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/wetsvoorstellen/detail?qry=wetsvoorstel%3A36582&cfg=wetsvoorsteldetails
Noot
21Tweede Kamer. (2025). Wetsvoorstel: Wet handhaving sociale zekerheid. Opgehaald van https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/wetsvoorstellen/detail?cfg=wetsvoorsteldetails&qry=wetsvoorstel:36785
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl