Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR763243
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR763243/1
Beleidsregels sociale kredietverlening en incasso Gemeentelijke Kredietbank Emmen 2026
Geldend van 23-06-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsregels sociale kredietverlening en incasso Gemeentelijke Kredietbank Emmen 2026Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen;
- -
gelet op artikel 21, Reglement Gemeentelijke Kredietbank Emmen 2026
- -
overwegende het door de gemeenteraad vastgestelde beleidskader sociaal domein ‘Erbij horen en meedoen in Emmen!’ en in het bijzonder de daarbij behorende bijlage Rondkomen.
besluit:
de beleidsregels sociale kredietverlening en incasso Gemeentelijke Kredietbank Emmen vast te stellen.
Artikel 1: Begripsbepaling
-
1. In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
- a.
aflopend krediet:
kredietvorm waarbij het bedrag van de lening in zijn geheel ter beschikking komt van de inwoner en, vermeerderd met de kredietvergoeding (rente en kosten), in een vast aantal termijnen moet worden afgelost terwijl de afgeloste bedragen niet opnieuw kunnen worden opgenomen;
- b.
BKR: Stichting Bureau Krediet Registratie;
- c.
de gemeente: de gemeente Emmen;
- d.
het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen
- e.
GKB: Gemeentelijke Kredietbank Emmen;
- f.
inwoner: de niet in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf handelende natuurlijke persoon waaraan de kredietbank een financiële dienst verleent of aan wie hij voornemens is een financiële dienst te verlenen;
- g.
krediet: het aan de inwoner ter beschikking stellen van een geldsom, waarbij de inwoner gehouden is ter zake één of meer betalingen te verrichten;
- h.
kredietbank: Gemeentelijke Kredietbank Emmen, gemeentelijke instelling die onderdeel is van het team Schulddienstverlening, en die gespecialiseerd is in het verstrekken van sociale leningen en indien noodzakelijk het begeleiden van mensen met financiële problemen;
- i.
natuurlijk persoon: een mens (individu) die in het recht als rechtssubject is erkend en daarmee drager is van wettelijke rechten en plichten;
- j.
NVVK: Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet;
- k.
pensioengerechtigde leeftijd: leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet (AOW), waarop recht op ouderdomspensioen ontstaat of had kunnen ontstaan, wanneer de inwoner recht op een uitkering op grond van de Algemene Ouderdomswet zou hebben gehad;
- l.
saneringskrediet: vorm van schuldregeling waarbij in een geval van problematische schuldsituatie alle schuldeisers in één keer aan het begin van het traject worden afgelost en waarbij hulpvragers via hun gemeente een krediet afsluiten dat ze in de daarvoor gestelde termijn moeten aflossen
- m.
SBN: Sociale Banken Nederland;
- n.
sociaal krediet: een krediet dat verstrekt wordt in het kader van sociale kredietverlening waarbij de inwoner bewust wordt gemaakt van de risico’s van het krediet, een individueel advies wordt gegeven en waarbij niet de omzet van de GKB prevaleert, en niet zijnde een saneringskrediet;
- o.
Vroegsignalering: Het voorkomen en verminderen van problematische schulden;
- p.
Wck: Wet op het consumentenkrediet;
- q.
Wet Fido: Wet financiering decentrale overheden;
- r.
Wft: Wet op het financieel toezicht;
- s.
Wsnp: Wet schuldsanering natuurlijke personen (Faillissementswet, Titel III).
- a.
Artikel 2: Doel
-
1. Het verstrekken van een sociaal krediet heeft als doel de inwoner in staat te stellen om mee te doen en te werken aan behoud of verbetering van hun positie bij zaken als werk, inkomen, zorg en welzijn;
-
2. Het verstrekken van een sociaal krediet kan ook als doel hebben de schuldpositie van de inwoner op te lossen, bijvoorbeeld als resultaat van vroegsignalering.
Artikel 3: Doelgroep kredietverlening
-
1. Inwoners van de gemeenten Borger-Odoorn, Coevorden en Emmen kunnen gebruik maken van de kredietverlening, mits zij aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 4 van deze beleidsregels voldoen.
Artikel 4: Voorwaarden voor kredietverlening:
-
1. Alleen natuurlijke personen die ouder zijn dan 18 jaar kunnen onder de volgende voorwaarden in aanmerking komen voor een lening:
- a.
het inkomen bedraagt minimaal de van toepassing zijn bijstandsnorm en is niet hoger dan 130% van het voor de aanvrager geldende brutominimumloon inclusief vakantietoeslag;
- b.
de aanvrager is inwoner van de gemeente Borger-Odoorn, de gemeente Coevorden of de gemeente Emmen;
- c.
er sprake is van een beschadigd/negatief BKR;
- d.
de aanvrager vanwege zijn leeftijd geen lening kan krijgen bij een commerciële bank;
- e.
de aanvrager een schriftelijke afwijzing heeft van gelijke kredietaanvraag die is gedaan bij een financiële instelling met een vergunning op grond van de Wft.
- a.
-
2. Ook aanvragers met een tijdelijke verblijfsvergunning, kunnen in aanmerking komen voor een lening als aan de voorwaarden uit lid 1 wordt voldaan.
Artikel 5: Klachten:
-
1. Als de inwoner van mening is dat het proces rondom zijn aanvraag niet goed is doorlopen, kan hij een klacht indienen bij de klachtenfunctionaris van de gemeente Emmen. Dit kan gaan over de bejegening, behandeltermijn of informatieverstrekking.
Artikel 6: Niet eens met het besluit op een verzoek om kredietverlening:
-
1. Als de inwoner het niet eens is met een genomen besluit, wordt de reactie van de inwoner voorgelegd aan teamleider voor heroverweging of verdere afstemming.
-
2. Wanneer de inwoner het inhoudelijk het niet eens is met het besluit kan de inwoner een klacht indienen bij de commissie Kwaliteitszorg van de NVVK.
-
3. De Gedragscode Sociale Kredietverlening is bindend voor de gemeente Emmen als lid van de NVVK.
Artikel 7: Sociale kredietverlening:
-
1. Sociale kredietverlening is het uitgangspunt bij de kredietverstrekking van het college en door lidmaatschap van de NVVK is de GKB gebonden aan de Gedragscode Sociale Kredietverlening.
Artikel 8: Algemene uitgangspunten:
-
1. Een krediet wordt verstrekt in de vorm van een aflopend krediet.
-
2. Kredieten worden niet op basis van onderpand verstrekt.
-
3. Als het doel van de gevraagde lening betaling van schulden is, kan de aanvraag worden afgewezen en wordt de inwoner naar het traject schulddienstverlening van team Schulddienstverlening verwezen (als een krediet onderdeel is van het schulddienstverleningsplan, kan alsnog een aanvraag in behandeling worden genomen).
-
4. Uitsluiting van de dienstverlening van team Schulddienstverlening is niet van toepassing op kredietverlening (dit betekent dat, in het geval het doel van de gevraagde lening betaling van schulden is, alsnog een aanvraag in behandeling kan worden genomen).
Artikel 9: Uitgangspunten bij het beoordelen of een krediet al dan niet verstrekt kan worden:
-
1. Het krediet moet binnen 3 jaar (dat wil zeggen: 36 maandelijkse termijnen) afgelost kunnen worden.
-
2. In afwijking van artikel 9, lid 1, kan het college afwijken, als daarvoor gegronde redenen zijn.
-
3. Als het college afwijkt van artikel 9, lid 1, is de maximale looptijd van het krediet uiterlijk 5 jaar (dat wil zeggen: 60 maandelijkse termijnen).
-
4. De minimale looptijd van een krediet is 3 maanden (dat wil zeggen: 3 maandelijkse termijnen).
-
5. Bij inwoners die een algemene bijstandsuitkering of een inkomen op bijstandsniveau ontvangen zijn de door de NVVK vastgestelde normen voor kredietverlening het uitgangspunt bij de beoordeling of het gevraagde krediet kan worden verstrekt.1
-
6. Het college kan afwijken van artikel 9, lid 4, als daarvoor gegronde redenen zijn.
-
7. Uitgangspunt is dat de inwoner de gevraagde lening terug kan betalen en zodoende hanteert het college geen maximumbedrag met betrekking tot een te verstrekken krediet.
-
8. In beginsel vraagt het college geen borg voor te verstrekken kredieten, het uitgangspunt is dat de inwoner het verstrekte krediet terug kan betalen.
-
9. Als het college een borg, bedoeld in artikel 9 lid 8, vraagt, dan wordt de inwoner door de kredietverstrekker gevraagd om zelf met een aanvaardbare borg te komen, waarbij als dat nodig is de kredietverstrekker de inwoner advies kan geven.
-
10. Bij inwoners waarbij het doel van het krediet het aanvragen van verblijfsvergunning is, is de looptijd maximaal 1 jaar (dat wil zeggen: 12 maandelijkse termijnen).
-
11. Bij inwoners met een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, moet het krediet binnen de termijn van de verblijfsvergunning afgelost kunnen worden.
-
12. Bij inwoners met een tijdelijk arbeidscontract wordt bij het vaststellen van de looptijd van de aflossing van het krediet gekeken naar de situatie van de inwoner en de aard van het contract.
-
13. Het college boordeelt of de inwoner in staat is de lening binnen de gestelde termijnen af te lossen, gelet op de hoogte van het inkomen en andere (langdurige) aflossingsverplichtingen.
-
14. De inwoner overlegt de bankafschriften van de laatste 3 maanden voor de aanvraag van het krediet, zodat het college (in aanvulling op artikel 9, lid 13), kan beoordelen wat het uitgavenpatroon is.
-
15. Er wordt geen krediet verstrekt als:
- a.
aan de aanvrager al een krediet is verstrekt ter hoogte van de maximale kredietsom, of anders kredietlimiet van de aanvrager, of;
- b.
de aanvrager een aanvraag voor een minnelijke schuldregeling heeft ingediend, of;
- c.
een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen heeft ingediend, of;
- d.
of een verzoek tot faillietverklaring heeft ingediend, of;
- e.
ten aanzien van de aanvrager een verzoek tot faillietverklaring door een derde is ingediend.
- a.
-
16. Een door het college in het verleden afgeboekt krediet van de aanvrager kan een weigeringsgrond zijn.
Artikel 10: Debiteurenbewaking
-
1. Als het aflossingsbedrag niet zoals overeengekomen is ontvangen en de inwoner heeft zelf geen contact gezocht met de GKB, zal de GKB de volgende procedure van herinneren volgen:
- a.
voordat de eerste herinnering wordt verzonden, wordt telefonisch of door bezoek, contact gezocht met de inwoner om te achterhalen wat de oorzaak is van het niet nakomen van de gemaakte afspraken.
- b.
eerste herinnering: deze herinnering wordt 14 dagen na vervaldatum en deze wordt ook naar de eventuele borgsteller verzonden;
- c.
Als de inwoner of de borgsteller ondanks de herinneringen, zoals beschreven in artikel 1, lid a en b, niet betaalt, wordt (wanneer van toepassing: aan beiden) een formele sommatie, ook wel laatste herinnering of ingebrekestelling genoemd, verzonden.
- a.
-
2. Het college kan rekening houden met de persoonlijke situatie van iemand die een betalingsachterstand heeft door maatwerk te leveren in de aflossingsafspraken nadat er contact is geweest met de inwoner als bedoeld in artikel 10, lid 1, en:
- a.
de aflossingsbedragen lager vaststellen;
- b.
een langere looptijd bieden als dat nodig is;
- c.
een pauze in de aflossing inlassen bij crisissituaties (bijvoorbeeld bij langdurige ziekte, scheiding, of baanverlies) in overleg met betrokken hulpverlenende instanties indien van toepassing.
- a.
-
3. Het college kan een krediet voor een periode van uiterlijk 3 maanden tijdelijk buiten invordering stellen als de inwoner (en eventuele borgsteller) met onbekende bestemming is vertrokken en het college zal dan onderzoek doen naar de feitelijke woon- of verblijfplaats van de inwoner (en eventuele borgsteller), zodat het aanmaantraject kan worden opgestart of voortgezet.
-
4. Nadat het college een krediet 3 maanden tijdelijk buiten invordering heeft gesteld, als bedoeld in artikel 10, lid 3, kan het college het krediet buiten invordering stellen en het college zal dan gedurende de resterende looptijd van het krediet periodiek onderzoek doen naar de feitelijke woon- of verblijfplaats van de inwoner (en eventuele borgsteller), zodat het aanmaantraject kan worden opgestart of voortgezet.
-
5. Na het verstrijken van de looptijd, als bedoeld in artikel 10, lid, 4, vindt het onderzoek door het college naar de woon- of verblijfplaats van de inwoner (en eventuele borgsteller) nog minimaal tweemaal plaats, waarna het college het krediet kan afschrijven.
-
6. Als de inwoner (of de borgsteller) de met het college naar aanleiding van artikel 10 gemaakte aflossingsafspraken niet nakomt dan kan het college de vordering in handen geven van de gerechtsdeurwaarder, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- a.
het woonadres van de inwoner is bekend, en;
- b.
de inwoner heeft een inkomen waarop voldoende beslag mogelijk is, en;
- c.
de inwoner niet is opgenomen in de Wsnp en niet failliet is, en;
- d.
het totaalbedrag van het openstaande krediet hoger is dan € 250, en;
- e.
de betalingsachterstand is groter dan 2 maandelijkse termijnen.
- a.
-
7. Het college schrijft een krediet af als:
- a.
de inwoner de Wsnp met een schone lei heeft beëindigd, of;
- b.
er voor het krediet een schuldbemiddeling tot stand is gekomen en deze geheel doorlopen is (dat betekent: finale kwijting), of;
- c.
er voor het krediet een saneringskrediet tot stand is gekomen (dat betekent: finale kwijting), of;
- d.
alle contractanten zijn overleden, dit met uitzondering van de vervallen termijnen, of;
- e.
het krediet buiten is invordering gesteld en periodiek onderzoek heeft niets opgeleverd, als bedoeld in artikel 10, lid 6.
- a.
-
8. Als de inwoner de GKB onjuiste informatie heeft verstrekt en dit heeft geleid tot het op onjuiste gronden geheel of gedeeltelijk afschrijven van het krediet, als bedoeld in artikel 10, lid 7, kan het college het besluit tot afschrijving herzien.
Artikel 11: Citeertitel en inwerkingtreding beleidsregels
-
1. Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels sociale kredietverlening en incasso Gemeentelijke Kredietbank Emmen 2026.’
-
2. Deze Beleidsregels treden in werking een dag na publicatie onder gelijktijdige intrekking van de ‘Beleidsregels acceptatie kredietverlening en incasso leningen Gemeentelijke Kredietbank Emmen’ (geldend van 2 juli 2014).
Ondertekening
Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen, gehouden op 2 juni 2026
De gemeentesecretaris
N.A. Plantinga
De burgemeester
E. van Oosterhout
Toelichting
Algemeen
In artikel 19, lid 1 van het Reglement Gemeentelijke GKB Emmen, als bedoeld in artikel 4:37 Wft, is aangegeven dat de GKB criteria vastlegt, die de GKB ten grondslag legt aan de beoordeling van de kredietaanvraag (op grond van artikel 1 van genoemd reglement wordt onder GKB Team Schulddienstverlening verstaan). Deze criteria zijn opgenomen in Beleidsregels sociale kredietverlening en incasso Gemeentelijke GKB Emmen 2025.
De artikelen 1, 3, 5, en 8, behoeven geen nadere toelichting.
Artikel 2:
Deze beleidsregels geven duidelijkheid over de voorwaarden voor het verstrekken van sociale leningen. Ze zijn gebaseerd op de Gedragscode Sociale Kredietverlening van de NVVK en sluiten aan bij het beleidskader ‘Erbij horen en meedoen!’ van de gemeente Emmen.
Sociale kredietverlening richt zich op het belang van de inwoner en houdt rekening met diens maatschappelijke en financiële situatie, om overkreditering te voorkomen. De GKB adviseert een aflopende lening en verwijst zo nodig naar aanvullende hulp, zoals schulddienstverlening of bijzondere bijstand.
Team Schulddienstverlening, lid van de NVVK en SBN, werkt volgens de relevante wetgeving (Wck, Fido, Wft). De beoordelingscriteria voor kredietaanvragen zijn vastgelegd in de Beleidsregels sociale kredietverlening en incasso 2025.
Artikel 4:
In dit artikel zijn de voorwaarden opgenomen om in aanmerkingen te komen voor kredietverlening.
De voorwaarden zijn zodanig opgesteld dat alleen mensen die geen lening kunnen krijgen bij een commerciële bank, in aanmerking komen voor een lening via de GKB.
De inkomensgrens van 130% sluit aan bij het algemene beleid van de gemeente Emmen dat gericht is op inwoners met een laag inkomen.
In artikel 4, lid e, wordt gesproken over een beschadigd BKR oftewel een negatieve BKR-registratie.
Iemand krijgt een negatieve BKR-registratie als er iets gebeurt tijdens de looptijd van een krediet.
Wanneer kredietaanbieders een krediet van meer dan € 250,00 dat langer dan één maand loopt meteen op het moment van verstrekken aan BKR doorgeven, is dat een positieve registratie. Hierdoor weten andere kredietaanbieders dat je een lopend krediet hebt en kunnen ze op basis van deze gegevens bepalen of een nieuw krediet passend is. Daarnaast melden kredietaanbieders het als er iets gebeurt tijdens de looptijd van het krediet. Dit worden negatieve registraties genoemd. Bijvoorbeeld omdat je achterloopt met betalen of als je de lening in zijn geheel direct moet terugbetalen omdat het is opgeëist door je kredietaanbieder.2
Artikel 6:
Het al dan niet verstrekken van een lening is geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Tegen het niet verstrekken van een lening kan dan ook geen bezwaar en beroep worden ingediend. In lid 1 is daarom opgenomen dat de betrokkene om een heroverweging kan vragen bij de GKB.
De GKB is aangesloten bij de NVVK.
Artikel 7:
De gedragscode3 noemt de volgende uitgangspunten voor sociale kredietverlening:
- a.
de GKB neemt bij sociale kredietverlening de volgende uitgangspunten in acht: de kredietverlening levert een bijdrage aan een verbetering van de positie van de inwoner ten aanzien van werk, inkomen, zorg en/of welzijn;
- b.
de GKB handelt zonder winstoogmerk;
- c.
de GKB houdt zich bezig met maatschappelijk verantwoorde sociale kredietverlening en voorkomt overkreditering bij de inwoner;
- d.
de GKB houdt rekening met de maatschappelijke en financiële context van de inwoner, waarbij in het bijzonder wordt gekeken of de inwoner gebruik heeft gemaakt van de beschikbare (inkomens)voorzieningen;
- e.
de GKB verstrekt sociaal krediet en beoogt dit te doen tot het werkelijk voor het doel van de aanvrager benodigde bedrag;
- f.
de kredietbank adviseert de inwoner bij voorkeur een aflopende (persoonlijke) lening om daarmee de inwoner zicht te geven op een situatie zonder (of met minder) schulden4;
- g.
de GKB is verplicht de inwoner een afwijzing van de kredietaanvraag te motiveren. Ook verplicht kredietbank zich de inwoner te adviseren nadat een kredietaanvraag is afgewezen. In geval van een problematische schuldsituatie vindt verwijzing naar de schuldhulpverlening plaats;5
- h.
de GKB voert, zulks ter voorkoming van problematische schuldsituaties, een sociaal incassobeleid, gericht op het duurzaam oplossen van financiële problemen en de daaraan ten grondslag liggende oorzaken;
- i.
de GKB kan aan de kredietverlening voorwaarden verbinden teneinde een goede nakoming van de betalingsverplichtingen uit de kredietovereenkomst te waarborgen;
- j.
de GKB streeft bij sociale kredietverlening, niet zijnde een saneringskrediet, naar een zo laagmogelijk rentepercentage. Het rentepercentage dient in beginsel 2% lager te zijn dan het wettelijk geldende maximale rentepercentage;
- k.
het rentepercentage wordt periodiek aangepast aan de marktconforme rentepercentages;
- l.
de GKB neemt in het kader van de vervulling van haar taak als sociale kredietverstrekker actief deel aan de ontwikkeling van producten die aansluiten bij de wensen van de doelgroep.
Artikel 9:
In artikel 9, lid 2 en artikel 9, lid 5, wordt gesproken over ‘gegronde redenen.’ Gegronde redenen wil zeggen dat het college maatwerk kan toepassen. Er is sprake van maatwerk wanneer de behandelend ambtenaar op basis van zwaarwegende omstandigheden oordeelt dat het belang van de inwoner zodanig is dat een afwijking van het standaardbeleid gerechtvaardigd is. Individuele omstandigheden kunnen aanleiding geven tot deze uitzondering
Met borg (artikel 9, lid 8 en verder) bedoelt het college een borgtocht, wat inhoudt dat een borgsteller instaat voor de schuld van de schuldenaar. Dit betekent dat als de inwoner het verstrekte krediet niet afbetaalt, de kredietgever bij de borgsteller (het restant van) het krediet kan invorderen. In artikel 9, lid 8, is geregeld dat het college in beginsel geen borg vraagt, maar in specifieke gevallen kan het college wel een borg gevragen. Hierbij kan gedacht worden aan de volgende omstandigheden:
- a.
de inwoner kan op basis van zijn huidige inkomen de gevraagde lening krijgen, maar het inkomen van de inwoner is niet voor de hele looptijd gegarandeerd;
- b.
er is een dringende noodzaak om de lening te verstrekken, maar de situatie van de inwoner is (nog) niet volledig duidelijk;
- c.
de inwoner heeft voldoende afloscapaciteit om de gevraagde lening af te lossen, maar er is sprake van een negatieve BKR-registratie of er is in het verleden een lening bij team Schulddienstverlening afgeboekt of geïnd via de deurwaarder;
- d.
er is sprake van een verlengde looptijd (dus een looptijd afwijkend van bovengenoemde looptijden) in verband met de leeftijd van de inwoner.
- e.
als er sprake is van een in het verleden door het college afgeboekte (restant van) een eerder verstrekt krediet aan de inwoner.
Wanneer een borg wordt gevraagd kan de inwoner eventueel een beroep doen op Team Inkomen van de gemeente Emmen (dit geldt ook voor inwoners van de gemeenten Borger-Odoorn of Coevorden) voor het aanvragen van een renteloze geldlening op grond van de Participatiewet (bijzondere bijstand).
In artikel 9, lid 12, wordt gesproken over dat er gekeken wordt naar de “aard van het contract.” Hiermee wordt bedoeld dat het college beoordeelt of het bijvoorbeeld het eerste contract is of dat de inwoner al jaren op contractbasis werkt bij dezelfde werkgever.
Artikel 10:
In artikel 10, lid 3, worden de inwoner en wanneer van toepassing ook de borgsteler, gewaarschuwd dat een incassoprocedure zal worden gestart als de achterstand niet tijdig, dat wil zeggen: binnen 14 dagen na verzending van de schriftelijke aanmaning, is voldaan. De kosten van de procedure komen voor rekening van de inwoner, respectievelijk de borgsteller. Feitelijk wordt hiermee overgegaan tot een juridische procedure. In deze formele sommatie is opgenomen dat het college verplicht is een niet toegestane betalingsachterstand van meer dan twee termijnen te melden bij BKR (ook wel: Bureau Krediet Registratie) in Tiel.
Als het college op grond van artikel 10, lid 10, heeft besloten het besluit tot afschrijven van de vordering in te trekken, dan zal (het restant van) de schuld volledig worden ingevorderd. De schuld wordt in het geval van beslag vermeerderd met de wettelijke rente en de incassokosten, berekend vanaf het tijdstip waarop het afschrijvingsbesluit bekend gemaakt is.
De overige artikelen behoeven geen toelichting.
Noot
1Deze normen worden elk half jaar aangepast en zijn voor leden van de NVVK te vinden in het ledendomein op de website van de NVVK onder “normoverzichten.”
Noot
2Bureau kredietregistratie. “Wat zijn positieve en negatieve registraties?,” geraadpleegd 19 juni 2025 via https://www.mijnkredietregistratie.nl/nl/veelgestelde-vragen/jouw-kredietregistratie-bij-bkr/wat-zijn-positieve-en-negatieve-registraties
Noot
3Vereniging voor schuldhulp en sociaal bankieren. “Gedragscode sociale kredietverlening,” november 2015 (ed. maart 2020), geraadpleegd 7 april 2025 via https://www.nvvk.nl/l/library/download/urn:uuid:f2d3960d-e63b-4c92-8ff5-717f36b58a0f/gedragscode+sociaal+kredietverlening+2020.pdf, de term ‘kredietnemer’ is vervangen door ‘inwoner.’
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl