Reglement Gemeentelijke Kredietbank gemeente Emmen 2026

Geldend van 23-06-2026 t/m heden

Intitulé

Reglement Gemeentelijke Kredietbank gemeente Emmen 2026

Als bedoeld in artikel 4:37 Wet op het financieel toezicht (Wft)

Vastgesteld door het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Emmen op 2 juni 2026

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

  • 1. Voor de toepassing van het bij of krachtens dit reglement bepaalde wordt verstaan onder:

    a.

    Bankreglement:

    dit reglement;

    b.

    Besluit:

    Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wet op het financieel toezicht (Wft);

    c.

    Bestuur:

    Bestuur van de stichting/gemeenschappelijke regeling;

    d.

    BW:

    Burgerlijk Wetboek;

    e.

    College: 

    het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente;

    f.

    Consumptief krediet:

    krediet voor consumptieve doeleinden, niet zijnde hypothecair krediet, starterskrediet of onderhoudskrediet;

    g.

    Financiële dienst:

    het aanbieden, adviseren of bemiddelen ter zake van een financieel product;

    h.

    Financiële

    dienstverlening: 

    het verlenen van diensten als bedoeld in de Wet, zijnde:

    • i)

      het aanbieden van kredieten;

    • ii)

      het aanbieden van budgetbeheerrekeningen;

    i.

    Financieel product:

    • i)

      krediet;

    • ii)

      budgetbeheerrekening, voor zover dit niet plaatsvindt in het kader van integrale hulpverlening;

    j.

    Krediet: 

    het aan de inwoner ter beschikking stellen van een geldsom, waarbij de inwoner gehouden is ter zake één of meer betalingen te verrichten;

    k.

    Kredietbank:

    gemeentelijke instelling die onderdeel is van het team Schulddienstverlening, en die gespecialiseerd is in het verstrekken van sociale leningen en indien noodzakelijk het begeleiden van mensen met financiële problemen.

    l.

    Kredietovereenkomst:

    de overeenkomst waarbij de kredietgever aan de inwoner een geldsom ter beschikking stelt en waarbij de inwoner gehouden is ter zake één of meer betalingen te verrichten;

    m.

    Inwoner:

    de niet in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf handelende natuurlijke persoon waaraan de Kredietbank een financiële dienst verleent of aan wie hij voornemens is een financiële dienst te verlenen;

    n.

    Overeenkomst op

    afstand:

    de overeenkomst die tussen de Kredietbank en een inwoner wordt gesloten in het kader van een georganiseerd systeem voor verkoop of dienstverlening op afstand zonder gelijktijdige persoonlijke aanwezigheid van een medewerker van de Kredietbank en inwoner en waarbij, tot en met het moment van het sluiten van de overeenkomst, uitsluitend gebruik wordt gemaakt van één of meer middelen voor communicatie op afstand (Boek 6, artikel 230g lid 1, sub e, Burgerlijk Wetboek);

    o.

    Richtlijn:

    Richtlijn nr. 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van Richtlijn 87/102/EEG;

    p.

    Saneringskrediet:

    een krediet dat door de Kredietbank op basis van de Gedragscode Schuldhulpverlening en de module Schuldregeling van de NVVK, vereniging voor financiële hulpverleners, wordt verstrekt, teneinde de schulden van de inwoner integraal of tegen finale kwijting te voldoen;

    q.

    Sociale lening:

    een krediet dat door de Kredietbank in overeenstemming met de Wet financiering decentrale overheden aan de inwoner ter beschikking wordt gesteld;

    r.

    Teamleider:

    de leidinggevende van de Kredietbank handelend krachtens mandaat van het College of volmacht;

    s.

    Toezicht:

    het toezicht als bedoeld in artikel 4:37 lid 2 van de Wet;

    t.

    Wet:

    Wet op het financieel toezicht (Wft).

HOOFDSTUK II DOEL, TAAKSTELLING, BEHEER EN TOEZICHT

Artikel 2 Doelstelling Kredietbank

  • 1. De Kredietbank heeft tot doel het op sociaal/maatschappelijk verantwoorde wijze verstrekken van krediet, dit wil de Kredietbank bereiken door hierbij het volgende in acht te nemen:

    • a.

      de werkwijze is laagdrempelig toegankelijk, dat wil zeggen door bijvoorbeeld het bieden van (telefonische) spreekuren, directe e-mailcontacten en zodra dat mogelijk is: online-aanvragen, evenals een breed hulpaanbod: de GKB, als onderdeel van Team Schulddienstverlening biedt kredietverlening, schuldregeling, budgetbeheer en preventie;

    • b.

      de werkwijze is proportioneel, dat wil zeggen dat de Kredietbank leningen voor sociale doeleinden verstrekt, bijvoorbeeld met maximale bedragen afhankelijk van de (leef)situatie om over creditering te voorkomen, en begeleiding en nazorg biedt;

    • c.

      individuele toetsing en beoordeling van aanvragen en het bieden van passende leningen, waarbij de Kredietbank bijvoorbeeld kijkt naar persoonlijke omstandigheden en de looptijd daarop aanpast;

    • d.

      het uitvoeren van de publieke taak zoals deze voor de Kredietbank onder meer is vastgelegd in de Wet en in de beleidskeuzes van het College van Burgemeester & Wethouders (B&W);

    • e.

      het bevorderen van maatregelen op lokaal niveau ter voorkoming van overkreditering en andere financiële misstanden;

    • f.

      het aanbieden van andere financiële dienstverlening conform de bepalingen in artikel 1 van dit Reglement.

Artikel 3 Taakstelling

  • 1. De Kredietbank tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door:

    • a.

      het op sociaal/maatschappelijk verantwoorde wijze aanbieden van kredieten, en;

    • b.

      indien noodzakelijk:

      • i.

        het aanhouden van budgetbeheerrekeningen;

      • ii.

        het verzorgen van budgetbegeleiding;

      • iii.

        het verrichten van schuldhulpverlenende werkzaamheden ten behoeve van natuurlijke personen in een (problematische) schuldsituatie en/of voor ondernemers;

      • iv.

        het opstellen van gemeentelijke verklaringen als bedoeld in artikel 285 lid 1 sub f Faillissementswet;

      • v.

        het bieden van faciliteiten voor de uitvoering van een schuldsaneringsregeling natuurlijke personen als bedoeld in Titel III van de Faillissementswet;

      • vi.

        het verrichten van overige diensten welke een bijdrage kunnen leveren aan het realiseren van het doel van de Kredietbank als bedoeld in artikel 2 van dit Bankreglement;

      • vii.

        het aanbieden van preventieve activiteiten en nazorgactiviteiten.

Artikel 4 Beheer

  • 1. De Kredietbank wordt beheerd door het College.

  • 2. De feitelijke leiding van de Kredietbank berust bij de teamleider.

  • 3. Het College kan aan de teamleider voor (ter zake) de uitvoering van de in artikel 3 genoemde taken een mandaat/volmacht verlenen.

  • 4. Indien het College gebruik maakt van zijn in het voorgaande lid bedoelde bevoegdheid, wordt dit vastgelegd in een besluit.

Artikel 5 Toezicht

  • 1. In overeenstemming met artikel 4:37 lid 2 van de Wet wordt het toezicht op de naleving van het bankreglement uitgevoert door het College van Burgemeester en Wethouders.

Hoofdstuk III Klachten

Artikel 6 Klachten

  • 1. Het College beslist over alle klachten die betrekking hebben over de uitleg van dit Bankreglement.

  • 2. Het College beslist nadat de teamleider in de gelegenheid is gesteld zijn visie ten aanzien van de klacht kenbaar te maken.

Artikel 7 Klachtenprocedure (art. 4:17 Wft)

  • 1. De Kredietbank draagt zorg voor een adequate behandeling van klachten van inwoners over financiële diensten, financiële producten en andere producten van de Kredietbank. De Kredietbank beschikt daartoe over een interne klachtenprocedure, gericht op een spoedige en zorgvuldige behandeling van klachten.

  • 2. De interne klachtenprocedure voorziet in de behandeling van klachten van natuurlijke personen met betrekking tot de beslissing en de gang van zaken rond kredietverlening, schuldregeling, budgetbeheer én gedragingen jegens de begeleide, de inwoner, de rekeninghouder en de hulpvrager.

  • 3. De Kredietbank geeft op afdoende wijze bekendheid aan het bestaan van een klachtenprocedure.

  • 4. De klachtenregeling wordt bij afzonderlijk reglement door het College vastgesteld en dient in ieder geval de volgende bepalingen te bevatten:

    • a.

      de mogelijkheid om tegen een beslissing over de gang van zaken bij en een gedraging van de Kredietbank een klacht in te dienen;

    • b.

      de mogelijkheid om tegen een beslissing over en de gang van zaken bij de Kredietbank op de klacht als bedoeld onder a, beroep in te stellen;

    • c.

      de mogelijkheid om tegen een rechtshandeling van de Kredietbank een klacht in te dienen bij de gemeentelijke ombudsman, gemeentelijke ombudscommissie dan wel de Nationale ombudsman.

  • 5. Met het oog op een adequate behandeling van klachten over de door de Kredietbank verleende diensten en producten beschikt de Kredietbank over een klachtenregister, waarbij tenminste wordt vastgelegd:

    • a.

      de naam en het adres van de inwoner die een klacht heeft ingediend;

    • b.

      de klacht, met de daarbij behorende dagtekening van ontvangst;

    • c.

      een omschrijving van de klacht, en;

    • d.

      een beschrijving van de wijze waarop de Kredietbank de klacht heeft behandeld;

    • e.

      de afhandeling en de opvolging.

  • 6. De Kredietbank zal op overeenkomstige wijze als bepaald in de Wet en het Besluit een klachtenprocedure instellen en uitvoeren.

HOOFDSTUK IV FINANCIËLE DIENSTVERLENING

Artikel 8 Toepassingsbereik

  • 1. De artikelen 9 tot en met 16 zijn alleen van toepassing op financiële diensten en financiële producten waarop de Wet van toepassing is.

Artikel 9 Betrouwbaarheid (art. 4:9 en 4:11 Wft)

  • 1. De Kredietbank stelt de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen objectief vast.

  • 2. De Kredietbank stelt de betrouwbaarheid van de werknemers en andere personen die zich onder verantwoordelijkheid van de Kredietbank rechtstreeks met financiële dienstverlening bezighouden, objectief vast.

  • 3. De Kredietbank bepaalt de betrouwbaarheid van de in het eerste en tweede lid van dit artikel bedoelde personen op overeenkomstige wijze als in de Wet en het Besluit.

Artikel 10 Vakbekwaamheid (art. 4:9 Wft)

  • 1. De Kredietbank draagt er zorg voor dat de personen van de Kredietbank die het dagelijks beleid bepalen geschikt en vakbekwaam zijn in verband met de bedrijfsvoering van de Kredietbank.

  • 2. De Kredietbank draagt zorg voor de vakbekwaamheid van zijn werknemers en van andere natuurlijke personen die zich onder zijn verantwoordelijkheid rechtstreeks bezighouden met het verlenen van financiële diensten aan inwoners.

  • 3. De Kredietbank draagt zorg voor de vakbekwaamheid op overeenkomstige wijze als bepaald in de Wet en het Besluit.

Artikel 11 Integere en beheerste bedrijfsvoering (art. 4:11, 4:13, 4:15, 4:15a Wft)

  • 1. De Kredietbank voert een adequaat beleid dat een integere uitoefening van zijn bedrijf waarborgt.

  • 2. De Kredietbank ziet erop toe dat de Kredietbank of haar medewerkers in de uitvoering van hun taken integer handelen en geen handelingen verrichten die het vertrouwen in de Kredietbank of in de financiële markten kunnen schaden, waaronder wordt verstaan het tegengaan dat de medewerkers strafbare feiten of andere wetsovertredingen begaan.

  • 3. De Kredietbank is niet met personen verbonden in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur die in zodanige mate ondoorzichtig is dat deze een belemmering vormt of kan vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op de Kredietbank. En de Kredietbank is niet met personen verbonden in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur, op wie recht van toepassing is van een staat die geen EU-lidstaat is voor zover dat een belemmering vormt of kan vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op de Kredietbank.

  • 4. De Kredietbank richt de bedrijfsvoering zodanig in dat deze een beheerste en integere uitoefening van haar bedrijf waarborgt.

  • 5. De Kredietbank beschikt over procedures en maatregelen die waarborgen dat werknemers die werkzaam zijn onder haar verantwoordelijkheid en wier werkzaamheden het risicoprofiel van de Kredietbank wezenlijk kunnen beïnvloeden of die zich rechtstreeks bezighouden met het verlenen van financiële diensten, een eed of belofte afleggen in lijn met de eed of belofte zoals bedoeld in de Regeling eed of belofte financiële sector 2015.

  • 6. De Kredietbank stelt de beheerste en integere bedrijfsvoering vast op overeenkomstige wijze als bepaald in de Wet en het Besluit.

Artikel 12 Zorgvuldig informatie- en communicatiebeleid (art. 4:19, 4:20 Wft)

  • 1. De Kredietbank draagt er zorg voor dat de door of namens haar verstrekte of beschikbaar gestelde informatie ter zake van een financieel product of financiële dienst, waaronder reclame-uitingen, geen afbreuk doet aan de bij of krachtens de Wet aan de inwoner te verstrekken of beschikbaar te stellen informatie.

  • 2. De door de Kredietbank verstrekte informatie is feitelijk juist, begrijpelijk en niet misleidend.

  • 3. De Kredietbank verstrekt de inwoner, voorafgaand aan het adviseren of de totstandkoming van de overeenkomst inzake een financieel product, informatie voor zover dit redelijkerwijs relevant is voor een adequate beoordeling van dat product.

  • 4. De Kredietbank verstrekt de inwoner gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake een financieel product of een financiële dienst tijdig informatie over wezenlijke wijzigingen in de informatie bedoeld in het derde lid van dit artikel, voor zover deze informatie redelijkerwijs relevant is voor de inwoner dan wel informatie over bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen andere onderwerpen.

  • 5. De Kredietbank zorgt voor een zorgvuldig informatie- en communicatiebeleid overeenkomstig het bepaalde in de Wet en het Besluit.

Artikel 13 Adviseren en execution only (art. 4:23 Wft)

  • 1. Indien de Kredietbank een inwoner adviseert:

    • a.

      wint de Kredietbank in het belang van de inwoner informatie in over zijn financiële positie, kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid, voor zover dit redelijkerwijs relevant is voor het advies;

    • b.

      draagt de Kredietbank er zorg voor dat zijn advies, voor zover redelijkerwijs mogelijk, rekening houdt met de onder a bedoelde informatie;

    • c.

      licht de Kredietbank de overwegingen toe die ten grondslag liggen aan het advies, voor zover dit nodig is voor een goed begrip van het advies.

  • 2. Indien de Kredietbank bij het verlenen van een financiële dienst aan een inwoner niet adviseert (execution only), maakt de Kredietbank dat bij de aanvang van de dienstverlening aan de inwoner kenbaar.

  • 3. De Kredietbank doet dit op overeenkomstige wijze als bepaald in de Wet en het Besluit.

Artikel 14 Zorgvuldige bejegening van de inwoner (art. 4:24a, 4:25 Wft)

  • 1. De Kredietbank zorgt voor nadere regels om bij de behandeling van de inwoner de nodige zorgvuldigheid in acht te nemen.

  • 2. De Kredietbank neemt op zorgvuldige wijze de gerechtvaardigde belangen van de inwoner in acht. En de Kredietbank die adviseert, handelt in het belang van de inwoner.

  • 3. De Kredietbank doet dit op overeenkomstige wijze als bepaald in de Wet en het Besluit.

Artikel 15 Uitbesteding werkzaamheden (art. 4:16 Wft)

  • 1. Bij uitbesteding van werkzaamheden aan een derde draagt de Kredietbank er zorg voor dat deze derde het Bankreglement naleeft voor zover die betrekking heeft op die uitbestede werkzaamheden.

  • 2. De Kredietbank doet dit op overeenkomstige wijze als bepaald in de Wet en het Besluit.

Artikel 16 Verkoop op afstand

  • 1. De Kredietbank houdt bij diensten waarbij er sprake is van verkoop op afstand zorg voor de nakoming van de verplichtingen in het artikel 230, in het bijzonder w-z, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en doet dit overeenkomstig het hierover bepaalde in het Besluit.

HOOFDSTUK V KREDIETVERLENING [DEELS VERPLICHT OGV WET]

Paragraaf 1 Inleidende bepalingen

Artikel 17 Kredietverlening

  • 1. De Kredietbank kan kredieten verstrekken aan natuurlijke personen. Het College kan (ter zake) de bevoegdheid tot het verlenen van kredieten aan de teamleider mandaat/volmacht verlenen en wel tot een nader door het College vast te stellen bedrag.

  • 2. De kredietverlening vindt plaats met in achtneming van de Gedragscode Sociale Kredietverlening van de NVVK.

Artikel 18 Kredietregistratie (art. 4:32 Wft)

  • 1. De Kredietbank neemt deel aan een stelsel van kredietregistratie.

  • 2. Indien de Kredietbank op grond van de raadpleging van een stelsel van kredietregistratie besluit de inwoner geen krediet te verlenen, stelt hij de inwoner onverwijld en kosteloos in kennis van het resultaat van deze raadpleging en van de details van het geraadpleegde gegevensbestand.

  • 3. De Kredietbank verplicht zich de kredietovereenkomst te registreren bij Bureau Krediet Registratie te Tiel. De Kredietbank maakt ten aanzien van de duur van de registratie een eigen afweging ten aanzien van de proportionaliteit van langdurige registratie.

Artikel 19 Formulier standaardinformatie inzake consumptief krediet (art. 4:33 Wft)

  • 1. De Kredietbank dient voorafgaand aan de totstandkoming van een kredietovereenkomst aan de inwoner informatie te verstrekken met het oog op een adequate beoordeling van het krediet.

  • 2. De informatie als bedoeld in lid 1 wordt schriftelijk of op een andere duurzame drager aan de inwoner verstrekt in de vorm van het ESIC-formulier.

  • 3. In het geval dat de inwoner heeft verzocht de kredietovereenkomst tot stand te laten komen met gebruikmaking van een techniek voor communicatie op afstand waardoor de in lid 1 bedoelde informatie niet schriftelijk of op een duurzame drager kan worden verstrekt voorafgaand aan de totstandkoming van de kredietovereenkomst, verstrekt de Kredietbank de informatie aan de inwoner onmiddellijk na de totstandkoming van kredietovereenkomst.

  • 4. De Kredietbank doet dit op overeenkomstige wijze als bepaald in de Wet en het Besluit.

Paragraaf 2 Kredietaanvraag en afwijzing

Artikel 20 Aanvraag

  • 1. Een krediet kan bij de Kredietbank, dan wel via daartoe aangewezen derden, worden aangevraagd.

  • 2. De aanvraag tot kredietverlening vindt plaats op een daartoe door de Kredietbank, op verzoek van de inwoner, ter beschikking te stellen aanvraagformulier.

  • 3. De Kredietbank kan het model aanvraagformulier van de NVVK gebruiken.

Artikel 21 Beoordeling

  • 1. De Kredietbank legt de criteria vast die de Kredietbank ten grondslag legt aan de beoordeling van de kredietaanvraag van een inwoner en past deze criteria toe bij de beoordeling van de kredietaanvraag.

  • 2. De Kredietbank doet dit op overeenkomstige wijze als bepaald in de Wet en het Besluit.

Artikel 22 Afwijzing aanvraag

  • 1. Indien de Kredietbank besluit de kredietaanvraag af te wijzen, doet de Kredietbank hiervan schriftelijk mededeling aan de aanvrager van een krediet onder opgaaf van redenen.

  • 2. In de schriftelijke mededeling wordt tevens vermeld welke klachtmogelijkheden tegen afwijzing van de kredietaanvraag openstaan.

Paragraaf 3 Kredietovereenkomst

Artikel 23 Algemeen

  • 1. De kredietovereenkomst wordt op papier of op een andere duurzame drager aangegaan.

  • 2. De Kredietbank verstrekt de inwoner een exemplaar van de kredietovereenkomst en behoudt zelf ook een exemplaar.

  • 3. Voorafgaand aan de totstandkoming van een kredietovereenkomst wint de Kredietbank, in het belang van de inwoner, informatie in over zijn financiële positie en beoordeelt de Kredietbank, ter voorkoming van overkreditering van de inwoner, of het aangaan van de overeenkomst verantwoord is.

  • 4. De Kredietbank gaat geen kredietovereenkomst aan met een inwoner indien dit, met het oog op het voorkomen van overkreditering van de inwoner, onverantwoord is.

  • 5. De Kredietbank geeft invulling aan dit artikel op overeenkomstige wijze als bepaald in de Wet en het Besluit.

Artikel 24 Inhoud van de kredietovereenkomst

  • 1. Elke kredietovereenkomst dient op papier of een andere duurzame drager te zijn vastgelegd en dient in ieder geval op duidelijke en beknopte wijze voor zover van toepassing te vermelden:

    • a.

      het soort krediet;

    • b.

      de identiteit en geografische adressen van de overeenkomst sluitende partijen en in voorkomend geval de identiteit en het geografische adres van de betrokken bemiddelaar;

    • c.

      de duur van de kredietovereenkomst;

    • d.

      het totale kredietbedrag en de voorwaarden voor kredietopneming;

    • e.

      de debetrentevoet, zoals door het college is vastgesteld;

    • f.

      indien naar gelang van de verschillende omstandigheden verschillende debetrentevoeten worden toegepast, de in onderdeel e genoemde informatie met betrekking tot alle toepasselijke rentevoeten;

    • g.

      het totale bedrag bestaande uit de lening en rentevergoeding;

    • h.

      het bedrag, het aantal en de frequentie van de door de inwoner te verrichten betalingen, en, in voorkomend geval, de volgorde waarin de betalingen aan de verschillende openstaande saldi tegen verschillende debetrentevoeten worden toegerekend met het oog op aflossing;

    • i.

      in geval van aflossing van het krediet van een kredietovereenkomst met vaste looptijd, het recht van de inwoner om gratis en op verzoek op enig ogenblik tijdens de looptijd van de kredietovereenkomst een overzicht van de rekening in de vorm van een aflossingstabel te ontvangen;

    • j.

      indien kosten en interesten worden betaald zonder aflossing van het krediet, een overzicht van de termijnen en voorwaarden voor de betaling van de rente en periodiek en niet-periodieke bijbehorende kosten;

    • k.

      de op het tijdstip van het sluiten van de kredietovereenkomst geldende rentevoet ingeval van betalingsachterstand daarvan alsmede de wijzigingsmodaliteiten en, in voorkomend geval, kosten van niet-nakoming;

    • l.

      een waarschuwing betreffende de gevolgen van wanbetaling;

    • m.

      de eventueel gevraagde zekerheden en verzekeringen;

    • n.

      het al dan niet bestaan van het recht van ontbinding van de kredietovereenkomst en de termijn voor de uitoefening daarvan, alsmede andere uitoefeningsvoorwaarden, zoals informatie over de verplichting voor de inwoner om het krediet aan de Kredietbank terug te betalen binnen 30 kalenderdagen vermeerderd met de over het krediet eventueel verschuldigde kredietvergoeding tot het moment dat het krediet wordt terugbetaald;

    • o.

      informatie omtrent het recht uit artikel 230x van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek;

    • p.

      het recht op vervroegde aflossing, de hiervoor te volgen procedure alsmede, in voorkomend geval, informatie over het recht van de Kredietbank op een vergoeding en de wijze waarop deze vergoeding wordt vastgelegd;

    • q.

      de procedure voor de uitoefening van het recht van beëindiging van de kredietovereenkomst;

    • r.

      in voorkomend geval, de overige contractvoorwaarden, en;

    • s.

      in voorkomend geval, naam en adres van het College.

  • 2. Indien niet voldaan wordt aan het bepaalde in het eerste lid van dit artikel, is de kredietovereenkomst vernietigbaar.

  • 3. Alleen de inwoner kan een beroep op de vernietigbaarheid ingevolge lid 2 doen.

Artikel 25 Ter beschikkingstelling van het krediet

  • 1. Na het sluiten van de kredietovereenkomst wordt:

    • a.

      bij een aflopend krediet (sociale lening), niet zijnde een saneringskrediet, de kredietsom die bij de kredietovereenkomst is bepaald, door de Kredietbank in zijn geheel of gedeeltelijk aan de inwoner beschikbaar gesteld;

    • b.

      bij een aflopend krediet, zijnde een saneringskrediet/herfinanciering, de kredietsom die bij de kredietovereenkomst is bepaald, door de Kredietbank in zijn geheel aan de bij de Kredietbank bekende schuldeisers uitgekeerd en wel na daartoe verkregen akkoord van alle bekende schuldeisers.

  • 2. Indien de ter beschikkingstelling als bedoeld in lid 1 sub a of b van dit artikel op onjuiste wijze plaatsvindt en dit geheel of in overwegende mate te wijten is aan onregelmatigheden aan de kant van de inwoner, is dit geheel voor rekening en risico van de inwoner.

  • 3. Ten aanzien van de ter beschikkingstelling van het krediet kan de Kredietbank aanvullende voorwaarden stellen.

Artikel 26 Algemene voorwaarden

  • 1. Het College stelt de algemene voorwaarden vast die van toepassing zijn op de door de Kredietbank gesloten kredietovereenkomsten.

  • 2. De algemene voorwaarden dienen in ieder geval de volgende bepalingen te bevatten:

    • a.

      de boeken, dit in ruimste zin van het woord, van de Kredietbank strekken tot volledig bewijs van:

      • i.

        alle door de Kredietbank aan of voor rekening van de inwoner gedane betalingen;

      • ii.

        alle door of vanwege de inwoner aan de Kredietbank gedane betalingen;

      • iii.

        de hoogte van de vordering;

    • één en ander onverminderd het recht van de inwoner tot het leveren van tegenbewijs;

    • b.

      de Kredietbank zal ook in rechte ten bewijze van haar vordering kunnen volstaan met het produceren van door de Kredietbank conform getekende uittreksels uit haar boeken;

    • c.

      de Kredietbank is bevoegd het krediet vervroegd op te eisen in de gevallen als bedoeld in artikel 35 van dit Bankreglement.

  • 3. Het College kan (ter zake) het opstellen van algemene voorwaarden aan de teamleider mandaat/volmacht verlenen.

  • 4. Indien het opstellen van de algemene voorwaarden geschiedt door de teamleider, dan worden deze ter goedkeuring voorgelegd aan het College.

  • 5. De Kredietbank draagt er zorg voor dat de aanvrager van een krediet uiterlijk voor of bij het sluiten van de kredietovereenkomst van de algemene voorwaarden een schriftelijk exemplaar ontvangt.

Artikel 27 Zakelijke of persoonlijke zekerheid

  • 1. Indien omstandigheden met betrekking tot de inwoner dan wel het doel van de kredietverlening dit rechtvaardigen, kan de Kredietbank verlangen dat zakelijke of persoonlijke zekerheid wordt gesteld.

Paragraaf 4 Betalingsregeling (maandlast) en vervroegde aflossing

Artikel 28 Betalingsregeling

  • 1. De Kredietbank houdt bij de vaststelling van het termijnbedrag van het krediet rekening met de draagkracht van de inwoner.

Artikel 29 Vervroegde aflossing

  • 1. De inwoner is te allen tijde bevoegd tot gehele of gedeeltelijke vervroegde aflossing.

Paragraaf 5 Kredietvergoeding

Artikel 30 Kredietvergoeding(art 7:76 BW)

  • 1. Indien een krediet met een van tevoren vastgelegde kredietsom c.q. kredietlimiet is overeengekomen kunnen door de Kredietbank enkel vergoedingen in rekening worden gebracht:

    • a.

      voor de afwikkeling overeenkomstig de betalingsregeling van de krediettransactie;

    • b.

      indien de inwoner, na ingebrekestelling, nalatig blijft in zijn verplichting tot betaling ingevolge de krediettransactie.

Artikel 31 Vaststelling kredietvergoeding (art. 7:76 BW)

  • 1. De kredietvergoedingen worden vastgesteld door het College.

  • 2. Het College kan de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid aan de teamleider mandateren/ter uitvoering daarvan volmacht verlenen.

  • 3. De kredietvergoedingen bedragen ten hoogste de door de minister van Financiën toegelaten maximum kredietvergoedingen voor zover deze betrekking hebben op Consumptief krediet, zoals opgenomen in het Besluit kredietvergoedingen.

Paragraaf 6 Opeisbaarheid en kwijtschelding

Artikel 32 Vervroegde opeisbaarheid (art. 7:77 BW)

  • 1. De Kredietbank is bevoegd het krediet vervroegd op te eisen, indien:

    • a.

      de inwoner gedurende tenminste twee maanden achterstallig is in de betaling van een vervallen maandtermijn na in gebreke te zijn gesteld, en nalatig blijft in de nakoming van zijn verplichtingen;

    • b.

      de inwoner Nederland heeft verlaten, dan wel redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de inwoner Nederland binnen enkele maanden zal verlaten;

    • c.

      de inwoner is overleden en de Kredietbank gegronde redenen heeft om aan te nemen dat zijn verplichtingen uit hoofde van de kredietovereenkomst niet zullen worden nagekomen;

    • d.

      de inwoner in staat van faillissement of surseance van betaling is komen te verkeren of ten aanzien van de inwoner de Wsnp van toepassing is verklaard;

    • e.

      de inwoner de tot zekerheid verbonden zaak heeft verduisterd;

    • f.

      de inwoner aan de Kredietbank, met het oog op het aangaan van de kredietovereenkomst, bewust onjuiste inlichtingen heeft verstrekt van dien aard, dat de Kredietbank de kredietovereenkomst geheel niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou hebben aangegaan indien de Kredietbank met de juiste stand van zaken bekend zou zijn geweest.

  • 2. De Kredietbank neemt in deze gevallen bij het besluit het krediet op te eisen de overige bepalingen in dit Bankreglement en de NVVK Gedragscode Sociale Kredietverlening in acht.

Artikel 33 Recht op inkomen en stil pandrecht aangeschafte zaak (art. 7:77 BW)

  • 1. De Kredietbank kan op grond van 7:77 BW lid 1 onder d met de inwoner overeenkomen enig recht op periodieke betaling, verschuldigd uit hoofde van loon of andere inkomsten uit arbeid, van uitkeringen als bedoeld in artikel 475c onder b-i van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, ter zake van een kredietovereenkomst op enigerlei wijze overdraagt, vervreemdt of bezwaart dan wel tot invordering daarvan een onherroepelijke volmacht, in welke vorm of onder welke benaming ook, voor de kredietovereenkomsten:

    • a.

      waaraan als inwoner deelneemt:

      • i.

        echtgenoten of geregistreerde partners als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet, van wie het gezamenlijk netto maandinkomen niet hoger is dan de norm genoemd in artikel 21, onderdeel b, van die wet;

      • ii.

        een alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 4, onderdeel b, van de Participatiewet, van wie het netto maandinkomen niet hoger is dan negentig procent van de norm bedoeld onder i;

      • iii.

        een alleenstaande als bedoeld in artikel 4, onderdeel a, van de Participatiewet, van wie het netto maandinkomen niet hoger is dan zeventig procent van de norm bedoeld onder i;

    • dan wel

    • b.

      in het kader van een regeling met betrekking tot de bestaande schuldenlast van een inwoner (saneringskrediet).

  • 2. De Kredietbank is bevoegd om tot zekerheid van de nakoming van een verbintenis van de inwoner uit hoofde van een kredietovereenkomst, een pandrecht als bedoeld in artikel 237 van Boek 3 te vestigen op een zaak, indien die zaak door de inwoner met het uit hoofde van de kredietovereenkomst verkregen geld wordt aangeschaft of aan de inwoner ingevolge de kredietovereenkomst het genot van die zaak wordt verschaft, voor de volgende kredietovereenkomsten:

    • a.

      waaraan als inwoner deelneemt:

      • i.

        echtgenoten of geregistreerde partners als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet, van wie het gezamenlijk netto maandinkomen niet hoger is dan de norm genoemd in artikel 21, onderdeel b, van die wet;

      • ii.

        een alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 4, onderdeel b, van de Participatiewet, van wie het netto maandinkomen niet hoger is dan negentig procent van de norm bedoeld onder i;

      • iii.

        een alleenstaande als bedoeld in artikel 4, onderdeel a, van de Participatiewet, van wie het netto maandinkomen niet hoger is dan zeventig procent van de norm bedoeld onder i;

    • dan wel

    • b.

      in het kader van een regeling met betrekking tot de bestaande schuldenlast van een inwoner (saneringskrediet).

  • Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het bedingen van een eigendomsvoorbehoud.

  • 3. De Kredietbank is voor toepassing van dit artikel in ieder geval gehouden aan de voorwaarden in artikelen 7:80 en 7:81 BW.

Artikel 34 Kwijtschelding bij overlijden

  • 1. Het College kan het nog niet afgeloste deel van het krediet tot een nader vast te stellen bedrag kwijtschelden, indien de inwoner overlijdt.

  • 2. De in het voorgaande lid bedoelde kwijtschelding geldt in ieder geval niet:

    • a.

      voor zover deze betrekking heeft op betalingen van achterstallige termijnen en daaruit voortvloeiende bijkomende kosten;

    • b.

      voor zover deze betrekking heeft op vervroegde betaalde termijnen;

    • c.

      indien dit uitdrukkelijk door de Kredietbank en de inwoner is overeengekomen;

    • d.

      overige oorzaken die de Kredietbank nopen om kwijtschelding te verlenen.

  • 3. Het College kan besluiten, indien het voorgaande lid van toepassing is, wegens bijzondere omstandigheden alsnog kwijtschelding te verlenen.

  • 4. Het College kan (ter zake) de bevoegdheden als bedoeld in het eerste en derde lid van dit artikel aan de teamleider mandaat/volmacht verlenen.

Artikel 35. Kwijtschelding bij arbeidsongeschiktheid

  • 1. Het College kan het nog niet afgeloste deel van het krediet tot een nader vast te stellen bedrag kwijtschelden, indien de inwoner gedurende de looptijd van de kredietovereenkomst arbeidsongeschikt wordt verklaard.

  • 2. De in het voorgaande lid bedoelde kwijtschelding vindt niet plaats, indien:

    • a.

      de inwoner al bij het aangaan van de kredietovereenkomst inkomsten genoot uit één of meerdere sociale verzekeringen, dan wel uit een overeenkomst van verzekering ter vervanging van de sociale verzekeringen;

    • b.

      de inwoner al bij het aangaan van de kredietovereenkomst niet in staat was zijn werkzaamheden, op grond van zijn gezondheid, naar behoren te verrichten;

    • c.

      de inwoner bij het beroep op kwijtschelding geen verklaring kan overleggen van de uitkerende instantie dat de arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op 80 tot 100% en deze arbeidsongeschiktheid een langdurig karakter heeft.

  • 3. Het College kan besluiten, indien het voorgaande lid van toepassing is, wegens bijzondere omstandigheden van het geval alsnog kwijtschelding te verlenen.

  • 4. Het College kan voor de bevoegdheden als bedoeld in het eerste en derde lid van dit artikel aan de teamleider mandaat/volmacht verlenen.

Paragraaf 7 Schuldregelingsovereenkomst

Algemene Bepalingen

Schuldenaar:

de natuurlijke persoon die een aanvraag voor schuldhulpverlening indient, ook hulpvrager genoemd;

Schuldregeling: 

een regeling tussen een hulpvrager en schuldeisers voor een minnelijke regeling van de totale schuldenlast die tot stand komt door bemiddeling van een schuldhulpverlener (bijvoorbeeld de Kredietbank);

Schuldregelings-

overeenkomst:

een overeenkomst tussen de schuldenaar/hulpvrager en de financiële hulpverlener (de Kredietbank) die de rechten, verplichtingen en voorwaarden beschrijft voor het tot stand komen van een schuldregeling;

Artikel 36 Schuldregelingsovereenkomst

  • 1. De rechten en verplichtingen van de Kredietbank en de schuldenaar worden in geval van een schuldregeling vastgelegd in een schuldregelingsovereenkomst.

  • 2. De Kredietbank hanteert daarbij het model, zoals dit door de NVVK is vastgesteld, als basis.

  • 3. De Kredietbank verstrekt aan de hulpvrager een door de Kredietbank ondertekend afschrift van de schuldregelingsovereenkomst en de overeenkomst tot kredietverlening bij het verstrekken van een saneringskrediet.

  • 4. Op het saneringskrediet is hoofdstuk IV en wel de paragrafen 1 tot en met 6 van toepassing, zulks met uitzondering van de artikelen 17, 19,25 lid 1 sub a en c en lid 3, 28 en 32 van dit Bankreglement.

  • 5. De Kredietbank registreert de schuldregelingsovereenkomst bij Bureau Krediet Registratie indien dit vereist is op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.

HOOFDSTUK VI BUDGETBEHEER EN BUDGETBEGELEIDING

Paragraaf 1 Algemene bepalingen

Begeleide:

de natuurlijke persoon met wie de Kredietbank een overeenkomst tot Budgetbegeleiding heeft gesloten;

Budgetbegeleiding:

het stimuleren, motiveren en ondersteunen van een natuurlijke persoon teneinde te komen tot een verantwoord financieel beheer en het aanreiken van vaardigheden;

budgetbeheer:

het geheel van activiteiten in het kader van het beheren van het inkomen van de rekeninghouder en het, overeenkomstig het vastgestelde budgetplan, verrichten van betalingen;

Rekeninghouder:

de natuurlijke persoon die met de Kredietbank een overeenkomst tot budgetbeheer heeft gesloten;

Artikel 37 budgetbeheer

  • 1. De Kredietbank kan een natuurlijke persoon in de gelegenheid stellen een budgetbeheerrekening bij de Kredietbank te openen.

  • 2. De werkzaamheden van de Kredietbank vinden plaats in overeenstemming met de richtlijnen van de Gedragscode Schuldhulpverlening en de module Budgetbeheer van de NVVK en, indien van toepassing, het in het kader van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening door het College/Bestuur opgestelde beleidsplan en bijbehorende beleidsregels.

Paragraaf 2 Aanvraag en afwijzing

Artikel 38 Aanvraag

  • 1. Budgetbeheer kan bij de Kredietbank, dan wel via een andere daartoe door het College aangewezen derde, worden aangevraagd.

  • 2. De aanvraag voor budgetbeheer dient plaats te vinden op een daartoe door het College voorgeschreven wijze.

  • 3. Indien de aanvraag bij de Kredietbank plaatsvindt, kan de Kredietbank het model aanvraagformulier Budgetbeheer van de NVVK gebruiken.

  • 4. De aanvraag kan achterwege blijven indien de Kredietbank budgetbeheer als voorwaarde aan een schuldregeling verbindt.

Artikel 39 Afwijzing aanvraag

  • 1. Indien de Kredietbank besluit de aanvraag voor budgetbeheer af te wijzen, doet de Kredietbank hiervan schriftelijk mededeling aan de aanvrager onder opgaaf van redenen.

  • 2. In de schriftelijke mededeling wordt tevens vermeld welke mogelijkheden tot het indienen van een bezwaar en/of klacht tegen de afwijzing van de aanvraag openstaan.

Paragraaf 3 Overeenkomst tot budgetbeheer

Artikel 40 Overeenkomst tot budgetbeheer

  • 1. De rechten en verplichtingen van de Kredietbank en de rekeninghouder worden vastgelegd in een overeenkomst tot budgetbeheer.

  • 2. De Kredietbank verstrekt de rekeninghouder een door de Kredietbank ondertekend exemplaar van de overeenkomst tot budgetbeheer.

  • 3. De Kredietbank hanteert het model, zoals dit door de NVVK is vastgesteld, als basis.

Artikel 41 Algemene voorwaarden

  • 1. Het College stelt algemene voorwaarden vast die van toepassing zijn op de door de Kredietbank gesloten overeenkomsten tot budgetbeheer.

  • 2. De Kredietbank draagt er zorg voor dat aan de rekeninghouder die een aanvraag tot budgetbeheer doet, uiterlijk voor of bij het sluiten van de overeenkomst tot budgetbeheer, daarvan een schriftelijk exemplaar ontvangt.

  • 3. De Kredietbank hanteert het model, zoals dit door de NVVK is vastgesteld, als basis.

  • 4. Het College kan (ter zake) het opstellen van de algemene voorwaarden aan de teamleider mandaat/volmacht verlenen.

Paragraaf 4 Overige bepalingen budgetbeheer

Artikel 42 Overige bepalingen

  • 1. De Kredietbank verstrekt periodiek aan de rekeninghouder kosteloos een afschrift van het verloop van de budgetbeheerrekening.

  • 2. De Kredietbank is bevoegd aan de rekeninghouder een vergoeding in rekening te brengen voor de kosten van het budgetbeheer en voor het opnieuw verstrekken van een al eerder toegezonden periodiek afschrift en/of de eindafrekening.

HOOFDSTUK VII BEPALINGEN VOOR FINANCIËLE VERANTWOORDING

Artikel 43 Verslag werkzaamheden en bedrijfseconomische ontwikkeling

  • 1. De Kredietbank doet jaarlijks verslag van haar werkzaamheden en van de bedrijfseconomische ontwikkeling.

  • 2. Het verslag wordt ter kennis gebracht van de gemeente en de gemeenten waarmee de Kredietbank een overeenkomst heeft gesloten (en de aan de gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten).

Artikel 44 Reserve en fondsen

  • 1. Het saldo van activiteiten op het gebied van kredietverstrekking zijn als onderdeel van programma 6 Inkomensondersteuning, opgenomen in de exploitatiebegroting van de gemeente Emmen en daarmee begrepen in de jaarlijkse P&C-cyclus.

  • 2. Ten behoeve van het risico wegens afboeken van leningen als gevolg van oninbaarheid en overlijden is met het vaststellen van het Reglement Gemeentelijke Kredietbank gemeente Emmen (GKB) bij Raadsbesluit in 1998 het “GKB risicofonds” ingesteld.

  • 3. Het fonds wordt gevoed met een vaste jaarlijkse dotatie ten laste van de exploitatiebegroting.

  • 4. De financiële verantwoording vindt plaats conform het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).

HOOFDSTUK VIII SLOTBEPALINGEN

Artikel 45 Slotbepaling

  • 1. In alle gevallen waarin niet bij of krachtens de Wet of het Bankreglement is voorzien, beslist het College naar redelijkheid en billijkheid.

  • 2. Het College kan voor deze bevoegdheid aan de teamleider mandaat/volmacht verlenen.

Artikel 46 Inwerkingtreding

  • 1. Dit Bankreglement treedt een dag na publicatie in werking onder gelijktijdige intrekking van het “Reglement Gemeentelijke Kredietbank Emmen”, zoals deze d.d. 12 mei 2015 is vastgesteld.

  • 2. Aanvragen voor een krediet die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van dit Bankreglement en waarop nog niet is beslist, worden afgehandeld volgens de bepalingen van dit Bankreglement.

  • 3. Voor lopende kredietverstrekkingen gelden de bepalingen van het Reglement Gemeentelijke Kredietbank Emmen, tenzij die bepalingen nadeliger zijn voor de kredietnemer in vergelijking met de bepalingen van het ‘Reglement Gemeentelijke Kredietbank gemeente Emmen 2026’.

Artikel 47 Citeertitel

Dit Bankreglement kan worden aangehaald als: ‘Reglement Gemeentelijke Kredietbank gemeente Emmen 2026’.

Ondertekening