Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR763232
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR763232/1
Kwaliteitskader Historische Linten
Geldend van 24-06-2026 t/m heden
Intitulé
Kwaliteitskader Historische LintenHet college van burgemeester en wethouders van Gouda;
gelezen het voorstel van 2 juni 2026,
gelet op artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht;
besluit:
De beleidsregel Kwaliteitskader Historische Linten vast te stellen.
1. Inleiding
1.1 Aanleiding
De historische linten van Gouda zijn onmiskenbaar verbonden met de ruimtelijke ontwikkelingen van de stad. Dit document biedt handvatten om de ruimtelijke kwaliteiten van de linten verder te borgen en te versterken.
1.1.1 waarom een ruimtelijke uitwerking?
In 2021 is de Historische Lintenvisie vastgesteld, hierin is benoemd welke wegen en waterwegen van grote historische betekenis zijn voor de stad en welke kernkwaliteiten deze linten voor de stad hebben. Wat in de Historische Lintenvisie ontbreekt zijn handvatten voor het sturen van ruimtelijke ontwikkelingen aan en in de directe omgeving van de linten.
1.1.2 doelstellingen
Het doel van voorliggend document is een verdere duiding van de verschillende linttypen en het aanreiken van bouwstenen die toekomstige ontwikkelingen langs de linten op een juiste wijze kunnen sturen. Hierbij wordt aangehaakt op de methodiek van veiligstellen, inpassen en transformeren uit de Historische Lintenvisie 2021.
- •
Veiligstellen. Behouden, beschermen, benutten, versterken en herstellen van de kwaliteiten, waarbij weinig of geen ontwikkelmogelijkheden zijn (“nee, tenzij”);
- •
Inpassen. Behouden, beschermen, benutten, versterken en herstellen van de kwaliteiten, waarbij ontwikkelingen onder voorwaarden mogelijk zijn (“ja, mits”);
- •
Transformeren. Behouden, beschermen, benutten, versterken en herstellen van de kwaliteiten, waarbij grote mogelijkheden zijn tot herontwikkeling en functieverandering.
Weglint
Waterlint
2. Ontwikkeling van de Goudse linten
2.1 Linten als stedelijke en landschappelijke structuurdragers
2.1.1 Dragers van stedelijke ontwikkeling
De linten van Gouda zijn de historische aders van de stad. Ze zijn ontstaan op de natuurlijke en gegraven verhogingen in het veenlandschap, zoals dijken en kades langs waterwegen.
De lintstructuur is bepalend geweest voor hoe Gouda is gegroeid van een nederzetting tot een stad. Door de tijd hebben de linten 3 functies gehad.
Ontginning en Vestiging
De linten (zoals de Tiendeweg, Bloemendaalseweg en Voor- en Achterwillenseweg) waren oorspronkelijk de basis voor de ontginning van het achterliggende veen. De kavels werden haaks op deze linten uitgezet. Omdat de bodem buiten de linten erg drassig was, concentreerde alle vroege bebouwing zich op deze smalle stroken.
Economische Slagaders
Gouda is groot geworden door handel en nijverheid over water en weg. Dit is af te lezen aan de linten die functioneerden als de economische slagaders van de stad.
De Gouwe en de IJssel trokken bierbrouwerijen, pijpenmakerijen en plateelfabrieken aan. De linten fungeerden als de belangrijkste toegangswegen. De bebouwing langs deze wegen verdichtte zich naarmate de stad groeide, waardoor de karakteristieke mix van wonen en kleinschalige bedrijvigheid ontstond die je nu nog ziet.
Stedelijke Verdichting en Uitbreiding
In de 19e en 20e eeuw fungeerden de linten als de “kapstok” voor nieuwe woonwijken. In plaats van de linten te vervangen, bouwde men de stad eromheen.
De ruimte tussen de historische linten werd opgevuld met moderne woonwijken, hierdoor bleven de linten herkenbaar als historische lijnen die de verschillende wijken met de binnenstad verbinden.
In de volgende paragrafen is de ontwikkeling van de stad Gouda en de bijbehorende linten nader uiteengezet.
2.1.2 De elfde eeuw
De elfde eeuw markeert de start van de ontginning van de veengronden rondom Gouda. De natuurlijke watersysteem vormde hierbij de basis, de ontginning vond plaats haaks op de rivieren Gouwe en Hollandse IJssel. Pioniers vestigden zich op de koppen van de ontginningskavels, langs de rivieren. Zo ontstond de eerste lintbebouwing.
De oorspronkelijke ontginning is nog goed zichtbaar in het historische centrum. De oorspronkelijke loop van de Gouwe bepaalde de richting van de eerste ontginningen. Een bocht in de Gouwe (de huidige Kromme Gouwe) zorgde voor een waaierstructuur van de kavels. Dit is nog steeds zichtbaar in het stratenpatroon.
Op de scheiding tussen ontgonnen en onontgonnen land werden kades aangelegd voor het waterbeheer, tiendwegen genoemd. Deze tiendwegen zijn nu als linten herkenbaar in het stedelijk weefsel.
Figuratieve kaart van Zuid-Holland in de 11e eeuw met Gouda gemarkeerd, Smits Jzn., J., aangepast door auteur (regionaal archief Dordrecht)
2.1.3 Veertiende eeuw
In de 14e eeuw transformeert Gouda, mede door de strategische ligging aan de Gouwe en de Hollandse IJssel, van een agrarische ontginningsnederzetting naar een volwaardige stad.
Grootschalige turfwinning voor brandstof leidde tot versnelde bodemdaling in de omgeving. Dit, samen met verzanding van de Hollandsche IJssel, maakte afwatering steeds moeizamer.
Dit maakte grootschalige aanpassingen aan het watersysteem noodzakelijk. Landbouwpercelen uit de 11e eeuw worden daarom voorzien van nieuw afwateringsloten, kades en afwateringssluizen. De Gouwe transformeert van een natuurlijke veenstroom naar een kanaal dat verbonden wordt met de Oude Rijn. In Gouda zorgt de Donkere Sluis ervoor dat water vanuit de stad tijdens laag water op de Hollandsche IJssel geloosd kan worden.
Schilderijkaart met het rivierenlandschap met de stad Gouda, ca. 1520, Pieter Crabeth (Streekarchief Midden-Holland)
2.1.4 Zeventiende eeuw
De grootschalige turfwinning in de omgeving van Gouda leidde tot de ontwikkeling van een landschap van petgaten en legakkers. Onder invloed van wind en golfslag verdwenen de legakkers en transformeerden de petgaten tot grote veenplassen (Reeuwijkse-, Sluipwijkse-, Waddinxveense en Moordrechtse plassen en de Zuidplas)
Introductie van windmolens maakte polderbemaling mogelijk. De richting van de afwatering verschoof voor de meeste polders naar de Oude Rijn, behalve voor het Land van Stein ten oosten van Gouda, dat via molenbemaling en weteringen op de IJssel bleef lozen. Als gevolg werden veel waterwegen naar de Hollandsche IJssel minder belangrijk. Deels verdwenen deze.
Plattegrond Gouda 1649 Source: Rijksmuseum
2.1.5 Negentiende eeuw
In de 19e eeuw wordt de turfstook vervangen door de kolenstook. Stoomgemalen worden geïntroduceerd en hiermee worden de veenplassen ten (noord)westen van Gouda drooggemalen, zo is onder andere de Zuidplaspolder ontstaan. Afwatering vond en vind plaats via ringvaarten, welke nu als lintstructuren nog herkenbaar zijn in het landschap.
De 19e eeuw brengt ook ontwikkelingen buiten de singels, zoals de aanleg van de spoorlijn maar ook verdichting langs linten in de polder.
De Reeuwijkse Plassen blijven, mede door een groeiend bewustzijn van de natuurwaarde en de populariteit voor recreatie, behouden.
Source: Streekarchief Midden-Holland
2.1.6 Begin twintigste eeuw
Tot de 20e eeuw was het watersysteem in grote mate bepalend voor de stedelijke ontwikkeling van Gouda, vanaf de 20e eeuw veranderde dit echter. Grachten en watergangen werden gedempt voor grootschalige stedelijke en industriële ontwikkelingen. Waar de ontginning uit de 11e eeuw, met kenmerkende ontginningslinten en haakse watergangen lang bepalend zijn geweest als ordenend principe voor ontwikkelingen in de stad werd dit in de 20e eeuw grotendeels losgelaten.
Veenlinten als de Bloemendaalseweg, Achterwillenseweg en Voorwillenseweg zijn opgenomen in het stedelijk weefsel.
Met de aanleg van de Julianasluis verdween ook de scheepvaart grotendeels uit het centrum van Gouda.
Source: Gouda Waterstad
2.1.7 Eind twintigste en begin eenentwintigste eeuw
In deze periode wordt de stad verder uitgebreid. Er vindt een schaalvergroting plaats in bebouwing, industrie, en infrastructuur. Dit heeft een groeiende invloed op de ruimtelijke structuur van Gouda
Karakteristieke linten zoals de Winterdijk verdwijnen gedeeltelijk als gevolg van industriële ontwikkeling. Grote industrieterreinen vestigen zich langs de Kromme en Nieuwe Gouwe, het Gouwekanaal en de Hollandsche IJssel. De fysieke en visuele verbinding tussen waterlinten en weglinten wordt verstoord.
Source: Holland Luchtfoto
2.2 Hedendaagse uitdagingen
2.2.1 Kansrijke historische linten
De historische linten vormen een krachtig contrast met de recente uitbreidingswijken. De kleinschaligheid, ritmiek van de gevels, open weides en oude waterlopen, bieden een menselijke maat en een referentie naar de historie van de stad.
Doordat de meeste linten enerzijds zijn verbonden met het centrum en anderzijds onderdeel uitmaken van het stedelijk weefsel van de verschillende uitbreidingswijken kunnen ze zeer goede verbindingen vormen voor langzaam verkeer. Door de verbinding met het buitengebied kunnen linten bovendien functioneren als recreatieve routes.
De aanwezigheid van water en groen aan de linten zelf, maar zeker ook op de omliggende kavels, maakt het netwerk van linten in potentie een sterke groen-blauwe dooradering van de stad. Linten zijn belangrijke ecologische corridors van het buitengebied de stad in. Groene uitlopers die de natuur diep de stad in brengen en de stad met het landschap verbinden. Dit geldt zowel ecologisch, maar zeker ook vanuit klimaatadaptief oogpunt, waarbij de linten functioneren als routes tegen hittestress en plekken waar water opgevangen wordt en verkoeling brengt.
2.2.2 Bedreigingen voor de linten
Naast kansen zijn er ook bedreigingen voor de ruimtelijke kwaliteit van de linten. Door de stedelijke uitbreidingen eind 20ste en begin 21e eeuw liggen de linten inmiddels ingeklemd in het stedelijk weefsel en, met onder andere de woningbouwopgave, blijft de druk op de ruimte onverminderd groot. Bij ontwikkelingen langs of nabij de linten is goede sturing nodig om de ruimtelijke kwaliteit van de linten te behouden.
Daarnaast staan beheer- en onderhoudsbudgetten steeds meer onder druk. Bij verminderd onderhoud van bijvoorbeeld groen en wegen, kan de ruimtelijke kwaliteit van de linten afnemen.
Tot slot kunnen ook ontwikkelingen op perceelsniveau, bijvoorbeeld exotische beplanting of niet passende architectuur, afbreuk doen aan de lintbeleving. Vaak betreft het hier private eigenaren, wat sturing op dergelijke ontwikkelingen lastig maakt.
Linten als groen blauwe dragers
Beperkt aandacht voor maat en schaal van ontwikkeling
Cultuurhistorie langs het lint
Ontwikkeling op private kavels doet afbreuk aan beleving
Lint als langzaam verkeer route
Lint primair ingericht voor automobilist
Decor doet afbreuk aan de ruimtelijke kwaliteit
3. Recepten van Goudse kwaliteit
In dit hoofdstuk wordt in 4 paragrafen beschreven hoe voor de historische linten recepten van Goudse kwaliteit ontwikkeld kunnen worden.
Paragraaf 3.1 geeft verdere uitwerking linten die zijn geïdentificeerd in de Historische Lintenvisie Gouda uit 2021. De verschillen tussen de linten worden meer specifiek gemaakt. Dit als opmaat voor het sturen van ontwikkelingen, niet overal kan hetzelfde.
Paragraaf 3.2 beschrijft hoe de recepten van Goudse kwaliteit ontwikkeld kunnen worden aan de hand van 6 stappen.
Paragraaf 3.3 geeft vervolgens een overzicht van ingrediënten die in de recepten kunnen worden toegepast. Deze ingrediënten zijn gecategoriseerd naar groen, water, mobiliteit, bebouwing en algemeen.
Paragraaf 3.4 toont 4 voorbeelduitwerkingen waarin wordt getoond hoe deze ingrediënten bij een ontwikkeling kunnen worden ingezet.
3.1 Kader voor een verdere uitwerking linttypen
3.1.1 Een nieuwe categorisering van de historische linten
In de Historische Lintenvisie Gouda 2021 zijn de Goudse linten geïdentificeerd waarbij ook zeer nauwkeurig is gekeken naar de lintzones en het invloedsgebied van de linten.
De categorisering van de historische linten heeft zich beperkt tot weglinten en waterlinten, terwijl er een groter en nauwkeuriger onderscheid te maken is.
De handreiking boerderijlinten Zuid-Holland biedt handvatten voor een verdere categorisering van de Goudse linten. In deze handreiking zijn de boerderijlinten van Zuid-Holland op basis van bodemtype, ontstaansgeschiedenis, hoogteverschillen, maat en schaal onderverdeeld in 5 clusters en 35 typen linten.
Wanneer we vanuit deze methodiek, met onderscheid in bodem, ontginningsgeschiedenis, hoogteverschillen, maat en schaal naar de historische linten van Gouda kijken zijn 9 van de 35 Zuid-Hollandse linttypen ook in Gouda terug te vinden binnen 3 categorieën; veenlinten, vaartlinten en dijklinten. Op de volgende pagina worden de ontstaansgeschiedenis en kernkarakteristieken van de 3 categorieën beknopt beschreven.
Veenlint
Ontstaansgeschiedenis
Veenlinten zijn ontstaan tijdens de ontginning van veengebieden, vaak vanaf de middeleeuwen. Vanuit een hoofdontginningsas - meestal een weg of een watergang - groef men sloten en weteringen om het veen te ontwateren. Langs deze as vestigden zich mensen, waardoor een langgerekt, lineair bebouwingslint ontstond. Veenlinten groeiden geleidelijk, met een open opzet die zicht bleef bieden op het omliggende landschap.
Kernkarakteristieken
Algemeen: veenlinten hebben typerende smalle, langgerekte kavels die worden omsloten door water. Veenlinten zijn lineair, kleinschalig, gevarieerd en intiem.
Structuurdrager: weg en veenwetering.
Dwarsprofiel: zeer smal wegprofiel met water aan weerszijden, symmetrisch.
Hoogteverschil: geen hoogteverschil.
Maat/schaal: kleinschalig en gevarieerd, kleine korrel aan de weg en grotere korrel erachter.
Openheid: veelal half open, met ruime doorzichten naar het achterland via vrije kavels, tussen bebouwde kavels door en over de kavels heen.
Erfafscheiding: streekbeplanting, knotbomen.
Vaartlint
Ontstaansgeschiedenis
Vaartlinten zijn door mensen gegraven waterlopen. De bereikbaarheid die het water biedt maakte het aantrekkelijk hier te vestigen, de vaartlinten zijn daarom vaak vrij dicht bebouwd. De hoger gelegen en smallere boezems vangen polderwater op en voeren het af.
Kernkarakteristieken
Algemeen: vaartlinten hebben een gevarieerd karakter qua maat, schaal en ritmiek; met vaak kenmerkende hoogteverschillen en een directe relatie met de watergang.
Structuurdrager: boezem of vaart.
Dwarsprofiel: groene bermen en zichtbare watergang, asymmetrisch.
Hoogteverschil: klein tot kenmerkend hoogteverschil.
Maat/schaal: gevarieerd, kleinere korrel direct aan de watergang en grotere korrel erachter.
Openheid: half open, met doorzichten naar het achterland via vrije kavels en/of vanaf de verhoogde watergang.
Erfafscheiding: streekbeplanting.
Dijklint
Ontstaansgeschiedenis
Dijklinten vormden zich historisch op en aan de binnendijkse zijde van dijken. Inwoners waren hier beschermd tegen overstromingen. Daarnaast boden dijken goede bereikbaarheid en uitzicht over het omliggende landschap en water. Langs dijken die hun primaire waterkerende functie hebben verloren - vooral polderdijken - is bebouwing aan beide zijden van de dijk ontstaan.
Kernkarakteristieken
Algemeen: linten met een kenmerkend hoogteverschil, gelegen aan dijken langs rivieren en in polders. Bebouwing bevindt zich zowel op, als onderaan de dijk.
Structuurdrager: dijk.
Dwarsprofiel: smalle kruin met steile taluds, asymmetrisch.
Hoogteverschil: kenmerkend tot zeer kenmerkend hoogteverschil.
Maat/schaal: gevarieerd, kleinere korrel direct aan of op de dijk, grotere korrel erachter.
Openheid: half open, met doorzichten naar het achterland en het water via vrije kavels en panorama’s vanaf de dijk.
Erfafscheiding: streekbeplanting.
3.1.2 Het lint als verbinding tussen stad en land
De focus van de provinciale visie ligt op de historie van de linten in het buitengebied, de Goudse lintenvisie gaat juist ook over de huidige stedenbouwkundige context van de linten en de functie van de linten als verbinding tussen de stad en het omliggende landschap.
Om de stedenbouwkundige context van de veen-, vaart- en dijklinten te duiden zijn deze, aansluitend op de Omgevingsvisie Gouda, onderverdeeld naar stedenbouwkundige typologie, zoals weergegeven op de afbeelding hiernaast. De binnenstad is een complex gebied waar naast de visie op de linten nog veel andere opgaven spelen. De uitwerking van de linten in de binnenstad is daarom geen onderdeel van deze visie.
l
Stad - land overgang Bloemendaalseweg
3.2 Recepten
3.2.1 Recepten
Paragraaf 3.1 laat zien dat er verschillende type linten zijn en dat er binnen de linten nog grote verschillen zijn naar aanleiding van stedelijke dichtheid. Dit maakt dat elke plek langs een lint uniek is. Om ontwikkelingen aan de verschillende linten op een juiste manier te sturen geeft deze paragraaf een werkwijze voor het ontwikkelen van recepten. Deze recepten vormen de handvatten voor behoud, ontwikkeling en versterking van de kwaliteiten van de Goudse linten.
De recepten vormen nadrukkelijk geen volledig uitgewerkte visie maar juist een methodiek die op elke plek en bij elke ontwikkeling op eenvoudige manier toepasbaar is.
Elk recept geeft een beknopte typering van de opgave en de karakteristieke kenmerken en knelpunten die er spelen bij het vormgeven aan deze ontwikkeling. Om de ontwikkeling zorgvuldig in te passen zijn er bouwstenen op een rij gezet waar men bij een ontwikkeling gebruik van kan maken, de ingrediënten, deze zijn verder uitgewerkt in de volgende paragraaf.
Het uitwerken van de specialiteiten kan aan de hand van 6 stappen:
- 1.
Bepaal in welk type lint je gaat ontwikkelen, kijk hoe groot de bijbehorende lintzone is, dit is het gebied waar de ontwikkeling invloed op heeft. Breng vervolgens de geschiedenis van de plek in beeld. Wat is de ontstaansgeschiedenis van de plek en hoe kun je op basis van deze geschiedenis het huidige landschap interpreteren.
- 2.
Breng de huidige kenmerken van de omgeving in beeld, kijk hierbij niet enkel naar het perceel maar ook juist naar de omliggende percelen en het gehele lint.
- 3.
Breng de kwaliteiten van het perceel in beeld. Wat zijn kwaliteiten die in de nieuwe situatie in ieder geval terug moeten komen? Wat zijn de kwaliteiten die met de ontwikkeling behouden of versterkt kunnen worden? Breng ook de knelpunten in beeld en beschrijf waar ontwikkeling mogelijkheden biedt om knelpunten weg te nemen.
- 4.
Formuleer uitgangspunten waar de nieuwe ontwikkeling aan moet beantwoorden. De smaakmakers in combinatie met de eerste 3 stappen bieden hiervoor houvast. De uitgangpunten bieden houvast voor de planuitwerking en de ruimtelijke inpassing daarvan.
- 5.
Toon goede voorbeelden ter referentie.
- 6.
Teken de ontwikkeling uit om te toetsen of het voorstel voldoet aan de eerste 5 stappen en daarmee een bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit van het lint.
Gemeente en ontwikkelende partij trekken bij het doorlopen van de 6 stappen samen op. De gemeente kan daarbij aan de voorkant een sturende rol vervullen op basis van de kennis die al in huis is. Na het doorlopen van de stappen heeft de gemeente een toetsende rol.
3.2.2 Ingrediënten
Voor de recepten is er een palet aan ingrediënten. Sommige ingrediënten hebben betrekking op de schaal van het lint, dit zijn ordenende principes. Andere ingrediënten hebben betrekking op de schaal van het perceel of de bebouwing, deze ingrediënten zorgen voor een gedegen inpassing.
De ingrediënten zijn gecategoriseerd naar groen, water, mobiliteit, bebouwing en algemeen en worden in de volgende paragraaf beschreven.
De ingrediënten doen uitspraken over zowel het lint als over de invloedszone van het lint. Voor de huidige situatie moeten de ingrediënten en smaakmakers vooral gezien worden als inspiratie ter verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Voor nieuwe ontwikkelingen hebben de ingrediënten en smaakmakers een meer dwingend karakter.
Sommige basisingrediënten en smaakmakers zijn generiek voor alle Goudse linten, andere richten zich op een specifieke lintcategorie. Dit wordt inzichtelijk gemaakt door onderstaande iconen bij de verschillende ingrediënten te plaatsen.
3.3 Bouwstenen voor de linten
3.3.1 Groen
De groene ingrediënten betreffen de bermbeplanting en de opgaande beplanting langs het lint. Daarnaast ook de groene inpassing van de percelen in de lintzone.
Bermbeplanting Een eenduidige bermbeplanting en een doorgaande (enkele of dubbele) bomenrij langs het lint dragen in sterke mate bij aan de herkenbaarheid van het lint.
Weide In de lintzone dragen open weides bij aan de lintbeleving en de relatie met het omliggende polderlandschap. Een groene inpassing van de bebouwde percelen draagt hier verder aan bij.
Bosschages in de lintzone dragen eveneens bij aan de lintbeleving en een groene inpassing van naastgelegen bebouwde percelen.
Voorerven Kenmerkend voor bebouwing langs de linten zijn de voorerven met een tuin achtige uitstraling. Vaak voorzien van solitaire bomen en hagen.
Achtererven De achterzijde van het erf heeft van oorsprong vaak meer een nutsfunctie, zoals bijvoorbeeld een boomgaard. Achtererven zorgen voor een prettige scheiding tussen lint en achterliggende woonwijken.
Houtsingels en hagen langs de perceelsgrenzen zorgen voor een goede inpassing van percelen in het lint.
Klimaatadaptief sortiment draagt bij aan de robuustheid van beplanting langs het lint en heeft bovendien meerwaarde voor biodiversiteit.
3.3.2 Water
Dit betreft de watergang(en) langs het lint en de kavelsloten indien aanwezig.
Doorgaande watergang Een doorgaande watergang langs het lint draagt in sterke mate bij aan de lintbeleving. Bij voorkeur is de watergang aan beide zijden van het lint aanwezig.
Kavelsloten dragen bij aan een goede inpassing van de bebouwde percelen en de beleving van het lint. Ze vormen een referentie naar de ontginningsstructuur.
Bruggen als kavelontsluiting dragen bij aan het karakter van het lint. Deze dienen in vormgeving en uitstraling aan te sluiten bij de karakteristiek van het lint.
Natuurvriendelijke oevers langs de kavels zijn passend bij de historische uitstraling van het lint en hebben bovendien veel waarde voor de biodiversiteit.
Lage beschoeiing. Wanneer beschoeiing toch noodzakelijk is wordt deze vlak boven de oeverlijn geplaatst om zo min mogelijk zichtbaar te zijn.
Fauna uitreed plaatsen worden toegepast wanneer beschoeiingen noodzakelijk zijn, zo kunnen dieren het water verlaten.
3.3.3 Mobiliteit
Qua mobiliteit gaat het met name om het identificeren van kansen en sturing geven naar de toekomst.
Beperken van intensivering. De druk op de linten is hoog, verdere toename van autoverkeer is, zeker bij veen- en vaartlinten, niet gewenst.
Passend materiaalgebruik draagt bij aan de uitstraling van het lint, scherpe contrasten moeten voorkomen worden. Bij voorkeur toepassen van materiaal dat past binnen de historische context
Continue profiel draagt bij aan de lintbeleving, bij voorkeur met doorgaande fietsroutes en, indien inpasbaar binnen het profiel van het lint, vrijliggende wandelpaden.
Duurzame mobiliteit door het inzetten op een aantrekkelijke inrichting voor voetgangers en fietsers. Dit ook in het kader van het STOMP-principe. Dit draagt ook bij aan de recreatieve functie die de linten vervullen als stad-land verbinding.
Parkeren wordt op het perceel en uit het zicht georganiseerd om de continuïteit van het lint te borgen.
3.3.4 Bebouwing
Maat en schaal Nieuwe ontwikkelingen langs het lint moeten zich voegen naar de maat, schaal en uitstraling van het lint.
Kavelinrichting Naast aansluiting bij het lint zelf kent ook de kavelinrichting een bepaalde ordening waarbij aangesloten dient te worden. Het gaat hierbij om orientatie en positionering van nieuwe bebouwing, het voorerf, het achtererf en de perceelsafscheiding.
Representatieve voorgevels van nieuwe bebouwing zijn altijd naar het lint georiënteerd om zo het karakter van het lint te behouden en te versterken.
De rooilijn van nieuwe gebouwen ligt in lijn met de bestaande (historische) bebouwing in de omgeving. De rooilijn van nieuwe bijgebouwen ligt altijd terug ten opzichte van de bestaande bebouwing.
Nieuwe bebouwing staat altijd achter historische bebouwing, daarbij blijven de zijkanten van de percelen vrij van bebouwing om doorzichten over het erf te behouden. Nieuwe bijgebouwen zijn in schaal en maat altijd ondergeschikt aan het hoofdvolume.
Ensemble. De bebouwing op een perceel wordt altijd vormgegeven als een ensemble en heeft daarmee eenheid.
Installatiekasten worden nooit langs het lint gepositioneerd. Op de percelen is de positionering zo gekozen dat deze vanaf het lint zo min mogelijk zichtbaar is.
Uitstraling Nieuwe ontwikkelingen langs het lint moeten zich voegen naar de maat, schaal en uitstraling van de (historische) lintbebouwing.
3.3.5 Algemeen
Kabels en leidingen Ga zorgvuldig om met kabels en leiding tracés, leg deze bij voorkeur zo aan dat conflicten met groeiplaatsen van bomen, ook bij onderhoud, worden voorkomen.
3.4 Voorbeeldrecepten
3.4.1 Maatwerk
Zoals in paragraaf 3.2 al is beschreven is het toepassen van de ingrediënten, het koken, altijd maatwerk. Elk lint heeft specifieke kenmerken en binnen de linten is er de differentiatie op basis van de stedenbouwkundige context. Dit maakt dat geen plek hetzelfde is voor elke ontwikkeling langs de linten het recept apart uitgewerkt dient te worden.
In de volgende paragrafen worden, als voorbeeld en ter inspiratie, recepten getoond. Voor elk van de drie lintcategoriën wordt 1 lint uitgewerkt:
Veenlint
- –
Achterwillenseweg
Vaartlint
- –
Bodegraafsestraatweg
Dijklint
- –
Goejanverwelledijk
Aanvullend wordt ook de Bloemendaalseweg, als misschien wel het meest karakteristieke historische lint van Gouda, uitgewerkt.
Deze voorbeelduitwerkingen geven inzicht in hoe de verschillende ingrediënten toegepast kunnen worden langs het lint en daarmee sturing kunnen geven aan toekomstige ontwikkelingen om te zorgen dat deze passend zijn bij de uitstraling van het lint en deze versterken.
Veenlint
Bloemendaalseweg
De Bloemendaalseweg is een van de meest bijzondere linten van Gouda, prachtig opgespannen tussen het historische stadscentrum en het buitengebied ten noorden van de A12.
Kenmerken is de slagenstructuur die nog goed zichtbaar is tot diep in de stad. Dit zorgt voor een uniek ritme van bebouwing op langgerekte kavels en doorzichten naar het achterliggende groen.
Daarnaast wordt het lint gekenmerkt door de parallelle sloten en de vele karakteristieke bruggetjes die toegang geven tot de individuele erven.
De Bloemendaalseweg is een “zacht” lint. De dichte beplanting op de erven en de overgebleven weilandjes fungeren als een groene long voor de omliggende wijken. Het biedt een contrast met de stenigheid van de naoorlogse hoog- en laagbouw eromheen. Een goed voorbeeld hiervan is de heemtuin, waar een relatief smalle groenstrook zorgt voor een groen filter voor de hoogbouw langs de Ridder van Catsweg.
De ontwikkelingen aan de andere zijde van de heemtuin laten zien dat blijvende sturing op ruimtelijke kwaliteit gewenst is. Hier is de bebouwing tot zeer dicht op het lint gerealiseerd, zijn oevers van parallelle watergangen aangepast en is de bebouwing met zijgevels op het lint georiënteerd.
Een ander knelpunt van de Bloemendaalseweg is het wisselend wegprofiel, dit komt de uitstraling van het lint niet ten goede.
Achterwillenseweg
Gelijk aan de Bloemendaalseweg is ook de Achterwillenseweg een karakteristiek veenlint. De kwaliteiten en opgaven langs dit lint zijn grotendeels gelijk aan de Bloemendaalseweg met uitzondering van het noordoostelijk deel van de Achterwillenseweg.
Waar de Bloemendaalseweg volledig is opgenomen in het stedelijk weefsel ligt het noordoostelijk deel van de Achterwillense weg op de overgang van stad naar het recreatiegebied het Goudse Hout. Het Goudse Hout ademt cultuurhistorie en vormt de verbinding met de Reeuwijkse Plassen. De oostelijke rondweg rond Gouda vormt hier wel een stevige barrière.
De volgende pagina’s laten zien op welke delen van de linten welke basisingrediënten van toepassing zijn. Door deze mee te geven bij toekomstige ontwikkelingen worden de juiste kaders meegegeven om te ontwikkelen met kwaliteit.
Vaartlint
Bodegraafse straatweg
Het vaartlint Bodegraafsestraatweg heeft een heel ander karakter dan de eerder beschreven veenlinten. Waar de veenlinten een grotendeels historisch karakter hebben heeft de Bodegraafsestraatweg zowel in de noordzuid richting als in de oostwest richting twee gezichten.
Het zuidelijk deel van de Bodegraafsestraatweg heeft reeds een stedelijk en sterk versteend karakter. Het beeld wordt hier bepaald door gevels dicht op het lint en een doorgaande bomenrij.
Het noordelijk deel heeft een meer open karakter, met name aan de oostzijde waar de Reeuwijkse Plassen zich achter de parallel lopende Breevaart openbaren. De westzijde is een doorgaande structuur van villa’s met groene voortuinen.
Ook kent de Bodegraafsestraatweg een wisselend wegprofiel waarin de auto vrij dominant is.
De volgende pagina’s laten zien op welke delen van de linten welke basisingrediënten van toepassing zijn. Door deze mee te geven bij toekomstige ontwikkelingen worden de juiste kaders meegegeven om te ontwikkelen met kwaliteit.
Dijklint
Goejanverwelledijk
De Goejanverwelledijk heeft een zeer afwisselend profiel met stedelijke uitbreidingen, industrie, het historisch centrum en ook grotere groengebieden en laat zich daardoor niet eenduidig karakteriseren.
De dijk vormt de waterkering tussen de Hollandsche IJssel en de lager gelegen polders en heeft daardoor een voor Goudse begrippen vrij groot hoogteverschil. Vanaf de hogere positie in het landschap biedt de dijk panorama’s op de lager gelegen stad en de rivier.
De dijk volgt de loop van de rivier en heeft daardoor een grillig verloop met een continue wisselende blik op de omgeving. De organisch ontwikkelde bebouwing langs de dijk draag hier verder aan bij.
Verdere verdichting langs de dijk vormt een risico omdat hierdoor de panorama’s op de rivier verdwijnen. Tegelijkertijd biedt de transformatie van bijvoorbeeld bedrijfsterreinen juist de kans om nieuwe panorama’s te creëren.
Bijzonder is de zone tussen de Mallegatsluis en het Tolhuis, waar het historisch centrum nog in verbinding staat met de Hollandsche IJssel, de plek waar vroeger de Gouwe uitmondde en je de stad binnenkwam. Het is van groot belang deze relatie te behouden en te versterken.
De volgende pagina’s laten zien op welke delen van de linten welke basisingrediënten van toepassing zijn. Door deze mee te geven bij toekomstige ontwikkelingen worden de juiste kaders meegegeven om te ontwikkelen met kwaliteit.
4. Stap-voor-stap aan de slag
4.1 Gebruik
De historische veen-, vaart- en dijklinten zijn de ruggengraat van de stad Gouda. Langs deze historische wegen is de stad, zoals we die vandaag kennen, ontstaan. Dat landschap is nu nog steeds van grote waarde voor Gouda. De diverse linten vormen in samenhang met de historische binnenstad het cultuurhistorisch weefsel van de stad. Het zijn recreatieve uitloopgebieden, ecologische corridors, klimaat adaptieve gebieden en wegen waar de rijke historie van Gouda tastbaar wordt. Gemeente Gouda wil de kwaliteit van de historische linten doorgeven aan volgende generaties.
Het Kwaliteitskader Historische Linten (een beleidsregel) speelt daarin een belangrijke rol. Het kader geldt voor initiatiefnemers, ontwerpers en voor de gemeente Gouda zelf. Bij ruimtelijke ontwikkelingen zal worden getoetst of deze voldoen aan het kader, of dat er in het project maatregelen nodig zijn om de cultuurhistorische kwaliteit te behouden en te waarborgen. Op deze manier wil gemeente Gouda bouwen in harmonie met de kwaliteiten van de linten.
Het Kwaliteitskader is dus een instrument dat gebruikt wordt bij planvorming in de historische linten. Om het gebruik nog beter binnen gemeente Gouda te verankeren, wordt het Kwaliteitskader opgenomen in het omgevingsplan. Daarnaast kan het kader samen met de Historische Lintenvisie (2021) dienen ter onderbouwing van gebiedsgerichte investeringen in versterking van de cultuurhistorische kwaliteit.
Ondertekening
Aldus besloten in de vergadering van 2 juni 2026.
Burgemeester en wethouders van Gouda,
de secretaris,
drs. C.W.W. van den Berg CMC
de burgemeester,
mr. drs. P. Verhoeve
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl