Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR763221
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR763221/1
Beleidsregels geluid gemeente Leudal
Geldend van 23-06-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsregels geluid gemeente LeudalVaststellen beleidsregels geluid gemeente Leudal, onder gelijktijdige intrekking van de beleidsnota gebiedsgericht geluidbeleid gemeente Leudal Actualisatie-Evaluatie 2014.
1 Inleiding
Het gebiedsgerichte geluidbeleid (GGG) gemeente Leudal (2014) wordt gemoderniseerd. Het GGG 2014 is in hoofdzaak bedoeld voor het afwegen van het thema geluid bij milieuvergunningverlening voor inrichtingen en bij ruimtelijke ontwikkelingen nabij bestaande inrichtingen.
De werkingssfeer van het nieuwe beleid is breder, ook omdat verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving op gebied van geluid vermeld is in de vastgestelde omgevingsvisie Leudal, ‘natuurlijk 2025-2040’.
Omgevingsvisie
In de vastgestelde omgevingsvisie is met betrekking tot geluid het volgende opgenomen.
8.2 Gezonde leefomgeving
Waar staan we nu?
Milieufactoren hebben een grote invloed op de ruimtelijke kwaliteit van een gebied en vormen daarom ook een belangrijk onderwerp in de Omgevingswet. Het gaat om de milieufactoren luchtkwaliteit (fijnstof, geur en stikstof), geluid, straling en omgevingsveiligheid (voorheen externe veiligheid). Onder milieu vallen de kenmerken van onze omgeving, die belangrijk zijn om ergens gezond en veilig te kunnen leven.
Een recente analyse van ingediende overlast meldingen en uitgevoerde milieuonderzoeken in de gemeente Leudal heeft aangetoond dat lucht, geur en geluid de meeste overlast en overbelasting veroorzaken.
Op hoofdlijnen is de huidige milieukwaliteit in de gemeente Leudal goed en aanvaardbaar te noemen. Dit blijkt uit onder andere de Atlas Leefomgeving (luchtkwaliteit), de gemeentelijke bodemkwaliteits- en geurbelastingkaarten, referentiemetingen van het achtergrond omgevingsgeluid en het Register externe veiligheid. Desondanks heeft de gemeente Leudal relatief te maken met veel overlast meldingen. Zoals hierboven vermeld gaat het hierbij in hoofdzaak over lucht, geluid en geur. Dat is ook de reden dat voor geur en geluid momenteel al lokale gebiedsgerichte beleidsregels van kracht zijn.
Wat willen we?
We willen een goede balans tussen fijn en gezond wonen in Leudal en het bieden aan ruimte voor (agrarische) bedrijven om hun activiteiten te ontplooien, zich te vestigen of uit te breiden.
We gaan uit van de vier milieubeginselen van de Omgevingswet. Dit zijn:
- 1.
het voorzorgsbeginsel,
- 2.
het beginsel van preventief handelen,
- 3.
het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestreden moeten worden,
- 4.
het beginsel dat de vervuiler betaalt.
Waar van toepassing nemen wij de algemene milieubeginselen op in (thematische én gebiedsgerichte) beleidsvoorstellen. Ook wordt uitgegaan van de algemene zorgplicht. Dit houdt in dat niet alleen wij (de overheid), maar ook onze ondernemers en inwoners gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en hiernaar handelen. We voorkomen of beperken risico’s door het treffen van maatregelen aan de bron, het beschermen van de omgeving (met nadruk op kwetsbare groepen) en het verhogen van de zelfredzaamheid. Indien nodig, stellen we algemene regels of maatwerkvoorschriften aan bedrijven.
In dit thema is onderstaande doelstelling voor het gehele grondgebied gelijk, ongeacht het landschap of gebiedstype:
- •
We verbeteren de kwaliteit van onze leefomgeving op het gebied van geluid, geur en luchtkwaliteit:
- •
Met het moderniseren van het bestaande lokale gebiedsgericht geluidbeleid wordt hieraan een nadere uitwerking gegeven door per gebied geluidvoorschriften ‘op maat’ vast te leggen.
- •
In woonkernen is het uitgangspunt dat overal een gezond woon- en leefklimaat aanwezig is. Op het gebied van geluid is het gebiedsgericht geluidbeleid al toegespitst op een goed geluidniveau passend bij wonen.
Reikwijdte gebiedsgericht geluidbeleid
Het thema geluid speelt bij een groot aantal aspecten en ontwikkelingen een rol. De reikwijdte van het geluidbeleid is daarom breed. Het gebiedsgerichte geluidbeleid gaat, ter uitwerking van de doelen in de omgevingsvisie, over de volgende onderwerpen:
- 1.
Beleidsregel voor geluid door milieuhinderlijke activiteiten (voorheen ‘inrichtingen’1).
- 2.
Beleidskader geluid voor het door middel van een wijziging omgevingsplan of een BOPA2 projecteren van geluidgevoelige functies binnen een wettelijk geluidaandachtsgebied.
- 3.
Beleidskader geluid bij het aanleggen of wijzigen van een gemeentelijke weg.
- 4.
Beleidskader geluid voor het wijzigen van het omgevingsplan voor de volgende aspecten:
- a.
geluid door milieuhinderlijke activiteiten op een bedrijventerrein;
- b.
geluid door evenementen en festiviteiten;
- c.
geluid vanaf terreinen voor traditioneel schieten.
- a.
- 5.
Beleidskader geluid voor een aantal specifieke aspecten:
- a.
projecteren van geluidgevoelige functies binnen de 48 Lden contour van een helikopterhaven;
- b.
gecumuleerd geluid;
- c.
geluidproductieplafonds bestaande industrieterreinen;
- d.
geluidluwe gevel;
- e.
niet geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen;
- f.
tijdelijke geluidgevoelige gebouwen (maximaal 10 jaar);
- g.
stiltegebieden;
- h.
huisvesting internationale werknemers;
- i.
recreatieterreinen met nachtverblijf;
- j.
gebruik geluid- en knalapparatuur bij fruittelers;
- k.
toezicht en handhaving.
- a.
Het geluidbeleid gaat NIET over:
- ➢
Bouwlawaai.
- ➢
Burengeluid en ander geluid door wonen (zoals blaffende honden).
- ➢
Trillingen
Op basis van de interne en externe werkbijeenkomsten en de werkgroep overleggen is gekomen tot het volgende voorstel voor de hoofdlijnen van het te actualiseren geluidbeleid van de gemeente Leudal.
De beleidskeuzes in dit document zijn in een groen gearceerd kader weergegeven.
2 Beleidsregel voor geluid door activiteiten
2.1 Inleiding
Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht en staan de regels voor geluid door milieuhinderlijke activiteiten (voorheen inrichtingen, zie 2.2) als onderdeel van de zogenaamde Bruidsschat van rechtswege in het tijdelijke deel van het Omgevingsplan gemeente Leudal, verder omgevingsplan.
Voor bedrijven met een milieuvergunning van voor 1 januari 2024 gelden de in de vergunning opgenomen geluidvoorschriften nog steeds als vergunningvoorschrift óf als maatwerkvoorschrift omgevingsplan3.
Ook bestaande maatwerkvoorschriften over geluid blijven van rechtswege van kracht. In beide gevallen hebben die voorschriften voorrang op de geluidwaarden in het omgevingsplan. De geluidvoorschriften kunnen met een maatwerkvoorschrift worden aangepast (ambtshalve of op verzoek)4. Zie artikel 22.45 van het omgevingsplan (en bijlage A3).
Voor bedrijven die op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) vergunningplichtig zijn en nog geen vergunning hebben geldt dat bij het verlenen van de omgevingsvergunning rekening gehouden moet worden met het omgevingsplan. Zie afdeling 8.5 van het Bkl.
Voor bedrijven die niet vergunningplichtig zijn op grond van het Bal zijn de geluidregels in het omgevingsplan rechtstreeks van toepassing. Zo lang de regels voor geluid in het tijdelijke deel van het omgevingsplan nog van toepassing zijn en niet zijn overgezet naar het definitieve deel, kunnen met een maatwerkvoorschrift de geluidwaarden uit het omgevingsplan op basis van deze beleidsregel gebiedsgericht voor een bedrijf worden aangepast. Ook dit kan ambtshalve of op verzoek (artikel 22.45 omgevingsplan).
|
Bij het nemen van een besluit over geluidwaarden in een maatwerkvoorschrift op grond van het omgevingsplan wordt deze beleidsregel toegepast. |
De regels voor geluid in het tijdelijke deel van het omgevingsplan moeten voor 1 januari 2032 (of eventueel later als die datum van rechtswege wordt uitgesteld) naar het definitieve deel worden overgezet. Het is de bedoeling dat te doen op basis van deze beleidsregel. Deze beleidsregel zal daarbij worden ingetrokken of aangepast. De geluidwaarden uit de beleidsregel gaan dan als algemene regels rechtstreeks gelden voor milieuhinderlijke activiteiten in de zin van 2.2 (zie hierna). Voor de op dat moment bestaande milieuhinderlijke activiteiten (zonder in een besluit vastgelegde geluidvoorschriften) zal worden voorzien in overgangsrecht, op basis van hoofdstuk 9 van de VNG-handreiking Activiteiten en milieuzonering 2024.
2.2 Milieuhinderlijke activiteiten
In navolging van de VNG Handreiking Activiteiten en milieuzonering 2024 worden de activiteiten in de zin van dit hoofdstuk aangeduid als milieuhinderlijke activiteiten. Het bereik daarvan komt voor een belangrijk deel overeen met het bereik van de Bruidsschat (inclusief de milieubelastende activiteiten in de zin van het Bal) en van (voorheen) inrichtingen onder de Wet milieubeheer.
Op grond van artikel 5.58 Bkl worden meerdere activiteiten op een locatie als één activiteit beschouwd. De werking is op hoofdlijnen vergelijkbaar met hoe dat eerder het geval was bij een inrichting.
De beleidsregel in dit hoofdstuk is van toepassing op activiteiten die op grond van het omgevingsplan of een BOPA op een locatie zijn toegelaten, met uitzondering van:
- a.
activiteiten die plaatsvinden op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds vastgesteld zijn of moeten worden;
- b.
activiteiten die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte worden verricht;
- c.
evenementen, tenzij die festiviteiten zijn als bedoeld in artikel 5.68 Bkl, zie toelichting hieronder.
- d.
windturbines en windparken;
- e.
civiele buitenschietbanen;
- f.
doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen;
- g.
de inzet van motorvoertuigen of helikopters voor spoedeisende medische hulpverlening, ongevallen-bestrijding, brandbestrijding, gladheidbestrijding en het vrijmaken van de weg na een ongeval; en
- h.
wonen.
Dit toepassingsbereik is afgeleid van artikel 5.55 in combinatie met artikel 5.63 Bkl. Beroep en bedrijf aan huis zijn bedrijfsmatige activiteiten en zijn daardoor geen onderdeel van het wonen. Daardoor vallen beroep en bedrijf aan huis binnen het toepassingsbereik van deze beleidsregel.
Toelichting evenementen
Evenementenlocaties in Leudal liggen in de openbare buitenruimte. Op grond van punt b. vallen deze locaties daarom buiten de regels voor milieuhinderlijke activiteiten (voorheen inrichtingen). Dit geldt ook voor evenementen in de openbare buitenruimte buiten de evenementenlocaties in Leudal. In paragraaf 5.2 wordt nader ingegaan op geluid door evenementen en festiviteiten.
2.3 Gebiedsindeling
De geluidwaarden voor milieuhinderlijke activiteiten zijn gebiedsgericht opgesteld.
|
De huidige gebiedsindeling blijft grotendeels gehandhaafd. De volgende gebieden worden onderscheiden:
|
Binnen de volgende locaties wordt afgeweken van de geluidwaarden die bij het onderliggende gebiedstype horen.
- •
Binnen geluidaandachtsgebieden rond rijkswegen, provinciale wegen en industrieterreinen (zie bijlagen A.4 en A.5.
- •
Binnen een overgangszone van 50 meter rond een locatie met een functieaanduiding ‘Sport’. Dit betreft 12 locaties (zie bijlagen A.4 en A.5).
- •
Binnen een overgangszone van 50 meter rond een terrein voor verblijfsrecreatie, aangeduid met een functieaanduiding recreatie- en verblijfsrecreatie, met tenminste 40 standplaatsen voor nachtverblijf. Dit betreft 7 locaties (zie bijlagen A.4 en A.5).
- •
Bij de eerstelijns geluidgevoelige gebouwen aan gemeentelijke hoofdinfrastructuur (zie bijlage A.5).
Deze gebiedsindeling is verfijnder dan de gebiedsindeling in de omgevingsvisie en heeft ook een ander doel, namelijk het leggen van de basis voor de geluidwaarden zoals die voor de in 2.2 benoemde milieuhinderlijke activiteiten gaan gelden.
Voor een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds vastgesteld moeten worden (voorheen industrieterreinen in de zin van de Wet geluidhinder) gaan eigen geluidregels gelden. Dit valt buiten het bereik van deze beleidsregel.
Voor bepaalde activiteiten binnen stiltegebieden gelden direct werkende regels op grond van de provinciale omgevingsverordening, inclusief een vergunningstelsel om daarvan af te wijken.
Daarnaast gelden er provinciale instructieregels voor het met een wijziging van het omgevingsplan of een BOPA toelaten van nieuwe activiteiten of uitbreiden van bestaande activiteiten. Die regels zijn erop gericht de kernkwaliteiten van het stiltegebied in stand te houden.
2.4 Geluidwaarden
Aan de hand van de hiervoor gegeven gebiedsindeling worden voor de in 2.2 benoemde milieuhinderlijke activiteiten de standaardwaarden uit artikel 5.65 van het Bkl of daarvan afwijkende geluidwaarden aangehouden. De gebiedsindeling zal nog op regels op de kaart met gebiedsaanduidingen worden weergegeven.
De standaardwaarden zijn passend voor geluidgevoelige gebouwen in een centrumgebied.
In afwijking van artikel 5.65 Bkl blijft de waarde van 70 dB(A) voor piekgeluiden overdag, behalve door het laden en lossen, gehandhaafd. Hetzelfde geldt voor de waarde van 75 dB(A) op een bedrijventerrein. Deze waarden staan al in het omgevingsplan (onderdeel van de Bruidsschat).
De waarde van 75 dB(A) voor piekgeluiden in de avond en de nacht op bedrijventerreinen uit het huidige GGG wordt vervangen door een waarde van 70 dB(A), tenzij het gaat om het aandrijfgeluid door transportmiddelen. Daarvoor blijft de waarde van 75 dB(A) gehandhaafd.
|
Voor centrumgebieden worden de standaardwaarden uit artikel 5.65 van het Bkl aangehouden. Voor andere gebiedstypen dan centrumgebied wordt van de standaardwaarden afgeweken. De geluidwaarden zijn uitgewerkt in de artikelen 1 tot en met 17. In afwijking van artikel 5.65 Bkl blijft de waarde van 70 dB(A) voor piekgeluiden overdag, behalve door het laden en lossen, gehandhaafd. Hetzelfde geldt voor de waarde van 75 dB(A) op een bedrijventerrein. |
Geluidregels voor milieuhinderlijke activiteiten
- 1.
Bij het verrichten van een activiteit is het geluid op een geluidgevoelig gebouw niet meer dan de waarden in tabel 1.6a., tenzij in dit artikel anders is bepaald.
Tabel 1.6 a
Ligging geluidgevoelig gebouw
langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT in dB(A)
07.00-19.00 uur
19.00-23.00 uur
23.00-07.00 uur
Centrumgebied of vergelijkbaar
50
45
40
Woongebied
45
40
35
Buitengebied
45
40
35
Bos en natuur en stiltegebied
40
35
30
Bedrijventerrein
55
50
45
- 2.
Bij het verrichten van een activiteit zijn de maximale geluidniveaus LAmax op een geluidgevoelig gebouw niet hoger dan de waarden in tabel 1.6b.
Tabel 1.6 b
07.00-19.00 uur
19.00-23.00 uur
23.00-07.00 uur
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen
--
70 dB(A)
70 dB(A)
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden, muv piekgeluiden door laden en lossen overdag
70
65 dB(A)
65 dB(A)
- 3.
Bij het verrichten van een activiteit op een bedrijventerrein worden de waarden in tabel 1.6 b voor het geluid op een geluidgevoelig gebouw, gelegen op het bedrijventerrein, met 5 dB verhoogd.
- 4.
Voor zover er binnen 50 meter van de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht geen geluidgevoelige gebouwen zijn gelegen, gelden de genoemde waarden voor het LAr,LT in tabel 1.6a op een afstand van 50 meter van de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht, tenzij het een activiteit op een bedrijventerrein betreft (zie paragraaf 5.1).
- 5.
Voor geluidgevoelige gebouwen die zijn gelegen binnen een geluidaandachtsgebied van rijkswegen of provinciale wegen gelden de waarden voor het gebiedstype centrumgebied.
- 6.
Voor geluidgevoelige gebouwen die zijn gelegen binnen 50 meter van een locatie met functieaanduiding Sport gelden de waarden voor het gebiedstype centrumgebied.
- 7.
Voor gevels van geluidgevoelige gebouwen binnen 50 meter van gemeentelijke hoofdinfrastructuur gelden de waarden voor het gebiedstype centrumgebied, tenzij het gevels betreft die door andere bebouwing van het geluid van de weg worden afgeschermd.
- 8.
Voor geluidgevoelige gebouwen die zijn gelegen binnen 50 meter van een terrein voor verblijfsrecreatie met tenminste 40 standplaatsen voor nachtverblijf zijn de langtijdgemiddelde geluidwaarden 5 dB hoger dan voor het onderliggende gebied is aangegeven.
- 9.
In afwijking van het gestelde onder 1 en 2 geldt dat het geluid door het verrichten van een bedrijf of beroep aan huis (buiten een bedrijventerrein):
- 1.
op een geluidgevoelig gebouw; en
- 2.
In een geluidgevoelige ruimte binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw;
- 1.
-
niet duidelijk hoorbaar is, als bedoeld in de omgevingsregeling.
- 10.
In afwijking van het gestelde onder 1 en 2 gelden voor op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning tijdelijk (maximaal 10 jaar) toegelaten geluidgevoelige gebouwen, de waarden voor het gebiedstype bedrijventerrein.
- 11.
Aanvullend op 1 en 2 gelden voor een recreatieterrein met meer dan 40 plaatsen voor nachtverblijf de locaties voor nachtverblijf als geluidgevoelig terrein overeenkomstig gebiedstype centrumgebied.
- 12.
Aanvullend op 1 en 2 gelden gebouwen met een logiesfunctie voor internationale werknemers als geluidgevoelig gebouw overeenkomstig gebiedstype bedrijventerrein, tenzij de toegelaten verblijfsduur is beperkt tot maximaal 3 aaneengesloten weken.
- 13.
De geluidwaarden zijn van toepassing op de representatieve bedrijfssituatie als bedoeld in bijlage IVh van de omgevingsregeling.
- 14.
Deze geluidwaarden gelden niet op geluidgevoelige gebouwen met een functionele binding met de betreffende milieuhinderlijke activiteit. De geluidwaarden gelden evenmin op geluidgevoelige gebouwen met een voormalige functionele binding met de betreffende milieuhinderlijke activiteit, voor zover het gaat:
- a.
om een activiteit in de zin van artikel 5.62 Bkl (agrarische sector, horeca of een activiteit op een bedrijventerrein); en
- b.
het gebruik als geluidgevoelig gebouw met een voormalige functionele binding op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning is toegelaten.
- a.
- 15.
De geluidwaarden zijn niet van toepassing op onversterkt menselijk stemgeluid, tenzij het muziekgeluid is of daarmee vermengd is.
- 16.
Met een maatwerkvoorschrift kan van de gestelde geluidwaarden worden afgeweken tot maximaal:
- a.
5 dB hoger op een geluidgevoelig gebouw;
- b.
10 dB hoger op 50 meter afstand van de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht.
- c.
De onder a. en b. vermelde maximale toenames zijn niet van toepassing op geluid in een bijzondere bedrijfssituatie, die afwijkt van de representatieve bedrijfssituatie.
- a.
-
Het maatwerkvoorschrift kan worden vastgesteld als:
- a.
onevenredig ingrijpende maatregelen nodig zijn om te voldoen aan de waarden;
- b.
andere maatregelen die de geluidbelasting verminderen zo veel mogelijk worden getroffen;
- c.
de geluidbelasting op geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar is.
- a.
- 17.
Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over activiteiten waarbij door het laden en lossen regelmatig maximale geluidniveaus LAmax van meer dan 75 dB(A) in de dagperiode optreden, die tot hinder leiden.
Bedrijf en beroep aan huis
Door het in de regels opleggen van maximaal toelaatbare waarden voor het geluid door bedrijf en beroep aan huis zou, ondanks de beperking, toch ook ruimte worden gegeven om goed hoorbaar geluid te produceren. Echter een bedrijf aan huis mag niet leiden tot verstoring van de woon- en leefomgeving. Die verstoring doet zich niet voor als het geluid niet duidelijk hoorbaar is. Bij een bedrijf of beroep aan huis in de woonomgeving past het daarom beter een open norm te stellen, die meer bescherming biedt: het geluid mag niet duidelijk hoorbaar zijn.
Deze open norm is vergelijkbaar met de situatie of er al dan niet een toeslag van 10 dB moet worden toegepast bij muziekgeluid. In paragraaf 4.3 van bijlage IVh van de Omgevingsregeling is dit uitgewerkt. Daarin staat dat bij het beoordelen van geluid van activiteiten rekening moet worden gehouden met bijzondere geluiden die vanwege hun karakter als extra hinderlijk worden beschouwd. Als criterium voor het toekennen van een toeslag voor muziekgeluid geldt dat het muziekkarakter duidelijk hoorbaar moet zijn op het beoordelingspunt. Bij een bedrijf aan huis gaat het niet om het karakter van het geluid maar om het geluid zelf. Dat geluid mag niet duidelijk hoorbaar zijn.
Het is uiteindelijk aan de handhaver om te bepalen of het geluid duidelijk hoorbaar is, in de situatie dat over dat geluid wordt geklaagd. Wel geldt dat als het geluid alleen incidenteel of vluchtig optreedt (bijvoorbeeld als er af en toe een deur wordt geopend waardoor geluid duidelijk hoorbaar wordt of het dichtslaan van een autodeur) dat geluid niet als duidelijk hoorbaar in de zin van de regel geldt.
Bij het uitwerken van de geluidregels in het omgevingsplan zal deze open norm nog nader worden toegelicht.
Menselijk stemgeluid
In de VNG Handreiking activiteiten en milieuzonering 2024 is de volgende passage opgenomen over menselijk stemgeluid.
De waarden in het omgevingsplan voor geluid zijn niet van toepassing op onversterkt menselijk stemgeluid. Artikel 5.73 van het Bkl verbiedt immers het stellen van geluidwaarden daarvoor (tenzij het muziekgeluid is of daarmee is vermengd). Uiteraard is het wel mogelijk om het te verwachten volume van het stemgeluid (in dB(A)) te onderzoeken. Voor de inpassing en regulering van activiteiten waarbij juist dat menselijk stemgeluid medebepalend is en op grond van een evenwichtige toedeling moet worden meegewogen – zoals sportterreinen binnen het gemengd gebied met wonen, terrassen, buitenzwembaden e.d. – is de systematiek aan de hand van beschikbare geluidruimte per activiteit (zie paragraaf 5.1) niet dekkend. Er kan niet worden teruggevallen op de bescherming die uitgaat van de standaard (gebiedsgerichte) geluidwaarden in het omgevingsplan. De inpassing van dat soort activiteiten moet daarom specifiek worden afgewogen en zo nodig (anders dan met geluidwaarden) worden gereguleerd. Hierbij kan worden gedacht aan het toepassen van afstandseisen, gedragsregels, venstertijden, oppervlaktebeperkingen etc. Dit wordt bij het opstellen van de geluidregels in het omgevingsplan verder uitgewerkt.
3 Geluidgevoelige functies binnen een geluidaandachtsgebied
Deze paragraaf is van toepassing op het met een wijziging van het omgevingsplan of met een BOPA aan een locatie toedelen van een geluidgevoelige functie binnen een geluidaandachtsgebied.
Rond wegen, spoorwegen en industrieterreinen liggen geluidaandachtsgebieden (voorheen geluidzones). In het Bkl is aangegeven welke standaard- en grenswaarden op geluidgevoelige gebouwen daarvoor gelden.
|
In dit beleidskader wordt de wettelijke ruimte tot de grenswaarde niet volledig benut. Bovendien worden er voorwaarden gesteld aan het afwijken van de standaardwaarden. Dit is uitgewerkt in de punten 1 tot en met 10. |
Uitwerking beleidskader
- 1.
Het aan een locatie toedelen (projecteren) van geluidgevoelige functies binnen een geluidaandachtsgebied is mogelijk als wordt voldaan aan de standaardwaarden in het Bkl voor geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen.
- 2.
Lid 1 geldt ook voor de wijziging van het omgevingsplan die betrekking heeft op het (al dan niet vergunningvrij) toelaten van mantelzorgwoningen bij een woonfunctie.
- 3.
Afwijken van de standaardwaarden kan tot onderstaande maximale waarden:
Bronsoort
Maximale waarde
grenswaarde Bkl
Provinciale of -rijkswegen
55 Lden
60 Lden
Spoorwegen (hoofd en lokaal)
60 Lden
65 Lden
Gemeentelijke wegen en waterschapswegen
Geluidgevoelig gebouw buiten de bebouwde kom
60 Lden
70 Lden
Gemeentelijke wegen en waterschapswegen
Geluidgevoelig gebouw binnen de bebouwde kom
65 Lden
70 Lden
Industrieterrein met verplichting tot GPP’s
55 Lden
45 Lnight
55 Lden
45 Lnight
- 4.
Daarbij gelden de volgende voorwaarden:
- a.
Bij ligging binnen meer dan één geluidaandachtsgebied is het cumulatieve geluid (zie 6.1) niet meer dan:
- i.
60 dB Lden buiten de bebouwde kom; of
- ii.
65 dB Lden binnen de bebouwde kom.
- i.
- b.
Bij de stedenbouwkundige opzet wordt het overschrijden van een standaardwaarde zo veel mogelijk voorkomen, in het bijzonder bij gebouwen met een woonfunctie.
- c.
Het overschrijden van een standaardwaarde wordt daarnaast zo veel mogelijk door bron- of overdrachtsmaatregelen voorkomen of beperkt.
- d.
Geluidbeperkende maatregelen als bedoeld onder c. worden in aanmerking genomen als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouw¬kundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan. Daarbij geldt het volgende:
- i.
Bij het bepalen van de doelmatigheid wordt géén gebruik gemaakt van § 3.5.4.4 ‘Financiële doelmatigheid geluidbeperkende maatregelen’ van het Bkl, zoals geldend voor (spoor)wegen met geluidproductieplafonds.
- ii.
Onderzoek naar financiële doelmatigheid van maatregelen kan achterwege blijven als het om maximaal 5 geluidgevoelige gebouwen gaat.
- i.
- e.
Een geluidgevoelig gebouw met een woonfunctie beschikt, naast de geluidbelaste gevel(s) over een geluidluwe zijde of geluidluw geveldeel (zie paragraaf 6.3).
- a.
- 5.
Bij vervangende nieuwbouw van geluidgevoelige gebouwen kunnen de in lid 3 en 4 genoemde waarden met 5 dB worden verhoogd.
- 6.
Bij een woningsplitsing kunnen de in lid 3 en 4 genoemde waarden met 5 dB worden verhoogd. De grenswaarden uit het Bkl mogen niet worden overschreden.
Er moet worden aangetoond dat wordt voldaan aan de eisen uit het Bbl.
- 7.
Bij functiewijziging van een niet geluidgevoelig bestaand gebouw naar een geluidgevoelig gebouw kunnen de in lid 3 en 4 genoemde waarden met 5 dB worden verhoogd. De grenswaarden uit het Bkl mogen niet worden overschreden.
Er moet worden aangetoond dat wordt voldaan aan de eisen uit het Bbl.
- 8.
Aanvullend op lid 6 en 7: als in het bestaande gebouw door de splitsing of functiewijziging meer dan één woning of wooneenheid aanwezig is moet voor wat betreft de geluideisen tussen de woningen worden aangetoond dat wordt voldaan aan de eisen voor nieuwbouw in paragraaf 4.3.4 van het Bbl “Geluidwering tussen ruimten”. Dit is een bovenwettelijke eis, die nodig is met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Als niet aan die eisen voldaan kan worden kan worden verzocht om 5 dB minder strenge waarden.
- 9.
Door toepassing van een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen (voorheen een dove gevel) kan van de waarden in lid 3 en lid 4 onder a. worden afgeweken.
- 10.
Aanvullend op lid 9 kunnen ook vanwege zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen de waarden in dit artikel worden overschreden. Deze overschrijding moet per geval op maat worden afgewogen en gemotiveerd. Als het gaat om overschrijding van grenswaarden in de zin van het Bkl dan kan dat alleen met een wijziging van het Omgevingsplan (raadsbesluit).
Gemeentewegen tot 2500 motorvoertuigen per etmaal
Verharde gemeentewegen met een intensiteit van maximaal 2500 motorvoertuigen per etmaal vallen buiten de reikwijdte van de specifieke geluidregels in paragraaf 5.1.4.2a van het Bkl (Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen).
Op korte afstand van deze wegen kan het geluid hoger zijn dan de standaardwaarde van 53 dB. Voor het toelaten van een geluidgevoelig gebouw in de nabijheid van verharde gemeentewegen met een intensiteit van maximaal 2500 motorvoertuigen per etmaal worden daarom de volgende stappen doorlopen, aan de hand van de afstanden in onderstaand schema. Dit geldt aanvullend op de toepassing van het beleidskader in deze paragraaf.
Stap 1
Wordt aan de afstanden bij 2500 mvt/etm in de kolom onder 53 dB voldaan? Zo ja, dan is het geluid door deze gemeenteweg aanvaardbaar te achten. Zo niet, ga naar stap 2.
Stap 2
Kan gemotiveerd worden dat de intensiteit minder is dan 1000 mvt/etm en wordt voldaan aan de daarbij horende afstanden in de kolom onder 53 dB? Zo ja, dan is het geluid door deze gemeenteweg aanvaardbaar te achten. Zo niet, ga naar stap 3.
Stap 3
Wordt aan de afstanden bij 2500 mvt/etm in de kolom onder 58 dB voldaan en beschikt de woning over een geluidluwe gevel? Zo ja, dan is het geluid door deze gemeenteweg aanvaardbaar te achten. Wel moet bij het bij het bepalen en toetsen van cumulatie van geluid en het bepalen en vastleggen van het gezamenlijke geluid worden uitgegaan van een bijdrage van 58 dB op de geluidbelaste gevel.
Als niet aan deze stap 3 wordt voldaan, ga naar stap 4.
Stap 4
Kan gemotiveerd worden dat de intensiteit minder is dan 1000 mvt/etm en wordt voldaan aan de daarbij horende afstanden in de kolom onder 58 dB? En beschikt de woning over een geluidluwe gevel? Zo ja, dan is het geluid door deze gemeenteweg aanvaardbaar te achten. Wel moet bij het bij het bepalen en toetsen van cumulatie van geluid en het bepalen en vastleggen van het gezamenlijke geluid worden uitgegaan van een bijdrage van 58 dB op de geluidbelaste gevel.
Als niet aan deze stap 4 wordt voldaan, ga naar stap 5.
Stap 5
Wordt aan de afstanden bij 2500 mvt/etm in de kolom onder 63 dB voldaan, ligt de woning binnen de bebouwde kom en beschikt de woning over een geluidluwe gevel? Zo ja, dan is het geluid door deze gemeenteweg aanvaardbaar te achten. Wel moet bij het bij het bepalen en toetsen van cumulatie van geluid en het bepalen en vastleggen van het gezamenlijke geluid worden uitgegaan van een bijdrage van 63 dB op de geluidbelaste gevel.
Als niet aan deze stap 5 wordt voldaan, ga naar stap 6.
Stap 6
Kan gemotiveerd worden dat de intensiteit minder is dan 1000 mvt/etm en wordt voldaan aan de daarbij horende afstanden in de kolom onder 63 dB? En ligt de woning binnen de bebouwde kom en beschikt de woning over een geluidluwe gevel? Zo ja, dan is het geluid door deze gemeenteweg aanvaardbaar te achten. Wel moet bij het bij het bepalen en toetsen van cumulatie van geluid en het bepalen en vastleggen van het gezamenlijke geluid worden uitgegaan van een bijdrage van 63 dB op de geluidbelaste gevel.
Als niet aan deze stap 6 wordt voldaan, ga naar stap 7.
Stap 7
Bereken het geluid door de weg met een geluidonderzoek. Pas verder het beleidskader in deze paragraaf overeenkomstig toe.
Gezamenlijk geluid
Vanaf stap 2 geldt dat het geluid door de gemeenteweg wordt betrokken bij het bepalen en vastleggen van het gezamenlijk geluid als bedoeld in artikel 4.103 van het Bbl, ook als de woning buiten een wettelijk geluidaandachtsgebied is gelegen.
4 Het aanleggen of wijzigen van een gemeentelijke weg
Op het aanleggen of wijzigen van een gemeentelijke weg in de zin van artikel 5.78 i Bkl is artikel 5.78 m Bkl van toepassing. Het betreft de directe verkeersgeluideffecten door de aanleg of wijziging van de weg5.
In artikel 5.78j Bkl is aangegeven wat in relatie tot (onder meer) artikel 5.78m Bkl onder een wijziging van een weg wordt verstaan.
Als het aanleggen van een gemeentelijke weg leidt tot overschrijding van de standaardwaarde voor geluid van 53 dB Lden op een geluidgevoelig gebouw, dan is voor de aanleg een wijziging van het omgevingsplan nodig of een OPA indien het omgevingsplan al in de aanleg van die weg voorziet.
Als het wijzigen van een gemeentelijke weg leidt tot verhoging van het geluid op geluidgevoelig gebouwen zoals dat was op het tijdstip van de wijziging van het omgevingsplan, dan is voor die wijziging van een gemeentelijke weg een wijziging van het omgevingsplan nodig, of een OPA indien het omgevingsplan al in de wijziging van die gemeentelijke weg voorziet.
Zo lang het omgevingsplan van rechtswege op een locatie van toepassing is en de aanleg of wijziging van de weg past binnen dat plan van rechtswege, is afdeling 22.4 van het omgevingsplan van toepassing. Ook dan geldt er een OPA plicht voor geluidrelevante aanleg of wijziging van een gemeentelijke weg.
|
De wijziging van het omgevingsplan kan worden vastgesteld of de omgevingsvergunning kan worden verleend binnen de onderstaande voorwaarden 1 tot en met 3. |
Voorwaarden
- 1.
Het aanleggen of wijzigen van een gemeentelijke weg is mogelijk als:
- a.
de standaardwaarden voor geluid niet worden overschreden, of
- b.
de wijziging niet leidt tot een toename van het geluid, als bedoeld in artikel 5.78m Bkl.
- a.
- 2.
Afwijken van de standaardwaarden of een toename van het geluid kan tot maximaal 65 dB Lden, onder de volgende voorwaarden:
- a.
Het overschrijden van de standaardwaarde wordt zo veel mogelijk door bron- of overdrachtsmaatregelen voorkomen of beperkt.
- b.
Geluidbeperkende maatregelen als bedoeld onder a. worden in aanmerking genomen als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan. Daarbij geldt het volgende:
- i.
Bij het bepalen van de doelmatigheid wordt géén gebruik gemaakt van § 3.5.4.4 ‘Financiële doelmatigheid geluidbeperkende maatregelen’ van het Bkl, zoals geldend voor (spoor)wegen met geluidproductieplafonds.
- ii.
Onderzoek naar financiële doelmatigheid van maatregelen kan achterwege blijven als het om maximaal 5 geluidgevoelige gebouwen gaat.
- i.
- c.
Bij ligging van een geluidgevoelig gebouw binnen meer dan één geluidaandachtsgebied is het cumulatieve geluid (zie 6.1) niet meer dan 65 dB Lden.
- a.
- 3.
Vanwege zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen kunnen de waarden in dit artikel worden overschreden. Deze overschrijding moet per geval op maat worden afgewogen en gemotiveerd. Als het gaat om overschrijding van grenswaarden in de zin van het Bkl dan kan dat alleen met een wijziging van het Omgevingsplan (raadsbesluit).
5 Beleidskader voor het wijzigen van het omgevingsplan
5.1 Geluid door milieuhinderlijke activiteiten op een bedrijventerrein
GELUID BINNEN EEN ZONE VOOR GELUID
|
De gemeente kiest in navolging van de VNG voor het loslaten van de systematiek met milieucategorieën en een aan de planregels gekoppelde lijst van activiteiten (zoals opgenomen in de ingetrokken VNG uitgave Bedrijven en milieuzonering 2009). In plaats daarvan worden in het definitieve omgevingsplan op een bedrijventerrein zones voor geluid opgenomen met aan die zones gekoppelde regels voor geluid door milieuhinderlijke activiteiten (zie 2.2), als opgenomen in de VNG Handreiking Activiteiten en milieuzonering (2024), de opvolger van de uitgave uit 2009. |
In bijlage A2 is een toelichting opgenomen over deze VNG Handreiking uit 2024.
Alle bedrijventerreinen krijgen een zone geluid basis als bedoeld in de VNG Handreiking uit 2024. Voor bedrijventerrein Ittervoort wordt ook voorzien in de zone geluid verruimd, omdat op dit bedrijventerreinen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan activiteiten tot en met milieucategorie 4.2 bij recht zijn toegelaten.
Voor bedrijventerrein Neer (Soerendonck) wordt ook voorzien in de zone geluid beperkt, omdat dit bedrijventerreinen langs een rustig woongebied ligt.
5.2 Evenementen en festiviteiten
Onderscheid evenementen en festiviteiten
Voor de toepassing van de geluidregels geldt dat evenementen in hoofdzaak plaatsvinden in de openbare buitenruimte, buiten de locatie van een milieuhinderlijke activiteit (voorheen inrichting, zie 2.2). Voor festiviteiten geldt dat deze geheel of in hoofdzaak plaatsvinden binnen de locatie (terreingrens) van een milieuhinderlijke activiteit in de zin van 2.26.
NB: Evenementen op evenementenlocaties vinden in hoofdzaak plaats in de openbare buitenruimte, waardoor het geen festiviteiten betreft in de zin van deze paragraaf.
Geluid door evenementen
In de Av, uitvoeringsregels en uitvoeringsbeleid evenementen 2020 staan regels vermeld over evenementen en festiviteiten.
In de Av zijn momenteel de dB-normen -voor collectieve en incidentele dagen- alleen voor evenementen vermeld (en niet voor festiviteiten). Dit wordt met de in deze paragraaf voorgestelde regels opgelost (zie ook hierna onder geluid door festiviteiten).
Verder valt op dat de waarden in de Av veel hoger zijn dan in den lande gebruikelijk is. De waarden zijn daarom aangescherpt. Overigens zijn de gestelde waarden nog altijd relatief hoog. De Nederlandse Stichting Geluidhinder (NSG) bijvoorbeeld hanteert een basisnorm met 10 dB strengere waarden.7
NB: Om het publiek te beschermen tegen te hoge geluidniveaus zijn er tussen het Rijk en de betrokken branches afspraken gemaakt in het Convenant preventie gehoorschade versterkte muziek. In dit geluidbeleid wordt ervan uitgegaan dat dit convenant wordt nageleefd, zodat over dat aspect geen regels gesteld behoeven te worden.
|
De regels van het uitvoeringsbeleid evenementen 2020 worden op basis van bovenstaande aangepast. |
Dit gaat samen met het aanpassen van het omgevingsplan. In het omgevingsplan komen regels over het kunnen houden van evenementen en de voorwaarden die daarbij gaan gelden, met het oog op een goede balans tussen het kunnen houden van evenementen en het beschermen van de fysieke leefomgeving. De regels voor evenementen met het oog op openbare orde en veiligheid blijven onderdeel van de Algemene verordening, met de burgemeester als bevoegd gezag.
|
Voor het onderdeel geluid door evenementen gaan de volgende geluidwaarden en regels gelden. |
- A.
In een bos- en natuurgebied, stiltegebied en in een bufferzone van 50 meter rondom een stiltegebied mogen geen evenementen met overheersend muziekgeluid plaatsvinden.
- B.
Voor een evenement buiten een gebied als bedoeld onder A. dat meer dan een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau veroorzaakt dan 50 dB(A) gaan de volgende geluidregels gelden, die worden opgenomen als algemene regels in het omgevingsplan.
Uitwerking geluidregels evenementen
- 1.
Er vindt maximaal 3 weekenden achter elkaar een evenement met geluid op dezelfde (evenementen) locatie plaats.
- 2.
Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau op de gevel van een geluidgevoelig gebouw door het opbouwen en afbreken bedraagt niet meer dan 55 dB(A).
- 3.
Het opbouwen en afbreken vindt plaats tussen 7.00 uur en 19.00 uur. In afwijking hiervan kan het afbreken ook plaats vinden voor de eindtijd van het evenement als bedoeld onder 9.
- 4.
De luidsprekers worden zo veel mogelijk niet gericht op omliggende woongebieden.
- 5.
De geluidproductie door het evenement begint niet vóór 10:00 uur.
- 6.
In afwijking van 5 begint de geluidproductie door het evenement op zondagen niet vóór 13:00 uur, als er kerkelijke diensten plaatsvinden en deze door de nabijheid van het evenement geluidoverlast kunnen ondervinden.
- 7.
Voor evenementen in het centrumgebied geldt dat het equivalente geluidniveau op een geluidgevoelig gebouw, gemeten over 3 minuten, mag niet meer bedragen dan 80 dB(A) en 90 dB(C).
- 8.
Voor evenementen in overige gebieden geldt dat het equivalente geluidniveau op een geluidgevoelig gebouw, gemeten over 3 minuten, mag niet meer bedragen dan 75 dB(A) en 85 dB(C).
- 9.
Voor een evenement gelden per etmaal de volgende eindtijden:
Dagen
Eindtijd evenement
Eindtijd geluid
Op vrijdag en zaterdag
02:00 uur
01:30 uur
Op zondag tot en met donderdag
01:00 uur
24:00 uur
Op Oudejaarsavond
02:00 uur
01:30 uur
Op vrijdag, zaterdag, zondag, maandag en dinsdag met de carnaval
02:00 uur
01:30 uur
Op vrijdag, zaterdag, zondag, maandag en dinsdag met de kermis
02:00 uur
01:30 uur
Op zondag, maandag, dinsdag, woensdag of donderdag wanneer dit een landelijke feestdag is of daarop een landelijke feestdag volgt
02:00 uur
01:30 uur
In de Av staat ook nog dat het maximaal geluidniveau (LAmax), dat zijn de piekgeluiden, niet meer mag bedragen dan 102 dB(A).
De LAmax niveaus zijn bij de voorgestelde geluidwaarden niet relevant, nu de geluidwaarden gaan om het gemiddelde over 3 minuten in plaats van over 4 uur, zoals dat bij langtijdgemiddeld geluid in de avond het geval is. Dat 3 minuten gemiddelde is in feite het maximale niveau.
Geluid door festiviteiten
Op festiviteiten is artikel 5.68 Bkl van toepassing, waardoor er afwijkende geluidwaarden kunnen gelden dan de standaardwaarden voor milieuhinderlijke activiteiten.
|
Voor het houden van festiviteiten gaan de volgende geluidwaarden en regels gelden. Deze waarden en regels worden verwerkt in het omgevingsplan en de Algemene verordening. |
Waarden en regels voor festiviteiten
- 1.
In een bos- en natuurgebied, stiltegebied en in een bufferzone van 50 meter rondom een stiltegebied mogen geen festiviteiten met overheersend muziekgeluid plaatsvinden.
- 2.
De luidsprekers worden zo veel mogelijk niet gericht op omliggende woongebieden.
- 3.
Voor festiviteiten in het centrumgebied geldt: het equivalente geluidniveau op een geluidgevoelig gebouw, gemeten over 3 minuten, mag niet meer bedragen dan 80 dB(A) en 90 dB(C).
- 4.
Voor festiviteiten in overige gebieden geldt: het equivalente geluidniveau op een geluidgevoelig gebouw, gemeten over 3 minuten, mag niet meer bedragen dan 75 dB(A) en 85 dB(C).
- 5.
Het aantal dagen met incidentele festiviteiten bedraagt per milieuhinderlijke activiteit (zie 2.2) niet meer dan 6 per jaar.
- 6.
Een festiviteit die ten hoogste een etmaal duurt, maar die zowel voor als na 00.00 uur plaatsvindt, wordt beschouwd als plaatshebbende op één dag.
- 7.
Voor een festiviteit gelden per etmaal dezelfde eindtijden als voor evenementen.
De piekgeluiden (LAmax niveaus) zijn bij de voorgestelde geluidwaarden niet relevant, nu de geluidwaarden gaan om het gemiddelde over 3 minuten in plaats van over 4 uur, zoals dat bij langtijdgemiddeld geluid in de avond het geval is. Dat 3 minuten gemiddelde is in feite het maximale niveau.
5.3 Terreinen voor traditioneel schieten
Terreinen voor traditioneel schieten zijn civiele schietbanen (geen militaire) in de zin van artikel 5.76 Bkl. Het exploiteren van een civiele schietbaan mag alleen voor zover dat in het omgevingsplan op de betreffende locatie is toegelaten.
Civiele buitenschietbanen
Het geluid op een geluidgevoelig gebouw door het exploiteren van een in de buitenlucht of in een gebouw zonder gesloten afdekking of met een open zijde gelegen civiele schietbaan waar met vuurwapens wordt geschoten bedraagt maximaal 50 Bs,dan.
|
Met een omgevingsvergunning kan van de waarde van 50 Bs,dan worden afgeweken tot de volgende waarden. Deze waarden worden verwerkt in het omgevingsplan. |
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van 50 Bs,dan:
- 1.
tot een waarde van maximaal 55 Bs,dan; of
- 2.
als het gaat om een terrein voor traditioneel schieten, tot de waarde die op basis van de Handreiking Limburgs Traditioneel Schieten van de provincie Limburg als maximaal toelaatbaar voor reguliere activiteiten kan worden vastgesteld, bepaald volgens de methodiek in de Handreiking.
6 Beleidskader voor een aantal specifieke aspecten
6.1 Cumulatief en gezamenlijk geluid
Cumulatief geluid
Volgens artikel 3.38 Bkl wordt onder cumulatief geluid verstaan: het geluid door geluidbronsoorten en andere activiteiten tegelijk, opgeteld met correctie voor de verschillen in hinderlijkheid.
Bij het bepalen van het gecumuleerde geluid wordt in ieder geval betrokken (voor zover voor Leudal van belang):
- a.
voor een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied van een weg, spoorweg of industrieterrein: het geluid door die geluidbronsoort;
- b.
voor een geluidgevoelig gebouw binnen de 48 Lden geluidcontour van een luchthaven waarvoor op grond van de Wet luchtvaart een luchthavenindelingbesluit of een luchthavenbesluit: het geluid door luchtvaart;
- c.
voor een geluidgevoelig gebouw waarop het geluid door een windturbine of een windpark op een industrieterrein hoger is dan 43 Lden: het geluid door die windturbine of dat windpark; en
- d.
voor een geluidgevoelig gebouw waarop het geluid door een civiele buitenschietbaan hoger is dan 50 Bs,dan: het geluid door die buitenschietbaan of dat springterrein.
Daarnaast zijn er nog andere activiteiten waarvan het geluid relevant kan zijn voor de cumulatie. Als het gaat om structureel geluid (dus niet het geluid door knalapparatuur of het geluid door evenementen, dat meer incidenteel van aard is) betreft dit vooral het geluid door milieuhinderlijke activiteiten in de zin van 2.2 (voorheen inrichtingen). Ook dit geluid zal fluctueren in de tijd en lang niet altijd overeenkomstig de representatieve bedrijfssituatie (RBS) aanwezig zijn. Gelet daarop en om praktische redenen wordt bij het bepalen van het cumulatieve geluid alleen het geluid door een milieuhinderlijke activiteit in de zin van 2.2 betrokken als het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau in de RBS op grond van een vergunning- of maatwerkvoorschrift op een geluidgevoelig gebouw hoger mag zijn dan de standaardwaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde.
Gezamenlijk geluid
Het nieuwe stelsel kent naast cumulatief geluid ook gezamenlijk geluid. Bijlage I van het Bkl verwijst voor het begrip gezamenlijk geluid naar artikel 3.39. In het tweede lid staat dat het gezamenlijke geluid gaat om “het geluid door geluidbronsoorten en andere activiteiten tegelijk, energetisch opgeteld zonder correctie voor de verschillen in hinderlijkheid.” Bij het bepalen van het gezamenlijk geluid wordt dus niet gecorrigeerd voor verschillen in hinderlijkheid. Gezamenlijk geluid is van belang voor de geluidwering van de gevel (toepassing Bbl).
Voor wat betreft het geluid door milieuhinderlijke activiteiten is het gestelde onder cumulatief geluid van overeenkomstige toepassing.
|
Bij het bepalen van het cumulatieve geluid en van het gezamenlijke geluid wordt alleen het geluid door een milieuhinderlijke activiteit in de zin van 2.2 betrokken als het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau in de representatieve bedrijfssituatie (RBS) van die activiteit op grond van een vergunning- of maatwerkvoorschrift op een geluidgevoelig gebouw hoger mag zijn dan de standaardwaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde. |
Maximale waarden
In hoofdstuk 3 zijn de maximale waarden voor spoorweggeluid, wegverkeersgeluid binnen de bebouwde kom en cumulatief geluid gelijk aan elkaar. Dat betekent dat als van één van de bronsoorten de maximale ruimte wordt benut (bijvoorbeeld 65 dB wegverkeersgeluid) er binnen de waarde voor het cumulatieve geluid geen ruimte is voor het geluid boven de standaardwaarde van een andere bronsoort.
6.2 Geluidproductieplafonds bestaande industrieterreinen
Er is in Leudal één industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds in het omgevingsplan vastgesteld moeten worden. Ook moeten in het omgevingsplan worden vastgesteld gericht op het voldoen aan de geluidproductieplafonds (artikel 5.78f Bkl).
De hier bedoelde geluidproductieplafonds en regels worden uiterlijk in 2031 vastgesteld.
Tot die tijd geldt op grond van het overgangsrecht het regiem onder de Wet geluidhinder voor industrielawaai en de regels in het omgevingsplan over de geluidruimteverdeling.
6.3 Geluidluwe gevel
Op grond van artikel 5.78ab Bkl wordt bij het afwijken van de standaardwaarden voor geluid voor de in hoofdstuk 3 genoemde bronsoorten het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel betrokken. De gemeente bepaalt zelf wat wordt verstaan onder een geluidluwe gevel.
De gemeente Leudal hanteert daarvoor de volgende definitie.
|
Een geluidluwe gevel is een buitenzijde van een gebouw waarop het cumulatieve geluid niet hoger is dan 55 dB. |
Het doel van de geluidluwe gevel is om ramen en deuren open te kunnen zetten, waarbij (slaap)verstoring door geluid van buiten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijft.
|
Bij het afwijken van een standaardwaarde voor geluid in een geluidaandachtsgebied is bij de nieuwbouw van een woning de aanwezigheid van een geluidluwe gevel vereist. Deze eis geldt niet voor een woning:
Als niet kan worden voorzien in een geluidluwe gevel kan worden volstaan met een geluidluw geveldeel. Een geluidluw geveldeel kan worden gerealiseerd met een afsluitbare buitenruimte met een oppervlakte van tenminste 4 m2. |
In bijlage A1 is dit uitgewerkt.
Bij het afwijken van een standaardwaarde voor geluid in een geluidaandachtsgebied bij een bestaande woning wordt rekening gehouden met het belang van de aanwezigheid van een geluidluwe gevel. Als er geen geluidluwe gevel aanwezig is wordt overwogen of redelijkerwijs een geluidluw geveldeel gerealiseerd kan worden. Als geconcludeerd wordt dat dit redelijkerwijs niet mogelijk is wordt dit in het betreffende besluit gemotiveerd.
6.4 Niet geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen
Dit is de vervanger van de zogenaamde dove gevel.
|
De toepassing van een niet geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen om af te kunnen wijken van een grenswaarde voor geluid is bij een woning alleen mogelijk als de woning is voorzien van een geluidluwe gevel of een geluidluw geveldeel. Dit geluidluwe geveldeel kan worden gerealiseerd met een afsluitbare buitenruimte met een oppervlakte van tenminste 6 m2. |
Zie ook bijlage A1 voor een nadere uitwerking van een geluidluwe gevel.
6.5 Tijdelijk toelaten geluidgevoelige gebouwen (maximaal 10 jaar)
Voor het voor een periode van maximaal 10 jaar toelaten van een geluidgevoelig gebouwen geldt het volgende.
|
Geluidgevoelige gebouwen kunnen tijdelijk worden toegelaten als het cumulatieve geluid niet hoger is dan 65 Lden. |
Voor geluid door milieuhinderlijke activiteiten geldt voor een tijdelijk toegelaten geluidgevoelig gebouw op grond van 2.4 het beschermingsniveau zoals dat geldt voor geluidgevoelige gebouwen op een bedrijventerrein.
6.6 Stiltegebieden
Binnen stiltegebieden gelden de regels van de provinciale omgevingsverordening. Deze gelden naast en onafhankelijk van de regels op grond van dit beleid, als opgenomen in 2.4.
6.7 Huisvesting internationale werknemers
Voor zover de huisvesting internationale werknemers wordt toegedeeld als woonfunctie geldt al het voorgaande ook voor de huisvesting internationale werknemers.
Voor zover de huisvesting internationale werknemers wordt toegedeeld als logiesfunctie (maximaal 6 maanden verblijf) is er geen sprake van een geluidgevoelige functie. Wel moet er sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de internationale werknemers. Daarvoor gelden de criteria die ook gelden voor tijdelijke geluidgevoelige gebouwen als opgenomen onder 6.5, tenzij de toegelaten verblijfsduur is beperkt tot maximaal 3 aaneengesloten weken.
|
Voor het toelaten van een logiesfunctie voor internationale werknemers (maximaal 6 maanden verblijf) gelden de criteria die ook gelden voor tijdelijke geluidgevoelige gebouwen als opgenomen onder 6.5, tenzij de toegelaten verblijfsduur is beperkt tot maximaal 3 aaneengesloten weken. |
Voor geluid door milieuhinderlijke activiteiten is de huisvesting als logiesfunctie in 2.4 als geluidgevoelig aangewezen, met het beschermingsniveau zoals dat geldt voor geluidgevoelige gebouwen op een bedrijventerrein.
De geluidwaarden uit paragraaf 2.4 gelden niet voor geluidgevoelige gebouwen met een functionele binding. Bij het projecteren van een gebouw met een woonfunctie voor internationale werknemers (verblijf langer dan 12 maanden) dient echter wel het geluid door het functioneel bij de huisvesting behorende activiteit aan de betreffende geluidwaarden te worden getoetst.
6.8 Recreatieterreinen met nachtverblijf
Ook dit is formeel geen geluidgevoelige functie. Wel moet er sprake zijn van een aanvaardbaar verblijfsklimaat voor de recreanten. Voor geluid door milieuhinderlijke activiteiten zijn de recreatieterreinen met 40 standplaatsen of meer voor nachtverblijf in 2.4 als geluidgevoelig aangewezen, met het beschermingsniveau zoals dat geldt voor geluidgevoelige gebouwen in een centrumgebied.
6.9 Gebruik geluid- en knalapparatuur bij fruittelers
Zie de regels in hoofdstuk 1.2 van de Uitvoeringsregels Algemene verordening gemeente Leudal.
Deze regels gelden in de overgangsperiode tot uiterlijk 1 januari 2032.
Op grond van de artikelen 5.55 en 5.63 Bkl zijn op dit geluid de instructieregels van paragraaf
§ 5.1.4.2.2 ‘Geluid door activiteiten, anders dan door specifieke activiteiten’ van toepassing. Dat betekent dat de regels van hoofdstuk 1.2 van de uitvoeringsregels AV overgezet moeten worden naar het omgevingsplan. Daarmee kan ook afgeweken worden van de standaardwaarden als opgenomen om artikel 5.65 Bkl.
6.10 48 Lden contour van een helikopterhaven
|
Binnen de 48 Lden contour rond een helikopterhaven worden geen geluidgevoelige functies aan een locatie toegedeeld of gebruik als geluidgevoelig gebouw door functiewijziging van een bestaand gebouw mogelijk gemaakt. |
6.11 Toezicht en handhaving
Op grond van de Omgevingswet is het voor gemeenten verplicht een Uitvoerings- en handhavingsstrategie te hebben. Onder uitvoering worden de gemeentelijke taken op het gebied van vergunningverlening en toezicht verstaan. Omdat de gemeente deelneemt in de Omgevingsdienst Noord- en Midden-Limburg (ODNML) moet er met alle deelnemers gezamenlijk een uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie voor de basistaken (waaronder geluid) worden opgesteld. Hierin worden beleidsmatige doelen opgenomen op het gebied van Vergunningverlening Toezicht en handhaving. Een nieuwe probleem- en risicoanalyse wijst dan uit of bepaalde geluidaspecten worden vertaald in prioriteiten.
Ondertekening
A1 Uitwerking beleid geluidluwe gevel
Het gemeentebestuur heeft een motiveringsplicht als zij besluit op een gevel van een geluidgevoelig gebouw meer geluid dan de standaardwaarde toe te staan, waarbij het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel moet worden betrokken en de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid moet worden beoordeeld. Dit is in paragraaf 6.3 op hoofdlijnen beschreven. Deze hoofdlijnen worden in deze bijlage uitgewerkt, voor nieuwe woningen.
De eis geldt niet voor een woning:
- a.
die maximaal 10 jaar aanwezig mag zijn als bedoeld in 6.5; of
- b.
ten behoeve van internationale werknemers als bedoeld in 6.7
Beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel
Een geluidluwe gevel is een gevel die ten opzichte van andere gevels van een woning relatief weinig wordt belast door geluid (Bkl, bijlage I). Het doel van de geluidluwe gevel is om ramen open te kunnen zetten, zonder dat daarbij (slaap)verstoring door geluid van buiten plaatsvindt. De gemeente Leudal hanteert de volgende definitie voor een geluidluwe gevel:
|
Een geluidluwe gevel is een buitenzijde van een gebouw waarop het cumulatieve geluid (zie 6.1) niet hoger is dan 55 dB. |
Het doel van de geluidluwe gevel is om ramen en deuren open te kunnen zetten, waarbij (slaap)verstoring door geluid van buiten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijft.
Bij het afwijken van een standaardwaarde voor geluid in een geluidaandachtsgebied is bij de nieuwbouw van een woning de aanwezigheid van een geluidluwe gevel vereist.
Als niet kan worden voorzien in een geluidluwe gevel kan worden volstaan met een geluidluw geveldeel.
Een geluidluw geveldeel kan worden gerealiseerd met een afsluitbare buitenruimte met een oppervlakte van tenminste 4 m2.
Bij het afwijken van een standaardwaarde voor geluid in een geluidaandachtsgebied bij een bestaande woning wordt rekening gehouden met het belang van de aanwezigheid van een geluidluwe gevel. Als er geen geluidluwe gevel aanwezig is wordt overwogen of redelijkerwijs een geluidluw geveldeel gerealiseerd kan worden. Als geconcludeerd wordt dat dit redelijkerwijs niet mogelijk is wordt dit in het betreffende besluit gemotiveerd.
Regels voor de toepassing van een geluidluwe gevel:
- 1.
Bij nieuwe woningen dienen de woonkamer en ten minste één slaapkamer te grenzen aan een geluidluwe gevel.
- 2.
Bij voorkeur wordt een geluidluwe gevel gecreëerd met een doeltreffend stedenbouwkundig ontwerp. Als aanvullende maatregelen nodig zijn, dan gaat de voorkeur uit naar maatregelen aan de bron en in de overdracht.
- 3.
Als het redelijkerwijs en aantoonbaar niet mogelijk is om aan de voorwaarden uit lid 1 te voldoen met de onder lid 2 genoemde maatregelen, mag in de volgende situaties, onder de genoemde voorwaarden, worden afgeweken:
- ○
Situatie 1. De woonkamer en geen enkele slaapkamer grenst aan een geluidluwe zijde. In dit geval moet de woning worden voorzien van een geluidluw geveldeel in de vorm van een afgeschermde buitenruimte, ook als een buitenruimte op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) niet verplicht is. Deze wordt zo uitgevoerd dat het geluid op het achterliggende geveldeel als geluidluwe gevel kan worden beschouwd (bijv. met verhoogde borstwering, verglaasd balkon, serre of loggia). Als de maatregel een afsluitbare buitenruimte betreft, wordt bij het beoordelen of de achterliggende gevel als geluidluwe gevel kan worden beschouwd, uitgegaan van een gesloten toestand. In de afgeschermde buitenruimte heerst continu buitenluchtkwaliteit. Aanvullende voorwaarden zijn van toepassing als:
- ▪︎
Een afgeschermde buitenruimte wordt gerealiseerd bij alleen de woonkamer. Dan gelden voor de slaapkamer de aanvullende eisen zoals voor situatie 2.
- ▪︎
Een afgeschermde buitenruimte wordt gerealiseerd bij alleen één slaapkamer. Dan gelden voor de woonkamer de aanvullende eisen zoals beschreven voor situatie 3.
- ▪︎
- ○
Situatie 2. Alleen de woonkamer grenst aan een geluidluwe zijde. In dit geval moet ten minste één slaapkamer worden voorzien van te openen ramen in een geluidluw geveldeel (bijv. een harbour fenster, metaglas of coulissenkast).
- ○
Situatie 3. Alleen één of meer slaapkamers grenzen aan een geluidluwe zijde. In dit geval moet de woonkamer beschikken over ramen die open kunnen.
- ○
Samenvatting geluidluwe gevel of geveldeel
Situaties waarin andere eisen kunnen worden gesteld ten aanzien van de geluidluwe gevel:
- •
Bij transformatie van een niet-geluidgevoelig gebouw naar een woning geldt een 5 dB minder strenge eis voor de geluidluwe gevel als het redelijkerwijs en aantoonbaar niet mogelijk is om aan die eis te voldoen. De eis van een eigen afgeschermde buitenruimte (situatie 1, onder punt 3) geldt niet.
A2 VNG Handreiking Activiteiten en milieuzonering 2024
Deze bijlage is gebaseerd op de teksten uit de VNG Handreiking Activiteiten en milieuzonering 2024. Voor extra uitleg kan de link naar de handreiking worden gebruikt.
De invoering van de Omgevingswet is de belangrijkste reden om te komen tot de Handreiking Activiteiten en Milieuzonering 2024. Deze handreiking vervangt de bekende VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering uit 2009.
Milieuhinderlijke activiteit
Om de activiteiten waar de VNG Handreiking 2024 over gaat in één passende term te vangen hanteert deze handreiking het begrip ‘milieuhinderlijke activiteiten’. Onder een milieuhinderlijke activiteit wordt verstaan: een aan een locatie toegedeelde activiteit, anders dan wonen, die milieuhinder kan veroorzaken, in het bijzonder in de vorm van geluid- of geurhinder. Ook aan locaties toegedeelde activiteiten (anders dan wonen) die trillinghinder, stofhinder, veiligheidsrisico’s of lichthinder kunnen veroorzaken zijn milieuhinderlijke activiteiten.
Het verzamelbegrip ‘milieuhinderlijke activiteiten’ wordt niet in de planregels opgenomen. Binnen de regels wordt per onderwerp het toepassingsbereik specifiek uitgewerkt.
Milieuzonering
Binnen het omgevingsplan en bij het wijzigen of afwijken van het omgevingsplan moet sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Hierbij is milieuzonering één van de te beschouwen aspecten, naast andere aspecten zoals stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing, verkeersstructuur, bodemhygiëne, bescherming van ecologische, cultuurhistorische waarden etc.
Milieuzonering zorgt voor ruimte voor milieuhinderlijke (bedrijfs-)activiteiten met behoud van bescherming van de woon- en leefomgeving. Door middel van milieuzonering kan een kader worden vastgelegd voor de toelating van deze activiteiten ten opzichte van gebieden waar wordt gewoond en waar andere milieugevoelige activiteiten aanwezig zijn. Hierbij wordt rekening gehouden met:
- •
de bescherming van een goed woon- en leefklimaat, en
- •
het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving door milieuhinderlijke (bedrijfs-) activiteiten.
Uitgangspunten van de nieuwe systematiek van milieuzonering
De basisprincipes van milieuzonering zoals gehanteerd in de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering 2009 blijven hetzelfde. Uitgangspunt blijft functiescheiding waar dat nodig is en het toepassen van inwaartse zonering binnen bedrijventerreinen en andere werkterreinen.
Voortzetting onderscheid gemengd gebied met wonen en rustig woongebied
In het kader van de Omgevingswet zullen de regelingen uit het tijdelijk deel moeten worden omgezet in een regeling voor het definitieve omgevingsplan. Uitgangspunt, ook voor de VNG Handreiking, is om dit zo beleidsneutraal mogelijk te doen. Hiervoor is het noodzakelijk om, zoals gebruikelijk was in de ruimtelijke ordening onder de Wro, een onderscheid te maken in twee soorten woongebieden: gemengde gebieden met wonen en rustige woongebieden.
Nabij een rustig woongebied wordt de beschikbare gebruiksruimte voor geluid per activiteit lager gesteld dan nabij een gemengd gebied met wonen. Dit is een voortzetting van het ruimtelijk beleid conform de breed toegepaste VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering 2009. Hierin staat de extra bescherming van een rustig woongebied ten opzichte van gemengd gebied met wonen centraal. Voor het (maatgevende) thema geluid wordt voor een rustig woongebied uitgegaan van een langtijdgemiddelde geluidwaarde van 45 dB(A) etmaalwaarde per milieuhinderlijke activiteit. Deze waarde is 5 dB scherper dan de standaardwaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde uit artikel 5.65 Bkl. Deze aanscherping is in lijn met het gebiedsgerichte geluidbeleid van Leudal.
Voor het aspect geur (niet agrarisch) is er geen verschil tussen een gemengd gebied met wonen en een rustig woongebied. Er is in gemengd gebied met wonen in het algemeen immers niet al meer geur aanwezig dan in een rustig woongebied, zoals dat bij geluid wel het geval is. Dat betekent dat voor geur geen onderscheid nodig is tussen ligging nabij een rustig woongebied en ligging nabij een gemengd gebied met wonen.
Standaardregeling
De VNG Handreiking hanteert bij het opstellen van het omgevingsplan het uitgangspunt dat omgevingsplanregels een zo algemeen mogelijke werking krijgen. Dit houdt in dat bij de vertaling van de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl naar het omgevingsplan, zoveel mogelijk wordt voorzien in (gebiedsgerichte) standaardwaarden en -regels voor onder meer geluid en geur. Deze waarden en regels gelden standaard op de gevels van milieugevoelige gebouwen en de grens van locaties voor woonschepen of woonwagens. Ze zijn van toepassing op de toegelaten geluid- en geurveroorzakende activiteiten binnen de gemeente.
De specifieke regels op basis van de VNG Handreiking gelden aanvullend op deze standaard gebiedsgerichte regels in het omgevingsplan.
Milieuthema’s die al op een andere wijze zijn geregeld
Een groot aantal milieuthema’s is al op een andere wijze afdoende gereguleerd, waardoor de aanvullende regeling in de VNG Handreiking niet is gericht op deze milieuthema’s.
Het betreft:
- •
Luchtverontreiniging.
- •
Externe veiligheid en gevaar.
- •
Trillinghinder.
- •
Geur door agrarische activiteiten in het buitengebied.
- •
Lichthinder en spuitzones.
- •
De hinder door verkeer aantrekkende werking.
Zie voor een nadere toelichting bijlage A6 uit de VNG Handreiking.
Aanvullende regeling voor bedrijventerreinen en andere werkterreinen
Het basisprincipe van de aanvullende regeling is: hoe groter de afstand tot de woonomgeving, hoe meer gebruiksruimte voor geluid en geur per activiteit beschikbaar kan zijn. Deze inwaartse zonering krijgt vorm door maximaal drie zones voor geluid (beperkt, basis en verruimd) en twee voor geur (basis en verruimd). De ligging van de zones is afhankelijk van de ligging ten opzichte van gebieden met milieugevoelige activiteiten.
De binnen de zones toegelaten geluid- en geurbelastingen per activiteit gelden op een vaste afstand van de locatie waar de activiteit wordt verricht. Dit is 50 meter binnen de zones beperkt en basis en 100 meter binnen de zone verruimd. Dit is anders dan bij de standaard (gebiedsgerichte) regels in het omgevingsplan, die gelden op de gevels van milieugevoelige gebouwen en de grens van locaties voor woonschepen of woonwagens.
De aanvullende regels op basis van de VNG Handreiking maken het mogelijk om de gebruiksruimte voor geluid en geur voor activiteiten op een bedrijventerrein of ander werkterrein evenwichtig te begrenzen. Een begrensde gebruiksruimte voor geluid en geur geeft exploitanten van activiteiten helderheid over hún gebruiksruimte. Het biedt ook duidelijkheid over waar het wel of niet mogelijk is om nieuwe milieugevoelige activiteiten rondom een bedrijventerrein te realiseren. Ook dat sluit aan bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
De zones voor geluid en geur worden geografisch vastgelegd in het omgevingsplan.
Zone ‘geur basis’ en ‘geluid basis’
Op een bedrijventerrein of ander werkterrein wordt standaard een zone ‘geur basis’ en een zone ‘geluid basis’ opgenomen.
Zone ‘geluid beperkt’
Deze zone van 100 meter grenst aan rustig woongebied. De zone beperkt het toegelaten geluid door een activiteit. De zone ‘geluid basis’ geldt niet voor zover deze wordt overlapt door de zone ‘geluid beperkt’.
Zone ‘geluid verruimd’
Binnen de zone ‘geluid verruimd’ is extra geluidruimte beschikbaar. Deze zone is optioneel en kan worden toegekend op een afstand van tenminste 150 meter van de grens rustig woongebied en 50 meter van de grens gemengd gebied met wonen, in plaats van de zone ‘geluid basis’.
Zone ‘geur verruimd’
Binnen de zone ‘geur verruimd’ is extra geurruimte beschikbaar. Deze zone is optioneel en kan worden toegekend op een afstand van tenminste 50 meter van de grens van rustig en gemengd gebied met wonen, in plaats van de zone ‘geur basis’.
De basis voor deze aanvullende regeling ligt in het Bkl.
Het is op grond van de artikelen 5.69 en 5.93 Bkl toegestaan om de gebruiksruimte voor geluid en geur op kortere afstand te begrenzen. Dat betekent dat een geluid- of geurwaarde niet uitsluitend ter plaatse van de milieugevoelige activiteit hoeft te gelden, maar dat het ook is toegestaan die waarde te laten gelden op een locatie tussen de bron en de ontvanger in. Hiermee maakt het Bkl het dus mogelijk om te voorkomen dat een milieuhinderlijke activiteit een onevenredig grote gebruiksruimte voor geluid en geur inneemt als die activiteit geen milieugevoelige functies in de nabijheid heeft.
Standaard gebruiksruimte per milieuhinderlijke activiteit
De gebruiksruimte voor geluid en geur voor een concrete milieuhinderlijke activiteit wordt niet vastgelegd in het omgevingsplan. De feitelijke ligging van de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht bepaalt vanaf waar de geluid- en geurwaarden gelden.
Hieronder en op de volgende pagina’s enkele voorbeelden uit de handreiking van gebruiksruimte voor geluid of geur rondom een fictief bedrijf (de grijze rechthoek; dit is het hele bedrijf inclusief bebouwing en buitenterrein). Te beginnen met de basiswaarden voor geluid en geur. De gebruiksruimte rondom het bedrijf is afhankelijk van de ligging van het bedrijf ten opzichte van de verschillende zones voor geluid en geur die zijn vastgelegd in het omgevingsplan.
‘Zware’ activiteiten die niet direct worden toegelaten
Uitgangspunt is dat de aanvullende regeling in de VNG Handreiking niet van toepassing is op de toelating van zware activiteiten, dat wil zeggen: de planregels sluiten de toelating van de activiteit uit of laten deze alleen toe via een vergunning voor een omgevingsplanactiviteit, waarbij een nadere zorgvuldige afweging moet worden gemaakt. Sommige activiteiten kunnen zodanig zware effecten op de milieugevoelige omgeving hebben, dat deze meestal niet inpasbaar zijn op een regulier bedrijventerrein, maar gevestigd moeten worden op een industrieterrein. Het betreft de volgende activiteiten.
|
Uitgesloten van (directe toelating) |
|
Exploiteren van een IPPC-installatie (Richtlijn industriële emissies) |
|
Activiteiten met externe veiligheidsrisico’s Bijlage VII Bkl, m.u.v. onderdeel A |
|
Activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken |
|
Projecten waarvoor een mer-plicht geldt met een omgevingsvergunningplicht voor een milieubelastende activiteit in de zin van het bal |
|
Projecten waarvoor een mer-beoordelingsplicht geldt met een omgevingsvergunningplicht voor een milieubelastende activiteit in de zin van het bal |
Zie voor een nadere toelichting bijlage A7 uit de VNG Handreiking.
Meldingsplicht
In de regels van het omgevingsplan komt een meldingsplicht voor milieuhinderlijke activiteiten. Bij een meldingsplicht moet een nieuwe milieuhinderlijke activiteit of een wijziging daarvan worden gemeld. In de melding wordt onderbouwd dat kan worden voldaan aan de gestelde waarden voor geluid en geur. Voor bepaalde activiteiten is in de voorbeeldregels een verplichting opgenomen om een geluidonderzoek uit te voeren. Voor die activiteiten bestaat de onderbouwing voor het aspect geluid uit een onderzoek.
Meer gebruiksruimte met een maatwerkvoorschrift
Als de standaard beschikbare gebruiksruimte voor een milieuhinderlijke activiteit niet toereikend is, kan met een maatwerkvoorschrift onder voorwaarden worden voorzien in extra gebruiksruimte.
In dat geval wordt afgewogen of onevenredig ingrijpende maatregelen nodig zijn om te voldoen aan de geluid- of geurwaarden, derden niet onevenredig in hun belangen worden geschaad en de geluid- of geurbelasting op geluid- of geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar is.
Bestaande activiteiten
De milieuwaarden in de VNG Handreiking zijn afgeleid van de bestaande systematiek voor milieuzonering (zie bijlage 1 van de VNG Handreiking). Toch zullen bij toepassing van deze handreiking voor veel bestaande activiteiten nieuwe of scherpere waarden gaan gelden.
Met de begrenzing van de gebruiksruimte op basis van de beschreven aanpak van milieuzonering gelden de waarden op een vaste afstand van de milieuhinderlijke activiteit, gemeten vanaf de grens van de milieuhinderlijke activiteit. Die afstand kan veel kleiner zijn dan de afstand tot de gevoelige gevels die eerder veelal zijn gehanteerd. Dat kan op gespannen voet staan met het bestaande gebruik.
Dit vraagt om een goede regeling voor bestaande activiteiten. Hierbij kunnen de volgende uitgangspunten worden gehanteerd:
- 1.
bij beschikking toegekende rechten gaan mee;
- 2.
bekende afwijkingen worden op maat toegesneden;
- 3.
er komt een standaard overgangsregeling voor overige bestaande activiteiten.
Zie voor een nadere toelichting hoofdstuk 9 van de VNG Handreiking.
Hulpmiddel bij inschatten van de milieugebruiksruimte
Bij de start of wijziging van een milieuhinderlijke activiteit zal in de melding onderbouwd moeten worden of kan worden voldaan aan de gestelde waarden voor geluid en geur. Door niet meer te werken met een indeling in milieucategorieën en een Lijst van milieuhinderlijke activiteiten is het lastiger om vast te stellen of een concrete activiteit toelaatbaar is en past binnen de beschikbaar gestelde gebruiksruimte voor geluid en geur.
Hoofdstuk 10 van de VNG Handreiking bevat samen met bijlage 5 van die handreiking een hulpmiddel om een inschatting te maken of een bepaalde activiteit past binnen de beschikbare milieugebruiksruimte voor geluid en geur in het omgevingsplan. Dit hulpmiddel heeft een aantal beperkingen.
Beperkingen hulpmiddel
Dit hulpmiddel kan niet worden gezien (en dus niet worden gehanteerd) als opvolger van de bij de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering 2009 horende Lijst van activiteiten.
Het hulpmiddel bevat weliswaar een naar zones voor geluid en geur omgezette lijst van activiteiten (transponeringstabel), maar deze lijst geeft slechts een indicatie. De lijst is nadrukkelijk níet geschikt (en níet bedoeld) voor opname of overname in de regels van het omgevingsplan of in een beleidsregel bij het omgevingsplan. Dat past ook niet bij de systematiek van deze handreiking. Dit wijkt dus sterk af van de uitgave 2009. Een essentieel uitgangspunt van de uitgave 2009 is namelijk het wél aan de planregels koppelen van een Lijst van activiteiten. NB: de lijst is sinds 2009 niet meer geactualiseerd.
Het hulpmiddel is tot stand gekomen op basis van expertanalyse. Er zijn voor dit hulpmiddel geen milieuonderzoeken uitgevoerd.
Ook andere milieuaspecten dan geluid en geur, zoals externe veiligheid, trillingen en stofhinder kunnen in specifieke gevallen relevant of zelfs maatgevend zijn. Deze aspecten lenen zich, anders dan geluid en geur, niet goed om de inpasbaarheid van activiteiten indicatief te bepalen. In algemene zin geldt dat wanneer een activiteit een andere vorm van milieubelasting dan geluid- en geurhinder met zich meebrengt, aan de hand van de specifieke regelgeving moet worden bepaald of de activiteit op de gewenste locatie inpasbaar is. Het gaat dan zowel om rijksregels als decentrale regels, bijvoorbeeld regels in het omgevingsplan.
Voor geluid en voor geur worden drie mogelijkheden beschreven om in te schatten of een bepaalde activiteit past binnen de toepasselijke zones voor geluid en geur of zelfs geschikt is voor functiemenging:
- 1.
een inschatting van de feitelijke situatie aan de hand van concrete criteria voor geluid en geur;
- 2.
een indicatie aan de hand van de getransponeerde tabel van Bedrijven en milieuzonering
- 3.
door het uitvoeren van gericht onderzoek.
Voornemen: actualisering van de lijst als hulpmiddel
De getransponeerde lijst is gebaseerd op een lijst die al sinds 2009 niet is geactualiseerd, waardoor de lijst sterk is verouderd. Bijvoorbeeld datacenters hebben een veel te kleine richtafstand, bierbrouwerijen een veel te grote richtafstand. Los daarvan is het niet meer de bedoeling de lijst te verbinden aan de planregels.
Het voornemen bestaat om de lijst te actualiseren. De geactualiseerde lijst wordt daarna gepubliceerd op de website van de VNG. Het wordt bij voorkeur een levend document naast de handreiking en ter vervanging van bijlage A5 bij de handreiking. In de handreiking komt dan een verwijzing naar de webpagina waar de lijst is te vinden.
A3 Overzicht wetsartikelen en gebruikte afkortingen
Wetsartikelen
In dit voorstel op hoofdlijnen wordt verwezen naar de volgende wetsartikelen.
Artikel 22.45 Omgevingsplan Leudal
- 1.
Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 22.44, 22.49 en 22.50 en de paragrafen 22.3.2 tot en met 22.3.26.
- 2.
Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 22.49 en 22.50 en de paragrafen 22.3.2 tot en met 22.3.26.
- 3.
Een maatwerkvoorschrift wordt gesteld met het oog op de belangen, bedoeld in artikel 22.42.
- 4.
Op het stellen van een maatwerkvoorschrift over een milieubelastende activiteit zijn de instructieregels in paragraaf 5.1.4 en artikel 5.165 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, van overeenkomstige toepassing.
3.38 Bkl
3.39 Bkl
Artikel 5.55 Bkl
Artikel 5.58 Bkl
Artikel 5.63 Bkl
Artikel 5.65 Bkl
Artikel 5.68 Bkl
Artikel 5.73 Bkl
5.76 Bkl
5.78f Bkl
5.78i Bkl
5.78m Bkl
5.78ab Bkl
Overzicht gebruikte afkortingen
|
Av |
Algemene verordening |
|
Bal |
Besluit activiteiten leefomgeving |
|
Bbl |
Besluit bouwwerken leefomgeving |
|
Bkl |
Besluit kwaliteit leefomgeving |
|
BOPA |
buitenplanse omgevingsplanactiviteit |
|
Bs,dan |
dosismaat voor schietgeluid |
|
dB(A) |
decibel, A gewogen |
|
dB(C) |
decibel, C gewogen |
|
ETFAL |
evenwichtige toedeling van functies aan locaties |
|
GGG |
gebiedsgericht geluidbeleid |
|
LAeq |
Equivalent geluidniveau in dB(A) |
|
LAmax |
Maximaal geluidniveau (piekgeluid) in dB(A) |
|
LAr,Lt |
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau geluid in dB(A) |
|
Lden |
Jaargemiddeld geluid in dB, ook A-gewogen |
|
Lnight |
Jaargemiddeld geluid in de nachtperiode in dB, ook A-gewogen |
|
OPA |
binnenplanse omgevingsplanactiviteit |
|
RBS |
representatieve bedrijfssituatie |
|
VNG |
Vereniging Nederlandse Gemeenten |
A4 Overzichtskaart met locatie aanduidingen
Toelichting over bos- en natuurgebieden
De vier bestaande bos- en natuurgebieden (groen in de kaartje hiernaast) die volgens het gebiedsgerichte geluidbeleid gemeente Leudal (2014) extra bescherming kregen, komen niet één-op-één overeen met de functie-aanduiding in het huidige tijdelijke deel van het omgevingsplan.
De criteria om in de omgevingsplanregels van het definitieve omgevingsplan bos- en natuurgebieden extra bescherming tegen geluid te geven zijn:
- 1.
Gebieden hebben de functie-aanduiding bos- of natuur;
- 2.
Gebieden zijn groter dan 50 hectare en aaneengesloten, waartoe ook behoren die gebieden die worden doorsneden door openbare wegen en/of waterlopen zoals sloten en beken.
In de tussentijd wordt voor de toepassing van de beleidsregels uitgegaan van de in het kaartje hiernaast weergegeven bos- en natuurgebieden (groen).
Voor zover een bos- en natuurgebied samenvalt met een stiltegebied gelden de regel voor stiltegebieden.
A5 Drie deelkaarten met locatie aanduidingen
Noot
2BOPA staat voor een buitenplanse omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit (eerder buitenplans afwijken van het bestemmingsplan).
Noot
4Bij alle besluiten (vergunning of maatwerk) moet worden voldaan aan de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) over geluid door activiteiten. Onderdeel van het besluit is een belangenafweging en een motivering.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl