Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR763211
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR763211/1
Reglement van orde gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit gemeente Oldebroek
Geldend van 23-06-2026 t/m heden
Intitulé
Reglement van orde gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit gemeente OldebroekDe gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit gemeente Oldebroek;
gelet op Paragraaf 6. Werkwijze, Artikel 12. Reglement van orde, van de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit;
besluit vast te stellen het volgende reglement van orde:
Reglement van orde gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit gemeente Oldebroek.
Toelichting vooraf
Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn de regels en reglementen uit de Bouwverordening vervallen. In plaats daarvan is dit nieuwe document opgesteld.
Dit reglement is gebaseerd op de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit (vastgesteld op 4 februari 2021), op grond van Paragraaf 6, Artikel 12 van deze verordening. Hierin staat dat de commissie haar werkwijze binnen de kaders van de verordening nader vaststelt in een reglement van orde.
Dit reglement geldt voor een brede adviescommissie die meerdere adviesrollen toegewezen kan krijgen binnen de mogelijkheden van de Omgevingswet.
De onafhankelijke gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit stemt haar werkwijze af op basis van de aan haar toebedeelde adviestaken
PARAGRAAF 1. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Definities
In dit reglement wordt verstaan onder:
- •
commissie: gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de wet, genaamd gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit;
- •
verordening: Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit;
- •
wet: de Omgevingswet;
- •
advies: het advies conform de taken en werkzaamheden uit de verordening artikel 2 dat met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit gegeven wordt;
- •
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oldebroek;
- •
raad: de gemeenteraad van de gemeente Oldebroek;
- •
reglement: dit reglement van orde;
- •
ambtelijk secretaris: ambtenaar die de commissie zodanig ondersteunt dat deze optimaal kan functioneren bij de uitoefening van haar taken als onafhankelijk adviesorgaan van het gemeentebestuur en die in de gemeente fungeert als dagelijks aanspreekpunt van de commissie. Deze is geen lid van de commissie;
- •
Gelders Genootschap: de vereniging Het Gelders Genootschap tot Bevordering en Instandhouding van de Schoonheid van Stad en Land.
PARAGRAAF 2. WERKWIJZE
Artikel 2. Werkwijze algemeen
-
1. De commissie regelt zelf haar wijze van werken, zulks met inachtneming van de bepalingen genoemd in de verordening en in het reglement en in goed overleg met de gemeente.
-
2. Het vergaderrooster van de commissie wordt elk jaar vóór 1 januari in overleg met de ambtelijk secretaris door de commissie opgesteld.
-
3. De ambtelijk secretaris bereidt de adviesvragen voor.
-
4. De voorzitter stelt in overleg met de ambtelijk secretaris de agenda van de vergadering op.
-
5. De commissie bereidt de vergaderingen zorgvuldig voor en doet voorafgaand aan de vergadering onderzoek ter plaatse indien dit redelijkerwijs voor de vervulling van haar taak nodig is. Voor initiatieven met betrekking tot erfgoed worden locatiebezoeken door (een delegatie van) de commissie aangestuurd vanuit de afdeling erfgoed van de gemeente.
-
6. De commissie administreert haar werkzaamheden zowel inhoudelijk (adviezen) als wat betreft planning, tijdsbesteding, verslaglegging, rapportage etc.
Artikel 3. Werkwijze bij de advisering over de aanwijzing van monumenten of functie-aanduidingen die betrekking hebben op cultureel erfgoed (verordening artikel 2, tweede lid, onder b.)
De commissie regelt zelf haar wijze van werken met betrekking tot de advisering over de aanwijzing van monumenten of functieaanduidingen die betrekking hebben op cultureel erfgoed, zulks met inachtneming van de bepalingen genoemd in de verordening en in dit reglement.
Artikel 4. Werkwijze bij de advisering over het ontwikkelen van beleid voor de fysieke leefomgeving (verordening artikel 2, tweede lid, onder c.)
De commissie regelt zelf haar wijze van werken met betrekking tot de advisering over het ontwikkelen van beleid voor de fysieke leefomgeving, zulks met inachtneming van de bepalingen genoemd in de verordening en in dit reglement.
Artikel 5. Werkwijze bij vooroverleg (verordening artikel 2, tweede lid, onder f.)
-
1. De commissie regelt zelf haar werkwijze bij het voeren van vooroverleg met planindieners over een in te dienen aanvraag voor een omgevingsvergunning, zulks met inachtneming van de bepalingen genoemd in de verordening en in dit reglement.
-
2. Vooroverleg leidt tot een preadvies over een voorgenomen plan. Vooroverleg vindt plaats op basis van het vigerende beleidskader. Als een plan niet binnen dit kader past wordt dit in het preadvies aangegeven.
-
3. Vooroverleg is openbaar, tenzij de planindiener en/of het bevoegd gezag een verzoek indient voor een niet openbare behandeling.
-
4. De commissie draagt zorg voor consistente beoordelingen in de verschillende planfasen. Van vooroverleg wordt een verslag gemaakt dat dient als leidraad voor vervolgoverleg en -advisering.
-
5. Als een plan tijdens de vooroverlegfase drie keer negatief wordt beoordeeld door de commissie en er tijdens het proces geen noemenswaardige vooruitgang wordt geconstateerd, kan de commissie het bevoegd gezag adviseren het vooroverleg te beëindigen. Beëindiging van het vooroverleg vindt niet plaats indien het plan niet tenminste eenmaal door de plenaire commissie is beoordeeld.
-
6. Indien het vooroverleg niet binnen achttien maanden na de laatste beoordeling door de commissie wordt gevolgd door een vergunningaanvraag, wordt de behandeling gesloten. Deze termijn geldt niet indien de commissie en de indiener van het plan een andere termijn overeenkomen. Een afwijkende termijn wordt opgenomen in het advies.
Artikel 6. Voorbereiding van de vergadering: openbaar maken van de agenda, uitnodigen belanghebbenden en incidentele vervanging van commissieleden
-
1. De ambtelijk secretaris maakt het tijdstip en de plaats van de vergadering openbaar via de gemeentelijke website. Indien het een digitale vergadering betreft kunnen belanghebbenden zich aanmelden bij de ambtelijke secretaris om een link naar de digitale vergadering te ontvangen.
-
2. De initiatiefnemer of zijn gemachtigde die bij de behandeling spreekrecht wil, kan dit aangeven bij de aanvraag of rechtstreeks bij de ambtelijk secretaris. Andere belanghebbenden die spreekrecht willen kunnen dit aangeven bij de ambtelijk secretaris. De ambtelijk secretaris zorgt dat zij worden uitgenodigd.
-
3. Indien een lid verhinderd is de vergadering bij te wonen, geeft het dit tijdig door aan de secretaris en draagt het indien mogelijk zorg voor een gelijkwaardige vervanger.
Artikel 7. Vergaderorde
-
1. De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde tijdstip als daarvoor het vereiste aantal leden, zoals genoemd in de verordening artikel 8 lid 3, aanwezig is. Als een kwartier na het vastgestelde tijdstip het vereiste aantal leden zonder bericht niet aanwezig is, bepaalt de voorzitter in overleg met de ambtelijk secretaris de dag en het uur van de volgende vergadering.
-
2. De voorzitter bepaalt de vergaderorde en de orde van de beraadslaging.
-
3. De voorzitter bepaalt of er adviesvragen zijn die volgens artikel 8, lid 1 van de verordening niet openbaar behandeld moeten worden.
-
4. De voorzitter bepaalt of er leden zijn die zich volgens artikel 8, lid 4 van de verordening moeten onthouden van medewerking aan een advies en tijdens de behandeling en de besluitvorming over een advies niet in de vergadering aanwezig mogen zijn.
-
5. De voorzitter handhaaft de orde en de omgangsvormen tijdens de vergadering. Hij bepaalt de orde van het gesprek en de verdeling van de spreektijd en kan optreden bij wanorde, smaad of belediging e.d. door deelnemers woord en toegang tot de vergadering te ontnemen.
Artikel 8. Orde van behandeling en beraadslaging
-
1. De voorzitter stelt de aanwezigen in de vergadering voor en bepaalt per geagendeerd onderwerp de orde van behandeling.
-
2. De behandeling start met een toelichtende fase. In deze fase kan de voorzitter ook niet-leden van de commissie het woord geven om zaken toe te lichten of om vragen van leden te beantwoorden. De voorzitter bepaalt hierbij de spreektijd.
-
3. Als een plan naar het oordeel van de voorzitter voldoende besproken is, sluit hij de toelichtende fase en start de beraadslaging. In deze fase stelt de voorzitter ieder lid in de gelegenheid zijn standpunt of advies uit te brengen. Een lid voert alleen het woord als hiervoor toestemming is verkregen van de voorzitter. De voorzitter geeft in principe het woord in volgorde waarin het is gevraagd. In deze fase is in beginsel geen ruimte meer voor niet-leden van de commissie tenzij er nieuwe vragen rijzen en alleen op uitdrukkelijk verzoek van de voorzitter.
-
4. De commissie besluit bij meerderheid van stemmen. Bij gelijke stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag.
-
5. Indien de voorzitter dit nodig acht op basis van de inbreng van de afzonderlijke leden kan hij besluiten over te gaan tot een hoofdelijke stemming.
-
6. De voorzitter besluit per geagendeerd onderwerp met een korte samenvatting en stelt hierna vast of de leden hun standpunt hierin herkennen. Het advies is pas definitief nadat de schriftelijke weergave ervan is geaccordeerd door de commissie.
-
7. Binnen de overeengekomen termijn van advisering kan de commissie haar advies aanhouden indien meer informatie of een aanpassing wenselijk is.
Artikel 9. Adviezen, notulering en adviesdossier
-
1. Adviezen komen zorgvuldig tot stand, bevatten een begrijpelijke redenering en daarop aansluitende conclusies.
-
2. Van de vergadering worden notulen gemaakt. De achtereenvolgende adviezen (het adviesdossier) worden toegevoegd aan de notulen. De voorzitter besluit of een advies daarnaast ook in een afzonderlijke brief aan het college wordt verzonden. Een dergelijke brief kan ook op verzoek van de ambtelijk secretaris worden opgesteld.
-
3. Negatieve adviezen worden gemotiveerd met een verwijzing naar het van toepassing zijnde gemeentelijke beleid. Positieve adviezen worden alleen gemotiveerd als wordt afgeweken van het van toepassing zijnde gemeentelijke beleid of als daar specifiek om wordt verzocht.
-
4. De commissie vermeldt desverlangd ook een gemotiveerd minderheidsstandpunt in het advies.
-
5. De indiener van een plan kan een mondelinge toelichting vragen op het advies. Deze toelichting wordt in eerste instantie gegeven door de ambtelijk secretaris. Indien de indiener vervolgens een nadere toelichting wenst kan een afspraak worden gemaakt met de commissie.
Artikel 10. Openbaarheid adviezen
-
1. Het college besluit of, wanneer en op welke wijze de adviezen van de commissie openbaar gemaakt worden.
-
2. De commissie legt adviezen, inclusief de adviesgeschiedenis en bijbehorende bijlagen vast.
Artikel 11. Voorzitterschap en aanvullende taken van de voorzitter
-
1. Als voorzitter zijn benoembaar de commissieleden genoemd in artikel 1.
-
2. Het college wijst na overleg met de commissie een van de leden genoemd in de verordening artikel 4, lid 1 aan als voorzitter.
-
3. Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de voorzitter vervangen door een door de commissie overeengekomen plaatsvervangend voorzitter.
-
4. De voorzitter is verantwoordelijk voor het functioneren van de commissie en bewaakt de deugdelijkheid van de advisering in brede zin.
-
5. De voorzitter onderhoudt de contacten met het college en de gemeenteraad.
-
6. De voorzitter onderhoudt de contacten met de pers en andere belangstellenden en informeert hierover tijdig de commissie en de ambtelijk secretaris.
Artikel 12. Afdoening onder verantwoordelijkheid
-
1. De commissie kan in overleg met het college uit haar midden een lid, enkele leden, een subcommissie of subcommissies aanwijzen die het vooroverleg en/of de advisering zelfstandig mogen uitvoeren onder verantwoordelijkheid van de commissie.
-
2. Het vooroverleg onder verantwoordelijkheid van de commissie kan onder meer plaatsvinden in het kader van een gemeentelijke intake- en/of omgevingstafel, kwaliteits- of supervisieteam. Welk lid/welke leden hiervoor worden gemandateerd is afhankelijk van de adviesvraag die voorligt en de benodigde expertise.
-
3. De commissie blijft bevoegd de gemandateerde bevoegdheid zelf uit te oefenen maar kan niet terugkomen op eerder door een gemandateerd lid of subcommissie gegeven adviezen.
-
4. Het mandaat om te adviseren onder verantwoordelijkheid van de commissie wordt door de commissie geregistreerd in een mandaatbesluit. Dit geeft aan wat de uitgangspunten zijn voor het mandaat, op welke vormen van advisering het betrekking heeft, wat de reikwijdte is van het mandaat en wanneer en op welke manier de gemandateerde verantwoording aflegt aan de commissie.
-
5. Een gemandateerd lid of subcommissie regelt zelf zijn wijze van werken, in samenspraak met de commissie en in geval van twijfel met de voorzitter, zulks met inachtneming van de bepalingen genoemd in de verordening en in dit reglement en legt hierover verantwoording af aan de commissie.
-
6. Ingeval een gemandateerd lid of subcommissie twijfelt over de mening van de commissie, moet het lid of de subcommissie het advies onverwijld aanhouden en de commissie raadplegen.
-
7. Een gemandateerd lid of subcommissie houdt het adviesdossier bij en zorgt dat dit toegankelijk is voor de commissie.
Artikel 13. Adviseurs
-
1. De commissie kan de in artikel 10 van de verordening genoemde adviseurs raadplegen of uitnodigen ter vergadering, indien dit door de commissie voor een juiste taakuitoefening wenselijk wordt geacht.
-
2. De adviseur is geen lid van de commissie maar wordt voorafgaand aan de beraadslaging in de gelegenheid gesteld zijn of haar visie op het plan te geven. De adviseur kan bovendien op verzoek van de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging maar heeft geen stem in de eindbeoordeling.
-
3. Indien de verwachte aard en omvang van de werkzaamheden van de adviseur zodanig zijn dat er aanvullende honorering noodzakelijk is, wordt dit voorafgaand aan de inzet van de adviseur met de ambtelijk secretaris afgestemd en schriftelijk vastgelegd.
Artikel 14. Selectie en voordracht kandidaatleden
-
1. Kandidaatleden worden door het Gelders Genootschap geselecteerd en tijdig voorgedragen aan het College van Burgemeester en Wethouders ter benoeming.
-
2. Het eerste lid geldt niet voor leden niet in dienst van het Gelders Genootschap of burgerleden. Zij worden op voorstel van het College van Burgemeester en Wethouders geselecteerd en voorgedragen aan de gemeenteraad ter benoeming.
Artikel 15. Jaarverslag en evaluatiegesprek
-
1. Het jaarverslag van de commissie wordt opgesteld conform artikel 15 van de verordening. Het verslagjaar loopt van januari tot en met december.
-
2. Het jaarverslag bevat het register van plaatsvervangers van het Gelders Genootschap.
-
3. Het jaarverslag bevat het mandaatregister van de commissie.
-
4. De voorzitter organiseert een evaluatiegesprek met de portefeuillehouder over het conceptjaarverslag. Daarna wordt het definitieve jaarverslag opgemaakt en aangeboden aan de raad.
-
5. Op verzoek van de raad wordt het jaarverslag gepresenteerd tijdens een raadsvergadering of een andere bijeenkomst.
Artikel 16. Onvoorziene omstandigheden
-
1. In de gevallen waarin dit reglement mocht blijken niet te voorzien beslist het college.
-
2. Onvoorziene zaken die zich tijdens een vergadering aandienen worden beslist door de commissie.
PARAGRAAF 3. INWERKINGTREDING EN CITEERTITEL
Artikel 17. Inwerkingtreding en citeertitel
Dit reglement van orde treedt in werking op de dag na bekendmaking in het Gemeenteblad en vervangt het Reglement voor de monumentencommissie.
Dit reglement van orde wordt aangehaald als: Reglement van orde gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit gemeente Oldebroek.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de commissievergadering van 1 juni 2026.
De voorzitter,
J.N. (Hans) Pietersma March. AvB
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl