Beleidsregels Sport, spel en bewegen in de openbare ruimte

Geldend van 23-06-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels Sport, spel en bewegen in de openbare ruimte

Zaaknummer: 3030307

Het college van Burgemeester en Wethouders;

gelezen het voorstel van Onderwijs, Doelgroepenvervoer en Leisure d.d. 9 juni 2026

Besluit vast te stellen de:

Beleidsregels Sport, spel en bewegen in de openbare ruimte

In dit document zijn de beleidsregels beschreven, die betrekking hebben op de uitvoering van de beleidsnota ‘Sport, spel en bewegen in de openbare ruimte 2024’. Deze beleidsnota is op 14 mei 2024 door de gemeenteraad vastgesteld.

Inhoud

Inleiding

Beleidsregels: Orgware

Thema O1 – Integrale samenwerking

Thema O2 – Uitvoering Jaarplan, buurtgerichte aanpak en kaders voor nieuwbouw

Thema O3 – Onderhoud en beheer

Thema O4 – Monitoring en evaluatie

Beleidsregels: Software

Thema S1 – Professionals binnen het sport-, speel- en beweegaanbod

Thema S2 – Communicatie naar inwoners

Beleidsregels: Hardware

Thema H1 – Een multifunctioneel aanbod in de buurt en wijk

Thema H2 – Goede sport-, spel- en beweegplekken

Thema H3 – De rol van de informele ruimte

Thema H4 – De rol van het recreatieve buitengebied

Thema H5 – Oog voor specifieke doelgroepen

Thema H6 – Kaders voor nieuwbouw en inbreiding

Inleiding

In 2024 is de ‘Beleidsnota: sport, spel en bewegen in de openbare ruimte 2024’ vastgesteld. Aanvullend op de beleidsnota is dit document opgesteld: de beleidsregels. De regels zijn bedoeld als onderbouwde handvatten voor de uitvoering van de beleidsambities.

Van ambities naar uitvoering

Het doel van de beleidsnota en de beleidsregels is om de losse openbare sport, spel en beweegplekken om te vormen tot een complete beweegvriendelijke leefomgeving. Zodat de leefomgeving de inwoners faciliteert, stimuleert en uitdaagt tot sport, spel en bewegen. De beleidsregels volgen zodoende de thema’s uit de beleidsnota, gekoppeld aan de opbouw van het BVO (beweegvriendelijke omgeving) -model:

  • Orgware: Integrale samenwerking, buurtgerichte aanpak, beheer, monitoring en evaluatie.

  • Software: Betrekken professionals, communicatie naar bewoners.

  • Hardware: Inzetten op een multifunctioneel, goed aanbod met oog voor specifieke groepen.

De beleidsregels dienen als handvatten voor de (her)inrichting van de openbare sport-, spel- en beweegruimte. Zowel op formele voorzieningen (plekken ingericht met toestellen voor sport, spel en bewegen) als in de vrije ruimte (plantsoenen, parken, stoepen en paden). Voor gemeentelijke teams die zich bezighouden met de openbare ruimte maar ook voor bijvoorbeeld projectontwikkelaars.

Het is en blijft een dynamisch werkdocument, dat periodiek wordt herzien en in geval van wijzigingen opnieuw ter vaststelling aan het college wordt voorgelegd.

Beleidsregels: Orgware

Thema O1 – Integrale samenwerking

Doel: Stroomlijnen samenwerking met diverse beleidsdomeinen, organisaties, gebruikers en bewoners bij de (her)inrichting van de openbare sport-, spel- en beweegruimte.

Om dit te bereiken gelden de volgende uitgangspunten:

1.1

De integrale beleidsvisie van de gemeente Hoorn voor de beweegvriendelijke leefomgeving moet ingebed worden in de organisatie en verschillende teams. Dit komt terug in o.a. team-namen en functieprofielen.

1.2

Reguliere werkzaamheden ten aanzien van sport, spel en bewegen in de openbare ruimte worden verzorgd door Team Sport, Spel en Bewegen (Team SSB). Dit team bestaat uit:

  • Regisseur Openbare Ruimte (Team Regie Openbare Ruimte)

  • Projectleider (Team Realisatie)

  • Operationeel beheerder (Team Realisatie)

1.3

Er wordt met een stuurgroep gewerkt om de integrale samenwerking tussen Team Sport en Team Sport, Spel en bewegen (SSB) te coördineren. Dit is Stuurgroep Beweegvriendelijke Leefomgeving (BVO) (zie O1.4). Bij de uitvoering van de beleidsnota: Sport, spel en bewegen in de openbare ruimte wordt de Stuurgroep BVO bijgestaan door de agendaleden BVO (zie O1.7).

1.4

De Stuurgroep BVO komt tenminste elk kwartaal (als nodig vaker) bijeen om de stand van zaken m.b.t. de planvorming en uitvoering door te nemen. Stuurgroep BVO bestaat uit:

  • Beleidsadviseur Sport (Team Sport)

  • Regisseur Openbare Ruimte (Team Realisatie)

  • Projectleider (Team SSB)

1.5

Over het algemeen is de Regisseur Openbare Ruimte opdrachtgever en de projectleider de opdrachtnemer. Waar dit afwijkt, worden hierover afspraken gemaakt met de Regisseur Openbare Ruimte. Bij het formuleren van projectopdrachten door de Regisseur Openbare Ruimte ondersteunt waar nodig de Beleidsadviseur Sport.

1.6

De agendaleden ondersteunen in de uitvoering van de plannen uit de Stuurgroep BVO (o.a. de buurtgerichte aanpak, specifieke projectopdrachten voor de openbare ruimte, beleids- en organisatievraagstukken, initiatieven en de beoordeling van herontwikkeling- en nieuwbouwplannen). Naar behoefte vanuit de Stuurgroep BVO of vanuit Team SSB bij uitvoering van de plannen wordt er input opgehaald of advies gevraagd bij de agendaleden. De agendaleden bestaan uit:

  • Team Sport

  • Wijkcoördinator(en)

  • Gebiedsmanager(s)

  • Afgevaardigde vanuit Sociaal Domein

  • Afgevaardigde vanuit Projectmanagement/nieuwbouw

  • Afgevaardigde uit afdeling beheer openbare ruimte

  • Adviseur Financieel

  • Adviseur Communicatie

1.7

Vanuit de Stuurgroep BVO is het mogelijk om een projectgroep samen te stellen voor de uitvoering van een specifieke projectopdracht (bijv. het bevorderen van het aanbod voor Urban Sporters in de stad). Hierbij wordt, naast de domeinspecialisten uit het Team Sport en het Team SSB, een beroep gedaan op uitvoerende organisaties in Hoorn, zoals jongerenwerk, zorginstellingen en buurtsportcoaches.

1.8

Om de inspraak van bewoners en organisaties te vergroten wordt, naast kennisbevordering via informatiebijeenkomsten ook ingezet op (meerdere) participatiemomenten waarop inwoners hun mening mogen geven over de voorgenomen plannen of hun wensen en ideeën mogen delen voor de verbetering van de beweegvriendelijke leefomgeving. Bij grote projecten kan er gebruik gemaakt worden van een stads community-platform (zoals `Voor Een Mooie Stad”).

Protocol Jaarplan voor de (her)inrichting van de BVO-ruimte (Jaarplan BVO)

Jaarlijks wordt een plan opgesteld voor de benodigde vervangingen/herinrichtingen in de openbare sport-, spel- en beweegruimte van Hoorn. Het Jaarplan BVO wordt opgesteld door de Stuurgroep BVO met input vanuit Team SSB. De voorbereiding, ontwikkeling en uitvoering van een jaarplan heeft een doorlooptijd van ruim 2 jaar. De vervangingsopdracht voor 2027, wordt voorbereid in 2025, vastgesteld in 2026 en uitgevoerd in 2027. De ontwikkeling en uitvoering van het Jaarplan BVO verloopt volgens 6 fases:

Fase 1: Voorbereiding Jaarplan: Eerste overleg Stuurgroep BVO om het voorlopige Jaarplan door te nemen. Tijdens dit overleg wordt geïnventariseerd:

  • De voorlopige vervangingsopgave op basis van het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) BVO (zie O3.6).

  • De buurten die vanuit deze opgave opgepakt worden in een buurtgerichte aanpak (zie O2).

  • De status van nog lopende buurtplannen.

  • De “specials” die buiten de reguliere vervangingen op het programma staan om op te pakken. Deze krijgen een aparte opdracht. Er worden nu 11 locaties aangemerkt als special (zie 02.3)

  • Nieuwe projecten en daaruit eventueel komende nieuwe sport-, spel- en beweegvoorzieningen.

  • Welk (indicatief) vervangingsbudget benodigd is (orde grootte) voor de kadernota.

  • Projecten binnen de organisatie van Hoorn die in de planning staan voor dat jaar en mogelijke (financiële) koppelkansen creëren.

  • Hoeveel capaciteit is er beschikbaar om het Jaarplan uit te voeren.

  • Programma's die lopen binnen de organisatie van gemeente Hoorn waarop aangesloten kan worden.

Fase 2: Opstellen concept Jaarplan: Na het overleg wordt een eerste conceptversie van het Jaarplan opgesteld. Het Jaarplan wordt opgesteld door Team SSB en bevat in ieder geval de volgende onderdelen:

  • Welke locaties opnieuw ingericht gaan worden.

  • Welke functie deze locaties hebben (sport, spel en bewegen en welk bereik)

  • De benodigde vervangingsbudgetten voor deze locaties.

  • Een eerste opzet voor de buurtgerichte aanpak (thema 02).

Fase 3: Concept Jaarplan bespreken: Binnen de Stuurgroep BVO wordt het concept Jaarplan besproken en verder uitgewerkt. Met de volgende punten wordt het Jaarplan aangevuld:

  • Financiële aanvraag kadernota voorbereiden

  • Aanpak participatie en buurtgerichte aanpak (zie ook O2);

  • (Tijdelijke) sluiting formele plekken en (tijdelijk) verwijderen toestellen;

  • Kaders voor inrichting (toestellen, materialen, beheer);

  • Samenstelling projectgroepen voor uitvoering (op basis van projectopdracht);

  • Voortgang grotere lopende projecten.

Fase 4: Definitieve jaarplan opstellen: Team SSB stelt het definitieve jaarplan op. Hiervoor is een belangrijk deadline in de maand februari, omdat het budget aangevraagd moet worden via de kadernota. Op basis van het definitieve Jaarplan stellen de Beleidsadviseur Sport en de Regisseur Openbare Ruimte financiële de aanvragen op voor de kadernota.

Fase 5: Eventueel bijstelling van het jaarplan als het benodigde budget niet volledig beschikbaar is gesteld via de kadernota, zodat het past binnen het beschikbare budget.

Fase 6: Uitvoering Jaarplan: Nadat het budget is vergeven kan de uitvoering van het jaarplan worden voorbereid en in het uitvoeringsjaar worden uitgevoerd.

Thema O2 – Uitvoering Jaarplan, buurtgerichte aanpak en kaders voor nieuwbouw

Doel: De (her)inrichting van de openbare sport-, spel- en beweegruimte baseren op een buurtgerichte aanpak waarin plekken en inrichting elkaar versterken.

Om dit te bereiken gelden de volgende uitgangspunten:

2.1

Waar mogelijk wordt de buurtgerichte aanpak (zie Protocol Buurtgerichte aanpak) ingezet voor de uitvoering van de vervangingsopgave. Hiermee wordt een integrale uitvoering nagestreefd waarin de vervangingen in de BVO-ruimte gekoppeld worden aan elkaar én relevante projecten in de betreffende buurten. Relevante projecten kunnen zowel fysiek van aard zijn (zoals nieuwbouw of groenrenovaties), als sociaal (zoals een preventiecampagne voor ouderen in sociaal isolement).

2.2

Niet alle plekken kunnen logischerwijs geclusterd worden. Dit is bijvoorbeeld het geval buiten een buurt of bij plekken die ruim eerder of later dan de rest van de buurt in aanmerking komen voor een herinrichting. Deze plekken wordt door Team SSB opgepakt op basis van een locatiegerichte aanpak of zelfs objectgerichte aanpak. Deze worden als losse projecten opgenomen in het Jaarplan BVO.

2.3

Specials worden niet opgenomen in een buurtplan. Deze worden apart begroot, apart budget voor aangevraagd en aparte opdrachten voor opgesteld. Indien nodig wordt een projectgroep ingericht. Dit wordt geïnventariseerd door Stuurgroep-BVO (zie Protocol Jaarplan BVO). Binnen de gemeente zijn 11 locaties aangemerkt als special:

1. Cruyff Court Bangert

2. Cruyff Court Grote Waal

3. Cruyff Court Kersenboogerd

4. Cruyff Court Risdam

5. Dwaalpark

6. Natuurspeelplek Boezelbos Blokweer

7. Natuurspeeltuin Grote Waal

8. Ontmoetingsplek Kloosterpark

9. Stadsspeeltuin de Speelhoorn

10. Stadsstrand Hoorn

11. Urban Sports Park Julianapark

2.4

Afspraken m.b.t. Cruyff courts zijn vastgelegd in een overeenkomst met de Cruyff foundation.

2.5

De locaties die in aanmerking komen voor de buurtgerichte aanpak worden geïnventariseerd door de Team SSB en opgenomen in het Jaarplan BVO.

Protocol Buurtgerichte Aanpak

Locaties worden geselecteerd voor de buurtgerichte aanpak op basis van de veiligheidsinspectie (indicatieve vervangingsopgave) en buurtbrede (renovatie)trajecten, bijvoorbeeld op het gebied van riolering, verhardingen of groen. Deze informatie wordt geïnventariseerd in fase 1 en uitgewerkt in fase 2 van het Jaarplan BVO (zie Protocol Jaarplan BVO). Hierbij worden de volgende fases doorlopen:

Fase 1: Selectie voorzieningen - Voorzieningen worden geclusterd tot één buurtgerichte aanpak als het theoretisch vervangingsjaar van de voorziening maximaal 3 jaar in de toekomst ligt, de voorzieningen complementair ingericht worden en binnen dezelfde buurt liggen.

Fase 2: Afstemming stakeholders - De eerste participatie-stap vindt plaats door middel van een inventarisatie. De inventarisatie wordt gedaan door een aangewezen lid van Team SSB. In samenspraak met de Team SSB en eventuele stakeholders uit de buurt (organisaties, jongerenwerk, buurtsportcoaches) wordt de inventarisatie uitgewerkt.

Fase 3: Opzetten buurtplan – Team SSB stelt, op basis van de technische clustering en het inventariserende gesprek in de Stuurgroep BVO een buurtplan op. In het buurtplan wordt aangegeven welke plekken, onder welke voorwaarden, wanneer worden opgepakt. Het buurtplan moet worden geaccordeerd door Stuurgroep BVO en bevat het volgende:

  • Prioritering van voorzieningen: Plekken die van belang zijn voor de buurt worden, ook bij onvolledige toekenning van het budget (bij vaststelling van de kadernota), in ieder geval heringericht. Aanvullende plekken worden alleen opgepakt bij volledige toekenning van het benodigd budget. Het belang van een voorziening wordt afgestemd bij het inventariserende gesprek in Team SSB met stakeholders.

  • Omvormingsplan bij buurten met overaanbod: In het buurtplan wordt al opgenomen welke plekken worden opgeheven (zie H2.11) en welke plekken mogelijk een ander soort inrichting krijgen waarbij toestellen worden vervangen voor spel- of beweegaanleidingen (zie H2.13).

  • Kaders voor de (her)inrichting van de voorzieningen: Hierbij worden, per voorziening, de belangrijkste kaders aan de voorkant uitgewerkt om zo op buurtniveau zorg te dragen voor de gewenste variatie (zie ook H1 en H2).

  • Kaders voor participatie op buurtniveau: Een beschrijving van de aanpak voor de betreffende buurt, met daarbij het aantal inloopmomenten, de gewenste doelgroep en de mate van participatie (op basis van de participatieladder, zoals beschreven in de Nota Participatie in de Fysieke Leegomgeving d.d. december 2021) zodat duidelijk is welke invloed bewoners en organisaties hebben op de nog te maken keuzes.

Fase 4: Participatie met de buurt - In de buurtgerichte aanpak wordt de participatie geclusterd tot een traject waarbij bewoners en mogelijke stakeholders worden uitgenodigd mee te denken en ideeën in te brengen. De kaders voor participatie worden opgenomen in het buurtplan en informatie over de participatie wordt gecommuniceerd met belanghebbenden (zie S2).

Fase 5: Actieplan voor uitvoering - Na de bijeenkomsten met bewoners en stakeholders wordt het buurtplan door Team SSB vertaald naar een actieplan voor uitvoering waarbij de ingrepen voor de komende jaren worden uiteengezet in een planning. Dit actieplan wordt gedeeld in de Stuurgroep BVO en vervolgens gecommuniceerd richting de buurt.

Fase 6: Buurtgerichte uitvoering - Herinrichtingen worden binnen 3 jaar na de participatie met de buurt (fase 4) uitgevoerd door het Team SSB. Deze uitvoeringstermijn is bewust ruim om kapitaalvernietiging te voorkomen (toestellen niet té vroeg vervangen) terwijl er wel optimaal kan worden geclusterd op buurtniveau. Ook volgt de uitvoering op een concreet en nog relevant moment voor bewoners (binnen 3 jaar). Voorzieningen die na 4 jaar pas in aanmerking komen voor uitvoering worden doorgeschoven naar de volgende vervangingscyclus in de betreffende buurt.

2.6

In het geval van nieuwbouw of inbreiding moet de Stuurgroep BVO betrokken worden tijdens de planvorming.

2.7

Het projectmanagement van de nieuwbouwontwikkeling wordt, met betrekking tot de openbare sport-, spel- en beweegruimte geadviseerd en gecontroleerd door de Stuurgroep BVO. Het is daarom belangrijk dat de Stuurgroep vroegtijdig in het proces wordt betrokken zodat input gedeeld kan worden met betrekking tot de ruimteclaim en de overige relevante ambities vanuit de beleidsnota. Overlegmomenten die hiervoor benut worden zijn onder andere de Intaketafel (in aanwezigheid van de Beleidsadviseur Sport), Omgevingstafel (in aanwezigheid van Adviseur Integraal Beheer (o.a. namens Regisseur Openbare Ruimte) en/of het Integraal Beheer Overleg (IBOB) (in aanwezigheid van de Regisseur Openbare Ruimte). De Beleidsadviseur Sport en Regisseur Openbare Ruimte betrekken medewerkers vanuit Team Sport en SSB voor advisering op specifieke vraagstukken. Projectmanagement is ervoor verantwoordelijk dat de regisseurs tijdig bij projecten worden betrokken; vanaf het opstellen van het programma van eisen ten behoeve van de ontwerpfase. Ook zorgt Projectmanagement ervoor dat ontwikkelaars en/of ontwerpers van de openbare ruimte binnen hun projecten actief worden geïnformeerd over deze beleidsregels.

2.8

In Thema 6: Nieuwbouwkaders bij de beleidsregels van de hardware staat de ruimteclaim en andere eisen verder uitgewerkt.

Thema O3 – Onderhoud en beheer

Doel: Zorg dragen voor veilig, schoon en hele objecten in de openbare ruimte met een uitvoerbaar plan, bijbehorend budget en capaciteit (uren) om bestaande voorzieningen in kwalitatief goede staat te behouden.

Om dit te bereiken gelden de volgende uitgangspunten:

3.1

Het WAS (Warenwetbesluit Attracties en Speeltoestellen) is leidend voor de veiligheid van de sport-, spel- en beweegvoorzieningen in de openbare ruimte. Hierbij wordt gekeken naar onder andere de NEN-EN 1176 (voor speeltoestellen), de NEN-EN 1177 (ondergronden), de NEN-EN 14974 (skatetoestellen) en de NEN-EN 16630 (buitenfitnesstoestellen). Om de veiligheid te borgen laat Team SSB jaarlijks inspecties uitvoeren op de openbare sport-, spel- en beweegvoorzieningen in beheer van de gemeente Hoorn. Visuele inspecties worden driemaal per jaar uitgevoerd door de rayons om de openbare ruimte schoon, heel en veilig te houden. Daarnaast wordt jaarlijks, volgens een driejarige cyclus, een derde van de locaties door een externe partij geïnspecteerd op veiligheid, onderhoud en conditie.

3.2

Overige kaders voor het onderhoud van de sport-, spel- en beweegvoorzieningen in de gemeente Hoorn zijn opgenomen in een apart beheerplan. Dit plan wordt opgesteld en waar nodig geactualiseerd door het Team SSB.

3.3

Het benodigde budget voor onderhoud wordt elke drie jaar geëvalueerd door het Team SSB en herijkt aan de hand van de actuele omvang van het areaal, het gewenste onderhoudsniveau en de technische staat van de voorzieningen. Een wijziging/bijstelling van het benodigde budget en capaciteit wordt opgevoerd in de kadernota door de Regisseur Openbare Ruimte.

3.4

Bij nieuwe sport-, spel- en beweegvoorzieningen worden de benodigde budgetten voor onderhoud en vervanging jaarlijks bijgesteld op basis van areaaluitbreiding. Voor specifieke voorzieningen ("specials") wordt via de kadernota per project een budgetvoorstel ingediend door de Regisseur Openbare Ruimte. Het is van belang dat bij nieuwe initiatieven en/of ontwikkelingen een apart dekkingsplan wordt opgesteld waarin de dekking van deze kosten wordt toegelicht. De Regisseur Openbare Ruimte is verantwoordelijk voor het volledig aanleveren van deze informatie.

3.5

Alle openbare sport-, spel- en beweegvoorzieningen in beheer van de gemeente worden, inclusief benodigde documentatie (logboeken, certificaten) door Team SSB opgenomen in iAsset: het beheerprogramma van de gemeente. Ontwikkelingen buiten Team SSB op dit gebied dienen door projectmanagement gemeld te worden aan de Regisseur Openbare Ruimte zodat deze ook op de hoogte is van de lopende ontwikkelingen. De documentatie voor iAsset wordt aangeleverd bij de medewerkers gegevensbeheer.

3.6

In het beheerprogramma wordt, op basis van de jaarlijkse veiligheidsinspectie, een verwacht vervangjaar per toestel/object opgenomen. De set aan verwachte vervangjaren op objectniveau wordt door Team SSB vertaald naar een indicatieve vervangingsopgave op plek en buurtniveau. Deze indicatieve vervangingsopgave is de basis voor fase 1 van de ontwikkeling van het Jaarplan BVO.

Het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) BVO geeft inzicht in:

  • De indicatieve vervangingsopgave van de komende 3 jaar met locaties die, gebaseerd op de jaarlijkse veiligheidsinspectie, in aanmerking komen om (her)ingericht te worden.

  • Een doorkijk naar 5, 10 en 15 jaar die de vervangingspieken inzichtelijk maakt, zodat hier in een vroeg stadium actie opgenomen kan worden.

  • Een indicatie van de benodigde investeringskosten (vervanging + bijkomende kosten)

  • Bij alle investeringskosten wordt geen inzicht gegeven in de benodigde capaciteit (VAT-kosten).

  • De mogelijkheden om herinrichtingen aan elkaar te koppelen in een buurtgerichte aanpak (en ook als dat juist niet wenselijk/zinvol is).

  • Nieuwe voorzieningen - voor zover bekend bij Team SSB

3.7

Om de uitvoering- maar daarmee ook de onderhoudsopgave beheersbaar te houden worden pieken in het Uitvoeringsprogramma waar mogelijk uitgevlakt over meerdere jaren. Waarbij het streven is om het areaal in een zo goed mogelijk staat te houden. Wat uiteraard ook afhankelijk is van de gelden die beschikbaar zijn om dit mogelijk te maken.

3.8

Het Uitvoeringsprogramma is de basis voor het Jaarplan BVO (zie Protocol Jaarplan BVO) en wordt zodoende aangeleverd voor oktober door Team SSB bij Stuurgroep BVO.

3.9

Als uit een van de inspecties blijkt dat de conditie van een speeltoestel of locatie nog voldoende is, kan de vervanging worden doorgeschoven naar een later jaar.

3.10

Als een speeltoestel of locatie een onvoldoende conditie vertoont en de vervangingskosten onevenredig hoog zijn, kan tot versnelde vervanging of verwijdering worden overgegaan.

3.11

Bestaande en nieuwe voorzieningen op schoolpleinen of semi openbare terreinen worden niet meegenomen in het beheer van de gemeente. Waar het semi openbare locaties betreft (zoals bijvoorbeeld bij multifunctionele locaties (MFA’s) worden er afspraken gemaakt over de rol van de gemeente. Dit kan bijvoorbeeld gaan om de registratie van toestellen (beheersysteem) en het verzorgen van veiligheidsinspecties. De school blijft echter verantwoordelijk voor het beheer van de locatie.

3.12

Bestaande en nieuwe voorzieningen op sportparken worden opgenomen in beheer (beheer- en uitvoeringsplan) van de gemeente, wanneer deze deels of volledig openbaar worden. Hierbij is het belangrijk dat:

  • Duidelijke afspraken worden gemaakt over de toegankelijkheid (afspraak/sleutel nodig) voor inspecties als het terrein afgesloten kan zijn. Team Sport registreert dit.

  • Er dient voldoende capaciteit te zijn voor de registratie (voorafgaand aan de inspectie) en opvolging van aanbevolen maatregelen, voortkomend uit een inspectie.

  • Objecten worden opgenomen in het beheerprogramma ná inmeten door de afdeling GEO.

  • De afhandeling van de uitkomsten van de inspectie de verantwoordelijkheid is van de sportverenigingen. De beheerder van Team SSB levert hiervoor de inspectie gegevens aan van de uit te voeren maatregelen bij Team Sport, die vervolgens de sportvereniging opdracht geeft deze uit te (laten) voeren.

Thema O4 – Monitoring en evaluatie

Doel: Toetsen van de effectiviteit van het beleid en de daaruit voortvloeiende maatregelen om de uitgesproken visie te bereiken.

Om dit te bereiken gelden de volgende uitgangspunten:

4.1

Stuurgroep BVO evalueert jaarlijks in fase 1 (zie Protocol Jaarplan BVO) de effectiviteit van de beleidsregels om de gewenste beleidsambities te bereiken. Hierbij wordt gekeken naar het voorgaande jaar. Waar nodig worden beleidsregels toegevoegd, aangepast of juist weggelaten.

4.2

Als blijkt dat het wenselijk is, wordt er ingezet op extra deskundigheidsbevordering door middel van een cursus of te organiseren sessies over de beweegvriendelijke leefomgeving en hoe die te verankeren in de interne organisatie en integrale samenwerking. Hierbij wordt in gesprek gegaan over de beleidsambities en de kaders voor uitvoering zoals beschreven in deze beleidsregels.

4.3

Om de effectiviteit van het beleid met betrekking tot de uitgesproken visie te toetsen wordt elke drie jaar een bewonersmonitor georganiseerd vanuit Team Communicatie. De resultaten van deze monitoring worden meegenomen in de evaluatie van de Stuurgroep BVO.

Beleidsregels: Software

Thema S1 – Professionals binnen het sport-, spel- en beweegaanbod

Doel: Met een brede participatie van professionals en vrijwilligers (van buurtsportcoaches tot sportinstructeurs) verschillende doelgroepen bereiken.

Om dit te bereiken gelden de volgende uitgangspunten:

1.1

Relevante professionals die in de buurt werkzaam zijn worden gezien als belangrijke stakeholders om sport-, spel- en beweeginitiatieven op te zetten en de deelname te bevorderen vanuit de gemeenschap. Daarom worden buurtsportcoaches, beweegmanagers, combinatiefunctionarissen, ouderenwerkers, jeugd- en jongerenwerkers en sportondernemers regelmatig op de hoogte gehouden van ontwikkelingen in de openbare ruimte door Team Sport. Het is belangrijk om met deze professionals in gesprek te gaan over het enthousiasmeren en (door)ontwikkelen van sportieve activiteiten in de openbare ruimte.

1.2

Waar mogelijk en relevant worden lokale initiatieven en momenten aangegrepen om sport, spel en bewegen extra aandacht te geven en om de integrale samenwerking tussen professionals te versterken. Team Sport vervult hierin een coördinerende rol en organiseert samen met jeugd- en jongerenwerkers, buurtsportcoaches, ouderenwerkers, beweegmanagers, wijkcoördinatoren en/of sportondernemers stads- en wijk brede activiteiten. De activiteiten richten zich op alle leeftijden en stimuleren het flexibel inzetten van sport-, spel- en beweegplekken in de openbare ruimte.

1.3

Team Sport organiseert in samenwerking met de genoemde partners jaarlijks één buitenspeeldag in de wijken waar ze acties zijn (Risdam, Kersenboogerd en Grote Waal). Bij voorkeur wordt het georganiseerd op dezelfde dag als de Buitenspeeldag van Jantje Beton. Tijdens deze dag wordt een bestaande of nieuwe beweegvriendelijke omgeving (BVO) onder de aandacht gebracht. De nadruk ligt op lokale accenten en actuele ontwikkelingen, zoals de opening van een nieuwe skatebaan, de promotie van een wandelroute of andere wijkgerichte beweeginitiatieven.

1.4

De in Hoorn opererende trainers, instructeurs en coaches spelen een essentiële rol in het doordragen van het activiteitenaanbod, ook als deze in eerste instantie zijn opgezet door bijvoorbeeld Team Sport. Zij zijn de aanjagers binnen de sportverenigingen en sportondernemers in de gemeente. Afstemming met hen kan eenvoudige tips en kansen (laaghangend fruit) opleveren om inwoners in beweging te krijgen. Team Sport initieert contact en maakt afspraken met sportverenigingen en sportondernemers.

1.5

Momenteel gebeurt er al van alles op scholen (o.a. Daily Mile, Pauzesport) om beweging te stimuleren. Periodiek wordt vanuit Beweegmanagement een sessie georganiseerd met scholen en kinderopvangorganisaties om ervaringen, ideeën en kennis uit te wisselen met betrekking tot de beweegvriendelijke leefomgeving en de rol die scholen en kinderopvangorganisaties daarin kunnen spelen. Deze afstemming vindt plaats op zowel bestuur-, docent- als programmaniveau.

1.6

De gemeente Hoorn moedigt actieve participatie aan van vrijwilligers en buurtbewoners die een passie hebben voor sport, spel en bewegen. Hun inzet bij het organiseren en ondersteunen van lokale activiteiten is cruciaal. Het contact met de buurtbewoners verloopt via de wijkcoördinator binnen de gemeente Hoorn. De wijkcoördinatoren bundelen en ondersteunen lokale initiatieven, waar noodzakelijk zoeken ze contact met Team Sport of worden bewoners/vrijwilligers gekoppeld aan professionals binnen de gemeente.

1.7

Zorgprofessionals zoals fysiotherapeuten, consultatiebureaus en zorginstellingen worden actief benaderd bij relevante campagnes om het sport-, spel- of beweegaanbod onder de aandacht te brengen. Zij kunnen zowel de bekendheid van de mogelijkheden in de openbare ruimte vergroten onder hun specifieke doelgroep, maar ook zelf uitgedaagd worden om die openbare ruimte te gebruiken bij eventuele oefeningen of activiteiten.

1.8

De gemeente Hoorn stimuleert het vormen van sterke communities die een omgeving creëren waarin sport, spel en bewegen wordt aangemoedigd (o.a. skaters, 3x3 basketbal). Deze communities hebben (potentieel) een belangrijke rol in het betrekken van inwoners. Wijkcoördinatoren, Team Sport en/of externe maatschappelijke organisaties staan in contact met degelijke communities.

Thema S2 – Communicatie naar inwoners

Doel: Jong en oud bekend maken met het (openbare) sport-, spel- en beweegaanbod in Hoorn.

Om dit te bereiken gelden de volgende uitgangspunten:

2.1

Er worden meerdere middelen ingezet om inwoners te informeren en te betrekken bij (ontwikkelingen in) de BVO-ruimte in Hoorn. Hoe er gecommuniceerd gaat worden met bewoners wordt vastgelegd in het Jaarplan BVO en eventueel een Buurtplan. Dit kan een bewonersbrief of bericht op sociale media zijn, maar de basis informatie is in ieder geval online te vinden op de website van de gemeente (ook geschikt voor mobiele telefoons). De basis informatie bestaat uit:

  • Een overzicht van de bestaande sport-, spel- en beweegplekken (d.m.v. een kaart)

  • Waar gewenst aankondigingen van participatietrajecten, zowel binnen een buurtgerichte aanpak als voor de locatiegerichte aanpak.

  • Gegevens van de belangrijkste stakeholders als het gaat om de BVO-ruimte (buurtsportcoaches, Jeugd- en Jongerenwerk e.a.).

2.2

De gemeente Hoorn heeft naast informatie op de gemeentelijke website ook een online platform als centraal startpunt voor communicatie en voorlichting richting bewoners. Hierop kunnen bewoners extra informatie vinden over lokale sportaanbieders, evenementen en activiteiten. De webpagina is www.hoornbeweegt.nl.

2.3

Team Sport zorgt in overleg met de afdeling communicatie (in de Stuurgroep BVO) en relevante stakeholders (zie S1) voor een duidelijke structuur van het online platform (wat wel delen, wat niet). Hierbij is het belangrijk dat er wordt ingezet op zowel sport, spel en bewegen (hoofdthema’s nota) maar ook op de thema’s gezondheid en recreatie. Hiermee wordt de samenhang tussen deze thema’s ook sterker benadrukt.

2.4

Het online platform wordt gefaciliteerd door de gemeente. Het platform moedigt interactie aan tussen aanbieders en deelnemers. Het biedt ruimte voor feedback, discussies en het delen van ervaringen, waardoor een betrokken en actieve gemeenschap ontstaat.

2.5

Om te zorgen dat inwoners op de hoogte zijn van het online platform en het belang van de beweegvriendelijke leefomgeving wordt jaarlijks een campagne ontwikkeld door de afdeling communicatie in samenwerking met verschillende partners. Het doel van de campagne is om het gebruik van het platform en het activiteitenaanbod te stimuleren. Dit kan op diverse manieren:

  • De website van de gemeente en deelnemende aanbieders;

  • Sociale media (type medium afhankelijk van de te bereiken doelgroep);

  • Lokale communities, ambassadeurs (zoals lokale sporters) of online influencers;

  • Zorgprofessionals zoals fysiotherapeuten, zorginstellingen of het consultatiebureau (zie ook S1.6);

  • Evenementen (rondom sport, maar bijvoorbeeld ook op braderieën en markten);

  • Door partners georganiseerde workshops, demonstraties en proeflessen (al dan niet in de openbare ruimte zelf);

  • Offline media zoals het stadsnieuws of huis aan huis kranten en/of folders;

  • Activiteiten van lokale sport- en beweegaanbieders (sportverenigingen en/of sportondernemers).

Beleidsregels: Hardware

Thema H1 – Een multifunctioneel aanbod in de buurt en wijk

Doel: Een divers aanbod met verschillende soorten plekken moet zo veel mogelijk inwoners faciliteren om in beweging te komen.

Om dit te bereiken gelden de volgende uitgangspunten:

1.1

De sport-, spel- en beweegvoorzieningen zijn voor iedereen die gebruik maakt van de openbare ruimte (jong/oud, inwoner/bezoeker). De inrichting van een voorziening houdt hier zo veel mogelijk rekening mee.

1.2

De buurt is een deel van een wijk, begrensd door barrières. Binnen deze buurt is het belangrijk dat het BVO-aanbod goed georganiseerd wordt. De buurt staat daarnaast ook centraal in de ruimteclaim voor sport-, spel- en beweegplekken (zie kaders voor herinrichting H2.5 t/m H2.8).

1.3

Barrières zijn begrenzingen aan de bewegingsvrijheid. Deze zijn vooral van toepassing op kinderen van 5/6 tot 10/11 jaar (jongere kinderen gebruiken de openbare ruimte alleen onder begeleiding, tieners laten zich minder beperken door barrières). Barrières zijn niet alleen fysieke grenzen. Soms zijn dit vooral afspraken tussen ouders en kinderen, bijvoorbeeld door sociale veiligheid in wijken. Voorbeelden van barrières zijn:

  • Drukke wegen en/of wegen met een maximumsnelheid van 50 km/uur of hoger

  • Spoorlijnen

  • Watergangen (vaak vooral een begrenzing als afspraak)

  • Parken, industrieterreinen (vaak vooral een begrenzing als afspraak)

1.4

Barrières gelden in sommige gevallen ook voor senioren (i.v.m. verminderde mobiliteit of zelfstandigheid). Ook zij zijn, in dat geval, beperkt tot het aanbod in hun eigen buurt.

1.5

Om de multifunctionaliteit van een buurt te beoordelen wordt gebruik gemaakt van de Schijf van 10 welke is ontwikkeld binnen het ASM-model (Athletic Skills Model). Per type locatie (zie H2) zijn kaders voor toepassing van het ASM-model opgenomen zodat elke (multifunctionele) buurt deze tien beweegvormen actief aanbiedt door hier in de inrichting van plekken rekening mee te houden:

1. Bewegen en maken van muziek

2. Klimmen en klauteren

3. Trappen, schieten en mikken

4. Rollen, duikelen en draaien

5. Gaan (rolstoel) en lopen

6. Balanceren en vallen

7. Stoeien en vechten

8. Springen en landen

9. Gooien, vangen, slaan en mikken

10. Zwaaien en slingeren

1.6

Door het gebruik van verschillende ondergronden, wordt ander gebruik uitgelokt. Gras en heuvels nodigen bijvoorbeeld uit tot rollen en stoeien, terwijl verharde ondergronden uitnodigen tot schieten en mikken. Binnen een buurt hebben plekken verschillende ondergronden.

1.7

De meeste herinrichtingen worden opgepakt vanuit een buurtgerichte aanpak waarbij Team SSB de (huidige en gewenste) mate van variatie vooraf bespreekt en opneemt een Buurtplan (zie Protocol Buurtgerichte Aanpak). Hierdoor kan de inrichting van voorzieningen beter op elkaar afgestemd worden (zowel een basketbalplein als een uitdagende klimtoren, goed toegankelijke nestschommel, een meer natuurlijk speelterrein of beweegtuin voor senioren).

1.8

De variatie wordt actief vergroot door nieuwe inrichtingsvormen te introduceren bij de (her)inrichting van sport- en spel- en beweegplekken. Team SSB doet hiervoor een voorstel ter bespreking in de Stuurgroep BVO (zie Protocol Jaarplan BVO). Hierbij wordt niet alleen op buurtniveau gekeken, maar juist ook op stedelijk niveau. Op die manier wordt ook de diversiteit van het aanbod voor jongeren en volwassenen (minder buurtgebonden) versterkt.

1.9

Bij het beoordelen van de multifunctionaliteit op buurt- en stedelijk niveau wordt naar het gehele openbare aanbod gekeken, ook naar sportparken (mits openbaar toegankelijk of met een openbaar karakter). Het openbaar stellen van sportparken is opgenomen in de ‘Sportparkennota 2035 Hoorn’.

1.10

Jeu-de-boulesbanen: Omwonenden zijn verantwoordelijk voor het klein onderhoud van nieuw aan te leggen jeu-de-boulesbanen, zoals vegen en het verwijderen van blad en afval. Team SSB blijft verantwoordelijk voor aanleg, groot onderhoud en herstel. Een baan wordt alleen aangelegd als omwonenden vooraf instemmen met hun onderhoudsrol en een contactpersoon aanwijzen.

Thema H2 – Goede sport-, spel- en beweegplekken

Doel: Inzetten op kwalitatieve plekken die bewoners uitdaagt om in beweging te komen.

Om dit te bereiken gelden de volgende uitgangspunten:

2.1

Er wordt ingezet op kwaliteit. Liever minder, maar goede uitdagende plekken voor een brede doelgroep dan veel voorzieningen die niet gebruikt worden doordat ze niet aantrekkelijk zijn.

2.2

In de kwaliteitswaardering van sport-, spel-, en beweegplekken wordt niet alleen gekeken naar fysieke uitdaging. Creativiteit, sociale interactie, verblijfswaarde, klimaatbestendigheid, inclusiviteit en de bevordering van veelzijdige motorische ontwikkeling worden eveneens gezien als indicatoren van kwaliteit. Dit geldt zowel voor (jonge) kinderen als volwassen inwoners. De invulling van deze thema’s is afhankelijk van het type locatie en zal altijd een vorm van maatwerk met zich meebrengen.

2.3

Voorzieningen die nu al goed en belangrijk voor de buurt zijn, worden zoveel mogelijk behouden. Deze worden geïnventariseerd in de buurtgerichte aanpak.

2.4

Bij de herinrichting van sport-, spel- en beweegplekken ligt de focus op kwaliteit (zie H2.2) en het verbreden of soms juist specifiek maken van de doelgroep (jong en oud). Afhankelijk van het type locatie wordt daarnaast gewerkt met de herinrichtingskaders per plek. Deze kaders gelden als resultaatverplichting bij nieuwbouw. Bij de herinrichting van bestaande plekken bieden de kaders een richtlijn voor herinrichting (ruimteclaim immers niet altijd realiseerbaar).

2.5

Een stadsplek is een hotspot voor heel Hoorn en trekt mogelijk zelfs bezoekers uit de regio. Een voorbeeld van een stadsplek is de Stadsspeeltuin, Stadsstrand en het Urban Sports Park in het Julianapark.

Kaders: Stadsplek

  • Doelgroep: Iedereen; jong en oud, met én zonder beperking

  • Ruimteclaim: Minstens 3.000 m2 groot (incl. vrije ruimte)

  • Bereik: Hele stad, geen beperking door barrières

  • Richtbudget: Apart projectbudget, kosten sterk afhankelijk van type inrichting en context. Voor specials (zie O2.3) wordt er budget aangevraagd buiten het reguliere vervangingsbudget.

  • Dekking: Locatie afhankelijk projectbudget. Voor specials wordt er los budget aangevraagd.

  • Buurtgerichte aanpak: Stadsplekken wordt apart opgepakt (niet in buurtgerichte aanpak)

  • Participatie: Betrekken gebruikers in hele stad – participatie in apart projectplan (maatwerk)

  • Inrichting: Wijkoverstijgend, uitdagend en uniek voor de stad

  • Materialisatie: Hoogwaardig; rekening houdend met intensief gebruik

  • Toepassing ASM-model: Tenminste 2 typen ondergrond (versterkt diversiteit in spel) en 8 van de 10 beweegvormen uit de Schijf van 10 (zie H1.5)

  • Straatmeubilair: Ontmoeting: meerdere (diverse) zitmogelijkheden en afvalbakken

  • Inclusiviteit: 100%-70%-50% van toepassing (zie H5.9)

  • Overige kaders: Een stadsplek is een bestemming. Hier ga je naar toe om langere tijd buiten te recreëren. De inrichting moet hier rekening mee houden. Dit betekent onder andere dat er voorzieningen worden toegepast als een watertappunt, toiletten (incl. MIVA-toilet), een fietsenrek en een aparte parkeerplaats voor inwoners met een beperking. Daarnaast is het belangrijk dat er een zone is met voldoende beschutting (bijv. door bomen).

2.6

Bij een wijkplek is er sprake van een buurtoverstijgende locatie. Dit zijn locaties die niet zozeer gericht zijn op de eigen buurt, maar een veel groter gebied bedienen. Deze plekken hebben een grote aantrekkingskracht door een uitzonderlijke inrichting en zijn in staat om ook veel gebruikers te ontvangen. Deze locaties zorgen voor een onderscheidend aanbod in de wijk. Voorbeelden zijn het Dwaalpark en de Cruyff-courts.

Kaders: Wijkplek

  • Doelgroep: Iedereen; jong en oud, met én zonder beperking

  • Ruimteclaim: Minstens 3.000 m2 groot (incl. vrije ruimte)

  • Bereik: Ca. 1.000 meter, geen beperking door barrières (als wijkplek)

  • Richtbudget: Apart projectbudget, kosten sterk afhankelijk van type inrichting en context

  • Dekking: Locatie afhankelijk projectbudget dat wordt geraamd binnen het regulieren vervangingsbudget.

  • Buurtgerichte aanpak: Wijkplekken worden, als mogelijk, opgepakt in de buurtgerichte aanpak. Een wijkplek zelf kan een rol spelen in het aanbod van meerdere buurten.

  • Participatie: Betrekken gebruikers op wijkniveau – participatie in apart projectplan (maatwerk)

  • Inrichting: Uitdagend en onderscheidend t.o.v. buurtplekken.

  • Materialisatie: Hoogwaardig; rekening houdend met intensief gebruik

  • Toepassing ASM-model: Tenminste 2 typen ondergrond (versterkt diversiteit in spel) en 8 van de 10 beweegvormen uit de Schijf van 10 (zie H1.5)

  • Straatmeubilair: Ontmoeting: meerdere (diverse) zitmogelijkheden en afvalbakken

  • Borden en signalering: Inspiratiebord om multifunctioneel gebruik te stimuleren (zie H1.6), hondenverbodsbord plaatsen (APV art. 2.4.17) en spelregelbord.

  • Inclusiviteit: 100%-70%-50% van toepassing (zie H5.9)

  • Overige kaders: Op een wijkplek wordt langere tijd verbleven. Hierdoor is het wenselijk dat er extra voorzieningen worden getroffen in de vorm van een watertappunt en zones met voldoende beschutting (bijv. door bomen).

2.7

De buurtplek is de basis voor het sport-, spel- en beweegaanbod. Iedere inwoner van Hoorn moet op loopafstand tot een buurtplek wonen. Een buurtplek is ingericht om langere tijd te verblijven en andere gebruikers uit de buurt te ontmoeten.

Kaders: Buurtplek

  • Doelgroep: Tenminste de inwoners van 0-12 jaar (deze doelgroep wordt begrensd door barrières) en indien aanwezig ook minder mobiele ouderen. Maar er wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de hele buurt (alle inwoners).

  • Ruimteclaim: Tussen de 2.000 m2 en 3.000 m2 groot (incl. vrije ruimte). In elke buurt (zie H1.2) moet tenminste een buurtplek liggen. In grotere buurten zijn meerdere buurtplekken nodig, afhankelijk van de afstanden in de buurt (zie bereik).

  • Bereik: 400 meter (5-10 minuten lopen)

  • Indicatie richtbudget: € 60.000,- (bedrag vastgesteld in 2024 en dient jaarlijks opgehoogd te worden i.v.m. inflatie en verhogingen in materiaal kosten).

  • Dekking: De herinrichting wordt meegenomen in de Kadernota. Dit is exclusief bankjes, afvalbakken en groen die een eigen dekking hebben en ook geen onderdeel zijn van het richtbudget.

  • Buurtgerichte aanpak: Buurtplekken staan centraal in de buurtgerichte aanpak. In de regel zijn de buurtplekken ook de belangrijke plekken die behouden blijven (prioriteit).

  • Participatie: De buurt denkt mee over het buurtplan. Bij direct omwonenden worden wensen en ideeën opgevraagd, welke worden meegestuurd aan de aannemer(s). Eventueel met een programma van eisen (PvE). De buurt kan meedenken/kiezen uit tenminste een van de twee voorstellen.

  • Inrichting: Een uitdagend en aantrekkelijk sport-, spel- en beweegaanbod (trapveld, basketbalpleintje, schommel, glijbaan) voor tenminste de doelgroep 6-12 jaar, aangevuld met beweegaanleidingen en elementen die bijdragen aan ontmoeting (picknickbank, bankjes).

  • Materialisatie: Hoogwaardig; rekening houdend met intensief gebruik.

  • Toepassing ASM-model: Tenminste 2 typen ondergrond (versterkt diversiteit in spel) en 6 van de 10 beweegvormen uit de Schijf van 10 (zie H1.5)

  • Straatmeubilair: Meerdere (diverse) zitmogelijkheden en tenminste 1 afvalbak.

  • Borden en signalering: Inspiratiebord om multifunctioneel gebruik te stimuleren (zie H1.6), hondenverbodsbord plaatsen (APV art. 2.4.17) op aanvraag kan een spelregelbord geplaatst worden.

  • Inclusiviteit: 100%-70%-50% van toepassing (zie H5.9)

  • Overige kaders: Buurtplek is vaak de belangrijkste plek voor dagelijks gebruik, met name voor kinderen (tussen de 0 en 12 jaar) en senioren die in hun mobiliteit worden beperkt. Beschutting tegen zon en wind (in de vorm van bomen) en een goede afwatering (of juist wateropslag) is van belang om de voorziening jaarrond goed te kunnen gebruiken.

2.8

Een blokplek is aanvullend op de buurtplek. Deze plekken zijn vooral voor inwoners die niet zelfstandig de hele buurt door kunnen of mogen. Ook lenen deze plekken zich om de variatie te vergroten.

Kaders: Blokplek

  • Doelgroep: Tenminste de inwoners van 0-9 jaar en hun (groot)ouders: deze doelgroep wordt begrensd door barrières en speelt in veel gevallen (zeker tot 6 jaar) nog niet zelfstandig buiten.

  • Ruimteclaim: Tenminste 500 m2 (incl. vrije ruimte). In buurten met een beperkte vrije ruimte (zie H3) is het van belang te voorzien in een goede spreiding van ingerichte blokplekken rondom de buurtplek. In buurten waar de vrije ruimte doelbewust is ingericht als BVO-ruimte en de buurtplek zodoende prima te bereiken is, hoeft een blokplek niet ingericht te zijn met toestellen en volstaat een ruimte-reservering (grasveld of autovrij plein).

  • Bereik: 200 meter (3-5 minuten lopen)

  • Indicatie richtbudget: € 30.000,- (bedrag is vastgesteld in 2024 en dient jaarlijks opgehoogd te worden)

  • Dekking: De herinrichting wordt meegenomen in de Kadernota. Dit is exclusief bankjes, afvalbakken en groen die een eigen dekking hebben en ook geen onderdeel zijn van het richtbudget.

  • Buurtgerichte aanpak: Blokplekken worden waar mogelijk meegenomen in de buurtgerichte aanpak. Hierin wordt ook aangegeven of blokplekken behouden, omgevormd of opgeheven moeten worden.

  • Participatie: Buurt denkt mee in buurtplan. Direct omwonenden kunnen meedenken/kiezen door te hun stem uit te brengen op een van de tenminste twee voorstellen voor de herinrichting. Aanvullend kunnen er eventueel wensen en ideeën worden opgevraagd in de buurt.

  • Inrichting: Flexibel. De inrichting kan gefocust zijn op sport, spel of bewegen. Belangrijk dat blokplekken onderling variëren (ook in ondergronden) en zo bijdragen aan de diversiteit in het aanbod op buurtniveau.

  • Materialisatie: Tenminste 10 jaar voor speelaanleidingen en 15 jaar voor toestellen.

  • Toepassing ASM-model: Tenminste 3 van de 10 beweegvormen uit de Schijf van 10 (zie H1.5)

  • Straatmeubilair: Tenminste 1 zitmogelijkheid en 1 afvalbak.

  • Borden en signalering: hondenverbodsbord plaatsen (APV art. 2.4.17) op aanvraag kan een spelregelbord geplaatst worden.

  • Inclusiviteit: 100%-70%-50% meenemen in de inrichting (zie H5.9). Plek moet in ieder geval toegankelijk.

  • Overige kaders: Geen.

2.9

De gemeente Hoorn zet in op vergroening waar mogelijk. Sport-, spel- en beweegplekken worden, waar mogelijk daarom groener ingericht. Dit kan door verharding te vervangen door gras en/of beplanting. Bij het plaatsen van extra groen is het belangrijk om geschikte soorten toe te passen die bij voorkeur robuust, niet giftig, stekelvrij en eenvoudig in onderhoud zijn. Voor het vergroenen van de openbare ruimte wordt dekking gezocht binnen het budget voor groen of extra budget voor groen aangevraagd. Bij vergroening moet er zowel dekking voor realisatie, als voor onderhoud geregeld worden.

2.10

Het is belangrijk om te beseffen dat vergroening niet betekent dat er overal wordt ingezet op natuurlijke beweegruimtes. Het versterken van het aanbod van natuurlijk ingerichte formele plekken wordt wel gedaan (vergroten diversiteit aanbod), maar hiervoor worden de juiste plekken geselecteerd. Dit staat los van de ambitie om meer groen op sport-, spel- en beweegplekken te realiseren.

2.11

Waar nodig wordt een deel van de voorzieningen opgeheven (functie ‘spel’ wordt opgeheven) of omgevormd (toestellen vervangen voor eenvoudigere spel- of beweegaanleidingen). Dit wordt vooraf geïnventariseerd bij het opstellen van het Buurtplan (zie O2.5). Plekken komen in aanmerking voor opheffing als:

  • Het bereik van een plek volledig overlapt wordt door vergelijkbare plekken (overaanbod).

  • De openbare ruimte op buurtniveau doelbewust onderdeel is/wordt van de BVO-ruimte (zie H3) door middel van brede stoepen, autovrije zones of toegankelijk groen t.b.v. sport, spel en/of bewegen. In dit geval is het niet nodig om naast een buurtplek ook alle ingerichte blokplekken te behouden.

  • Een plek zeer beperkt is ingericht, weinig wordt gebruikt en ook weinig mogelijkheden heeft om verbeterd te worden omdat deze (fors) kleiner is dan de blokplek (kleiner dan 500 m2). Deze plekken worden gezien als speelhoekje.

  • Speelhoekjes worden niet opgeheven als er geen beter alternatief in de buurt aanwezig is, dit wordt door het Team SSB bepaald en afgestemd met Stuurgroep BVO.

2.12

Voorzieningen, aangewezen om op te heffen, (zowel binnen als buiten de buurtgerichte aanpak) blijven behouden als BVO-ruimte. Deze worden onderhoudsarm ingericht. Waar mogelijk (bereikbaarheid, bodem, kosten) wordt hierbij gekozen voor een inrichting als grasveld met indien mogelijk onderhoudsarme/vrije speelaanleidingen. Omdat dit zorgt voor een areaaluitbreiding van afdeling Groen, gaat dit altijd in goed overleg. Daarbij worden er afspraken gemaakt over het onderhoud en de kosten ervan.

2.13

Een plek wordt omgevormd (in plaats van opgeheven) door de toestellen bij een herinrichting te vervangen voor speel- of beweegaanleidingen. Er kan hierbij ook gekozen worden voor een inrichting die ontmoeting stimuleert zoals een buurtmoestuin etc. De inrichting van een omgevormde plek mag niet onder het WAS vallen (zie O3.1) en worden zodoende ook niet meegenomen in de periodieke veiligheidsinspecties. Er wordt voor een omvorming gekozen in plaats van een opheffing als:

  • Direct omwonenden van de op te heffen locatie zich verenigen en draagvlak organiseren voor een alternatieve inrichting zonder sport- of speeltoestellen.

  • Afhankelijk van de gewenste inrichting (bijvoorbeeld bij een moestuin) zelf het onderhoud organiseren (buiten het reguliere groen/grijs-onderhoud vanuit de gemeente).

  • Team SSB dit wenselijk acht naar aanleiding van interne en externe informatie.

2.14

Een herinrichting, opheffing of omvorming wordt altijd gecommuniceerd met de buurt. Ook als de ingreep geen onderdeel is van een buurtgerichte aanpak. Team SSB maakt een afweging welke plekken in aanmerking komen voor een herinrichting, opheffing of omvorming en neemt dit op in het Jaarplan BVO. Hierbij dienen zij alle informatie in acht te nemen en een weloverwogen voorstel te doen. Het uiteindelijke besluit ligt bij Team SSB en Stuurgroep BVO.

2.15

Bij nieuwbouw of herstructurering wordt opnieuw gekeken naar de buurtgrenzen, investeringen in goede plekken hoeven niet binnen de grenzen van de nieuwbouwontwikkeling plaats te vinden maar worden bij voorkeur ingezet om bestaande plekken te verbeteren (zie O2.7).

2.16

Bij nieuwbouw wordt ingezet op plekken volgens de ruimteclaim van de blok-, buurt- en wijkplek. In een buurt met overaanbod kan dit betekenen dat het niet nodig is om te investeren in nieuwe plekken.

2.17

Bij nieuwbouw geldt er een resultaatverlichting om te voldoen aan de buurtkaders. Van belang is dat vanaf het begin af aan kan worden meegekeken naar de inrichting van de openbare ruimte in het brede kader van sport, spel en bewegen. De focus ligt, ook bij nieuwbouw, dus op een gevarieerd beweegaanbod per buurt waarbij de buurtplek centraal staat.

2.18

Urban Sports krijgt ook in de gemeente Hoorn steeds meer ruimte met het nieuwe beleid. Het gaat dan om:

  • Alles op wieltjes: sporten in skateparken of op straat waarbij gerold wordt, zoals skateboarden, inline skaten, BMX-freestyle en stuntsteppen.

  • De stad als speelveld: traditionele sporten beoefend in de openbare ruimte, zoals 3x3 basketbal, straatvoetbal/panna en urban hockey.

  • Je lichaam als instrument: sporten waarbij het eigen lichaam het belangrijkste gereedschap is, zoals freerunnen, breaken, calisthenics, boulderen en tricking.

2.19

Urban Sports plekken zijn meer dan locaties voor sport en bewegen. Sport en bewegen is de trekker, maar ontmoeting, verblijf en gemeenschapsvorming zijn de bredere waarde. Dat vraagt om bewuste keuzes in ontwerp, programmering en beheer, gebaseerd op een heldere visie. Vier condities zijn daarbij leidend:

  • Sociale interactie: Veiligheid en levendigheid ontstaan door zichtbaarheid, flow en gedeeld eigenaarschap. Als mensen zich een plek toe-eigenen, groeit sociale controle vanzelf. Inclusiviteit en divers gebruik staan centraal: de ontwerper schept de voorwaarden, de gemeenschap bepaalt de cultuur. Ontwerp en beheer vormen één opgave.

  • Meervoudig gebruik: Een sterke plek bedient verschillende groepen, momenten en seizoenen. Flexibiliteit en ruimte voor spontaan gebruik zorgen voor continue aanwezigheid en versterken eigenaarschap. Investeer daarom in ruimtelijke kwaliteit die gebruik uitlokt, ook zonder programmering.

  • Open ruimte: Naast sportfaciliteiten zijn zachte, ongedefinieerde ruimtes essentieel: zitplekken, groen, schaduw en water. Juist deze plekken maken spontaan gebruik, ontmoeting en toe-eigening mogelijk. De kracht zit in ruimte laten voor wat nog niet bedacht is.

  • Vervlochten met de omgeving: De plek functioneert het best als onderdeel van de stad. Openheid, routes en verbinding met omliggende functies vergroten bereik en diversiteit. Details als zichtlijnen en verblijfsplekken bepalen gedrag. Succes vraagt om ontwerpen op menselijke maat in nauwe samenwerking tussen ontwerp, beheer en gemeenschap.

  • Nieuwe Urban Sports-plekken vragen hiermee om een integrale aanpak die vertrekt vanuit ontmoeting en gemeenschap, en het programma van eisen verrijkt met ruimtelijke en sociale en beheersmatige kwaliteit.

Thema H3 – De rol van de informele ruimte

Doel: Benutten van de mogelijkheden in de informele (vrije ruimte) beweging om sport-, spel- en beweegplekken met elkaar te verbinden, de bewegingsvrijheid (zelfstandigheid) van kinderen te vergroten en beweging op buurtniveau ook in de informele ruimte te verbeteren.

Om dit te bereiken gelden de volgende uitgangspunten:

3.1

Versterken en uitbreiden wandel- en hardlooproutes.

3.2

Wandel- en hardlooproutes dragen bij aan:

  • Inzet op goede, aantrekkelijke en stimulerende routes;

  • Het verbinden van openbare sport-, spel en beweegfaciliteiten door middel van een recreatief netwerk;

  • Het realiseren van ‘sportlinten’ die de sportparken en/of andere belangrijke voorzieningen met elkaar verbinden;

  • Upgraden van routes van het (regionale) wandelroutenetwerk (zie ook H4) in Hoorn met beweegoefeningen;

  • Het stimuleren van specifieke doelgroepen in samenwerking met en/ of bij stakeholders waaronder woonzorgcentra, wijkcentra, en gezondheidscentra; multifunctioneel sportcentra, sportaanbieder en/of wandelscholen.

  • Bijdragen aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen, die bestaat uit een drietal elementen:

  • Matig of zwaar intensieve inspanning minimaal 150 minuten per week;

  • Spier- en botversterkende activiteiten (inclusief lenigheid-en balansoefeningen) minimaal 2x per week;

  • Voorkom veel stilzitten.

  • De routes en sportlinten kunnen verschillende betekenissen en invullingen hebben, afhankelijk van de zone waarin ze zitten;

  • Het geheel van routes in de gemeente Hoorn vormt een overzichtelijk en begrijpelijk geheel voor de gebruikers;

3.3

Het routenetwerk in de gemeente Hoorn sluit aan op het wandelroutenetwerk van Recreatieschap West-Friesland (zie H4) maar heeft qua informatieborden en bewegwijzering een duidelijk afwijkende uitvoering en vormgeving;

3.4

Routes worden ontwikkeld in samenwerking met stakeholders zoals wijkcentrum, woonzorgcentrum, wandelschool etc. Stakeholder stelt dan in ieder geval een vertegenwoordiger beschikbaar voor ontwikkeling, realisatie, promotie en beheer van de route;

3.5

Routes zijn voor iedereen toegankelijk;

3.6

Routes hebben startpunten op locaties met veel en verschillend publiek, bij voorkeur bij een plek waar sociale ontmoeting mogelijk is;

3.7

Informatieborden over de routes vergroten de zichtbaarheid op locaties met veel en verschillend publiek;

3.8

Bij de aanvraag voor/ ontwikkeling van realisatie van een route wordt een plan toegevoegd over het jaarlijks(e):

  • Onderhoud en beheer van de route;

  • Stimulering van het gebruik van de route en de rol van de samenwerkingspartners daarin;

  • Dekking van de investerings- en exploitatiekosten.

3.9

In geval van structurele/ langdurige vandalisme t.a.v. de voorzieningen van de wandelroute, bijvoorbeeld bewegwijzering, kan worden besloten de route op te heffen, dit wordt bepaald door Stuurgroep BVO. Ook in andere gevallen kan er na een wel overwogen besluit, door Stuurgroep BVO besloten worden om de voorzieningen van een wandelroute te verwijderen of de route op te heffen.

3.10

De dekking van de kosten van realisatie, beheer, onderhoud en vervanging wordt door de opdrachtgever geregeld in samenwerking met het Team waar de wandelroute qua beheer, onderhoud en vervanging onder komt te vallen.

3.11

Digitale informatievoorziening op www.hoornbeweegt.nl.

3.12

Het beheer van asfalt, tegels of oversteekpunten worden beschouwd als verhardingen en valt onder regie ‘Wegen’. Dit wordt meegenomen in regulier onderhoud. Eventuele voorzieningen vallen niet onder het reguliere onderhoud van afdeling Wegen. Routes worden sowieso niet ingericht met objecten die onder het WAS vallen, inspecties e.d. zijn zodoende ook niet nodig.

3.13

Het is belangrijk dat het voor inwoners duidelijk is dat de vrije openbare ruimte ook bestemd is voor sport-, spel- en beweging. Dit kan door de eerder genoemde routes, maar daarnaast wordt ook ingezet op goede voorlichting via (gebieds)professionals en ambassadeurs uit de wijken zelf (zie S1).

3.14

Waar mogelijk kan een ruimteclaim/ ambitie voor groen of vergroeningsambitie op straat- of buurtniveau prima gecombineerd worden met BVO-ruimte. Hierdoor ontstaat er een win-win (gezondere leefomgeving, stimulering beweging en gezonde leefstijl). Zie ook H2.9.

3.15

Een uitzondering op H3.14 (en H2.9) geldt voor wadi’s en andere waterbuffers. Deze worden niet gecombineerd met speeltoestellen die onder het WAS vallen, tenzij dit expliciet zo wordt ontworpen en technisch zo wordt uitgevoerd dat het gebruik van de voorziening niet wordt beperkt door de waterbergende functie en er wordt voldaan aan de wettelijke eisen en de eisen die Gemeente Hoorn stelt (zie LIOR en voor advies betrek Team SSB). Dit kan bijvoorbeeld met speelaanleidingen (stapstenen).

3.16

Om kansen te benutten met betrekking tot de combinatie groen en BVO-ruimte is goede afstemming en uitwisseling van kennis en ervaringen van belang tussen de verschillende regisseurs van Team Regie Openbare Ruimte.

3.17

Bij nieuwbouw worden beweegvriendelijke elementen, zoals groene ruimtes, wandel- en fietspaden, speel- en sportvoorzieningen en ontmoetingsplekken meegenomen in de inrichting van de (nieuwe) openbare ruimte.

3.18

Sport-, spel- en beweegplekken mogen niet gecombineerd worden met grote stralingsobjecten, zoals trafohuisjes etc. Deze dienen op een minimale afstand van 15 meter van de sport- spel- en/of beweegplek te zijn.

Thema H4 – De rol van het recreatieve buitengebied

Doel: Koppelingen maken met het recreatieve buitengebied om beweging ook op grotere schaal (bredere doelgroep, andere sportvormen) te stimuleren.

Om dit te bereiken gelden de volgende uitgangspunten:

4.1

Het Recreatieschap West-Friesland is financieel en beleidsmatig verantwoordelijk voor het regionale wandelroutenetwerk. De kaders van dit netwerk luiden als volgt:

  • Het netwerk moet een bepaalde ambitie, kwaliteit en eenduidigheid uitstralen;

  • Het netwerk is (vooral) gericht op een rondje in het landelijk gebied;

  • Met rondjes in stedelijk gebied terughoudend en als dat gebeurt moet het wel echt een toevoeging zijn of zorgen voor essentiële schakels;

  • Opnemen van een nieuwe route is mogelijk zodra een nieuwe route (fysieke pad in groenstructuur) een kwalitatieve (of veiligheids) verbetering voor het netwerk oplevert;

  • Meer informatie over de routes: www.wandelnetwerknoordholland.nl.

4.2

Met betrekking tot (regionale) fietsroutes wordt verwezen naar de beleidsregels van het recreatieschap West-Friesland en de Ambitienota Fiets

4.3

Met betrekking tot (regionale) vaarroutes wordt verwezen naar de beleidsregels van Recreatieschap West-Friesland en het rapport Varen door Hoorn (2023).

4.4

Belangrijke plekken in Hoorn zelf (parken, skateterreinen of een stadsstrand) hebben in sommige gevallen of voor specifieke doelgroepen een regionale reikwijdte. Daarmee zijn ze ook onderdeel van het regionale netwerk en is het belangrijk dat deze aansluiten op het regionale netwerk.

Thema H5 – Oog voor specifieke doelgroepen

Doel: Doelgroepen die nu vaak onderbelicht blijven extra aandacht geven.

Om dit te bereiken gelden de volgende uitgangspunten:

Jongeren

5.1

Jongeren worden niet begrensd door barrières (zie H1.3).

5.2

Elke wijk- en stadsplek moet ruimte bieden om ook jongeren te stimuleren in beweging te komen en elkaar te ontmoeten. Op die manier ontstaat een netwerk van jongerenvoorzieningen over de gemeente.

5.3

Gelet op de grotere actieradius van jongeren (niet begrensd) en de soms wisselende behoeftes is het belangrijk dat de jongerenplekken gevarieerd en kwalitatief hoogwaardig zijn, zodat jongeren steeds een passende plek kunnen vinden.

5.4

Het aanbod voor jongeren is zowel gericht op formele als informele (vrije) ruimte voor ontmoeting, en multifunctioneel sportgebruik.

5.5

De invulling van een jongerenvoorziening wordt afgestemd met jongerenwerk en, in een eventuele vervolgstap de jongeren zelf om zo het eigenaarschap van deze locaties te vergroten.

5.6

Verdere richtlijnen met betrekking tot jongerenplekken (zowel reguliere JOP’s als ‘no problem plekken’) worden vastgesteld in de volgende versie van deze beleidsregels.

(Tiener)Meiden

5.7

Fysieke inrichting: een openbare ruimte die sociaal veilig en overzichtelijk is, met goede verlichting en zichtlijnen. Zo ingericht dat er ruimte is voor zowel bewegen als ontmoeten, met een divers en inclusief aanbod dat verder gaat dan alleen sport. Plekken zijn aantrekkelijk en herkenbaar, laagdrempelig toegankelijk en goed bereikbaar. Schoonhouden van de plekken met voldoende afvalvoorzieningen.

5.8

Activering: een activiteitenaanbod dat aansluit bij diverse interesses en creëren van een veilige omgeving zonder prestatiedruk. Zorg voor herkenbare rolmodellen en stimuleer samen deelnemen en community vorming. Meiden actief betrekken bij de programmering en ruimte geven aan het versterken van zelfvertrouwen, eigenaarschap en plezier.

5.9

Organisatie en aanbod: structurele aandacht voor meiden in zowel beleid als uitvoering en integraal samenwerken tussen onderwijs, jongerenwerk, sport en welzijn om hen beter te bereiken. Investeren in scholing van professionals, monitor actief deelname en behoeften en borg continuïteit met een duurzaam en stabiel aanbod.

Ouderen (65+)

5.10

Voor ouderen is het wenselijk om juist in de directe woonomgeving voldoende uitnodigende locaties te vinden. De actieradius wordt niet zozeer beperkt door barrières, maar juist voorzieningen op buurtniveau stimuleren beweging en faciliteren ontmoeting.

5.11

Bij de inrichting van buurt- en wijkplekken moet rekening gehouden worden met de ouderen-doelgroep. Zowel als begeleiders van jonge (klein)kinderen als ook om buurtbewoners te ontmoeten en zelf in beweging te komen. Naast uitnodigende beweegtoestellen (gericht op bevordering evenwicht, spierkracht en mobiliteit) zijn voldoende parkbanken daarbij van belang.

5.12

Door afstemming met professionals in de buurt (zie S1) kunnen gerichte plekken voor beweegtuinen worden aangewezen of locaties worden aangemerkt om het aanbod uit te breiden met voorzieningen voor ouderen. Ook bij de inrichting van wijk- en stadsplekken worden deze professionals op buurtniveau betrokken.

Inwoners met een beperking

5.13

Om het openbare sport-, spel- en beweegaanbod te verbeteren voor inwoners met een beperking wordt er ingezet op het 100/70/50 ontwerpprincipe die vanuit het Samenspeelnetwerk wordt uitgedragen. Deze richtlijn geldt zowel voor sport- als spel- en beweeglocaties op buurt-, wijk- en stadsplekken:

  • Een inwoner voelt zich 100% welkom op de betreffende plek. Fysiek; door het zoveel mogelijk wegnemen van barrières. Mogelijk ook niet-fysiek in de vorm van een campagne op gemeentelijk niveau.

  • 70% van de betreffende plek is toegankelijk voor iedereen. Dit kan bereikt worden door verharding, paden door de plek en/of een bewust keus voor ondergronden. Vaste ondergronden (kunstgras, gietrubber etc.) zijn uiteraard prima. Natuurgras in veel gevallen ook, afhankelijk van de drassigheid en het maaibeleid van de gemeente.

  • Van de speel- en sportaanleidingen/toestellen is 50% te gebruiken door inwoners met een beperking. Dit zijn bij voorkeur toestellen die geschikt zijn voor inwoners met een beperking om samen te gebruiken (ook met inwoners zonder beperking) en ontmoeting te stimuleren.

5.14

Samenspeelbelofte: De gemeente Hoorn streeft naar een inclusieve speel- en beweegvriendelijke buitenruimte die uitdaagt tot sport, spel, bewegen en ontmoeten. De gemeente wenst dat alle kinderen ongeacht een beperking in de buurt samen kunnen spelen en bewegen. Concreet zet de gemeente erop in dat:

  • Stadspeeltuin De Speelhoorn voldoet na de komende renovatie aan de 100/70/50 regel.

  • Bij de herinrichting en vervanging van sport-, spel- beweegplekken wordt in elke wijk minimaal 1 inclusieve plek, die voldoet aan de 100/70/50 regel.

  • Kinderen met een beperking worden bij deze plekken actief betrokken bij het ontwerp en de inrichting.

5.15

Op blokplekken (zie H2.8) wordt vooral ingezet op toegankelijkheid van de locatie.

5.16

Bij de inrichting van wijk- en stadsplekken wordt stichting Samenspeelnetwerk en waar mogelijk andere lokale stakeholders op het gebied van inclusie betrokken.

Thema H6 – Kaders voor nieuwbouw en inbreiding

Doel: Kaders voor nieuwbouw/inbreiding zorgen ervoor dat de beweegvriendelijke leefomgeving een plek krijgt binnen de plannen.

6.1

De richtlijnen voor nieuwbouw/inbreiding zijn opgesteld als richtlijn voor een ideale situatie waar rekening gehouden wordt met een goede beweegvriendelijke leefomgeving. Het besef is er dat een ideale situatie niet altijd zal voorkomen en in goed overleg is er de mogelijkheid om af te wijken van de richtlijnen. Het doel blijft wel om een beweegvriendelijke leefomgeving te creëren voor alle inwoners van Hoorn. Daarom wordt in goede samenwerking met aangrenzende thema’s zoals ontmoeting en vergroening naar een goede invulling gezocht. Er zal regelmatig sprake zijn van maatwerk om tot een kwalitatief goede inrichting van de leefomgeving te kunnen komen. Daarbij geldt als belangrijk uitgangspunt dat wordt gestreefd naar integraliteit/multifunctionaliteit en het voorkomen van onnodig stapelen van functies, die ontwikkelingen dwarsbomen.

6.2

Bij nieuwbouw en herontwikkeling is de buurtgerichte aanpak leidend (zie Thema O2). Hierbij wordt gewerkt met de Stuurgroep BVO (H1.2). Het buurtplan bij nieuwbouw wordt ambtelijk voorbereid t/m fase 3 met een duidelijke visie en kaders voor uitvoering en participatie op plekniveau met toekomstige bewoners. In het buurtplan wordt rekening gehouden met de richtlijnen (o.a. budget, benodigde ruimte en bereik) van de verschillende type locaties (Hardware: thema 2). Dit nieuwbouw-buurtplan wordt vervolgens besproken met de specifieke projectontwikkelaar(s). Een nieuwbouwontwikkeling kan onderdeel zijn van een bestaande buurt, in dat geval wordt deze bestaande buurt eveneens meegenomen in het buurtplan.

6.3

In een buurtplan voor nieuwbouw of herontwikkeling worden afspraken vastgelegd over de investerings- en beheerskosten tussen de projectontwikkelaar en Team SSB van de gemeente.

6.4

Een nieuwbouwontwikkeling in of nabij een bestaande buurt biedt kansen om te investeren in een bestaande plek, in plaats van de realisatie van nieuwe plekken in de nieuwbouwontwikkeling zelf. Dit sluit beter aan bij de buurgerichte aanpak én zorgt voor een betere integratie in bestaande buurten.

6.5

Voor nieuwbouwprojecten wordt de volgende richtlijn gehanteerd:

6.5.1

Per 50 (te verwachte) inwoners moet er binnen 200 meter van elke woning een blokplek worden aangelegd en ingericht. Zie H2.8 voor de richtlijnen waar een blokplek aan moet voldoen.

6.5.2

Per 200 (te verwachte) inwoners moet er binnen 400 meter van elke woning een buurtplek worden aangericht. Zie H2.7 voor de richtlijnen waar een buurtplek aan moet voldoen.

6.6

Rekenvoorbeeld nieuwbouw: In een nieuwbouwwijk met 400 woningen wordt rekening gehouden met 1.240 inwoners (3,1 inwoner per woning). In deze wijk moeten 8 blokplekken en 2 buurtplekken aangelegd worden.

Kosten voor realisatie:

€ 360.000,- (oftewel € 290 per inwoner)

8 blokplekken:

€ 240.000,-

2 buurtplekken:

€ 120.000,-

Ruimteclaim (incl. vrije beweegruimte):

minimaal 8.000 m2 (oftewel 6,5 m2 per inwoner)

8 blokplekken:

minimaal 4.000 m2

2 buurtplekken:

minimaal 4.000 m2

6.7

Voor nieuwbouwprojecten waarbij het om inbreiding gaat worden dezelfde richtlijnen gehanteerd als voor nieuwbouw. Hier wordt eerste de directe buurt rond het inbreidingsproject gecontroleerd of er voldoende locaties zijn en of ze voldoen aan de kwalitatieve richtlijnen zoals beschreven in H2.7 en H2.8. Uit het onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken:

6.7.1

De buurt voldoet nu, zonder de geplande inbreiding, al niet aan de richtlijn: Er moet heroverwogen worden of de inbreiding in deze buurt toepasbaar is. Als de inbreiding wordt doorgezet moet er met een gedeelde inspanning tussen gemeente en projectontwikkelaar naar een oplossing worden gezocht. Dit kan door kwalitatief betere locaties aan te leggen of door naar oplossingen te zoeken in naast gelegen buurten. Team SSB is leidend met betrekking tot het vinden van een geschikte oplossing, eventueel met ondersteuning vanuit Team Sport. Vanuit projectontwikkeling wordt een afkoopvergoeding gevraagd om bij te dragen aan de oplossing, waar ook de gemeente op investeert (i.v.m. gedeelde inspanning).

6.7.2

De buurt voldoet nu aan de richtlijnen, maar na de inbreiding voldoet de buurt niet meer: Er moet worden gezocht naar mogelijkheden om binnen het bereik van de woningen een nieuwe locatie in te richten. Als er niet mogelijk is om nieuwe plekken te creëren (er is geen ruimte), moet de projectontwikkelaar gebruik maken van de afkoopvergoeding om de bestaande plekken in de buurt kwalitatief te verbeteren, zodat deze meer inwoners kan bedienen.

6.7.3

De buurt voldoet nu aan de richtlijnen en na inbreiding blijft dat ook het geval: er hoeft dan niet geïnvesteerd te worden in de beweegvriendelijke leefomgeving.

6.8

Voor nieuwbouwprojecten (ook mogelijk bij inbreiding) kan het voorkomen dat er niet voldaan kan worden aan de richtlijnen. In geval van 6.7.1 en 6.7.2 dient projectontwikkelaar een voorstel te maken om de ruimteclaim af te kopen. Voor elke m2 die te kort komt op blokplekken of buurtplekken moet € 60,- extra geïnvesteerd worden op de locatie. Blokplekken mogen nooit kleiner zijn dan 200m2 en buurtplekken moeten minimaal 1000 m2 blijven.

6.9

Rekenvoorbeeld afkoopregeling: In een buurt met 100 woningen moeten twee blokplekken worden aangelegd. Door ruimtegebrek wordt één blokplek 300 m2 en de andere blokplek 350 m2. Er is dus 650 m2 voor sport, spel en bewegen, terwijl de ruimteclaim aangeeft dat er 1000 m2 noodzakelijk is. Projectontwikkeling moet dan 350 m2 ruimte afkopen voor € 21.000,-.

6.10

Het afkoopbudget wordt of direct geïnvesteerd op de locaties die nieuw aangelegd worden of het budget wordt gebruikt om beweegplekken in de buurt of naastgelegen buurten te verbeteren. Hoe het budget wordt besteed gaat in samenspraak met Team SSB en Stuurgroep BVO.

6.11

Voor de geldigheidsduur van deze beleidsregels functioneren deze richtlijnen ‘Kaders voor nieuwbouw en inbreiding’ als pilot om de toepasbaarheid te testen. Hiervoor wordt ook verwezen naar 6.1.

Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze beleidsregels treden in werking de dag na bekendmaking in het gemeenteblad.

  • 2.

    De citeertitel is ‘Beleidsregels Sport, spel en bewegen in de openbare ruimte’.

Hoorn, 9 juni 2026

Het college van Burgemeester en Wethouders

de secretaris,               de burgemeester,

Bekendmaking:

  • via www.officielebekendmakingen.nl

  • door opname in het Gemeenteblad

Ondertekening