Beleidsregels Jeugdhulp gemeente Wassenaar 2026

Geldend van 17-06-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels Jeugdhulp gemeente Wassenaar 2026

Het college van burgemeester en wethouders van Wassenaar;

overwegende dat het gewenst is beleidsregels vast te stellen over de wijze waarop het college omgaat met de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van zijn bevoegdheden in het kader van de Jeugdwet;

gelet op de Jeugdwet, de Verordening jeugdhulp gemeente Wassenaar 2025 en artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht;

besluit:

Vast te stellen de navolgende: Beleidsregels Jeugdhulp gemeente Wassenaar 2026

Definities en afbakening

Artikel 1 Definities

Alle definities die in deze beleidsregels worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in de Jeugdwet, de hierop gebaseerde algemene maatregelen van bestuur, uitvoeringsbesluiten en de Verordening jeugdhulp gemeente Wassenaar 2025.

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

Aanvraag:

Een verzoek van de jeugdige en/of zijn ouder(s) of wettelijk vertegenwoordiger aan het college om een besluit te nemen over het verstrekken van een individuele voorziening jeugdhulp. Een verzoek als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL):

Dagelijkse, persoonlijke handelingen die nodig zijn voor het functioneren in het dagelijks leven. Hieronder worden in ieder geval verstaan: wassen, aankleden en uitkleden, eten en drinken, toiletgang, verplaatsen, medicatie innemen en persoonlijke verzorging.

Algemene voorziening:

Aanbod van diensten of activiteiten passend binnen de Jeugdwet dat zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers toegankelijk is.

Awb:

Algemene wet bestuursrecht

Andere voorziening:

Voorziening anders dan in het kader van de wet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen.

Budgetbeheerder:

Degene die het persoonsgebonden budget (pgb) beheert en daarvoor handelingsbekwaam is. Dit kan een ouder, de jeugdige zelf of een andere gemachtigde zijn, zoals een bewindvoerder, mentor of curator.

Budgethouder:

De persoon die een pgb ontvangt op grond van de Jeugdwet.

Cliëntondersteuning:

Onafhankelijke ondersteuning van de cliënt met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie van de jeugdige en de ouder(s) en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke, ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen.

College:

College van burgemeester en wethouders van de gemeente Wassenaar.

Dossier:

Geheel van schriftelijk of elektronisch vastgelegde gegevens met betrekking tot de verlening van jeugdhulp aan een jeugdige of ouder.

Eigen kracht:

De eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen (capaciteit), tijd en middelen van de jeugdige en/of ouder(s) om, zelf of met personen uit het sociaal netwerk, de opgroei en/of opvoedingsproblemen op te lossen.

Familiegroepsplan:

Hulpverleningsplan of plan van aanpak opgesteld (in aanvulling op een ondersteuningsplan) door of met de ouder(s), samen met de familie, aanverwanten, jeugdhulpverlener of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige en de ouder(s) behoren.

Gecertificeerde instelling:

Rechtspersoon die in het bezit is van een certificaat of voorlopig certificaat als bedoeld in artikel 3.4 en die een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering uitvoert.

Hulpvraag:

Behoefte van een jeugdige of zijn ouder(s) aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen.

Individuele voorziening:

Een op de jeugdhulpbehoefte van de jeugdige of zijn ouder toegesneden voorziening dan wel een voorziening bedoeld voor een groep jeugdigen met specifieke kenmerken waarvoor het college een beschikking afgeeft.

Informatiestandaard Jeugdwet (iJw):

Door het Zorginstituut beheerde standaarden als bedoeld in artikel 2.15 derde lid, van de Jeugdwet, bestaande uit bedrijfsregels, berichtenstandaarden en berichtspecificaties, overeenkomstig artikel 1 van de Regeling Jeugdwet.

Jeugdhulp:

  • 1.

    Ondersteuning van hulp en zorg, niet zijnde preventie, aan jeugdigen en hun ouder(s) bij het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouder(s) of adoptiegerelateerde problemen.

  • 2.

    Het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van jeugdigen met een somatische, verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem en die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt.

  • 3.

    Het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij jeugdigen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking of een somatische of psychiatrische aandoening of beperking, die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt. De leeftijdsgrens van achttien jaar geldt niet voor jeugdhulp in het kader van jeugdstrafrecht.

Jeugdhulpaanbieder:

  • 1.

    Natuurlijke of rechtspersoon die bedrijfsmatig jeugdhulp doet verlenen onder verantwoordelijkheid van het college.

  • 2.

    Solistisch werkende jeugdhulpverlener onder verantwoordelijkheid van het college.

Jeugdige:

Een persoon die:

  • 1.

    De leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt.

  • 2.

    De leeftijd van achttien jaar heeft bereikt ten aanzien van wie op grond van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht recht is gedaan overeenkomstig de artikelen 77g tot en met 77gg van het Wetboek van Strafrecht, of:

  • 3.

    De leeftijd van achttien jaar doch niet de leeftijd van eenentwintig jaar heeft bereikt voor zover de te verlenen jeugdhulp uit pleegzorg bestaat, indien:

    • -

      de pleegzorg was aangevangen voor het bereiken van de leeftijd van achttien jaar, of:

    • -

      de pleegzorg die was aangevangen voor het bereiken van de leeftijd van achttien jaar binnen een termijn van een half jaar na beëindiging wordt hervat, of:

  • 4.

    Onverminderd onderdeel 3, de leeftijd van achttien jaar doch niet de leeftijd van drieëntwintig jaar heeft bereikt en ten aanzien van wie op grond van de Jeugdwet:

    • -

      is bepaald dat de voortzetting van jeugdhulp als bedoeld in onderdeel 1 van de begripsbepaling van jeugdhulp, waarvan de verlening was aangevangen vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar, noodzakelijk is;

    • -

      vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar is bepaald dat jeugdhulp noodzakelijk is, of;

    • -

      is bepaald dat na beëindiging van jeugdhulp die was aangevangen vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar, binnen een termijn van een half jaar hervatting van de jeugdhulp noodzakelijk is.

Jeugdwet:

De Jeugdwet is bedoeld voor jeugdigen (kinderen en jongeren) tot 18 jaar en hun ouders die ondersteuning nodig hebben bij het opgroeien of bij de opvoeding

Ondersteuningsplan:

Een plan met daarin:

  • -

    een beschrijving van de hulpvraag;

  • -

    de doelen van de ondersteuning met een beoogd resultaat;

  • -

    welk deel van de hulpvraag binnen het eigen netwerk kan worden opgepakt;

  • -

    de algemene gegevens van de jeugdige en zijn systeem;

  • -

    en de afspraken die zijn gemaakt over de inhoud van de jeugdhulp.

Dit plan is de basis voor de in te zetten jeugdhulp. De invulling van het plan wordt in dialoog tussen de jeugdige en/of ouder(s) door de jeugdhulpverlener ontwikkeld.

Opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen:

  • 1.

    psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptiegerelateerde problemen;

  • 2.

    beperkingen in de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie in verband met een somatische, verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem bij een jeugdige die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, en

  • 3.

    een tekort aan zelfredzaamheid in verband met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking of een somatische of psychiatrische aandoening of beperking bij een jeugdige die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt;

Ouder:

Gezaghebbende ouder, adoptieouder, stiefouder, voogd, wettelijk vertegenwoordiger of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder.

Persoonsgebonden budget (pgb):

Persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1, van de Jeugdwet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn ouder(s), dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te betrekken.

Toegang:

Een op gemeentelijk niveau georganiseerd multidisciplinair team van professionals die de eerste verheldering van de hulpvraag van de jeugdige en/of ouder(s) doet, waar mogelijk verwijst naar een algemene voorziening en/of de aanvraag van de jeugdige en/of zijn ouder(s) en kan eventueel worden doorgeleid naar het college voor de toegang tot individuele voorzieningen.

Vaktherapie:

Overkoepelende naam voor de vaktherapeutische disciplines. Hieronder wordt verstaan beeldende therapie, danstherapie, dramatherapie, muziektherapie, psychomotorische therapie, psychomotorische kindertherapie en speltherapie.

Verlengde jeugdhulp:

Jeugdhulp die is aangevangen vóór het bereiken van de leeftijd van 18 jaar en die, op grond van de Jeugdwet, door het college kan worden voortgezet na het bereiken van de leeftijd van 18 jaar, tot uiterlijk het 23e levensjaar

VOG:

Verklaring Omtrent het Gedrag

Zorg in natura (ZIN):

Een door het college verstrekte voorziening die door de gemeente rechtstreeks wordt betaald.

Artikel 2 Samenloop met andere wetten en externe verwijzers

  • 1. Deze beleidsregels en de Verordening jeugdhulp gemeente Wassenaar 2025 zien op de gemeentelijke uitvoering van de Jeugdwet. Bij de beoordeling van een aanvraag beoordeelt het college of ondersteuning op grond van een andere wet voorliggend is.

  • 2. Bij het onderzoek, de beoordeling en de afweging van een aanvraag wordt expliciet betrokken of en in hoeverre ondersteuning mogelijk is op grond van:

    • a.

      de Wet passend onderwijs;

    • b.

      de Wet langdurige zorg (Wlz);

    • c.

      de Zorgverzekeringswet (Zvw);

    • d.

      de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).Bij ontvangst van de aanvraag beoordeelt het college of sprake is van samenloop met andere wetten. De jeugdige en/of de ouders worden hierover geïnformeerd.

  • 3. De afbakening met de Wet passend onderwijs, zoals bedoeld in artikel 3 van de verordening, is als volgt:

    • a.

      ondersteuning die direct samenhangt met leren en onderwijs valt onder de verantwoordelijkheid van het onderwijs;

    • b.

      ondersteuning bij opgroei- en opvoedproblemen en psychische problematiek kan, indien nodig, onder de Jeugdwet worden ingezet;

    • c.

      bij twijfel over de afbakening stemt het college af met de school.

  • 4. De afbakening met de Wet langdurige zorg, zoals bedoeld in artikel 4 van de verordening, is als volgt:

    • a.

      ondersteuning op grond van de Wlz is voorliggend op jeugdhulp;

    • b.

      indien een Wlz-indicatie wordt voorbereid maar nog niet is toegekend, ondersteunt de Toegang de jeugdige en/of ouder(s) bij het aanvraagproces;

    • c.

      indien in de periode tot het Wlz-besluit tijdelijke ondersteuning noodzakelijk is, kan het college hierin voorzien;

    • d.

      indien naast Wlz-ondersteuning ook jeugdhulp nodig is vanwege psychische problematiek, kan het college hiervoor een individuele voorziening toekennen.

  • 5. De afbakening met de Zorgverzekeringswet, zoals bedoeld in artikel 5 van de verordening, is als volgt:

    • a.

      medisch noodzakelijke zorg, hulpmiddelen en ziekenvervoer vallen in beginsel onder de Zvw;

    • b.

      ondersteuning op grond van deze beleidsregels kan aanvullend worden ingezet, indien dit noodzakelijk is;

    • c.

      persoonlijke verzorging gericht op zelfredzaamheid kan onder de Jeugdwet vallen;

    • d.

      vaktherapie wordt alleen toegekend indien deze onderdeel is van een breder behandelplan en wordt uitgevoerd door een erkend professional.

  • 6. De afbakening met de Wmo 2015, zoals bedoeld in artikel 6 van de verordening, is als volgt:

    • a.

      voorzieningen op grond van de Wmo 2015 zijn voorliggend op jeugdhulp;

    • b.

      de Toegang ondersteunt jeugdigen en ouder(s) bij toeleiding naar passende Wmo-voorzieningen indien dat aan de orde is.

  • 7. Externe verwijzers1 kunnen jeugdigen rechtstreeks verwijzen naar jeugdhulp, met inachtneming van de Jeugdwet en de verordening. Afstemming met de Toegang vindt in alle gevallen plaats, behalve bij verwijzingen in het kader van een crisissituatie en die gevallen waarbij de medisch verwijzer ervoor kiest zelf te verwijzen naar jeugdhulp.

Artikel 3 Reikwijdte beleidsregels

  • 1. Deze beleidsregels beschrijven hoe het college uitvoering geeft aan de Verordening jeugdhulp gemeente Wassenaar 2025 bij de beoordeling en toekenning van individuele voorzieningen jeugdhulp.

  • 2. Voor andere vormen van ondersteuning of voorzieningen die onder afzonderlijke wettelijke kaders of gemeentelijke beleidsregels vallen, gelden de daarvoor vastgestelde regelingen.

Vormen van Jeugdhulp

Artikel 4 Vormen van jeugdhulp

  • 1. Zoals bedoeld in artikel 12 van de verordening is in Wassenaar vrij toegankelijke ondersteuning beschikbaar. Deze ondersteuning bestaat in ieder geval uit:

    • a.

      informatie en advies;

    • b.

      jeugdgezondheidszorg;

    • c.

      schoolmaatschappelijk werk;

    • d.

      maatschappelijk werk;

    • e.

      jongerenwerk;

    • f.

      opvoedondersteuning;

    • g.

      gezinsbegeleiding.

  • 2. De vrij toegankelijke ondersteuning, zoals genoemd in het eerste lid, is voorliggend op het toekennen van een individuele voorziening jeugdhulp. Indien vrij toegankelijke ondersteuning niet toereikend is, kan het college bij besluit een individuele voorziening jeugdhulp toekennen.

  • 3. De individuele voorzieningen jeugdhulp kunnen bestaan uit de volgende vormen:

    • a.

      crisisopvang;

    • b.

      landelijk georganiseerde ambulante hulp en verblijf;

    • c.

      ambulante jeugd-ggz;

    • d.

      ambulante jeugdhulp;

    • e.

      verblijf met of zonder behandeling;

    • f.

      dagbehandeling en dagbesteding jeugd;

    • g.

      juridische jeugdinterventies;

    • h.

      hulp op basis van een sociaal-medische indicatie;

    • i.

      vervoer van en naar de locatie waar jeugdhulp wordt geboden.

  • 4. Het toekennen van individuele voorzieningen is slechts van toepassing op de door de gemeente gecontracteerde of gesubsidieerde organisaties.

Artikel 5 Dyslexie

  • 1. Ondersteuning bij dyslexie wordt uitsluitend als individuele voorziening toegekend indien sprake is van ernstige dyslexie (ED).

  • 2. De ondersteuning bij ernstige dyslexie is bedoeld voor jeugdigen in de leeftijd van 7 jaar tot het einde van de basisschoolleeftijd.

  • 3. De basisschool is verantwoordelijk voor het doorlopen van het voortraject en handelt daarbij volgens het meest recente Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling. Pas wanneer dit traject is afgerond en sprake is van ernstige dyslexie, kan jeugdhulp aan de orde zijn.

  • 4. De duur en frequentie van de ondersteuning bij ernstige dyslexie sluiten aan bij het regionaal vastgestelde richtlijnen- en normenkader, zoals geldend binnen de jeugdhulpregio.

  • 5. Het college wijst bij besluit een individuele voorziening voor ernstige dyslexie toe indien aan de voorwaarden uit dit artikel en de verordening is voldaan.

Toegang

Artikel 6 Toegang tot jeugdhulp

  • 1. Jeugdigen en ouder(s) kunnen zich met een hulpvraag rechtstreeks melden bij de gemeente.

  • 2. De Toegang ondersteunt jeugdigen en ouder(s) bij het verhelderen van de hulpvraag en bij het vinden van passende ondersteuning, waaronder algemene voorzieningen en individuele voorzieningen jeugdhulp.

  • 3. Jeugdhulp kan daarnaast rechtstreeks worden ingezet na verwijzing door een wettelijke verwijzer, waaronder in ieder geval;

    • a.

      de huisarts;

    • b.

      de jeugdarts;

    • c.

      de medisch specialist;

    • d.

      de gecertificeerde instelling;

    • e.

      de rechter.

  • 4. Een verwijzing door een wettelijke verwijzer wordt door het college verwerkt. Afstemming met de Toegang vindt waar mogelijk plaats.

  • 5. De gemeente informeert jeugdigen en ouders over:

    • a.

      de werkwijze van de Toegang en het Sociaal Team Wassenaar;

    • b.

      de beschikbare vormen van ondersteuning;

    • c.

      de mogelijkheid om gebruik te maken van onafhankelijke en kosteloze cliëntondersteuning;

    • d.

      het verdere verloop van de aanvraag- en beoordelingsprocedure.

Artikel 7 – Afstemming jeugdhulp met onderwijs en leerrecht

  • 1. Dit artikel geeft nadere uitvoering aan artikel 3, 11 en 16 van de Verordening en aan de overlegverplichting van artikel 2.7 Jeugdwet, in samenhang met de zorgplicht passend onderwijs en de Leerplichtwet.

  • 2. Bij (voorgenomen) inzet van jeugdhulp tijdens schooltijd treedt de gemeentelijke medewerker van de Toegang, voor zover nodig en met inachtneming van de privacyregelgeving, in overleg met de school van de jeugdige en (indien nodig) met de leerplichtambtenaar over:

    • a.

      de gevolgen voor het volgen van onderwijs en het leerrecht;

    • b.

      de afstemming met reeds ingezette ondersteuning vanuit (passend) onderwijs.

  • 3. De medewerker onderzoekt in samenspraak met jeugdige en ouder(s), en in overleg met de jeugdhulpaanbieder, of de planning van jeugdhulp zo kan worden afgestemd dat schooldeelname zoveel mogelijk wordt behouden.

  • 4. In het ondersteuningsplan wordt vastgelegd:

    • a.

      welk effect de jeugdhulp naar verwachting heeft op de schoolloopbaan van de jeugdige, en

    • b.

      welke alternatieve zorg-arrangementen zijn verkend waarin (een deel van) onderwijs wordt gecombineerd met jeugdhulp (bijv. zorg-onderwijsarrangementen, onderwijs op andere locatie).

  • 5. De medewerker betrekt bij het onderzoek nadrukkelijk de eigen mogelijkheden van de school en het samenwerkingsverband passend onderwijs, met inachtneming van de afbakening tussen zorgplicht school en jeugdhulpplicht gemeente zoals geregeld in artikel 3 van de Verordening Jeugdhulp gemeente Wassenaar 2025.

Persoonsgebonden budget (pgb)

Artikel 8 Persoonsgebonden budget

  • 1. Een persoonsgebonden budget (pgb) is het budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de Jeugdwet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn ouder(s), waarmee zij de jeugdhulp die behoort tot een individuele voorziening zelf kunnen inkopen bij derden.

  • 2. Het college kan, op aanvraag van de jeugdige en/of zijn ouder(s), een pgb verstrekken als alternatief voor zorg in natura, indien wordt voldaan aan de voorwaarden zoals opgenomen in de artikelen 24, 25 en 26 van de Verordening en in dit hoofdstuk van deze beleidsregels.

  • 3. Een pgb wordt uitsluitend verstrekt ten behoeve van een individuele voorziening en kan niet worden ingezet voor vrij toegankelijke of algemene voorzieningen.

Artikel 9 Voorwaarden voor verstrekking van een pgb

  • 1. De voorwaarden voor het verstrekken van een pgb zijn cumulatief. Dit betekent dat aan alle voorwaarden moet zijn voldaan.

  • 2. Het college verstrekt een pgb indien:

    • a.

      de jeugdige en/of zijn ouder(s) gemotiveerd aangeven dat zorg in natura, geleverd door een door het college gecontracteerde aanbieder, niet passend of onvoldoende toereikend is voor de hulpvraag;

    • b.

      uit de beoordeling van de pgb-vaardigheid, met inachtneming van artikel 26 van de Verordening, blijkt dat de budgethouder of, indien van toepassing, de budgetbeheerder in staat is het pgb verantwoord te beheren;

    • c.

      naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de met het pgb in te kopen jeugdhulp in voldoende mate moet bijdragen en dus:

      • i.

        van goede kwaliteit is;

      • ii.

        doelmatig wordt ingezet; en

      • iii.

        effectief bijdraagt aan het bereiken van het beoogde resultaat zoals opgenomen in het pgb-budgetplan.

  • 3. In het kader van de beoordeling kan het college verlangen dat de jeugdige en/of zijn ouder(s) alle noodzakelijke gegevens en inlichtingen verstrekken en hun medewerking verlenen aan het onderzoek.

Artikel 10 Weigeringsgronden pgb

  • 1. Het college weigert een pgb indien sprake is van een wettelijke weigeringsgrond als bedoeld in artikel 8.1.1, vierde lid, van de Jeugdwet.

  • 2. Daarnaast weigert het college een pgb indien:

    • a.

      er twijfels bestaan over de integriteit van de beoogde uitvoerder van de jeugdhulp, waaronder in ieder geval wordt verstaan situaties waarin deze uitvoerder in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag:

      • i.

        fraude heeft gepleegd;

      • ii.

        betrokken is geweest bij strafbare feiten of overtredingen die de kwaliteit of veiligheid van de hulp in gevaar brengen;

      • iii.

        op grond van handhaving door het college is geweigerd of uitgesloten als zorgaanbieder;

    • b.

      aannemelijk is dat de budgethouder het pgb niet kan beheren of het pgb niet zal besteden aan het daarvoor bestemde doel;

    • c.

      in de drie jaren voorafgaand aan de aanvraag aan de jeugdige of zijn ouder(s) een pgb is verstrekt en daarbij niet is voldaan aan de gestelde of wettelijke voorwaarden;

    • d.

      het college van oordeel is dat de aangevraagde jeugdhulp niet of onvoldoende bijdraagt aan het beoogde resultaat;

Artikel 11 Pgb-budgetplan en relatie met het ondersteuningsplan

  • 1. Een pgb kan uitsluitend worden toegekend indien een pgb-budgetplan is ingediend dat voldoet aan de eisen uit de Verordening en deze beleidsregels.

  • 2. Het pgb-budgetplan maakt onderdeel uit van het ondersteuningsplan en beschrijft in ieder geval:

    • a.

      het beoogde resultaat;

    • b.

      de in te kopen ondersteuning en de uitvoerder(s);

    • c.

      de wijze waarop de kwaliteit en continuïteit van de ondersteuning worden geborgd;

    • d.

      de kosten en de doelmatigheid van de inzet.

  • 3. De definitieve toekenning van het pgb vindt plaats bij beschikking, als onderdeel van het besluit op de aanvraag voor een individuele voorziening.

Herziening, intrekking, terugvordering en misbruik

Artikel 12 Herziening en intrekking van een besluit

  • 1. Het college kan een besluit tot toekenning van een individuele voorziening of een persoonsgebonden budget herzien of intrekken indien:

    • a.

      het besluit is genomen op basis van onjuiste of onvolledige gegevens en juiste gegevens tot een ander besluit zouden hebben geleid;

    • b.

      de jeugdige en/of zijn ouder(s) niet (langer) voldoet aan de voorwaarden die aan de voorziening of het pgb zijn verbonden;

    • c.

      de toegekende ondersteuning niet (langer) noodzakelijk is om het beoogde resultaat te bereiken;

    • d.

      de voorziening of het pgb niet wordt gebruikt voor het doel waarvoor deze is verstrekt;

    • e.

      sprake is van misbruik, oneigenlijk gebruik of niet-naleving van verplichtingen.

  • 2. Bij de toepassing van het eerste lid betrekt het college onder meer uitkomsten van monitoring, evaluatie en toezicht, voor zover deze inzicht geven in de effectiviteit, kwaliteit of rechtmatigheid van de ondersteuning.

  • 3. Een herziening of intrekking vindt plaats met inachtneming van de beginselen van zorgvuldigheid, proportionaliteit en rechtszekerheid.

Artikel 13 Terugvordering

  • 1. Indien het college een besluit tot toekenning van een individuele voorziening of pgb herziet of intrekt, kan het college de geldswaarde van de ten onrechte genoten voorziening of het pgb geheel of gedeeltelijk terugvorderen, voor zover dit op grond van de Jeugdwet en de Verordening is toegestaan.

  • 2. Terugvordering kan plaatsvinden indien sprake is van onrechtmatige verstrekking, onjuiste besteding of misbruik of oneigenlijk gebruik van de voorziening of het pgb.

  • 3. Het college kan geheel of gedeeltelijk afzien van terugvordering indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.

Artikel 14 Misbruik en oneigenlijk gebruik

  • 1. Onder misbruik en oneigenlijk gebruik wordt in ieder geval verstaan:

    • a.

      het opzettelijk verstrekken van onjuiste of onvolledige informatie;

    • b.

      het besteden van een pgb aan andere doelen dan waarvoor het is verstrekt;

    • c.

      het handelen in strijd met de aan de voorziening of het pgb verbonden verplichtingen;

    • d.

      het inzetten van een pgb als inkomensvoorziening voor de hulpverlener.

  • 2. Bij een vermoeden van misbruik of oneigenlijk gebruik kan het college passende maatregelen treffen, waaronder:

    • a.

      het instellen van nader onderzoek;

    • b.

      het opschorten van betalingen;

    • c.

      het herzien of intrekken van het besluit;

    • d.

      het terugvorderen van ten onrechte verstrekte middelen.

Artikel 15 Informatieplicht en medewerkingsplicht

  • 1. De jeugdige en/of zijn ouder(s) is verplicht het college onverwijld te informeren over feiten en omstandigheden waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op:

    • a.

      het recht op een individuele voorziening of pgb;

    • b.

      de omvang, duur of vorm van de toegekende ondersteuning.

  • 2. De jeugdige en/of zijn ouder(s) verleent desgevraagd medewerking aan onderzoek, toezicht en controle die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de rechtmatigheid en doelmatigheid van de ondersteuning.

Kwaliteit, toezicht en handhaving

Artikel 16 Kwaliteit van jeugdhulp

  • 1. Het college draagt zorg voor de kwaliteit van de jeugdhulp die op grond van deze beleidsregels wordt ingezet, overeenkomstig de eisen uit de Jeugdwet en de Verordening.

  • 2. Bij het borgen en beoordelen van de kwaliteit betrekt het college in ieder geval:

    • a.

      de mate waarin de ingezette ondersteuning bijdraagt aan het beoogde resultaat;

    • b.

      signalen en ervaringen van jeugdigen en ouder(s);

    • c.

      uitkomsten van evaluaties, herbeoordelingen en monitoring.

  • 3. De bevindingen over kwaliteit kunnen aanleiding zijn voor bijsturing in de uitvoering, aanpassing van beleid of het treffen van maatregelen op individueel of beleidsmatig niveau.

Artikel 17 Toezicht

  • 1. Het college ziet toe op de rechtmatige en doelmatige uitvoering van deze beleidsregels.

  • 2. Het toezicht richt zich in ieder geval op:

    • a.

      de rechtmatige besteding van publieke middelen;

    • b.

      de kwaliteit en veiligheid van de geboden jeugdhulp.

  • 3. Voor de uitvoering van het toezicht kan het college gebruikmaken van:

    • a.

      informatie van jeugdhulpaanbieders;

    • b.

      signalen van jeugdigen, ouder(s) en professionals;

    • c.

      interne controles, audits en periodieke evaluaties.

  • 4. Het toezicht wordt uitgevoerd met inachtneming van de geldende wettelijke kaders en beginselen van proportionaliteit en zorgvuldigheid.

Artikel 18 Handhaving

  • 1. Indien het college vaststelt dat niet wordt voldaan aan de voorwaarden van de beschikking, de Verordening of deze beleidsregels, kan het college handhavend optreden.

  • 2. Handhavend optreden kan, afhankelijk van de aard en ernst van de situatie, onder meer bestaan uit:

    • a.

      het geven van een aanwijzing;

    • b.

      het (tijdelijk) opschorten van betalingen;

    • c.

      het herzien of intrekken van een besluit;

    • d.

      het terugvorderen van ten onrechte verstrekte middelen.

  • 3. Bij het toepassen van handhaving houdt het college rekening met:

    • a.

      de ernst en duur van de overtreding;

    • b.

      de mate van verwijtbaarheid;

    • c.

      de gevolgen voor de jeugdige.

Artikel 19 Monitoring en gebruik van gegevens

  • 1. Het college monitort de uitvoering van deze beleidsregels om inzicht te verkrijgen in:

    • a.

      het gebruik van individuele voorzieningen en persoonsgebonden budgetten;

    • b.

      de behaalde resultaten en effecten van de ingezette jeugdhulp;

    • c.

      de doelmatigheid en rechtmatigheid van de ondersteuning.

  • 2. De verzamelde gegevens worden gebruikt voor:

    • a.

      sturing en verbetering van beleid en uitvoering;

    • b.

      evaluatie van kwaliteit en effectiviteit van jeugdhulp;

    • c.

      het tijdig signaleren van knelpunten, risico’s en trends.

  • 3. Bij het verzamelen en gebruiken van gegevens wordt voldaan aan de geldende wet- en regelgeving op het gebied van privacy en gegevensbescherming.

  • 4. De uitkomsten van monitoring kunnen aanleiding zijn voor:

    • a.

      aanpassing van beleid of beleidsregels;

    • b.

      wijziging van werkwijzen in de uitvoering;

    • c.

      heroverweging van besluiten op individueel of beleidsmatig niveau.

Kwaliteit, toezicht en handhaving

Artikel 20 Kwaliteit van jeugdhulp

  • 1. Het college draagt zorg voor de kwaliteit van de jeugdhulp die op grond van deze beleidsregels wordt ingezet, overeenkomstig de eisen uit de Jeugdwet en de Verordening.

  • 2. Bij het borgen en beoordelen van de kwaliteit betrekt het college in ieder geval:

    • a.

      de mate waarin de ingezette ondersteuning bijdraagt aan het beoogde resultaat;

    • b.

      signalen en ervaringen van jeugdigen en ouder(s);

    • c.

      uitkomsten van evaluaties, herbeoordelingen en monitoring.

  • 3. De bevindingen over kwaliteit kunnen aanleiding zijn voor bijsturing in de uitvoering, aanpassing van beleid of het treffen van maatregelen op individueel of beleidsmatig niveau.

Artikel 21 Toezicht

  • 1. Het college ziet toe op de rechtmatige en doelmatige uitvoering van deze beleidsregels.

  • 2. Het toezicht richt zich in ieder geval op:

    • a.

      de rechtmatige besteding van publieke middelen;

    • b.

      de kwaliteit en veiligheid van de geboden jeugdhulp.

  • 3. Voor de uitvoering van het toezicht kan het college gebruikmaken van:

    • a.

      informatie van jeugdhulpaanbieders;

    • b.

      signalen van jeugdigen, ouder(s) en professionals;

    • c.

      interne controles, audits en periodieke evaluaties.

  • 4. Het toezicht wordt uitgevoerd met inachtneming van de geldende wettelijke kaders en beginselen van proportionaliteit en zorgvuldigheid.

Artikel 22 Handhaving

  • 1. Indien het college vaststelt dat niet wordt voldaan aan de voorwaarden van de beschikking, de Verordening of deze beleidsregels, kan het college handhavend optreden.

  • 2. Handhavend optreden kan, afhankelijk van de aard en ernst van de situatie, onder meer bestaan uit:

    • a.

      het geven van een aanwijzing;

    • b.

      het (tijdelijk) opschorten van betalingen;

    • c.

      het herzien of intrekken van een besluit;

    • d.

      het terugvorderen van ten onrechte verstrekte middelen.

  • 3. Bij het toepassen van handhaving houdt het college rekening met:

    • a.

      de ernst en duur van de overtreding;

    • b.

      de mate van verwijtbaarheid;

    • c.

      de gevolgen voor de jeugdige.

Artikel 23 Monitoring en gebruik van gegevens

  • 1. Het college monitort de uitvoering van deze beleidsregels om inzicht te verkrijgen in:

    • a.

      het gebruik van individuele voorzieningen en persoonsgebonden budgetten;

    • b.

      de behaalde resultaten en effecten van de ingezette jeugdhulp;

    • c.

      de doelmatigheid en rechtmatigheid van de ondersteuning.

  • 2. De verzamelde gegevens worden gebruikt voor:

    • a.

      sturing en verbetering van beleid en uitvoering;

    • b.

      evaluatie van kwaliteit en effectiviteit van jeugdhulp;

    • c.

      het tijdig signaleren van knelpunten, risico’s en trends.

  • 3. Bij het verzamelen en gebruiken van gegevens wordt voldaan aan de geldende wet- en regelgeving op het gebied van privacy en gegevensbescherming.

  • 4. De uitkomsten van monitoring kunnen aanleiding zijn voor:

    • a.

      aanpassing van beleid of beleidsregels;

    • b.

      wijziging van werkwijzen in de uitvoering;

    • c.

      heroverweging van besluiten op individueel of beleidsmatig niveau.

Slotbepalingen

Artikel 24 Slotbepalingen

  • 1. Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag na bekendmaking;

  • 2. Met de inwerkingtreding van deze beleidsregels worden de Beleidsregels Jeugdhulp gemeente Wassenaar 2020 ingetrokken;

  • 3. Deze beleidsregels worden uiterlijk 1 april 2027 geëvalueerd;

  • 4. Deze beleidsregels worden aangehaald als:

    Beleidsregels Jeugdhulp gemeente Wassenaar 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 19 mei 2026

gemeentesecretaris,

A.P.A. Oostermeijer

burgemeester,

drs. L.A. de Lange


Noot
1

Huisartsen, jeugdartsen, medisch specialisten, rechters, jeugdbeschermers en jeugdreclasseerders.