Besluit burgemeester en wethouders van de gemeente Uithoorn tot vaststelling van het ontwerp-Afwegingskader Bouwlawaai 2026

Geldend van 18-06-2026 t/m heden

Intitulé

Besluit burgemeester en wethouders van de gemeente Uithoorn tot vaststelling van het ontwerp-Afwegingskader Bouwlawaai 2026

Burgemeester en wethouders,

Gelet op titel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 4.5, tweede lid, Omgevingswet jo. artikel 7.5, artikel 7.17, derde lid, artikel 7.23 Besluit bouwwerken leefomgeving en artikel 3.11 Algemene wet bestuursrecht,

Besluiten:

  • het Afwegingskader Bouwlawaai 2026, beleidsregels voor het stellen van maatwerkvoorschriften ter versoepeling van de regels van artikel 7.17 Besluit bouwwerken leefomgeving ten behoeve van bedrijfsmatige bouw- en sloopwerkzaamheden vast te stellen; en

  • Het Afwegingskader Bouwlawaai bij bouw- en sloopwerkzaamheden van langdurige projecten (2018) zoals vastgesteld op 14 mei 2019 en gepubliceerd op 5 juni 2019 in het Gemeenteblad onder nummer Nr. 131443, in te trekken.

Ter inzage periode:

Het ontwerp Afwegingskader Bouwlawaai 2026 heeft gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegen vanaf 5 maart tot en met 15 april 2026. Gedurende deze periode zijn er geen zienswijzen binnen gekomen. Het Afwegingskader Bouwlawaai 2026 is daarom ten opzichte van het concept Afwegingskader Bouwlawaai 2026, ongewijzigd vastgesteld in de vergadering van 9 juni 2026.

Het college van burgemeester en wethouders van Uithoorn,

Gelet op titel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 4.5, tweede lid, Omgevingswet jo. Artikel 7.5, artikel 7.17, derde lid en artikel 7.23 Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl),

besluit vast te stellen het Afwegingskader Bouwlawaai Uithoorn, inhoudende:

beleidsregels voor het stellen van maatwerkvoorschriften ter versoepeling van de regels van artikel 7.17 Bbl ten behoeve van bedrijfsmatige bouw- en sloopwerkzaamheden.

1 ALGEMENE BEPALINGEN

1.1 BEGRIPSBEPALINGEN

ARTIKEL 1 BEGRIPSBEPALINGEN

  • 1. De begripsbepalingen van het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna ook het Bbl) zoals opgenomen in Bijlage 1 van het Bbl zijn op deze regeling voor zover noodzakelijk van toepassing, tenzij daarvan uitdrukkelijk wordt afgeweken.

  • 2. In deze regeling wordt verstaan onder:

    aanvraag: een aanvraag als bedoeld in afdeling 4.1.1 Algemene wet bestuursrecht.

    beste beschikbare stille technieken: de meest doeltreffende methoden om geluidhinder voor de omgeving te beperken.

    bouwer: hij die een bouwproject uitvoert en/of daar verantwoordelijk voor is.

    bouwproject: geheel van samenhangende activiteiten, onder de verantwoordelijkheid van één opdrachtgever, die binnen een begrensd tijdsbestek worden gerealiseerd, met als resultaat één of meer bouwwerken die onderdeel zijn van het bouwproject.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Uithoorn.

    feestdag: aangesloten wordt bij de definitie in de Algemene Termijnenwet..

    gemeente: de gemeente Uithoorn

    gevel of grens van een geluidsgevoelig terrein: gevel van een woonfunctie, bijeenkomstfunctie voor kinderopvang, gezondheidszorgfunctie of onderwijsfunctie of op de grens van een geluidsgevoelig terrein zoals aangegeven in tabel 7.17 van het Bbl.

    LAeq,T: het equivalente geluidniveau in dB(A) zoals aangegeven in bijlage IVh van de Omgevingsregeling.

    LAeq,60minuten: de beoordeling conform LAeq,T over een periode van 60 minuten.

    LAmax: het maximale A-gewogen geluidsniveau zoals aangegeven in bijlage IVh van de Omgevingsregeling, ook wel genoemd piekniveau.

    maatschappelijke noodzaak: als werkzaamheden om maatschappelijke redenen niet op werkdagen of op zaterdagen tussen 7.00 uur en 19.00 uur kunnen plaatsvinden.

    technische noodzaak: als werkzaamheden om technische redenen niet op werkdagen of op zaterdagen tussen 7.00 uur en 19.00 uur kunnen plaatsvinden.

    werkdag: maandag tot en met vrijdag, niet zijnde een feestdag.

    werkzaamheden: bedrijfsmatige bouw- en sloopwerkzaamheden als bedoeld in artikel 17, eerste lid, Bbl, zijnde werkzaamheden die worden uitgevoerd in de uitoefening van een bedrijf of met een bedrijfsmatige omvang.

    zaterdag: een zaterdag niet zijnde een feestdag.

1.2 DOELSTELLING, BEOOGDE EFFECTEN EN TOEPASSINGSGEBIED

ARTIKEL 2 DOELSTELLING EN BEOOGDE EFFECTEN AFWEGINGSKADER

  • 1. Geluidhinder als gevolg van bouw – en sloopwerkzaamheden voor de omgeving zo veel mogelijk te beperken en de leefbaarheid te verbeteren, door onder andere het voorkomen van slaapverstoring.

  • 2. Bewerkstelligen van eenduidigheid voor het kunnen stellen van maatwerkvoorschriften door het bevoegd gezag op verzoek van of namens de bouwers en slopers.

  • 3. Bewerkstelligen dat in de directe omgeving van de bouw- en sloopwerkzaamheden met name omwonenden vroegtijdig geïnformeerd worden over de tijdstippen van de te verwachten geluidhinder.

  • 4. Bewerkstelligen dat bouwers en slopers bij hun werkzaamheden de beste beschikbare stille technieken gaan gebruiken, waardoor de leefbaarheid voor de omgeving zal verbeteren.

ARTIKEL 3 TOEPASSINGSGEBIED

  • 1. Bedrijfsmatige bouw- en sloopwerkzaamheden die niet uitgevoerd worden op werkdagen of op zaterdagen tussen 7.00 uur en 19.00 uur (artikel 7.17 eerste lid van het Bbl).

  • 2. Bedrijfsmatige bouw- en sloopwerkzaamheden die uitgevoerd worden op werkdagen of op zaterdagen tussen 7.00 uur en 19.00 uur, waarbij de geluidsniveaus op de gevels van een woonfunctie, bijeenkomstfunctie voor kinderopvang, gezondheidszorgfunctie of onderwijsfunctie, of op de grens van een geluidsgevoelig terrein, de dagwaarden en de daarbij behorende maximale blootstellingsduur overschrijden (artikel 7.17 tweede lid en tabel 7.17 van het Bbl).

1.3 REIKWIJDTE

ARTIKEL 4 BOUWPROJECTEN

Als voor een bouwproject meerdere omgevingsvergunningen noodzakelijk zijn, vinden de tabellen 1, 2 en 3 van dit Afwegingskader, alsmede tabel 7.17 van het Bbl, toepassing per bouwproject en niet per vergunning.

ARTIKEL 5 GELUIDSNIVEAUS GELDEND OP BINNENMUREN

Bij werkzaamheden binnen een gebouw, zijn de geluidsniveaus als bedoeld in de tabellen 1, 2 en 3 van dit Afwegingskader, alsmede tabel 7.17 van het Bbl, ook van toepassing op de binnenmuren van de ontvanger die de scheiding vormen tussen de werkzaamheden en de ontvanger.

ARTIKEL 6 BEREKENING DAGWAARDEN

Indien de werkzaamheden van een bouwproject langer duren dan een jaar, gelden de dagwaarden en de daarbij behorende maximale blootstellingsduur per jaar, als bedoeld in artikel 7.17, tweede lid, Bbl gemeten vanaf de eerste dag van een kwartaal.

2 MAATWERKVOORSCHRIFT NIET NODIG

ARTIKEL 7 WERKZAAMHEDEN TEN BEHOEVE VAN EEN CALAMITEIT

Werkzaamheden die moeten worden uitgevoerd voor het oplossen van een calamiteit vallen buiten dit afwegingskader. Hiertoe behoeft geen verzoek voor maatwerkvoorschriften te worden ingediend.

ARTIKEL 8 BETONVLINDEREN MET BEHULP VAN ELEKTROMOTOR

Indien de bouwer werkzaamheden verricht buiten de perioden en tijdstippen genoemd in artikel 7.17, eerste lid, Bbl, ziet het college niettemin af van handhaving voor zover deze werkzaamheden bestaan in het vlinderen van betonvloeren met gebruikmaking van een vlindermachine met elektromotor.

mits,

  • a.

    omwonenden tot een afstand van maximaal 250 meter vanaf de rand van het bouwproject ten minste twee dagen voor het begin van de werkzaamheden op de hoogte zijn gebracht bij te verwachten geluidhinder door de werkzaamheden.

  • b.

    de bouwer voldoet aan de voor hem geldende specifieke zorgplicht zoals opgenomen in artikel 7.4 Bbl en artikel 27 om onnodige geluidhinder te voorkomen;

  • c.

    de bouwer het college tenminste twee dagen voorafgaand aan de start van de werkzaamheden heeft geïnformeerd dat hij voornemens is de werkzaamheden als bedoeld in de aanhef uit te voeren en hij ook overigens aan alle voorwaarden onder a t/m c voldoet.

ARTIKEL 9 VOORBEHOUDEN RECHT TOT ALSNOG HANDHAVEN EN STELLEN EIS MAATWERKVOORSCHRIFT

Als omwonenden onevenredig veel hinder ondervinden in de gevallen bedoeld in artikel 8, behoudt het college zich het recht voor om alsnog te handhaven of in plaats daarvan van de bouwer te eisen dat hij een maatwerkvoorschrift aanvraagt als bedoeld in artikel 10. In dat geval geeft het de bouwer de gelegenheid om middels een geluidmeting aan te tonen dat dit het geval is. Op basis van de resultaten van deze meting, zal het college besluiten of het aanleiding ziet een maatwerkvoorschrift te stellen.

3 MAATWERKVOORSCHRIFT WEL NODIG

3.1 ZON- EN FEESTDAGEN EN AVOND EN NACHT

ARTIKEL 10 AFWIJKENDE PERIODEN EN TIJDSTIPPEN

  • 1. In het geval dat de bouwer werkzaamheden verricht buiten de perioden en tijdstippen genoemd in artikel 7.17, eerste lid, Bbl anders dan het vlinderen van betonvloeren als bedoeld in artikel 8, kan het college een maatwerkvoorschrift stellen als bedoeld in artikel 11, eerste lid.

  • 2. In aanvulling op het eerste lid, kan het college in het maatwerkvoorschrift bepalen dat de bouwer voldoet aan de afwijkende geluidnormen van tabel 1 als de bouwer bij het verrichten de werkzaamheden buiten de perioden en tijdstippen genoemd in artikel 7.17, eerste lid, Bbl, niet kan voldoen aan de dagwaarden en de daarbij behorende maximale blootstellingsduur, genoemd in tabel 7.17 Bbl.

ARTIKEL 11 MAATWERKVOORSCHRIFT ZON- EN FEESTDAGEN EN AVOND EN NACHT

  • 1. Het college kan een maatwerkvoorschrift stellen in de situatie bedoeld in artikel 10, waarbij het toestaat dat de bouwer werkzaamheden verricht buiten de perioden en tijdstippen genoemd in artikel 17.7, eerste lid, Bbl, als voldaan is aan de volgende voorwaarden:

    • a.

      er is sprake van een technische of een maatschappelijke noodzaak tot het uitvoeren van de werkzaamheden buiten de perioden en tijdstippen genoemd in artikel 7.17, eerste lid, Bbl; en

    • b.

      omwonenden tot een afstand van maximaal 250 meter vanaf de rand van het bouwproject zijn ten minste twee dagen voor het begin van de werkzaamheden op de hoogte gebracht bij te verwachten geluidhinder door de werkzaamheden.

    • c.

      de bouwer voldoet aan de plicht tot gebruikmaking van de beste beschikbare stille technieken als bedoeld in artikel 7.23, tweede lid, Bbl;

    • d.

      de bouwer spant zich in om voor de omgeving de meest gunstige tijdsplanning toe te passen, waardoor de werkzaamheden met de meeste hinder voor de omgeving, overdag op zaterdagen na 8.00 uur, 's avonds vóór 22.00 uur, 's nachts in de randen van de nacht en op zon- en feestdagen na 9.00 uur plaatsvinden;

    • e.

      de bouwer monitort in ieder geval het geluid bij de gevels of op de grens van een geluidsgevoelig terrein als de aaneengesloten bedrijfsmatige bouw- en sloopwerkzaamheden waarvoor maatwerkvoorschriften zijn gesteld, langer duren dan een half jaar.

  • 2. In aanvulling op de voorwaarden genoemd in het eerste lid, kan het college bovendien bepalen in het maatwerkvoorschrift dat de bouwer af mag wijken van de dagwaarden en de daarbij behorende maximale blootstellingsduur als bedoeld in tabel 7.17 Bbl, mits de verwachte geluidniveaus op de gevels van een woonfunctie, bijeenkomstfunctie voor kinderopvang, gezondheidszorgfunctie of onderwijsfunctie of op de grens van een geluidsgevoelig terrein, als bedoeld in tabel 7.17 Bbl, de maximale geluidsniveaus, waaronder piekniveaus en blootstellingsduur zoals genoemd in de hieronder opgenomen tabellen 1, 2 of 3 niet overschrijden.

TABELLEN AFWIJKENDE GELUIDNORMEN

TABEL 1: OP ZONDAGEN EN FEESTDAGEN VAN 9.00 UUR TOT 19.00 UUR (DAGPERIODE).

LAeq,T

≤ 60 dB(A)

60 tot 65 dB(A)

65 tot 70 dB(A)

>70 dB(A)

maximale blootstellingsduur op de gevel of op de grens van een geluidsgevoelig terrein

Onbeperkt

10 dagen

5 dagen

0 dagen

LAmax : 80 dB(A)

TABEL 2: ‘S AVONDS VAN 19.00 UUR TOT 23.00 UUR (AVONDPERIODE).

LAeq,T

≤ 55 dB(A)

55 tot 60 dB(A)

60 tot 65 dB(A)

> 65 dB(A)

maximale blootstellingsduur op de gevel of op de grens van een geluidsgevoelig terrein

Onbeperkt

40 avonden

10 avonden

0 avonden

LAmax : 75 dB(A)

TABEL 3: ‘S NACHTS VAN 23.00 UUR TOT 7.00 UUR (NACHTPERIODE), OP ZON- EN FEESTDAGEN TOT 9.00 UUR.

LAeq,60minuten of LAeq,T bij constante geluidsbronnen

≤ 45 dB(A)

45 tot 55 dB(A)

55 tot 60 d(BA)

> 60 dB(A)

maximale blootstellingsduur op de gevel of op de grens van een geluidsgevoelig terrein

Onbeperkt

20 nachten

5 nachten

0 nachten

LAmax : 70 dB(A)

ARTIKEL 12 UITVOERING MONITORING

In aanvulling op artikel 11, eerste lid, sub e juncto artikel 11 tweede lid, wordt het aantal dagen dat er gebruik wordt gemaakt van het gestelde maatwerkvoorschrift gerelateerd aan de gemeten geluidsbelastingen, middels LAeq,60minuten of LAeq,T. De resultaten kunnen eventueel via digitaal openbaar toegankelijke platforms inzichtelijk worden gemaakt.

ARTIKEL 13 BOUWWERK NIET IN GEBRUIK

De maximale geluidsniveaus van de tabellen 1, 2 en 3 zijn niet toepassing als een gevel onderdeel uitmaakt van een bouwwerk, dat ten tijde van de werkzaamheden niet in gebruik is.

3.2 WERKDAGEN EN ZATERDAGEN

ARTIKEL 14 OVERSCHRIJDING WAARDEN BBL

Als de bouwer werkzaamheden verricht op werkdagen en op zaterdag tussen 07.00 uur en 19.00 uur en bij het verrichten van die werkzaamheden de dagwaarden en de daarbij behorende maximale blootstellingsduur, bedoeld in artikel 7.17, tweede lid Bbl en genoemd in tabel 7.17 Bbl, overschrijdt, kan het college een maatwerkvoorschrift stellen als bedoeld in artikel 15.

ARTIKEL 15 MAATWERKVOORSCHRIFT WERKDAGEN EN ZATERDAG

Het college kan een maatwerkvoorschrift stellen in de situatie bedoeld in artikel 14, waarbij het toestaat dat bij het verrichten van de werkzaamheden de dagwaarden en de daarbij behorende maximale blootstellingsduur als bedoeld in artikel 7.17, tweede lid en tabel 7.17 Bbl worden overschreden, als voldaan is aan de volgende voorwaarden:

  • a.

    de bouwer voldoet aan de plicht tot gebruikmaking van de beste beschikbare stille technieken als bedoeld in artikel 7.23, tweede lid, Bbl;

  • b.

    de bouwer spant zich in om middels toepassing van de beste beschikbare stille technieken, de overschrijding van de waarden van tabel 7.17 van het Bbl beperkt te houden; en

  • c.

    indien volledige toepassing van stillere technieken niet haalbaar is, geeft in sommige gevallen een vorm van compensatie aan de omgeving;

  • d.

    omwonenden tot een afstand van maximaal 250 meter vanaf de rand van het bouwproject zijn ten minste twee dagen voor het begin van de werkzaamheden op de hoogte gebracht bij te verwachten geluidhinder door de werkzaamheden.

  • e.

    de bouwer monitort in ieder geval het geluid bij de gevels of op de grens van een geluidsgevoelig terrein als de aaneengesloten bedrijfsmatige bouw- en sloopwerkzaamheden waarvoor maatwerkvoorschriften zijn gesteld, langer duren dan een half jaar; artikel 12 Uitvoering monitoring is van overeenkomstige toepassing.

3.3 AFWIJKEN VAN BEOORDELINGSREGELS MAATWERKVOORSCHRIFTEN

ARTIKEL 16 AFWIJKEN AVONDPERIODE OP WERKDAGEN

In afwijking van artikel 11, eerste lid, sub a, behoeft voor het verrichten werkzaamheden op werkdagen in de avondperiode tussen 19.00 uur en 22.30 uur geen sprake te zijn van een technische of een maatschappelijke noodzaak tot het uitvoeren van de werkzaamheden buiten de perioden en tijdstippen genoemd in artikel 7.17, eerste lid, Bbl als,

  • a.

    het geluidniveau op de gevel of op de grens van een geluidsgevoelig terrein uitgedrukt in LAeq,T maximaal 50 dB(A) is;

  • b.

    geen sprake is van impuls- of tonaalgeluid; en

  • c.

    de bedrijfsmatige bouw- en sloopwerkzaamheden op minimaal 250 meter van de gevel of van de grens van een geluidsgevoelig terrein worden uitgevoerd.

ARTIKEL 17 AFWIJKEN WAARDEN TABELLEN 1, 2 EN 3

In afwijking van artikel 11, tweede lid, kunnen maatwerkvoorschriften worden gesteld boven de maximale geluidsniveaus, blootstellingsduren en piekniveaus van de tabellen 1, 2 en 3 als de bouwer kan aantonen, dat ondanks de toepassing van de beste beschikbare stille technieken niet voldaan kan worden aan deze maximale geluidsniveaus en blootstellingsduren.

ARTIKEL 18 COMPENSATIE AANBIEDEN

In aanvulling op artikel 17, kan het college als eis bij het maatwerkvoorschrift, stellen dat, als werkzaamheden plaatsvinden tussen 23.00 uur en 7.00 uur, waarbij het geluidsniveau LAeq,60minuten hoger is dan 55 dB(A) en deze werkzaamheden meer dan één nacht achter elkaar plaatsvinden, compensatie wordt aangeboden middels een slaapplaats elders of bijvoorbeeld het plaatsen van voorzetramen. Deze compensatie is niet noodzakelijk als aangetoond kan worden dat het geluidsniveau binnen – bij een gesloten raam van een slaapkamer- niet hoger is dan 25 dB(A).

ARTIKEL 19 MONITORING

In aanvulling op artikel 17, kan het college als eis bij het maatwerkvoorschrift stellen dat de bouwer het geluid monitort bij de gevels of op de grens van een geluidsgevoelig terrein. Hierbij wordt het aantal dagen dat er gebruik wordt gemaakt van de gestelde maatwerkvoorschriften gerelateerd aan de gemeten geluidsbelastingen, middels LAeq,60minuten of LAeq,T. De resultaten kunnen eventueel via digitaal openbaar toegankelijke platforms inzichtelijk worden gemaakt.

ARTIKEL 20 HEERSEND GELUID IN DE OMGEVING

Bij de afweging op grond van de artikelen 18 en 19 houdt het college rekening met het heersende geluid in de omgeving op de tijdstippen dat werkzaamheden worden uitgevoerd.

4 PROCEDURE

4.1 DE AANVRAAG

ARTIKEL 21 AANVRAAG

Een aanvraag voor een maatwerkvoorschrift wordt minimaal vier weken voor de start van de werkzaamheden ingediend bij het Omgevingsloket. Titel 4.1 van de Algemene wet bestuursrecht en Hoofdstuk 16 Omgevingswet zijn van toepassing.

ARTIKEL 22 AANLEVEREN GEGEVENS EN BESCHEIDEN

Bij de aanvraag levert de aanvrager het akoestisch onderzoek aan als beschreven in de artikelen 23 en 24. Verder wordt in de aanvraag omschreven:

  • 1.

    welke werkzaamheden het betreft, de bronniveaus van het materieel, de verwachte geluidsniveaus op de gevels of op de grens van een geluidsgevoelig terrein, alsmede de tijdsperiodes van de werkzaamheden;

  • 2.

    welke beste beschikbare stille technieken worden toegepast en indien niet voldaan kan gaan worden aan de maximale geluidsniveaus en blootstellingduren volgens de tabellen 1, 2 of 3, waarom verdere toepassing van de beste beschikbare stille technieken vanwege technische uitvoerbaarheid, qua kosten en planning niet kunnen worden toegepast;

  • 3.

    waarom sprake is van een technische of een maatschappelijke noodzaak dat afwijking van de maximale geluidsniveaus en blootstellingduren volgens de tabellen 1, 2 of 3 rechtvaardigt;

  • 4.

    hoe de communicatie met de omgeving wordt vormgegeven.

4.2 HET AKOESTISCH ONDERZOEK

ARTIKEL 23 AKOESTISCH ONDERZOEK

Het college stelt als eis dat de bouwer een akoestisch onderzoek verricht waarin de verwachte geluidsniveaus op de gevels of op de grens van een geluidsgevoelig terrein, zoals bedoeld in tabel 7.17 Bbl, worden berekend conform artikel 5.60 en Bijlage IVh van de Omgevingsregeling. De verwachte geluidsniveaus dienen in ranges volgens de tabellen van 1, 2 en 3 van deze beleidsregel of voor werkdagen en zaterdagen tussen 7.00 en 19.00 uur volgens tabel 7.17 van het Bbl te worden aangegeven. Hierbij wordt voor de nachten de meest maatgevende LAeq,60minuten genomen, die vervolgens bepalend is voor de gehele nacht. Is sprake van constante geluidsbronnen, alsmede bij werkzaamheden overdag en in de avonden, dan mogen de geluidsniveaus berekend worden met LAeq,T. Daarnaast worden de te verwachten piekniveaus (LAmax) aangegeven.

ARTIKEL 24 AFWIJKENDE EIS AKOESTISCH ONDERZOEK

In afwijking van artikel 23 mag bij werkzaamheden met één type geluidsbron volstaan worden met het aangeven van het bronniveau, de afstand tot de dichtstbijzijnde gevel of de grens van een geluidsgevoelig terrein en het verwachte geluidsniveau op die gevel of de grens van dat terrein, zonder rekening te hoeven houden met afscherming en reflectie van het geluid.

ARTIKEL 25 EIS MONITORING OF COMPENSATIE VAN TOEPASSING

Als de voorwaarden van monitoring en of compensatie volgens artikel 4 of 5 van toepassing zijn, wordt aangegeven hoe het geluid wordt gemonitord en of hoe de compensatie wordt geboden. De aanvrager dient hiervoor een compensatieplan in.

5 OVERIGE BEPALINGEN

ARTIKEL 26 GELUID GEZONEERD INDUSTRIETERREIN

Maatwerkvoorschriften zijn ook mogelijk voor bedrijven gelegen binnen een geluid gezoneerd industrieterrein, waarbij geen sprake mag zijn van impulsgeluid en de te verwachten geluidsniveaus minimaal 5 dB(A) lager zijn dan de geluidsruimte, die aan dat betreffende bedrijf is toegekend.

ARTIKEL 27 ZORGPLICHT ARTIKEL 7.4 BBL

De bouwer heeft conform artikel 7.4 Bbl een specifieke zorgplicht om onnodige geluidhinder als gevolg van werkzaamheden te voorkomen. Het college vraagt de bouwer om uitvoering te geven aan deze zorgplicht door in ieder geval direct omwonenden tijdig te informeren over voorgenomen werkzaamheden als geluidhinder wordt verwacht.

Ondertekening

De secretaris,

Mw drs. M.C. Wegewijs

De burgemeester,

Dhr. P.J. Heiligers

TOELICHTING

1. ALGEMEEN

INLEIDING

Bouwlawaai heeft in tegenstelling tot industrie-, weg-, spoorweg- en luchtvaartlawaai een tijdelijk karakter. Toch kan ook bouwlawaai gevolgen hebben voor de gezondheid van mensen die in de omgeving verblijven. Daarom zijn ook voor bouwlawaai nabij geluidsgevoelige objecten (zoals woningen en ziekenhuizen) landelijke regels gesteld in het Besluit bouwwerken leefomgeving (vanaf hier: Bbl). Het oogmerk van deze regels is “het waarborgen van de veiligheid en het beschermen van de gezondheid in de directe omgeving van bouw- en sloopwerkzaamheden”. Deze regels gelden ook bij een bouwmelding (Wet kwaliteitsborging) en bij vergunningsvrije bouwactiviteiten. Regels omtrent geluidhinder als gevolg werkzaamheden aan de weg of het spoor zijn opgenomen in de gemeentelijke algemene plaatselijke verordeningen (APV), middels een hinderartikel.

1.1 HET JURIDISCH KADER

DE NORMEN VAN ARTIKEL 7.17 BBL

In artikel 7.17 van het Bbl is opgenomen dat bedrijfsmatige bouw- en sloopwerkzaamheden gedurende de werkdagen (maandag tot en met vrijdag) of op zaterdagen tussen 7.00 en 19.00 uur moeten worden uitgevoerd. Bij het uitvoeren van die werkzaamheden mogen de dagwaarden op de gevels van geluidsgevoelige objecten met bijhorende blootstellingsduur in dagen niet worden overschreden, volgens tabel 7.17:

Tabel 7.17 Bbl dagwaarden en de daarbij behorende maximale blootstellingsduur

Dagwaarde

≤ 60 dB(A)

> 60 dB(A)

> 65 dB(A)

> 70 dB(A)

> 75 dB(A)

> 80 dB(A)

Maximale blootstellingsduur op de gevel van een woonfunctie, bijeenkomstfunctie voor kinderopvang, gezondheidszorgfunctie of onderwijsfunctie, of op de grens van een geluidsgevoelig terrein

Onbeperkt

50 dagen

30 dagen

15 dagen

5 dagen

0 dagen

Toelichting Bbl (Stb. 2018, 291, p. 495)

In de tabel van het tweede lid is het maximale geluidsniveau aangegeven, gerekend met een maximale blootstellingsduur in dagen dat de in de tabel opgenomen dagwaarde is bereikt. Uit de toepassing van de tabel volgt dat naarmate de bouw- en sloopactiviteiten meer geluid veroorzaken op de gevel van een nabijgelegen woonfunctie, bijeenkomstfunctie voor kinderopvang, gezondheidszorgfunctie, onderwijsfunctie, of op de grens van een geluidsgevoelig terrein het aantal dagen, waarop die activiteiten mogen worden uitgevoerd, afneemt. Voor activiteiten die een dagwaarde veroorzaken van meer dan 60 dB(A) zijn ten hoogste 50 dagen beschikbaar, waarvan maximaal 30 dagen de dagwaarde meer dan 65 dB(A) mag zijn. Van deze 30 dagen mag de dagwaarde maximaal 15 dagen hoger zijn dan 70 dB(A). De dagwaarde mag maximaal 5 dagen tussen 75 en de 80 dB(A) bedragen. Ook volgt duidelijk uit de tabel dat geluid van meer dan 80 dB(A) niet is toegestaan.

DE MOGELIJKHEID TOT HET STELLEN VAN MAATWERKVOORSCHRIFTEN

Artikel 7.5 van het Bbl bepaalt dat het bevoegd gezag maatwerkvoorschriften kan stellen over onder andere artikel 7.17 Bbl. Artikel 7. 23 Bbl bepaalt in aanvulling daarop dat met een maatwerkvoorschrift, de dagwaarden, blootstellingsduur, tijdstippen en perioden van artikel 7.17 Bbl, alleen kunnen worden versoepeld. Voorheen was versoepeling mogelijk via een ontheffing.

Middels maatwerkvoorschriften is het dus mogelijk om toe te staan bouw- en sloopwerkzaamheden uit te voeren in avonden, nachten, op zondag en feestdagen, alsmede hogere dagwaardes en blootstellingsduren toe te staan op maandag t/m zaterdag tussen 7.00 uur en 19.00 uur. Het Bbl stelt als enige voorwaarde dat bij een maatwerkvoorschrift (ontheffing) de best beschikbare stille technieken moeten worden toegepast.

Als handvat voor bouwers en het bevoegd gezag hoe om te gaan met bouwlawaai en verzoeken tot maatwerkvoorschriften in het bijzonder, is dit afwegingskader opgesteld dat een actualisatie is (vanwege de Omgevingswet) en evaluatie (interviews en in kader geluidbeleid Amsterdam) van de Richtlijn Bouwlawaai uit 2016, die destijds is vastgesteld in Amsterdam en Noord-Holland.

OVERSCHRIJDINGEN TOESTAAN ZONDER MAATWERKVOORSCHRIFT

Als het bevoegd gezag een beleidsregel opstelt bij wijze van afwegingskader voor aanvragen voor maatwerkvoorschriften, biedt artikel 7.17, derde lid, de mogelijkheid om als bevoegd gezag ook overschrijdingen van de normen van het Bbl toe te staan zonder maatwerkvoorschrift. De gemeente Uithoorn heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt voor het toestaan van het vlinderen van betonvloeren met behulp van een vlindermachine met een elektromotor buiten de perioden en tijdstippen als bedoeld in artikel 7.17, eerste lid, Bbl (werkdagen en zaterdag, tussen 07.00 en 19.00 uur). Deze mogelijkheid wordt nader toegelicht bij de artikelsgewijze toelichting behorend tot artikel 8. Ook voor werkzaamheden in de avonden op werkdagen met nauwelijks geluidhinder, is er ruimte in dit afwegingskader.

1.2 HET AFWEGINGSKADER IN HET KORT

In het afwegingskader zijn in het kort de volgende bepalingen opgenomen:

Om geluidhinder voor omwonenden zo veel mogelijk te beperken, dient bij bouw- en sloopwerkzaamheden in de avonden, in de nachten, op zondagen en feestdagen, sprake te zijn van een technische (werkzaamheden kunnen niet worden onderbroken) of maatschappelijke noodzaak (overdag onevenredig hinder voor bijvoorbeeld verkeer). Bovendien gelden maximale geluidniveau op de gevels, waarbij overschrijding alleen mogelijk is, als verdere toepassing van stille technieken niet mogelijk of onevenredig is. Verder dient de bouwer de omgeving op de hoogte te houden van zijn werkzaamheden. Bij langdurige (infra) projecten dient het geluid te worden gemonitord, voor handhaving en beoordeling van klachten. Bij nachtelijke werkzaamheden moet in sommige gevallen compensatie(slaapplaats elders) aan bewoners worden aangeboden.

Als voor werkzaamheden overdag sprake is van maatwerkvoorschriften, gelden er geen maximale geluidsniveaus, omdat een bouwer zijn bouwwerk wel moet kunnen voltooien. Echter ook dan zal hij middels toepassing van stille technieken (bijv. palen boren i.p.v. heien of damwanden drukken i.p.v. trillen) er zorg voor moeten zorgen dat de hinder op de omgeving beperkt blijft.

Bij een verzoek voor maatwerkvoorschriften zal een akoestisch onderzoek moeten worden ingediend, met het doel de verwachte geluidhinder op de gevels in beeld te krijgen.

2. ARTIKELSGEWIJS

ARTIKEL 1 BEGRIPSBEPALINGEN

Het eerste lid van dit artikel bepaalt dat de begripsbepalingen van het Bbl van toepassing zijn, tenzij daarvan is afgeweken. De begripsbepalingen van de beleidsregel worden vervolgens in alfabetische volgorde behandeld.

Beste beschikbare stille technieken

Deze kunnen bestaan uit geluidsreducerende maatregelen door:

  • Toepassing van materieel met een (veel) lager bronniveau en/of zonder een impuls- of tonaalachtig karakter, bijvoorbeeld boorpalen, schroefpalen, drukken van damwanden of toepassing van elektrisch materieel;

  • Gebruik van technieken om het geluid bij de bron te reduceren, bijvoorbeeld toepassing van geluidsmantels of dempers;

  • Maatregelen tussen bron en de gevels, bijvoorbeeld plaatsen tijdelijke geluidsschermen of gestapelde containers; en/of

  • Maatregelen bij de gevels, bijvoorbeeld het plaatsen van voorzetramen.

In het Bbl wordt niet nader uitgelegd wat onder beste beschikbare stille technieken wordt verstaan. Daarom wordt aansluiting gezocht bij de definitie van beste beschikbare technieken uit de milieuwetgeving: de meest doeltreffende methoden om uitstoot (in vaktaal: emissies) en andere nadelige gevolgen voor het milieu van een bedrijf te voorkomen. Hier wordt rekeningen gehouden met het voorzorg- en preventiebeginsel, een afweging tussen voorzienbare lasten versus de baten van de maatregelen. Dit betekent dat de eis ook voor de toepassing van de beste beschikbare stille techniek niet onbeperkt is. Er zal een belangenafweging moeten plaatsvinden tussen de doelmatigheid van de te toe te passen maatregelen (wat de mate van de beperking geluidhinder) en de daarbij extra lasten. Hierbij is te denken aan de technische (on)uitvoerbaarheid, kosten en planning.

Bouwer

Betreft zowel de bedrijfsmatige als de niet-bedrijfsmatige bouwer die een bouwproject uitvoert en/of daar verantwoordelijk voor is.

Bouwproject

Meerdere samenhangende bouwwerken die onder de verantwoordelijkheid van één opdrachtgever worden uitgevoerd onder één bouwproject.

Dagwaarde

In Bijlage 1 van het Bbl staat bij de definitie voor dagwaarde: de waarde van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau voor geluid tussen 07.00 uur tot 19.00 uur op de gevel van een woonfunctie, bijeenkomst-functie voor kinderopvang, gezondheidszorgfunctie of onderwijsfunctie, of op de grens van een geluidsgevoelig terrein, met inbegrip van een eventuele toeslag voor geluid met een impulsachtig karakter (K2), bepaald volgens bijlage IVh van de Omgevingsregeling (opvolger van de Handleiding meten en rekenen industrielawaai, HMRI). Hiermee is bedoeld dat voor de bepaling van de dagwaarde de tonaaltoeslag (K1) niet behoeft te worden meegenomen. Er gelden gedurende de werkdagen en zaterdagen overdag geen grenzen aan het piekniveau (LAmax).

LAeq,T

Het geluidsniveau gedefinieerd als “het A-gewogen equivalent geluidsniveau ten opzichte van een referentiedruk van 20µPa” en gemeten in de meterstand “Fast”, over een bepaalde periode. De beoordeling is over een periode T dat de werkzaamheden worden uitgevoerd. Dit betekent dat geen bedrijfsduurcorrectie mag worden toegepast voor het deel van de dag en avondperiode waarin geen (akoestisch relevante) werkzaamheden plaatsvinden. Aangezien de bepaling ervan conform bijlage IVh van de Omgevingsregeling is, betekent dat voor de bepaling van LAeq,T naast de impulstoeslag (K2), ook de tonaaltoeslag (K1) van toepassing is.

LAeq,60minuten

Het doel hiervan is om ’s nachts te voorkomen dat een aanzienlijke toename van de geluidsbelasting binnen een dergelijke periode rekenkundig gecompenseerd wordt door de lage geluidsniveaus in stille perioden waarin geen (akoestisch relevante) werkzaamheden plaatsvinden. Net als bij de bepaling van LAeq,T mag geen bedrijfsduurcorrectie worden toegepast en is naast de impulstoeslag (K2), ook de tonaaltoeslag (K1) van toepassing. Indien in de nacht sprake is van constante bronnen mag gerekend worden met LAeq,T.

LAmax

Conform Bijlage IVh van de Omgevingsregeling behoeft voor de bepaling van LAmax de tonaaltoeslag (K1) en de impulstoeslag (K2) niet te worden meegenomen.

Maatschappelijke noodzaak

Er is in ieder geval sprake van een maatschappelijke noodzaak, als werkzaamheden niet overdag op werkdagen of zaterdagen kunnen plaatsvinden, omdat dat onevenredig veel andere hinder veroorzaakt. Een voorbeeld is werkzaamheden aan bruggen en tunnels van hoofdwegen en spoorlijnen, waarbij de laatste afhankelijk zijn van treinvrijeperiodes, die lang van te voren zijn gepland.

Technische noodzaak

Er is sprake van een technische noodzaak, als werkzaamheden die overdag zijn begonnen, in de avond moeten worden afgerond, omdat onderbreking er toe leidt dat een bouwwerk niet aan de voorschriften kan voldoen. Een voorbeeld hiervan het vlinderen van betonvloeren. Om planning technische redenen moeten doorwerken is zeker geen technische noodzaak. Er is sprake van werkzaamheden met zowel een technische als maatschappelijke noodzaak, als de veiligheid voor de omgeving in het geding is. Een voorbeeld zijn werkzaamheden die ’s nachts moeten plaatsvinden, omdat er dan geen personen in de directe omgeving aanwezig zijn en afsluiten overdag van de omgeving onevenredig veel hinder zou veroorzaken.

ARTIKEL 3 TOEPASSINGSGEBIED

Eerste lid: Bij werken buiten maandag tot en met zaterdag tussen 7.00 uur en 19.00 uur gaat het om werken in de avond (tussen 19.00 uur en 23.00 uur), in de nacht (tussen 23.00 uur en 7.00 uur) of op zondagen of feestdagen (vanaf 9.00 uur, daarvoor geldt de nachtperiode).

ARTIKEL 4 BOUWPROJECTEN

Een bouwwerk is gedefinieerd als meerdere samenhangende bouwwerken die onder de verantwoordelijkheid van één opdrachtgever worden uitgevoerd onder één bouwproject. Gebouwen van verschillende opdrachtgevers vallen -zoals volgt uit het BBL- niet onder één bouwproject. Met deze definitie is beoogd een balans te vinden tussen het belang van de opdrachtgevers/ bouwers en de belangen van de omgeving bij het reguleren van geluidhinder bij bouwwerkzaamheden.

ARTIKEL 5 GELUIDSNIVEAUS GELDEND OP BINNENMUREN

Dit artikel is van toepassing als binnen een gebouw werkzaamheden worden uitgevoerd, terwijl dat gebouw (bijvoorbeeld woningen) in gebruik is.

ARTIKEL 7 WERKZAAMHEDEN TEN BEHOEVE VAN EEN CALAMITEIT

Het gaat hier om werkzaamheden die moeten worden uitgevoerd voor het oplossen van een calamiteit. Gezien het spoedeisende karakter hiervan kan een verzoek voor maatwerkvoorschriften niet worden verlangd. De situatie waarbij een aannemer door onvoorziene omstandigheden ’s avonds, ’s nachts of op zon- en feestdagen wil doorwerken, wordt niet gezien als een calamiteit.

ARTIKEL 8 BETONVLINDEREN MET BEHULP VAN ELEKTROMOTOR

Het gaat hier om specifieke werkzaamheden die vaak voorkomen en waarvoor doorgaans een technische noodzaak bestaat dat de werkzaamheden ook buiten werkdagen en zaterdagen voortgezet kunnen worden als ze eenmaal gestart zijn. Het gebruik van een vlindermachine met elektromotor zorgt voor een zodanige beperking van het geproduceerde geluid dat naar verwachting geen hinder zal ontstaan die zorgt voor een overschrijding van de waarden uit tabel 7.17, tweede lid en tabel 7.17 Bbl. Om die reden is het niet bezwaarlijk dat deze werkzaamheden plaatsvinden buiten de perioden en tijdstippen genoemd in artikel 7.17, eerste lid, Bbl. Het college hoeft dan ook geen maatwerkvoorschrift te stellen in de gevallen dat betonvlinderen plaatsvindt buiten de perioden en tijdstippen als bedoeld in artikel 7.17, eerste lid, Bbl.

Deze beleidslijn is conform artikel 7.17, derde lid, Bbl die het bevoegd gezag toestaat om geen maatwerkvoorschrift te eisen wanneer een beleidsregel inzake bouwlawaai is opgesteld. In de omstandigheid dat alleen van deze mogelijkheid gebruik kan worden gemaakt als een vlindermachine met een elektromotor wordt toegepast, ziet het college een extra stimulans voor bedrijven om duurzamer te bouwen.

ARTIKEL 9 VOORBEHOUDEN RECHT TOT HET ALSNOG STELLEN VAN EEN MAATWERKVOORSCHRIFT

Het voorgaande artikel gaat er van uit dat een elektromotor zodanig veel stiller is dan een verbrandingsmotor, dat bij gebruik daarvan bij het betonvlinderen voldaan zal worden aan de dagwaarden en de daarbij behorende maximale blootstellingsduur als bedoeld in artikel 7.17, tweede lid en tabel 7.17 Bbl. In het enkele geval dat toch sprake zal zijn van een overschrijding, behoudt het college zich het recht voor om te handhaven of in plaats daarvan van de bouwer te eisen dat hij een maatwerkvoorschrift aanvraagt. De bouwer kan in dat geval volstaan met een geluidmeting waaruit moet blijken dat ook daadwerkelijk sprake is van een overschrijding.

ARTIKEL 10 AFWIJKENDE PERIODEN EN TIJDSTIPPEN

Artikel 7.17, eerste lid, Bbl bepaalt dat bedrijfsmatige bouw- en sloopwerkzaamheden alleen op werkdagen en op zaterdag tussen 07.00 en 19.00 uur worden verricht. Een bouwer die buiten deze uren werkzaamheden verricht is dus reeds in overtreding van het Bbl, onverschillig of hij de dagwaarden en de daarbij behorende maximale blootstellingsduur genoemd in tabel 7.17 Bbl overschrijdt. Het college moet de overtreding in principe handhaven, maar kan ook een maatwerkvoorschrift stellen van de strekking dat de werkzaamheden buiten de perioden en tijdstippen van artikel 7.17, eerste lid, onder voorwaarden mogen worden verricht.

ARTIKEL 11 MAATWERKVOORSCHRIFT ZON- EN FEESTDAGEN EN AVOND EN NACHT

Eerste lid,

SUB A:

In de Circulaire bouwlawaai 2010 heeft de minister al geadviseerd aan de bevoegde gezagen om bouw- en sloopwerkzaamheden buiten de werkdagen overdag als een uitzondering te zien. Dit advies is overgenomen. Om die reden is in dit afwegingskader beschreven, om bouw- en sloopwerkzaamheden buiten de werkdagen overdag (maandag tot en met zaterdag tussen 7.00 en 19.00 uur) in principe alleen toe te staan bij een technische of een maatschappelijke noodzaak.

SUB B:

In de maatwerkvoorschriften kan worden vastgelegd in hoeverre de communicatie met de omwonenden plaatsvindt. Bij de werkzaamheden in de nachten, bijvoorbeeld de omwonenden waar het geluid op de gevel meer is dan 45 dB(A).

SUB C

Alhoewel deze eis al van toepassing is vanuit het Bbl, is dit lid ter volledigheid voor de aanvrager en het bevoegd gezag toegevoegd aan dit afwegingskader. Volgens het Bbl hoeven beste beschikbare stille technieken strikt genomen niet te worden toegepast als voldaan wordt aan artikel 7.17 eerste en tweede lid.

SUB E

Zie de toelichting bij artikel 12

Tweede lid

Bij het maatwerkvoorschrift bedoeld in artikel 10, stelt het college op grond van artikel 11, tweede lid, bij voorbaat een grens aan de eventuele overschrijding van de waarden van tabel 7.17 Bbl wanneer een bouwer buiten de perioden en tijdstippen van artikel 7.17 werkzaamheden verricht. Dit effect wordt bewerkstelligt door te bepalen dat het college in dat geval slechts overgaat tot het stellen van een maatwerkvoorschrift indien de verwachte geluidniveau’s op geluidgevoelige gevels en op de grens van een geluidgevoelig terrein, de gestelde waarden in de tabellen 1, 2 en 3 niet overschrijden. De waarden in de tabellen 1, 2 en 3 houden conform artikel 7.23 Bbl een versoepeling in van de dagwaarden en de daarbij behorende maximale blootstellingsduur genoemd in tabel 7.17 Bbl.

TABELLEN AFWIJKENDE GELUIDNORMEN

De maximale geluidsniveaus in de tabellen zijn in afwijking van de tabel 7.17 van het Bbl, gesteld in ranges. Er wordt ook voldaan aan de tabellen als het aantal dagen, avonden of nachten niet groter is dan de opgetelde waardes van de twee ranges. Bijvoorbeeld: 45 avonden tussen 55 en 60 dB(A) en 5 avonden tussen 60 en 65 dB(A).

ARTIKEL 12 UITVOERING MONITORING

Monitoring dient te geschieden vanwege de aanvraag van de gestelde maatwerkvoorschriften. Bij het verlenen van maatwerkvoorschriften wordt vastgelegd hoe en met welke frequentie daarover gerapporteerd moet worden.

De metingen dienen plaats te vinden volgens bijlage IVh van de Omgevingsregeling. Gezien het feit dat deze regeling niet bijzonder doelt op monitoring, zijn daarop - in afwijking van bijlage IVh van de Omgevingsregeling - de volgende regels van toepassing:

  • de metingen geschieden middels van onbemande geluidmeters , mogelijk aangevuld met resultaten van bemande geluimetingen;

  • de geluidmeters moeten op een vergelijkbare hoogte geplaatst worden welke zo veel mogelijk overeenkomen met de hoogtes van het invallend niveau op betreffende omliggende gevels;

  • over de gemeten waarde wordt geen correctie toegepast.

Metingen worden bij alle weerscondities en windrichtingen uitgevoerd. Een deel van de metingen zal dus buiten de z.g. meteoraamcondities, bij tegenwind uitgevoerd gaan worden. De resultaten van de metingen buiten het meteoraam moeten, in tegenspraak met de bepalingen van bijlage IVh van de Omgevingsregeling meegenomen worden in de beoordeling, echter wel met de restrictie dat de meteo-correctieterm (Cm) in het kader van de monitoring niet van toepassing is op deze (bij tegenwind verkregen) meetresultaten. Ook voor metingen die wel verricht zijn met meewind (binnen het meteoraam) mag geen Cm in mindering worden gebracht.

Verder geldt dat:

  • Bij de rapportage moet de invloed van kortstondig stoorgeluiden als door passerende voertuigen – niet afkomstig van het betreffende werk- handmatig uit de rapportage verwijderd te worden;

  • bij structureel stoorgeluid door b.v. omliggende wegen kan bevoegd gezag aangeven dat een gestandaardiseerde stoorgeluid-correctie in de rapportage doorgevoerd kan worden;

  • bij structureel stoorgeluid die geluid van het betreffende werk overschrijdt kan bevoegd gezag aangeven dat de monitoring moet geschieden op basis van metingen dichter bij het betreffende werk, dan wel bestaan uit bronmetingen;

  • Om zoveel mogelijk het in de prognose berekende invallend niveau op de betreffende gevels te benaderen moet de positie van de geluidmeter zodanig gekozen worden dat er zo min mogelijk reflecterend vlak achter de meter bevindt . Hiertoe dient de geluidmeter zo mogelijk naast de betreffende gevel wordt opgesteld;

  • het bevoegd gezag kan verzoeken door middel van verificatie-meting het aangeleverde prognosemodel met gerichte bemande geluidmetingen te verifiëren.

De bepaling van hoeveel hinderdagen in dag-, avond of nachtdelen van een verkregen ontheffing daadwerkelijk veroorzaakt zijn, geschiedt op basis van rapportage van deze monitoring als daarbij de volgende situaties aan de orde zijn:

  • Voor de nachtperiode (19:00 uur tot 23:00 uur) geldt dat indien het werk over enige tijdsperiode van 60 minuten gemeten equivalent geluidsniveau LAeq,T meer bedraagt dan 60 dB(A) of indien er meer dan 2 dB meer geluid veroorzaakt wordt dan het in de aanvraag vermelde (berekende) geluidsniveau over de betreffende periode waarin het werk werd uitgevoerd (LAeq), dan wordt de gemeten waarde van LAeq,60min bij de beoordeling aangemerkt als de geconstateerde waarde van geluidsniveau (LAeq) over de gehele nachtperiode.

Bovenstaande impliceert dat er enige metingen noodzakelijk kunnen zijn om vast te stellen of aan deze randvoorwaarden voldaan wordt. Indien de hinderdagen op basis van bovenstaande niet gerelateerd behoeven te worden aan de monitoring worden zij getoetst aan de in het maatwerk vastgestelde geluidniveau gebaseerd op de tijd dat er daadwerkelijk geluid veroorzakende werkzaamheden verricht gaan worden : de LAeq:T.

ARTIKEL 14 OVERSCHRIJDING WAARDEN BBL

AANHEF EN SUB A T/M C

Voor het stellen van maatwerkvoorschriften op werkdagen en zaterdagen tussen 7.00 uur en 19.00 uur, omdat niet voldaan kan worden aan de tabel 7.17 van het Bbl, is geen specifiek toetsingstabel in dit afwegingskader opgenomen. De reden is, dat een bouwer die een vergunning heeft, deze wel moet kunnen uitvoeren. Hierbij geldt dat de werkzaamheden in principe binnen de bovengenoemde werktijden moeten worden uitgevoerd. Ook geldt de voorwaarde dat door toepassing van de best beschikbare stille techniek de hinder voor de omwonenden dient te worden beperkt.

ARTIKEL 15 MAATWERKVOORSCHRIFT WERKDAGEN EN ZATERDAG

Door het bevoegd gezag wordt een beschouwing gedaan naar de toepassing van de beste beschikbare stille technieken en het geven van een vorm van compensatie aan de gehinderden, bijvoorbeeld als te verwachten geluidsniveaus op de gevels overdag lange tijd hoger zijn dan 70 dB(A).

SUB D

In de maatwerkvoorschriften kan worden vastgelegd in hoeverre de communicatie met de omwonenden plaatsvindt. Bij de werkzaamheden in de nachten, bijvoorbeeld de omwonenden waar het geluid op de gevel meer is dan 45 dB(A).

SUB E

Zie de toelichting bij artikel 12.

ARTIKEL 16 AFWIJKEN AVONDPERIODE OP WERKDAGEN

Het gaat om werkzaamheden in de avonden op werkdagen (maandag tot en met vrijdag), waarbij geen technische of maatschappelijk noodzaak speelt, maar die nauwelijks geluidhinder geven. Hierbij wordt gedacht aan werkzaamheden als het afronden van vlechten van wapening voor de stort de volgende dag en het werken binnen een gebouw in de afbouwfase. In het artikel is een eindtijd van de werkzaamheden van 22.30 uur opgenomen, omdat het doel is dat iedereen die deze werkzaamheden uitvoert, het bouwterrein om 23.00 uur verlaten heeft.

ARTIKEL 17 AFWIJKEN WAARDEN TABELLEN 1, 2 EN 3

Derde lid: Het stellen van maatwerkvoorschriften door het bevoegd gezag, omdat niet voldaan kan worden aan de geluidstabellen, zal bij uitzondering plaatsvinden. Om die reden zal de bouwer of sloper er alles aan moeten doen om de geluidsniveaus binnen de waardes van de geluidstabellen te houden. In de praktijk zal dit bijvoorbeeld betekenen dat er geen sprake is van heien en dat damwanden worden gedrukt, tenzij wordt aangetoond dat deze toepassingen technisch niet mogelijk zijn, om een bouwwerk te laten voldoen aan de bouwregelgeving, waaronder het Bbl.

ARTIKEL 18 COMPENSATIE AANBIEDEN

Voor het kunnen aantonen dat het geluidsniveau binnen in de woning niet hoger is dan 25 dB(A), kan worden uitgegaan van het van rechtens verkregen niveau.

ARTIKEL 19 MONITORING

Zie de toelichting bij artikel 12.

ARTIKEL 21 AANVRAAG

Bij verzoek voor maatwerkvoorschriften voor vlinderen van betonvloeren met behulp van een machine met verbrandingsmotor kan in overleg met het bevoegd gezag een kortere termijn dan 4 weken worden afgesproken, ervan uitgaand dat het verzoek volledig is.

Bij projecten die langer duren dan een jaar wordt geadviseerd de benodigde stukken, zoals de akoestische onderzoeken en de voorgestelde beste beschikbare stille technieken, in een vooroverleg te bespreken, alvorens het verzoek voor maatwerkvoorschriften in te dienen.

ARTIKEL 22 AANLEVEREN GEGEVENS EN BESCHEIDEN

In het verzoek dient aangegeven te worden om welke werkzaamheden het betreft, waarvoor de maatwerkvoorschriften (ruimere werktijden en/of hogere geluidsbelasting op de gevels) noodzakelijk zijn. Bij werkzaamheden over een langere termijn (half of geheel jaar), wordt geadviseerd de tijdstippen ruimer aan te vragen, waarbij ook mogelijke uitloop van werkzaamheden (bijvoorbeeld van de avond naar de nacht) aangeven. Met het oog op de communicatie met de omgeving zal bijvoorbeeld moeten worden aangegeven, dat een aannemer continu bereikbaar moet zijn bij klachten uit de omgeving, bijvoorbeeld op een bord op het bouwhek.

ARTIKEL 23 AKOESTISCH ONDERZOEK

Bij het langdurig uitvoeren van gelijksoortige (akoestisch gezien vergelijkbare) handelingen zullen slechts kleine verschillen ontstaan tussen het beoordelingsniveau LAeq,T over de gehele gewerkte nachtperiode en het niveau LAeq,60minuten over de afzonderlijke tijdsintervallen van 60 minuten. Vaak is echter een inschatting over deze korte perioden niet, of zeer moeilijk mogelijk. Als dat aan de orde is, mag het geluidsniveau LAeq,T bepaald door de geluidsbelasting worden uitgemiddeld over het deel van de nachtperiode waarin de werkzaamheden plaatsvinden en niet over de gehele nachtperiode (tabel 3). Dit betekent dat bij het berekenen van het niveau LAeq,T geen bedrijfsduurcorrectie mag worden toegepast voor het deel van de nachtperiode waarin geen (akoestisch relevante) bouwwerkzaamheden plaatsvinden.

ARTIKEL 24 AFWIJKENDE EIS AKOESTISCH ONDERZOEK

Zevende lid: Voor deze berekeningen, bijvoorbeeld bij het vlinderen van betonvloeren, zijn gratis online-programma’s beschikbaar.

ARTIKEL 25 EIS MONITORING OF COMPENSATIE VAN TOEPASSING

Voor monitoring zie ook toelichting bij artikeL 12.

ARTIKEL 25 GELUID GEZONEERD INDUSTRIETERREIN

Tweede lid: Bij de afweging door het bevoegd gezag wordt gekeken naar de redenen, bijvoorbeeld de veiligheid voor de medewerkers, de voortgang van de bedrijfsprocessen of het halen van milieudoelstellingen. Bij het verzoek tot het stellen van maatwerkvoorschriften zal gespecificeerd moeten worden om welke type werkzaamheden het betreft en op welke tijdstippen (exacte datums van avonden, nachten en zondagen) buiten de reguliere tijdstippen gewerkt zal gaan worden. Verder geldt een inspanningsverplichting om met het bevoegd gezag afspraken te maken, om cruciale toezichtsmomenten van onderdelen die achteraf niet meer controleerbaar of onomkeerbaar zijn, te borgen. Dit zou kunnen betekenen dat sommige werkzaamheden op de reguliere tijdstippen dienen plaats te vinden.

ARTIKEL 26 ZORGPLICHT

Het Besluit bouwwerken leefomgeving kent bij bouw- en sloopwerkzaamheden artikel 7.4 (specifieke zorgplicht): Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de werkzaamheden tot gevaar voor de gezondheid of veiligheid in de directe omgeving kunnen leiden, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren. Het artikel geldt zowel voor bedrijfsmatige als niet-bedrijfsmatige bouw- en sloopwerkzaamheden.

In de toelichting hiervan staat dat dit artikel getransponeerd is vanuit Bouwbesluit 2012 artikel 8.2. Net zoals het Bouwbesluit 2012 is het Besluit bouwwerken leefomgeving uitputtend, hetgeen betekent voor de bedrijfsmatige bouw- en sloopwerkzaamheden dat de uitvoerder alleen de zorg heeft onnodige geluidhinder te voorkomen. Hierbij is te denken aan vermijden van hard praten, gebruik van radio’s, dichtslaan van portieren en indien mogelijk beperken van achteruitrijpiepjes. Verder om werkzaamheden met veel te verwachten geluidhinder, indien mogelijk zo veel als mogelijk van de gevels af te laten plaatsvinden en werken op zaterdagen vanaf 8.00 uur als dat volgens de planning mogelijk is. Tenslotte is te denken aan het vermijden van geluidhinder ten tijde van landelijke schoolexamens.

In de bouw zijn verschillende mogelijkheden om de hinder, met name geluidhinder voor de omgeving te beperken, zoals de toepassing van emissieloos of elektrisch materieel. Bij funderingswerkzaamheden zijn er alternatieven om niet te hoeven heien of damwanden te trillen. Door hiertoe al voorwaarden over op te nemen in tenders of bij aanbestedingen, zal de hinder van de omgeving afnemen en zal de noodzakelijk voor het stellen van maatwerkvoorschriften niet meer spelen.

Het is algemeen bekend dat er minder klachten zijn, als omwonenden op de hoogte zijn van uit te voeren werkzaamheden, waaronder ook niet bedrijfsmatige bouw- en sloopwerkzaamheden (waaronder klussers). Door hen op de hoogte te brengen en afspraken te maken over tijdstippen van de werkzaamheden, hebben zij de gelegenheid indien mogelijk op tijdstippen van niet te vermijden geluidhinder, tijdelijk elders te verblijven.