Participatieverordening gemeente Waterland 2026

Geldend van 19-06-2026 t/m heden

Intitulé

Participatieverordening gemeente Waterland 2026

De raad van de gemeente Waterland,

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 27-01-26;

overwegende dat het wenselijk is om regels op te stellen met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid worden betrokken;

gelet op de Wet versterking participatie op decentraal niveau.;

B E S L U I T :

vast te stellen de navolgende verordening:

Participatieverordening gemeente Waterland 2026

Hoofdstuk 1 - Inleidende bepalingen

Artikel 1 Definities

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    beleid: gedragslijn, project, programma of plan van de gemeente om een bepaald doel te realiseren;

  • b.

    bestuursorgaan: het bestuursorgaan dat bevoegd is, afhankelijk van de inhoud van het beleid of de taak is dat de gemeenteraad, het college of de burgemeester;

  • c.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waterland;

  • d.

    inspraak: de mogelijkheid die een bestuursorgaan inwoners en belanghebbenden biedt om hun mening te geven als bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet;

  • e.

    inwoners: ingezetenen als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet;

  • f.

    inwonersparticipatie: op initiatief van de gemeente betrekken van inwoners, ondernemers, kernraden en/of maatschappelijke partijen bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid;

  • g.

    kernraden: lokale overlegorganen, zoals vastgelegd in het convenant tussen de kernraden en de gemeente, die de belangen van bewoners behartigen en de verbinding vormen tussen inwoners en de gemeente;

  • h.

    maatschappelijke partijen: verenigingen, stichtingen en andere organisaties die een collectief vormen en die tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving binnen de gemeente;

  • i.

    ondernemers: bedrijven en instellingen die statutair binnen de gemeente zijn gevestigd of in hoofdzaak binnen de gemeente hun activiteiten verrichten;

  • j.

    uitdaagrecht: het recht van inwoners en maatschappelijke partijen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen als bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet.

Hoofdstuk 2 - Kaders en uitgangspunten

Artikel 2. Doelstelling

Het doel van deze verordening is:

  • 1.

    duidelijkheid te geven over het proces van participatie en de voorwaarden waaronder toepassing van het uitdaagrecht mogelijk is;

  • 2.

    de samenwerking tussen gemeente Waterland enerzijds en inwoners, ondernemers, kernraden en maatschappelijke partijen anderzijds te versterken;

  • 3.

    de kwaliteit van lokale democratische processen te vergroten.

Artikel 3. Reikwijdte

  • 1. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen beleid of inwonersparticipatie plaatsvindt en ten aanzien van zijn eigen taken of om toepassing van het uitdaagrecht kan worden verzocht.

  • 2. Bij inwonersparticipatie in het kader van de Omgevingswet past het bestuursorgaan deze verordening zoveel mogelijk toe bij het vaststellen of wijzigen van:

    • a.

      de omgevingsvisie als bedoeld in artikel 3.1 van de Omgevingswet;

    • b.

      het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet;

    • c.

      een programma als bedoeld in artikel 3.4 van de Omgevingswet.

  • 3. Wat betreft het bepaalde in het tweede lid neemt het bestuursorgaan de motiveringsplicht als bedoeld in de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit in acht.

  • 4. Er vindt geen inwonersparticipatie of toepassing van het uitdaagrecht plaats als:

    • a.

      het om een lopend uitvoerings- of evaluatietraject of een ondergeschikte herziening van die trajecten of het beleid gaat;

    • b.

      inwonersparticipatie of toepassing van het uitdaagrecht bij of krachtens wettelijk voorschrift uitgesloten is;

    • c.

      de uitkomst van de inwonersparticipatie of de toepassing van het uitdaagrecht vanwege de spoedeisendheid niet kan worden afgewacht;

    • d.

      de verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving zwaarder moet wegen;

    • e.

      sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;

    • f.

      het om interne aangelegenheden van de gemeente gaat;

    • g.

      het om de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet gaat.

Hoofdstuk 3 - Inwonersparticipatie

Artikel 4. Plan voor inwonersparticipatie

  • 1. Het bestuursorgaan stelt voorafgaand aan de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid een plan met het proces en de planning van de inwonersparticipatie op en maakt dit openbaar.

  • 2. Het plan bevat in elk geval:

    • a.

      een omschrijving van het beleid dat voorbereid, uitgevoerd of geëvalueerd wordt;

    • b.

      informatie over het doel van de inwonersparticipatie;

    • c.

      de vorm van participatie, waarbij het bestuursorgaan een keuze maakt uit de volgende treden van de participatieladder:

      • 1.

        informeren: inwoners, ondernemers, kernraden en/of maatschappelijke partijen krijgen informatie;

      • 2.

        raadplegen/consulteren: inwoners, ondernemers, kernraden en/of maatschappelijke partijen kunnen hun mening geven;

      • 3.

        adviseren: het bestuursorgaan gaat in gesprek met inwoners, ondernemers, kernraden en/of maatschappelijke partijen en betrekt hun adviezen bij het nemen van het besluit;

      • 4.

        coproduceren: het bestuursorgaan maakt samen met inwoners, ondernemers, kernraden en/of maatschappelijke partijen een plan en besluit daarover;

      • 5.

        meebeslissen: het bestuursorgaan maakt samen met inwoners, ondernemers, kernraden en/of maatschappelijke partijen een plan en zij besluiten daar samen over;

      • 6.

        Een combinatie van deze vormen.

    • d.

      informatie over de procedure en de planning van het proces waarbij in elk geval aandacht is voor de te betrekken doelgroepen en hoe die benaderd worden, de informatievoorziening aan die doelgroepen gedurende en na afloop van het proces en de ambtelijke en bestuurlijke besluitvorming over het beleid.

  • 3. Als het college de besluitvorming over beleid voor de gemeenteraad voorbereidt, stelt het college het plan op en informeert de gemeenteraad over de inhoud.

Artikel 5. Inspraak

Als een bestuursorgaan in het kader van de inwonersparticipatie voor inspraak kiest of als inspraak wettelijk verplicht is, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een ander proces vaststelt.

Artikel 6. Eindverslag inwonersparticipatie

  • 1. Nadat inwonersparticipatie heeft plaatsgevonden stelt het bestuursorgaan een eindverslag van de inwonersparticipatie op en maakt dit openbaar.

  • 2. Het eindverslag bevat in elk geval

    • a.

      een beschrijving van het proces dat is gevolgd;

    • b.

      de uitkomsten van het proces en de argumenten die naar voren zijn gebracht;

    • c.

      een onderbouwde reactie op die uitkomsten en argumenten waarbij is aangegeven hoe het beleid naar aanleiding daarvan is aangepast; en

    • d.

      een beknopte evaluatie van het participatieproces met de belangrijkste geleerde lessen.

  • 3. Als het college op grond van artikel 4, derde lid het plan voor de inwonersparticipatie heeft opgesteld, stelt het college ook het eindverslag op en informeert de gemeenteraad over de inhoud.

Hoofdstuk 4 - Uitdaagrecht

Artikel 7. Verzoek toepassing uitdaagrecht

  • 1. Inwoners, ondernemers, kernraden en maatschappelijke partijen kunnen bij het college een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht indienen.

  • 2. Het verzoek bevat een omschrijving van de taak die de indiener voor ogen heeft, de reden dat de indiener het verzoek indient en het resultaat dat de indiener beoogt.

  • 3. De indiener maakt voor het verzoek gebruik van het door het college vastgestelde formulier.

  • 4. Het college kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen.

Artikel 8. Beoordeling verzoek toepassing uitdaagrecht

  • 1. Het college zendt een ingediend verzoek door aan het bestuursorgaan dat bevoegd is om op het verzoek te reageren en informeert de indiener hierover.

  • 2. Onverminderd artikel 3 vierde lid, wijst het bestuursorgaan een verzoek af als:

    • a.

      het verzoek ziet op een taak waarvan de aard zich tegen toepassing van het uitdaagrecht verzet;

    • b.

      het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid;

    • c.

      het verzoek niet voldoet aan de in artikel 7, tweede lid gestelde eisen;

  • 3. Het bestuursorgaan kan een verzoek afwijzen als:

    • a.

      het bestuursorgaan van oordeel is dat de taak met de toepassing van het uitdaagrecht niet beter wordt uitgevoerd of de kosten hoger zijn;

    • b.

      als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde als bedoeld in paragraaf 2.1.1.1 van de Aanbestedingswet 2012 uitkomt.

Artikel 9. Uitvoering taak

Als het bestuursorgaan het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht toewijst, worden afspraken gemaakt en vastgelegd in een overeenkomst.

Hoofdstuk 5 - Slotbepalingen

Artikel 10. Participatieparagraaf

  • 1. Het college neemt elk jaar een paragraaf in de begroting op waarin de speerpunten voor participatie in het komend jaar benoemd worden.

  • 2. Het college neemt elk jaar een paragraaf in het jaarverslag op waarin het college verslag doet van de uitvoering van deze verordening.

Artikel 11. Nadere regels College

Het college kan over inwonersparticipatie of het uitdaagrecht nadere regels vaststellen.

Artikel 12. Hardheidsclausule

Het bestuursorgaan kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening. Het bestuursorgaan onderbouwt waarom het afwijkt.

Artikel 13. Intrekking oude verordening en overgangsrecht

  • 1. De Inspraakverordening Waterland 2005 wordt ingetrokken.

  • 2. De Inspraakverordening Waterland 2005 blijft van toepassing op beleid waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening reeds een inspraakprocedure op grond van die verordening was gestart.

Artikel 14. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.

  • 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Participatieverordening gemeente Waterland 2026.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Waterland,

gehouden op 5 maart 2026.

De raad voornoemd,

mr. J.S.M. Scheffer MA

griffier

drs. M.C. van der Weele

voorzitter