Verordening rechtspositie Raads- en commissieleden Gemeente Brunssum 2026

Geldend van 18-06-2026 t/m heden

Intitulé

Verordening rechtspositie Raads- en commissieleden Gemeente Brunssum 2026

De raad van de gemeente Brunssum

gelet op de artikelen 95, eerste en tweede lid, 96, eerste en tweede lid, en 97, 98, 99 van de Gemeentewet en de artikelen 3.1.1, vijfde lid, 3.1.3, eerste lid, 3.1.4, eerste lid, artikel 3.1.4a, eerste lid, 3.1.8, eerste lid, 3.1.9, eerste lid, 3.3.2, 3.3.3, tweede lid, 3.4.1, eerste lid, en 3.4.2 en 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers;

gehoord het presidium d.d. 11 mei 206;

gehoord de raadscommissie Commissie Middelen d.d. 19 mei 2026;

Besluit:

vast te stellen de volgende verordening: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Gemeente Brunssum 2026.

Artikel 1. Definitiebepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    bijzondere commissie: de werkgeverscommissie.

  • b.

    commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet ook raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd.

  • c.

    griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet.

  • d.

    raadslid: lid van de gemeenteraad.

Artikel 2. Vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden

Van de vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, wordt 80% standaard uitgekeerd en wordt 20% uitgekeerd op basis van aanwezigheid. Een raadslid wordt als spookraadslid aangeduid als deze 3 maanden (excl. recesperiodes) niet heeft deelgenomen aan stemmingen in de raadsvergadering. Indien men als spookraadslid is aangeduid, ontvangt deze niet de 20% vergoeding als bedoeld in dit artikel.

Artikel 3. Toelage raadslid onderzoekscommissie en bijzondere commissie

  • 1. Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet ontvangt een maandelijkse toelage gelijk aan de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, met een maximale jaarlijkse vergoeding van driemaal dit bedrag.

  • 2. Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers ontvangt een maandelijkse toelage van het maximale bedrag genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, zolang de commissie actief is.

  • 3. Een raadslid dat voorzitter is van een commissie, als bedoeld in artikel 3.1.4a, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, ontvangt een maandelijkse toelage van het maximale bedrag genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, zolang de commissie actief is.

  • 4. Raadsleden die roulerend voorzitter zijn in één commissie als bedoeld in artikel 3.1.4a, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, ontvangen ieder een maandelijkse toelage van het maximale bedrag genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, gedeeld door het aantal roulerende voorzitters voor die commissie, per persoon, zolang de commissie actief is.

Artikel 4. Niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden

  • 1. Een raads- of commissielid dat een vergoeding wil ontvangen in verband met het deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing voor de uitvoering van zijn functie, zoals bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daarvoor vooraf een gemotiveerd verzoek in bij de griffier.

  • 2. Bij dit verzoek worden documenten (papier of digitaal) met de benodigde inhoudelijke informatie meegestuurd. Ook wordt een kostenspecificatie meegestuurd waaruit blijkt dat de prijs-kwaliteitverhouding van de desbetreffende scholing redelijk is, en dat de kosten ervan niet al op een andere basis kunnen worden betaald.

  • 3. Kosten van scholing die wordt georganiseerd door de beroepsvereniging van raadsleden of door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten komen altijd voor vergoeding door de gemeente in aanmerking als voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid.

  • 4. De kosten die niet onder de in het derde lid genoemde scholing vallen komen voor rekening van de gemeente als deelname van algemeen belang is in verband met de vervulling van het raadslidmaatschap c.q. de invulling van het commissie-lidmaatschap. De maximale vergoeding voor deze scholing bedraagt:

    • a.

      € 500,- per jaar per raadslid;

    • b.

      € 250,- per jaar per commissielid.

  • 5. De griffier beoordeelt de aanvraag op basis van de overlegde stukken. Indien er sprake is van twijfel en/of bezwaar, wordt de aanvraag ter besluitvorming voorgelegd aan het presidium.

Artikel 5. Informatie- en communicatievoorzieningen

  • 1. Een raads- of commissielid tekent, zolang hij actief is in zijn functie, een bruikleenovereenkomst voor de informatie- en communicatievoorzieningen die ter beschikking zijn gesteld. Het gaat hier om de informatie- en communicatievoorzieningen zoals bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.

  • 2. Een raads- of commissielid levert binnen 2 weken na beëindiging van zijn functie, de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente.

Artikel 6. Betaling vaste vergoedingen

De betaling van de vergoeding van commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers vindt een maal per half jaar plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering, tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen.

Artikel 7. Betaling en declaratie van onkosten

  • 1. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door:

    • a.

      betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur;

    • b.

      betaling vooruit uit eigen middelen; of

    • c.

      betaling ten laste van de gemeentelijke creditcard.

  • 2. Een verzoek om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft.

  • 3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen 3 maanden na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend via de griffier.

  • 4. Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen 1 maand na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.

Artikel 8. Titel en inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Gemeente Brunssum 2026 en treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking.

  • 2. De Verordening rechtspositie Raads- en commissieleden 2019 wordt ingetrokken.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Brunssum, 2 juni 2026,

De voorzitter,

De griffier,