Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR762857
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR762857/1
Beleidsregel bijstand met terugwerkende kracht 2026 gemeente Delft
Geldend van 17-06-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026
Intitulé
Beleidsregel bijstand met terugwerkende kracht 2026 gemeente DelftHet college van burgemeester en wethouders van de gemeente Delft;
gelet op:
- -
artikel 44 lid 5 van de Participatiewet, artikel 16a vierde lid van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en artikel 16a derde lid van de Wet inkomensvoorziening ouderen en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ).
Overwegende dat:
- •
Vanaf 1-1-2026 de Participatiewet, de IOAW en de IOAZ worden aangepast, waardoor het mogelijk wordt om bijstand met terugwerkende kracht te verlenen, indien de individuele omstandigheden hierom vragen.
- •
Het college het wenselijk vindt een beleidsregel op te stellen als kader voor de beoordeling van de terugwerkende kracht.
besluit:
vast te stellen de Beleidsregel bijstand met terugwerkende kracht 2026 gemeente Delft
Artikel 1. Begripsbepalingen
-
1. In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- a.
Bijstand: algemene bijstand op grond van artikel 5 onder b van de Participatiewet, artikel 5 van de IOAZ en IOAW en artikel 2 lid 1 van de Bbz.
- b.
Bijstandsaanvraag: zoals bedoeld in artikel 41 lid 1 van de Participatiewet, artikel 15 van de IOAZ en artikel 15 van de IOAW
- a.
Artikel 2. Individuele omstandigheden
-
1. Het college is van oordeel dat individuele omstandigheden ertoe kunnen leiden dat bijstand eerder kan worden toegekend dan de dag waarop aanvrager zich heeft gemeld voor een bijstandsaanvraag, als:
- a.
Er over de periode waarin terugwerkende kracht wordt verzocht recht op bijstand bestond en:
- b.
Er sprake is van noodzaak voor het toekennen van terugwerkende kracht: het is aanvrager niet gelukt om op een redelijke manier in de tussenliggende periode in het eigen levensonderhoud te voorzien en:
- c.
Er omstandigheden zijn die rechtvaardigen dat belanghebbende zich niet eerder heeft gemeld.
- a.
-
2. Indien de individuele omstandigheden daartoe aanleiding geven, kent het college de bijstand toe vanaf de dag dat het recht op bijstand is ontstaan. Deze dag ligt maximaal 3 maanden vóór de dag dat belanghebbende zich bij het college heeft gemeld.
Artikel 3. Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na publicatie in het elektronisch gemeenteblad en werkt terug tot 1 januari 2026.
Artikel 4. Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel bijstand met terugwerkende kracht 2026 gemeente Delft
Ondertekening
Toelichting
Algemeen
Artikel 44 lid 1 van de Participatiewet bepaalt dat inwoners recht op bijstand hebben vanaf het moment dat zij zich bij het college melden om een bijstandsuitkering aan te vragen. Vanaf 1 januari 2026 is artikel 44 lid 5 toegevoegd aan de Participatiewet. Daarin staat dat de uitkering met maximaal 3 maanden terugwerkende kracht, dus voor de datum van melding, kan worden toegekend ‘als individuele omstandigheden daartoe aanleiding geven’.
Deze mogelijkheid is aan de wet toegevoegd, zodat het college beter de menselijke maat kan toepassen bij de beoordeling van de aanvraag van een bijstandsuitkering. Voorheen was het alleen mogelijk om de bijstand met terugwerkende kracht toe te kennen als er sprake was van bijzondere omstandigheden. Dit was een zeer strenge toets en werd zelden toegepast. De nieuwe voorwaarde van de ‘individuele omstandigheden’ is een mildere toets.
Het college heeft deze beleidsregel opgesteld om aan te geven waar rekening mee moet worden gehouden bij de beoordeling of er sprake is van individuele omstandigheden. Er worden geen concrete voorbeelden gegeven van omstandigheden waarin de uitkering met terugwerkende kracht kan worden toegekend, zodat er altijd een individuele beoordeling plaatsvindt.
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
Artikel 1. Begripsbepalingen
Dit artikel behoeft geen toelichting.
Artikel 2. Individuele omstandigheden
In dit artikel staat aan welke voorwaarden moet zijn voldaan om de uitkering met maximaal 3 maanden terugwerkende kracht te kunnen toekennen.
Ten eerste moet vaststaan dat er in de voorliggende periode recht zou zijn geweest op bijstand. Als er over de voorliggende periode geen recht was op bijstand, of dit niet aannemelijk kan worden gemaakt, kan het recht niet met terugwerkende kracht worden vastgesteld. Duidelijk moet bijvoorbeeld zijn dat iemand in de voorliggende periode in de gemeente Delft moet hebben gewoond of verbleven, anders bestaat hier geen recht op bijstand.
Ten tweede moet er over de voorliggende periode noodzaak zijn geweest voor bijstand. Als iemand in de periode voorafgaand aan de melding heeft kunnen leven van spaartegoeden of leningen/giften van derden en op die manier in zijn levensonderhoud heeft kunnen voorzien, dan is bijstandsverlening met terugwerkende kracht niet altijd noodzakelijk. Als de aanvrager kan aantonen dat bijstandsverlening over de voorliggende periode toch noodzakelijk is, biedt artikel 44 lid 5 van de Participatiewet wel ruimte om de uitkering met terugwerkende kracht te verstrekken.
Tot slot moeten er omstandigheden zijn waardoor het de belanghebbende niet kan worden verweten dat hij zich niet eerder heeft gemeld bij de gemeente. Een voorbeeld hiervan kan zijn dat een inwoner een andere sociale zekerheidsuitkering heeft aangevraagd die wordt afgewezen. Het wordt mogelijk om dan bijstand toe te kennen vanaf het moment dat de inwoner de eerdere uitkering had aangevraagd. Of er bijstand met terugwerkende kracht kan worden toegekend is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Daarom worden geen specifieke omstandigheden opgenomen in de beleidsregel, zodat er altijd kan worden getoetst op de in de beleidsregel genoemde voorwaarden.
Wanneer de individuele omstandigheden aanleiding geven om de bijstand eerder in te laten gaan dan de meldingsdatum, wordt de ingangsdatum vastgesteld op de dag dat het recht is ontstaan. Deze dag kan niet meer dan 3 maanden voor de meldingsdatum liggen. Dit staat in artikel 44 lid 5 van de Participatiewet.
Artikel 3. inwerkingtreding
Dit artikel behoeft geen toelichting.
Artikel 4. Citeertitel
Dit artikel behoeft geen toelichting.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl