Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR762760
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR762760/1
Beleidsregels hinderlijke en gevaarlijke honden gemeente Dordrecht
Geldend van 12-06-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsregels hinderlijke en gevaarlijke honden gemeente DordrechtDe burgemeester van de gemeente Dordrecht;
gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 2:59 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Dordrecht;
besluit vast te stellen: de Beleidsregels hinderlijke en gevaarlijke honden gemeente Dordrecht;
Artikel 1. Definities
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
- 1.
hinderlijke hond: een hond die:
- a.
een bijtincident heeft begaan zonder of met licht letsel, of
- b.
losloopt zoals in artikel 2:57 van de APV is bedoeld en zich ten opzichte van een persoon of dier meer dan twee maal per maand hinderlijk gedrag vertoont, zoals blijven volgen.
- c.
een ander incident dan een bijtincident heeft veroorzaakt waarbij sprake is van hinderlijk gedrag zoals opspringen of krabben en/of licht letsel.
- a.
- 2.
gevaarlijke hond: een hond die:
- a.
een persoon bijt waarbij sprake is van ernstig letsel of meermaals heeft gebeten met licht letsel als resultaat, of
- b.
een dier bijt waarbij sprake is van ernstig letsel of overlijden, of
- c.
vanwege zijn gedrag een hoog risico vormt op het ontstaan van een bijtincident.
- a.
- 3.
licht letsel: gering letsel waarbij geen medische behandeling anders dan een tetanus prik noodzakelijk is.
- 4.
ernstig letsel: wanneer er bij een persoon of dier een medische behandeling noodzakelijk is als gevolg van het bijtincident. Hierbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld een diepe verwonding met spierschade, weefselverlies en/of schade aan bloedvaten, zenuwen en/of botten.
- 5.
zeer ernstig letsel: zwaar lichamelijk letsel (als bedoeld in artikel 82 van het Wetboek van Strafrecht), blijvend letsel of overlijden.
- 6.
aanlijngebod: het gebod van de burgemeester om een hond kort aan te lijnen, als bedoeld in artikel 2:59, lid 3 onder b van de Algemene plaatselijke verordening Dordrecht.
- 7.
muilkorfgebod: het gebod van de burgemeester om een hond van een muilkorf te voorzien, als bedoeld in artikel 2:59, lid 3 onder a van de Algemene plaatselijke verordening Dordrecht.
- 8.
gedragscursus: een op de eigenaar of houder en hond gerichte individuele gedragscursus, gegeven door een gediplomeerde en geaccrediteerde gedragstherapeut met daarbij een individueel, therapeutisch (trainings)advies. Deze gedragstherapeut moet zijn aangesloten bij stichting Dierbaar, NVGH, SPPD of Hondencampus.
- 9.
gedragstest: een onderzoek waarbij de hond op verschillende onderdelen wordt getest op risicovol gedrag en waarbij een inschatting wordt gemaakt van het risico op recidive. De gedragstest dient altijd te worden afgenomen door een gediplomeerde en geaccrediteerde gedragstherapeut met daarbij een individueel, therapeutisch (trainings)advies. Deze gedragstherapeut moet zijn aangesloten bij stichting Dierbaar, NVGH, SPPD of Hondencampus.
- 10.
risico-assessment: een uitgebreid onderzoek in opdracht van de burgemeester, naar het gedrag van de hond en het recidivegevaar voor een bijtincident, met daarbij een advies voor een overheidsinstantie. Dit wordt uitgevoerd door de Hondencampus. Het afnemen van een risico-assessment geschiedt gedurende de in bewaringneming van de hond.
Artikel 2. Maatregelen
- 1.
Een hond kan als hinderlijk of gevaarlijk worden aangemerkt.
- 2.
In het geval van een hinderlijke hond:
- a.
De burgemeester kan eerst een schriftelijke waarschuwing geven aan de eigenaar of houder.
- b.
Indien de waarschuwing niet leidt tot verbetering van het gedrag van de hond, waardoor één of meer van de gevallen zoals genoemd in artikel 1 lid 1 zich voordoen, legt de burgemeester de eigenaar of houder een kort aanlijngebod op voor onbepaalde tijd, en kan daarbij een last onder dwangsom opleggen.
- a.
- 3.
In het geval van een gevaarlijke hond:
- a.
De burgemeester legt de eigenaar of houder van een gevaarlijke hond een aanlijn- en muilkorfgebod op voor onbepaalde tijd, en kan daarbij een last onder dwangsom opleggen.
- a.
- 4.
Het aanlijn- en muilkorfgebod kan op verzoek worden opgeheven als het gedrag van de hond structureel is verbeterd. Dit moet worden aangetoond door een rapportage van een positief afgeronde gedragstest expliciet gericht op het door de hond vertoonde hinderlijke of gevaarlijke gedrag.
Artikel 3. In bewaringneming van de hond
- 1.
Als de eigenaar of houder van een hond, die op grond van artikel 1 lid 2 is aangemerkt als gevaarlijk, in strijd met het aanlijn- en muilkorfgebod handelt en de hond een nieuw bijtincident veroorzaakt, wordt de eigenaar of houder gevraagd om vrijwillig afstand te doen van zijn hond.
- 2.
De burgemeester kan besluiten tot onvrijwillige inbewaringneming van een hond:
- a.
als de in het eerste lid genoemde situatie zich heeft voorgedaan en de eigenaar of houder hierop niet vrijwillige afstand doet van de hond, of:
- b.
bij (zeer ernstige vrees voor het ontstaan van) een bijtincident met zeer ernstig letsel.
- a.
- 3.
Bij de in het tweede lid omschreven onvrijwillige inbewaringneming van de hond, geeft de burgemeester opdracht de hond te laten onderwerpen aan een risico-assessment.
- 4.
Wanneer uit het uitgevoerde risico-assessment blijkt dat de hond niet kan worden teruggeplaatst, dan beoordeelt de burgemeester of de hond elders kan worden herplaatst of dat – mede in het belang van de hond – euthanasie de meest geschikte oplossing is.
- 5.
Alle kosten (zoals vervoer, opvang/verblijf, asiel, (medische) verzorging, risico-assessment etc.) komen volledig voor rekening van de eigenaar of houder van de hond en worden op hem/haar verhaald.
Artikel 4. Sancties
- 1.
Bij overtreding van de opgelegde maatregel zoals in artikel 2 lid 2 of lid 3 van deze beleidsregels is bedoeld, wordt een last onder dwangsom opgelegd.
- 2.
De hoogte van de dwangsom bedraagt € 250,- per overtreding van een aanlijngebod met een maximum van € 5.000,-.
- 3.
De hoogte van de dwangsom bedraagt € 500,- per overtreding van een aanlijn- en muilkorfgebod hond met een maximum van € 10.000,-.
- 4.
Indien de overtreding als bedoeld in het eerste lid gepaard gaat met een nieuw bijtincident of overlast van hinderlijk of gevaarlijk gedrag, dan kan de burgemeester één of meer van de volgende sancties opleggen:
- a.
Het opleggen van een muilkorfgebod naast een aanlijngebod;
- b.
Het verhogen van de dwangsom;
- c.
Het in bewaringnemen van de hond.
- a.
Artikel 5. Relatie met strafrecht
Indien de feiten en/of omstandigheden na een bijtincident daartoe aanleiding geven, informeert de burgemeester de politie. De politie beoordeelt of de zaak wordt overgedragen aan het Openbaar Ministerie. Het Openbaar Ministerie kan vervolgens overwegen of het instellen van strafvervolging tegen de eigenaar of houder van de hond noodzakelijk is. Dit kan dan zijn terzake van mishandeling, vernieling, geen voldoende zorg dragen voor het onschadelijk houden van een onder zijn hoede staand gevaarlijk dier, aanhitsen van een dier of indien overtreding plaatsvindt van de APV. Het strafrecht is in dat geval aanvullend op het bestuursrecht. Verder kan de politie bij zeer ernstige incidenten ook zelf direct optreden op basis van het strafrecht.
Artikel 6. Slotbepalingen
- 1.
Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag na die van bekendmaking.
- 2.
Deze beleidsregel wordt als volgt geciteerd: Beleidsregels hinderlijke en gevaarlijke honden gemeente Dordrecht.
- 3.
De Beleidsregels bijtincidenten honden, vastgesteld op 19 maart 2013 worden ingetrokken.
Ondertekening
Aldus vastgesteld door de burgemeester van Dordrecht op 4 juni 2026
N. Mol
burgemeester
Bijlage 1 - Stappenplan hinderlijke en gevaarlijke honden
Stap 1. Registratie bijtincidenten
Inwoners van de gemeente Dordrecht kunnen bij de politie melding of aangifte doen van een bijtincident. De politie registreert de melding of aangifte en stelt de gemeente hiervan op de hoogte. Wanneer er een aangifte wordt opgenomen, wordt door de politie gelijk beoordeeld of strafvervolging mogelijk is.
Meldingen van bijtincidenten kunnen ook rechtstreeks bij de gemeente Dordrecht worden gedaan. De gemeente zorgt ervoor dat meldingen van bijtincidenten voor registratie ook naar de politie worden doorgestuurd.
Elk bijtincident moet worden geregistreerd. In de registratie worden, zover bekend, de volgende gegevens opgenomen:
- •
personalia eigenaar/houder;
- •
personalia benadeelde partij;
- •
personalia eventuele getuigen;
- •
gegevens van bijtende hond inclusief vermelding van ras, chipnummer, roepnaam hond, kopie van paspoort en/of stamboomgegevens:
- •
- -
gegevens slachtoffer;
- -
gegevens van gebeten hond of inclusief vermelding van ras, uiterlijke kenmerken, chipnummer, roepnaam hond, kopie paspoort en/of stamboomgegevens;
indien van toepassing:
- -
- •
aard en omvang van letsel en schade (indien mogelijk medische gegevens/dossier van (dieren)arts);
- •
omstandigheden (dagen voorafgaand aan het bijtincident) en aanleiding waaronder de hond heeft gebeten;
- •
of de hond mee naar huis is of in beslag is genomen en op welke grond (straf- of bestuursrecht);
- •
of er andere of ‘oudere’ meldingen (tot vijf jaar terug) over desbetreffende hond in het systeem (zowel gemeentelijke als politie) aanwezig zijn.
Stap 2. Beoordeling bijtincident
Na het verzamelen van de gegevens wordt het incident door de burgemeester beoordeeld en gekwalificeerd. Hierbij worden alle feiten en omstandigheden van het bijtincident meegewogen om te bepalen of het incident als licht, ernstig of zeer ernstig moet worden aangemerkt. Dit omvat een gedetailleerde beoordeling van het gedrag van de bijtende hond, de eigenaar/houder van de hond en het slachtoffer.
Hierbij wordt ook gekeken of de gebeten hond het bijtgedrag heeft uitgelokt, door bijvoorbeeld los te lopen in de directe nabijheid van de bijtende hond of door ander gedrag te vertonen dat het natuurlijke bijtgedrag kan aanwakkeren. Op basis van deze evaluatie legt de burgemeester passende maatregelen op voor beide honden, afgestemd op de ernst van het incident.
Stap 3. Maatregelen
3.1 Waarschuwingsbrief en het besluit tot het opleggen van een aanlijngebod
Indien sprake is van een bijtincident met licht letsel, dan kan eerst een waarschuwingsbrief worden verzonden aan de eigenaar/houder van de hond. Hierin staat dat het vanuit het oogpunt van openbare orde en veiligheid onacceptabel is dat een persoon of dier gebeten wordt. Voorts vragen we in de waarschuwingsbrief aan de eigenaar/houder van de hond dat hij alle maatregelen treft om herhaling van een nieuw incident te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld door uit voorzorg de hond kort aan te lijnen en te muilkorven op openbaar gebied, het plaatsen van een deugdelijke omheining of het volgen van een gedragscursus. Tegen een waarschuwingsbrief staat geen bezwaar en beroep open, omdat een waarschuwing geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Awb. De burgemeester kan in voorkomende gevallen ook besluiten om een kort aanlijngebod op te leggen. In dat geval kan de eigenaar/houder binnen zes weken, nadat het besluit is bekendgemaakt, bezwaar maken.
3.2 Voornemen tot bestuursrechtelijk traject
Indien sprake is van een gevaarlijke hond, ontvangt de eigenaar/houder een voorgenomen besluit tot opleggen van een aanlijn- en muilkorfgebod waarin de aanleiding wordt beschreven.
Vervolgens zijn er drie mogelijkheden:
- 1.
De eigenaar/houder is het niet eens met het voornemen. De eigenaar/houder dient een zienswijze in bij de gemeente (stap 3.3).
- 2.
De eigenaar/houder is het eens met het voornemen. Het voornemen wordt omgezet in een besluit (stap 3.4).
- 3.
De eigenaar/houder geeft geen reactie. Het voornemen wordt omgezet in een besluit (stap 3.4).
3.3 Zienswijze
Binnen 14 dagen kan de eigenaar/houder een zienswijze tegen het voorgenomen besluit indienen. Deze termijn van veertien dagen kan korter zijn als de burgemeester dit gezien de feiten en omstandigheden noodzakelijk acht.
Gedragstest
Is de eigenaar/houder het niet eens met het voornemen dan mag hij voor eigen rekening een gedragstest uit laten voeren, om aan te tonen dat de hond niet hinderlijk of gevaarlijk is. Dit is een onderzoek waarbij de hond op verschillende onderdelen wordt getest op risicovol gedrag en waarbij een inschatting wordt gemaakt van het risico op recidive. De gedragstest wordt op kosten van de eigenaar uitgevoerd en uit het advies zal moeten blijken dat de door de burgemeester voorgenomen maatregel niet noodzakelijk is. De burgemeester moet het rapport rechtstreeks van de toetsende instantie ontvangen. De burgemeester neemt in beginsel het advies van de onderzoeker over in het definitieve besluit aan de eigenaar/houder van de hond.
De zienswijzetermijn van 14 dagen wordt niet verlengd; bij het uitblijven van de gedragstest wordt het besluit genomen. Wordt een gebod opgelegd, dan kan op basis van de testresultaten alsnog een verzoek tot opheffing worden ingediend ex artikel 2, vierde lid, van de beleidsregels.
3.4 Besluit tot opleggen van aanlijn- en muilkorfgebod
Als het besluit is genomen, moet de hond vanaf dat moment meteen worden aangelijnd en, een muilkorf dragen. Aan dit besluit kan een last onder dwangsom worden gekoppeld.
3.5 Bezwaar tegen besluit
De eigenaar of houder kan binnen zes weken, nadat het besluit aan de eigenaar/houder bekend is gemaakt, bezwaar maken tegen het besluit. De bezwaarprocedure schorst de werking van het besluit echter niet.
Stap 4. Handhaving
4.1 Sancties
In gevallen waarin een overtreding van het opgelegde gebod wordt geconstateerd, is het uitgangspunt dat de burgemeester een last onder dwangsom oplegt. Indien de overtreding van het kort aanlijngebod of aanlijn- en muilkorfgebod gepaard gaat met een nieuw bijtincident of overlast van hinderlijk of gevaarlijk gedrag, dan kan de burgemeester:
- •
indien eerder een kort aanlijngebod is opgelegd, een muilkorfgebod opleggen;
- •
de dwangsom verhogen; of
- •
de hond in bewaringnemen
Bij het bepalen van de op te leggen sanctie houdt de burgemeester rekening met de aard en ernst van het incident, zoals bijvoorbeeld het veroorzaken van lichamelijk letsel of ernstige dreiging daarvan, het gevaar voor de openbare orde, waaronder de mate van onveiligheid die het gedrag van de hond teweegbrengt in de omgeving, en de geschiedenis van eerdere incidenten, zoals herhaaldelijke overtredingen of eerdere bijt- of overlastsituaties.
Last onder dwangsom
Zolang geen sprake is van een acuut (dreigende) onveilige situatie voor de openbare ruimte, wordt in eerste instantie een last onder dwangsom opgelegd voor de overtreding van het opgelegde gebod. Dit kan bijvoorbeeld zijn het niet kort aanlijnen van de hond of het niet dragen van een muilkorf in de openbare ruimte. Indien niet aan de last onder dwangsom wordt voldaan, verbeurt de eigenaar of houder een geldbedrag (de dwangsom) per overtreding. Indien reeds een last onder dwangsom is opgelegd in samenhang met het aanlijn- en muilkorfgebod, wordt de dwangsom bij overtreding daarvan verbeurd verklaard. De hoogte van de dwangsom bedraagt € 250,- per overtreding voor een hinderlijke hond met een maximum van € 5.000,-. De hoogte van de dwangsom bedraagt € 500,- per overtreding voor een gevaarlijke hond met een maximum van € 10.000,-.
Last onder bestuursdwang, nieuwe maatregel of verhogen dwangsom
Indien de overtreding van het opgelegde gebod gepaard gaat met een nieuw bijtincident of overlast van hinderlijk of gevaarlijk gedrag, dan kan de burgemeester een nieuwe maatregel opleggen (een muilkorfgebod naast het eerdere aanlijngebod), de dwangsom verhogen of de hond in bewaringnemen.
Last onder bestuursdwang (in bewaringnemen hond)
Indien niet aan de last onder bestuursdwang wordt voldaan, wordt bestuursdwang toegepast en zal de hond in bewaring worden genomen. Daarmee wordt de overtreding beëindigd en wordt herhaling voorkomen. In de volgende situaties kan de burgemeester overgaan tot het in bewaringnemen van de hond:
- •
een hond die in het verleden betrokken is geweest bij meerdere bijtincidenten, wat kan wijzen op een escalerend patroon van agressie;
- •
situaties waarin de eigenaar/houder de hond niet onder controle heeft, bijvoorbeeld door de hond zonder toezicht te laten loslopen in openbare ruimtes of door de hond aan te zetten tot agressief gedrag, door ontsnappingsgevaar of doordat de eigenaar niet bereid is maatregelen te treffen om herhaling van een bijtincident te voorkomen; of
- •
een hond die duidelijke tekenen vertoont van gebrekkige training of socialisatie, waardoor het risico op onvoorspelbaar of agressief gedrag toeneemt.
De inbewaringneming mag maximaal vier weken duren, uitzonderingen daargelaten. De hond ondergaat een risico-assessment, waarbij ook het welzijn van de hond wordt meegewogen. Afhankelijk van de uitslag wordt de hond onder voorwaarden teruggeplaatst bij de eigenaar/houder, herplaatst bij een andere eigenaar of wordt de hond geëuthanaseerd.
De kosten die gepaard gaan met het toepassen van bestuursdwang zijn voor rekening van de eigenaar. Hierbij kan gedacht worden aan de kosten van transport, opslag, verzorging en het uitvoeren van een risico-assessment.
Spoedeisende bestuursdwang
De burgemeester is op grond van artikel 5:31, tweede lid van de Awb, bevoegd overtredingen van wettelijke voorschriften met spoed te beletten of te beëindigen. De burgemeester besluit tot in bewaringneming van de hond als:
- •
de eigenaar/houder van een hond, de hond in strijd met artikel 2:59 APV houdt en vervolgens;
- •
de hond een nieuw bijtincident veroorzaakt, waarbij sprake is van ernstig letsel of ernstige gevolgen voor mens en dier en direct optreden wordt verwacht.
4.2 Kostenverhaal artikel 5:25 Awb
In de situatie dat de burgemeester bestuursdwang toepast, komen alle kosten (zoals vervoer, opvang/verblijf, (medische) verzorging, risico-assessment etc.) volledig voor rekening van de eigenaar of houder van de hond en worden op hem/haar verhaald.
Stap 5. Heroverweging van het gebod
Een aanlijn- en muilkorfgebod wordt voor onbepaalde tijd opgelegd. De eigenaar of houder van een hond met een dergelijk gebod kan echter de hond laten onderzoeken door een daartoe gecertificeerde instelling.
Indien uit dit onderzoek blijkt dat de hond geen gevaar meer vormt, of als de eigenaar/houder en de hond een door de onderzoeker voorgestelde gedragscursus hebben gevolgd en het onderzoek vervolgens aantoont dat het gevaar is weggenomen, kan de burgemeester besluiten het aanlijn- en muilkorfgebod te heroverwegen.
De eigenaar of houder kan hiervoor een schriftelijk verzoek indienen. De burgemeester moet het onderzoeksrapport rechtstreeks van de toetsende instantie ontvangen.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl