Nadere regels (telecommunicatie) kabels en leidingen Ameland

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 20-06-2026

Intitulé

Nadere regels (telecommunicatie) kabels en leidingen Ameland

Het college van de gemeente Ameland;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 5.4, vierde lid, van de Telecommunicatiewet;

Besluit

vast te stellen de nadere regels (telecommunicatie) kabels en leidingen Ameland.

Artikel 1. Het leggen van kabels/leidingen

  • 1. Bij het leggen van kabels/leidingen mag niet afgeweken worden van het in de vergunning/instemming goedgekeurde tracé, tenzij sprake is van onvoorziene omstandigheden bij de uitvoering van de werkzaamheden. Op dat ogenblijk vindt nader overleg met de gemeente plaats.

  • 2. De houder van de vergunning/instemming bepaalt voor aanvang van de werkzaamheden de juiste ligging van de reeds aanwezig kabels en leidingen door het (doen) graven van proefsleuven van voldoende omvang en diepte.

  • 3. De ligging van de kabels/leidingen dient te voldoen aan het gestelde in de normen NEN 1738 en NEN 1739 (ligging van kabels/leidingen buiten en binnen de bebouwde kom) en NEN 12327 (stalen kabels/leidingen boven 1 bar), tenzij partijen in onderling overleg anders overeenkomen.

  • 4. De onderkant van de kabel/leiding moet tenminste 20 cm vrij blijven van de bovenkant van eventueel in het tracé van de kabel/leiding aanwezig riolering.

  • 5. De vooraf opgenomen bestrating moet in goede aansluiting aan het bestaande werk worden herlegd overeenkomstig de oorspronkelijke opbouw en samenstelling. De bij het opbreken van de verharding vrijgekomen materialen (stenen, tegels e.d.) mogen indien onbeschadigd opnieuw worden verwerkt; beschadigde materialen moeten op kosten van de aanvrager worden vervangen.

  • 6. De aanvulling van de sleuven en ingravingen in wegbermen en taluds geschiedt met vrijkomende grond, die in drie lagen van gelijke dikte wordt aangebracht, welke afzonderlijk vast moeten worden gestampt. Het aanvullen onder het grondwaterpeil, mag alleen met de uitkomende grond geschieden indien deze grond uit zuiver zand bestaat. Waar dit niet het geval is, moet zuiver zand voor de aanvulling worden bijgeleverd. De bovenlaag moet humusarm zijn en wordt, in overleg, zo spoedig mogelijk na de afwerking ingezaaid met een bijpassend graszaadmengsel.

  • 7. Overtollig grond en puin wordt onmiddellijk afgevoerd.

  • 8. Binnen de wortelzone of de kroonprojectie van de bomen moet er advies van de boomdeskundige van de gemeente worden gevraagd. Hierbij wordt het advies van het norminstituut Bomen in acht genomen.

Artikel 2. Melding bij het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (KLIC-noord)

De houder van de vergunning/instemming is verplicht voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden deze te melden bij het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (KLIC- noord), telefoonnummer 0800 — 0080.

Artikel 3. Melding aanvang/einde werkzaamheden, schriftelijke informatie omwonenden

  • 1. De houder van de vergunning/instemming meldt de aanvang van de werkzaamheden tenminste 5 werkdagen tevoren bij de gemeente.

  • 2. De houder van de vergunning/instemming meldt het gereed zijn van de werkzaamheden maximaal 5 werkdagen na het beëindigen van de werkzaamheden. Hiertoe maakt de houder van de vergunning/instemming gebruik van een zogenaamde straatwerkbon.

  • 3. De houder van de vergunning/instemming draagt zorg voor schriftelijke informatie aan omwonenden en eventuele andere belanghebbenden, tenminste 5 werkdagen voorafgaand aan de start van de werkzaamheden. Deze informatie moet de start, de duur/faseringen de aard van de werkzaamheden bevatten, inclusief eventueel te treffen tijdelijke verkeersmaatregelen.

Artikel 4. Maatregelen i.v.m. veiligheid en doorstroming verkeer

  • 1. Bij de uitvoering van de werkzaamheden dient de houder van de vergunning/instemming de nodige maatregelen te treffen om de veiligheid en doorstroming van het verkeer te verzekeren.

  • 2. De houder van de vergunning/instemming treft zodanige maatregelen dat de toegang tot aan de openbare weg grenzende particuliere erven gewaarborgd is en blijft gedurende de uitvoering van de werkzaamheden. De houder van de vergunning/instemming is verplicht zodanige maatregelen te treffen dat de wegen, incl. voetpaden, gedurende de uitvoering van de werkzaamheden zoveel mogelijk schoon blijven.

  • 3. De houder van de vergunning/instemming draagt zo nodig in overleg met de gemeente zorg voor (cie. aanduiding van) een omleidingsroute.

Artikel 5. Bereikbaarheid voor hulpdiensten

  • 1. De werkzaamheden waarvoor vergunning/instemming is verleend gedurende de in de vergunning/instemming aangegeven periode staan opgenomen in de zogenaamde planningskalender van de gemeente. De hulpdiensten worden door de gemeente op de hoogte gesteld van de (voorgenomen) werkzaamheden. De werkzaamheden dienen binnen de in de vergunning/instemming aangegeven periode uitgevoerd te worden.

  • 2. Mocht op een later tijdstip door een plotselinge calamiteit/storing de houder van de vergunning/instemming genoodzaakt zijn direct werkzaamheden te verrichten, dan dient deze zelf de hulpdiensten (politie, brandweer, ambulance) te informeren. De werkzaamheden dienen achteraf, binnen 24 uur, alsnog gemeld te worden aan de gemeente.

Artikel 6. Melding schade aan gemeente-eigendommen

De houder van de vergunning/instemming meldt schade aan gemeente-eigendommen bij het uitvoeren van de werkzaamheden binnen 24 uur nadat hem daarvan is gebleken.

Artikel 7. Verbod openbreken asfalt

  • 1. Bij de uitvoering van de werkzaamheden is het niet toegestaan bestaande asfaltverharding(en) open te breken.

  • 2. Het leggen van kabels/leidingen onder bestaande asfaltverharding moet plaatsvinden door een gestuurde boring.

  • 3. Bij het leggen van kabels/leidingen onder asfaltwegen of toekomstige asfaltwegen dient de houder van de vergunning/toestemming gebruik te maken van mantelbuizen, tenzij de toepassing hiervan in redelijkheid niet gevergd kan worden. In dat geval zal nader overleg met de gemeente plaatsvinden.

Artikel 8. Bodemverontreiniging

  • 1. Vóór uitvoering van de werkzaamheden neemt de houder van de vergunning/instemming contact op met de FUMO, Postbus 3347, 8901 DH Leeuwarden, bezoekadres J.W. de Visserwei 10, 9001 ZE Grou, voor het verkrijgen van informatie over mogelijke bodemverontreiniging in of nabij het tracé van de werkzaamheden.

  • 2. Indien bij uitvoering van de werkzaamheden bodemverontreiniging geconstateerd wordt, moet de houder van de vergunning/instemming dit direct melden bij de gemeente dan wel de FUMO, en maatregelen nemen ter voorkoming van uitbreiding van de verontreiniging en ter voorkoming van schade aan personen, goederen en milieu.

Artikel 9. Herstelwerkzaamheden i.v.m. verzakt straatwerk/verzakte kabel of leiding

  • 1. Bij het aanvullen van de sleuf in klinkerbestrating moet de aanvulling bestaan uit tenminste 50 cm verdicht zand en in tegelverharding uit tenminste 30 cm verdicht zand.

  • 2. De houder van de vergunning/instemming is verplicht op aangeven van de gemeente over te gaan tot onmiddellijk herstel van verzakt straatwerk (als gevolg van aanleg/onderhoud van kabels/leidingen).

  • 3. Wanneer blijkt dat, als gevolg van eventuele zakking van de kabel/leiding, moeilijkheden ontstaan bij het herleggen van een riolering, dient de kabel/leiding herlegd te worden, waarbij de kosten hiervan voor rekening komen van de houder van de vergunning/instemming.

  • 4. Indien bij uitvoering van herstelwerkzaamheden aan de gemeentegrond, door of in opdracht van de houder van de vergunning/instemming, blijkt dat wegbestrating, bermen, gronddekking, groenvoorzieningen e.d. niet zijn uitgevoerd overeenkomstig de aanwijzingen door of namens de gemeente, heeft de gemeente het recht te verlangen dat zij alsnog overeenkomstig deze eisen wordt uitgevoerd.

  • 5. Indien na vijf werkdagen, gerekend vanaf de datum waarop de gemeente de houder van de vergunning/instemming in kennis heeft gesteld van de gebreken en het verlangen bedoeld onder artikel 8, lid 2, de houder van de vergunning/instemming hieraan geen gehoor heeft gegeven, heeft de gemeente het recht de benodigde herstelwerkzaamheden uit te voeren op kosten van de houder van de vergunning/instemming.

Artikel 10. Verwijdering buiten gebruik gestelde kabels/leidingen

Indien kabels/leidingen buiten gebruik worden gesteld, en dus geen functie meer hebben, moet deze worden verwijderd. Het verwijderen moet gebeuren op eerste aanzegging van de gemeente, en geschiedt op kosten van de houder van de vergunning/instemming. Zo mogelijk moet het verwijderen van de buiten gebruik gestelde kabels/leidingen plaatsvinden parallel aan andere werkzaamheden aan de weg (bijvoorbeeld aanleg/vervangen riolering).

Artikel 11. Beschikbaar stellen revisietekeningen

De houder van de vergunning/instemming is verplicht om binnen drie maanden na afloop van de werkzaamheden aan de gemeente revisietekeningen beschikbaar te stellen in Dal, DXF- of NEN1878 formaat. De gemeente zal deze revisietekeningen uitsluitend voor eigen doeleinden gebruiken. De revisietekeningen worden niet aan derden ter beschikking gesteld.

Artikel 12. Contactpersoon

Bij vragen over deze nadere regels dient contact opgenomen te worden met de op de vergunning/instemming vermelde contactpersoon bij de gemeente.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college op 31 maart 2026.

Burgemeester,

Secretaris-directeur,