Verordening op de commissieleden gemeente Woerden 2026

Geldend van 16-06-2026 t/m heden

Intitulé

Verordening op de commissieleden gemeente Woerden 2026

De raad van de gemeente Woerden;

gelezen het voorstel d.d. 22 mei 2026 van:

  • -

    Presidium

gelet op het bepaalde in de Gemeentewet;

Artikel 16

b e s l u i t:

de “Verordening op de commissieleden gemeente Woerden 2026” vast te stellen.

Hoofdstuk 1 – Algemene bepalingen

Artikel 1 – Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    raad: de gemeenteraad van Woerden;

  • b.

    fractie: een fractie als bedoeld in artikel 8 van het Reglement van Orde van de raad van Woerden 2026;

  • c.

    groep: een groep als bedoeld in artikel 8, vierde lid, onder c, en vijfde lid van het reglement van Orde;

  • d.

    commissie: een raadscommissie als bedoeld in artikel 1, sub f van het Reglement van Orde of artikel 82 van de Gemeentewet, of een andere door de raad ingestelde commissie als bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet;

  • e.

    commissielid: een persoon, niet zijnde raadslid, die door een fractie of groep is aangewezen om hen te ondersteunen en deel te nemen aan vergaderingen van een commissie, en die daartoe schriftelijk is aangemeld bij de griffier, met inachtneming van het in deze verordening bepaalde;

  • f.

    griffier: de griffier van de raad;

  • g.

    commissiegriffier: de door de raad aangewezen commissiegriffier als bedoeld in artikel 25 van het Reglement van Orde.

Hoofdstuk 2 – Benoeming, toelating en beëdiging

Artikel 2 – Aanmelding, aantal commissieleden en leeftijdsgrens

  • 1. Iedere fractie mag maximaal drie commissieleden aanmelden bij de griffier. Een groep als bedoeld in artikel 8, vierde lid, onder c, en vijfde lid van het Reglement van Orde mag maximaal één commissielid aanmelden. Bij de aanmelding worden de andere betrekkingen die de aangemelde persoon bekleedt, vermeld.

  • 2. Voor het commissielidmaatschap is vereist dat de betrokkene ingezetene van de gemeente Woerden is, de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt en niet is uitgesloten van het kiesrecht.

  • 3. De griffier brengt iedere aanmelding van een commissielid met de daarbij door de aangemelde persoon opgegeven andere betrekkingen direct ter kennis van de raad.

  • 4. Eventuele wijzigingen in de door het commissielid beklede andere betrekkingen, die na de aanmelding optreden, deelt het betreffende commissielid direct schriftelijk mede aan de griffier. De griffier brengt deze wijzigingen direct ter kennis van de raad.

  • 5. Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen commissieleden in een openbare vergadering van de raad de eed of belofte af ten overstaan van de voorzitter, overeenkomstig artikel 14 van de Gemeentewet. Hierna worden zij geacht door de raad als commissielid te zijn benoemd.

  • 6. Een fractie of groep kan, al dan niet op verzoek van het commissielid, de aanmelding als bedoeld in het eerste lid intrekken of wijzigen.

  • 7. Met het einde van de zittingsperiode van de raad vervallen de benoemingen van alle commissieleden. Commissieleden die bij aanvang van de nieuwe raadsperiode opnieuw door dezelfde fractie worden aangemeld, leggen de eed of belofte niet opnieuw af.

Artikel 3 – Bezwaren tegen commissielidmaatschap

  • 1. Is een lid van de raad van oordeel dat bezwaar bestaat tegen het optreden als commissielid van een bij de raad als zodanig aangemelde persoon, dan brengt hij dat voor de installatie van het commissielid ter kennis van de betreffende fractie of groep. Tegelijkertijd zendt hij een afschrift van de kennisgeving van het bezwaar aan de raad.

  • 2. Handhaaft de in het eerste lid genoemde fractie of groep de aanmelding en meent het raadslid daarin niet te moeten berusten, dan vraagt hij daarover met een opgave van zijn beweegredenen en met overlegging van het bericht van handhaving van de fractie of de groep binnen zes weken na ontvangst van dat bericht het oordeel van de raad.

  • 3. Zolang de raad geen uitspraak heeft gedaan, kan de als commissielid bij de raad aangemelde persoon niet als zodanig in functie treden. Indien de raad eveneens bezwaar heeft tegen de aanmelding als commissielid, vervalt de aanmelding terstond.

  • 4. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing bij wijziging in de door een commissielid beklede andere betrekkingen.

Hoofdstuk 3 – Rechten en plichten van commissieleden

Artikel 4 – Rechten van commissieleden

  • 1. Onverminderd de hen bij het Reglement van Orde toegekende rechten hebben commissieleden het recht om:

    • a.

      deel te nemen aan de vergaderingen van een door de raad op grond van artikel 82 en 84 van de Gemeentewet ingestelde commissie, voor zover de raad hen als lid van de betreffende commissie heeft benoemd;

    • b.

      technische vragen te stellen overeenkomstig artikel 17 van het Reglement van Orde;

    • c.

      vermeld te worden als coauteur bij schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 73 van het Reglement van Orde.

  • 2. Commissieleden hebben voorts het recht:

    • a.

      kennis te nemen van het verslag en de besluitenlijst van besloten vergaderingen van de commissies waarvan zij lid zijn;

    • b.

      kennis te nemen van informatie van een commissie of aan een commissie verstrekte informatie waarop op grond van hoofdstuk Va van de Gemeentewet een verplichting tot geheimhouding is opgelegd, voor zover de raad hen als lid van de betreffende commissie heeft benoemd;

    • c.

      kennis te nemen van informatie van de raad, anders dan die bedoeld in het derde lid, of aan de raad verstrekte informatie waarop op grond van hoofdstuk Va van de Gemeentewet een verplichting tot geheimhouding is opgelegd, tenzij de raad anders besluit.

  • 3. Commissieleden hebben geen toegang tot besloten vergaderingen van de raad. Zij kunnen geen kennis nemen van niet-openbaar gemaakte verslagen en besluitenlijsten van vergaderingen van de raad met gesloten deuren als bedoeld in artikel 23 van de Gemeentewet, tenzij de raad op deze informatie op grond van hoofdstuk Va van de Gemeentewet een verplichting tot geheimhouding heeft opgelegd en de informatie aan de betreffende commissie heeft verstrekt.

Artikel 5 – Plichten van commissieleden

  • 1. Commissieleden zijn gehouden aan geheimhouding voor zover deze plicht voor raadsleden geldt.

  • 2. Commissieleden leven alle gedragsregels en integriteitsnormen na die voor raadsleden van toepassing zijn.

Artikel 6 – Voorlopige en definitieve ontneming van rechten

  • 1. Aan het commissielid, van wie blijkt, dat hij zich op een of andere manier niet houdt of heeft gehouden aan zijn plicht tot naleving van het bepaalde in deze verordening, kan het presidium de rechten die deze verordening en het Reglement van Orde hem toekennen, voorlopig ontnemen. Het presidium legt deze zaak zo spoedig mogelijk met een opgave van zijn beweegredenen ter beslissing voor aan de raad.

  • 2. De raad beslist over de in het eerste lid bedoelde zaak in de eerste raadsvergadering die volgt op het moment waarop het presidium deze aan hem heeft voorgelegd. De raad kan daarbij:

    • a.

      besluiten de voorlopige ontneming te bevestigen, waarmee deze wordt omgezet in een ontneming voor bepaalde tijd;

    • b.

      zelfstandig tot ontneming voor bepaalde tijd besluiten, indien het presidium geen voorlopige ontneming heeft opgelegd; of

    • c.

      besluiten dat geen ontneming plaatsvindt, waarmee een voorlopige ontneming vervalt.

  • 3. De raad neemt geen beslissing als bedoeld in het tweede lid dan nadat het presidium het betrokken commissielid in de gelegenheid heeft gesteld te worden gehoord.

  • 4. In de gevallen, bedoeld in het tweede lid, onder a en b, bepaalt de raad de duur van de ontneming. Deze duur bedraagt, de reeds verstreken periode van voorlopige ontneming daaronder niet begrepen, ten hoogste drie maanden, gerekend vanaf het besluit van de raad.

  • 5. Zolang de raad geen beslissing heeft genomen, blijft de in het eerste lid bedoelde voorlopige ontneming van kracht. Indien de raad in de eerstvolgende raadsvergadering, bedoeld in het tweede lid, geen beslissing neemt, beslist de raad alsnog binnen twee weken na die vergadering. Is bij het verstrijken van deze termijn geen besluit genomen, dan vervalt de voorlopige ontneming van rechtswege.

  • 6. Indien, nadat de raad op grond van het tweede lid, onder a of b, tot ontneming heeft besloten, opnieuw blijkt dat het betrokken commissielid zich niet houdt aan het bepaalde in deze verordening, kan het presidium de raad voorstellen het commissielidmaatschap te laten vervallen. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing.

Slotbepalingen

Artikel 7 – Intrekking eerdere verordening

De Verordening op de commissieleden 2022 wordt ingetrokken op de dag dat deze verordening in werking treedt.

Artikel 8 – Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.

  • 2. Deze verordening wordt aangehaald als:

    “Verordening op de commissieleden gemeente Woerden 2026”.

Ondertekening

Aldus besloten door de raad van de gemeente Woerden in zijn openbare vergadering, gehouden op 28 mei 2026

De griffier,

mevrouw Fransje E.H.M. Backerra

De voorzitter,

mevrouw Monique M. Bonsen-Lemmers