VTH-beleid gemeente Bunschoten 2026-2030

Geldend van 11-06-2026 t/m heden

Intitulé

VTH-beleid gemeente Bunschoten 2026-2030

1 Inleiding

1.1 Waarom nieuw VTH-beleid?

Om de inrichting van de leefomgeving in goede banen te leiden, moet iedere gemeente beleid hebben voor de uitvoering van taken vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Gemeente Bunschoten wil met dit VTH-beleid richting geven aan het professioneel, integraal en structureel werken aan de VTH taken. Het VTH-beleid is heeft als doel om inzicht te bieden in de keuzes die de gemeente Bunschoten maakt als het gaat om de VTH-taken. De gemeente Bunschoten kan namelijk niet alle VTH taken die op onze gemeente afkomen uitvoeren. Daarom werkt de gemeente Bunschoten met op risico’s gebaseerde prioriteiten. Deze prioriteiten geven richting aan de taken die de gemeente Bunschoten uitvoert.

Het eerdere VTH-beleid, uit 2022, is verouderd. Een directe aanleiding voor de actualisatie van het beleid is de ervaringen en ondernomen acties na de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De eerdere verwijzingen naar de oude wetgeving zijn hierbij vervangen door de huidige wetgeving. Daarom geeft dit geactualiseerde beleid een vernieuwde visie weer en zijn de gespecificeerde doelen, principes en strategieën vastgesteld. Met dit beleid legt de gemeente de grondslag voor een goede uitvoeringskwaliteit van de taken op het gebied van VTH in de komende vier jaar.

1.2 Wettelijk verplicht

Het is daarnaast wettelijk verplicht om VTH-beleid op te stellen. Met dit beleid wil de gemeente Bunschoten dus aansluiten bij het omgevingsrecht. Met dit beleid wordt ook invulling gegeven aan bij de bovenste cyclus van de zogenoemde BIG 8 cyclus. Deze cyclus is landelijk de norm voor het borgen van de kwaliteit van de VTH-taken.

De cyclus van de BIG 8 komt terug in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s en jaarverslagen die de gemeente Bunschoten maakt. Hierin is beschrijven wat de gemeente Bunschoten precies gaan doen om de doelen te halen, en waar eventueel nog bijsturing plaats moet vinden. Meer over de BIG 8 en het wettelijk kader is nader toegelicht in bijlage I.

afbeelding binnen de regeling

1.3 Positionering en reikwijdte van het VTH-beleid

De grondslag voor het VTH-beleid bestaat niet alleen uit wet- en regelgeving, maar ook uit de bestaande beleidscontext. In de omgevingsvisie zijn de ambities, doelen en prioriteiten voor de fysieke leefomgeving vastgelegd. Dit beleid werkt door in verordeningen en het omgevingsplan. Dit gehele beleid en deze regels hebben een direct raakvlak met het VTH-beleid.

In dit beleid zoekt de gemeente Bunschoten daarom op strategisch niveau aansluiting bij de andere beleidsstukken en regels die de gemeente heeft. De opbouw van dit VTH-beleid kent als gevolg een opzet waarin wordt gewerkt van strategisch naar operationeel niveau.

Zoals te zien is op de afbeelding hiernaast is die manier van werken vertaald naar de drie onderdelen waaruit het VTH-beleid bestaat: een bestuurlijk kader, een sturingsstijl en strategie van werken, en een uitwerking van de uitvoering. Dit VTH-beleid richt zich op de bovenste twee lagen van de driehoek. Uit dit VTH-beleid vloeit jaarlijks een jaarverslag en uitvoeringsprogramma voort, en die zijn onderdeel van de derde laag gericht op uitvoering.

De hierboven beschreven opbouw past bij de beleidscyclus die met de komst van de Omgevingswet wordt geïntroduceerd. Dit beleidsplan legt namelijk de grondslag onder een goede doorwerking van monitoring en evaluatie van de VTH-uitvoeringspraktijk naar de evaluatie en eventuele bijstelling van het instrumentarium van de Omgevingswet.

afbeelding binnen de regeling

Dit beleid richt zich daarbij op de volgende taakvelden:

afbeelding binnen de regeling

Vanwege de Omgevingswet is het taakveld Openbare ruimte en veiligheid voor het eerst in het VTH-beleid opgenomen. Gemeente Bunschoten werkt de komende jaren aan een integrale koppeling tussen dit taakveld en de andere taakvelden. Een aantal van deze taakvelden is belegd bij uitvoeringsorganisaties. Zie hiervoor ook hoofdstuk 5.

1.4 Voor wie is dit beleid bedoeld?

Met dit beleid wil de gemeente Bunschoten aan inwoners en bedrijven duidelijkheid geven over welke keuzes zij maakt op het gebied van VTH. Zo geeft de gemeente met dit beleid aan op welke aspecten er worden gelet als een vergunning in behandeling wordt genomen, en hoe wordt omgegaan met overtredingen van de regels. Op die manier weten inwoners en bedrijven waar zij aan toe zijn als ze iets willen bouwen of ondernemen.

Daarnaast is dit VTH-beleid bedoeld voor de eigen organisatie van de gemeente Bunschoten. De keuzes die worden gemaakt hebben impact op de manier waarop de gemeente haar taken uitvoeren, hoeveel mensen er nodig zijn en hoeveel geld het kost. Ook maakt dit beleid duidelijk aan welke onderwerpen komende jaren nog extra aandacht moet worden geschonken. Dit beleid helpt de gemeente haar taken juist uit te voeren.

1.5 Verantwoording van dit beleid

De nota is tot stand gekomen met inbreng van de bij vergunningverlening, toezicht en handhaving betrokken bestuurders en medewerkers (beleidsmedewerkers, toezichthouders, handhavers en management). Daarnaast is het beleid met betrekking tot de milieutaken gebaseerd op het beleid zoals regionaal is vastgesteld in samenwerking met de Omgevingsdienst Utrecht (ODU).

Het voorheen geldende VTH-beleid 2023-2027 heeft tevens als input en basis gediend voor dit nieuwe VTH-beleid. Daarnaast zijn de diverse aanbevelingen van het Interbestuurlijk Provinciaal Toezicht (IBT) van de provincie geïntegreerd in voorliggend beleid. Zie hiervoor bijlage VIII.

Het geactualiseerde VTH-beleid 2026-2030 is afgestemd met de samenwerkingspartners, waarbij de wijze waarop is opgenomen in bijlage VII.

1.6 Leeswijzer

In hoofdstuk 2 zijn de vaststellingen van hoofdstuk 1 naar bestuurlijke keuzes vertaald. Hierin is de visie van de gemeente Bunschoten bepaald en zijn de doelen en uitgangspunten beschreven. De vraag die in dit hoofdstuk centraal staat is: wat wil de gemeente Bunschoten aan het einde van de looptijd van dit beleid hebben bereikt op het gebied van VTH?

Hoofdstuk 3 bevat drie onderwerpen. Allereerst is er een beschrijving op hoofdlijnen van de gebiedskenmerken gegeven. Vervolgens is ingegaan op de voor het gebied belangrijkste trends en ontwikkelingen. Het derde onderwerp betreft de beschrijving van de risico’s en aandachtspunten voor de aankomende jaren. Daarmee is in dit hoofdstuk de basis voor de hierop volgende hoofdstukken.

Aansluitend zijn de bestuurlijke keuzes in hoofdstuk 4 verder uitgewerkt. Hierin zijn de beschrijvingen van de verschillende uitvoeringsstrategieën gegeven. Daarnaast is de beschrijving van de prioriteiten en aandachtspunten per taakveld hierin uitgewerkt.

Tot slot is in hoofdstuk 5 de uitvoering uitgewerkt. Dit betreft de aanpak van de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s, de invulling van de samenwerking met diverse ketenpartners, de organisatie en werkwijze en legt de grondslag voor monitoring en evaluatie.

2 Wat willen we bereiken?

In dit hoofdstuk is de missie en visie voor de taken van de gemeente Bunschoten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Deze missie en visie zijn de basis voor alles wat de gemeente doet bij de uitvoering van VTH. De missie en visie is daarom vertaald naar VTH doelen en uitgangspunten voor de manier van werken.

2.1 Missie voor VTH

Vergunningverlening, toezicht en handhaving is een middel om te werken aan de opgaven die spelen in de gemeente Bunschoten. Maar het doelmatig inzetten van vergunningverlening, toezicht en handhaving dient ook nog een ander doel. De VTH-missie gaat over waar de gemeente Bunschoten voor staat.

Gemeente Bunschoten vindt het namelijk belangrijk dat het VTH-beleid inzet met het oog op duurzame ontwikkeling en de bewoonbaarheid van de gemeente. Daarom wil de gemeente Bunschoten haar leefmilieu beschermen en verbeteren. Het bereiken van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit is de opgave. Hierbij is het van belang om samen te werken met inwoners en bedrijven . De uitvoering van de VTH-taken vindt plaats vanuit de overtuiging dat een goede naleving van wet- en regelgeving bijdraagt aan deze missie.

Deze begrippen komen ook terug in het maatschappelijk doel van de Omgevingswet (zie hier rechts). Het maatschappelijk doel van de Omgevingswet is ook verweven met de gemeentelijke omgevingsvisie. Aangezien de omgevingsvisie doorwerkt naar dit VTH-beleid is het maatschappelijk doel daarom ook in de missie geïntegreerd. Verder hebben is de missie en visie aangesloten op de eerdere missie en visie in oud beleid van de gemeente Bunschoten.

afbeelding binnen de regeling

Maatschappelijk doel Omgevingswet (artikel 1.3)

2.2 Visie op VTH

In de VTH-visie is beschreven hoe de gemeente Bunschoten tegen haar VTH-taken en haar rol aankijkt.

‘Iedereen is verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Bunschoten streeft er daarom naar samen te werken aan een veilige, gezonde, aantrekkelijke en duurzame leefomgeving. We willen daarom een goed naleefgedrag en omgevingsbewustzijn bij inwoners en bedrijven stimuleren. Dit doen we door mee te denken en transparant en duidelijk te zijn in onze taakuitvoering rondom vergunningverlening, toezicht en handhaving. We sturen met de inzet van ons VTH-instrumentarium op voorkomen en beperken van omgevingsrisico’s.’

Wat de gemeente Bunschoten verstaat onder een veilige, gezonde, aantrekkelijke en duurzame leefomgeving, staat in de omgevingsvisie. Deze omgevingsvisie is op 19 september 2023 vastgesteld door de gemeenteraad en is gelijktijdig met de Omgevingswet inwerking getreden.

2.1 VTH doelen

De gemeente heeft de missie en visie vertaald in strategische doelen (zie hiernaast). De doelen gaan over de dienstverlening en houding richting initiatiefnemers en over wat de gemeente Bunschoten graag willen bereiken in de leefomgeving, en sluiten aan bij de gemeentelijke visie.

De doelen werken worden nader uitgewerkt in de uitvoeringsprogramma’s. Daarin worden ook concrete acties benoemd om te werken aan de doelen, en waar mogelijk worden in de uitvoeringsprogramma’s de doelen gekoppeld aan prestatie-indicatoren, zodat de gemeente kan meten of de gestelde doelen worden behaald.

In hoofdstuk 4 is ingegaan op de doelen die de gemeente stelt per taakveld. Deze doelen komen voort uit de gebieds- en risicoanalyse die in hoofdstuk 3 is beschreven. Voor alle thematische doelen is aangeven hoe die bijdraagt aan de strategische doelen zoals die hieronder zijn beschreven.

Veiligheid

De inwoners van Bunschoten leven in een veilige woon- en/of leefomgeving.

Gezondheid

Gemeente Bunschoten heeft een gezonde leefomgeving.

Omgevingskwaliteit

Gemeente Bunschoten wil een goede omgevingskwaliteit bereiken, met behoud en bevordering van natuur- en cultuurhistorische waarden.

Duurzaamheid

Gemeente Bunschoten wil bijdragen aan een duurzame leefomgeving en kijken daarom door die bril naar onze VTH-activiteiten.

Samen werken aan de fysieke leefomgeving

Gemeente Bunschoten wil het bewustzijn over de eigen verantwoordelijkheid van inwoners en bedrijven vergroten en zo ook de naleving van de regels bevorderen.

Dienstverlening

Gemeente Bunschoten wil een dienstbare en betrokken gemeente zijn, die meedenkt met haar inwoners en die duidelijkheid en handelingsperspectief kan bieden over wat wel of niet kan.

2.2 Uitgangspunten bij onze manier van werken

De gemeente Bunschoten vindt het belangrijk om bij te dragen aan de doelen die in de vorige paragraaf zijn gesteld. Dat heeft invloed op de manier van werken. In deze paragraaf is daarom beschreven hoe de gemeente Bunschoten omgaat met vergunningverlening, toezicht en handhaving. Deze uitgangspunten zijn leidend bij het behandelen van aanvragen en meldingen, bij het uitvoeren van inspecties en bij het handhavend optreden. De uitgangspunten zijn hieronder weergegeven. Deze uitgangspunten zijn concreet uitgewerkt in de uitvoeringsstrategieën in hoofdstuk 4.

  • VTH-taken geen zijn doelen op zich. De gemeente is er voor de samenleving. Vergunningen verlenen en handhaven zijn voor ons geen doelen op zich, maar leveren een bijdrage aan de met de wet- en regelgeving beoogde effecten. Vergunningverlening en handhaving zijn daarmee instrumenten die bijdragen aan de visie en onderliggende doelen van de gemeente.

  • Maatschappelijke opgaven staan voorop. Niet de bureaucratische werkelijkheid, maar de opgaven waar de samenleving mee te maken heeft staan centraal bij de uitvoering van onze toezicht- en handhavingstaken. De gemeente heeft een vangnetfunctie om excessen tegen te gaan en om op een doelmatige wijze toe te zien of de verantwoordelijkheid voldoende wordt genomen.

  • Deskundige en dienstverlenende organisatie. De gemeente streeft naar het zo snel mogelijk behandelen van vergunningen en meldingen, en beperken ons in ieder geval zo veel mogelijk in het overschrijden van de wettelijke afhandelingstermijnen. De gemeente Bunschoten werkt zorgvuldig. Gemeente Bunschoten weet niet alleen de regels maar ook het doel achter de regels. De gemeente communiceert duidelijk over verwachtingen en heeft gevoel voor de praktijk van de onder toezicht gestelde.

  • Gelijke monniken, gelijke kappen. Gemeente Bunschoten wil precedentwerking voorkomen. Iedereen kan op dezelfde behandeling rekenen. Hiermee biedt de gemeente rechtszekerheid. Keuzes worden inzichtelijk teruggekoppeld aan inwoners en bedrijven. Gemeente volgt hierbij haar beleidskaders en deze uitgangspunten.

  • Voorkomen is beter dan genezen. Preventie verdient de voorkeur boven repressie. Gemeentelijk handelen is erop gericht repressieve handhaving te voorkomen en (spontane) naleving van de regels te bevorderen. Hierbij verliest de gemeente niet uit het oog dat repressief handhaven soms nodig is en dan zal de gemeente Bunschoten niet aarzelen op te treden.

  • Vertrouwen in inwoners en ondernemers. De primaire verantwoordelijkheid voor de naleving van regels en vergunningsvoorwaarden ligt bij burgers en bedrijven dan wel de partijen die namens hen optreden. De gemeente Bunschoten verwacht en vertrouwt erop dat ze hierin nadrukkelijk hun verantwoordelijkheid nemen. Gemeente wijst hen hierop indien dit niet (voldoende) gebeurt.

  • Prioriteiten sturen inspanning. Gemeente Bunschoten wil en kan vanwege beperkte capaciteit niet overal en altijd op de naleving van alle regels toezien. Gemeente hanteert selectief toezicht en werkt risicogestuurd. Dit uit zich in verschillende niveaus van toetsing bij vergunningverlening en een daarop afgestemd niveau van toezicht. Ook betekent dit dat de gemeente geselecteerde prioriteiten met voorrang oppakken en sommige problemen niet of niet direct aanpakken.

  • Eén overheid. De gemeente Bunschoten wil als overheid met één gezicht optreden. Daarom is samenwerking tussen toezichthouders essentieel. Voor toezicht en handhaving wordt samengewerkt met andere bevoegd gezagen, zoals de provincie, het waterschap en met ketenpartners zoals de Omgevingsdienst Utrecht en de Veiligheidsregio Utrecht. Hierover wordt duidelijk gecommuniceerd met initiatiefnemers.

3 Gebieds- en risicoanalyse

Om een goed beeld te krijgen van de opgaven op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving dient er eerst te worden geanalyseerd wat voor gebied de gemeente Bunschoten betreft en wat er op de gemeente af komt. Dit hoofdstuk geeft daarom eerst een overzicht van verschillende onderdelen van de leefomgeving. Hierbij wordt gekeken naar:

  • De algemene beschrijving van de gemeente;

  • Het type gebouwen in de gemeente;

  • Natuur en landschap;

  • Soorten bedrijven;

  • Erfgoed en archeologie;

  • Evenementen;

  • Kwaliteit van de leefomgeving;

  • Openbare ruimte.

Op elk van deze thema’s zijn de algemene kenmerken van de gemeente Bunschoten bekeken, maar ook naar de bijzonderheden in het gebied. Daarna is gekeken naar de opgaven (trends en ontwikkelingen) die nog op de gemeente Bunschoten af gaat komen in de toekomst. Gemeente Bunschoten maakt ook een risicoanalyse voor bepaalde bouwwerken of activiteiten. De risico’s weegt de gemeente Bunschoten aan de hand van de formule risico = kans x effect, zodat daarna de risico’s kunnen worden geprioriteerd.

Al deze onderdelen zijn samen de aandachtspunten waar de gemeente Bunschoten met vergunningverlening, toezicht en handhaving rekening mee moeten houden.

3.1 Gebiedsanalyse

Algemene gebiedsinformatie

De gemeente Bunschoten is gelegen aan de oude Zuiderzee, wat tegenwoordig bekend staat als het Eemmeer. De gemeente bestaat uit Bunschoten-Spakenburg, het dorp Eemdijk en het buurtschap Zevenhuizen. Bunschoten kenmerkt zich door zijn sportieve en dorpse karakter, met een vitale economie.

Type bebouwing

De dorpen hebben een dorps karakter, kleinschalig, niet te dicht bebouwd. Het merendeel van de van de woningen (bijna 75%) zijn eengezinswoningen. Bijna 75% van de woningen zijn koopwoningen. Hoogbouw in de vorm van flats komt weinig voor. Wel worden er steeds meer appartementencomplexen gebouwd. De bebouwing kenmerkt zich in het oude dorp Spakenburg door de vissershuisjes. In Bunschoten wordt het beeld bepaald door monumentale boerderijen. Ook kennen de dorpen enkele modernere woonwijken, vooral gebouwd in de jaren 70 tot en met nu. De omgeving ziet er netjes en verzorgd uit. De tuinen in de gemeente zijn grotendeels verhard.

Natuur en landschap

Het buitengebied is groen, en kenmerkt zich door het open landschap van de polder en agrarische activiteiten. Gemeente Bunschoten beschikt over een gezonde agrarische sector, met een groot aantal melkveehouderijen en een beperkt aantal varkensbedrijven (Zevenhuizen). De opstallen passen in het landschap. Op sommige locaties zijn nieuwe (neven)activiteiten ontstaan die in het landschap zijn ingepast. In het buitengebied zijn diverse weidevogel(kern)gebieden aangewezen. Hier werken diverse agrariërs aan weidevogelbeheer en zijn er afspraken over plas-draslocaties.

Onze (sport)cultuur is zichtbaar aanwezig in het dorp in de vorm van sportparken en beweegplaatsen in de openbare ruimte. Bijvoorbeeld de drie aanwezige voetbalclubs: SV Spakenburg, V.V. IJsselmeervogels & V.V. Eemdijk. Spakenburg is herkenbaar als watersportdorp met een mooi en herkenbaar waterfront. Het Eemmeer is geschikt voor recreatievaart en het houden van zeilwedstrijden voor onder andere de Bruine Vloot. Het water is schoon en helder. Door de goede waterkwaliteit groeien er veel waterplanten, die een bedreiging vormen voor de watersport.

Soorten bedrijven

Bunschoten staat bekend om haar koek en vis. Het inrichtingenbestand telt ruim 100 bedrijven uit de vissector. Het gaat hierbij voornamelijk om de visdetailhandel ten behoeve van de ambulante handel. Daarnaast bevinden zich op de Zuidwenk vier rokerijen. Op de Zuidwenk bevindt zich ook een aantal bedrijven uit de industriële bakkerijsector, de grootste hiervan is Het Stoepje. De bedrijven in de voedingsmiddelenindustrie kunnen voor geuroverlast zorgen in de omgeving. Daarnaast hebben de bedrijven veelal een warmte- en koudevraag, die voor de energietransitie relevant is. De gemeente heeft ongeveer 635 bedrijven die onder de Wet milieubeheer vallen. Het gaat hier grotendeels om meldingsplichtige bedrijven. Slechts een klein aantal bedrijven is vergunningplichting. Dit geldt ook voor het enige bedrijf, dat onder provinciaal bevoegd gezag valt.

Erfgoed en archeologie

Binnen de gemeente Bunschoten bestaan een aantal locaties die van grote archeologische waarde zijn, zoals de botterwerf en monumentale haven in Spakenburg. De stadsweiden tussen Stadsspui, Stadsgracht en Burgwal vormen een archeologisch rijksmonument. Ook de restanten van de stadspoorten, de dwarsverbindingen naar de Dorpsstraat, en die naar de stadsweiden ten zuiden van de Burgwal en de oostkant van de Dorpsstraat horen bij de oorspronkelijke stadsuitleg. In totaal kent de gemeente Bunschoten 14 monumenten die ingeschreven staan in het rijksregister en 62 gemeentelijke monumenten.

Evenementen

Bunschoten-Spakenburg heeft een sterk lokaal cultureel karakter. Zowel inwoners als de lokale politiek hechten veel waarde aan deze gedeelde cultuur. Evenementen die bijdragen aan het behoud van deze lokale cultuur zijn: de Spakenburgse dagen, de Visserijdag, de Zuidwalwedstrijd of de Boeren- en Beestenboel. Verder zijn evenementen als de Solexrees, de kermis, het Rugbyfeest, Koningsdag en de intocht van Sinterklaas voornamelijk gericht op het vermaak van (lokale) bezoekers. Ook sportieve evenementen zoals de Eemmeerloop zetten de gemeente Bunschoten regionaal op de kaart.

Kwaliteit en veiligheid in de leefomgeving

Binnen de gemeente Bunschoten bestaat een aantal risicolocaties voor de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving. Zo wordt er aan de Haringweg met ammoniak gewerkt en is er op de Amersfoortseweg een opslag voor chemicaliën. Verder is er nog een aantal bedrijven met kans is op ongevallen met slachtoffers buiten de terreingrens. De bedrijven in deze categorie zijn gevestigd op bedrijventerreinen. De kwaliteit van de leefomgeving is verder een uitdaging door geur- en geluidsoverlast rondom de grootschalige voedingsmiddelenproducenten. In het buitengebied is verder asbest in de bodem een aandachtspunt.

Openbare ruimte en veiligheid op straat

De openbare ruimte in Bunschoten is netjes en verzorgd. Perkjes zijn goed bijgehouden, en de bestrating is netjes. Soms ontstaat wel het risico op groenvernieling, doordat inwoners het heft in eigen handen nemen bij het onderhouden van gemeentegroen. Daarnaast leveren verkeerd parkeren en de bijplaatsingen van afval ongewenste situaties op in de openbare ruimte. Op het gebied van veiligheid op straat is met name de hangjeugd een blijvend aandachtspunt in de gemeente.

Aandachtspunten uit de gebiedsanalyse

Binnen de gemeente Bunschoten zijn er een aantal algemene aandachtspunten te formuleren op basis van bovenstaande beschrijvingen van de diverse aspecten:

  • Bij nieuw- en verbouw is het belangrijk dat het karakter van de omgeving in stand gehouden wordt;

  • Het open landschap wordt gezien als een kwaliteit van de gemeente, dit moet beschermd worden bij nieuwe ontwikkelingen;

  • De komende jaren blijft het zoeken naar de balans tussen een goede leefomgeving en bedrijvigheid in het transformatiegebied Zuidwenk;

  • Recreatie in de natuurgebieden kan tot overlast en verstoring van de natuur leiden, dit vraagt ook aandacht;

  • De gemeente kent diverse evenementen die veel publiek trekken. Veiligheid en overlast (geluid, afval, etc.) zijn belangrijke aandachtspunten.

3.2 Trends en ontwikkelingen (probleemanalyse)

Voor de gemeente Bunschoten zijn de volgende trends en ontwikkelingen relevant in het kader van het VTH-beleid:

Energietransitie

De energietransitie betekent dat men energie steeds meer moet halen uit hernieuwbare bronnen in plaats van het gebruik van fossiele brandstoffen om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan. Bunschoten moet daarom net als andere gemeentes in de regio invulling geven aan de Regionale Energiestrategie (RES). Dit vraagt om goede inpassing van energieplannen in het landschap. Ook kunnen nieuwe technologieën in de buurt van woningen mogelijk risico’s opleveren. De VRU adviseert de gemeente Bunschoten hierover. Beide punten vragen aandacht bij het vergunningenproces. Daarnaast moeten gebouwen aan steeds strengere energie- en isolatie-eisen voldoen. Dit dient als aandachtspunt bij de vergunningaanvragen en bij het toezichthouden.

Veenweide en bodemdaling

Klimaatverandering zorgt voor steeds hetere en drogere zomers en steeds extremer weer, zoals veel regen en onweer. In het stedelijk gebied kan dit leiden tot hittestress en wateroverlast. Dit kan leiden tot gevaarlijke situaties. In de natuur en het agrarisch gebied kan het leiden tot verdroging van de bodem. Mogelijk heeft dit gevolgen voor de constructies van gebouwen. Daarnaast heeft dit beperkende gevolgen voor activiteiten in het buitengebied. Dit thema vraagt daarom om extra aandacht binnen vergunningverlening en toezicht.

Stikstof

Met het wegvallen van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) zijn er grote uitdagingen rondom de stikstofproblematiek in Nederland. Vooral rondom de opgaven met betrekking tot bouwen en agrarische bedrijfsactiviteiten. Nieuwe rekenmodellen, lopende juridische procedures en bestaande situaties zetten dit thema behoorlijk onder (politieke) druk. De gemeente Bunschoten moet aandacht hebben voor de veranderende regelgeving bij het toetsen van vergunningen en hierover duidelijk communiceren met initiatiefnemers. Communicatie met de provincie blijft hierbij van belang.

Ondermijning

Ondermijnende criminaliteit komt op vele manieren voor en kan lokaal zeer ontwrichtend zijn. In de lokale samenleving zien gemeenten en hun andere bestuurlijke partners zich steeds meer geconfronteerd met allerlei vormen van ondermijning. Gemeente Bunschoten heeft aandacht voor het uitvoeren van de Bibob-toets (zie hiervoor ook het geactualiseerde Bibob-beleid (2025)) en zal actief handhaven bij situaties waarbij ondermijning speelt. Daarnaast zet de gemeente Bunschoten extra in op integraal signaaltoezicht (zie hoofdstuk 4).

Drugs- of afvaldumpingen

Rondom de productie van drugs ontstaan gevaarlijke afvalstoffen met een zeer brandbaar, sterk bijtend of giftig karakter. Landelijk is er daarom aandacht voor het illegaal lozen van deze afvalstoffen in riolen, akkers en het buitengebied. Dit kan leiden tot veel schade. Hoewel deze problematiek niet direct lijkt te spelen in Bunschoten monitort de gemeente de landelijke ontwikkelingen en is zij alert op het illegaal gebruiken van schuren in het buitengebied. Wel wordt er een oplopende trend in het aantal afvaldumpingen (met name huisraad en groenafval) in de gemeente Bunschoten geconstateerd.

Trends op het gebied van wonen

Net als in de rest van Nederland kent ook de gemeente Bunschoten de komende jaren de uitdaging om te zorgen voor voldoende en een passend woningaanbod. Een extra aandachtspunt hierbij is dat in de Omgevingsvisie is aangegeven dat uitbreiding richting het buitengebied niet wenselijk is. De komende jaren wordt Rengerswetering verder uitgebreid en zijn er ontwikkellocaties in Eemdijk-Oost en diverse inbreidingslocaties. Bij het ontwikkelen van deze locaties dient er bij de vergunningverlening voldoende aandacht te houden voor de leefbaarheid en kwaliteit van de wijken. Daarnaast speelt ook in de gemeente Bunschoten de trend dat ouderen steeds langer thuis wonen. Dat vraagt de komende jaren extra aandacht met oog op brandveiligheid en vergunningverlening voor toekomstbestendige woningen.

Huisvesting arbeidsmigranten en vluchtelingen

In het coalitieakkoord 2022-2026 “bouwen aan de toekomst” is opgenomen dat de huisvesting van arbeidsmigranten goed geregeld dient te worden. Illegale bewoning, bijvoorbeeld in schuren of bedrijfspanden is onwenselijk, het kan leiden tot overlast en onveilige situaties. Zo levert het onjuist huisvesten van migranten risico’s op het gebied van brandveiligheid op. Daarnaast is ook het opvangen van vluchtelingen een thema wat aandacht vraagt. Zo kan het voorkomen dat gebouwen anders gebruikt moeten worden dan hun functie eigenlijk toelaat. Dit thema vraagt komende jaren daarom om extra aandacht voor vergunningverlening en toezicht.

De gemeente Bunschoten heeft een plan van aanpak opgesteld om de positie van arbeidsmigranten te verbeteren door in te zetten op goede en veilige huisvesting. Handhavend optreden speelt hierin een centrale rol, met als doel misstanden aan te pakken en de leefbaarheid in wijken te versterken. De aanpak richt zich op zowel naleving van regels als bewustwording bij verhuurders en werkgevers. Zo werkt de gemeente aan een inclusieve en leefbare woonomgeving voor iedereen.

Informatieplicht overheden

Afgelopen jaren is er steeds meer aandacht voor een transparante overheid. Daarom is er een informatieplicht. Ook is in 2021 de Wet elektronische publicaties in werking getreden. Deze wet verplicht de gemeente ertoe alle officiële publicaties online te zetten. De wetswijziging heeft als doel om inwoners digitaal volledig te informeren over besluiten die impact hebben op hun leefomgeving. De komende jaren vraagt het onze aandacht om hier bij vergunningverlening en toezicht, samen met onze ketenpartners een goede invulling aan te geven.

Bodem

De aanwezigheid van PFAS (Poly- en perFluorAlkylStoffen) in de grond is een nieuw probleem dat zorgt voor stagnatie in het grondverzet in het hele land. Op rijksniveau is gewerkt aan een tijdelijk handelingskader, een definitief handelingskader is nog niet bekend. In Bunschoten komt asbest in de bodem voor bij ophooglagen en gedempte sloten. Het aanpassen van gronden en het afvoeren van asbest is daarom een aandachtspunt bij vergunningverlening.

Toezicht op bestaande bouw

Afgelopen jaren wordt er landelijk steeds meer aandacht gevraagd voor toezicht op bestaande bouwwerken. Onder meer door de problemen met breedplaatvloeren in garages en scholen, maar ook door afbrokkelende balkons en instortende daken van voetbalstadions. In Bunschoten volgt de gemeente de landelijke ontwikkelingen rondom het toezicht op bestaande bouw, en pakt indien dat nodig is extra toezichtstaken projectmatig op bij het aan het licht komen van nieuwe aandachtspunten in bestaande bouw.

Ecologie (compensatiegebieden)

In Nederland groeit de aandacht voor compensatiegebieden als middel om natuurverlies bij ruimtelijke ontwikkelingen te compenseren. Deze gebieden worden ingericht om ecologische schade elders te herstellen en dragen bij aan biodiversiteit, klimaatadaptatie en landschappelijke kwaliteit. Onder de Omgevingswet ontstaat ruimte voor een meer integrale en gebiedsgerichte aanpak. Compensatie wordt niet langer ad hoc geregeld, maar krijgt een structurele plek binnen het omgevingsbeleid. Dit vraagt om zorgvuldige afwegingen bij locatiekeuze, inrichting en beheer. Ook samenwerking met grondeigenaren en natuurorganisaties is essentieel. De effectiviteit van compensatie moet worden gemonitord en juridisch geborgd. Voor Bunschoten biedt dit kansen om natuurontwikkeling te koppelen aan andere opgaven, zoals waterbeheer en recreatie. Tegelijkertijd vraagt het om duidelijke kaders en bestuurlijke keuzes. Compensatiegebieden worden daarmee een strategisch instrument binnen het ecologisch beleid van de gemeente.

Veranderende regelgeving

Al sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Deze wet bundelt en moderniseert de regelgeving voor de fysieke leefomgeving, waaronder bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. Het doel van de wet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, waarbij een balans wordt gezocht tussen benutten en beschermen.

De Omgevingswet vraagt om een integrale en gebiedsgerichte benadering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Dit betekent onder andere dat er meer nadruk ligt op participatie van inwoners en bedrijven, het vroegtijdig betrekken van belanghebbenden en het afstemmen van beleid en uitvoering met andere bestuurslagen en ketenpartners.

Een belangrijk instrument hierbij is het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO), dat als centrale toegangspoort dient voor het aanvragen van vergunningen, het doen van meldingen en het raadplegen van regels. Dit systeem ondersteunt een transparante en toegankelijke dienstverlening.

Daarnaast is met de Omgevingswet de zorgplicht voor de fysieke leefomgeving versterkt. Deze zorgplicht geldt voor zowel overheden als burgers en bedrijven. Zij zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het voorkomen van schade aan de leefomgeving en het bevorderen van een veilige, gezonde en duurzame omgeving. De praktische invulling van deze zorgplicht vraagt om bewustwording, samenwerking en maatwerk op lokaal niveau. De komende jaren zal jurisprudentie verdere duidelijkheid geven over de juridische reikwijdte van deze verplichting.

De implementatie van de Omgevingswet betekent ook dat het VTH-beleid moet worden afgestemd op nieuwe wettelijke vereisten, zoals het jaarlijks opstellen van een VTH-uitvoeringsprogramma, het hanteren van kwaliteitscriteria en het uitvoeren van risicoanalyses als basis voor prioritering.

Tegelijkertijd met de Omgevingswet is de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) van kracht. Deze wet wijzigt het stelsel van bouwtoezicht ingrijpend. Voor bouwwerken in gevolgklasse 1 (zoals grondgebonden woningen en eenvoudige bedrijfsgebouwen) geldt dat de gemeente niet langer vooraf toetst op de technische bouwkwaliteit. In plaats daarvan is een private kwaliteitsborger verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de bouwtechnische voorschriften tijdens de uitvoering van het bouwproject.

De gemeente blijft echter bevoegd gezag en verantwoordelijk voor de handhaving van de regels uit de Omgevingswet en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), met name op onderdelen waarop de kwaliteitsborger geen toezicht houdt. De rol van de gemeente verschuift daarmee van preventieve toetsing naar tweedelijns toezicht en handhaving.

Aandachtspunten als gevolg van de Wkb en de Omgevingswet:

  • Communicatie naar initiatiefnemers

    Nieuwe regels en meldplichten, zoals de bouwmelding onder kwaliteitsborging, moeten helder worden gecommuniceerd naar initiatiefnemers;

  • Toezicht op bestaand gebruik

    Hoewel gevolgklasse 1 buiten de reguliere vergunningverlening valt, blijft toezicht op bestaand gebruik en handhaving bij overtredingen een gemeentelijke taak;

  • Regionale afstemming

    Door verschillen in lokale invulling van regels en procedures kunnen regionale verschillen ontstaan. Afstemming is nodig om onduidelijkheid en rechtsongelijkheid te voorkomen;

  • Nieuwe gemeentelijke taken

    De gemeente krijgt extra taken, bijvoorbeeld op het gebied van bodemkwaliteit en informatieverwerking via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Dit vraagt om beleidsmatige keuzes en organisatorische inbedding;

  • Impact op werkprocessen

    De introductie van instrumenten zoals de omgevingstafel en de verschuiving van taken vragen om herziening van VTH-werkprocessen;

  • Capaciteitsvraagstukken

    De veranderende rol van de gemeente leidt tot een andere inzet van capaciteit. Dit moet structureel worden meegenomen in de jaarlijkse VTH-uitvoeringsprogramma’s en capaciteitsplanning. Hierdoor heeft de gemeente Bunschoten in 2026 een Besturingsmodel omarmt, waarin de financiële en capaciteit kan worden bepaald op basis van de verwachte aantal aanvragen.

Werkprocessen

De gemeente Bunschoten werkt conform een vast werkproces. Deze werkprocessen zijn vastgelegd en vindbaar voor het gehele VTH-team. De werkprocessen zijn bijgevoegd bij het Jaarverslag 2025 en Uitvoeringsprogramma 2026. Lokaal zijn de werkprocessen opgeslagen op de F-schijf, een gezamenlijke werkmap waardoor de processen goed vindbaar en te gebruiken zijn voor de VTH-medewerkers. Momenteel zijn de werkprocessen voor het CLO vergunningsproces, Bedrijfsprocesanalyse inspectie arbeidsmigrantenwoningen en het proces van handhaving en beroep uitgewerkt. In de toekomst wordt er gekeken of er behoefte is om de overige werkprocessen ook nader uit te werken.

3.3 Wat doet de gemeente Bunschoten met de aandachtspunten uit de gebieds- en probleemanalyse?

  • In voorgaande analyse zijn ook landelijke thema’s en aandachtspunten beschreven. Gemeente volgt nieuwe ontwikkelingen op de voet, en worden verwerkt waar nodig in de uitvoeringsprogramma’s;

  • De aandachtspunten worden verwerkt in een toetsings- en toezichtstrategie. Dat betekent dat het aspecten zijn waar de gemeente bij vergunningverlening en toezicht extra op let;

  • De aandachtspunten en thema’s worden meegenomen in de risicoanalyse die de gemeente opstelt (zie paragraaf 2.4);

  • Voor alle thema’s volgt gemeente Bunschoten de landelijke ontwikkelingen, zorgt dat haar VTH medewerkers op de hoogte blijven en eventueel opleidingen volgen waar dat nodig is;

  • Gemeente Bunschoten houdt nauw contact met haar ketenpartners over de verdere ontwikkeling van de aandachtspunten. Waar nodig zet de gemeente de aandachtspunten om in projecten die zij oppakt met de VRU, ODU en andere ketenpartners;

  • Het VTH-team houdt sinds 2025 een weekstart, waarin complexe casussen worden afgestemd;

  • Gemeente Bunschoten monitort wat de aandachtspunten betekenen voor haar capaciteit.

3.4 Risicoanalyse VTH en risicosystematiek

Naast de gebiedsanalyse is de risicoanalyse de basis voor het stellen van doelen en prioriteiten, de uitvoeringsstrategieën en het uitvoeringsprogramma. Deze analyse is nodig om het toezicht en handhaving meer structuur te kunnen geven op basis van huidige kennis, ervaring en informatie. Uitgangspunt is dat gemeente Bunschoten deze ten minste iedere twee jaar wordt herzien. Bij eventuele wijzigingen zal deze ook direct worden gedeeld met de ketenpartners.

De risicoanalyse is uitgevoerd met behulp van risicomodules voor de diverse taakvelden. De risicomodules geven inhoud aan de cijfermatige (kwantitatief) kant van de probleemanalyse. De risicoanalyse is uitgevoerd door toezichthouders en vergunningverleners van de gemeente op basis van expert judgement.

De risicoanalyse is uitgevoerd voor de taakvelden:

  • Bouw;

  • Ruimtelijke Ordening;

  • Bestaand gebruik bouwwerken;

  • APV en bijzondere wetten (versimpelde versie);

  • Milieu (door de ODU);

  • Brandveilig gebruik bouwwerken (door de VRU).

Risicoanalyse bouwen, bestaande bouwwerken en RO

Centraal in de systematiek van deze risicoanalyses staat de formule: RISICO = KANS x EFFECT. Deze formule is een internationaal geaccepteerde en veel gebruikte methode om een adequate inschatting te kunnen maken van de toe te kennen prioriteit van (onder andere) handhavingstaken. De elementen [KANS] en [EFFECT] zijn ingevuld door middel van thema’s en variabelen. De thema’s onder [EFFECT] komen overeen met het maatschappelijk doel van de Omgevingswet en onze visie op VTH, en raken de onderwerpen veiligheid, duurzaamheid, leefbaarheid en gezondheid. De thema’s onder [KANS] gaan veelal over houding en gedrag en ervaringscijfers.

afbeelding binnen de regeling

Per taakveld verschilt de uitwerking van de thema’s. Veiligheid voor het taakveld bouwen bestaat nu eenmaal uit andere onderwerpen dan bij het taakveld ruimtelijke ordening. Aan de variabelen zijn scores toegekend die uitdrukking geven aan het risico van een bepaalde taak of object.

In onderstaande tabel zijn de verschillende variabelen weergegeven van elk thema die gelden bij [EFFECT].

 

Bouw

Bestaand gebruik bouwwerken

Ruimtelijke ordening

Veiligheid

  • Aantal personen in gebouw

  • Complexiteit van de constructie

  • Brandveiligheidseisen

  • Omgevingsveiligheid

  • Toegankelijkheid

  • Complexiteit constructie

  • Kwaliteit materiaal gebruik bouwproces i.r.t. bouwperiode

  • Aantal personen in gebouw

  • Gebruiksdoel (volgens BAG)

  • Slaapfunctie

  • Landelijk speerpunt

  • Aantal personen

  • Zelfredzaamheid personen

  • Constructie van het bouwwerk

  • Brandveiligheid gebouw

  • Opslag gevaarlijke stoffen

Fysieke leefomgeving

  • Hinder (geur, geluid, licht) in realisatie- en gebruiksfase

  • Impact op de flora en fauna

  • Integrale toegankelijkheid en bereikbaarheid van het gebouw-perceel

  • Afvoer van huishoudelijk afval- en hemelwater

  • Toename parkeerdruk en verkeers aantrekkende werking

  • Bijdrage aan verloedering

  • Aantasting kwaliteit woonomgeving (welstand)

  • Verloedering

  • Overlast illegale bewoners/gebruikers

  • Aantasting woongenot

  • Toename parkeerdruk/verkeer aantrekkende werking

  • Invloed van ligging binnen milieucontour

Duurzaamheid

  • Energiezuinigheid (belangrijkheid)

  • Milieuprestatie door toegepaste materialen

  • Circulair bouwen

  • Energieverbeteringsmogelijkheden

  • Toename verharding bouwwerken/ buitenruimte

  • Afname m² oppervlakte water

  • Schade waardevol gebied veroorzaken

Gezondheid

  • Ventilatie

  • Daglicht

  • Geluidwering

  • Rook afvoer/uitstoot

  • Kwaliteit

  • Boiler/geiser

  • Ligging binnen contour/ zonering

In onderstaande tabel zijn de verschillende variabelen weergegeven van elk thema die gelden bij [KANS].

 

Bouw

Bestaand gebruik bouwwerken

Ruimtelijke ordening

Houding en gedrag

  • Mate van strijdig handelen met voorschriften

  • Kwaliteit aanvrager

  • Wijzigingsgevoeligheid

  • Klachten

  • Houding en gedrag

  • Politieke gevoeligheid

  • Fraudegevoeligheid

  • Klachten

  • Interne organisatie

Nalevingstabel

  • Kennis van regels

  • Kosten/ baten

  • Mate van acceptatie

  • Controlekans

  • Sanctiekans

  • Sanctie-ernst

  • Kennis van regels

  • Kosten/ baten

  • Mate van acceptatie

  • Normgetrouwheid doelgroep

  • Informele meldingskans

  • Controlekans

  • Detectiekans

  • Selectiviteit

  • Sanctiekans

  • Sanctie-ernst

  • Kennis van regels

  • Kosten/ baten

  • Mate van acceptatie

  • Normgetrouwheid doelgroep

  • Informele meldingskans

  • Controlekans

  • Detectiekans

  • Selectiviteit

  • Sanctiekans

  • Sanctie-ernst

Ervaringscjifers

  • Nalevingspercentage

  • Ernst van de overtreding

  • Dwangsom/ bestuurlijke boete/ strafbeschikking

  • Kans op informele handhaving

  • Snelheid herstelacties

  • Nalevingspercentage

  • Ernst van de overtreding

  • Snelheid herstelacties

  • Dwangsom

  • Nalevingspercentage

  • Ernst van de overtreding

  • Snelheid herstelacties

  • Dwangsom

Maatschappij en ondermijning (nieuw toegevoegd)

  • BIBOB gevoeligheid

  • Politieke gevoeligheid

  • Maatschappelijke gevoeligheid

  • Ondermijningsgevoeligheid

  • Politieke gevoeligheid

  • Maatschappelijke gevoeligheid

  • Ondermijningsgevoeligheid

  • Fraude gevoeligheid

  • Locatiegeschiktheid criminaliteit

  • Politieke gevoeligheid

  • Maatschappelijke gevoeligheid

Voor elke activiteit is binnen de bovengenoemde thema’s een uitwerking gemaakt van variabelen die uiting geven aan het thema. Een nieuw thema is maatschappij en ondermijning, vanwege de extra aandacht op dit taakgebied.

Aan de variabelen zijn scores toegekend die uitdrukking geven aan het risico van een bepaalde taak of object.

De uitkomsten van de risicoanalyses voor bouwen, RO en bestaande bouw zijn opgenomen in bijlage II.

Risicoanalyse Openbare ruimte en veiligheid

Voor het taakveld Openbare ruimte en veiligheid geldt dat er vraag-gestuurd wordt gewerkt. Dit betekent dat de gemeente Bunschoten werkt op basis van een ‘piepsysteem’ van klachten, meldingen en handhavingsverzoeken van inwoners. Zodra er iets aan de hand is, gaat een BOA kijken op welke manier de situatie opgelost kan worden. Daarnaast vindt er thematisch toezicht plaats: bijvoorbeeld met projecten in het kader van ondermijning of jeugdaanpak.

Om sturing te geven aan de capaciteit heeft de gemeente Bunschoten een risicoanalyse gemaakt. Deze risicoanalyse geeft op hoofdlijnen aan waar de prioriteiten liggen wanneer er keuzes gemaakt moeten worden over welke klachten en meldingen er als eerst opgepakt moeten worden.

Binnen deze risicoanalyse is rekening gehouden met de effecten op het gebied van: veiligheid, gezondheid, de impact op de leefomgeving, duurzaamheid, financiële schade en bestuurlijke gevoeligheid. Bij kans wordt de score bepaald door het naleefgedrag. Deze thema’s zijn op dit moment niet verder uitgewerkt in variabelen.

De belangrijkste uitkomsten van de risicoanalyse voor de taken rondom openbare ruimte en veiligheid zijn opgenomen in het volgende hoofdstuk. De volledige risicoanalyse is opgenomen in bijlage II.

Binnen het taakveld van openbare ruimte en veiligheid valt ook het thema ondermijning. Zoals in de analyse over de trends en ontwikkeling is beschreven is dit ook een thema voor de gemeente Bunschoten. Ondermijning is het gebruiken van legale bedrijven en organisaties voor illegale activiteiten. Het leidt tot een vermenging van boven- en onderwereld. Ondermijning kenmerkt zich in de fysieke leefomgeving door fraude (witwassen), arbeidsuitbuiting en criminaliteit in de openbare ruimte. Het gaat dan bijvoorbeeld over drugshandel op straat of illegale prostitutie.

Ook voor de met ondermijning geassocieerde activiteiten in de fysieke leefomgeving is daarom een risicoanalyse gemaakt. Ondermijning is daarnaast een nieuw separaat toetsingsaspect binnen dit taakveld, alsmede binnen de taakvelden Bouw, RO en Bestaande bouw. Zie hiervoor ook bijlage V.

Komende periode (206 en 2027) wordt er door de gemeente Bunschoten gewerkt aan een strategie toezicht en handhaving voor de Boa’s. Deze strategie richt zich op het waarborgen van de leefbaarheid en veiligheid in de openbare ruimte.

Risicoanalyse milieu

De Utrechtse gemeenten en de Omgevingsdienst Utrecht (ODU) hebben per 1 januari 2026 in het kader van de regionale samenwerking op het gebied van VTH een herziene regionale uitvoering- en handhavingstrategie. In deze strategie wordt het risicogericht werken duidelijk aangehaald. Dit risicogericht werken betekent dat data en informatie worden gebruikt om risico’s in te schatten, prioriteiten te bepalen en middelen doelgericht in te zetten. Op strategisch niveau ligt de focus op brede omgevingsanalyses en het stellen van prioriteiten binnen maatschappelijke thema’s zoals veiligheid, duurzaamheid en gezondheid. Op tactisch en operationeel niveau gaat het om gerichte analyses en interventies, variërend van branche- en ketentoezicht tot concrete controles en informatievoorziening. Daarnaast is deze strategie opgenomen in de ‘Beleidsregel Uitvoering- en handhavingstrategie Regio Utrecht’.

Risicoanalyse brandveilig gebruik

De gemeente wordt op het gebied van brandveilig gebruik van bouwwerken ondersteund door de Veiligheidsregio Regio Utrecht (VRU). De VRU adviseert, toetst vergunningen en voert inspecties uit met betrekking tot brandveiligheid in bouwwerken. De risicoanalyse voor brandveiligheid wordt ook uitgevoerd door de VRU. De VRU kent drie risicoklasses voor brand: woningbrand, gebouwenbrand en buitenbrand. De risicosystematiek is gebaseerd op de formule risico = kans x effect. Hierbij wordt kans benoemd als ‘waarschijnlijkheid’ en effect als ‘gevolg’. Ten aanzien van de waarschijnlijkheid is dit geordend in vijf categorieën, van zeer onwaarschijnlijk tot zeer waarschijnlijk. De gevolgen zijn geordend van beperkt tot catastrofaal. Alle drie de brandtypes kennen een waarschijnlijkheid van zeer waarschijnlijk, waarbij buitenbranden het meest waarschijnlijk zijn. Het gevolg is bij buitenbranden zeer beperkt, bij gebouwbranden beperkt, en bij woningbranden tussen beperkt en aanzienlijk. Een diagram en toelichting op deze risicoanalyse is opgenomen in bijlage IV. Enkele risico vergrotende aspecten die bij inspecties extra aandacht vragen zijn opgenomen in het volgende hoofdstuk.

3.5 Duiding uitkomsten risicoanalyse

Het resultaat van de risicoanalyse (voor vergunningverlening en meldingen alsmede voor toezicht en handhaving) is een weergave van het risico per bouwwerk of activiteit. De risicoanalyses (met uitzondering van de risicoanalyse van de VRU) geven een rangschikking weer van zeer grote risico’s, naar zeer kleine. De risico’s kennen een ordinale rangorde. Een ordinale rangorde houdt in dat de verschillen niet te interpreteren zijn. Anders gezegd, een activiteit met een risico van 50 is niet twee keer zo risicovol als een activiteit met een risico van 25. De enige uitspraak die gedaan kan worden, is dat de ene activiteit een hoger risico bevat dan het ander. De uitkomsten van de risicoprioritering staan in het volgende hoofdstuk, waarin beleidsformats per taakveld worden beschreven.

Mede op basis van de risicomodules wordt jaarlijks het uitvoeringsprogramma opgesteld. De monitoring en evaluatie van de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving kan leiden tot het bijstellen van bijvoorbeeld de nalevingscores. De risicomodules kunnen hier op aangepast worden, zodat het uitvoeringsprogramma jaarlijks op basis van actuele gegevens wordt opgesteld.

3.6 Prioriteiten

De gemeente Bunschoten kan haar aandacht niet in dezelfde mate richten op al wat tot het taakveld VTH behoort. Dat zou onze capaciteit overvragen. Maar het is ook niet nodig. De prioriteiten liggen bij die activiteiten die het meeste risico met zich meebrengen. Daarnaast leidt de gebiedsanalyse tot enkele aanvullende prioriteiten. Dat zijn:

Hoge prioriteit

  • Vernieling openbare eigendommen en openbaar groen;

  • Illegaal gebruik en aanpassen openbare grond;

  • Afval onjuist aanbieden, bijplaatsing;

  • Overtreding bouwvergunning constructie/brandveiligheid;

  • Overlast van geur en geluid in vis- en voedingsindustrie.

Gemiddelde prioriteit

  • Controle paracommerciële horecagelegenheden;

  • Overlast vervuiling openbare ruimte;

  • Parkeeroverlast en -overtredingen;

  • Het opslaan en gebruiken van gevaarlijke stoffen.

Hoe de gemeente Bunschoten invulling geeft aan haar prioriteiten is hierna in de uitvoeringsstrategieën beschreven. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de in te zetten en beschikbare capaciteit. In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma werkt de gemeente Bunschoten dat verder uit, en worden jaarlijks accenten gelegd. Daarnaast heeft de gemeente Bunschoten dit inzichtelijk gemaakt door middel van een besturingsmodel, waarbij risico’s worden opgebouwd door diverse variabele te scoren zoals beschreven in Hoofdstuk 3.4.

Dit betekent niet dat de gemeente geen aandacht zal geven aan risico’s en taken waar geen directe prioriteit aan wordt geven. Het spreekt vanzelf dat de gemeente Bunschoten ook daar haar wettelijke taken naar behoren zal vervullen. Maar bij de activiteiten die geen betrekking hebben op de prioriteiten zal de gemeente Bunschoten meer reactief handelen dan proactief en zal zij meer globaal toetsen en toezicht houden.

4 Hoe wil de gemeente Bunschoten haar doelen bereiken?

4.1 Strategische doelen (aantal van bouwen)

De gemeente Bunschoten heeft een aantal strategische doelen geformuleerd die richting geven aan haar handelen binnen het fysieke domein. Zo heeft de gemeente Bunschoten als doel dat zij als lokale overheid dienstbaar en betrokken wil zijn, waarbij actief mee wordt gedacht met haar inwoners en ondernemers. Hierbij staat het bieden van duidelijkheid en handelingsperspectief centraal: inwoners moeten weten waar ze aan toe zijn en wat er binnen de regels mogelijk is. Transparantie in besluitvorming en communicatie is hierbij een belangrijk uitgangspunt.

Een veilige woon- en werkomgeving vormt de basis voor het welzijn van de inwoners. Daarom zet de gemeente in op het waarborgen van veiligheid, gezondheid en leefkwaliteit in de fysieke leefomgeving. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan een gezonde en duurzame leefomgeving, waarbij duurzaamheid een integraal onderdeel vormt van het gemeentelijk beleid. Dit perspectief wordt ook toegepast op de uitvoering van VTH-taken, waarbij keuzes worden gemaakt met oog voor de lange termijn en toekomstige generaties.

De gemeente streeft naar een integrale aanpak van initiatieven en ontwikkelingen. Instrumenten zoals de intaketafel spelen hierin een belangrijke rol, doordat ze vroegtijdige afstemming tussen beleid, uitvoering en initiatiefnemers mogelijk maken. Dit bevordert niet alleen de kwaliteit van besluitvorming, maar ook de voorspelbaarheid en snelheid van processen.

Tot slot wil de gemeente het bewustzijn onder inwoners en bedrijven vergroten over hun eigen rol en verantwoordelijkheid in het naleven van regels. Door in te zetten op communicatie, participatie en samenwerking, wordt gewerkt aan een cultuur van gedeelde verantwoordelijkheid en naleving. Deze strategische doelen vormen samen het fundament voor een toekomstbestendige, transparante en leefbare gemeente Bunschoten.

De gemeente Bunschoten streeft naar een goede omgevingskwaliteit, waarbij natuur- en cultuurhistorische waarden behouden én versterkt worden. Dit betekent dat bij ruimtelijke ontwikkelingen zorgvuldig wordt gekeken naar landschappelijke inpassing, ecologische samenhang en het behoud van karakteristieke elementen. Door deze waarden actief mee te nemen in beleid en uitvoering, draagt de gemeente bij aan een leefomgeving die aantrekkelijk, duurzaam en herkenbaar is voor huidige en toekomstige generaties.

4.2 Uitvoeringsstrategieën

Om de juiste keuzes te maken en de gewenste effecten te bereiken moet de gemeente Bunschoten bepalen welke uitvoeringsstrategieën zij wil hanteren. Deze strategieën gaan over hoe de gemeente er voor wil zorgen dat het naleefgedrag onder inwoners en bedrijven verbetert, en dat de gemeente kan aansturen op het verbeteren van de leefomgeving. Dat kan met de volgende strategieën:

Preventiestrategie

De preventieve strategie beantwoord de vraag: ‘Hoe voorkomt de gemeente Bunschoten dat bedrijven en inwoners wet- en regelgeving niet naleven?’

Vergunningenstrategie

De centrale vraag voor de strategie vergunningverlening is: ‘Waarop richt de gemeente Bunschoten vooral haar aandacht bij het toetsen van vergunningaanvragen?’. Hierbij wordt gekeken naar onderwerpen als constructieve veiligheid, brandveiligheid, gezondheid (bouwfysica), omgevingsveiligheid, duurzaamheid, bruikbaarheid, gebruiksveiligheid en omgevingsplanactiviteit.

Toezichtstrategie

De toezichtstrategie geeft antwoord op de vraag: ‘Waarop richt gemeente Bunschoten vooral onze aandacht bij het uitoefenen van toezicht?’. Hierbij wordt naast op bovengenoemde onderwerpen ook gefocust op gebruiksveiligheid.

Handhavingsstrategie

Deze strategie gaat over op welke manier wij optreden tegen overtredingen.

Gedoogstrategie

Soms is het niet nodig of wenselijk dat alles op alles wordt gezet om op iedere overtreding te handhaven. We volgen voor het gedogen van bepaalde situaties de gedoogstrategie.

Deze uitvoeringsstrategieën werken we op de volgende pagina’s uit. De uitvoering strategieën zijn van toepassing op de taakvelden die we zelf uitvoeren. De ODU en VRU werken met hun eigen strategieën, die we regionaal afstemmen.

4.3 Preventieve strategie

De preventieve strategie beantwoord de vraag: ‘Hoe voorkomen we dat bedrijven wet- en regelgeving niet naleven?’ Door preventief op te treden kunnen overtredingen worden voorkomen. Het motto vanuit de preventie is: ‘handhaven is goed, maar preventie is beter’.

Communicatie

Uit ervaring blijkt dat onvolledige en/of onjuiste aanvragen, maar ook overtredingen bij burgers en bedrijven, regelmatig voortkomen uit gebrek aan kennis over de geldende wetten en regels. Goede informatievoorziening kan resulteren in een betere bekendheid met geldende wet- en regelgeving. Dit kan op zijn beurt weer leiden tot een betere naleving. Naast algemene informatievoorziening, richten we ons in het bijzonder op potentiële aanvragers en melders om hen aan te sporen zich actief te verdiepen in vereisten die gelden voor het doen van aanvragen en meldingen.

Behalve communicatie is het vooroverleg voorafgaand aan het doen van aanvragen en meldingen een belangrijk instrument om te zorgen voor volledige aanvragen en meldingen en kortere doorlooptijden. Wij bieden potentiële aanvragers altijd de mogelijkheid om een initiatief te bespreken in het vooroverleg. Deze inzet moet voorkomen dat repressie minder vaak en minder snel noodzakelijk is.

In Bunschoten weet men de gemeentebalie goed te vinden wanneer zij willen overleggen over een initiatief of een vraag hebben. Wij willen de mogelijkheid om de balie te bezoeken behouden. Communicatie hoeft dus niet altijd digitaal plaats te vinden.

Met het oog op een effectieve communicatie, willen we deze vooral inzetten waar de risico het hoogst zijn en waar onze prioriteiten liggen. Daartoe hanteren we ook hier de risicoanalyse. De gehanteerde vormen kunnen uiteenlopen. Zo is tijdens concreet toezicht uitleg en onderbouwing van belang. Als nieuwe wetgeving aan de orde is kan het ook zijn dat we bijeenkomsten organiseren of dat we uitleg verzorgen in de lokale krant.

Mediation

Regelmatig komen handhavingsdossiers voort uit intermenselijke problemen, waarbij de onderlinge verhoudingen zijn verstoord en ruzies worden uitgevochten via juridische procedures. In dergelijke gevallen kan mediation een optie zijn. Via bemiddeling door de gemeente zelf of met behulp van een externe mediator proberen wij dan het geschil tussen partijen bij te leggen. Inzet van mediation is maatwerk en afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Bovendien is instemming van de betrokken partijen een vereiste.

Financieel

Een financieel instrument kan ook effectief zijn in het kader van preventie. Te denken valt aan stimuleringsregelingen en subsidies. Door hier bewust mee om te gaan bij de uitvoering van beleid, kan worden bereikt dat de naleving verbeterd. Bijvoorbeeld kan hier worden gedacht aan het stimuleren van energiebesparende maatregelen zodat wordt voldaan aan geldende wet- en regelgeving.

Sancties

Het in het vooruitzicht stellen van juridische sancties heeft ook een preventief karakter. Verwacht mag immers worden dat hier een afschrikwekkende werking van uitgaat, waardoor overtredingen worden voorkomen. Ook dit element heeft daarmee een preventief karakter hebben en is onderdeel van de preventieve strategie.

4.4 Strategie vergunningverlening

De centrale vraag voor de strategie vergunningverlening is: ‘Waarop richten we vooral onze aandacht bij het toetsen van vergunningaanvragen?’ De risicoanalyse willen we daarbij leidend laten zijn. Met andere woorden, we werken risicogestuurd. Risicogestuurd werken betekent dat we de onze capaciteit daar inzetten waar de risico’s het hoogst zijn.

We geven uitvoering aan risicogestuurd werken door te toetsen op verschillende diepgangsniveaus. Uiteraard wordt iedere ‘ontvankelijke’ aanvraag of melding in behandeling genomen. Elk diepgangsniveau is een aanvulling op het volgende diepgangsniveau:

Niveau

Diepgangsniveau

0

Geen toets

1

Conceptuele toets

2

Globale toets

3

Verdiepende toets

4

Volledige toets

Niveau 0 – Geen toets

Ingediende bescheiden worden enkel gearchiveerd. In de praktijk komt dit niet voor. In de toetsingsstrategie worden toetsingsaspecten die niet relevant zijn daarom aangeduid met een 0.

Niveau 1 – Conceptuele toets

De toetser scant de stukken diagonaal en bepaalt op basis van ervaring zijn oordeel over het betreffende toetsingsaspect.

Niveau 2 – Globale toets

Van het aspect worden de uitgangspunten gecontroleerd en wordt gecontroleerd of de uitkomsten realistisch zijn

Niveau 3 – Verdiepende toets

Globale toetsing + een verdiepende toetsing op onderdelen en aspecten die door de toetser worden geclassificeerd. Deze onderdelen/aspecten worden inhoudelijk getoetst. Dit kan door een controleberekening uit te voeren.

Niveau 4 – Volledige toets

Alle onderdelen/aspecten worden compleet getoetst of opnieuw berekend.

Inzet vergunningenstrategie

Als we kijken naar de risicoprioritering uit hoofdstuk 2 dan zetten we het hoogste diepgangsniveau in bij de hoogste risico’s. Concreet betekent dat dat we voor alle activiteiten met de risicoscore ‘zeer hoog’ en ‘hoog’ een volledige toets uitvoeren, in ieder geval op het aspect veiligheid.

Voor de activiteiten en bouwwerken waarvoor een ‘gemiddeld’ of ‘laag’ risico geldt zetten we in op deelaspecten. Zo kan het zijn dat we bij een aanvraag voor een vergunning voor een activiteit met laag risico op een aantal aspecten een conceptuele toets uitvoeren, en op een aantal andere aspecten een volledige toets. Een gedetailleerde tabel met de toetsingsaspecten per taakveld staan in bijlage V.

We hebben een vergunningenstrategie opgesteld voor de taakvelden bouwen en openbare ruimte en veiligheid. Voor RO geldt dat aanvragen te veel afhankelijk zijn van de lokale context en vraag: het afwijken van een bouwvlak voor een schuurtje heeft veel minder impact dan het afwijken van het omgevingsplan/bestemmingsplan voor het bouwen van een stal. We hanteren hiervoor dus geen toetsingsstrategie. Voor milieu en brandveiligheid ligt de kwaliteit van toetsen bij de uitvoeringsorganisaties ODU en VRU.

Dienstverlening in het vergunning- en meldingsproces

Gemeente Bunschoten vindt het belangrijk dat inwoners en bedrijven verantwoordelijk zijn voor een goede naleving van de regels. Gemeente vertrouwt er ook op dat zij deze verantwoordelijkheid nemen. Om inwoners en bedrijven hierbij te helpen denkt de gemeente mee over de te doorlopen vergunningsprocedure en de voorbereiding hiervan. Door aan de voorkant hierop te investeren wordt de aanvraag of melding beter en completer. Daarnaast toont de gemeente dat zij betrokken is en graag meedenkt over de mogelijkheden.

Door vroegtijdig betrokken te zijn in de voorbereiding van een vergunning of melding krijgt de gemeente ook inzicht in de verschillende belangen die kunnen spelen. De gemeente kan de initiatiefnemer dan wijzen op de nodige afstemming met ketenpartners en stakeholders die benodigd zullen zijn. Zowel initiatiefnemer als overige betrokkenen weten dan beter wat ze kunnen verwachten. Uiteindelijk zal dit de procedure sneller en soepeler doen doorlopen.

Intensieve communicatie in het voortraject leidt daarnaast tot meer begrip voor de regels en het uiteindelijk te nemen besluit en tot minder juridische procedures, minder overtredingen en minder omgevingsklachten.

Samenwerken ketenpartners

De ketenpartners, zoals de ODU en de VRU zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van toetsen. Bij sommige aanvragen heeft de gemeente Bunschoten te maken met meerdere bevoegde gezagen. Zo voert de provincie de toets op de Wet Natuurbescherming uit, en verzorgt het waterschap de watertoets. Hoewel zij hun eigen toetsingsstrategieën hebben, werkt de combinatie als één overheid. Dat betekent dat de gemeente helder is in haar communicatie rondom vergunningverlening en zoekt de gemeente integraal afstemming omtrent initiatieven. In lijn met de informatieplicht die de gemeente heeft, zorgt zij er ook voor dat aanvragen die binnenkomen en raken aan de bevoegdheden van de provincie of het waterschap gemeld en doorgezet worden aan de betreffende overheid. Waar nodig betrekt de gemeente hen ook bij de integrale besluitvorming. In de werkprocessen van de gemeente Bunschoten is hiervoor ook een omgevingstafel ingericht.

Wet Bibob

Bij de vergunningenstrategie moet in het bijzonder de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) worden genoemd. Als er een risico is op ondermijning (het misbruiken van een vergunning voor criminele activiteiten) dan kan er een Bibob toets worden uitgevoerd. Met een Bibob toets krijgt de gemeente inzicht in de achtergrond van een bedrijf of een persoon. Het in 2025 geactualiseerde Bibob-beleid is hier terug te vinden.

4.5 Toezichtstrategie

De toezichtstrategie geeft antwoord op de vraag: ‘Waarop richt de gemeente Bunschoten vooral haar aandacht bij het uitoefenen van toezicht?’ Ook hierin wordt risicogestuurd gewerkt. Gemeente Bunschoten zet haar capaciteit in daar waar de risico’s het hoogst zijn. Net als bij de vergunningenstrategie werkt de gemeente voor de toezichtstrategie met een aantal diepgangsniveaus voor het toezicht houden:

Niveau

Diepgangsniveau

0

Geen toezicht

1

Conceptueel toezicht

2

Globaal toezicht

3

Verdiepend toezicht

4

Volledig toezicht

Niveau 0 – Geen toezicht

Vergunningen, ontheffingen en meldingen worden slechts gearchiveerd. Er vindt geen toezicht plaats

Niveau 1 – Conceptueel toezicht

De toezichthouder houdt minimaal toezicht op slechts de meest relevante voorschriften.

Niveau 2 – Globaal toezicht

De toezichthouder kijkt nog steeds naar de meest relevante voorschriften en hanteert hierbij het basisniveau. Het basisniveau wordt bepaald door zijn kennis en ervaring.

Niveau 3 – Verdiepend toezicht

De toezichthouder hanteert het basisniveau met betrekking tot alle voorschriften. De toezichthouder bepaalt op basis van kennis en ervaring wat het basisniveau is.

Niveau 4 – Volledig toezicht

De toezichthouder ziet volledig toe op de naleving van alle voorschriften en bekijkt dit vanuit de samenhang van de leefomgeving (integraal). De inspectie wordt grondig uitgevoerd.

Inzet toezichtstrategie

Ook hier geldt wederom dat de gemeente Bunschoten risicogestuurd werkt. Het hoogste diepgangsniveau wordt ingezet bij de hoogste risico’s. Concreet betekent dat dat de gemeente voor alle activiteiten met de risicoscore ‘zeer hoog’ en ‘hoog’ inzet op volledig toezicht. Dit is met name van toepassing op de vaste verblijfruimtes.

Voor de activiteiten en bouwwerken waarvoor een ‘gemiddeld’ of ‘laag’ risico geldt zet de gemeente in op deelaspecten van de controles. Op bepaalde onderdelen voert de gemeente conceptueel toezicht uit, op andere onderdelen verdiepend. Dit betreft het slopen en tijdelijke bouwwerken. Een gedetailleerde tabel met de toezichtsaspecten per taakveld staan in bijlage V.

Voor de taakvelden Bestaande bouw en RO werkt de gemeente Bunschoten vraaggestuurd. Dat betekent dat er geen reguliere inspecties worden gepland op illegale bebouwing, illegaal gebruik of gebreken bij bestaande bouw. De toezichtstrategie richt zich in deze gevallen meer op de deelaspecten waar op gelet wordt als de gemeente naar een melding gaat, in plaats van een aparte strategie per type bouwwerk, zoals dat wordt gedaan bij de taakvelden bouwen en openbare ruimte en veiligheid.

Binnen de gemeente Bunschoten geldt dat de toezichthouders en vergunningsverleners per vier jaar rouleren om eventuele belangenverstrengeling te voorkomen.

Preventief en proactief

Een van onze uitgangspunten is voorkomen is beter dan genezen. Daarom richt de gemeente Bunschoten het toezicht vooral op de voorkant: doel is om zoveel mogelijk voorkomen dat overtredingen plaatsvinden. Hierbij wordt gestimuleerd dat bedrijven en inwoners hun eigen verantwoordelijkheid nemen. Met de komst van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen wordt dit ook steeds belangrijker. Daarom is het nodig dat de gemeente de bekendheid met regels, risico’s en maatregelen vergroten voordat de activiteit wordt uitgevoerd. Hiervoor is nodig dat de gemeente zichtbaar is voor inwoners en bedrijven door veel in het gebied aanwezig te zijn en tevens bereikbaar en benaderbaar op te stellen.

Integraal signaaltoezicht

Dit VTH-beleid beoogt het integraal koppelen van de VTH taken in de openbare ruimte (APV en bijvoorbeeld de Alcoholwet) en de bouw- en milieutaken. De uitvoering van deze taken ligt bij verschillende teams, en dus ook bij verschillende vergunningverleners en toezichthouders. Met het oog op het integraal toezicht houden bestaat er bestuurlijk de wens om de samenwerking tussen bouw- en woningtoezicht en de Boa’s (belegd met toezicht op de APV en veiligheidstaken) te vergroten. Gemeente Bunschoten gaat daarom inzetten op integraal signaaltoezicht. Dat houdt in dat de Boa’s tijdens hun toezichtstaken ook letten op overtredingen in de taakvelden bouw en milieu, en dat de toezichthouders voor bouwen letten op overtredingen op het gebied van openbare ruimte en veiligheid. Ook met de ODU en VRU wordt in gesprek gegaan over signaaltoezicht. Ongeacht het werkveld van een toezichthouder signaleren toezichthouders (vermoedelijke) overtredingen en melden deze bij de toezichthouder die gaat over dat taakveld of bij het driewekelijks integraal toezicht- en handhavingsoverleg. Een vermoedelijke overtreding wordt verder afgehandeld zoals andere meldingen en handhavingsverzoeken.

Klachten en handhavingsverzoeken

Iedere klacht krijgt bij binnenkomst een prioritering toegewezen op basis van de omvang, impact en urgentie. Aan de hand daarvan wordt bepaald of, en zo ja, wanneer en hoe de klacht in behandeling wordt genomen. In geval van een klacht is de gemeente niet aan een beslistermijn gebonden, doch streven wij ernaar om de klager zo spoedig mogelijkheid duidelijkheid te geven.

Bij een schriftelijk verzoek om handhaving heeft de gemeente een beginselplicht tot handhaving, ook in een actieve gedoogsituatie, tenzij er concreet zicht is op legalisatie. Hierbij neemt de gemeente zo snel mogelijk (mondeling of schriftelijk) contact op met de verzoeker om handhaving of diens gemachtigde. Als het kan zoeken wij in samenspraak met de verzoeker naar een snelle (informele) oplossing van het probleem. Wordt hiermee geen oplossing bereikt, dan zal bij een geconstateerde overtreding verder worden afgewogen hoe hiermee wordt omgegaan. Zie hiervoor de sanctie- en de gedoogstrategie. Anonieme verzoeken om handhaving worden in beginsel niet opgepakt.

4.6 Handhavingsstrategie

Wanneer toezicht niet leidt tot het beëindigen van een overtreding is een gemeente in beginsel verplicht tot handhaven. Het uitgangspunt daarbij is om de overtreding te doen beëindigen en om herhaling in de toekomst te voorkomen. De mogelijkheid bestaat om zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk te handhaven. Bestuursrechtelijke handhaving is het afdwingen van naleving van de regels door middel van juridische of bestuursrechtelijke maatregelen zoals een last onder dwangsom, bestuursdwang, een bouwstop, het intrekken van de vergunning of zelfs een bestuurlijke boete en bestuurlijke strafbeschikking. Dat de gemeente deze mogelijkheid heeft, betekent niet dat zij direct van die mogelijkheid gebruik maakt.

Periodieke overleg

Gemeente Bunschoten is voorstanden van een goede interne en externe afstemming. Een voorbeeld hiervan is het driewekelijkse integrale toezicht- en handhavingsoverleg. Doel van dit overleg is om de diverse betrokken partijen en personen samen te brengen en integraal af te stemmen over de aanpak van de vermoedelijke overtreding. Deze zaken worden verder afgehandeld zoals overige meldingen en handhavingsverzoeken.

Contact met de overtreder

Toezichthouders van de gemeente Bunschoten werken met een online programma genaamd Chepp. Hierin worden dossiers voorbereid en daarbij vastgelegd welke overtredingen en aandachtspunten er tijdens een controle zijn vastgesteld. Waar nodig zal de toezichthouder samen met de vergunningverlener overleggen over de voorgeschiedenis en gemaakte afspraken vanuit het vergunningtraject. Nadat de gemeente Bunschoten geconstateerd heeft dat een overtreding heeft plaatsgevonden en deze overtreding niet is hersteld tijdens het toezichtproces wordt de overtreder uitgenodigd voor een gesprek. In dit gesprek wordt uitgelegd uit wat de geldende wetten en regels zijn, en wordt verteld hoe de gemeente Bunschoten optreden bij overtredingen. De overtreder krijgt dan nog een kans om zo snel mogelijk maatregelen te treffen om de overtreding te beëindigen. De gemeente Bunschoten legt de informatie ook vast in een brief, die na het gesprek wordt toegestuurd door de gemeente. De gemeente maakt in het gesprek en in de brief duidelijk dat als bij hercontrole blijkt dat de overtreder geen maatregelen heeft getroffen om de overtreding ongedaan te maken, de gemeente Bunschoten bestuursrechtelijk zal gaan handhaven. De toezichthouders en vergunningsverleners rouleren iedere vier jaar om belangenverstrengeling hierbij te voorkomen.

Landelijke handhavingsstrategie Omgevingsrecht (sanctiestrategie)

Handhaven is maatwerk. Hoe zwaar de gemeente optreedt is afhankelijk van de context en de ernst van de overtreding. Per overtreding dient daarom een gedegen afweging gemaakt te worden. Naast de corrigerende en straffende werking, heeft de sanctiestrategie ook een preventieve rol. Een passende interventie op het goede moment, kan leiden tot betere intrinsieke naleving van de regels door derden.

Hiervoor hanteert de gemeente Bunschoten de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) die is opgesteld in oktober 2022 en inwerking is getreden tegelijkertijd met de Omgevingswet. De LHSO bestaat uit een interventiematrix (zie pagina 34) waarin aan de hand van twee elementen de overtreding wordt ‘geclassificeerd’. Aan de hand van vier stappen kan de handhaver de positie (segment) in de matrix bepalen en conform dat segment handelen. Deze vier stappen zijn op hooflijnen beschreven op de volgende pagina. Een gedetailleerd overzicht van de stappen uit de LHSO is opgenomen in bijlage VI.

Er vindt bij ingewikkelde handhavingszaken afstemming tussen bestuur, ODU, VRU, politie en Openbaar Ministerie plaats over het toepassen van sancties. De afspraken met politie en OM worden afgestemd tijdens de overleggen met de driehoek die op zeer regelmatige basis plaatsvinden. Het toepassen van de LHSO leidt hierin tot loyaal en effectief bestuurs- en/of strafrechtelijk handelen.

Bij het bepalen van de hoogte van een last onder dwangsom en de begunstigingstermijnen sluit de gemeente Bunschoten aan bij de landelijke leidraad voor dwangsommen en begunstigingstermijnen, zoals opgenomen in de LHSO. Deze leidraad wordt toegepast als uitgangspunt om te komen tot een proportionele, consistente en juridisch goed onderbouwde vaststelling van de dwangsomhoogte.

Stappenplan om te komen tot een passende interventie (LHSO):

Stap 1: positionering bevinding in de basisinterventiematrix

De handhaver beoordeelt de (mogelijke) gevolgen van de overtreding voor de fysieke leefomgeving, waaronder milieu, erfgoed, natuur, water, ruimtelijke ordening, veiligheid, gezondheid en dergelijke in de basisinterventiematrix een segment te selecteren. Vervolgens doet de handhaver dit ook voor het tweede element: het typeren van de overtreder. Hierdoor wordt de positie in de interventiematrix bepaald. Indien de handhaver niet in staat is om de overtreder te typeren, dan is typering A het uitgangspunt bij overtredingen waarvan de gevolgen vrijwel nihil zijn (categorie 1) en typering B het uitgangspunt bij overtredingen met beperkte gevolgen, gevolgen van belang of aanzienlijke/onomkeerbare gevolgen (categorie 2, 3 en 4).

De handhaver baseert zijn kwalificatie van de gevolgen op de bevindingen van het toezicht. Als duidelijk is dat de overtreding nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving heeft of kan hebben maar de precieze omgeving daarvan nog niet kan worden vastgesteld, hanteert hij als uitgangspunt dat er gevolgen van belang zijn.

Stap 2: bepalen verzwarende aspecten

Na het positioneren in de basisinterventiematrix dient de handhaver de verzwarende aspecten te beoordelen. Het gaat hier om de toets aan zeven criteria om naast bestuursrechtelijk optreden ook eventueel strafrechtelijk handhaven in te stellen.

  • o

    Onomkeerbare gevolgen/geen herstelsanctie mogelijk;

  • o

    Recidive;

  • o

    Verkregen financieel voordeel (winst of besparing);

  • o

    Combinatie met andere relevante strafbare feiten;

  • o

    Medewerking van deskundige derden (“facilitators”);

  • o

    Waarheidsvinding;

  • o

    Normbevestiging.

Stap 3: optreden aan de hand van de algemene of domein specifieke interventiematrix

De LHSO heeft als uitgangspunt om de meest effectieve interventie in te zetten. Dat betekent in veel gevallen dat kan worden volstaan met een lichte interventie. In andere gevallen brengt de situatie mee dat zo’n lichte interventie geen recht doet, en moet een zwaardere, meer ingrijpende interventie worden gekozen.

Stap 4: bepalen of afstemmingsoverleg nodig is

Indien er is afgesproken dat de bestraffende interventie een strafrechtelijke is, dan wordt die weg ingezet. Indien er sprake is van opzettelijk of zeer nalatig veroorzaken van gevaar aan personen en/of milieu wordt steeds overleg met het OM gevoerd. Afhankelijk van de afspraken vindt er nadere afstemming plaats of niet.

afbeelding binnen de regeling

4.7 Gedoogstrategie

Soms is het niet nodig of wenselijk dat alles op alles wordt gezet om op iedere overtreding te handhaven. Het gedogen van een situatie kan dan een oplossing zijn. Onder gedogen wordt het (voorlopig) achterwege laten van handhaving na het constateren van een overtreding verstaan. Het constateren van een overtreding volgt altijd uit een controle van een toezichthouder. Gedogen is dus niet van toepassing op zaken die niet zijn geconstateerd.

Om te voorkomen dat de gemeente lichtvaardige of willekeurige gedoogsituaties laat ontstaan, stelt de gemeente grenzen aan het gedogen. Gemeente Bunschoten hanteert de volgende criteria bij het beoordelen van een mogelijke gedoogsituatie:

In beginsel wordt niet gedoogd, gedogen is altijd uitzondering

Van de bevoegdheid tot gedogen wordt terughoudend, zorgvuldig en verantwoord gebruik gemaakt. Gedogen kan gerechtvaardigd zijn:

  • Als handhaving zou leiden tot onrechtvaardigheden. Bijvoorbeeld bij de inwerkingtreding van nieuwe wetgeving of overmachtssituaties.

  • Als het achterliggende belang evident beter is gediend met gedogen, bijvoorbeeld door afspraken te maken over wanneer een overtreding zal worden hersteld.

  • Als een zwaarder wegend belang gedogen rechtvaardigt. Bijvoorbeeld wanneer er informele toezeggingen zijn gedaan en een overtreder daardoor op onjuiste regels heeft gehandeld. De vertrouwensbreuk kan dan zwaarder wegen.

De omvang van de gedoogsituatie dient zo beperkt mogelijk te zijn en gedogen is altijd tijdelijk van aard

Het gedogen dient niet langer te duren en niet in grotere mate plaats te vinden dan gerechtvaardigd wordt door de anders optredende onbillijkheid of door het achterliggende of zwaarder wegende belang dat het gedogen rechtvaardigt. Als het gedogen omvangrijk of structureel dreigt te worden, dient heroverweging van de norm zelf plaats te vinden. Onder bepaalde omstandigheden kan gedogen voor langere tijd aanvaardbaar zijn, indien en zolang geen structurele verbetering van de norm mogelijk is.

Zo mogelijk dient de gedoogsituatie te worden gelegaliseerd

Bij gedogen wordt altijd gestreefd naar legalisatie. Het kan ook zijn dat tot gedogen wordt besloten, juist omdat er uitzicht is op legalisatie. Als legalisatie niet mogelijk blijkt, is dit aanleiding om de gedoogbeslissing te heroverwegen.

Gedogen is altijd expliciet en gebaseerd op een kenbare zorgvuldige belangenafweging

Gedogen mag er niet toe leiden dat een afweging die de landelijke wetgever heeft gemaakt, op uitvoerend en handhavend niveau wordt overgedaan. Elk gedoogbesluit moet daarom door het bestuur expliciet en schriftelijk kenbaar worden gemaakt. In dit besluit moet een zorgvuldige belangenafweging naar voren moeten komen, evenals een duidelijke omschrijving van welke voorwaarden er aan de het gedogen worden gesteld.

Voorwaarden voor gedogen

  • Het gedogen vindt uitsluitend actief (dus schriftelijk en onder voorwaarden) plaats. Dit betekent dat passief gedogen niet aanvaardbaar is. Bij actief gedogen is er sprake van een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Dit heeft tot gevolg dat de belangen van alle belanghebbenden in de belangenafweging moeten worden meegenomen.

  • Een gedoogbeschikking wordt alleen afgegeven op schriftelijk verzoek van de overtreder. Het verzoek moet alle relevante informatie bevatten die nodig is om tot een weloverwogen besluit te kunnen komen.

  • De gedoogbeschikking is voorzien van voorwaarden die de omvang en periode van gedogen vastleggen.

  • De beschikking is persoonsgebonden en niet overdraagbaar.

  • Het voldoen aan de gedoogbeschikking wordt periodiek gecontroleerd.

  • Er wordt uitsluitend gedoogd zolang de gedoogvoorschriften niet overtreden worden. Indien de voorwaarden van de gedoogbeschikking worden overtreden, wordt deze ingetrokken en wordt direct overgegaan tot handhavend optreden.

  • Het gedogen mag niet langer voortduren dan voor de huidige overtreder noodzakelijk is.

4.8 Sturing en strategie per taakveld

Tot nu toe is er in de uitvoeringsstrategie geen onderscheid gemaakt naar de taakvelden. In deze paragraaf komt dat onderscheid wel aan de orde. Per VTH- taakveld is de sturing en strategie beschreven. Hierbij is onderscheid gemaakt in de onderstaande zes taakvelden:

  • Bouwen;

  • Ruimtelijke Ordening (RO);

  • Bestaand gebruik bouwwerken;

  • Brandveilig gebruik;

  • Milieu;

  • Openbare ruimte en veiligheid.

Op de volgende pagina’s is een overzicht weergeven, waarin duidelijk is gemaakt wat het taakveld inhoudt en welke taken er bij dat taakveld horen. Ook is beschreven welke ketenpartners een rol hebben in het betreffende taakveld.

Daarnaast is beschreven welke risico’s en aandachtspunten voor het taakveld van toepassing zijn. Tot slot zijn er per taakveld een aantal doelstellingen geformuleerd, ook deze komen voort uit de visie, doelen, leidende principes en de gebieds- en risicoanalyse.

Bouwen

Het taakveld bouwen gaat over alle activiteiten waarvoor je een melding moet doen bij de gemeente of waar een omgevingsvergunning voor nodig is. Denk hierbij aan het bouwen van een huis, het verbouwen aan een monument of mogelijk het plaatsen van een dakkapel en schuur. De gemeente toetst of vergunningaanvragen voor bouwwerken of bijvoorbeeld sloopactiviteiten voldoen aan de regels. Tijdens de bouwwerkzaamheden houden de toezichthouders van de gemeente toezicht op de naleving van de regels.

In dit werkveld gaan de komende jaren ingrijpende veranderingen een rol spelen. De invoering van de ‘Wet kwaliteitsborging voor het bouwen’ vraagt om een andere werkwijze van de gemeenten. Feitelijk verschuift de verantwoordelijkheid in het bouwproces van de gemeente naar deskundige daartoe ingerichte bureaus. Deze nieuwe werkwijze zal gefaseerd ingevoerd worden. Door deze verandering neemt het belang van de bestaande bouwwerken weer toe vanuit toezicht en handhaving. Het is van belang om hiertoe capaciteit te reserveren en op te nemen in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s.

Risicoprioritering

Uit de risicoanalyse komen de volgende activiteiten als zeer hoog (I) en hoog (II) naar voren:

afbeelding binnen de regeling

Bij alle omgevingsvergunningen voor nieuw- en verbouw let de gemeente Bunschoten extra op constructieve- en brandveiligheid, gezondheid en omgevingsveiligheid. De volledige risicomatrix is opgenomen in bijlage II.

Taken

Vergunningverlening en toezicht bij:

  • het bouwen en slopen van een bouwwerk;

  • aanleggen;

  • binnenplanse afwijking ruimtelijke regels van het omgevingsplan (OPA);

  • buitenplanse afwijking ruimtelijke regels van het omgevingsplan (BOPA);

  • installaties;

  • aanleggen of veranderen van een weg;

  • monumenten;

  • in- en uitritten;

  • vellen van een houtopstand;

  • handelsreclame;

  • brandveilig gebruik.

Aandachtspunten

De volgende aandachtspunten komen naar voren uit de visie, doelen, gebiedsanalyse en risicoanalyse:

  • Gebouwen in strijd met het Bbl, vooral constructieve veiligheid, brandveiligheid, isolatie, ventilatie en slopen van asbest;

  • Bouwen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen;

  • Aanleggen van werken zonder omgevingsvergunning. Onveilige situaties door illegale uitritten;

  • Aandacht voor grootschalige verblijfruimtes;

  • Aandacht voor erfgoed en monumenten bij verbouw;

  • Slopen zonder omgevingsvergunning of melding;

  • Aandacht voor duurzaam (circulair) materiaalgebruik en klimaatadaptatie.

Doelen: Bouwen

 

Strategische doelen die van toepassing zijn:

 
  • Wij willen een dienstbare en betrokken gemeente zijn, die meedenkt met haar inwoners en die duidelijkheid en handelingsperspectief kan bieden over wat wel of niet kan;

  • De inwoners van Bunschoten leven in een veilige woon- en/of werkomgeving;

  • Gemeente Bunschoten heeft een gezonde leefomgeving;

  • Wij willen het bewustzijn over de eigen verantwoordelijkheid van inwoners en bedrijven vergroten en zo ook de naleving van de regels bevorderen.

Beleidsdoelen

Indicatoren

Wijze van monitoring

Streefwaarde

1.1 De wijze van toetsen van vergunningen wordt verricht op een uniforme wijze conform de toetsingsstrategie in het vastgestelde VTH-beleid

Aantal getoetste vergunningen conform de toetsingsstrategie (risicogestuurd) en werkprocessen

Resultaten van het toetsingsproces worden genoteerd en opgeslagen op zaakniveau

Alle toetsingen uitgezonderd

de verantwoorde afwijkingen

1.2 De controles worden risicogestuurd uitgevoerd conform de vastgestelde risicomodule

Verdeling van de controles en de vastgestelde risicomodule

Registratie binnen het CLO

Alle objecten worden gecontroleerd,

waarbij de prioriteit ligt bij de

objecten met een groot en

zeer-groot risicoprofiel.

1.3 Risicoactiviteiten die op de lijst in de beleidsregel Wet BIBOB staan, worden getoetst aan BIBOB

Het aantal aanvragen en de gevraagde BIBOB-toets

Het aantal volledig aangevraagde BIBOB-formulieren en bijlagen.

Voor de aanvragen die op lijst

van risicoactiviteiten staan, is een

BIBOB-toets gevraagd.

1.4 Maatschappelijk relevante plannen en projecten worden behandeld op samenhang in de intaketafel/omgevingstafel

Aantal behandelde plannen en projecten

Het aantal adviezen van het RIEC en het LBB.

Minimaal 5 keer per jaar

Ruimtelijke Ordening

Op het gebied van ruimtelijke ordening toets de gemeenten vergunningaanvragen aan het omgevingsplan. Ook houdt de gemeente toezicht op afwijkingen ten opzichte van de leefomgeving. Het programma voor Ruimtelijke Ordening bestaat voornamelijk uit handhaving op illegale situaties en is daarmee repressief. Het taakveld RO behelst daarom vooral een toezichts- en handhavingstaak. Vergunningverlening op het gebied van ruimtelijke ordening gaat over de (binnenplanse of buitenplanse) afwijking van het omgevingsplan (OPA en BOPA).

In dit taakveld kan het onjuist gebruik leiden tot risico’s. Zoals bijvoorbeeld bij het illegaal wonen in een oud bedrijfspand dat daartoe niet geschikt is vanwege brandveiligheid of waarbij de constructieve elementen niet meer toereikend zijn. Soms kan het illegaal gebruik leiden tot een negatieve bijdrage in het landschap zoals bij reclame in het buitengebied.

Het toezicht vindt risicogestuurd plaats op basis van klachten/meldingen. Hiervoor wordt in het uitvoeringsprogramma daarom geen concrete programmering opgesteld, maar is een deel van de capaciteit van de toezichthouders/handhavers voor toezicht op RO vrijgemaakt.

Risicoprioritering

Uit de risicoanalyse komen de volgende activiteiten als zeer hoog (I) en hoog (II) naar voren:

afbeelding binnen de regeling

De volledige risicomatrix is opgenomen in bijlage II.

Taken

(Risicogestuurd) toezicht op:

  • Illegale bouw;

  • Illegale bouw; monumenten inclusief beschermd stads- en dorpsgezicht;

  • Illegale bewoning; permanente bewoning recreatieverblijven;

  • Illegale kamerverhuur;

  • Illegale aanleg;

  • Illegale kap;

  • Illegale reclame;

  • Illegaal gebruik wonen;

  • Illegaal gebruik bedrijf;

  • Illegaal gebruik gronden;

  • Illegaal gebruik bestaande bouw; voldoet niet aan Bouwbesluit;

  • Illegaal slopen;

  • Strijdig met Welstandsbepalingen.

Aandachtspunten

De volgende aandachtspunten komen naar voren uit de visie, doelen, gebiedsanalyse en risicoanalyse:

  • Gebruik van gronden en bouwwerken in strijd met het omgevingsplan;

  • Illegale bouw van diverse functies;

  • Klimaatadaptatie, circulariteit en biodiversiteit;

  • De impact van de energietransitie op het landschap;

  • Illegaal gebruik van recreatiewoningen;

  • Behoud van een goede omgevingskwaliteit, zowel in buitengebied als in de dorpskernen;

  • Kamerverhuur aan arbeidsmigranten;

  • Behoud van de stadsweiden bij verdere woningontwikkeling;

  • Illegale bedrijven en leegstand in het buitengebied.

Doelen: Ruimtelijke Ordening

Strategische doelen die van toepassing zijn:

 
  • Wij willen een dienstbare en betrokken gemeente zijn, die meedenkt met haar inwoners en die duidelijkheid en handelingsperspectief kan bieden over wat wel of niet kan;

  • De inwoners van Bunschoten leven in een veilige woon- en/of werkomgeving;

  • Wij willen het bewustzijn over de eigen verantwoordelijkheid van inwoners en bedrijven vergroten en zo ook de naleving van de regels bevorderen.

Beleidsdoelen

Indicatoren

Wijze van monitoring

Streefwaarde

1.1 Het inzetten van risicogestuurd toezicht

Aantal steekproefinspecties op de RO-activiteiten met een zeer hoog risicoprofiel

Registratie in Chepp

10 steekproeven bij activiteiten met

een zeer hoog risicoprofiel per jaar

1.2 Het informeren van inwoners en bedrijven om strijdigheden in het omgevingsplan signaleren

Aantal projecten waarmee bewustzijn wordt vergroot rondom het werken met het omgevingsplan

Registratie binnen het VTH-team

Minimaal 1 project uit het VTH-

besturingsmodel per jaar

1.3 Het inzetten van vooroverleggen voordat er wordt overgegaan tot handhaving om bewustzijn en draagvlak te vergroten

Het aantal situaties dat middels een vooroverleg wordt opgelost

Registratiebespreking binnen weekstart, waarbij aanvullingen in het CLO van het VTH-team worden gemaakt

Een afname van geconstateerde

strijdige situaties zonder dat

handhavingstraject is ingezet

Bestaande bouw

Als een gebouw eenmaal is gebouwd, is het aan de gemeente om in de gaten te houden of een bouwwerk ook aan de regels blijft voldoen. Daarom houdt de gemeente toezicht in de leefomgeving en kijkt de gemeente naar de staat van bouwwerken en naar de veiligheid van complexe constructies, zoals tribunes van stadions.

Het toezicht vindt risicogestuurd plaats op basis van klachten/meldingen. Hiervoor wordt in het uitvoeringsprogramma daarom geen concrete programmering opgesteld, maar is een deel van de capaciteit van de toezichthouders/handhavers voor toezicht op RO vrijgemaakt.

We volgen de landelijke ontwikkelingen rondom bestaande bouw, en zetten een project op zodra er thematisch toezicht gevraagd wordt op bestaande gebouwen.

Risicoprioritering

Uit de risicoanalyse komen de volgende activiteiten als zeer hoog (I) en hoog (II) naar voren:

afbeelding binnen de regeling

De volledige risicomatrix is opgenomen in bijlage II.

Taken

Vergunningverlening en toezicht bij:

  • het (ver)bouwen van een bouwwerk;

  • installaties;

  • brandveilig gebruik bouwwerken.

Aandachtspunten

De volgende aandachtspunten komen naar voren uit de visie, doelen, gebiedsanalyse en risicoanalyse:

  • Huisvesting voor arbeidsmigranten;

  • Ondermijning-gerelateerde activiteiten;

  • Constructie van zorggebouwen en grote publieksgebouwen, zoals kerken en stadions;

  • Schade door bodemdaling/inklinking.

Doelen: Bestaande bouw

 

Strategische doelen die van toepassing zijn:

  • Wij willen een dienstbare en betrokken gemeente zijn, die meedenkt met haar inwoners en die duidelijkheid en handelingsperspectief kan bieden over wat wel of niet kan

  • De inwoners van de gemeente Bunschoten leven in een veilige woon- en/of werkomgeving

  • Wij willen het bewustzijn over de eigen verantwoordelijkheid van inwoners en bedrijven vergroten en zo ook de naleving van de regels bevorderen

Beleidsdoelen

Indicatoren

Wijze van monitoring

Streefwaarde

1.1 Meer inzicht creëren in de basiskwaliteit van bouwwerken waar minder zelfredzame doelgroepen verblijven

Afstemmen met VRU van controlemomenten waarin (gezamenlijk) inspecties worden uitgevoerd

Registratie binnen het VTH-team en bij VRU

Minimaal 1 (gezamenlijke) controlemoment

per jaar

1.2 Meer inzicht krijgen in ondermijningsactiviteiten door integrale controles uit te voeren bij objecten die in de risicomodule zijn aangeduid als kansrijke objecten

Aantal integrale controles bij objecten die zijn aangeduid als kansrijke ondermijningsobjecten waarbij wordt afgestemd met de politie en RIEC

Registratie binnen het VTH-team, politie, RIEC, Belastingdienst en NLA

Minimaal 4 integrale controles per jaar

1.3 Proactief beheersen van risicovolle objecten

Afstemmen met VRU en ODU van controlemomenten waarin (gezamenlijk) inspecties worden uitgevoerd

Structureel overleg met ODU, VRU en betrokken partij

Minimaal 5 momenten per jaar

Brandveiligheid

Voor bepaalde gebouwen (bijvoorbeeld een kinderdagverblijf, café of hotel) is een omgevingsvergunning voor brandveilig gebruik nodig (vroeger de ‘gebruiksvergunning’). De gemeente stelt dan extra eisen aan de brandveiligheid van een gebouw als dat nodig is. Het kan ook zijn dat er geen vergunning nodig is, maar wel een melding gedaan moet worden. Dit moet bijvoorbeeld voor gebouwen waar meer dan 50 personen tegelijk aanwezig kunnen zijn. Deze eisen voorkomen brand, brandgevaar en ongevallen bij brand.

Bij de controles van de reguliere en tijdelijke gebruiksvergunningen komen overtredingen aan het licht. Als er niet gehandhaafd zou worden dan zouden er door het niet naleven van voorschriften brandgevaarlijke situaties kunnen ontstaan waarbij sprake kan zijn van levensgevaar. Incidenten die daardoor ontstaan geven grote schade aan panden, mensen en dieren.

Risicoklassering

Risico vergrotende elementen waar de VRU extra op let zijn:

  • Kortere-dan-noodzakelijke vluchttijd;

  • Beperkte zelfredzaamheid van bewoners;

  • Hoogbouw met eenzijdige ontvluchting;

  • Brandbare dak- en gevelisolatie;

  • Bewonersleeftijd;

  • Gebouwleeftijd;

  • Gewijzigde gebouwfuncties.

Aandachtspunten

Voor het taakveld brandveiligheid gelden de volgende aandachtspunten:

  • Het geheel of gedeeltelijk blokkeren van vluchtwegen en/of verkeersroutes;

  • Het niet duidelijk aangeven van vluchtwegen;

  • Het niet of niet voldoende beheren van de brandmeld– of ontruimingsinstallatie;

  • Het niet tijdig keuren van kleine blusmiddelen;

  • Gasslangen waarvan de geldigheidsdatum is verlopen;

  • Versiering die niet voldoet aan de juiste brandklasse;

  • Brandveiligheid bij kamerverhuur studenten en gebruik panden voor vluchtelingen, krakers en seizoenarbeiders.

Taken

Vergunningverlening en toezicht bij:

  • het bouwen van een bouwwerk;

  • installaties;

  • brandveilig gebruik bouwwerken.

Doelen

De VRU is verantwoordelijk voor de kwaliteit en uitvoering van de VTH taken rondom het taakveld brandveiligheid. Gemeente Bunschoten stelt beleidsmatig daarom geen doelen. Uiteraard zijn de strategische doelen en uitgangspunten wel van toepassing. Gemeente en VRU zijn hierover blijvend in gesprek met elkaar.

Doelen: Brandveiligheid

 

Strategische doelen die van toepassing zijn:

  • Wij willen een dienstbare en betrokken gemeente zijn, die meedenkt met haar inwoners en die duidelijkheid en handelingsperspectief kan bieden over wat wel of niet kan

  • De inwoners van de gemeente Bunschoten leven in een veilige woon- en/of werkomgeving

  • Wij willen het bewustzijn over de eigen verantwoordelijkheid van inwoners en bedrijven vergroten en zo ook de naleving van de regels bevorderen

Beleidsdoelen

Indicatoren

Wijze van monitoring

Streefwaarde

1.1 Vergroten van de brandveiligheid voor woongebouwen en utiliteitsgebouwen bij vergunningverlening en toezicht

Aantal aanvragen voor woongebouwen en utiliteitsgebouwen ten opzichte van het aantal adviezen van de VRU

Jaarverslag VRU

Aantallen gelijk aan de adviezen per jaar (90%)

1.2 Vergroten van de brandveiligheid voor woongebouwen en utiliteitsgebouwen door toezicht bestaande bouw

Aantal inspecties ten opzichte van de gebouwenlijst

Jaaragenda en Jaarverslag VRU en registratie binnen het VTH-team

Minimaal 2 gezamenlijke controles VRU en

VTH-team per object gedurende het

bouwproces

Milieuactiviteiten

Dit onderdeel heeft betrekking op de milieugevolgen van bedrijfsmatige activiteiten en handelingen. Deze gevolgen zijn uit te drukken in diverse thema’s als lucht, (externe) veiligheid, geluid, afval, bodem, water etc. Voor de uitvoering van deze taken is veel expertise en ervaring nodig. Deze taken zijn dan ook volledig overgedragen aan de Omgevingsdienst Utrecht (ODU).

Binnen het taakveld milieu is het belangrijk om te zorgen voor een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. Dat houdt onder andere in dat de gemeente Bunschoten wil voorkomen dat er verontreiniging ontstaat in de lucht, de bodem of in het wateroppervlak. Ook wil de gemeente hinder door geluid en geur tegengaan. Hierbij stuurt de gemeente op het voorkomen van (veiligheids)risico’s als gevolg van milieu-incidenten, bijvoorbeeld door brand- en ontploffingsgevaar door het verkeerd gebruiken en opslaan van gevaarlijke stoffen te voorkomen.

Met vergunningen en meldingen van bedrijfsmatige activiteiten (alleen bij relevante milieugevolgen) reguleert de gemeente de eventuele negatieve gevolgen van deze activiteiten. Gemeente Bunschoten neemt voorschriften op waarmee zij deze gevolgen kan voorkomen, beperken en/of minimaliseren. Voor de veel voorkomende activiteiten zijn deze voorschriften opgenomen in de landelijke wetgeving. Degene die deze activiteiten uitvoeren zijn dan ook verplicht deze voorschriften na te leven. Hieraan hecht de gemeente Bunschoten veel waarde, mede ook vanuit de eigen verantwoordelijkheid van deze bedrijven.

Deze bedrijfsmatige activiteiten controleert de gemeente Bunschoten ook preventief op het naleven van de voorschriften uit de vergunning en/of landelijke regels. Om de risico’s van de activiteiten in te kunnen schatten, wordt gebruik gemaakt van een risicoanalyse. Dit is een hulpmiddel waarmee met behulp van allerlei scores inschatten wordt welke activiteiten meer of minder inspecties nodig hebben andere activiteiten.

Ook ontvangt de gemeente vanuit de omgeving van deze bedrijfsmatige activiteiten soms meldingen (klachten) over mogelijke hinderlijke situaties. Dit kan als gevolg van storingen in installaties, verstoringen in de aanvoer en afvoerketen waardoor bedrijven buiten de normale openingstijden functioneren, maar ook vanwege het niet naleven van de voorschriften. De ontvangen klachten worden beoordeeld en indien noodzakelijk afgewikkeld met een inspectie.

Taken

Vergunningverlening en toezicht bij:

  • Bedrijfsmatige activiteiten met milieucomponent;

  • Routering gevaarlijke stoffen;

  • Buizen en leidingen gevaarlijke stoffen.

Doelen

De ODU is verantwoordelijk voor de kwaliteit en uitvoering van de VTH taken rondom het taakveld milieu. Gemeente Bunschoten stelt beleidsmatig daarom geen doelen. Uiteraard zijn onze strategische doelen en uitgangspunten wel van toepassing. Gemeente is hierover blijvend in gesprek met de ODU. De doelen van de ODU zijn te vinden in de Beleidsregel Uitvoering- en handhavingstrategie Regio Utrecht.

Risicoklassering

Zoals beschreven in hoofdstuk 3 is de ODU verantwoordelijk voor de risicoanalyse voor milieu-gerelateerde activiteiten. Hieruit komt een prioritering naar voren met de volgende milieubelastende activiteiten in de hoogste risicocategorie:

  • Overlast van geur en geluid in vis- en voedingsindustrie;

  • Het opslaan en gebruiken van gevaarlijke stoffen;

  • Het naleefgedrag bij afvalinzamelaars;

  • Het naleefgedrag bij intensieve veehouderij;

  • Het naleefgedrag bij transport/opslagbedrijven.

Aandachtspunten

De volgende aandachtspunten komen naar voren uit de visie, doelen, gebiedsanalyse en risicoanalyse:

  • Bijdragen aan het verminderen van geurhinder voor een gezonde woon- en leefomgeving, door regulering van geurbronnen;

  • Het beheersen van veiligheid- en gezondheidsrisico’s;

  • Bijdragen aan het per 2030 voldoen aan de laatst vastgestelde EU- normen;

  • Verminderen van geluidshinder voor een gezonde woon- en leefomgeving;

  • Bijdragen aan het duurzaam gebruiken en benutten van bodem- en watersystemen, zodat de leefomgeving beschermd wordt en klimaatbestendig en waterveilig is ingericht;

  • Verbeteren van de waterkwaliteit conform de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) door het voorkomen van lozen van chemische en organische stoffen in water door bedrijven;

  • Het herstel van de biodiversiteit;

  • Bestrijden van milieucriminaliteit op landelijke geprioriteerde thema’s: afvalverwerking, asbest, gewasbeschermingsmiddelen en zeer zorgwekkende stoffen;

  • Stimuleren van circulariteit (grondstofbesparing en afvalpreventie), zolang dat op een veilige en gezonde manier kan;

  • Een zo groot mogelijke bijdrage aan energiebesparing;

  • Bijdragen aan het behouden van een juiste balans tussen het beschermen en benutten van het Utrechtse bodemenergiesysteem en tevens de verdeling van energie en water voor alle eindgebruikers.

Openbare ruimte en veiligheid

Binnen de gemeente worden er jaarlijks diverse vergunningen aangevraagd en afgegeven evenementen, standplaatsen, collecteren en andere activiteiten die plaats vinden in de fysieke leefomgeving. Het toetsingskader hiervoor zijn gemeentelijke regels, zoals de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), maar ook de Alcoholwet, de Wegenverkeerswet en de Wet op Kansspelen.

Vergunningverlening en toezicht voor dit thema is belangrijk. Als de gemeente dat niet doet, kunnen verkeersonveilige situaties ontstaan of kan de openbare ruimte verrommelen. Ook evenementen kunnen zonder vergunning en toezicht leiden tot onveilige en ongezonde situaties, of er kan geluid- en verkeersoverlast door evenementen ontstaan. Gemeente Bunschoten ziet daarnaast toe op hinderlijke gedrag in de openbare ruimte en willen een gevoel van sociale onveiligheid tegengaan.

Analyse veiligheidsmonitor

Ten behoeve van de veiligheidsmonitor wordt tweejaarlijks een enquête uitgezet bij de bewoners. Voor Bunschoten komen uit de veiligheidsmonitor in ieder geval de volgende aandachtspunten naar boven die te maken hebben met de fysieke leefomgeving:

  • Overlast door hondenpoep;

  • Overlast door parkeren;

  • Overlast door te hard rijden.

Risicoklassering

Uit de risicoanalyse komen de volgende onderdelen naar voren met een hoog risico:

 

Gemiddeld effect

Naleef-gedrag

Risicoscore

Alcohol/drugsgebruik

3,7

4

14,7

Parkeeroverlast

2,0

4

8,0

Verstrekking aan minderjarigen

2,2

3

6,5

Drugsoverlast op straat

2,2

3

6,5

Sluitingstijden horeca

2,0

3

6,0

Taken

Vergunningverlening, toezicht en handhaving bij:

  • Alcoholwet;

  • Integrale controles ondermijning;

  • Parkeren ;

  • Evenementen;

  • Afval;

  • APV.

Aandachtspunten

De volgende aandachtspunten komen naar voren uit de visie, doelen, gebiedsanalyse en risicoanalyse en het integraal veiligheidsplan:

  • Toezicht bij evenementen;

  • Doorontwikkeling vergunningverlening op gebied van evenementen en horeca;

  • Handhaving Boa’s op parkeeroverlast en samenwerking met afdeling Openbare Ruimte om duurzame oplossingen te vinden;

  • Een hotspotgerichte en integrale aanpak tegen fietsen zonder verlichting in samenwerking met politie en gemeenten, kijkend naar de mogelijkheden infrastructuur, handhaving en beïnvloeding van gedrag;

  • Extra BOA-inzet op de handhaving van het hondenbeleid om overlast door hondenpoep tegen te gaan;

  • Voldoende toezicht op alcoholverkoop en alcoholgebruik onder jongeren;

  • Een hotspotgerichte en integrale aanpak tegen jeugdoverlast in samenwerking met het jongerenwerk en de politie;

  • Het doorontwikkelen en opstellen van nieuw beleid rondom openbare ruimte en veiligheid;

  • Meer vormgeven aan controles BRP.

5 Monitoring, evaluatie en rapportage

In dit laatste hoofdstuk is ingegaan op de uitvoering van de VTH-taken van de gemeente Bunschoten. In dit hoofdstuk is beschreven hoe de gemeente samenwerkt met onze VTH partners, hoe er monitort kan worden of de doelen worden behaald, de aanpak van de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s en jaarverslagen en wordt ingegaan op de invulling van de samenwerking in de regio.

5.1 Samenwerking en afstemming rondom VTH

Waar dat toegevoegde waarde heeft, voeren wij ons toezicht multidisciplinair en integraal uit en zoeken wij de samenwerking met onze partners. Denk daarbij aan de toezichthouders van andere handhavingsorganisaties (Politie, Belastingdienst, andere gemeenten of andere instanties). Wij voeren dan gezamenlijk op zichzelf staande controles uit, of organiseren bijvoorbeeld een gezamenlijke actiedag. Op deze manier kunnen wij efficiënter en effectiever toezicht houden en blijft de toezichtlast voor burgers en ondernemers lager.

Waar multidisciplinaire of integrale controles niet mogelijk zijn werken wij zoveel mogelijk met signaaltoezicht. Dat houdt in dat als wij tijdens controles voor andere bevoegde gezagen relevante zaken constateren, wij hen daarover zullen informeren. Daarnaast wisselen wij onderling informatie uit. Samenwerking en/of afstemming vindt in ieder geval plaats met de VRU, ODU, politie, OM, belastingdienst, provincie Utrecht en waterschap Vallei en Veluwe. Een volledig overzicht van onze samenwerkingspartners rondom VTH is opgenomen in bijlage VII.

Het signaaltoezicht richt de gemeente Bunschoten ook binnen haar eigen organisatie in: gemeente wil de samenwerking tussen Boa’s en toezichthouders voor bouw- en woningtoezicht intensiveren. Zie hiervoor hoofdstuk 4.

Hieronder is een overzicht opgenomen van de verschillende taken en verantwoordelijke vergunningverleners en toezichthouders:

Taakveld

Verantwoordelijk

Bouwen

Vergunningverleners VTH

Ruimtelijke ordening

Vergunningverleners VTH

Bestaande bouw

Vergunningverleners VTH in samenwerking met VRU

Brandveiligheid

Adviserende rol VRU

Toezichthouders VRU

Milieu

Vergunningverleners ODU

Toezichthouders ODU

Vergunningverlening ODU (vuurwerk)

Openbare ruimte en veiligheid

Vergunningverleners APV

Toezicht en handhaving door Boa’s

Vergunningverlening ODU (vuurwerk)

Bij iedere VTH casus zijn in de praktijk naast de vergunningverleners en toezichthouders ook adviseurs betrokken. Zo heeft de gemeente Bunschoten adviseurs op het gebied van ruimtelijke ordening, integrale veiligheid en ondermijning en milieu in dienst. Daarnaast werkt de gemeente Bunschoten samen met adviseurs bij de ODU en VRU.

5.2 Monitoring

Om de invloed en effecten van de inspanningen op gebied van vergunning, toezicht en handhaving te kunnen te meten, is het noodzakelijk om enkele gegevens vast te leggen in een jaarverslag. Zoals het aantal vergunningen, uitgevoerde controles, aantal en soort overtredingen en bestuurlijke handelingen. Deze gegevens moeten per taakveld worden vastgelegd. Belangrijk hierbij is dat niet alleen de VTH-taken die de gemeente uitvoert worden gemonitord, maar ook de uitbestede taken aan de ODU en VRU. Dit om na te kunnen gaan of de overgedragen taken ook daadwerkelijk worden uitgevoerd.

Monitoring dient twee doelen. Allereerst kan op basis van monitoring achterhaald worden of de geformuleerde doelstellingen behaald zijn. Dit is belangrijk voor de verantwoording en effectiviteit van het beleid. Op de tweede plaats dient monitoring het doel om - zoals reeds vermeld - gegevens/informatie te generen die belangrijk zijn voor het eventuele bijstellen van prioriteiten en de inzet van capaciteit. Om die reden worden in het jaarprogramma uitvoering indicatoren opgenomen die het meten van de doelstellingen mogelijk maakt. Naast het meten op de indicatoren, blijft het ook altijd van belang om kwalitatieve input, die voortkomt uit het dagelijks werk van de medewerkers, te genereren en te evalueren.

Belangrijk bij monitoring is dat het niet enkel gebaseerd is op het vastleggen van aantallen, maar het moet het achterliggende doel monitoren. Dit betekent dat de focus komt te liggen op de outcome: de effecten van de toetsing en toezicht waarbij aan de voorkant de beoogde effecten worden benoemd. Dit vormt de basis voor een betere sturing op de output- en outcomedoelen.

De controles van activiteiten worden vastgelegd in een registratiesysteem. De VRU en ODU houden hun werkzaamheden bij in een separaat registratiesysteem. De registratiesystemen moeten informatie opleveren om een goede balans te ontwikkelen tussen vergunningverlening en toezicht.

Zoals aangegeven wordt er gebruik gemaakt van meerdere registratiesystemen, het is voor ons belangrijk om ook de gegevens van de regionale uitvoeringsdiensten te controleren om zo in staat te zijn hier op te sturen en om te controleren of datgene dat geprogrammeerd is ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Wij blijven bevoegd gezag voor het uitvoeren van vergunningen, toezicht en handhaving, ook voor de uitbestede taken aan de regionale uitvoeringsdiensten.

5.3 Evaluatie en rapportage

Evaluatie is nodig om te kunnen beoordelen of het gevoerde beleid effectief is en of dit beleid uitvoering geeft aan de gestelde prioriteiten en doelen. De gemeente borgt met indicatoren dat de juiste informatie op tafel komt om beleid en programma bij te kunnen stellen. Op basis van deze indicatoren kan gekeken worden hoe doelmatig het proces is. Dit zal gebeuren bij de jaarlijkse evaluatie van het uitvoeringsprogramma, in het jaarverslag.

De evaluatie verzorgt op dat moment de sluiting van de BIG-8 en tevens de opening voor het opnieuw doorlopen van de cyclus. Aan de opbouw van het jaarverslag zijn geen wettelijke eisen gesteld. Wel is gesteld dat de rapportage plaatsvindt over de resultaten van het uitgevoerde beleid. Een consistente opbouw vanuit de probleemanalyse, strategie, programmering en uitvoering is essentieel. Daarnaast is het van belang om ontwikkelingen op het gebied van beleid, wet- en regelgeving, en de fysieke leefomgeving. mee te nemen in de evaluatie, omdat dit het beleid en het uitvoeringsprogramma kan beïnvloeden.

In de verslaglegging staat op welke wijze de voorgenomen activiteiten zijn gerealiseerd. Daarnaast is aangeven in hoeverre zij hebben bijgedragen aan de vastgelegde doelstellingen. In de evaluatie worden daarom de volgende onderdelen gerapporteerd:

  • De monitoringsresultaten van de indicatoren en op basis daarvan een analyse op het voldoen aan de geformuleerde doelstellingen;

  • Analyse van het de te verwachten (prognose) vergunningen;

  • Inzicht in de verbetering dan wel verslechtering van het naleefgedrag van bedrijven of de kwaliteit van de fysieke leefomgeving;

  • Voorstellen voor eventuele bijstellingen in beleid, takenpakket of bedrijvenbestand.

De evaluatie is het laatste onderdeel in het proces van het uitgevoerde beleid en vormt tevens het vertrekpunt voor het nieuw uit te voeren beleid. De evaluatie maakt inzichtelijk welke bijdrage het uitgevoerde beleid heeft gehad ten aanzien van de opgestelde visie en de doelen en geeft inzicht in het naleefgedrag. Deze gegevens kunnen aanleiding geven om de risicoanalyses aan te passen (op basis van naleefgedrag) en doelen bij te stellen. De evaluatie vormt daarnaast een belangrijke basis voor het opstellen van het VTH-uitvoeringsprogramma. Het interbestuurlijk toezicht (IBT) heeft een controlerende rol bij deze evaluatie en rapportage.

5.4 Uitvoeringsprogramma

Het Omgevingsbesluit stelt de eis dat gemeenten jaarlijks een uitvoeringsprogramma opstellen voor de uitvoering van hun taken op het gebied van VTH. Het uitvoeringsprogramma is gebaseerd op het VTH beleid en geeft inzicht in de maatregelen en prioriteiten van onze gemeente voor de desbetreffende jaargang. Het uitvoeringsprogramma gaat ook in op de beschikbare en benodigde capaciteit voor het uitvoeren van de taken in het desbetreffende kalenderjaar. Zoals in dit beleid is aangegeven werkt de gemeente risico- maar ook vraaggestuurd. Om inzicht te geven in de capaciteit en de inzet van onze tijd om onze VTH-taken in te vullen schrijft de gemeente Bunschoten daarom in het uitvoeringsprogramma op:

  • Hoeveel en welke vergunningaanvragen worden verwacht;

  • Welke controles worden verwacht uit te voeren;

  • Welke VTH gerelateerde projecten lopen;

  • Hoeveel klachten en handhavingsverzoeken worden verwacht;

  • Hoeveel fte dit vraagt, en hoeveel fte beschikbaar is.

Eind 2025 is de gemeente Bunschoten een traject gestart om op te gaan werken met een besturingsmodel. In maart 2026 is dit besturingsmodel compleet gevuld met de betreffende risicoanalyses, strategieën, werkprocessen, projecten en VTH-ondersteunende werkzaamheden. Hierin wordt zowel de personeelscapaciteit als financiële capaciteit inzichtelijk gemaakt. Dit besturingsmodel zal jaarlijks worden geactualiseerd op basis van de prognose van het aantal aanvragen, nieuwe inzichten, opkomende trends en ontwikkelingen. De uitkomsten hiervan zullen jaarlijks worden verwerkt in het uitvoeringsprogramma, om zo de verwachte benodigde capaciteit af te zetten tegen de beschikbare capaciteit.

Ondertekening

BIJLAGE I – Wettelijk kader

Grondslag VTH beleid

Het VTH beleid is gestoeld op een wettelijk kader (Ministeriele regeling en Besluit omgevingsrecht) en heeft daarnaast een reikwijdte in taakvelden en verantwoordelijkheden.

Wettelijk kader

Het wet- en normenkader voor het inrichten en uitvoeren van het VTH-beleid is door de jaren heen sterk ontwikkeld. Onderstaand wordt inzicht gegeven in het huidige wet- en normenkader.

Omgevingswet

Op grond van de Omgevingswet (Ow) en het Omgevingsbesluit (Ob) is het aan de bevoegde gezagen om:

  • Zorg te dragen voor een goede kwaliteit van de uitvoerings- en handhavingstaak (artikel 18.20 Ow);

  • Een uitvoerings- en handhavingsstrategie in documenten te hebben met welke doelen worden gesteld en welke werkzaamheden met het oog op die doelen zullen worden verricht (art. 13.5 en art. 13.6 Ob). Dit geldt dus zowel voor de milieutaken* die voor ons door de OD regio Utrecht (ODRU) worden uitgevoerd als voor de zogenaamde Ow-thuistaken.

  • Voor de OD dienen de bestuursorganen die daarin deelnemen uniform VTH-beleid op te stellen (art. 18:23 Ow jo 13.5 Ob). In concreto gaat het dan om het basistakenpakket milieu (BTP).*

*Onder het BTP wordt thans verstaan: de vergunningverlening (uitvoering), het toezicht en de handhaving van omgevingsvergunningen milieu, meldingen Ow/Bal.

Omgevingswet en kwaliteitscriteria

Het wet- en normenkader voor het inrichten en uitvoeren van het VTH-beleid is door de jaren heen sterk ontwikkeld. Onderstaand wordt inzicht gegeven in het huidige wet- en normenkader.

Verbetering van de kwaliteit van de uitvoering van VTH-taken

Per 1 januari 2024 zijn de Wabo en de Wet VTH opgegaan in de Omgevingswet. De uitgangspunten en verplichtingen uit de Wet VTH zijn daarbij voortgezet en verankerd in het stelsel van de Omgevingswet, met name in het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en de Omgevingsregeling. Hierin is vastgelegd dat gemeenten en provincies verantwoordelijk blijven voor de kwaliteit van de uitvoering van hun VTH‑taken.

Gemeenten zijn verplicht de uitvoering van het wettelijk vastgestelde basistakenpakket VTH onder te brengen bij een omgevingsdienst. Deze verplichting wordt lokaal geborgd via een verordening kwaliteit VTH. Het bevoegd gezag blijft daarbij verantwoordelijk voor besluitvorming en bestuurlijke afwegingen, terwijl de omgevingsdienst zorgt voor de uitvoering. Voor de niet‑basistaken geldt een algemene zorgplicht: bestuursorganen moeten ervoor zorgen dat ook deze VTH‑taken deskundig, onafhankelijk en continu worden uitgevoerd.

Het interbestuurlijk toezicht (IBT) door de provincie ziet toe op de naleving van deze kwaliteitsverplichtingen. Het onderbrengen van het basistakenpakket bij omgevingsdiensten beoogt te waarborgen dat complexe en specialistische VTH‑taken efficiënt en effectief worden uitgevoerd door deskundige professionals, met voldoende schaalgrootte, kennis en continuïteit. Daarmee draagt het stelsel van de Omgevingswet bij aan een betrouwbare overheid en een betere bescherming van de fysieke leefomgeving.

Instrumentele en procesmatige borging

De kwaliteitscriteria zijn opgenomen in de kwaliteitscriteria 3.0 en de Omgevingswet. De kwaliteitscriteria vormen het fundament om tot een adequate uitvoering van de VTH-taken te komen. Deze kwaliteitscriteria bestaan uit twee sets aan criteria:

  • 1.

    Voor kritieke massa adresseren dit vakmanschap in termen van voldoende opleiding, kennis, werkervaring en competenties en het onderhouden en borgen daarvan;

  • 2.

    De procescriteria dragen zorgen voor een sluitende beleidscyclus en de kwaliteitsborging van de verschillende stappen daarin. Het doel van de procescriteria is om het proces, de output en outcome te verbeteren.

De procescriteria van de kwaliteitscriteria 3.0 zijn in het Bbl geborgd. Daarmee is de beleidscyclus voor de uitvoering van de VTH-beleidstaken juridisch vastgelegd.

afbeelding binnen de regeling

De ODU past bij de uitvoering van toezicht en handhaving de Uniforme Handhavingsstrategie Omgevingswet (UHS) toe. De UHS biedt een eenduidig en transparant afwegingskader voor het bepalen van passende handhavingsmaatregelen. Daarbij wordt gestuurd op naleving, proportionaliteit en effectiviteit, met oog voor de doelen van de Omgevingswet: een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving. De ODU handelt risicogericht, consistent en zorgvuldig, waarbij maatwerk mogelijk is en samenwerking met partners centraal staat.

BIJLAGE II – Uitkomsten risicomatrixen

De in deze bijlage weergegeven prioriteiten (risico’s) zijn de resultaten van de Risicoanalyses. Deze gelden als voorbeeld voor de prioriteiten van de daaropvolgende jaren. De actuele prioriteiten worden vastgesteld in het jaarlijkse VTH uitvoeringsprogramma.

Risicomatrix Bouwen (nieuw- en verbouw)

Geactualiseerd per Q4 2025

Activiteiten Bouw

Totaal

Klasse

GK2-3 Bedrijf > 1.000.000 (inclusief alle uitzonderingen art. 2.17 Bbl)

33,4

I

GK2-3 Publiek > 1.000.000

31,9

I

Kinderdagverblijf

31,6

I

Gezondheidszorgfunctie zonder bedgebied

29,4

I

GK2-3 Publiek 100.000 - 1.000.000

29,4

I

GK1 Bedrijf > 1.000.000

29,3

I

Gezondheidszorgfunctie met bedgebied

29,2

I

(Basis) Onderwijsfunctie/ Buitenschoolse Opvang

28,9

II

GK2-3 Bedrijf 100.000 - 1.000.000 (inclusief alle uitzonderingen art. 2.17 Bbl)

28,5

II

Monumenten (Rijks, gemeentelijk en beschermd stadsgezicht)

28,3

II

GK2-3 Wonen > 1.000.000 (inclusief alle uitzonderingen art. 2.17 Bbl)

27,9

II

GK1 Bedrijf 100.000 - 1.000.000

26,6

II

GK2-3 Publiek < 100.000 (inclusief verbouwingen)

26,5

II

GK2-3 Bedrijf < 100.000 (inclusief alle uitzonderingen art. 2.17 Bbl)

24,3

III

GK2-3 Wonen 100.000 -1.000.000 (inclusief alle uitzonderingen art. 2.17 Bbl)

24,2

III

Tijdelijke bouwwerken Bedrijf

22,0

III

Tijdelijke bouwwerken Wonen

21,9

III

Tijdelijke bouwwerken Publiek

21,8

III

GK1 Wonen > 1.000.000

20,5

III

GK1 Wonen 100.000 -1.000.000

20,4

III

GK2-3 Wonen < 100.000 (inclusief alle uitzonderingen art. 2.17 Bbl)

20,1

III

Slopen (> 10 m³ en geen asbest)

19,3

IV

Bouwwerken geen gebouw zijnde GK 2-3

18,0

IV

GK1 Wonen < 100.000 (inclusief verbouwingen)

17,3

IV

GK1 Bedrijf < 100.000 (inclusief verbouwingen)

15,9

IV

Bouwwerken geen gebouw zijnde GK 1

12,9

V

Risicomatrix Ruimtelijke ordening

Geactualiseerd per Q4 2025

Activiteiten Ruimtelijke Ordening

Totaal

Klasse

Illegaal bouwen bedrijfswoningen, buitengebied

35,9

I

Illegale bouw recreatiewoonverblijven

34,1

I

Illegaal bouwen bedrijfswoningen, overig

33,1

I

Illegale bouw woningen, overig

32,5

I

Illegale feestschuren en/of keten/horeca-activiteiten

30,9

I

Illegale bouw woningen, buitengebied

30,1

I

Permanent gebruik/bewoning van recreatiewoningen

30,0

II

Illegale bouw woningen, Industrieterrein

29,1

II

Illegaal bouwen bedrijfswoningen, industrieterrein

28,7

II

Illegale bouw woningen, stads-/dorpscentrum

28,2

II

Illegale bouw woningen, woonwijk

28,2

II

Illegaal bouwen woning (mantelzorg, wooneenheden, splitsing, bedrijfswoning)

27,7

II

Illegale uitvoering werken en werkzaamheden, buitengebied overig

27,1

II

Illegaal gebruik van woning (mantelzorg, wooneenheden, splitsing, bedrijfswoning)

26,2

II

Illegaal gebruik verblijfsrecreatieterreinen (horeca, detailhandel, kampeermiddelen)

25,8

II

Illegale bedrijven woonwijk

25,7

II

Illegaal bouwen aan, in of bij (Rijks)monument

25,7

II

Illegaal graven en dempen sloten, buitengebied

25,4

II

Illegaal gebruik /bouwen openbare (gemeente)grond

24,7

III

Illegaal aanbrengen/verwijderen houtopstanden, buitengebied

24,4

III

Illegaal gebruik van agrarische gronden en opstallen

24,3

III

Illegaal creëren zand- en grondopslag

24,2

III

Illegaal bouwen windturbines, overig

24,1

III

Illegale bouw bijgebouwen, buitengebied

23,8

III

Illegale gebruik van gemeentelijke gebouwen

23,8

III

Illegale bouw bij agrarische bedrijven

23,7

III

Illegale intensieve veehouderijen

23,6

III

Illegale bedrijven buitengebied

23,3

III

Illegale paardenbakken/manegeactiviteiten, buitengebied

23,2

III

Illegale ontgrondingen, buitengebied

23,0

III

Illegale bedrijven industrieterrein

22,8

III

Illegaal bouwen windturbines, buitengebied

22,0

III

Illegaal gebruik bed- and-breakfast

21,8

III

Illegale wijzigingen onbebouwde (rijks)monumenten

21,8

III

Illegale bouw telecommunicatie, buitengebied

21,6

III

Illegale plaatsing (sta)caravans

21,5

III

Illegale ontgrondingen, overig

21,3

III

Illegaal graven i.s.m. archeologie

21,0

III

Illegale aanleg van oppervlakteverhardingen, buitengebied

20,9

III

Rommelerven (staat van open erven en terreinen)

20,9

III

Illegaal onderhoud en renovatie/restauratie (Rijks)monument

20,8

III

Illegale aanbouw-uitbouw woning

20,7

III

Illegale detailhandel op perceel/gebouw

20,5

III

Illegale verkoop op perceel/gebouw industrieterrein

20,5

III

Illegale verkoop op perceel/gebouw woonwijk

20,5

III

Illegale bouw telecommunicatie, stads-/dorpscentrum

20,5

III

Illegale aanplant boomgaarden

20,4

III

Overschrijden termijn tijdelijk gebruik

20,2

III

Illegale bedrijfssplitsing

20,2

III

Illegale aanbouw-uitbouw woning industrie terrein

20,1

III

illegaal zeecontainers overig gebieden

20,1

III

Illegaal inpandige wijziging (Rijks)monumenten

19,7

IV

Bouwen in strijd met Bbl voorzieningen

19,7

IV

Illegale bouw telecommunicatie, industrieterrein

19,5

IV

Illegale bouw telecommunicatie, overig

19,5

IV

Illegale bouw bijgebouwen, stads-/dorpscentrum

19,4

IV

Illegaal bouwen voor voorgevelrooilijn

19,3

IV

Illegaal bouwen bij of aan gemeentelijke gebouwen

19,2

IV

Illegale zeecontainers industrieterrein

18,8

IV

Illegale bouw bijgebouwen, industrieterrein

18,4

IV

Illegale aanbouw-uitbouw woning buitengebied

18,3

IV

Illegale bouw telecommunicatie, woonwijk

17,9

IV

Illegale reclame, woonwijk

17,8

IV

Illegale zwembaden

17,6

IV

Ingebruiknemen gebouwen zonder opleveringscontrole

17,5

IV

Illegale reclame, buitengebied

17,4

IV

Illegale reclameborden in wei

17,4

IV

Indirecte lozingen

17,4

IV

Illegale reclame, stads-/dorpscentrum

16,9

IV

Bouwen binnen de wettelijke bezwaartermijn

16,8

IV

Illegale bouw bijgebouwen, woonwijk

16,8

IV

Overschrijden termijn tijdelijke bouwwerken

16,6

IV

Illegale reclame, overig

16,5

IV

Illegale aanleg van oppervlakteverhardingen, stads-/dorpscentrum

16,1

IV

Illegale aanleg van oppervlakteverhardingen, overig

16,1

IV

Illegale aanleg van oppervlakteverhardingen, industrieterrein

15,7

IV

Illegale aanbouw-uitbouw woning woonwijk

15,7

IV

Overschrijden termijn tijdelijk gebruik tijdelijke verblijfplaats

15,5

IV

Illegale bouw bijgebouwen, overig

15,4

IV

Bouwen in strijd met welstand

15,1

IV

Flora-en faunawet

15,0

IV

Illegale bouw erfafscheiding, buitengebied

14,6

V

Illegale bouw dakkapel, stads-/dorpscentrum

14,6

V

Illegale bouw dakkapel, woonwijk

14,6

V

Illegale bouw dakkapel, buitengebied

14,6

V

Illegale bouw dakkapel, industrieterrein

14,6

V

Illegale bouw dakkapel, overig

14,6

V

Illegale bouwwerken geen gebouw zijnde

14,0

V

Illegale aanleg van oppervlakteverhardingen, woonwijk

13,3

V

Illegale reclame, industrieterrein

13,2

V

Illegale bouw erfafscheiding, stads-/dorpscentrum

12,7

V

Illegaal aanbrengen/verwijderen houtopstanden, overig

12,7

V

Illegaal aanbrengen/verwijderen houtopstanden, industrieterrein

12,3

V

Illegaal aanbrengen/verwijderen houtopstanden, stads-/dorpscentrum

12,0

V

Illegaal aanbrengen/verwijderen houtopstanden, woonwijk

12,0

V

Illegale bouw erfafscheiding, industrieterrein

11,4

V

Illegale bouw erfafscheiding, woonwijk

11,3

V

Illegale bouw erfafscheiding, overig

10,2

V

Risicomatrix Bestaande bouw

Geactualiseerd per Q4 2025

Objecten Bestaande bouw

Totaal

Klasse

Woningen gebruik 4/6 arbeidsmigranten

44,6

I

Recreatiewoningen

36,1

I

Logiefuncties voor arbeidsmigranten (gebouw)

34,9

I

Woningcorporatie - Woonzorgcomplexen

34,6

I

Woning met zorg - andere woonfunctie voor zorg

33,9

I

Gezondheidsdiensten > 50 pers.

33,3

I

Commerciële kinderopvang (dagopvang/ BSO/ peuterspeelzaal)

33,1

I

Scholen voor 1995 (asbest)

32,7

II

Woning met zorg - andere woonfunctie voor zorg

30,7

II

Woning met zorg -groepszorgwoning 24 uurs zorg

30,4

II

Detailhandel (lichte horeca zoals pizzeria e.d.) met wonen op de verdieping

30,3

II

Horeca (restaurants & cafés) met wonen op de verdieping

30,2

II

Agrarische gebouwen met asbest

28,5

II

Particuliere woningen - voor oorlogs

28,1

II

Woningcorporatie - woningen - voor oorlogs

27,7

II

Woningcorporatie - woningen - jaren 50 - 60

27,5

II

Particuliere woningen - jaren 50 - 60

26,5

II

Particuliere woningen - jaren 70

25,2

II

Rijks- en gemeentemonument

24,3

III

Bed & Breakfast/ camping

24,3

III

Hotel

24,1

III

Woningcorporatie - Hoogbouw flats - jaren 70 - 80

22,9

III

Overige sportaccommodaties

22,6

III

Sporthal

21,9

III

Zwembad openbaar

21,8

III

Bedrijfsverzamelgebouw

21,6

III

Bedrijfsgebouwen/ fabrieken (geen tuinbouw)

21,4

III

Winkelcentra

21,4

III

Buurthuis/ Jongerencentra

21,3

III

Overige agrarische activiteiten

20,9

III

Openbare gebouwen (gemeentekantoor/ bbrandweerkazerne/politiebureau)

20,6

III

Scholen na 1995

20,0

III

Parkeergarages

19,7

IV

Supermarkt

19,3

IV

Kerk

19,3

IV

Kantoren

19,1

IV

Particuliere - Hoogbouw flats - jaren na 95

18,9

IV

Woningcorporatie - Hoogbouw flats - jaren na 95

18,7

IV

Woonwagens

18,7

IV

Woningcorporatie - woningen - jaren 70

18,3

IV

Woningcorporatie - woningen - jaren 80 - 95

18,3

IV

Sociaal cultureel centrum

18,1

IV

Multifunctioneel centrum

18,1

IV

Bibliotheek

17,9

IV

Aula

17,2

IV

Woningcorporatie - woningen - na 1995

15,7

IV

Particuliere woningen - jaren 80 - 95

15,1

IV

Particuliere woningen - na 1995

14,7

V

Infrastructuur - bruggen, tunnels, duikers en hoogspanningsmasten

13,4

V

Agrarische gebouwen zonder asbest

12,6

V

Paardenbakken

12,1

V

Risicomatrix Openbare ruimte en veiligheid

 

Gemiddeld effect

Naleef-gedrag

Risicoscore

Prioritering

Alcohol/drugsgebruik

3,7

4

14,7

Hoog

Parkeeroverlast

2,0

4

8,0

Hoog

Verstrekking aan minderjarigen

2,2

3

6,5

Hoog

Drugsoverlast op straat

2,2

3

6,5

Hoog

Sluitingstijden horeca

2,0

3

6,0

Hoog

Zwerfafval

1,8

3

5,5

Gemiddeld

APV ontheffing geluidshinder

1,8

3

5,5

Gemiddeld

Verontreiniging door honden

1,8

3

5,5

Gemiddeld

Evenementen cat. C

2,7

2

5,3

Gemiddeld

Parkeren grote voertuigen

1,5

3

4,5

Gemiddeld

Lachgasverbod

2,2

2

4,3

Gemiddeld

Aanhangers en recreatievoertuigen

2,0

2

4,0

Gemiddeld

Afvaldumping/ zwerfafval

1,8

2

3,7

Gemiddeld

Markt

1,3

2

2,7

Laag

Standplaatsen

1,2

2

2,3

Laag

Evenementen cat. B

2,0

1

2,0

Laag

Evenementen cat. A

1,7

1

1,7

Laag

Terrassen

1,0

1

1,0

Laag

Ondermijning

 

Gemiddeld effect

Naleef-gedrag

Risicoscore

Prioritering

Witwassen

2,3

2

4,7

Hoog

Drugspanden

2,5

2

5,0

Hoog

Drugsafval

2,7

1

2,7

Gemiddeld

Mensenhandel

2,5

1

2,5

Gemiddeld

BIJLAGE III – Risicomatrix Milieu (ODU)

Toezicht op de milieutaken is door de gemeente uitbesteed aan de Omgevingsdienst Utrecht. De ODU heeft een eigen methodiek om risico’s te prioriteren (zoals s beschreven in hoofdstuk 3) en zetten dit uit in een eigen programma. Onderstaande tabel is tevens als Bijlage O opgenomen in de Beleidsregel Uitvoering- en handhavingstrategie Regio Utrecht.

Activiteiten (artikel)

Score negatief effect (min 0, max 10) met eventueel toelichting

Dierenverblijven: IPPC-installaties Emissiearme dierenverblijven voor landbouwhuisdieren (4.82)

10

Oppervlaktebehandeling met oplosmiddelen (3.2.18)

10

Voedingsmiddelenindustrie (4.28)

9 - Verwarmen van organische materialen; grotere complexen

Zelfstandige afvalwaterzuivering (3.2.17)

9

Het exploiteren van een afvalverbrandingsinstallatie of afvalmeeverbrandingsinstallatie (4.4)

8

Maken van asfalt of asfaltproducten (4.7)

8

Koelinstallatie (3.2.5)

8 - Ammoniak

Een milieustraat (4.51)

8 - Met KCA en gevaarlijke stoffen

In werking hebben van een laboratorium of een praktijkruimte (4.55)

8 - Goed controleren bij eerste controle en daarna aanpassen

Chemisch reinigen van textiel (4.57)

8 - Type oplosmiddel: PER

Mestvergistingsinstallatie (4.88)

8

Opslagtank voor gassen (3.2.7)

7 - Vergunningplichtige hoeveelheden

Opslagtank voor vloeistoffen (3.2.8)

7 - Toxische stoffen

Opslaan van gevaarlijke stoffen in verpakking (3.2.9)

7 - Veel meer dan tabel 4.6, wanneer aanvullende maatregelen nodig zijn (=bijna BRZO)

Handelingen met bedrijfsafval of gevaarlijk afval voorafgaand aan inzameling of afgifte (3.2.13)

7

Aanbrengen van lagen op metalen (4.11)

7 - Metaallagen, zoals verzinken

Aanbrengen van lagen op metalen (4.11)

7 - Anorganische deklagen geen metaal

Schoonbranden van metalen (4.14)

7

Etsen en beitsen van metalen (4.15)

7

Het reinigen, lijmen en coaten van diverse materialen (4.21)

7 - In woonwijken

Verwerken van polyesterhars (4.27)

7

Grootschalig tanken (4.40)

7

Het grootschalig tanken van brandstoffen aan vaartuigen (4.43)

7

Autodemontage en tweewielerdemontage (4.47)

7

Opslaan van autowrakken (4.48)

7

Een zuiveringtechnisch werk (4.49)

7

Chemisch reinigen van textiel (4.57)

7 - Type oplosmiddel: TRI

Gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen of meststoffen op braakliggende landbouwgronden en bij teelt van gewassen in de openlucht (4.64)

7

Het composteren en opslaan van groenafval (4.89)

7 - Grootschalig

Het opslaan van goederen (4.104)

7 - Niet inert i.cm. grote hoeveelheden

Het opstellen van voertuigen, opleggers of aanhangers met gevaarlijke stoffen (4.106)

7 - Ligging openbare ruimte binnen bebouwde kom

Het laden en lossen van schepen (4.107)

7 - Type: gevaarlijke stoffen

Het laden en lossen van schepen (4.107)

7 - Type: los materiaal

Stookinstallatie (3.2.1)

6

Opslagtank voor gassen (3.2.7)

6

Opslagtank voor vloeistoffen (3.2.8)

6 - Brandstoffen

Opslagtank voor vloeistoffen (3.2.8)

6 - Grondwaterbeschermingsgebied

Opslaan van gevaarlijke stoffen in verpakking (3.2.9)

6 - Hoeveelheden en adr code tabel 4.6 activiteitenregeling meer dan

Het proefdraaien van verbrandingsmotoren (4.23)

6 - In woonwijken

Het onderhouden en repareren van verbrandingsmotoren, gemotoriseerde voertuigen, vaartuigen of werktuigen (4.22)

6 - In woonwijken

Het schoonmaken van pleziervaartuigen (4.24)

6

Verwerken van rubbercompounds (4.25)

6

Oplosmiddeleninstallatie (4.34)

6 - Grote omvang

Tanken en opslaan van LPG (4.35)

6

Tanken en opslaan van LNG (4.36)

6

Het reinigen, lijmen en coaten van diverse materialen (4.21)

6 - Schaalgrootte/ hoofdactiviteit

Mestbehandelingsinstallatie (4.87)

6

Het reinigen van werktuigen, voertuigen of apparatuur voor agrarische activiteiten (4.90)

6 - Aanwezigheid van gevaarlijke stoffen (olie/bestrijdingsmiddelen)

Het opstellen van voertuigen, opleggers of aanhangers met gevaarlijke stoffen (4.106)

6 - Type veiligheidssysteem: de grootte van het insluitsysteem: groot

Windturbine (3.2.4)

5 - Bij risicobedrijven en in de nabijheid van gasleidingen

Zelfstandige afvalwaterzuivering (3.2.17)

5 - Rioolgemalen

Grafische processen (4.10)

5 - Zeefdrukken voor grootschalige drukkerij

Stralen van metalen (4.13)

5

Het reinigen, lijmen en coaten van diverse materialen (4.21)

5

Het onderhouden en repareren van verbrandingsmotoren, gemotoriseerde voertuigen, vaartuigen of werktuigen (4.22)

5 - Wel bezoeken onafhankelijk van woonwijk

Voedingsmiddelenindustrie (4.27)

5

Tanken van CNG (4.37)

5

Tanken en opslaan van waterstof (4.38)

5 - Nieuwe ontwikkeling: een onderwerp om goed te blijven volgen

Kleinschalig tanken (4.39)

5 - Grondwaterbeschermingsgebied bij vloeistoffen

Kleinschalig tanken van brandstoffen aan vaartuigen (4.42)

5

Wasstraat of wasplaats (4.44)

5

Het opslaan van verwijderd asbest (4.52)

5 - Hechtgebonden asbest

Het opslaan van verwijderd asbest (4.52)

5 - Niet hechtgebonden asbest

Crematorium (4.54)

5

Behandelen van geoogste gewassen met gewasbeschermingsmiddelen (4.65)

5 - Ligging: grondwaterbeschermingsgebieden

Dierenverblijven: IPPC-installaties Traditionele dierenverblijven (4.82)

5

Opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in mestbassin (4.86)

5

Vullen van gasflessen met propaan of butaan (4.101)

5 - Grootte: bij hoofdactiviteit/ core business

Lozen van koelwater (bij niet vergunningplichtige activiteiten) (4.110)

5 - Onbekend mee (we kennen geen voorbeeld)

Natte koeltoren (3.2.2)

4

Windturbine (3.2.4)

4

Ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (3.2.11)

4

Opslaan van anorganische meststoffen in verpakking (3.2.12)

4 - Mogelijk verdere onderverdeling nodig

Het exploiteren van een afvalverbrandingsinstallatie of afvalverbrandingsinstallatie (4.4)

4 - Buitengebied

Maken van betonmortel (4.8)

4

Vormgeven van betonproducten (4.9)

4

Het mechanisch en thermisch bewerken van metalen (4.18)

4 - In woonwijken i.c.m. grootschalige activiteit

Het mechanisch bewerken van steen (4.19)

4 - In woonwijken

Het proefdraaien van verbrandingsmotoren (4.23)

4

Het verwerken van thermoplastisch kunststof (4.26)

4

Kleinschalig tanken (4.39)

4 - Bij vloeibare brandstoffen

Kleinschalig tanken (4.39)

4 - Gas

Een milieustraat (4.51)

4 - Zonder KCA

Traumahelikopters (4.56)

4

Buitenschietbaan (4.60)

4

Het composteren en opslaan van groenafval (4.89)

4 - Kleinschalig, bv volkstuinen

Vullen van gasflessen met propaan of butaan (4.101)

4

Het opstellen van voertuigen, opleggers of aanhangers met gevaarlijke stoffen (4.106)

4

Vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik (3.2.10)

3

Opslagtank voor vloeistoffen (3.2.8)

3 - Brandstoffen

Het lassen van metalen (4.16)

3

Het solderen van metalen (4.17)

3

Het mechanisch bewerken van diverse materialen (4.20)

3

Voedingsmiddelenindustrie (4.28)

3 - Detailhandel/catering

Verwijderen van graffiti (4.45)

3

Kleiduivenschietbaan (4.61)

3

Het aanmaken en transporteren via vaste leidingen van gewasbeschermingsmiddelen, biociden of bladmeststoffen (4.62)

3 - Uitgegaan van bovengrondse leidingen

Spoelen van niet-biologisch geteelde bloembollen of bloemknollen (4.69)

3

Opslaan van vaste mest, compost of dikke fractie (4.83)

3

Opslaan van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen (4.84)

3

Opslaan van gebruikt substraatmateriaal (4.85)

3

Het reinigen van werktuigen, voertuigen of apparatuur voor agrarische activiteiten (4.90)

3

Grafische processen (4.10)

2

Smelten en gieten van metalen (4.12)

2 - Kleinschalig (in onze regio)

Het mechanisch en thermisch bewerken van metalen (4.18)

2

Het mechanisch bewerken van steen (4.19)

2

Gasdrukregelstation en gasdrukmeetstation (bij niet vergunningplichtige activiteiten) (4.29)

2 - Meldingsplichtig

Het exploiteren van een tandartspraktijk (4.53)

2 - Schaalgrootte: klein

Een jachthaven (4.58)

2

Aanmaken van gewasbeschermingsmiddelen of meststoffen op landbouwgronden (4.63)

2

Behandelen van geoogste gewassen met gewasbeschermingsmiddelen (4.65)

2

Reinigen van verpakkingen voor biologisch geteelde gewassen (4.66)

2

Reinigen van verpakkingen voor niet-biologisch geteelde gewassen (4.67)

2

Assimilatiebelichting (4.75)

2

Bereiden van gietwater (4.80)

2

Het laden en lossen van schepen (4.107)

2 - Type: stuks / containers etc.

BIJLAGE IV – Risicomatrix Brandveiligheid (VRU)

Toezicht Brandveilig gebruik van bouwwerken is door de gemeente uitbesteed aan de VRU (Veiligheidsregio Utrecht). De VRU heeft een eigen methodiek om risico’s te prioriteren (zoals is beschreven in hoofdstuk 3) en zetten dit uit in een eigen programma. Het risicodiagram voor de VRU is ook nu gebaseerd op het risicodiagram in het Nationaal Veiligheidsprofiel 2016, zoals onderstaand getoond. Wat betreft het thema wordt hierin enkel de natuurbrand aangehaald als natuurramp. Branden van bouwwerken zijn hierin niet opgenomen aangezien deze niet vallen onder natuurrampen.

afbeelding binnen de regeling

Van 2019 tot en met 2022 werd eerder onderstaande risicodiagram gehanteerd. Hierin zijn branden, zoals de woning-, gebouw- en buitenbrand aangeduid met een zeer waarschijnlijke kan, maar een relatief beperkt effect. De grote brand heeft een iets minder waarschijnlijke optreedkans, maar een groter effect.

afbeelding binnen de regeling

BIJLAGE V – Toetsings- en toezichtstrategieën

Toetsingsstrategie bouw (vergunningsaanvragen)

Nr

Omschrijving diepgang toetsingsniveau

Nadere uitwerking binnen de genoemde tijdseenheden/percentages

0

Geen toetsing (plannen/aanvragen/meldingen worden ontvangen maar niet inhoudelijk getoetst);

Ingediende bescheiden worden enkel gearchiveerd

1

Conceptuele toetsing (sneltoets: toetsen op de aanwezigheid en de mate van compleetheid van de technische informatie);

De toetser bladert diagonaal door de stukken en bepaalt op basis van ervaring zijn oordeel aangaande het betreffende aspect

2

Globale toetsing (visuele hoofdlijntoets: toetsen of de uitgangspuntenconform de daarvoor gestelde normen zijn uitgevoerd);

Van het aspect worden de uitgangspunten gecontroleerd en wordt gecontroleerd of de uitkomsten realistisch zijn

3

Verdiepende toetsing (representatief: toetsen of informatie klopt en eventuele berekeningen correct zijn uitgevoerd);

Globale toetsing + een verdiepende toetsing op onderdelen/aspecten die door de toetser worden geclassificeerd. Deze onderdelen/aspecten worden inhoudelijk getoetst. Dit kan door een controleberekening uit te voeren.

4

Volledige toetsing (integraal: volledige toetsing op alle onderdelen).

Alle onderdelen/aspecten worden compleet getoetst of opnieuw berekend. 

Het is belangrijk om te weten dat de onderstaande toetsingsstrategie voor vergunningverlening Bouw is opgesteld op basis van de aanpak van de gemeente Bunschoten zelf. Omdat er binnen de gemeente beperkte kennis beschikbaar is over essentiële onderwerpen als constructieve veiligheid en brandveiligheid, wordt bewust gekozen om externe experts in te schakelen. Voor het beoordelen van de constructieve veiligheid wordt dit uitbesteed aan een externe constructeur, Boorsma. De beoordeling van de brandveiligheid wordt uitgevoerd door de VRU, eveneens extern.

Vergunningtype

% tijdsbesteding of urentotaal

Constructieve veiligheid

Brandveiligheid

Gezondheid

Duurzaamheid

Bruikbaarheid

Omgevingsplanactiviteit OPA

Omgevingsplanactiviteit BOPA

GK1 Wonen < 100.000 (inclusief verbouwingen)

100%

5%

10%

10%

5%

10%

60%

GK1 Wonen 100.000 -1.000.000

100%

5%

10%

10%

5%

10%

60%

GK1 Wonen > 1.000.000

100%

5%

10%

10%

5%

10%

60%

GK1 Bedrijf < 100.000 (inclusief verbouwingen)

100%

10%

10%

10%

5%

15%

50%

GK1 Bedrijf 100.000 - 1.000.000

100%

10%

10%

10%

5%

15%

50%

GK1 Bedrijf > 1.000.000

100%

10%

15%

10%

5%

15%

45%

GK2-3 Wonen < 100.000 (inclusief alle uitzonderingen art. 2.17 Bbl)

100%

5%

10%

10%

5%

10%

60%

GK2-3 Wonen 100.000 -1.000.000 (inclusief alle uitzonderingen art. 2.17 Bbl)

100%

5%

10%

10%

5%

10%

60%

GK2-3 Wonen > 1.000.000 (inclusief alle uitzonderingen art. 2.17 Bbl)

100%

10%

10%

10%

5%

10%

55%

GK2-3 Publiek < 100.000 (inclusief verbouwingen)

100%

5%

10%

15%

5%

10%

55%

GK2-3 Publiek 100.000 - 1.000.000

100%

5%

10%

15%

5%

10%

55%

GK2-3 Publiek > 1.000.000

100%

10%

10%

15%

5%

10%

50%

GK2-3 Bedrijf < 100.000 (inclusief alle uitzonderingen art. 2.17 Bbl)

100%

5%

10%

15%

5%

10%

55%

GK2-3 Bedrijf 100.000 - 1.000.000 (inclusief alle uitzonderingen art. 2.17 Bbl)

100%

5%

10%

15%

5%

10%

55%

GK2-3 Bedrijf > 1.000.000 (inclusief alle uitzonderingen art. 2.17 Bbl)

100%

10%

10%

15%

5%

10%

50%

Gezondheidszorgfunctie met bedgebied

100%

10%

15%

15%

5%

10%

45%

Gezondheidszorgfunctie zonder bedgebied

100%

10%

15%

15%

5%

10%

45%

(Basis) Onderwijsfunctie/ Buitenschoolse Opvang

100%

10%

15%

15%

5%

10%

45%

Kinderdagverblijf

100%

10%

15%

15%

5%

10%

45%

Slopen (> 10 m³ en geen asbest)

100%

0%

0%

5%

5%

0%

90%

Tijdelijke bouwwerken Wonen

100%

5%

5%

10%

10%

15%

55%

Tijdelijke bouwwerken Bedrijf

100%

5%

5%

10%

10%

15%

55%

Tijdelijke bouwwerken Publiek

100%

5%

5%

10%

10%

15%

55%

Bouwwerken geen gebouw zijnde GK 1

100%

5%

5%

5%

5%

5%

75%

Bouwwerken geen gebouw zijnde GK 2-3

100%

5%

5%

5%

5%

5%

75%

Monumenten (Rijks, gemeentelijk en beschermd stadsgezicht)

100%

15%

10%

10%

10%

10%

45%

Toetsingsstrategie openbare ruimte en veiligheid

Nr

Omschrijving diepgang toetsingsniveau

Nadere uitwerking binnen de genoemde tijdseenheden/percentages

0

Geen toetsing (plannen/aanvragen/meldingen worden ontvangen maar niet inhoudelijk getoetst);

Ingediende bescheiden worden enkel gearchiveerd

1

Conceptuele toetsing (sneltoets: toetsen op de aanwezigheid en de mate van compleetheid van de technische informatie);

De toetser bladert diagonaal door de stukken en bepaalt op basis van ervaring zijn oordeel aangaande het betreffende aspect

2

Globale toetsing (visuele hoofdlijntoets: toetsen of de uitgangspuntenconform de daarvoor gestelde normen zijn uitgevoerd);

Van het aspect worden de uitgangspunten gecontroleerd en wordt gecontroleerd of de uitkomsten realistisch zijn

3

Verdiepende toetsing (representatief: toetsen of informatie klopt en eventuele berekeningen correct zijn uitgevoerd);

Globale toetsing + een verdiepende toetsing op onderdelen/aspecten die door de toetser worden geclassificeerd. Deze onderdelen/aspecten worden inhoudelijk getoetst. Dit kan door een controleberekening uit te voeren.

4

Volledige toetsing (integraal: volledige toetsing op alle onderdelen).

Alle onderdelen/aspecten worden compleet getoetst of opnieuw berekend. 

Activiteit

Brandveiligheid

Veiligheid

Bouw/milieu

Verkeer en vervoer

Alcoholwet en Opiumwet

Openbare orde

APV ontheffing geluidshinder

0

2

0

0

0

2

Evenementen cat. A

1

2

0

2

0

2

Evenementen cat. B

VRU

2

2

2

3

3

Evenementen cat. C

VRU

4

2

4

3

4

Markt

0

2

0

0

0

1

Sluitingstijden horeca

0

0

0

1

2

4

Standplaatsen

0

2

0

2

0

2

Terrassen

2

2

1

0

2

2

Kleine kansspelen en loterijen

0

0

0

0

0

2

Toezichtstrategie bouw (vergunningsaanvragen)

Nr

Omschrijving diepgang toetsingsniveau

Nadere uitwerking binnen de genoemde tijdseenheden/percentages

0

Geen toezicht (vergunning/melding);

Niet beoordelen of aan een opgenomen voorschrift wordt voldaan

1

Conceptueel toezien Toetsen op uitgangspunten (toets op minimale invulling);

De toezichthouder houdt minimaal toezicht op de meest relevante voorschriften.

2

Globaal toezien Toetsen op uitgangspunten (toets op basisniveau);

De toezichthouder hanteert het basisniveau met betrekking tot toezicht op de meest relevante voorschriften.

3

Verdiepend toezien Toetsen op uitgangspunten (toets op basisniveau+);

De toezichthouder hanteert het basisniveau met betrekking tot toezicht alle voorschriften. Dit kan door een controleberekening uit te voeren.

4

Volledig toezien (integraal: continu toetsing op alle onderdelen).

De toezichthouder ziet continu toe op de naleving van voorschriften (monitoring).

Type controle

% tijdsbesteding of urentotaal

Constructieve veiligheid

Brandveiligheid

Gezondheid (bouwfysica)

Omgevingsveiligheid

Duurzaamheid

Bruikbaarheid

Gebruiksveiligheid

Omgevingsplanactiviteit

GK1 Wonen < 100.000 (inclusief verbouwingen)

100%

10%

10%

10%

5%

5%

5%

5%

50%

GK1 Wonen 100.000 -1.000.000

100%

20%

10%

10%

15%

5%

5%

5%

30%

GK1 Wonen > 1.000.000

100%

30%

10%

10%

15%

10%

5%

15%

5%

GK1 Bedrijf < 100.000 (inclusief verbouwingen)

100%

25%

35%

5%

5%

5%

5%

5%

15%

GK1 Bedrijf 100.000 - 1.000.000

100%

25%

45%

5%

5%

5%

5%

5%

5%

GK1 Bedrijf > 1.000.000

100%

25%

45%

5%

5%

5%

5%

5%

5%

GK2-3 Wonen < 100.000 (inclusief alle uitzonderingen art. 2.17 Bbl)

100%

30%

35%

10%

5%

5%

5%

5%

5%

GK2-3 Wonen 100.000 -1.000.000 (inclusief alle uitzonderingen art. 2.17 Bbl)

100%

40%

30%

5%

5%

5%

5%

5%

5%

GK2-3 Wonen > 1.000.000 (inclusief alle uitzonderingen art. 2.17 Bbl)

100%

50%

20%

5%

5%

5%

5%

5%

5%

GK2-3 Publiek < 100.000 (inclusief verbouwingen)

100%

30%

35%

10%

5%

5%

5%

5%

5%

GK2-3 Publiek 100.000 - 1.000.000

100%

40%

30%

5%

5%

5%

5%

5%

5%

GK2-3 Publiek > 1.000.000

100%

50%

20%

5%

5%

5%

5%

5%

5%

GK2-3 Bedrijf < 100.000 (inclusief alle uitzonderingen art. 2.17 Bbl)

100%

30%

35%

10%

5%

5%

5%

5%

5%

GK2-3 Bedrijf 100.000 - 1.000.000 (inclusief alle uitzonderingen art. 2.17 Bbl)

100%

40%

30%

5%

5%

5%

5%

5%

5%

GK2-3 Bedrijf > 1.000.000 (inclusief alle uitzonderingen art. 2.17 Bbl)

100%

50%

20%

5%

5%

5%

5%

5%

5%

Gezondheidszorgfunctie met bedgebied

100%

40%

40%

3%

3%

3%

3%

3%

3%

Gezondheidszorgfunctie zonder bedgebied

100%

40%

40%

3%

3%

3%

3%

3%

3%

(Basis) Onderwijsfunctie/ Buitenschoolse Opvang

100%

40%

40%

3%

3%

3%

3%

3%

3%

Kinderdagverblijf

100%

40%

40%

3%

3%

3%

3%

3%

3%

Slopen (> 10 m³ en geen asbest)

100%

5%

0%

0%

90%

0%

0%

0%

5%

Tijdelijke bouwwerken Wonen

100%

20%

20%

10%

15%

10%

5%

15%

5%

Tijdelijke bouwwerken Bedrijf

100%

20%

20%

10%

15%

10%

5%

15%

5%

Tijdelijke bouwwerken Publiek

100%

20%

20%

10%

15%

10%

5%

15%

5%

Bouwwerken geen gebouw zijnde GK 1

100%

50%

0%

0%

40%

0%

0%

5%

5%

Bouwwerken geen gebouw zijnde GK 2-3

100%

50%

0%

0%

40%

0%

0%

5%

5%

Monumenten (Rijks, gemeentelijk en beschermd stadsgezicht)

100%

50%

0%

0%

40%

0%

0%

5%

5%

Toezichtstrategie RO en bestaande bouw

Nr

Omschrijving diepgang toetsingsniveau

Nadere uitwerking binnen de genoemde tijdseenheden/percentages

0

Geen toezicht (vergunning/melding);

Niet beoordelen of aan een opgenomen voorschrift wordt voldaan

1

Conceptueel toezien Toetsen op uitgangspunten (toets op minimale invulling);

De toezichthouder houdt minimaal toezicht op de meest relevante voorschriften.

2

Globaal toezien Toetsen op uitgangspunten (toets op basisniveau);

De toezichthouder hanteert het basisniveau met betrekking tot toezicht op de meest relevante voorschriften.

3

Verdiepend toezien Toetsen op uitgangspunten (toets op basisniveau+);

De toezichthouder hanteert het basisniveau met betrekking tot toezicht alle voorschriften. Dit kan door een controleberekening uit te voeren.

4

Volledig toezien (integraal: continu toetsing op alle onderdelen).

De toezichthouder ziet continu toe op de naleving van voorschriften (monitoring).

Activiteit

Brandveiligheid

Constructieve veiligheid

Veiligheid overig (o.a. sociaal)

Hinder omgeving

Impact ruimtelijke kwaliteit

Legaliseerbaarheid

Ondermijning

Melding of handhavingsverzoek

4

4

4

3

3

4

4

Klacht (formeel of informeel)

2

3

2

3

3

2

2

Toezichtstrategie openbare ruimte en veiligheid

Nr

Omschrijving diepgang toetsingsniveau

Nadere uitwerking binnen de genoemde tijdseenheden/percentages

0

Geen toezicht (vergunning/melding);

Niet beoordelen of aan een opgenomen voorschrift wordt voldaan

1

Conceptueel toezien Toetsen op uitgangspunten (toets op minimale invulling);

De toezichthouder houdt minimaal toezicht op de meest relevante voorschriften.

2

Globaal toezien Toetsen op uitgangspunten (toets op basisniveau);

De toezichthouder hanteert het basisniveau met betrekking tot toezicht op de meest relevante voorschriften.

3

Verdiepend toezien Toetsen op uitgangspunten (toets op basisniveau+);

De toezichthouder hanteert het basisniveau met betrekking tot toezicht alle voorschriften. Dit kan door een controleberekening uit te voeren.

4

Volledig toezien (integraal: continu toetsing op alle onderdelen).

De toezichthouder ziet continu toe op de naleving van voorschriften (monitoring).

 

Brandveiligheid

Vergunningsvoorschriften

Veiligheid

Bouw/milieu

Verkeer en vervoer

Alcoholwet en Opiumwet

Openbare orde

Gezondheid

Duurzaamheid

Omgevingskwaliteit

APV ontheffing geluidshinder

0

2

2

0

0

0

2

0

0

0

Evenementen cat. A

1

0

1

0

1

0

2

0

0

0

Evenementen cat. B

VRU

2

0

2

2

3

4

0

1

1

Evenementen cat. C

VRU

2

0

2

0

3

4

0

1

1

Markt

0

1

2

0

0

 

1

0

1

1

Sluitingstijden horeca

0

2

0

0

1

2

2

1

0

0

Standplaatsen

0

1

2

0

2

 

1

0

0

0

Terrassen

2

1

2

1

0

2

1

1

0

0

Kleine kansspelen en loterijen

0

1

0

0

0

0

1

0

0

0

Alcohol/drugsgebruik

0

0

3

0

0

4

3

2

1

0

Parkeeroverlast

0

0

2

0

3

0

0

0

0

3

Verstrekking aan Minderjarigen

0

0

3

0

0

4

3

2

0

0

Drugsoverlast op straat

0

0

3

0

0

4

3

2

1

0

Zwerfafval

0

0

1

0

0

0

0

0

2

2

Verontreiniging door honden

0

0

0

0

0

0

0

0

0

2

parkeren grote voertuigen

0

0

2

0

3

0

0

0

0

3

lachgasverbod

0

0

3

0

0

4

0

2

1

0

Aanhangers en recreatievoertuigen

0

0

2

0

3

0

1

0

0

3

Afvaldumping/ zwerfafval

0

0

0

0

0

0

1

0

3

3

Bijlage VI – Landelijke Handhavingstrategie Omgevingsrecht

Classificeren overtreding

De LHSO bestaat uit een interventiematrix waarin aan de hand van twee elementen de overtreding wordt ‘geclassificeerd’. Hiermee kan de handhaver gericht en effectief tot een selectie van handhavingsinstrumenten komen. Hieronder worden beide elementen toegelicht.

Mogelijke gevolgen overtreding

Een overtreding kan een negatief effect met zich meebrengen. De ernst (= de mate van gevolgen) van de overtreding is daarom bepalend in de wijze waarop je handhaaft.

Typering van (het gedrag van) de overtreder

Indien een overtreding grote gevolgen met zich meebrengt, is overgaan tot strafrechtelijk handhaven niet altijd het meest geschikte instrument. Niet elke overtreding moet met harde hand gestraft worden. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat de overtreder zich niet bewust is van de geldende regels. In een dergelijk geval is het effectiever om informatie over de regelgeving te verstrekken. Het is dus van belang om te kijken naar het gedrag van de overtreder. Dit element blijft voor de handhaver lastig inschatten. Een handhaver heeft immers niet van elk bedrijf inzichtelijk hoe en waarom hij handelt.

Stapsgewijs toepassen LHSO

Beide elementen (mogelijke gevolgen en gedrag van de overtreder) zijn maatgevend in het toepassen van instrumenten voor handhaven. Dit is in de LHSO in een matrix uiteengezet. Deze is op de volgende pagina weergegeven. Aan de hand van vijf stappen kan de handhaver de positie (segment) in de matrix bepalen en conform dat segment handelen.

Stap 1: positionering bevinding in de interventiematrix

De handhaver beoordeelt de (mogelijke) gevolgen van de overtreding voor milieu, water, natuur, veiligheid, gezondheid en/of maatschappelijke relevantie door in de interventiematrix een segment te selecteren. Vervolgens doet de handhaver dit ook voor het tweede element: gedrag van de overtreder. Hierdoor wordt de positie in de interventiematrix bepaald.

Indien de handhaver niet in staat is om het gedrag van de overtreder te typeren, dan is typering B (onverschillig/reactief) het vertrekpunt.

Stap 2: bepalen verzwarende aspecten

Na het positioneren in de interventiematrix dient de handhaver de verzwarende aspecten te beoordelen. Het gaat hier om de toets aan zeven criteria om naast bestuursrechtelijk optreden ook eventueel strafrechtelijk handhaven in te stellen. Onderstaande tabel geeft de criteria weer.

Verzwarende aspecten

Toelichting

Onomkeerbare gevolgen/geen herstelsanctie mogelijk

De overtreder heeft door zijn handelen onherstelbare schade aan de fysieke leefomgeving veroorzaakt of kan de situatie niet meer herstellen, waardoor strafrechtelijke handhaving aangewezen is, zeker wanneer financieel voordeel het doel was of daarmee is behaald.

Recidive

De overtreder is eerder in de fout gegaan en eerdere sancties hadden onvoldoende effect, waardoor bij herhaling – ook in andere regio’s of landen – strafrechtelijke handhaving passend is, zeker als financieel voordeel het motief of gevolg is.

Verkregen financieel voordeel (winst of besparing)

De overtreder heeft door zijn handelen of nalaten financieel voordeel behaald of dit als doel gehad, en wanneer dit voordeel (aanzienlijk) hoger is dan de maximale bestuurlijke boete of wanneer een boete ontbreekt, is strafrechtelijke handhaving aangewezen.

Combinatie met andere relevante strafbare feiten

Andere handelingen zijn gepleegd ter verhulling van de feiten, zoals valsheid in geschrifte, corruptie of witwassen.

Medewerking van malafide deskundigen

De overtreder is bij zijn handelen ondersteund door deskundige derden, zoals vergunningverlenende of certificerende instellingen, keuringsinstanties en brancheorganisaties.

Waarheidsvinding

Indien strafrechtelijk optreden met toepassing van opsporingsbevoegdheden met het oog op de strafrechtelijke waarheidsbevinding en afdoening aangewezen zijn.

Normbevestiging

Het doel van de handhaving ligt in het onder de aandacht brengen van het belang van een bepaalde norm bij de branche of bij het bredere publiek.

Stap 3: optreden met de interventiematrix

De LHSO gaat uit van het principe zo licht mogelijk starten met interveniëren gericht op herstel en het vervolgens snel inzetten van zwaardere interventies als naleving uitblijft. De handhaver gebruikt de interventiematrix als volgt:

  • 1.

    De handhaver kijkt naar de interventies in het segment van deze interventiematrix waarin hij de bevinding eerder met behulp van stap 1 heeft gepositioneerd;

  • 2.

    De handhaver kiest voor de minst zware (combinatie) van de in het betreffende segment opgenomen interventies, tenzij de handhaver motiveert dat een andere (combinatie van) interventie(s) in de betreffende situatie passender is;

  • 3.

    De handhaver zet de betreffende (combinatie van) interventie(s) in totdat sprake is van naleving. Als naleving binnen de door de handhaver bepaalde termijn uitblijft, pakt de handhaver direct door via het inzetten van een zwaardere (combinatie van) interventie(s).

Stap 4: bepalen of afstemmingsoverleg nodig is

Wanneer uit de eerste stappen blijkt dat bestraffing nodig is, wordt in stap 3 beoordeeld of overleg met andere handhavende instanties vereist is, waarbij opzettelijk of ernstig nalatig gedrag richting personen of milieu altijd aanleiding is voor overleg met het OM. Dit overleg, gebaseerd op algemene of domeinspecifieke afspraken, zorgt voor een afgestemde en effectieve inzet van bestuurs- en strafrechtelijke handhaving, waarbij in ernstige gevallen zoals belemmering van toezicht of opzettelijke gevaarsituaties standaard aangifte wordt gedaan.

Stap 5: vastlegging

De doorlopen stappen en genomen beslissingen worden systematisch, verifieerbaar en transparant vastgelegd, zodat duidelijk is dat is voldaan aan juridische beginselen zoals motivering, zorgvuldigheid en het verbod op willekeur of misbruik van bevoegdheid. Daarbij wordt het handhavingsbeleid gevolgd, tenzij gemotiveerd wordt afgeweken, en wordt inzichtelijk gemaakt hoe verzachtende of verzwarende omstandigheden zijn meegewogen, bij voorkeur met behulp van een landelijk gehanteerd verslagleggingsmodel in de gebruikte ICT-systemen.

Het toepassen van de LHSO leidt tot afgestemd en effectief bestuurs- en/of strafrechtelijk handelen.

Bijlage VII – Samenwerkingspartners VTH

afbeelding binnen de regeling

ODU

De fusie van de RUD en de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) tot Omgevingsdienst Utrecht is per 1 januari 2026 in werking getreden. De ODU voert voor de gemeente milieutaken op het gebied van VTH uit. De samenwerkingsafspraken tussen de ODU en de gemeente Bunschoten liggen vast in een dienstverleningsovereenkomst (hierna: Dvo). Het gaat om de uitvoering van zowel de basis- als plustaken. De ODU rapporteert ieder kwartaal en ook jaarlijks over de voortgang van de uitvoering van haar taken voor de gemeente. Ook stelt de ODU jaarlijks een evaluatie en uitvoeringsplan op. Deze zijn in de bijlage te vinden.

afbeelding binnen de regeling

VRU

De VRU adviseert de gemeente Bunschoten in het kader van de vergunningverlening op het gebied van brandveilig gebruik. Ook voert de VRU op dit gebied het toezicht uit. De samenwerkingsafspraken tussen de VRU en de gemeente Bunschoten liggen vast in een Dvo. De VRU rapporteert jaarlijks over de uitgevoerde werkzaamheden en stelt jaarlijks in overleg met de gemeente Bunschoten een jaarplan en evaluatie uitvoeringsplan op.

afbeelding binnen de regeling

Provincie Utrecht

De provincie Utrecht heeft de (wettelijke) taak gekregen om de samenwerking tussen bestuursorganen op het gebied van de VTH-taken te coördineren. In de provincie Utrecht is al jaren een breed samengesteld PMO operationeel. Hiermee wordt invulling gegeven aan de formele eisen. Naast de overheden (gemeenten, provincie, waterschappen, politie, Openbaar Ministerie), landelijke inspectiediensten (NVWA, RWS, Belastingdienst, SZW, ILT) en de Veiligheidsregio, nemen ook een aantal beherende instanties (Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Utrechts Landschap) en belangenorganisaties, zoals Utrechts Particulier Grondbezit deel aan het overleg. Daarnaast neemt de Omgevingsdienst Utrecht als adviseur deel aan het overleg. De provincie Utrecht is bevoegd gezag voor één inrichting in Bunschoten. Omdat hier veel speelt op geurgebied, werken provincie en gemeente zowel op bestuurlijk als ambtelijk niveau samen.

Interbestuurlijk toezicht (IBT)

Hiernaast ziet de Provincie Utrecht toe op of en in hoeverre gemeenten voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen, onder andere op het gebied van het omgevingsrecht. Het IBT richt zich zowel op de taken vergunningenverlening, toezicht en handhaving, als op ruimtelijke ordening, milieu, externe veiligheid en erfgoed/monumenten. Jaarlijks beoordelen zij onze jaarverslagen en uitvoeringsprogramma’s. Hieruit volgt een evaluatie met verbeterpunten, die wij verwerken in onze nieuwe uitvoeringsprogramma’s en jaarverslagen, en uiteindelijk ook meenemen bij de actualisatie van dit beleid.

afbeelding binnen de regeling

Waterschap Vallei en Veluwe

De samenwerking tussen het waterschap Vallei en Veluwe heeft betrekking op het toezicht en handhaving van zaken die grondwater of oppervlaktewater gerelateerd zijn, zoals waterkwaliteit en -kwantiteit, medegebruik van openbaar water en nautisch toezicht op vaarbewegingen.

Er zijn afspraken gemaakt voor het samen bezoeken van bedrijven. In incidentele gevallen wordt gezamenlijk opgetrokken. In dat kader vindt uitwisseling van gegevens plaats. In voorkomende gevallen vindt er signaaltoezicht plaats. Ook wordt samengewerkt tussen gemeente en waterschap om het gebied van indirecte lozingen (discrepantieproject).

afbeelding binnen de regeling

Mooisticht

De gemeente Bunschoten heeft ervoor gekozen extern advies in te winnen van een deskundige voor het oordeel of aan de redelijke eisen van welstand wordt voldaan. De welstandscommissie geeft deze adviezen en de kosten worden voor 100% doorgerekend aan de aanvrager. De welstandsnota dient daarbij als toetsingskader. Onder de Omgevingswet blijft MooiSticht de toets op ruimtelijke kwaliteit verzorgen.

afbeelding binnen de regeling

Politie

Handhaving van de Openbare Orde gebeurt in Bunschoten in eerste instantie door de politie. Voor goed toezicht op de taken in de openbare ruimte is er een duidelijke taakverdeling tussen de politie

(handhaving openbare orde tijdens voetbalwedstrijden, toezicht op uitgaansavonden, verkeren andere veiligheid) en de Boa’s (overige OOV-prioriteiten, vooral in samenhang met APV).

De gemeente houdt periodiek wijkenquêtes over het werkterrein van de politie en de Boa’s. De enquêtes worden ieder jaar in wisselende wijken gehouden. De resultaten van deze enquêtes zijn mede sturend voor het maatwerk toezicht in de wijken.

Ministerie van Justitie en veiligheid

Wanneer de toezichthouders overtredingen constateren, treedt de vastgestelde landelijke handhavingsstrategie (LHSO) in werking. Het bestuurlijke handhavingstraject kan ertoe leiden dat zaken aan het Openbaar Ministerie worden overgedragen voor een strafrechtelijk traject.

Afstemming van VTH beleid met samenwerkingspartners VTH:

Samenwerkingspartners VTH

Wijze van afstemming

Omgevingsdienst Utrecht

Regievoerdersoverleggen (1x per maand)

Veiligheidsregio Utrecht

Overleg complexe bedrijven (1x per maand)

Provincie Utrecht

Accountoverleg bespreken rapportages (2 x per jaar)

Interbestuurlijk Toezicht

Middels ingediende rapportages

Waterschap Vallei en Veluwe

Overleg toezicht (1x per twee weken)

Mooisticht

Accountoverleggen (aantal maal per jaar)

Politie

Provinciaal Samenwerkingsoverleg PSO

Ministerie van Justitie en veiligheid

Overleg op casusniveau

Bijlage VIII – Evaluatie IBT

Verbeterpunt IBT 2024/2025

Duiding verbeterpunt

Prioritering

Motivatie

Uitvoerings- en handhavingsstrategie

Afstemming met andere bestuursorganen

Afstemming met andere bestuursorganen kan nodig zijn als de belangen van andere bestuursorganen door het VTH-beleid worden geraakt.

Regulier

: Het zal naar het OM en Waterschap worden verstuurd. Hierbij zal een tabel worden opgenomen, waarbij per bestuursorgaan inzichtelijk wordt gemaakt hoe de afstemming rondom VTH plaatsvindt. Deze tabel is opgenomen in bijlage VII van het VTH-beleid 2026-2030.

Financiële en personele middelen t.a.v. de doelen en werkzaamheden

Ontbreekt en wordt erkent op pagina 12 van het jaarverslag 2023.

Prioritair

: Het besturingsmodel waarin zowel de personele als financiële capaciteit inzichtelijk wordt gemaakt is samengesteld door input van de VTH-medewerkers van de gemeente Bunschoten. De resultaten voor 2026 zijn opgenomen in het Uitvoeringsprogramma.

Doelen uitvoering en handhaving en de concretisering, meetbaarheid, realisme en tijdgebondenheid

De subdoelen voor ruimtelijke ordening en bestaande bouw zijn onvoldoende SMART geformuleerd en bevatten subdoelen die niet in het VTH-beleid staan. Het stellen van doelen moet in de U&H-strategie plaatsvinden, zoals eerder aangegeven in beoordelingsbrieven.

Prioritair

: Er zijn SMART-doelstellingen opgesteld voor de taakvelden Bouwen, RO, Bestaande bouw en Brandveiligheid. Deze zijn opgesteld in overeenstemming met de herziene risicoanalyses uit het besturingsmodel. De belangrijkste SMART-doelstellingen worden middels een pilot gemonitord binnen programma Chepp.

Voortvloeien doelen uit prioriteitenstelling en/of bestuurlijke keuzes

Voor het taakveld bouwen zijn enkele doelen gerelateerd aan de prioriteitensteling. Voor het overige zijn de doelen nauwelijks gerelateerd aan de prioriteitenstelling. De prioriteiten worden door de gemeente beschouwd als 'aandachtspunten'.

Prioritair

: De SMART-doelstellingen liggen in lijn met de prioriteitenstelling voor de diverse thema’s. Zo wordt bij Bouwen, RO en Brandveiligheid ingezet op risicogestuurd toezicht. Bij bestaande bouw zijn de doelen gelinkt aan de categorieën die hoog scoren in de risicomatrix en daarnaast aan een belangrijke thema van deze risicobeoordeling, namelijk ondermijning.

Motivering werkzaamheden o.b.v. doelen

Per taakveld en in de vergunningen- en toezichtstrategie is in algemene zin aangegeven welke taken worden uitgevoerd. Deze werkzaamheden zijn niet expliciet toegespitst op doelen.

Prioritair

: De SMART-doelstellingen zijn geformuleerd conform het risicogestuurd werken. De werkzaamheden per taakveld focussen zich op de activiteiten en objecten met een relatief hoge risicoklassering.

Inzicht in de criteria die wordt gebruikt bij beoordelingen van omgevingsvergunningen en meldingen

In de vergunningenstrategie wordt verwezen naar de toetsingsmatrix, waardoor het onduidelijk blijft waarop vergunningsaanvragen en meldingen precies beoordeeld worden.

Regulier

: De vergunningsstrategie is de toetsingsmatrix. Deze is voor Bouwen in 2025 herzien door een werksessie met de casemanagers en vergunningverleners.

Werkwijze verlenen omgevingsvergunningen en beoordeling meldingen

Werkwijze t.a.v. Wkb-meldingen is uitvoerig beschreven, maar t.a.v. vergunningsaanvragen en overige meldingen ontbreekt.

Regulier

: Is in 2024 opgesteld en bijgevoegd in bijlage VIII

Handhavingsstrategie

Afstemming met andere instanties belast met strafrechtelijke handhaving

Het vermoeden is dat de afstemming wel plaatsvindt, maar dit is niet expliciet geformuleerd.

Regulier

: Tabel waarbij per bestuursorgaan inzichtelijk wordt gemaakt hoe de afstemming rondom VTH plaatsvindt.

Inzicht in frequentie routinematig toezichthouding

Ontbreekt in de strategie.

Prioritair

: In het beleid zal worden toegevoegd dat de toezichthouders en vergunningsverleners rouleren per vier jaar rouleren om belangenverstrengeling te voorkomen.

Afspraken bestuursorganen onderling met instanties

Gemeente hanteert de LHSO, maar de U&H strategie biedt geen inzicht in afspraken.

Regulier

: Het periodieke overleg is benoemd in het geactualiseerde VTH-beleid 2026-2030. Specifieke afspraken zijn hierbij uitgewerkt.

Inzicht in wijze waarop toezicht op naleving

Voldoet deels.

Prioritair

2026 en verder: Onderzocht wordt welke eventuele aanvulling noodzakelijk is.

Inzicht in wijze waarop toezicht wordt voorbereid

Enkel voor de activiteiten onder de Wkb is dit opgenomen. Voor de overige activiteiten ontbreekt dit.

Prioritair

: Is opgenomen in het geactualiseerde VTH-beleid 2026-2030.

Inzicht in de termijn waarbinnen toezicht na ernstige klacht, ongewoon voorval, overtreding wordt gehouden

Toezicht is afhankelijk van prioritering op basis van omvang, impact en urgentie.

Prioritair

2026: Protocollen voorstellen.

Inzicht in wijze rapportage bevindingen en consequenties

Informatie over de wijze van rapporten door de toezichthouder ontbreekt.

Regulier

: Is gekoppeld aan het werken en rapporteren met Chepp.

Bestuurlijke sancties en termijnen bij het opleggen

Richtlijnen voor dwangsombedragen en begunstigingstermijnen ontbreken.

Regulier

: Dit is opgenomen in het geactualiseerde VTH-beleid.

Uitvoeringsprogramma en evaluatierapportage

Afstemming met andere instanties belast met strafrechtelijke handhaving

Uitvoeringsprogramma meldt dat de samenwerking met handhavingspartners als politie en OM incidenteel is en niet structureel en sterk afhankelijk van projecten en problematiek. Toelichting waarom het wel of niet nodig zou zijn het uitvoeringsprogramma af te stemmen ontbreekt.

Regulier

: Dit is opgenomen in het geactualiseerde VTH-beleid 2026-2030. Hierbij is beschreven in welke situaties wordt geschakeld met politie en OM.

Beschikbaarheid financiële middelden

Uitvoeringsprogramma bevat weergave van beschikbare capaciteit, maar het is niet na te gaan of dit voldoende is. Per taakveld is er wel een prognose van aantallen, maar er zijn geen kengetallen over ureninzet.

Prioritair

: door middel van het Besturingsmodel inzichtelijk gemaakt waarin zowel de personele als financiële capaciteit is uitgewerkt.

Koppeling met doelen uit de strategie

In het uitvoeringsprogramma wordt in zekere mate rekening gehouden met de hoofd- en subdoelen uit de U&H-strategie. De werkzaamheden zijn echter niet duidelijk gekoppeld aan de doelen. Het werkzaamheden zijn daarentegen meer gekoppeld aan de prioriteiten.

Prioritair

: Werkzaamheden zijn gekoppeld aan de geactualiseerde risicoanalyses. Hierbij wordt gewerkt middels de risicogestuurde aanpak.