Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR762634
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR762634/1
Beleidsregel Preventiemaatregelen overlast en openbare orde Gemeente De Bilt 2026
Geldend van 11-06-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsregel Preventiemaatregelen overlast en openbare orde Gemeente De Bilt 2026De burgemeester van Gemeente De Bilt;
gelet op
- •
de Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente De Bilt 2024;
- •
de Gemeentewet, in het bijzonder artikelen 172, 172a, en 172b;
- •
de Algemene Wet Bestuursrecht;
- •
de Wet Politiegegevens, in het bijzonder artikel 16, eerste lid onder d ten tweede;
overwegende
- •
dat de burgemeester verantwoordelijk is voor de openbare orde en veiligheid in zijn gemeente;
- •
dat de burgemeester de openbare orde en veiligheid in zijn gemeente wenst veilig te stellen;
- •
dat de burgemeester, met het oog op de openbare orde en veiligheid, bevoegd is overtredingen van wettelijke voorschriften te beletten;
voorts overwegende
- •
dat de burgemeester met het oog op een juiste, afgewogen en consequente toepassing van zijn bevoegdheden deze beleidsregel wil vaststellen;
- •
dat deze beleidsregel aanvullend op de inzet van sociale partners als sociale wijkteams, jongerenwerk en/of Veilig Thuis is
- •
jeugdigen en jongvolwassenen in toenemende mate messen of andere steekvoorwerpen bij zich dragen in de openbare ruimte, die niet verboden zijn onder de Wet Wapens en Munitie
Besluit vast te stellen de:
Beleidsregel Preventiemaatregelen overlast en openbare orde Gemeente De Bilt 2026
Artikel 1 Definities
|
Overlastgedrag |
feitelijk gedrag, in strijd met een wettelijk voorschrift, waarmee de openbare orde en veiligheid wordt verstoord of in gevaar wordt gebracht. Dit ‘overlastgedrag’ wordt nader aangeduid in bijlage 1 van deze beleidsregel. |
|
Overlastgever |
een natuurlijk persoon, al dan niet ingezetene van De Bilt, die op het grondgebied van de Gemeente De Bilt overlast gevend gedrag vertoont. |
|
Handhavingsmatrix |
de handhavingsmatrix opgenomen in bijlage 3 van deze beleidsregel. |
|
Gebiedsontzegging |
het bevel van de burgemeester aan een persoon waarbij deze een verbod krijgt zich in een bepaald gebied op te houden gedurende een bepaalde periode, zoals bedoeld in de APV, artikel 2:78, eerste lid. |
|
Gebiedsverbod |
het bevel bedoeld in Gemeentewet, artikel 172a, eerste lid, onderdeel a. |
|
Groepsverbod |
het bevel bedoeld in Gemeentewet, artikel 172a, eerste lid, onderdeel b, houdt in dat een persoon zich gedurende een door de burgemeester vastgestelde periode niet in een groep van meer dan een bepaald aantal personen op een openbare plaats mag bevinden. Het groepsverbod onderscheidt zich van een samenscholingsverbod doordat het betrekking heeft op een specifieke persoon, terwijl een samenscholingsverbod geldt voor iedere persoon die zich op een bepaald moment in een groep op een openbare plaats bevindt. |
|
Meldplicht |
het bevel bedoeld in Gemeentewet, artikel 172a, eerste lid, onderdeel c. |
|
Begeleidingsplicht |
het bevel bedoeld in Gemeentewet, artikel 172b, eerste lid. |
|
Dwangsom |
de last onder dwangsom bedoeld in Algemene Wet Bestuursrecht, afdeling 5:3:2. |
|
Gedragsaanwijzing |
de maatregel bedoeld in Wetboek van Strafvordering, artikel 509hh, tweede lid, onder a. |
Artikel 2 Preventiemaatregelen
-
1. Als ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde en veiligheid bestaat, kan de burgemeester preventiemaatregelen opleggen aan een overlastgever. Deze maatregelen zijn:
- a.
een last onder dwangsom, ter bekrachtiging van de in bijlage 1 genoemde verbodsbepalingen
- b.
een groepsverbod
- c.
een meldplicht
- d.
een begeleidingsplicht (voor een minderjarig persoon beneden 12 jaar)
- e.
een gebiedsontzegging c.q. -verbod
- a.
-
2. De preventiemaatregelen, genoemd in het eerste lid, kunnen zowel afzonderlijk als in een combinatie worden toegepast. De handhavingsmatrix, vermeld in bijlage 3, is uitgangspunt voor de toepassing van de preventiemaatregelen.
-
3. De burgemeester legt in beginsel geen preventiemaatregelen op die in strijd zijn met een van kracht zijnde gedragsaanwijzing opgelegd door de Officier van Justitie.
Artikel 3 Overlastgedrag, herhaling en ernstige vrees voor de openbare orde
-
1. Overlastgedrag wordt geacht tot stand te zijn gekomen als uit een proces-verbaal of andere schriftelijke verklaring van een bevoegde opsporingsambtenaar blijkt dat een overlastgever verantwoordelijk is voor een overtreding genoemd in bijlage 1 van deze beleidsregel.
-
2. Overlastgedrag wordt geacht herhaald te zijn, als de betreffende overlastgever in de afgelopen twee jaar tenminste tweemaal, waarvan eenmaal in het afgelopen jaar, overlastgedrag heeft vertoond.
-
3. Ernstige vrees voor de openbare orde en veiligheid wordt geacht te bestaan in geval van een overtreding genoemd in bijlage 1B van deze beleidsregel, gelet op het effect dat dit kan hebben op de openbare orde, op de veiligheid van personen, dieren en goederen, op het maatschappelijk verloop, op de rust en veiligheid, op het welbevinden van anderen, op de veiligheidsbeleving, of op de leefbaarheid.
Artikel 4 De preventieve dwangsom
-
1. De hoogte van de preventieve dwangsom en de duur van de last (looptijd) wordt bepaald door het schema in bijlage 2 van deze beleidsregel.
-
2. Als de overlastgever minderjarig is, of als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze niet in staat is de consequenties van de maatregel te overzien, kan de burgemeester de preventieve dwangsom opleggen aan degene die het gezag over de overlastgever heeft.
Artikel 5 Groepsverbod
-
1. Als een overlastgever in enig groepsverband overlastgedrag vertoont, kan de burgemeester ter voorkoming van overlastgedrag deze overlastgever verbieden zich in enig groepsverband te begeven op een voor het publiek toegankelijke plaats met drie of meer, ongeacht wie, andere personen.
-
2. Bij zijn besluit een groepsverbod op te leggen, wijst de burgemeester de gebieden aan waarbinnen het groepsverbod geldt. Als het overlastgedrag in groepsverband van de betrokkene niet tot één locatie is beperkt, zich verplaatst, of anderszins niet locatie gebonden is, kan de burgemeester met het oog op preventie en risicobeperking meerdere locaties of het gehele grondgebied van de Gemeente De Bilt aanwijzen.
Artikel 6 Meldplicht
-
1. Bij zijn besluit een meldplicht op te leggen, bepaalt de burgemeester de tijdstippen en de plaats van de melding.
-
2. Een meldplicht voor een overlastgever die geen ingezetene van de Gemeente De Bilt is, wordt zo mogelijk opgelegd in de gemeente waar de overlastgever woont. Als de burgemeester van de gemeente waar de overlastgever woont daar niet mee instemt, dan vindt de meldplicht plaats in De Bilt. Als de meldplicht niet wordt nagekomen door de overlastgever dan wordt daarvan melding gemaakt bij de burgemeester, die vervolgens een andere preventieve maatregel zal opleggen.
Artikel 7 Begeleidingsplicht overlastgevers, jonger dan 12 jaar
-
1. Als een overlastgever jonger dan 12 jaar is, en in het afgelopen jaar minstens tweemaal overlastgedrag in een groepsverband vertoonde, kan de burgemeester ter voorkoming van overlastgedrag een begeleidingsplicht opleggen aan degene die het gezag heeft over deze minderjarige.
-
2. De begeleidingsplicht houdt in dat degene die het gezag over de overlastgever heeft, ervoor moet zorgen dat de overlastgever zich tussen 20:00 uur en 06:00 uur niet bevindt op een voor het publiek toegankelijke plaats tenzij deze wordt begeleid door de persoon die het gezag over de overlastgever heeft en/of door een andere in het besluit van de burgemeester aangewezen persoon.
Artikel 8 Ingaan, duur en uitbreiden van preventiemaatregelen
-
1. Bij zijn besluit een preventiemaatregel op te leggen, bepaalt de burgemeester een ingangsdatum. Als feiten en omstandigheden aanleiding geven (bijvoorbeeld wanneer het overlastgedrag verband houdt met seizoenevenementen) kan de burgemeester een ingangsdatum tot één jaar na zijn besluit kiezen.
-
2. Een preventiemaatregel zoals bedoeld in de artikelen 5 en 6 wordt opgelegd voor de duur van ten hoogste drie maanden en kan maximaal drie keer worden verlengd, telkens voor ten hoogste drie maanden.
-
3. De begeleidingsplicht zoals bedoeld in artikel 7 wordt opgelegd voor een duur van ten hoogste drie maanden en kan niet worden verlengd. Tevens kunnen er andere passende processen of interventies worden ingezet om de situatie te adresseren, met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving.
-
4. Met inachtneming van artikel 9 lid 2 kan een preventiemaatregel worden uitgebreid ten nadele van de betrokkene als feiten of omstandigheden daartoe aanleiding geven.
Artikel 9 Opheffen van en nieuwe preventiemaatregelen
-
1. De burgemeester kan een preventiemaatregel geheel of gedeeltelijk opheffen:
- a.
wanneer feiten en omstandigheden daartoe aanleiding geven, en er naar de overtuiging van de burgemeester voldoende garantie is dat de overlastgever zich van overlastgedrag zal onthouden;
- b.
wanneer de teamchef van het politie basisteam en/of de officier van justitie dit verzoekt met het oog op een belang van strafrechtpleging ten aanzien van de overlastgever.
- a.
-
2. Als ten aanzien van een overlastgever een strafrechtelijke gedragsaanwijzing van kracht wordt, heft de burgemeester opgelegde preventiemaatregelen op voor zover deze met de gedragsaanwijzing samenvallen.
-
3. Onverminderd het bepaalde in artikel 8 lid 2, kan de burgemeester, wanneer de termijn is verstreken gedurende welke de preventiemaatregel is opgelegd, opnieuw tot preventiemaatregelen besluiten als overlastgedrag van de betrokkene daartoe aanleiding geeft.
Artikel 10 Samenloop van feiten
Wanneer een inbreuk op de openbare orde en veiligheid, bestaande uit één handeling of uit een voortgezette reeks van handelingen, valt in meer dan één van de bepalingen genoemd in bijlage 1 van deze beleidsregel, dan wordt deze inbreuk gezien als één uiting van overlastgedrag en wordt het zwaarstwegende feit in overweging genomen.
Artikel 11 Politie en Openbaar Ministerie
-
1. De burgemeester informeert de teamchef van het politiebasisteam en de officier van justitie als een preventiemaatregel wordt opgelegd of opgeheven.
-
2. De politie neemt relevante gegevens van de betrokken overlastgever op in de politieregistratiesystemen (bijvoorbeeld in de vorm van een “afspraak op persoon” of een “afspraak op locatie”). De verwerking van deze gegevens vindt plaats in overeenstemming met de Wet politiegegevens (Wpg) en geschiedt via de reguliere werkprocessen en de daarvoor aangewezen politiesystemen.
-
3. Als de politie constateert dat een persoon aan wie een preventiemaatregel is opgelegd overlast gevend gedrag vertoont, maakt zij daarvan een bestuurlijke rapportage op, waarmee zij de burgemeester informeert.
-
4. De politie kan de burgemeester adviseren preventiemaatregelen op te leggen. In dat geval informeert de politie de burgemeester over alle haar bekende relevante feiten en omstandigheden over de overlastgever en diens overlast gevend gedrag via een bestuurlijke rapportage.
-
5. Op verzoek van de teamchef van het politie basisteam en/of de officier van justitie ziet de burgemeester, als een belang van strafrechtpleging dit noodzaakt, af van het opleggen van een preventiemaatregel.
Artikel 12 Hardheidsclausule
-
1. Bij de toepassing van preventiemaatregelen kan de burgemeester afwijken van de handhavingsmatrix als die maatregelen wegens feiten of bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze beleidsregel te dienen doelen. Bij het nemen van het besluit tot het opleggen van preventiemaatregelen, betrekt de burgemeester eventuele bijzondere omstandigheden van de overlastgever bij zijn overwegingen.
-
2. Onder de in de tweede zin van het eerste lid bedoelde bijzondere omstandigheden wordt in elk geval niet verstaan:
- a.
het enkele feit dat een preventiemaatregel voor de overlastgever nadelig of ongewenst is;
- b.
het feit dat een preventiemaatregel consequenties heeft voor de normale maatschappelijke en economische verplichtingen van de overlastgever;
- c.
omstandigheden die door schuld, door verwijtbaarheid of door keuze voor rekening en risico van de overlastgever komen of onder zijn verantwoordelijkheid tot stand kwamen en voor de overlastgever voorzienbaar waren of voorzienbaar hadden kunnen zijn.
- a.
Artikel 13 Bekendmaking, inwerkingtreding, evaluatie, citeertitel
Deze beleidsregel wordt bekendgemaakt in het Gemeenteblad en treedt in werking op de dag na die van bekendmaking. Deze beleidsregel wordt uiterlijk binnen twee jaar na inwerkingtreding geëvalueerd. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de evaluatie eerder plaatsvinden. Op basis van de evaluatie kan de beleidsregel worden herzien. Deze beleidsregel wordt aangehaald als ‘Beleidsregel Preventiemaatregelen overlast en openbare orde Gemeente De Bilt 2026’.
Ondertekening
Gemeente De Bilt, 21-05-2026
De burgemeester van Gemeente De Bilt,
Bijlage 1 Overlastgedrag
Onder ‘overlastgedrag’ wordt verstaan:
A – Lichte feiten
Overtreding van
|
Art. 2.26 APV |
Ordeverstoring bij evenementen |
|
Art. 2.31 lid a APV |
Ordeverstoring in een horecabedrijf |
|
Art. 2.41 APV |
Betreden gesloten woning of lokaal |
|
Art. 2.42 APV |
Plakken of bekladden |
|
Art. 2.44 APV |
Vervoer inbrekerswerktuigen |
|
Art. 2.47 APV |
Hinderlijk gedrag openbare plaatsen |
|
Art. 2.48 APV |
Verboden drankgebruik |
|
Art. 2.49 APV |
Verboden gedrag bij of in gebouwen |
|
Art. 2.50 APV |
Verboden gedrag in publiek toegankelijke ruimten |
|
Art. 4.6 APV |
Overige geluidhinder |
|
Art. 4:18 APV |
Nachtverblijf buiten kampeerterreinen |
|
Art. 426 WvSr |
In staat van dronkenschap de openbare orde verstoren |
|
Art. 428 lid 1 WvSr |
Straatschenderij |
|
Art. 453 WvSr |
Openbare dronkenschap |
|
Art. 461 WvSr |
Verboden toegang onbevoegden |
B – Zware feiten
Overtreding van
|
Art. 2.1 APV |
Samenscholing en ongeregeldheden |
|
Art. 2:50a APV |
Messen en andere voorwerpen als steekwapen |
|
Art. 2.74 APV |
Drugshandel op straat* |
|
Art. 2.74a APV |
Openlijk drugsgebruik |
|
Art. 2.78 APV |
Gebiedsontzegging |
|
Art. 131 WvSr |
Opruiing |
|
Art. 138 WvSr |
Huisvredebreuk |
|
Art. 139 WvSr |
Lokaalvredebreuk |
|
Art. 141 WvSr |
Openlijke geweldpleging |
|
Art. 157 WvSr |
Opzettelijke brandstichting/ontploffing |
|
Art. 179 WvSr |
Ambtsdwang |
|
Art. 180 WvSr |
Wederspannigheid tegen ambtenaar |
|
Art. 184 WvSr |
Negeren bevoegd gegeven ambtelijk bevel |
|
Art. 239 WvSr |
Schending van de eerbaarheid |
|
Art. 267 WvSr |
Belediging ambtenaar in functie |
|
Art. 284 WvSr |
Bedreiging |
|
Art. 285 WvSr |
Bedreiging met geweld |
|
Art. 300 WvSr |
Eenvoudige mishandeling |
|
Art. 302 WvSr |
Zware mishandeling |
|
Art. 310 WvSr |
Eenvoudige diefstal |
|
Art. 311, 4e of 5e lid WvSr |
Diefstal in vereniging, diefstal met braak |
|
Art. 312 WvSr |
Diefstal d.m.v. geweld |
|
Art. 317 WvSr |
Afpersing |
|
Art. 350 WvSr |
Vernieling |
|
Art. 416 WvSr |
Opzetheling |
|
Art. 417bis WvSr |
Schuldheling |
|
Art. 420bis WvSr |
Witwassen |
|
Art. 2 Opiumwet |
Verkopen, vervoeren en aanwezig hebben van harddrugs |
|
Art. 3 Opiumwet |
Verkopen, vervoeren en aanwezig hebben van softdrugs |
|
Art. 10a Opiumwet |
Voorbereidingshandelingen verkoop harddrugs |
|
Art. 13, 22, 26 of 27 WWM |
Bezitten, vervoeren of voorhanden hebben van een verboden wapen |
* Bij de toepassing van deze categorieën wordt te allen tijde rekening gehouden met de ernst van de feiten. Ernstige feiten gaan voor lichte overtredingen bij het bepalen van maatregelen en/of de hoogte van een last onder dwangsom.
Bijlage 2 Last onder dwangsom
- 1.
De hoogte van dwangsommen bedraagt, tenzij de burgemeester met het oog op feiten en omstandigheden van de overlastgever en diens overlastgedrag anders besluit:
- a.
voor overlastgedrag, genoemd in lijst A van bijlage 1 (lichte feiten)
- –
voor de eerste overtreding € 300,--
- –
voor iedere afzonderlijke overtreding, volgend op de eerste overtreding:€ 500,--
- –
- b.
voor overlastgedrag, genoemd in lijst B van bijlage 1 (zware feiten)
- –
voor de eerste overtreding € 3.000, --
- –
voor iedere afzonderlijke overtreding, volgend op de eerste overtreding: € 5.000, --
- –
- a.
- 2.
De dwangsommen worden, tot de duur van de last (looptijd) is verstreken, opgelegd tot een maximum van € 5.000, - in de gevallen onder 1, sub a en € 12.500, - in de gevallen onder 1, sub b is bereikt.
- 3.
De looptijd bedraagt 2 jaar tenzij de burgemeester, met het oog op feiten en omstandigheden van de overlastgever en diens overlastgedrag, tot een andere looptijd van ten hoogste 5 jaar besluit.
De dwangsom is uitgewerkt wanneer het maximumbedrag verbeurd is; ook wanneer de looptijd nog niet is verstreken.
- 4.
Indien de dwangsom door een minderjarige overlastgever wordt verbeurd, worden de onder 1. genoemde bedragen met 50% verminderd. Minderjarigheid is van toepassing wanneer de betrokkene op het moment dat hij overlastgedrag begaat, de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt.
- 5.
De onder 1. genoemde bedragen voor de preventieve dwangsom gelden per 1 januari 2026. De bedragen worden niet aangepast met het consumentenprijsindexcijfer dat het Centraal Bureau voor de Statistiek voor het voorgaande kalenderjaar heeft vastgesteld.
Direct opleggen preventieve dwangsom, ter voorkoming van ernstige feiten:
- 1.
Als ernstige vrees voor de openbare orde en veiligheid bestaat, kan de burgemeester besluiten een preventieve dwangsom op te leggen, op basis van bijvoorbeeld politie informatie, ter voorkoming van overtredingen die de openbare orde en veiligheid op zeer ernstige en/of onomkeerbare wijze zullen schaden.
- 2.
De opgelegde last en hoogte van de dwangsom worden dan door de burgemeester besloten aan de hand van de omstandigheden van het geval. De aanduiding van ‘overlastgedrag’ in bijlage 1 is hierbij niet van toepassing; de opgelegde last kan ook omvatten het beletten van andere overtredingen.
Bijlage 3 Handhavingsmatrix
|
Context |
Stappen |
Maatregelen |
|
Overlast in wijken |
Eerste stap Constatering van overlast |
Reguliere aanpak Via melding overlast door BOA’s of politie (met name overlastgedrag bestaande uit ‘lichte’ feiten) Via bemiddeling door een sociaal-maatschappelijke instelling (bijvoorbeeld: opbouw- of jongerenwerk) |
|
Tweede stap Aanhoudende overlast, reguliere aanpak niet afdoende |
Preventiemaatregelen aankondigen Waarschuwing in brief of in gesprek; mededelen van het voornemen preventiemaatregelen op te leggen. Keuze van preventiemaatregelen is situatie-afhankelijk welke maatregel(en) het meest bijdragen aan het stoppen van de overlast. Bij geconstateerde ernstige problematiek wordt een veilig thuis melding opgesteld. |
|
|
Derde stap Aanhoudende overlast, na aankondiging preventiemaatregelen |
Preventiemaatregelen afwegen en opleggen - Groepsverbod (groepsgewijze overlast) - Gebiedsontzegging c.q. -verbod - Begeleidingsplicht (12-minners) - Meldplicht - Preventieve dwangsom (situatie-afhankelijk en verband houdend met het feitelijke overlastgedrag. Betreft waarschijnlijk de ‘lichte’ feiten uit lijst A in bijlage 1.) |
|
|
Vierde stap Aanhoudende overlast, na opleggen preventiemaatregelen |
Bij overtreding maatregelen Aangifte (WvSr 184), als groepsverbod, gebiedsontzegging c.q. -verbod, begeleidingsplicht of meldplicht wordt overtreden ·Invorderingsbesluit preventieve dwangsom. |
|
|
Overlast in horeca en overlast bij evenementen |
Eerste stap Constatering van overlast |
Vastleggen van overlastgedrag, proces verbaal/bestuurlijke rapportage |
|
Tweede stap Beoordelen herhaaldelijkheid |
Bij herhaaldelijkheid; preventiemaatregelen opleggen: -groepsverbod (groepsgewijze overlast) -gebiedsontzegging c.q. -verbod -begeleidingsplicht (12-minners) -meldplicht -preventieve dwangsom (situatie-afhankelijk en verband houdend met het feitelijke overlastgedrag. Betreft waarschijnlijk de ‘lichte’ feiten uit lijst A in bijlage 1.) |
|
|
Derde stap |
Bij overtreding maatregelen Aangifte (WvSr 184), als groepsverbod, gebiedsontzegging, begeleidingsplicht of meldplicht wordt overtreden • Invorderingsbesluit preventieve dwangsom |
|
|
Recidivisten en veel plegers – Daders van high-impact crimes of geweldsdelicten |
Eerstestap Constatering van overlast |
Opleggen preventieve dwangsom (kan zowel het overlastgedrag in lijst A en B van bijlage 1 omvatten) |
|
Tweede stap Voortgaande overlast, na opgelegde dwangsom |
Preventieve dwangsom Invorderingsbesluit preventieve dwangsom. Beoordelen overige maatregelen Beoordelen toepasbaarheid van meldplicht, groepsverbod en/of gebiedsontzegging c.q. -verbod. Opleggen maatregelen als aan voorwaarden Gemeentewet is voldaan. |
|
|
Derde stap Voortgaande overlast, na opgelegde maatregelen |
Invorderingsbesluit preventieve dwangsom. Aangifte (WvSr 184), als groepsverbod, gebiedsontzegging c.q. -verbod, begeleidingsplicht of meldplicht wordt overtreden. |
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl