Beleidsregels Wet Bibob gemeente Landgraaf 2026

Geldend van 11-06-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels Wet Bibob gemeente Landgraaf 2026

Burgemeester en wethouders en de burgemeester van L a n d g r a a f, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft;

overwegende dat,

de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) tot doel heeft te voorkomen dat bestuursorganen dan wel de gemeente het plegen van strafbare feiten faciliteren/faciliteert en/of faciliteren/faciliteert dat uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen voordeel wordt gebruikt,

de Wet Bibob daartoe aan bestuursorganen dan wel de gemeente de mogelijkheid biedt beschikkingen, vergunningen, ontheffingen of subsidies te weigeren of in te trekken, hieraan voorschriften te verbinden of af te zien van het verstrekken van overheidsopdrachten of van het aangaan van vastgoedtransacties,

een bestuursorgaan dan wel de gemeente in dat kader een eigen onderzoek kan uitvoeren naar de integriteit van de betrokkene en diens omgeving,

gelet op het bepaalde in de Wet Bibob en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht,

gelet op het bepaalde in de Alcoholwet, de Omgevingswet, de Wet op de kansspelen, de Aanbestedingswet 2012, het Burgerlijk Wetboek, de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Algemene plaatselijke verordening gemeente Landgraaf 2023, de Verordening winkeltijden gemeente Landgraaf 2020, de Verordening speelautomaten Landgraaf 1994 en de Algemene subsidieverordening gemeente Landgraaf 2023;

b e s l u i t e n :

I. in te trekken de Beleidslijn voor de toepassing van de Wet bevordering integriteits-beoordelingen door het openbaar bestuur gemeente Landgraaf 2021, vastgesteld op 19 januari 2021;

II. vast te stellen de volgende beleidsregels:

Beleidsregels Wet Bibob gemeente Landgraaf 2026

Hoofdstuk 1 Algemeen

Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen

  • 1. De in deze beleidsregels gebruikte begrippen hebben dezelfde betekenis als zij hebben in de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, voor zover in deze beleidsregels niet anders is bepaald.

  • 2. In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

    • a.

      Apv: Algemene plaatselijke verordening gemeente Landgraaf 2023 (of opvolgende verordening);

    • b.

      bestuursorgaan: de burgemeester onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Landgraaf;

    • c.

      Bibob-vragenformulier: een formulier gebaseerd op de regeling, als bedoeld in artikel 7a, vijfde lid, van de wet;

    • d.

      bouwkosten: het bedrag zoals bedoeld in de gemeentelijke Legesverordening;

    • e.

      eigen ambtelijke informatie: informatie die binnen de gemeentelijke organisatie aanwezig is of informatie die de gemeente in open of gesloten bronnen mag bekijken of aanvragen;

    • f.

      gemeente: het bestuursorgaan, zoals bedoeld onder b, dan wel de rechtspersoon met een overheidstaak gemeente Landgraaf;

    • g.

      LBB: het landelijk Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de wet, dat overheidsorganen desgevraagd adviseert over de mate van gevaar;

    • h.

      RIEC: Regionaal informatie- en expertisecentrum, het regionaal samenwerkingsverband, zoals bedoeld in artikel 28, tweede lid, onder d, van de wet;

    • i.

      wet: de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

Hoofdstuk 2 Beschikkingen

Artikel 2:1 Toepassingsbereik bij bijzondere wetten

  • 1. Een Bibob-toets vindt plaats bij elke aanvraag voor een beschikking als bedoeld in:

    • a.

      artikel 3 Alcoholwet ( Alcoholwetvergunning). Behoudens het bepaalde in het tweede lid vindt geen Bibob-toets plaats indien het betreft:

      • i.

        een aanvraag van een paracommerciële rechtspersoon;

      • ii.

        een aanvraag van een slijtersbedrijf;

      • iii.

        een aanvraag van een reeds bestaand (en vergund) horecabedrijf in verband met wijziging van de ondernemingsvorm, mits de natuurlijke persoon/personen van de onderneming gelijk blijft/blijven en er geen nieuwe personen als ondernemer worden toegevoegd. Voorwaarde is wel dat er bij de eerdere vergunningverlening reeds een Bibob-toets heeft plaatsgevonden, waarbij geen mate van gevaar is gebleken, én dat deze toetsing niet langer dan 2 jaar geleden heeft plaatsgevonden. De hiervoor genoemde voorwaarde dat er geen nieuwe personen als ondernemer mogen worden toegevoegd, geldt niet voor zover er sprake is van toevoeging van de echtgenoot of levenspartner van de bestaande ondernemer(s).

    • b.

      artikel 2:28 Apv ( exploitatievergunning openbare inrichting). Behoudens het bepaalde in het tweede lid, vindt geen Bibob-toets plaats indien het betreft:

      • i.

        een aanvraag van een paracommerciële rechtspersoon;

      • ii.

        een aanvraag van een reeds bestaande (en vergunde) openbare inrichting in verband met wijziging van de ondernemingsvorm, mits de natuurlijke persoon/personen van de onderneming gelijk blijft/blijven en er geen nieuwe personen als ondernemer worden toegevoegd. Voorwaarde is wel dat er bij de eerdere vergunningverlening reeds een Bibob-toets heeft plaatsgevonden, waarbij geen mate van gevaar is gebleken, én dat deze toetsing niet langer dan 2 jaar geleden heeft plaatsgevonden. De hiervoor genoemde voorwaarde dat er geen nieuwe personen als ondernemer mogen worden toegevoegd, geldt niet voor zover er sprake is van toevoeging van de echtgenoot of levenspartner van de bestaande ondernemer(s).

    • c.

      artikel 2:39a Apv ( exploitatievergunning speelgelegenheid);

    • d.

      artikel 3 Verordening winkeltijden gemeente Landgraaf 2020 ( ontheffing winkeltijden), voor zover de aanvraag betrekking heeft op de openstelling van een avondwinkel;

    • e.

      artikel 2:25 Apv ( evenementenvergunning), voor zover het betreft:

      • i.

        een aanvraag voor het organiseren van een vechtsportwedstrijd of –gala, waaronder in ieder geval worden begrepen een gemengd vechtkunstevenement (ofwel Mixed Martial Arts, zoals kooigevechten, vale tudo en freefight), een kickboksevenement én daarmee vergelijkbare activiteiten, waarbij (blijkens de aanvraag) een bezoekersaantal van meer dan 250 personen wordt verwacht;

      • ii.

        een aanvraag voor een evenement waarbij leden van zogenoemde 1% motorclubs (1% MC’s) zijn betrokken dan wel waar sprake is van nauwe verwevenheid daarmee.

      • iii.

        een aanvraag voor een dance-evenement, dat wil zeggen een evenement waar hoofdzakelijk elektronische muziek wordt gemaakt van onder andere de stijlen acid-house, drum and bass, dubstep, hardcore, hardstyle, hardtrance, hiphop, house, industrial, jungle, techno en trance.

    • f.

      artikel 3:3 Apv ( exploitatievergunning seksbedrijf of escortbedrijf);

    • g.

      artikel 2:80 Apv ( vergunning voor de uitoefening van een bedrijf in een door de burgemeester aangewezen gebied of gebouw of voor de uitoefening van een door de burgemeester aangewezen bedrijfsmatige activiteit);

    • h.

      artikel 2 Verordening speelautomaten Landgraaf 1994 ( exploitatievergunning speelautomatenhal).

  • 2. Een Bibob-toets vindt ook plaats bij de hierna onder a t/m g genoemde aanvragen indien sprake is van ambtelijke informatie en/of informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC en/of vanuit het OM, een ander bestuursorgaan of rechtspersoon met een overheidstaak als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob en/of het LBB zoals bedoeld in artikel 11 of 11a van de Wet Bibob, die aanleiding vormt om te vermoeden dat bij de aanvraag sprake is van een gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob:

    • a.

      een aanvraag als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet en/of artikel 2:28 Apv, indien deze is ingediend door een paracommerciële rechtspersoon;

    • b.

      een aanvraag als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet voor de uitoefening van een slijtersbedrijf;

    • c.

      een aanvraag als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet en/of artikel 2:28 van de Apv, ingediend door een reeds bestaande (en vergunde) horecaonderneming in verband met wijziging van de ondernemingsvorm, waarbij de persoon/personen van de ondernemer(s) gelijk blijft/blijven en er geen nieuwe personen als ondernemer worden toegevoegd (met uitzondering van echtgenoot of levenspartner) en waarbij bij de eerdere vergunningverlening reeds een Bibob-toets heeft plaatsgevonden (waarbij geen gevaar is gebleken) én deze toetsing niet langer dan 2 jaar geleden heeft plaatsgevonden;

    • d.

      een aanvraag als bedoeld in artikel 2:25 Apv, voor zover het niet betreft een evenement, zoals bedoeld in het eerste lid, onder e;

    • e.

      een aanvraag als bedoeld in artikel 30a van de Alcoholwet;

    • f.

      een aanvraag als bedoeld in artikel 30b Wet op de kansspelen (aanwezigheidsvergunning kansspelautomaat);

    • g.

      een niet eerdergenoemde aanvraag op grond van de Apv of een bijzondere wet, voor zover de bevoegdheid, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet is toegekend.

Artikel 2:2 Toepassingsbereik bij omgevingsvergunningen

  • 1. Een Bibob-toets vindt plaats bij een aanvraag voor een beschikking als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder a, Omgevingswet en/of artikel 5.1, tweede lid, onder a, Omgevingswet, voor zover de aanvraag betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit voor bouwen en/of op een bouwactiviteit, ten behoeve van:

    • a.

      één of meerdere bouwactiviteit(en) met bouwkosten van € 500.000,- of meer;

    • b.

      één of meerdere bouwactiviteit(en) met bouwkosten tussen de € 50.000,- en € 500.000,- indien de aanvraag ziet op een gebruiksfunctie die valt binnen een van de navolgende risicocategorieën:

      • horecabedrijven (inclusief coffeeshops, hotels, etc.);

      • seksinrichtingen (o.a. prostitutiebedrijven, erotische massagesalons, seksbioscopen, seksautomatenhallen, sekstheaters, parenclubs);

      • escortbedrijven;

      • speelautomatenhallen;

      • afvalopslag-, afvalbewerkings- en afvalverwerkingsbedrijven (waaronder autosloperijen);

      • belwinkels;

      • head-, smart- en growshops;

      • autohandel en autodemontage;

      • transportondernemingen of verhuur van transportmiddelen;

      • kapsalons en barbershops;

      • cadeauwinkels;

      • kamerverhuurbedrijven waarbij sprake is van verhuur van 5 of meer kamers;

      • huisvesting van arbeidsmigranten;

      • opvang van vluchtelingen;

      • zonnestudio’s;

      • nagelstudio's;

      • tattooshops;

      • bedrijfsmatige sauna’s en wellnesscentra;

      • sportscholen/fitnesscentra;

      • goudinkoopbedrijven;

      • pandjeshuizen;

      • darkstores;

      • vuurwerkopslag en -transport;

      • datacenters;

      • energieproductie;

      • bedrijfsmatig aanbieden van zorg;

      • re-integratie-activiteiten;

      • huisvesting van grooms;

      • het fokken of handelen in paarden.

    • c.

      één of meerdere bouwactiviteit(en) met bouwkosten tussen de € 100.000,- en € 500.000,- indien de aanvraag ziet op een gebruiksfunctie die valt binnen een van de navolgende risicocategorieën:

      • garageboxen;

      • sloop- en/of asbestverwijdering;

      • bedrijfsverzamelgebouwen;

      • omzetten/splitsen van woningen/andere panden voor kamerverhuur of realisatie van meerdere woonruimten;

      • aanpassen kantoorpanden of bedrijfsruimten naar woningen;

      • maneges;

      • paardenhouderijen;

      • stoeterijen.

  • 2. Bij meerdere aanvragen als bedoeld in het eerste lid van één aanvrager, binnen een periode van twee jaar, die afzonderlijk onder de “grens” van € 500.000,- blijven, doet de gemeente een Bibob-toets indien die aanvragen tezamen de grens van € 500.000,- overschrijden. De Bibob-toets wordt uitgevoerd bij de aanvraag die de grens overschrijdt.

  • 3. Een Bibob-toets vindt plaats bij een aanvraag voor een beschikking als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder a, Omgevingswet, voor zover de vergunning alleen betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit voor (wijziging) gebruik ( omgevingsplanactiviteit wijziging gebruik), en waarbij de aanvraag ziet op een beoogde gebruiksfunctie die valt binnen een van de risicocategorieën die genoemd zijn in het eerste lid, onder b of c.

  • 4. Een Bibob-toets vindt plaats bij een aanvraag voor een beschikking als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, onder b, Omgevingswet ( omgevingsvergunning milieubelastende activiteit), voor zover het een aanvraag voor één van de volgende milieubelastende activiteiten betreft:

    • Afvalbewerking en afvalverwerking;

    • Afvalrecycling;

    • Mestverwerking;

    • Sloop- en/of asbestverwijdering;

    • Autodemontage.

  • 5. In afwijking van het bepaalde in de leden 1 tot en met 4 vindt geen Bibob-toets plaats:

    • a.

      indien de vergunning is aangevraagd door een rechtspersoon aan wie niet langer dan 2 jaar geleden reeds een omgevingsvergunning is verleend én er in dat kader een Bibob-toets heeft plaatsgevonden en daarbij geen gevaar is gebleken;

    • b.

      indien de vergunning is aangevraagd in het kader van een vastgoedproject waarvan de gemeente initiatiefnemer is en ten behoeve waarvan de gemeente gronden die in haar eigendom waren heeft verkocht aan de partij die het project zal ontwikkelen.

  • 6. Een Bibob-toets vindt voorts plaats bij de hierna onder a t/m d genoemde aanvragen indien sprake is van ambtelijke informatie en/of informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC en/of vanuit het OM, een ander bestuursorgaan of rechtspersoon met een overheidstaak als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob en/of het LBB zoals bedoeld in artikel 11 of 11a van de Wet Bibob, die aanleiding vormt om te vermoeden dat bij de aanvraag sprake is van een gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob:

    • a.

      de aanvraag als bedoeld in artikel 5.1 Omgevingswet, indien deze ziet op een bouwactiviteit of omgevingsplanactiviteit bouwen, voor zover deze niet reeds valt onder de in het eerste lid genoemde gevallen;

    • b.

      de aanvraag als bedoeld in artikel 5.1 Omgevingswet, indien deze ziet op een omgevingsplanactiviteit wijziging gebruik, voor zover deze niet reeds valt onder de in het derde lid genoemde gevallen;

    • c.

      de aanvraag als bedoeld in artikel 5.1 Omgevingswet, indien deze ziet op een milieubelastende activiteit, voor zover deze niet reeds valt onder de in het vierde lid genoemde gevallen;

    • d.

      een niet eerdergenoemde aanvraag als bedoeld in artikel 5.1 Omgevingswet, voor zover de bevoegdheid, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet is toegekend.

Artikel 2:3 Toepassingsbereik bij reeds verleende beschikkingen

Een Bibob-toets vindt plaats met betrekking tot reeds verleende beschikkingen, als:

  • a.

    er een melding als bedoeld in artikel 5.37, tweede lid, Omgevingswet (wijziging vergunninghouder) is ingediend, deze melding betrekking heeft op een omgevingsvergunning als genoemd in artikel 2:2 en zich daarbij één van de volgende situaties voordoet:

    • i.

      vanuit eigen ambtelijke informatie dan wel vanuit informatie van een of meerdere partners binnen het samenwerkingsverband RIEC, zijn er aanwijzingen dat er mogelijk sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet;

    • ii.

      informatie, als bedoeld in de artikelen 11, 11a en/of artikel 26 van de wet, vanuit het LBB en/of OM en/of een ander bestuursorgaan dat of een andere rechtspersoon met een overheidstaak die bevoegd is tot toepassing van de wet, is verkregen, die duidt op een mogelijk ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet;

    • iii.

      bekend wordt dat ten aanzien van betrokkene/beoogde vergunninghouder in een andere gemeente of op een andere locatie binnen de gemeente bij een Bibob-toets een ernstige mate van gevaar is geconstateerd.

  • b.

    zich met betrekking tot een reeds verleende beschikking als genoemd in de artikelen 2:1 en 2:2 één van de hierboven onder i) tot en met iii) genoemde situaties voordoet.

Artikel 2:4 Subsidies

  • 1. Een Bibob-toets vindt plaats bij een aanvraag voor een subsidie die wordt aangevraagd voor een activiteit op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet, de Participatiewet of de Wet inburgering 2021. Voor zover een subsidie jaarlijks wordt verstrekt, vindt de Bibob-toets één keer per vier jaar plaats.

  • 2. Een Bibob-toets kan plaatsvinden bij een aanvraag voor een budgetsubsidie zoals bedoeld in de Subsidieregeling gemeente Landgraaf 2026 (en opvolgende regelingen).

  • 3. Een Bibob-toets vindt verder plaats bij een aanvraag voor een andere subsidie dan bedoeld in lid 1, indien sprake is van ambtelijke informatie en/of informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC en/of vanuit het OM, een ander bestuursorgaan of rechtspersoon met een overheidstaak als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob en/of het LBB zoals bedoeld in artikel 11 of 11a van de Wet Bibob, die aanleiding vormt om te vermoeden dat bij de aanvraag sprake is van een gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob.

  • 4. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan besloten worden om de Bibob-toets ten aanzien van subsidies als genoemd in het eerste lid niet uit te voeren, als de subsidie door (of namens) burgemeester en wethouders van een andere gemeente wordt verstrekt, (mede) namens burgemeester en wethouders van Landgraaf, en die andere gemeente op grond van haar beleid geen Bibob-toets verricht met betrekking tot de betreffende subsidie.

Hoofdstuk 3 Privaatrechtelijke rechtshandelingen

Artikel 3:1 Toepassingsbereik bij vastgoedtransacties

  • 1. Een Bibob-toets vindt in ieder geval plaats bij de volgende vastgoedtransacties:

    • a.

      de verkoop van een gemeentelijke onroerende zaak ten behoeve van een vastgoedproject waarvan de gemeente initiatiefnemer is. De Bibob-toets zal in deze gevallen in beginsel geen betrekking hebben op de wijze van financiering (van de onderneming en de aankoop) en op de vermogensverschaffers. Mocht de (beperkte) Bibob-toets echter aanleiding daartoe geven, dan zal de toets uitgebreid worden naar de wijze van financiering en vermogensverschaffers.

    • b.

      de hierna onder i t/m iv genoemde vastgoedtransacties indien sprake is van ambtelijke informatie en/of informatie afkomstig van een van de partners binnen het samenwerkingsverband RIEC en/of informatie verkregen van het OM of van een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob en/of informatie verkregen van het LBB zoals bedoeld in artikel 11 of 11a van de Wet Bibob, die aanleiding vormt om te vermoeden dat er sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 9, derde lid, van de Wet Bibob:

      • i.

        de verkoop van andere gemeentelijke onroerende zaken dan bedoeld onder a, waarbij de overeenkomst een geldelijke waarde van € 100.000,- of meer heeft,

      • ii.

        het vestigen, vervreemden of wijzigen van een zakelijk recht, waarbij de overeenkomst een geldelijke waarde van € 100.000,- of meer heeft;

      • iii.

        het verlenen van toestemming voor vervreemding van erfpacht of opstal of voor het vervreemden van een recht op eigendom, of voor het vestigen, vervreemden of wijzigen van een zakelijk recht, ten aanzien van een registergoed dat de gemeente heeft vervreemd onder de voorwaarde dat de verkrijger en zijn rechtsopvolgers verplicht zijn voor handelingen als hiervoor vermeld toestemming te vragen aan de gemeente;

      • iv.

        de gemeentelijke deelname aan een vennootschap, met inbegrip van de vergroting, vermindering of beëindiging daarvan, die het recht op eigendom of een zakelijk recht met betrekking tot een onroerende zaak heeft of een onroerende zaak huurt of verhuurt.

  • 2. De gemeente gaat geen vastgoedtransactie aan wanneer uit eigen onderzoek, dan wel het advies van het LBB, blijkt dat er een ernstig gevaar aanwezig is dat de vastgoedtransactie mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, dan wel dat in of met de onroerende zaak waar de vastgoedtransactie betrekking op heeft, mede strafbare feiten zullen worden gepleegd. Evenmin gaat de gemeente een vastgoedtransactie aan indien uit eigen onderzoek of uit het advies van het LBB blijkt dat er sprake is van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat ter verkrijging van een vastgoedtransactie een strafbaar feit is gepleegd.

  • 3. De gemeente kan besluiten om geen vastgoedtransactie aan te gaan wanneer uit eigen onderzoek, dan wel het advies van het LBB, blijkt dat er een mindere mate van gevaar aanwezig is dat de vastgoedtransactie mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, dan wel dat in of met de onroerende zaak waar de vastgoedtransactie betrekking op heeft, mede strafbare feiten zullen worden gepleegd.

  • 4. Indien pas na het aangaan van een vastgoedtransactie als bedoeld in het eerste lid, ongeacht de geldelijke waarde daarvan, een vermoeden mocht ontstaan dat sprake is van een bepaalde mate van gevaar als bedoeld in artikel 9, derde lid, van de Wet Bibob, dan kan alsnog een Bibob-toetsing plaatsvinden. Dit vermoeden wordt gebaseerd op:

    • a.

      eigen ambtelijk informatie en/of;

    • b.

      informatie afkomstig van een of meerdere partners binnen het samenwerkingsverband RIEC en/of;

    • c.

      informatie verkregen vanuit het OM of een ander bestuursorgaan zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob en/of;

    • d.

      informatie verkregen van het LBB zoals bedoeld in artikel 11 of 11a van de Wet Bibob.

  • 5. In alle overeenkomsten met betrekking tot een vastgoedtransactie als bedoeld in het eerste lid wordt een integriteitsclausule opgenomen, op basis waarvan kan worden overgegaan tot opschorting, ontbinding, of beëindiging van de overeenkomst indien er sprake is van een ernstig gevaar, als bedoeld in artikel 9, derde lid, onder a en b, van de Wet Bibob, dan wel van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat ter verkrijging van de vastgoedtransactie een strafbaar feit is gepleegd (artikel 9, derde lid, onder c, Wet Bibob). De integriteitsclausule houdt tevens in dat de overeenkomst kan worden opgeschort, ontbonden of beëindigd, indien wederpartij heeft nagelaten vragen te beantwoorden of gegevens te verstrekken die zijn gesteld/opgevraagd op grond van artikel 7a en artikel 12 van de Wet Bibob. In uitzonderlijke gevallen kan, indien daartoe een gegronde reden bestaat, ervoor gekozen worden om geen integriteitsclausule op te nemen.

Artikel 3:2 Toepassingsbereik bij overheidsopdrachten

  • 1. De gemeente voert een Bibob-toets uit:

    • a.

      bij voorgenomen overheidsopdrachten als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 gericht op zorg, zoals bedoeld in artikel 2.11 van de Jeugdwet of artikel 2.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Onder overheidsopdracht wordt mede verstaan een overeenkomst waarmee een rechtspersoon met een overheidstaak zorg als bedoeld in de Jeugdwet of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 inkoopt bij een ondernemer in het kader van een systeem waarbij voornoemde rechtspersoon overeenkomsten sluit met iedere ondernemer die zich ertoe verbindt om diensten of goederen te leveren tegen vooraf vastgestelde voorwaarden zonder dat het aantal belangstellende ondernemers aan de hand van een gunningscriterium wordt beperkt (open-house constructie);

    • b.

      bij andere, dan de onder a bedoelde, voorgenomen overheidsopdrachten als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012, mits sprake is van een vermoeden dat sprake is van feiten en omstandigheden die reden kunnen zijn voor de toepassing van de artikelen 2.86 tot en met 2.89 van de Aanbestedingswet 2012 dan wel van een vermoeden dat een gegadigde of onderaannemer wordt gefinancierd met uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen, dan wel van een vermoeden dat er sprake is van gevaar dat een gegadigde, indien de overheidsopdracht aan hem zou worden gegund, of de onderaannemer bij de uitvoering van die opdracht, strafbare feiten zal plegen.

    • c.

      na het sluiten van een overeenkomstdie ziet op een overheidsopdracht als bedoeld onder a of b,indien sprake is van een vermoeden dat sprake is van feiten en omstandigheden die tijdens de aanbestedingsprocedure reden zouden zijn geweest voor de toepassing van de artikelen 2.86 tot en met 2.89 van de Aanbestedingswet 2012, dan wel van een vermoeden dat de contractant of onderaannemer wordt gefinancierd met uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen, dan wel van een vermoeden dat er sprake is van gevaar dat een contractant of de onderaannemer bij de uitvoering van die opdracht, strafbare feiten zal plegen.

  • 2. De Bibob-toets zal bij opdrachten, als bedoeld in het eerste lid onder a, in beginsel geen betrekking hebben op de (wijze van) financiering van de onderneming en van de opdracht en op de vermogensverschaffers. Mocht de (beperkte) Bibob-toets echter aanleiding daartoe geven, dan zal de toets uitgebreid worden naar de (wijze van) financiering en vermogensverschaffers.

  • 3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan besloten worden om de Bibob-toets ten aanzien van overheidsopdrachten als genoemd in het eerste lid niet uit te voeren, als de aanbestedingsprocedure, dan wel toelatingsprocedure, door een andere gemeente (mede) namens de gemeente Landgraaf wordt uitgevoerd en die andere gemeente op grond van haar beleid geen Bibob-toets verricht met betrekking tot de betreffende overheidsopdracht.

  • 4. Het vermoeden, bedoeld in het eerste lid, onder b en c, wordt gebaseerd op:

    • a.

      eigen ambtelijke informatie en/of;

    • b.

      informatie afkomstig van een of meerdere partners binnen het samenwerkingsverband RIEC en/of;

    • c.

      informatie verkregen van het OM, van een ander bestuursorgaan of van een rechtspersoon met een overheidstaak zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob en/of;

    • d.

      informatie verkregen van het LBB zoals bedoeld in de artikelen 11 of 11a van de Wet Bibob.

  • 5. In aanbestedingsleidraden met betrekking tot opdrachten als bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt opgenomen dat een onderaannemer niet zonder toestemming van de gemeente mag worden gecontracteerd en, met het oog op diens acceptatie, een Bibobonderzoek wordt verricht. Het tweede en derde lid zijn ten aanzien van die Bibob-toets van overeenkomstige toepassing. In aanbestedingsleidraden met betrekking tot andere opdrachten dan bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt opgenomen dat een onderaannemer niet zonder toestemming van de gemeente mag worden gecontracteerd en dat de gemeente zich het recht voorbehoudt om een Bibobonderzoek te verrichten.

  • 6. In overeenkomsten met betrekking tot een overheidsopdracht wordt een integriteitsclausule opgenomen, die het mogelijk maakt om de overeenkomst op te schorten, te beëindigen of te ontbinden, indien er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 9, tweede lid, Wet Bibob dan wel indien de contractant weigert vragen te beantwoorden die zijn gesteld op grond van artikel 7a, derde lid of artikel 12, derde lid, van de Wet Bibob.

Hoofdstuk 4 Vrijstelling en samenloop

Artikel 4:1 Vrijstelling

Een Bibob-toets blijft in beginsel achterwege in het geval betrokkene een overheidsinstantie, semi-overheidsinstantie1 of woning(bouw)corporatie2 is.

Artikel 4:2 Samenloop

Wanneer gelijktijdig dan wel achtereenvolgens een aanvraag om een beschikking en/of een overheidsopdracht en/of een vastgoedtranstransactie, waarop dit van beleid van toepassing is, betrekking hebben op eenzelfde perceel of eenzelfde werk/dienst/levering, kan in de betreffende gevallen afzonderlijk een eigen onderzoek worden uitgevoerd en alsdan is het bepaalde in dit beleid in de afzonderlijke gevallen van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Artikel 5:1 Vangnetbepaling

Indien de gemeente hiertoe in een concreet geval aanleiding ziet, kan zij ook in andere gevallen dan die benoemd zijn in deze beleidsregels een Bibob-toets uitvoeren, mits de bevoegdheid daartoe bestaat op grond van de wet.

Artikel 5:2 Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na bekendmaking.

Artikel 5:3 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Wet Bibob gemeente Landgraaf 2026.

Ondertekening

Landgraaf, 2 juni 2026

Burgemeester en wethouders voornoemd,

De secretaris, de burgemeester

Ir. J.M.C. Rijvers mr. R. de Boer

De burgemeester voornoemd,

mr. R. de Boer


Noot
1

Semi-overheid is een algemene aanduiding voor allerlei soorten overheidsorganisaties die “dicht tegen de overheid aan zitten”. Kenmerken van semi-overheid is dat er sprake is van: a. wettelijke taken en/of het dienen van een uitgesproken publiek belang en b. een (flinke) publieke financiering.

Noot
2

Dit zijn woning(bouw)corporaties die door de Minister van Volkshuisvesting zijn toegelaten conform Woningbesluit 1932 middels een daartoe verstrekte vergunning.