Regeling briefadres gemeente Halderberge

Geldend van 09-06-2026 t/m heden

Intitulé

Regeling briefadres gemeente Halderberge

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge,

gelet op:

de artikelen 1.1, 2.23, 2.38 tot en met 2.42, 2.45, 2.47, 2.52 en 4.17 van de Wet basisregistratie personen (Wet BRP),

artikel 29 van het Besluit basisregistratie personen (Besluit BRP),

de artikelen 17, 18 en 19 van de Regeling basisregistratie personen (Regeling BRP),

Artikel 40 van de Participatiewet,

de artikelen 4:5 en 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht,

de circulaire BRP en briefadres (2023-0000166054) van de minister van BZK van 15 mei 2023;

overwegende dat:

het gewenst is om een beleidsregel vast te stellen met betrekking tot de registratie van briefadressen in de basisregistratie personen (BRP), om deze op een rechtmatige manier toe te kennen en te voorkomen dat personen niet zijn geregistreerd als ingezetene in de BRP;

besluit vast te stellen:

Regeling briefadres Halderberge 2026

Artikel 1. Begrippen

In deze regeling wordt verstaan onder:

briefadres: adres waar voor betrokkene bestemde geschriften in ontvangst worden genomen, zoals vermeld in artikel 1.1, onder p, Wet BRP en waar, indien daartoe grond bestaat, zorg wordt gedragen dat geschriften of inlichtingen daarover, betrokkene bereiken (artikel 2.45, lid 3 Wet BRP);

briefadresgever: de natuurlijke persoon of rechtspersoon, bedoeld in artikel 2.42 Wet BRP, die een briefadres ter beschikking stelt zoals vermeld in artikel 1.1, onder r Wet BRP;

briefadreshouder: de ingezetene in de basisregistratie personen die een briefadres houdt;

gezinshuishouden:

twee personen die volgens de BRP een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan of gehuwd zijn, met of zonder kind(eren);

twee personen die door het overleggen van een door een notaris opgemaakt samenlevingscontract hebben aangetoond, dat zij een gemeenschappelijke huishouding voeren, met of zonder kind(eren);

verzorgers of een alleenstaande ouder met kind(eren).

Artikel 2. Redenen briefadres

Redenen voor een briefadres zijn:

het ontbreken van een woonadres;

dak- of thuisloosheid;

verblijf in een instelling:

voor opvang van mannen of vrouwen (waaronder mede bedoeld blijf-van-mijn-lijfhuizen);

als bedoeld in artikel 2.40, lid 3 en 4 van de Wet BRP;

verblijf op een adres waarvan het opnemen van dat woonadres naar het oordeel van de burgemeester om veiligheidsredenen niet wenselijk is (artikel 2.41 van de Wet BRP);

het voorkomen van schrijnende situaties, waarbij inzet of voortzetting van hulpverlening noodzakelijk is, onder voorwaarden dat:

er sprake is van één of meer sociaal-maatschappelijke problemen;

de maatwerkoplossing er op gericht is om de persoon de kans te geven zijn leven ‘weer op de rit’ te krijgen, en

de persoon instemt met of al voldoet aan de voorwaarden van het hulpverleningstraject.

korte overbrugging tussen twee woonadressen;

bij uitoefening van een ambulant beroep en/of korter dan 2 jaar verblijf in het buitenland én beroepshalve varend op een schip dat de thuishaven in Nederland heeft;

kort verblijf, anders dan studie, in het buitenland van korter dan 8 maanden van een jaar;

langdurig vermiste personen

verblijf in een tijdelijk onderkomen zonder vaste stand- of ligplaats;

het is niet mogelijk om in de BRP met een briefadres geregistreerd te worden als een van de redenen genoemd in de leden 1 t/m 10 ontbreekt.

Artikel 3. Voorwaarden

De aangifte van adreswijziging wordt gedaan in de gemeente waar het briefadres wordt gekozen.

De aangever is verplicht om bij de aangifte van adreswijziging waarbij een briefadres wordt gekozen de in het derde lid genoemde stukken te overleggen.

Onder benodigde stukken als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval verstaan:

een geldig identiteitsbewijs van degene die aangifte doet van adreswijziging en daarbij kiest voor een briefadres;

de schriftelijke verklaring van de aangever met reden voor de keuze van een briefadres en de te verwachten periode dat het briefadres noodzakelijk is;

en geldig identiteitsbewijs of een kopie ervan en een schriftelijke verklaring van instemming van de briefadresgever;

een ingevulde en ondertekende vragenlijst briefadres, wanneer een briefadres wordt gekozen op grond van artikel 1, eerste en tweede lid.

Als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, lid 3 is een verklaring van de burgemeester noodzakelijk waaruit blijkt dat opname van een woonadres niet wenselijk is.

Wanneer de briefadresgever een natuurlijk persoon is, kan maximaal aan twee gezinshuishoudens, aan twee alleenstaanden of aan een gezinshuishouden plus een alleenstaande toestemming geven een briefadres te houden.

Wanneer het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, lid 11, wordt gebruik gemaakt van de verklaring van instemming van de briefadresgever, zijnde de werkgever, zoals is opgenomen in bijlage 3.

Artikel 4. Onvolledige aangifte

De aangifte is volledig indien alle benodigde gegevens, zoals bedoeld in artikel 3 lid 3 t/m lid 5 en lid 6 zijn ingeleverd.

Als één of meer gegevens ontbreken, wordt de aangever in de gelegenheid gesteld binnen veertien dagen het verzuim te herstellen en de aangifte alsnog aan te vullen.

Indien de aangifte niet binnen de, in het vorige lid bepaalde termijn kan worden aangevuld, dan kan, op verzoek van de aangever, de termijn eenmalig verlengd worden met veertien dagen.

Indien de aangifte niet binnen veertien dagen na aangifte aangevuld wordt of uitstel gevraagd wordt, wordt met toepassing van artikel 5 een briefadres toegekend.

Als betrokkene niet aan de voorwaarde vol doet of de aangifte is onvolledig dan buiten behandeling stellen.

Artikel 5. Briefadres op een adres van de gemeente

Het college van burgemeester en wethouders registreert van een persoon ambtshalve een briefadres in de BRP indien het woonadres ontbreekt, er geen aangifte van adreswijziging wordt gedaan waarbij een briefadres wordt gekozen en betrokkene voldoet aan de criteria voor inschrijving als ingezetene in de BRP.

Als er geen schriftelijke verklaring van instemming van een briefadresgever kan worden verkregen, kent het college een briefadres toe op een adres van de gemeente.

Het voorkomen van schrijnende situaties, waarbij inzet of voortzetting van hulpverlening noodzakelijk is, onder voorwaarden dat:

Er sprake is van één of meer sociaal-maatschappelijke problemen;

De maatwerkoplossing er op gericht is om de persoon de kans te geven zijn leven ‘weer op de rit’ te krijgen, en de persoon instemt met of al voldoet aan de voorwaarden van het hulpverleningstraject.

Iedere situatie wordt per individu beoordeeld.

Artikel 6. Monitoring briefadres

In de situatie als bedoeld in artikel 1 wordt een briefadresinschrijving na de duur van maximaal zes maanden opnieuw beoordeeld door het college van burgemeester en wethouders.

De beoordeling van de briefadresinschrijving wordt gedaan met inachtneming van de artikelen 1 en 6.

Onverminderd hetgeen is bepaald in lid 1 en lid 2, is diegene op wie het briefadres betrekking heeft en een ander adres krijgt, gehouden om in de periode tussen vier weken vóór de beoogde verhuisdatum tot en met de vijfde dag na verhuisdatum hiervan aangifte te doen bij de gemeente waar hij zijn nieuwe adres heeft.

Iedere situatie wordt per individu beoordeel.

Artikel 7. Verplichtingen briefadresgever en briefadresnemer

Zowel de briefadresgever als de briefadresnemer zijn verplicht om op verzoek van het college van burgemeester en wethouders inlichtingen te verstrekken die van belang zijn voor de registratie en de herbeoordeling van het briefadres.

Betrokkene verschijnt hierbij desgevraagd in persoon.

Artikel 8. Geen vrijstelling van overige toestemmingen

De inschrijving op een briefadres verschaft de ingeschrevene geen recht op feitelijk verblijf op het briefadres en ontslaat de ingeschrevene noch de briefadresgever van de verplichting te voldoen aan andere wet- en regelgeving.

De briefadresinschrijving laat onverlet dat, indien van toepassing, afzonderlijke toestemmingen, vergunningen of meldingen vereist kunnen zijn, waaronder begrepen maar niet beperkt tot vereisten op grond van:

het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan),

de Omgevingswet,

de Huisvestingswet,

gemeentelijke verordeningen,

of andere publiekrechtelijke voorschriften.

Aan de inschrijving op een briefadres kunnen derhalve geen rechten worden ontleend met betrekking tot gebruik, bewoning of bestemming van een pand.

Artikel 9. Hardheidsclausule

Als vanwege bijzondere omstandigheden een strikte toepassing van het bepaalde in deze regeling zou leiden tot een onbillijkheid, kan worden afgeweken van het bepaalde in deze regeling. Van onbillijkheid kan sprake zijn als in een specifieke situatie het strikt vasthouden aan de regeling als onredelijk kan worden aangemerkt of als er onevenredige schade zou ontstaan.

Artikel 10. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op de eerste dag na de dagtekening van het gemeenteblad waarin zij wordt gepubliceerd.

Deze regeling vervangt de “Regeling briefadres gemeente Halderberge 2016, zoals vastgesteld op 22-10-2016”

Artikel 11. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als “Regeling briefadres gemeente Halderberge 2026”.

Aldus vastgesteld in de vergadering van ………..

de secretaris, de burgemeester,

Natacha van Eck Anne Mulder

Ondertekening

Ondertekening

Bijlage 1

Toelichting Regeling Briefadres gemeente Halderberge 2026

Hieronder volgt de artikelsgewijze toelichting op de regeling briefadres.

Toelichting bij artikel 2, lid 1

Er is sprake van ontbreken van een woonadres bij:

dak- of thuisloosheid;

korte overbrugging tussen twee woonadressen;

de uitoefening van een ambulant beroep;

kort verblijf in het buitenland voor minder dan acht maanden gedurende een jaar;

korter dan 2 jaar verblijf in het buitenland én beroepshalve varend op een schip dat de thuishaven in Nederland heeft;

een langdurig vermiste persoon;

verblijf in een tijdelijk onderkomen zonder vaste stand- of ligplaats;

een recente ontruiming van de woning op het adres waarop betrokkene in de BRP is ingeschreven

Toelichting artikel 2, lid 2, onder a:

Personen die niet beschikken over een woonadres en gebruik maken van de maatschappelijke opvang (passantenverblijven en dag- en nachtopvang) kunnen met een briefadres ingeschreven worden bij één van de opvanginstellingen.

In de circulaire BRP en briefadres van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 15 mei 2023 (2023-0000166054) is geregeld dat personen die verblijven in een opvanghuis voor mannen en vrouwen met een briefadres ingeschreven kunnen worden op het kantooradres van de desbetreffende instelling. Op die manier wordt het feitelijke woonadres van betrokkenen adequaat beschermd tegen ongewenste kennisneming door onbevoegden.

Toelichting artikel 2, lid 2 onder b:

Degene die zijn woonadres heeft in een instelling als bedoeld in artikel 2.40 wet BRP, kan in afwijking van artikel 2.38, lid 1 en artikel 2.39, lid 1 van de wet BRP in plaats van inschrijving op zijn woonadres een briefadres kiezen. Op grond van artikel 2.40, lid 3 wet BRP zijn dit instellingen voor gezondheidszorg, instellingen op het gebied van kinderbescherming en penitentiaire instellingen. In de artikelen 17 t/m 19 van de Regeling BRP is aangegeven voor welke instellingen een briefadres gekozen kan worden.

Het college van B&W is eveneens bevoegd, op grond van artikel 2.40, lid 4 wet BRP, instellingen op het terrein van maatschappelijke opvang aan te wijzen.

Toelichting artikel 2, lid 3:

Als de burgemeester van oordeel is dat het om veiligheidseisen gewenst is een persoon niet op het woonadres in te schrijven, kan inschrijving op een briefadres plaatsvinden. Deze verklaring zal veelal bij de afdeling burgerzaken terecht komen via de interne kanalen van de gemeente.

Toelichting artikel 2, lid 4:

Dit artikel biedt extra mogelijkheden voor toepassing van de menselijk maat. Dat betekent: zorgen dat beleid eerlijk en passend is voor burgers.

Als iemand een adreswijziging doorgeeft en kiest voor een briefadres, maar ook problemen heeft in het dagelijks leven (zoals psychische klachten, schulden, dakloosheid of werkloosheid), dan worden zijn gegevens gedeeld met het team sociaal domein.

Dit team kijkt samen met de inwoner naar oplossingen. Het doel is om mensen te helpen die niet volgens de normale regels ingeschreven kunnen worden op een (brief)adres. Zo voorkomen we dat zij in een heel moeilijke financiële en sociale situatie terechtkomen.

Toelichting artikel 3, lid 1:

Een briefadres kan, in aanvulling op wat de wet regelt en in afwijking van een woonadres, worden gekozen binnen elke gemeente in Nederland. Het is niet verplicht om een briefadres te kiezen in de gemeente waar voor het laatst een woonadres werd gehouden. Voor gedetineerden of personen die in een psychiatrische inrichting verblijven is het advies om bij voorkeur een briefadres te kiezen in de gemeente van herkomst. Dit is onder andere van belang voor de verworven rechten die de briefadreshouder daar heeft opgebouwd, bijvoorbeeld op het gebied van huisvesting. De aangifte wordt altijd gedaan in de gemeente waar het briefadres zich bevindt.

Toelichting artikel 3, lid 2 en 3:

Bij de aangifte dient een schriftelijke verklaring van instemming te worden gevoegd van degene bij wie het briefadres wordt gehouden op grond van artikel 2.45 lid 2 van de wet BRP. In de schriftelijke aangifte, waarbij briefadres wordt gekozen, dienen de redenen van het briefadres en de te verwachten duur van het briefadres te worden opgenomen. De aangever dient tevens een (kopie van een) geldig identiteitsbewijs zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van zichzelf als van degene bij wie het briefadres wordt gehouden te overleggen. De vragenlijst briefadres is als bijlage 1 bijgevoegd.

Toelichting artikel 4, lid 2:

Het is niet waarschijnlijk dat de briefadreshouder bij zijn aangifte altijd de verklaring van de burgemeester zal kunnen overleggen. De verwachting is, dat deze verklaring veelal bij de afdeling burgerzaken terecht komt via de interne kanalen van de gemeente.

Toelichting artikel 4:

Als bij een adreswijziging met een briefadres één of meer verplichte documenten ontbreken, dan is de aangifte onvolledig. De persoon die de aangifte doet, krijgt een brief met het verzoek om binnen 14 dagen de ontbrekende stukken alsnog aan te leveren.

Reageert de persoon op tijd, dan kan hij/zij ook vragen om eenmalig uitstel van 14 dagen om de documenten aan te vullen.

Wordt de aangifte niet binnen 14 dagen aangevuld en is er geen uitstel aangevraagd, dan ontvangt de persoon een brief waarin staat dat de aangifte niet verder wordt behandeld omdat de gevraagde documenten ontbreken.

Als de aangifte niet wordt behandeld, is er geen officieel document om de persoon op een adres in te schrijven. Dit valt onder artikel 2.23 van de wet. Hoe dit verder wordt uitgevoerd, staat in artikel 5 van deze regeling.

Toelichting bij artikel 5:

De gemeente moet een briefadres aanbieden als iemand geen woonadres heeft en er geen andere oplossing mogelijk is. Zo zorgen we dat mensen die rechtmatig in Nederland verblijven, toch ingeschreven blijven in de BRP.

In dat geval gebruikt de gemeente een eigen adres of een adres van een aangewezen instelling als briefadres.

De termijn van 6 maanden is een signaal om contact op te nemen met de persoon. Lukt dat niet, dan start de gemeente een onderzoek volgens de circulaire adresonderzoek BRP van 15 mei 2023 (ministerie van BZK). Blijkt uit het onderzoek dat er geen nieuw adres bekend is, dan besluit het college om de persoon uit te schrijven naar een onbekend land (artikel 2.22 van de wet). De gegevens gaan dan naar het Register van Niet-Ingezetenen (RNI).

Het voornemen en het besluit worden verstuurd naar het laatst bekende adres in de BRP. Kan dit niet per post of persoonlijk, dan moet de gemeente het besluit op een andere manier bekendmaken, bijvoorbeeld via een huis-aan-huisblad, dagblad of het gemeenteblad op www.overheid.nl.

Toelichting artikel 6:

Om te voorkomen dat iemand ingeschreven blijft op een briefadres terwijl hij een woonadres heeft, controleert de gemeente regelmatig of het briefadres nog klopt. Hiervoor houdt de gemeente een administratie bij en voert controles uit.

Soms kan de termijn voor herbeoordeling worden aangepast. Bijvoorbeeld:

Dak- en thuislozen: zolang zij geen vast adres hebben, mogen zij een briefadres houden. Voor deze groep kan het recht op een briefadres bijvoorbeeld jaarlijks worden gecontroleerd.

Tijdelijk verblijf in het buitenland: als iemand korter dan 8 maanden weg is, kan een briefadres worden gegeven voor die periode. Na afloop volgt een herbeoordeling. Dit kan leiden tot:

wijziging naar een woonadres,

uitschrijving (emigratie),

of verlenging van het briefadres.

Binnenvaartschippers zonder woonadres; zij kunnen een briefadres houden zolang ze varen. Voor deze groep kan het recht bijvoorbeeld eens per 5 jaar worden getoetst.

De briefadreshouder moet uiterlijk op de einddatum contact opnemen met de gemeente. Gebeurt dit niet, dan neemt de gemeente contact op. Lukt dat niet, dan start een onderzoek volgens de circulaire adresonderzoek BRP van 15 mei 2023 (ministerie van BZK).

De termijn van 6 maanden is bewust gekozen om zeker te weten dat er minimaal één contactmoment is. Zo voorkomen we dat iemand onterecht op een briefadres blijft ingeschreven terwijl hij een woonadres heeft.

Toelichting artikel 5 lid 3

Een ingezetene is volgens de Wet BRP verplicht om zijn nieuwe adres door te geven. Zodra hij weer een woonadres heeft of een ander briefadres, moet hij dit binnen de in artikel 2.39 lid 2 van de Wet BRP gestelde termijnen melden: uiterlijk vier weken vóór en uiterlijk vijf dagen ná de daadwerkelijke verhuizing. Hij mag niet afwachten tot de termijn van het briefadres is verstreken. Wordt een ander briefadres opgegeven, dan wordt dit uiteraard opnieuw getoetst aan de voorwaarden die in deze regeling en in de wet zijn vastgelegd.

Toelichting artikel 6

Zowel de briefadresgever als de briefadreshouder zijn verplicht inlichtingen te verstrekken die van belang zijn voor het bijhouden van het briefadres in de BRP. In het geval er een aangifte is, bestaat die verplichting op grond van artikel 2.45 wet BRP, als een aangifte ontbreekt bestaat de verplichting op grond van artikel 2.47 wet BRP.

Toelichting artikel 7

Door het opnemen van het maatwerkartikel (artikel 1, lid 4) is de noodzaak voor een hardheidsclausule aanzienlijk verminderd. Dit artikel biedt ruimte om schrijnende situaties te voorkomen waarin hulpverlening noodzakelijk is bij sociaal-maatschappelijke problemen. Daarnaast kunnen zich andere bijzondere omstandigheden voordoen waarbij een strikte toepassing van deze regeling onbillijk zou zijn. In dergelijke uitzonderingsgevallen kan het gerechtvaardigd zijn om van de regeling af te wijken. Het is belangrijk dat gemeentelijke dienstverleners altijd oog houden voor de menselijke maat. Het belang daarvan kan zo groot zijn dat de gemeente in zeer bijzondere situaties voorbijgaat aan de bepalingen van deze beleidsregeling.

Bijlage 2

Verklaring van instemming voor inschrijving briefadres

Toestemming voor inschrijving op briefadres

Dit gedeelte dient ingevuld te worden door de hoofdbewoner van het adres dat u als briefadres wilt gebruiken.

Ik geef toestemming aan vermelde persoon om mijn adres te gebruiken als briefadres.

Ik zorg ervoor dat de post voor betrokkene in zijn of haar bezit komt.

Gegevens toestemminggever

Achternaam:

Voornaam/namen:

Burgerservicenummer:

Geboortedatum:

Geboorteplaats:

Telefoonnummer:

E-mailadres:

Ik verklaar hierbij dat ik het formulier volledig en naar waarheid heb ingevuld.

Plaats:

Datum:

Handtekening aanvrager briefadres Handtekening toestemminggever