Regeling vervalt per 01-09-2027

Subsidieregeling Pilot brede toegankelijke BSO Regio Hart van Brabant

Geldend van 06-06-2026 t/m 31-08-2027

Intitulé

Subsidieregeling Pilot brede toegankelijke BSO Regio Hart van Brabant

1 september 2026 tot en met 31 augustus 2027

Besluit van de Bestuurscommissie Jeugd van de gemeenschappelijke regeling Regio Hart van Brabant tot vaststelling van de subsidieregeling BSO+ Hart van Brabant, inclusief de beweging richting inclusieve kinderopvang, waarbij onder buitenschoolse opvang (BSO) wordt verstaan de opvang van kinderen in de basisschoolleeftijd buiten schooltijd zonder extra ondersteuningsbehoefte, en onder BSO+ de variant daarvan met aanvullende ondersteuning voor kinderen met extra ondersteuningsbehoeften, waaronder uit het speciaal (basis)onderwijs.

De Bestuurscommissie Jeugd van de gemeenschappelijke regeling Regio Hart van Brabant;

overwegende dat het bestuur BSO+ en de beweging richting inclusieve kinderopvang wil bevorderen door het verlenen van subsidies voor activiteiten die daaraan bijdragen;

  • -

    gelet op de Algemene subsidieverordening Gemeenschappelijke Regeling regio Hart van Brabant;

  • -

    besluit vast te stellen de subsidieregeling BSO+ Hart van Brabant, 01-09-2026 t/m 31-08-2027.

Doelstelling

Met deze subsidieregeling wil de Regio Hart van Brabant de toegankelijkheid van buitenschoolse kinderopvang (BSO) vergroten. Het streven is dat ieder kind van 4 tot en met 13 jaar een passende plek kan vinden binnen de BSO, bij voorkeur in de eigen wijk of het eigen dorp.

Aansluitend op de landelijke stip op de horizon zoals omschreven in de ‘Handreiking; op weg naar inclusieve kinderopvang. Tot nu toe was de norm dat opvang gesplitst werd aangeboden in reguliere BSO en BSO+ enkel voor kinderen met extra ondersteuningsbehoeften. De handreiking biedt gemeenten en organisaties praktische handvatten om een kinderopvangomgeving te creëren waarin alle kinderen, met en zonder extra ondersteuningsbehoeften, samen kunnen opgroeien, zodat lokaal stappen kunnen worden gezet richting meer inclusieve kinderopvang.

De gemeenschappelijke regeling Hart van Brabant is een samenwerkingsverband van gemeenten. De volgende gemeenten nemen deel aan de gemeenschappelijke regeling: Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Heusden, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg en Waalwijk in Hart van Brabant waarbij jeugdhulp en BSO+ gezamenlijk wordt georganiseerd en ingekocht.

Deze regeling wordt uitgevoerd als pilot brede toegankelijke BSO, om te onderzoeken welke aanpak het meest effectief is om de toegankelijkheid en spreiding van brede toegankelijke BSO te verbeteren. De resultaten van deze pilot vormen input voor toekomstig beleid en eventuele structurele maatregelen.

Artikel 1 - Aard van de regeling

  • 1. Deze subsidieregeling is een regeling als bedoeld in Artikel 2, lid 1 van de Algemene Subsidieverordening Gemeenschappelijke Regeling Hart van Brabant (ASV).

  • 2. De bepalingen uit de ASV zijn van toepassing, voor zover daarvan in deze regeling niet wordt afgeweken.

  • 3. Op deze subsidieregeling is de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing.

Artikel 2 – Definities

  • 1. In deze regeling wordt verstaan onder:

    • a.

      Aanbieder: een rechtspersoon die BSO levert conform de vereisten in onderhavige subsidieregeling;

    • b.

      ASV: Algemene Subsidieverordening Gemeenschappelijke Regeling Hart van Brabant;

    • c.

      BCJ: Bestuurscommissie Jeugd als bedoeld in de ASV;

    • d.

      GR HvB: gemeenschappelijke regeling Hart van Brabant;

    • e.

      BSO: buitenschoolse opvang gericht op kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 13 jaar die staan ingeschreven op een basisschool als bedoeld in artikel 1 van de Wet primair onderwijs; kinderopvang verzorgd door een bij het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) geregistreerde houder, waarbij opvang wordt geboden voor of na de dagelijkse schooltijd, gedurende vrije middagen en in schoolvakanties.

    • f.

      SBO: speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 Wet primair onderwijs;

    • g.

      SO: school voor speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 2 Wet op de expertisecentra, niet zijnde voortgezet speciaal onderwijs.

    • h.

      Kinderen met ondersteuningsbehoefte; kinderen die, vanwege een lichte verstandelijke beperking, ontwikkelachterstand of gedragsproblemen, extra ondersteuning nodig hebben boven op de basisondersteuning die binnen de reguliere buitenschoolse opvang wordt geboden.

    • i.

      Doelgroepkinderen; kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 13 jaar met een ondersteuningsbehoefte als bedoeld onder artikel 2 lid J, die staan ingeschreven bij een school voor speciaal onderwijs (SO) of speciaal basisonderwijs (SBO).

    • j.

      Brede toegankelijke BSO: Een groep kinderen op een kinderopvanglocatie waarin zowel kinderen met als zonder extra ondersteuningsbehoefte (bijvoorbeeld kinderen uit het speciaal (basis)onderwijs) samen deelnemen aan buitenschoolse opvang.

    • k.

      LRK Het Landelijk Register Kinderopvang waarin alle kinderopvanglocaties en gastouderbureaus staan ingeschreven en dat een uniek LRK-nummer toekent voor toezicht en kinderopvangtoeslag.

    • l.

      KOT: Kinderopvangtoeslag (KOT) is een financiële tegemoetkoming van de Rijksoverheid om ouders te ondersteunen bij de kosten van kinderopvang.

    • m.

      TLV: Toelaatbaarheidsverklaring, is een officiële verklaring die nodig is voor de toelating tot een SBO en SO, omdat de basisondersteuning van een reguliere school onvoldoende is.

    • n.

      IKK: Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang.

    • o.

      Wko; Wet Kinderopvang;

    • p.

      SMI: Sociaal Medische Indicatie; een gemeentelijke voorziening waarmee, op grond van een sociale of medische problematiek binnen het gezin, tijdelijk aanvullende ondersteuning kan worden ingezet ter bevordering van een veilige en gezonde ontwikkeling van het kind, op basis van een professionele indicatie.

    • q.

      GGD; de Gemeentelijke Gezondheidsdienst die toezicht houdt op de kwaliteit van kinderopvang en hierover inspectierapporten opstelt.

Artikel 3 - Toepassingsbereik

  • 1. Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op subsidies door de BCJ verstrekt voor de in artikel 4 bedoelde activiteiten.

Artikel 4 – Doelgroep en activiteiten

1. Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan het realiseren en uitvoeren van BSO+, gericht op het samenbrengen van kinderen met en zonder ondersteuningsbehoeften De activiteiten dragen bij aan het creëren van een kinderopvangomgeving waarin kinderen, met én zonder extra ondersteuningsbehoeften, samen kunnen opgroeien, zich kunnen ontwikkelen en waarin stappen worden gezet richting een meer inclusieve kinderopvang.

Hieronder vallen in ieder geval (maar niet uitsluitend) de volgende activiteiten:

  • a.

    Pedagogische versterking. Hiermee wordt scholing en deskundigheidsbevordering van medewerkers gericht op omgaan met diversiteit en zorgbehoeften bedoeld en inzet van extra uren ten behoeve van pedagogisch coaches om medewerkers te begeleiden in het toepassen van inclusieve werkwijzen.

  • b.

    De inzet van extra expertise. Hiermee wordt bedoeld het betrekken van gespecialiseerde professionals (bijvoorbeeld gedragsdeskundigen) of samenwerking met onderwijs- en zorgaanbieders.

  • c.

    Monitoring en evaluatie: Hiermee wordt bedoeld het actief meewerken aan het verzamelen en aanleveren van gegevens, het rapporteren van resultaten en knelpunten, en het deelnemen aan evaluatiemomenten om inzicht te geven in de uitvoering en effecten van de pilot.

Artikel 5 - Eisen aan de aanbieder

  • 1. De aanbieder is een rechtspersoon die BSO levert en voldoet aan alle geldende wettelijke eisen voor BSO, waaronder in ieder geval:

    • a.

      de Wko

    • b.

      het Besluit Kwaliteit Kinderopvang;

    • c.

      de Wet IKK

  • 2. De subsidie kan uitsluitend worden verstrekt aan een aanbieder die ten tijde van de looptijd van deze subsidieregeling BSO biedt op een locatie die is gevestigd in één van de gemeenten van de GR HvB.

Artikel 6 - Subsidieverplichtingen

De aanbieder is verplicht om;

  • 1.

    de aanbieder zet zich aantoonbaar in voor het werven van doelgroepkinderen.

  • 2.

    aantoonbaar deel te nemen aan evaluatie- en afstemmingsmomenten met bijvoorbeeld BSO, BSO+, onderwijs, jeugdhulp en gemeenten t.b.v. de transitie naar (meer) inclusieve BSO.

  • 3.

    binnen één maand na afloop van ieder kwartaal aan de door de BCJ aangewezen functionaris een ingevuld template aan. De kwartaalrapportage bevat in ieder geval een overzicht waarin voor elke uitgevoerde activiteit wordt weergegeven:

    • a.

      welke activiteit is uitgevoerd (omschrijving, locatie en datum);

      • -

        hoeveel kinderen hebben deelgenomen; onderscheid regulier, kinderen met ondersteuningsbehoeften en doelgroepkinderen/.

      • -

        het begrote bedrag voor de activiteit;

      • -

        het gerealiseerde (daadwerkelijk bestede) bedrag

      • -

        een korte toelichting op eventuele verschillen tussen begroting en realisatie.

    • b.

      Woonplaats/gemeente kind, voorgeschiedenis kinderopvang (VVE/VE+, regulier, BSO+), locatie brede toegankelijke BSO, onderwijslocatie, aantal ouders met KOT of zonder KOT.

  • 4.

    binnen vier weken na verzending van de beschikking tot subsidieverlening de gemeente waarin diens betreffende locatie(s) gevestigd is c.q. zijn te informeren over verlening van deze subsidie. Uit deze melding blijkt ten minste:

    • a.

      Uit deze melding blijkt ten minste:

      • -

        naam van de organisatie; adres en locatiecode van de deelnemende locatie(s);

      • -

        korte omschrijving van de pilot subsidieregeling Brede Toegankelijke BSO;

      • -

        periode waarin het arrangement wordt uitgevoerd;

  • Het doel van deze informatievoorziening is om gemeenten inzicht te geven in lokale initiatieven en samenwerking te bevorderen.

  • 5.

    aanwezigheid te organiseren van ten minste één volwassene met een geldig kinder‑EHBO‑certificaat tijdens uitvoering van de activiteiten.

  • 6.

    adequaat, veilig en structureel vervoer te organiseren voor leerlingen uit het SBO of SO van de schoollocatie naar de BSO‑locatie waarvoor regulier vervoer niet passend of beschikbaar is. Deze verplichting geldt, tenzij ouders of het sociaal netwerk zelf in het vervoer kunnen voorzien.

  • 7.

    In de subsidiebeschikking kunnen aanvullende of ander luidende verplichtingen worden opgelegd aan de subsidieontvanger.

Artikel 7 - Aanvraag van de subsidie

  • 1. Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend vanaf de dag na publicatie van de regeling. De aanvraagtermijn bedraagt vier weken.

  • 2. Bij de aanvraag van de subsidie worden onderstaande documenten en informatie aangeleverd:

    • a.

      adressen van het hoofdkantoor en kinderopvanglocatie(s) van de aanbieder;

    • b.

      contactgegevens van de contactpersoon van de aanbieder;

    • c.

      een uittreksel uit de KvK dat niet ouder is dan 3 maanden;

    • d.

      een overzicht van kwaliteitscertificeringen van de aanbieder; Wko en het Besluit kwaliteit kinderopvang;

    • e.

      inhoudelijke toelichting die aantoont dat de activiteiten bijdragen aan de doelen van de Wet IKK, door middel van een inhoudelijke toelichting waarin wordt beschreven welke kwaliteitseisen worden versterkt en hoe deze worden uitgevoerd, onderbouwd met relevante documenten zoals het pedagogisch beleidsplan, scholingsplan of uitvoeringsplan;

    • f.

      een pedagogisch beleidsplan met daarin een duidelijke visie op inclusieve buitenschoolse opvang en extra ondersteuning op locaties.

    • g.

      een veiligheids- en gezondheidsbeleid;

    • h.

      het totale bedrag waarvoor de aanbieder binnen de looptijd van deze subsidieregeling brede toegankelijke BSO gaat leveren, waarbij dat bedrag nooit hoger kan zijn dan het subsidieplafond in artikel 10 lid 1 en 2.

  • 3. Voor het aanvragen wordt het ‘aanvraagformulier BSO+ Brede Toegankelijke BSO’ volledig ingevuld aangeleverd.

  • 4. Onvolledige aanvragen kunnen door de BCJ buiten behandeling worden gelaten.

  • 5. De BCJ kan het verlenen en vaststellen van de subsidie mandateren, waarbij onder mandaat is toegestaan.

  • 6. De BCJ is bevoegd om in bijzondere gevallen van hardheid gemotiveerd van deze regeling af te wijken.

  • 7. Een begroting met een onderbouwde inschatting van de kosten voor de extra activiteiten (aanvullend op de reguliere BSO) laat aantoonbaar zien dat deze inzet gericht is op het bieden van aanvullende ondersteuning, het bevorderen van brede en toegankelijke BSO-groepen en het bijdragen aan een meer inclusieve BSO. De inzet draagt bij aan het voorkomen van uitsluiting en het waarborgen van een passende ontwikkelomgeving voor kinderen. Er is sprake van financiële transparantie: de kosten van het arrangement worden afzonderlijk inzichtelijk gemaakt, inclusief uren, tarieven en eventuele aanvullende middelen. Daarnaast vindt periodieke evaluatie plaats: tijdens evaluatiemomenten wordt besproken of het arrangement daadwerkelijk bijdraagt aan inclusie en het behalen van de doelen, en of bijsturing nodig is.

Artikel 8 - Kwaliteitscontrole

  • 1. Subsidie kan lager vastgesteld of volledig teruggevorderd worden als de GGD van mening is dat de aanbieder niet voldoet aan de GGD gestelde kwaliteitseisen Wet kinderopvang.

Artikel 9 - Subsidieplafond

  • 1. Het subsidieplafond wordt vastgesteld op € 381.000.

  • 2. Het subsidieplafond geldt voor de gehele geldigheidsduur van de subsidieregeling.

Artikel 10 - Wijze van verdeling

  • 1. Als het totaal van alle aangevraagde subsidiebedragen het subsidieplafond overstijgt, vindt verstrekking van de subsidie plaats in volgorde van de door de BCJ aangebrachte rangschikking, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

  • 2. Bij de rangschikking van de aanvragen kent de BCJ punten toe, tot aan een maximum van 30 punten, aan de hand van de volgende aspecten:

    • a.

      De bijdrage aan een gespreid aanbod over de deelnemende gemeenten van de GR HvB op grond van de locatie(s) waar de brede toegankelijke BSO geleverd zal gaan worden door de aanbieder (max.10 punten).

    • b.

      De relevantie en bijdrage aan de regionale opgave. De aanvraag wordt beoordeeld op de mate waarin deze aansluit bij de geformuleerde regionale opgave en bijdraagt aan een aanpak die naar verwachting de meeste impact heeft. Het doel is om de toegankelijkheid en spreiding van BSO te verbeteren (max.10 punten).

    • c.

      Samenwerkingskracht met relevante partners (onderwijs, kinderopvang, jeugdhulp, gemeenten, BSO+ aanbieders) om regionale doorontwikkeling te realiseren naar (meer) inclusieve BSO (max. 10 punten).

Artikel 11 – Tarief brede toegankelijke BSO

  • 1. Voor de pilot brede toegankelijke BSO worden geen vaste tarieven vastgesteld. Aanbieders dienen in hun aanvraag een begrotingsvoorstel aan te leveren. Er wordt ruimte gegeven voor innovatieve oplossingen die bijdragen aan (meer) inclusieve buitenschoolse opvang.

Artikel 12 - Geldigheidsduur subsidieregeling

  • 1. Deze subsidieregeling treedt per publicatiedatum in werking. De activiteiten dienen plaats te vinden tussen 1 september 2026 en 31 augustus 2027.

Artikel 13 – Weigeringsgronden

Subsidieverlening kan, naast de in de artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 9 van de Algemene Subsidieverordening Gemeenschappelijke Regeling Hart van Brabant geregelde gevallen, geheel of gedeeltelijk worden geweigerd indien:

  • 1.

    de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet of niet in overwegende mate gericht zijn op kinderen in de gemeenten die deel uitmaken van de GR Hart van Brabant, of wanneer onvoldoende is gemotiveerd hoe de activiteiten bijdragen aan het regionaal doel van BSO+.

  • 2.

    de aangevraagde activiteiten in overwegende mate overlappen met reeds bestaand vergelijkbaar aanbod binnen de regio, waardoor geen sprake is van aantoonbare meerwaarde of aanvulling op het bestaande aanbod BSO+.

  • 3.

    niet aannemelijk is gemaakt dat de subsidie noodzakelijk is voor het uitvoeren van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, bijvoorbeeld doordat de activiteiten redelijkerwijs uit andere middelen kunnen worden bekostigd.

  • 4.

    de aanvraag niet voldoet aan de voorwaarden, vereisten of verplichtingen die in deze subsidieregeling, de ASV of de Awb zijn gesteld om in aanmerking te komen voor subsidie.

  • 5.

    uit de financiële beoordeling blijkt dat de aanvrager onvoldoende financieel draagkrachtig is om de activiteiten uit te voeren, blijkend uit onder meer:

    • a.

      een negatief eigen vermogen,

    • b.

      structureel negatieve exploitatieresultaten,

    • c.

      een onvoldoende liquiditeits- of solvabiliteitspositie, of

    • d.

      onvoldoende onderbouwing van financiële risico’s.

  • 6.

    het aangevraagde subsidiebedrag hoger is dan noodzakelijk gelet op de aard, omvang en kostenstructuur van de voorgestelde activiteiten.

  • 7.

    de verhouding tussen de kosten van de activiteiten en het verwachte bereik of effect op de doelgroep onvoldoende doelmatig is, waardoor de inzet van publieke middelen niet redelijk of proportioneel is.

  • 8.

    Een negatief rapport GGD‑controle dat door de GGD is opgesteld inspectierapport waarin wordt vastgesteld dat de kinderopvanglocatie niet voldoet aan één of meerdere verplichtingen uit de Wet kinderopvang of onderliggende kwaliteitseisen, waaronder maar niet beperkt tot: pedagogische kwaliteit, veiligheid en gezondheid, beroepskracht‑kindratio, opleidingseisen, meldcode en locatie‑inrichting. Het betreft een rapport met geconstateerde overtredingen of tekortkomingen die leiden tot een herstelopdracht, vervolginspectie of handhavingsmaatregel.

Artikel 14 Verantwoording en vaststelling subsidie

  • 1. Indienen aanvraag tot vaststelling; de subsidieontvanger dient binnen vier maanden na afloop van de geldigheidsduur van deze subsidieregeling een aanvraag tot subsidievaststelling in.

  • 2. Wijze van verantwoorden; de subsidieontvanger verantwoordt de besteding van de subsidie overeenkomstig de artikelen 12 tot en met 20 van de Algemene Subsidieverordening (ASV) van de Regio Hart van Brabant, waarbij de omvang van de gevraagde verantwoording wordt bepaald door de hoogte van het verleende subsidiebedrag.

  • 3. Periodieke rapportageverplichting, opvolging, de aanbieder levert binnen één maand na afloop van ieder kwartaal aan de door de BCJ aangewezen functionaris een ingevuld template aan. De kwartaalrapportage bevat in ieder geval een overzicht waarin voor elke uitgevoerde activiteit wordt weergegeven:

    • a.

      welke activiteit is uitgevoerd (omschrijving, locatie en datum);

    • b.

      hoeveel kinderen hebben deelgenomen; onderscheid regulier en doelgroepkinderen het begrote bedrag voor de activiteit;

    • c.

      het gerealiseerde (daadwerkelijk bestede) bedrag;

    • d.

      een korte toelichting op eventuele verschillen tussen begroting en realisatie.

    • e.

      Woonplaats/gemeente kind, voorgeschiedenis kinderopvang (VVE/VE+, regulier, BSO+), locatie brede toegankelijke BSO, onderwijslocatie, aantal ouders met KOT of zonder KOT.

  • 4. Vaststelling van de subsidie; de subsidie wordt vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van de Algemene Subsidieverordening van de Regio Hart van Brabant.

  • 5. De aanbieder is verantwoordelijk voor het organiseren van veilig en tijdig vervoer van kinderen naar de BSO-locatie.

Ondertekening

Aanvraagformulier Subsidie Brede Toegankelijke BSO

1 GEGEVENS AANBIEDER

Naam organisatie

KvK‑nummer

Uittreksel KvK bijgevoegd?

(Ja/Nee)

Hoofdkantoor

adres

postcode en plaats

Kinderopvanglocatie(s)

adres

postcode en plaats

Gegevens contactpersoon

naam

functie

e‑mail

telefoon

2 WETTELIJKE EISEN

Voldoet u aan:

 

Wko

Ja/nee, toelichting

Besluit Kwaliteit

Ja/nee, toelichting

IKK

Ja/nee, toelichting

3 ACTIVITEITEN

Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan het realiseren en uitvoeren van BSO+, gericht op: Kinderen van 4 tot en met 13 jaar met een extra ondersteuningsbehoefte die, ondanks de inzet van aanvullende ondersteuning, aantoonbaar risico lopen uit te vallen binnen de reguliere BSO en doelgroepkinderen.

Activiteit met invulveld toelichting aanbieder.

Maximaal 10 regels per activiteit.

3.1 Pedagogische versterking

Hiermee wordt scholing en deskundigheidsbevordering van medewerkers gericht op omgaan met diversiteit en zorgbehoeften bedoeld en inzet van bijvoorbeeld extra uren ten behoeve van pedagogisch coaches om medewerkers te begeleiden in het toepassen van inclusieve werkwijzen.

Beschrijf op welke manier uw organisatie in zet op scholing en deskundigheidsbevordering gericht op het omgaan met diversiteit en verschillende zorgbehoeften binnen de groep.

Toelichting aanbieder:

3.2 De inzet van extra expertise.

Hiermee wordt bedoeld het betrekken van gespecialiseerde professionals (bijvoorbeeld gedragsdeskundigen) of samenwerking met onderwijs- en zorgaanbieders.

Licht toe welke vormen van aanvullende expertise u inzet binnen de pilot.

Ga hierbij in op:

  • welke gespecialiseerde professionals (zoals gedragsdeskundigen, orthopedagogen of andere experts) worden betrokken;

  • de manier waarop wordt samengewerkt met onderwijs- en/of andere partijen;

  • hoe deze expertise bijdraagt aan het bieden van passende ondersteuning aan kinderen met extra ondersteuningsbehoefte (ook vanuit het S(B)O).

Toelichting aanbieder:

3.3. Eigen suggestie activiteit

In dit veld kunt u een aanvullende activiteit of werkwijze beschrijven die bijdraagt aan het doel van de regeling, maar niet expliciet is genoemd in de eerdere onderdelen. Het gaat om activiteiten die de pedagogische kwaliteit, toegankelijkheid of inclusiviteit van het BTBSOaanbod versterken.

Toelichting aanbieder:

3.4 Monitoring en evaluatie.

Beschrijf hoe uw organisatie actief meewerkt aan de monitoring en evaluatie van de pilot.

Ga hierbij in op:

  • hoe u gegevens verzamelt en aanlevert;

  • hoe u rapporteert over voortgang, resultaten en knelpunten;

  • op welke wijze u deelneemt aan evaluatiemomenten en hoe u deze bevindingen gebruikt voor verdere verbetering.

Toelichting aanbieder:

4. VISIE & DOCUMENTEN

Is in bezit van een actueel

1

Pedagogisch beleidsplan met visie op inclusieve BSO

2

Veiligheids- en gezondheidsbeleid

3

Documenten ter onderbouwing van kwaliteitseisen (bijv. scholingsplan/uitvoeringsplan)

4

Overzicht kwaliteitscertificeringen

5. BEGROTING EN KOSTEN

Maximaal tot het subsidieplafond, en alleen voor aanvullende inzet bovenop reguliere BSO.

5.1 Totaal aangevraagd bedrag

€ …………….

5.2 Begroting per activiteit:

5.4 Toelichting bijdrage aan inclusieve BSO:

5.3 Budgetbijlage toegevoegd? (Ja/Nee):

Financiële transparantie:

Zijn de extra kosten apart inzichtelijk gemaakt?

☐ Ja ☐ Nee

6. SAMENWERKING & SPREIDING

Onderdeel en ruimte voor toelichting door aanbieders, maximaal 10 regels toelichting.

6.1 Relevante regionale partners (onderwijs, jeugdhulp, gemeenten, andere BSO’s)

Beschrijf met welke partners u samenwerkt om passend BTBSO aanbod in de wijk te realiseren.

Licht per partner toe:

  • rol en bijdrage aan samenwerking

  • afstemming rond kinderen met extra ondersteuningsbehoeften

  • wijze van samenwerking in de wijk/het gebied

Denk aan: scholen/IB’ers, wijkteams, (jeugdhulp)aanbieders, gedragsdeskundigen, gemeenten, andere BSO’s.

Toelichting door aanbieder

6.2 Bijdrage aan regionale opgave

Licht toe hoe uw aanvraag bijdraagt aan de gezamenlijke ambitie van GR Hart van Brabant: alle kinderen die BTBSO nodig hebben, kunnen dit in hun eigen wijk ontvangen .

Toelichting door aanbieder

6.3 Spreiding van aanbod

  • Welke wijk/kern wordt bereikt?

  • Welk gat in het regionale aanbod vult u op?

  • Hoe draagt uw locatie bij aan evenwichtige spreiding binnen de GR gemeenten?

Toelichting door aanbieder

6.4 Toegankelijkheid van BSO

  • Hoe zorgt uw organisatie voor daadwerkelijke toegang voor kinderen met extra ondersteuningsbehoeften?

  • Welke expertise, aanpassingen of werkwijzen maken uw BSO toegankelijker?

  • Hoe worden, bijvoorbeeld, drempels voor ouders verlaagd?

Toelichting door aanbieder

6.5. Ontwikkeling richting inclusieve BSO

  • Welke stappen zet u om reguliere groepen inclusiever te maken?

  • Hoe wordt expertise geborgd (coaching, samenwerking zorg/onderwijs)?

  • Hoe draagt uw aanvraag bij aan duurzame ontwikkeling richting inclusieve BSO?

Toelichting door aanbieder

7. Verplichtingen (bevestiging door aanbieder)

Verplichting

Bevestiging door aanbieder

Zich in te zetten voor werving van doelgroepkinderen

Deel te nemen aan regionale evaluatie- en afstemmingsmomenten.

Ieder kwartaal de verplichte rapportage aan te leveren.

Binnen 4 weken na subsidieverlening de gemeente te informeren.

Tijdens activiteiten minimaal één volwassene met geldig kinder EHBOcertificaat aanwezig.

Passend en veilig vervoer te organiseren voor SBO/SO leerlingen indien nodig.

Bekend te zijn met mogelijke aanvullende verplichtingen in de beschikking.

8. Subsidievoorwaarden

Kennisname aanvullende verplichtingen?

Ja/Nee:

Bekend met hardheidsclausule?

Ja/Nee: