Beleidsregel Nadeelcompensatie verleggen Kabels en Leidingen Waterschap Drents Overijsselse Delta (NKL WDODelta)

Geldend van 06-06-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel Nadeelcompensatie verleggen Kabels en Leidingen Waterschap Drents Overijsselse Delta (NKL WDODelta)

Beleidsregel van het dagelijks bestuur van Waterschap Drents Overijsselse Delta, inhoudende regels omtrent nadeelcompensatie in het geval kabels en leidingen (moeten) worden verlegd

Verleggen kabels en leidingen bij primaire waterkeringen Waterschap Drents Overijsselse Delta

HET DAGELIJKS BESTUUR VAN WATERSCHAP DRENTS OVERIJSSELSE DELTA

Overwegende dat:

  • -

    Het Waterschap onder andere in het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) een taakstelling heeft om maatregelen te treffen om de primaire waterkeringen aan de veiligheidsnorm te laten voldoen, nu en in de toekomst;

  • -

    Het waterschap in het geval van HWBP-projecten gebruik kan maken van een subsidieregeling en dat op grond daarvan de kosten van nadeelcompensatie voor het verleggen van kabels en leidingen subsidiabel zijn (90%; 10% van de kosten blijft ten laste van het waterschap);

  • -

    Het waterschap bij de berekening van deze vorm van nadeelcompensatie aansluit bij de vergoedingen conform bijlage I van de Beleidsregel nadeelcompensatie verleggen kabels en leidingen vanwege rijkswaterstaatswerken, rijkswegen en hoofdspoorwegen 2024”; en

  • -

    Het daarom wenselijk is om beleid op te stellen waarina deze procedure wordt beschreven.

Gelet op de artikelen 4:126 en 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, afdeling 15.1 van de Omgevingswet en de Nadeelcompensatieverordening Waterschap Drents Overijsselse Delta 2024;

BESLUIT:

vast te stellen Beleidsregel Nadeelcompen­satie ver­leggen Ka­bels en Leidingen Waterschap Drents Overijsselse Delta (NKL WDODelta).

Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen

Artikel 1

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • a.

    het dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van Waterschap Drents Overijsselse Delta;

  • b.

    verzoeker: de indiener van een verzoek als bedoeld in artikel 2 of 7;

  • c.

    kabel: een sterke, buigzame, verbinding, bestaande uit een of meer geleiders welke zijn samengesteld uit draden van metaal of glasvezel en geschikt voor het transport van elektrische energie en/of elektrische signalen en/of optische signalen;

  • d.

    leiding: een buis, vervaardigd van een duurzaam materiaal zoals staal, beton of kunststof en geschikt voor het transport van vloeistoffen en gassen;

  • e.

    vergunning: een vergunning als bedoeld in de Waterschapsverordening van WDODelta, voor zover deze betrekking heeft op het aanbrengen en hebben van kabels en leidin­gen in, op, onder of boven primaire water­keringen;

  • f.

    primaire waterkering: primaire waterkering, inclusief daaraan ondersteunende kunstwerken, als bedoeld in bijlage 1 bij de Omgevingswet;

  • g.

    langsleiding: een leiding of kabel die, krachtens vergunning, parallel is gelegd aan, boven, onder op of in een primaire waterkering;

  • h.

    kruisende leiding: een leiding of kabel die, krachtens vergunning, kruisend door, op, boven, onder of in een primaire waterkering is gelegd.

  • i.

    buitenleiding: een leiding of kabel die buiten een primaire waterkering is gelegd ***.

Hoofdstuk 2. De vergoeding voor het verleggen van kruisende- en/of langsleidingen

Artikel 2

Voor zover blijkt dat een verzoeker ten gevolge van een besluit van het dagelijks bestuur, inhoudende de wijziging of intrekking van een vergunning, schade lijdt of zal lijden, waarvan de vergoeding niet of niet voldoende op andere wijze is verzekerd, kent het dagelijks bestuur op zijn verzoek, met inachtneming van de hierna volgende bepalingen, aan hem een vergoeding toe.

Artikel 3

De omvang van de schade wordt overeenkomstig de voorschriften van bijlage 1 bij deze beleidsregel berekend.

Artikel 4

  • a.

    De vergoe­ding in geval van een langsleiding bestaat uit een percentage van de berekende scha­de, welk per­centage lineair gerela­teerd is aan de tijdsduur die is verstreken vanaf de datum van inwer­kingtreding van het besluit tot verle­ning van de vergun­ning tot en met de dag van de toezending of de uitreiking van het besluit tot wijziging of intrekking van de ver­gunning. Dit is globaal weergege­ven in het sche­ma opgenomen als bijlage 2. 

  • b.

    De vergoeding in geval van de verlegging van een kruisende leiding bestaat uit de componenten: kosten van ontwerp en begeleiding en de uitvoeringskosten van de werkelijke verleggingskosten, zoals globaal weergegeven in bijlage 3.

Artikel 5

In ieder geval vindt géén vergoeding plaats als in het besluit tot verlening van de vergunning een bepaling is opgenomen dat binnen een periode van vijf jaren, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van de betrokken vergunning, een wijziging of intrekking van die vergunning te voorzien is in verband met binnen die periode uit te voeren werkzaamheden aan de desbetreffende primaire waterkering en binnen de genoemde periode van vijf jaar daadwerkelijk een besluit tot wijziging of intrekking van de vergunning wordt toegezonden en/of uitgereikt.

Artikel 6

In het geval er sprake is van bijzondere omstandigheden en er redenen zijn om te concluderen dat redelijkerwijs een groter of kleiner gedeelte van de schade ten laste van de verzoeker dient te blijven, dan kan van die artikelen in dit hoofdstuk worden afgeweken.

Hoofdstuk 3. De vergoeding voor het verleggen van buitenleidingen

Artikel 7

Het dagelijks bestuur kent de verzoeker die schade lijdt of zal lijden als gevolg van de rechtmatige uitoefening door of namens het dagelijks bestuur van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid of taak leidende tot een verlegging van een buitenleiding, op verzoek een vergoeding toe, voor zover de schade redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en voor zover de vergoeding niet of niet voldoende anderszins is verzekerd.

Artikel 8

De omvang van de schade wordt overeenkomstig de voorschriften van bijlage 1 bij deze beleidsregel berekend.

Artikel 9

De vergoeding in geval van de verlegging van een buitenleiding bestaat uit de componenten: kosten van ontwerp en begeleiding en de uitvoeringskosten van de werkelijke verleggingskosten, zoals globaal weergegeven in bijlage 4.

Artikel 10

In het geval er sprake is van bijzondere omstandigheden en er redenen zijn om te concluderen dat redelijkerwijs een groter of kleiner gedeelte van de schade ten laste van verzoeker dient te blijven, dan kan van die artikelen in dit hoofdstuk worden afgeweken.

Hoofdstuk 4. Inhoud van het verzoek

Artikel 11

Het verzoek bevat - onverminderd artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht - ten minste:

  • a.

    een aanduiding van het besluit tot intrekking of wijziging van de vergunning of van het rechtmatig uitoefenen door of namens het dagelijks bestuur van een aan het publiekrecht ontleende taak of bevoegdheid leidende tot een verlegging van een buitenleiding;

  • b.

    een aanduiding van de aard en omvang van de schade, alsmede een specificatie van het bedrag van de schade berekend conform de artikelen 3 t/m 5 en/of de artikelen 8 en 9;

  • c.

    een opgave van het schadebedrag dat naar het oordeel van de verzoeker vergoed dient te worden.

Hoofdstuk 5. Voorschotten

Artikel 12

Als verzoeker naar redelijke verwachting in aanmerking komt voor een vergoeding van de schade, dan kan het dagelijks bestuur, in afwachting van de beslissing terzake, op verzoek dan wel ambtshalve aan verzoeker een voorschot verlenen.

Artikel 13

Als het dagelijks bestuur besluit tot het verlenen van één of meer voorschot(ten), dan wordt daarmee geen aanspraak op schadevergoeding, als bedoeld in artikel 2 of artikel 7, erkend.

Artikel 14

Een voorschot wordt pas verleend als verzoeker schriftelijk de verplichting heeft aanvaard tot gehele en onvoorwaardelijke terugbetaling, als blijkt dat ten onrechte het voorschot is uitbetaald. Het dagelijks bestuur kan daarvoor zekerheidsstelling verlangen.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Artikel 15

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de eerste dag na de bekendmaking ervan.

Artikel 16

Deze beleidsregel kan worden aangehaald als “Beleidsregel Nadeelcompen­satie ver­leggen Ka­bels en Leidingen Waterschap Drents Overijsselse Delta (NKL WDODelta).”

Ondertekening

Aldus vastgesteld door het dagelijks bestuur van Waterschap Drents Overijsselse Delta op zijn vergadering van 5 mei 2026,

secretaris-directeur,

voorzitter,

Bijlage 1. behorende bij artikel 4 van de Beleidsregel nadeelcompensatie verleggen kabels en leidingen vanwege rijkswaterstaatswerken, rijkswegen en hoofdspoorwegen 2024

Leidraad schadeberekening

Artikel 1 werkelijke verleggingskosten

  • 1.

    De hoogte van de kosten voor het verleggen van een kabel of leiding wordt vastgesteld volgens de hierna volgende berekeningsmethodiek.

  • 2.

    Bij deze berekeningsmethodiek worden de componenten vermogensschade en inkomensschade niet als uitgangspunt genomen.

  • 3.

    Bij deze berekeningsmethodiek worden de kosten vastgesteld aan de hand van de werkelijke verleggingskosten.

  • 4.

    De werkelijke verleggingskosten bestaan uit:

    • a.

      materiaalkosten,

    • b.

      kosten van het uit en in bedrijfstellen,

    • c.

      kosten van ontwerp en begeleiding, en

    • d.

      uitvoeringskosten.

  • 5.

    de hoogte van de kosten wordt gecorrigeerd indien zich door de verlegging of aanpassing van de kabel of leiding een kwantificeerbare voordeeltoerekening voordoet (zoals bijvoorbeeld een capaciteitstoename van een leiding of het voordeel dat ontstaat indien er een nieuwe leiding in de plaats komt van een technisch versleten leiding).

Artikel 2 materiaalkosten

Onder materiaalkosten worden verstaan:

kosten van bedrijfseigen materialen die noodzakelijk zijn voor de instandhouding van de functie van de te verleggen kabel of leiding en daarvoor noodzakelijke beschermingsconstructies. Hieronder worden in elk geval verstaan kosten van kabel- en of leidingcomponenten, kosten van elektrotechnische, werktuigbouwkundige en civieltechnische materialen, alsmede kosten van bouwmaterialen, alsmede kosten van bouwmaterialen bestemd voor gebouwen waarin delen van kabel- en leidingsystemen worden ondergebracht.

Artikel 3 kosten van in- en uit bedrijf stellen

Onder de kosten van het uit en in bedrijf stellen worden verstaan:

  • -

    kosten van het spannings- of produktloos maken van de kabel en leiding alsmede de kosten van het weer in bedrijf stellen van de kabel of leiding,

  • -

    kosten samenhangend met tijdelijke voorzieningen van operationele aard. Tijdelijke voorzieningen van operationele aard zijn voorzieningen die benodigd zijn om de levering tijdens de uitvoering van een verlegging te waarborgen.

Artikel 4 uitvoeringskosten

Onder uitvoeringskosten worden onder meer verstaan:

  • -

    kosten van civieltechnische, bouwkundige en installatietechnische werkzaamheden (zoals werkputten en ondersteuningen),

  • -

    kosten samenhangend met de uitvoering van het verwijderen van verlaten kabels of leidingen. De ter plaatse vrijgekomen materialen zijn, of worden het eigendom van de kabel- of leidingbeheerder,

  • -

    kosten van constructieve en bijzondere voorzieningen die nodig zijn in verband met de aanraking van het infrastructuurwerk (zoals overkluizingen en mantelbuizen),

  • -

    kosten van tijdelijke voorzieningen van fysieke aard, zoals extra kabel- en leidingvoorzieningen die worden opgeheven zodra de definitieve verlegging is gerealiseerd in samenhang met de voortgang van het infrastructuurproject.

Artikel 5 voordeeltoerekening

Een aftrek nieuw voor oud wordt alleen toegepast indien sprake is van kenbaar technisch versleten kabels of leidingen. Onder technisch versleten wordt verstaan kabels of leidingen waarvan de technische levensduur binnen een periode van 5 jaar verstreken zal zijn.

Een aftrek nieuw voor oud vindt plaats op basis van een contante waardeberekening waarbij wordt uitgegaan van de technische levensduur van de betreffende kabel of leiding. Indien delen van een zelfstandige eenheid vervangen moeten worden, wordt voor de berekening uitgegaan van de integrale kosten van de vervanging van de gehele zelfstandige eenheid onder toerekening van een evenredig deel van de kosten aan het te vervangen onderdeel. De technische levensduur van een aantal soorten kabels of leidingen wordt bepaald aan de hand van het overzicht dat in onderstaande toelichting is opgenomen. De technische levensduur van soorten kabels of leidingen die niet in dit overzicht zijn opgenomen wordt naar redelijkheid bepaald.

Toelichting op de leidraad schadeberekening

Voor de te verleggen kabel of leiding geldt dat allereerst de kosten van een verlegging bepaald dienen te worden. Van deze kosten worden de voordelen afgetrokken die voortvloeien uit een verlegging. Het aldus berekende bedrag is de schade die een kabel- of leidingbeheerder lijdt door een verlegging. De wijze van schadeberekening is in deze bijlage vastgelegd.

In de bovenstaande artikelen is uiteengezet welke uitgangspunten en berekeningsmethode worden gehanteerd bij het vaststellen van de omvang van de schade bij een verlegging van een kabel of leiding. Schade wordt gedefinieerd als de kosten die gemaakt moeten worden om de verlegging uit te voeren minus de uit de verlegging voortvloeiende voordelen.

Uitgangspunt bij de bepaling van de omvang van de schade bij een verlegging van een kabel of leiding zijn de werkelijke verleggingskosten. De verleggingskosten omvatten alle directe kosten die de aanvrager moet maken om de kabel of leiding te verleggen.

In concreto betreft het de volgende kostencomponenten:

  • -

    materiaalkosten;

  • -

    kosten van het uit en in bedrijf stellen;

  • -

    kosten van ontwerp en begeleiding;

  • -

    uitvoeringskosten.

De berekeningswijze van de kosten van een verlegging is ontleend aan de Overeenkomst. De volgende uitgangspunten van de Overeenkomst liggen ten grondslag aan de berekeningswijze:

  • -

    kabels en leidingen zijn incourante objecten, ze kunnen immers niet meer op de markt verhandeld worden nadat ze zijn gelegd en hun functie zijn gaan vervullen, wat tot gevolg heeft dat bij de berekening van schade en de vergoeding de werkelijke verleggingskosten als uitgangspunt worden genomen;

  • -

    verleggingen dienen te worden gerealiseerd op basis van een technisch adequaat alternatief dat tegen de maatschappelijke laagste kosten gerealiseerd kan worden. Dit houdt in dat gestreefd dient te worden naar optimalisatie, hetgeen betekent dat bij een verlegging gekozen zal worden voor het meest aantrekkelijke alternatief onder de voorwaarde dat zulks geen nadelen oplevert voor de verlegger en de minister ten opzichte van de meest voor de hand liggende variant. De meest voor de hand liggende variant is een verlegging ter plaatse van de oorspronkelijke ligging van de te verleggen kabel of leiding.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 Kosten van ontwerp en begeleiding

Voor de bepaling van de kosten van ontwerp en begeleiding als bedoeld in lid 4 wordt aansluiting gezocht bij artikel 26 van de Regeling van de verhouding tussen opdrachtgever en adviserend ingenieursbureau (RVOI 1998).

Ingevolge artikel 26 van die regeling kunnen de volgende werkzaamheden worden onderscheiden:

  • -

    onderzoek,

  • -

    voorontwerp,

  • -

    definitief ontwerp,

  • -

    bestek,

  • -

    aanbesteding en gunning,

  • -

    detaillering ten behoeve van de uitvoering,

  • -

    directievoering,

  • -

    opleveringonderhoud- en garantietermijn.

Voor de hoogte van de hier opgesomde kosten zijn de werkelijke kosten het uitgangspunt. Indien deze afwijken van het in de RVOI 1998 aangegeven niveau, dan dient onderbouwing van de afwijking te worden gegeven. Zonodig kan een beroep op de inherente afwijkingsbevoegdheid van artikel 4:84 van de wet gedaan worden. Het vijfde 5 impliceert dat, wanneer sprake is van een capaciteitstoename van een leiding of een vervanging van een technisch versleten leiding of kabel, het hierdoor ontstane voordeel wordt afgetrokken van het schadebedrag dat wordt vastgesteld. Mutatis mutandis geldt hetzelfde voor opstallen indien er sprake is van kwantificeerbare voordelen.

Artikel 2 materiaalkosten

Ook de kosten van het transport van materialen naar de bouwplaats vallen onder het begrip ’materiaalkosten’. Een sluitende opsomming van wat onder het begrip materiaalkosten dient te vallen is niet goed mogelijk zodat in de praktijk van geval tot geval beoordeeld dient te worden welke kosten als materiaalkosten aangemerkt dienen te worden. Als richtsnoer kan daarbij wellicht de interpretatie die in de praktijk gegeven wordt aan artikel 4 van de Overeenkomst dienen.

Artikel 3 kosten van uit- en in bedrijf stellen

Onder kosten van uit- en in bedrijf stellen vallen kosten van tijdelijke voorzieningen van operationele aard, zoals extra kosten van personele aard ten behoeve van bedrijfsvoering en hulpmiddelen voor die bedrijfsvoering zoals watertanks, gasflessen en noodaggregaten.

Artikel 4 uitvoeringskosten

Onder uitvoeringskosten vallen de kosten van tijdelijke voorzieningen van fysieke aard. Hieronder wordt verstaan alle tijdelijke fysieke kabel- en leidingverbindingen verstaan, die de leidingbeheerder moet aanleggen en later buiten bedrijf stellen in het kader van de door de minister gevraagde verlegging. Deze kosten houden nauw verband met de noodzakelijke continuïteit van het bedrijfsproces van de betrokken kabel- of leidingbeheerder. Als richtsnoer kan daarbij wellicht de interpretatie die in de praktijk gegeven wordt aan artikel 6 van de Overeenkomst dienen.

De kosten van een CAR-verzekering vallen ook onder het begrip uitvoeringskosten.

Onder uitvoeringskosten worden tevens de eenmalige kosten verbonden aan het vestigen van zakelijke rechten begrepen. Uitgangspunt hierbij is echter wel dat deze kosten redelijk zijn. Bij de beantwoording van de vraag wat redelijk is kan bijvoorbeeld gekeken worden naar de regeling terzake zoals die door de Gasunie en LTO Nederland is overeengekomen.

Artikel 5 voordeeltoerekening

Leidingen met een technische levensduur van 100 jaar en ouder worden niet geacht aan veroudering onderhevig te zijn. Dit leidt ertoe dat een korting ‘nieuw voor oud’ niet toegepast kan worden bij het bepalen van de kosten voor het verleggen van een dergelijke leiding. De hoogte van de kosten van een verlegging kan echter wel gecorrigeerd worden indien zich door de verlegging een kwantificeerbare voordeeltoerekening voordoet.

Dit is o.a. het geval als:

  • -

    de capaciteit van de leiding toeneemt;

  • -

    de leiding meer druk kan verdragen (verhoging van de drukklasse);

  • -

    opheffen van een evident verkeerde ligging;

  • -

    opheffen van constructiefouten of een foutieve keuze van leidingmaterialen voorzover deze de technische levensduur significant zouden kunnen beïnvloeden;

  • -

    achterstallig onderhoud eveneens gepaard gaande met een significante verkorting van de technische levensduur, en

  • -

    een noodzakelijke reconstructie van oudere opstallen.

Bij een reconstructie van oudere opstallen kan afhankelijk van de situatie een correctie nieuw voor oud worden toegepast conform de regels van het onteigeningsrecht waarbij dan een eventuele vergroting van de functionaliteit eveneens in mindering gebracht kan worden op de vergoeding.

Een aftrek nieuw voor oud bij leidingen is gecompliceerd, omdat in bijna alle aanpassings- en verleggingssituaties een zelfstandige eenheid (een onderdeel van de technische werken in het leidingencomplex, dat bij vervanging van een (deel van) dit leidingencomplex, zowel uit technisch als uit bedrijfseconomisch oogpunt naar redelijke verwachting in stand zal blijven) ontbreekt. Bij een verlegging van een deel van een zelfstandige eenheid is het pas zinvol om een correctie nieuw voor oud toe te passen, indien die partiële verlegging dicht tegen het moment aan zit, waarop de technische levensduur van de gehele leiding verstreken is. Van dat laatste is sprake indien de periode tussen partiële verlegging en een verstrijken van de technische levensduur 5 jaar of korter is.

Een voorbeeld:

  • -

    leiding aangelegd in 1979

  • -

    technische levensduur: 45 jaar

  • -

    totale leiding met een lengte van 800 m zou naar objectieve maatstaven aldus in 2024 moeten worden vernieuwd infrastructureel project maakt verlegging van 100 m leiding noodzakelijk in 2021 kosten ‘partiële verlegging’: € 300.000 – geschatte kosten gehele verlegging in 2024: € 1.500.000

  • -

    evenredig deel van het in 2021 te verleggen deel ten opzichte van de in 2024 geplande totale verlegging is:(100) / (800) x € 1.500.000= € 187.500

  • -

    bij een rekenrente van 4% (dit is tweederde van het gemiddelde percentage dat de grootste banken van Nederland als rente hanteren voor standaard-hypotheken zonder gemeentegarantie op basis van een tienjarige annuïteit) is dit bedrag naar het jaar 2021 contant te maken met de rekensom € 187.500: (1,04)3= € 166.687

  • -

    de schadeloosstelling is nu gelijk aan € 300.000 (kosten partiële verlegging in 2021) minus € 166.687 (de contant gemaakte evenredige besparing in 2024) = € 133.313 .

Overzicht technische levensduur

Het onderstaande overzicht is samengesteld op grond van artikel 9 lid 2 van de Overeenkomst. Dit overzicht is niet uitputtend zodat de technische levensduur van een kabel of leiding die niet in dit overzicht is opgenomen naar redelijkheid en billijkheid bepaald dient te worden.

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

Bijlage 2: vergoeding langsleiding

De schade bij een verlegging van een langsleiding wordt bepaald conform bijlage 1 waarna, afhankelijk van de ouderdom van de ingetrokken vergunning, aan de hand van de van bijgaande tabellen, de vergoeding bepaald wordt. De tabel concretiseert een aftrek “maatschappelijk risico” wat er in resulteert dat bij een verlegging van een langsleiding vanwege een werk aan een primaire waterkering de vergoeding bij een in te trekken of te wijzigen vergunning die ouder is dan 30 jaar nihil bedraagt.

afbeelding binnen de regeling

Bijlage 3: vergoeding kruisende leiding

De schade bij een verlegging van een kruisende leiding wordt bepaald conform bijlage 1. De vergoeding voor een verlegging van een kruisende leiding bestaat uit de componenten kosten van ontwerp en begeleiding en uitvoeringskosten hetgeen impliceert dat materiaalkosten en de kosten van het uit en in bedrijf stellen niet voor in aanmerking komen.

Bijlage 4: vergoeding buitenleiding

De vergoeding voor het verleggen van een buitenleiding wordt op dezelfde manier bepaald als de vergoeding voor het verleggen van een kruisende leiding.

Bij verleggingen van buitenleidingen is wat betreft de vergoeding voor de verlegging allereerst de juridische basis waarop de te verleggen kabel of leiding ligt van belang. Ligt een kabel of leiding op basis van eigendom of een ander zakelijk recht of op grond van een gedoogplicht op grond van de Belemmeringenwet privaatrecht dan wordt de vergoeding van de verlegging op basis van de Onteigeningswet bepaald. Het komt echter regelmatig voor dat een kabel of leiding op basis van een vergunning van een ander dan het dagelijks bestuur of op basis van een overeenkomst of een andere vorm van toestemming van de grondeigenaar ligt. In deze gevallen wordt de vergoeding voor een verlegging op grond van deze bijlage bepaald aan de hand van bijlage 3 waarin immers de vergoeding voor het verleggen van kruisende leidingen is vastgelegd.

Een kabel of leiding die niet valt onder te brengen onder één van de categorieën openbare werken als bedoeld in artikel 1 van de Belemmeringenwet Privaatrecht wordt niet geacht een publiek belang te hebben. De onderhavige beleidsregels hebben geen betrekking op vergoeding van een verlegging van een dergelijke kabel of leiding.

Bijlage 5 - Uitvoeringsprotocol verlegging kabels en leidingen Dummy

Overwegingen

Dit uitvoeringsprotocol is een nadere uitwerking van de Overeenkomst inzake verleggingen van kabels en leidingen buiten beheersgebied tussen de Minister van Verkeer en Waterstaat en EnergieNed, VELIN en VEWIN d.d 10-2-1999 (Overeenkomst 1999), zoals bedoeld in artikel 11 van de hiervoor genoemde Overeenkomst 1999, en een vastlegging van een in de praktijk gegroeide nadere invulling van onderdelen opgenomen in de Nadeelcompensatieregeling verleggen Kabels en Leidingen in en buiten Rijkswaterstaatswerken en Spoorwegwerken 1999 (NKL 1999), vastgesteld op 12 mei 1999.

De Staat der Nederlanden en haar taakorganisaties (verzoeker) zijn degene die het verzoek tot aanpassing van de kabels en/of leidingen doen. Onder aanpassing wordt onder andere verstaan het verleggen, verwijderen en beschermen van kabels en leidingen en daarmee gerelateerde werken.

De Kabel- of Leidingbeheerder (acceptant) is degene die het verzoek tot aanpassing van de kabels en/of leidingen aanvaardt en de aanpassing uitvoert. Acceptant voert de werkzaamheden uit en heeft de management-regie over de aanpassing.

Verzoeker en acceptant verplichten zich wederzijds met erkenning van elkaars specifieke rol en met in achtneming van de bedrijfseigen specificaties, managementcontrol en bedrijfsethiek efficiënt en effectief te werken.

Het Uitvoeringsprotocol standaardiseert de verhouding en werkverdeling tussen verzoeker en acceptant en is een nadere uitwerking van bovengenoemde schaderegelingen. Per aanpassing, beschreven in een definitief ontwerp bestaande uit technische werkbeschrijving(en) en werktekening(en) wordt een projectovereenstemming met de daarbij behorende bijlagen vastgelegd. Het Uitvoeringsprotocol beheerst de projectovereenstemming.

1. Vooroverleg en verzoek

Verzoeker neemt het initiatief tot vooroverleg waarin partijen gezamenlijk de bestaande situatie inventariseren en oplossingsrichtingen voor de eventuele aanpassing verkennen. Indien aanpassing noodzakelijk is, zal verzoeker aan acceptant een schriftelijk verzoek tot aanpassing doen. In dat verzoek kan verwezen worden naar de resultaten van het vooroverleg. Dit verzoek kan tevens de aankondiging van de intrekking van bestaande, door verzoeker verleende, vergunningen bevatten.

2. Projectovereenstemming

Tussen verzoeker en acceptant dient overeenstemming te bestaan over de omvang van de noodzakelijke aanpassingen, de planning en de (voorlopige) schadevergoeding op basis van het definitief ontwerp. Deze overeenstemming wordt per aanpassing vastgelegd in een projectovereenstemming. Partijen beslissen wie van beiden de projectovereenstemming opstelt conform bijgevoegd model en ter beoordeling en ondertekening voorlegt aan de wederpartij. Uitgangspunt is dat ondertekening van de projectovereenstemming plaatsvindt voor de uitvoering wordt gestart. Daar waar nodig wordt de projectovereenstemming gezien als een officieel verzoek tot schadevergoeding als bedoeld in Hoofdstuk 2 van de NKL 1999.

3. Omvang van de uit te voeren werkzaamheden

  • 3.1

    Acceptant zal, ten behoeve van de vast te stellen projectovereenstemming, een definitief ontwerp opstellen en voorleggen aan verzoeker. Het definitieve ontwerp dient inzicht te geven in de noodzakelijk uit te voeren werkzaamheden en de daarbij behorende eenheden. Het definitieve ontwerp zal onderdeel uitmaken van de projectovereenstemming.

  • 3.2

    Afwijkingen van het definitieve ontwerp na ondertekening van de projectovereenstemming die leiden tot een afwijking in de geraamde verleggingkosten als bedoeld in artikel 5.2, zullen door partijen schriftelijk en gemotiveerd aan elkaar worden gemeld. Deze werkzaamheden zullen worden toegevoegd aan het definitief ontwerp tenzij partijen anders beslissen.

  • 3.3

    In het definitief ontwerp wordt tevens aangegeven welke werkzaamheden aanvullend door acceptant voor eigen rekening worden uitgevoerd en buiten de schadevergoeding vallen.

  • 3.4

    In de projectovereenstemming wordt tevens aangegeven welke werkzaamheden door verzoeker op verzoek van acceptant ten behoeve van de aanpassing zijn of worden verricht en op welke wijze deze worden verrekend in de voorlopige en definitieve schadevergoeding.

4. Planning

  • 4.1

    Acceptant spant zich in om de werkzaamheden binnen de planning als vastgelegd in de projectovereenstemming te realiseren.

  • 4.2

    Acceptant is verplicht gemotiveerd schriftelijk verslag uit te brengen indien er afwijkingen van de planning te verwachten zijn. Partijen zullen, indien verzoeker dit wil, in overleg treden teneinde de gevolgen hiervan voor beide partijen zo veel mogelijk te beperken.

  • 4.3

    Verzoeker zal, voor zover dit binnen zijn mogelijkheden en bevoegdheden ligt, op verzoek van acceptant bij dreigende knelpunten ten aanzien van het verkrijgen van benodigde rechten en vergunningen, proberen een bijdrage te leveren / trachten te bemiddelen om deze knelpunten op te heffen c.q. te voorkomen.

5 Kostenraming

  • 5.1

    Acceptant stelt een kostenraming op gebaseerd op het in artikel 3 bedoelde definitieve ontwerp conform bijlage A bij de model-projectovereenstemming. Acceptant spant zich in om bij verrekening op basis van nacalculatie de werkzaamheden binnen de kostenraming te realiseren.

  • 5.2

    Tijdens de uitvoering van de aanpassing is acceptant verplicht gemotiveerd schriftelijk verslag uit te brengen indien er in termen van verleggingskosten meer dan 10% of meer dan € 50.000,= aan afwijkingen te verwachten zijn. Deze afwijkingen maken deel uit van de projectkosten, tenzij partijen anders beslissen.

  • 5.3

    Interne kosten worden verrekend tegen de door acceptant normaliter gehanteerde kostprijs, dat wil zeggen het binnen het bedrijf gehanteerde externe verrekeningstarief. In het externe verrekeningstarief zijn overheadkosten inbegrepen, maar geen winstmarges en/of risicotoeslagen.

6 Schadevergoeding

  • 6.1

    De schadevergoeding wordt ter keuze van partijen bepaald op basis van nacalculatie (voorlopige en definitieve schadevergoeding) of op basis van een vaste prijs:

    Nacalculatie:

    De voorlopige schadevergoeding wordt vastgelegd op basis van het definitief ontwerp, de daarbij behorende kostenraming en de op dat moment bekend zijnde rechtsposities. De definitieve schadevergoeding wordt vastgesteld door verzoeker op basis van de onderling geaccepteerde rechtsposities en de werkelijk door acceptant gemaakte projectkosten ten behoeve van de in de projectovereenstemming genoemde werkzaamheden.

    Vaste prijs:

    Indien de geraamde kosten van het definitieve ontwerp lager zijn dan € 50.000 wordt de raming beschouwd als een begroting voor een vaste prijs aanbieding, tenzij partijen anders beslissen. De definitieve schadevergoeding wordt door verzoeker alsdan vooraf vastgesteld en vastgelegd in de projectovereenstemming op basis van het definitieve ontwerp, de daarbij behorende begroting op basis van een vaste prijs en de onderling geaccepteerde rechtsposities. Ook indien de kosten hoger zijn dan € 50.000 kunnen partijen ervoor kiezen de raming te beschouwen als een begroting voor een vaste prijs aanbieding.

  • 6.2

    De (voorlopige) schadevergoeding voor de aanpassing wordt vastgesteld volgens de Overeenkomst 1999 en/of de NKL 1999 en wordt vastgelegd in de projectovereenstemming. Uitgangspunt is een schadevergoeding per te verleggen kabel of leiding. Per te verleggen kabel of leiding dient de rechtspositie op basis waarvan deze is gelegen, onderling geaccepteerd te worden. Indien sprake is van bundels kabels of leidingen, die aanwezig zijn op gelijke of verschillende rechtsposities, kunnen verzoeker en acceptant overeenkomen dat voor alle betreffende kabels of leidingen één schadevergoedingspercentage wordt gehanteerd, waardoor gecombineerde behandeling mogelijk is.

  • 6.3

    Voor de vaststelling van de (voorlopige) schadevergoeding wordt in percentages van de totale te verleggen lengte de rechtspositie per kabel of leiding opgesteld conform bijlage B bij de model- projectovereenstemming, met inachtneming van het gestelde in artikel 6.2. Partijen spreken af wie deze taak verricht.

  • 6.4

    Verzoeker zal een overzicht van de desbetreffende kadastrale tenaamstelling verschaffen aan acceptant. Acceptant zal, mede op basis van dat overzicht, de gegevens aanleveren die dienen voor de onderlinge acceptatie van zakelijke rechten. Acceptant draagt zorg voor het aantonen van de vergunningen als bedoeld in Afdeling 1.2 van de NKL 1999. Verzoeker zal desgewenst ondersteuning verlenen.

  • 6.5

    De kosten, gemaakt door acceptant en verzoeker (zoals bedoeld in artikel 3.4) ten behoeve van de voorbereiding en de opstelling van de projectovereenstemming nadat het schriftelijk verzoek is ingediend, maken deel uit van de projectkosten.

  • 6.6

    Indien het project van verzoeker waarvoor de aanpassing dient te worden verricht niet (geheel) ten uitvoer komt, worden de door acceptant werkelijk gemaakte kosten minus de restwaarde door verzoeker vergoed.

7 Schadevergoeding en facturering op basis van een vaste prijs

  • 7.1

    Bij een aanpassing op basis van een vaste prijs wordt de definitieve schadevergoeding vooraf vastgesteld op basis van deze vaste prijs en de onderlinge geaccepteerde rechtsposities conform bijlagen A en B bij de model-projectovereenstemming. De definitieve schadevergoeding wordt in de projectovereenstemming vastgelegd.

  • 7.2

    Na de melding als bedoeld in artikel 9.5 dient acceptant de factuur in. Betaling van de factuur aan acceptant zal plaatsvinden binnen 30 dagen na datum van verzending van de factuur, indien de factuur voldoet aan de eisen voor indiening zoals vastgelegd in de projectovereenstemming. Bij overschrijding van de termijn kan acceptant de wettelijke rente in rekening brengen.

  • 7.3

    Indien de schadevergoeding wordt gebaseerd op een vaste prijs zijn de artikelen 5.2, 8, en 9.3, niet van toepassing met dien verstande dat het gestelde in artikel 9.3 betreffende de afwijkingen van de planning als omschreven in artikel 4 wel van toepassing is.

8 Schadevergoeding en facturering op basis van nacalculatie

  • 8.1

    Schadevergoeding

  • 8.1.1

    Bij een aanpassing op basis van nacalculatie wordt de voorlopige schadevergoeding geraamd conform bijlagen A en B bij de model-projectovereenstemming en wordt deze vermeld in de projectovereenstemming. Na de melding als bedoeld in artikel 9.5 wordt de definitieve schadevergoeding op basis van de werkelijke verleggingskosten en de onderling geaccepteerde rechtsposities door verzoeker vastgesteld conform bijlagen B en E bij de model-projectovereenstemming.

  • 8.1.2

    Acceptant heeft het recht om uiterlijk voor de vaststelling van de definitieve schadevergoeding de rechtsposities aan te tonen. Voor de vaststelling van de voorlopige schadevergoeding worden niet onderling geaccepteerde zakelijke rechten vergoed op basis van de rechtspositie niet zakelijk recht. Indien het een vergunde langsliggende kabel of leiding betreft als bedoeld in Afdeling 1.2 van de NKL 1999 en de leeftijd van de vergunning is niet tijdig aangetoond, wordt de voorlopige schadevergoeding vastgesteld op nihil.

  • 8.1.3

    Betalingen dienen te worden voldaan binnen 30 dagen na datum van verzending van de factuur die voldoet aan de eisen van indiening zoals vastgelegd in de projectovereenstemming c.q. de mededeling wederpartij en het verzoek als bedoeld in artikel 8.3.5. Bij overschrijding van de termijn kan de de wettelijke rente in rekening brengen.

8.2 Tussentijdse factuur

De voorlopige schadevergoeding wordt op basis van de werkelijk gemaakte kosten en de gerealiseerde voortgang tot maximaal 90% van de voorlopige schadevergoeding betaald volgens een in de projectovereenstemming uit te werken factureringsschema. Partijen kunnen ook overeenkomen dat betaling geschiedt na afloop van de werkzaamheden op basis van de eindspecificatie conform het gestelde in artikel 8.3. Bij indiening van de tussentijdse factuur zal acceptant de voortgang toelichten volgens de hiervoor in de model-projectovereenstemming opgenomen bijlage D.

8.3 Eindspecificatie en eindfactuur

  • 8.3.1

    De definitieve schadevergoeding wordt door verzoeker achteraf vastgesteld aan de hand van werkelijk gemaakte verleggingskosten ten behoeve van de in de de door acceptant projectovereenstemming genoemde werkzaamheden. Acceptant overlegt hiertoe binnen 12 maanden na afloop van de melding als bedoeld in artikel 9.5 een naar kostensoort gespecificeerde eindspecificatie aan verzoeker. Deze eindspecificatie zal worden opgesteld conform bijlage E bij de model- projectovereenstemming.

  • 8.3.2

    Acceptant zal in de eindspecificatie aangeven of en welk deel van de aanpassing voor eigen rekening van acceptant is uitgevoerd.

  • 8.3.3

    Acceptant verstrekt op aanvraag van verzoeker onderliggende gegevens en een nadere onderbouwing van de gemaakte kosten voorzover in redelijkheid nodig voor toetsing en controle van de voorgestelde definitieve schadevergoeding.

  • 8.3.4

    Verzoeker zal de eindspecificatie binnen drie maanden na datum van verzending van de eindspecificatie die voldoet aan de eisen van indiening zoals vastgelegd in de projectovereenstemming beoordelen en aan acceptant schriftelijk laten weten of de eindspecificatie al dan niet akkoord bevonden is.

  • 8.3.5

    Indien de verzoeker de eindspecificatie akkoord heeft bevonden, stelt verzoeker de definitieve schadevergoeding vast. Verzoeker deelt dit schriftelijk mede aan acceptant en verzoekt om een credit- c.q. een eindfactuur.

  • 8.3.6

    Indien uiterlijk 6 maanden na indiening van de eindspecificatie partijen hierover geen overeenstemming hebben bereikt stelt verzoeker de definitieve schadevergoeding eenzijdig vast en deelt dit schriftelijk mede aan de acceptant. Partijen kunnen wettelijke rente claimen, te rekenen vanaf 4 maanden na verzending van de eindspecificatie, over het te veel respectievelijk te weinig betaalde.

  • 8.3.7

    Acceptant overlegt op verzoek van verzoeker bij de eindspecificatie een accountantsverklaring conform bijlage C bij de model-projectovereenstemming. De kosten voor deze accountantsverklaring komen niet voor vergoeding in aanmerking. De meerdere kosten voor een accountantsverklaring die uitgebreider is dan de accountantsverklaring conform bijlage C bij de model-projectovereenstemming worden bij de berekening van de vergoeding wel in aanmerking genomen.

9 Informatievoorziening

  • 9.1

    Ten behoeve van optimale afstemming overlegt verzoeker tijdig aan acceptant de informatie waaruit de noodzaak van het project van verzoeker en de mogelijke gevolgen voor aanpassing van kabels en leidingen blijken.

  • 9.2

    Voor de aanvang van de aanpassing is de informatiebehoefte gericht op de correcte vastlegging van de uitgangspunten als verwoord in de projectovereenstemming en de daarbij behorende bijlagen. Deze informatie betreft:

    • De werkzaamheden inclusief tekeningen als bedoeld in artikel 3;

    • De planning als bedoeld in artikel 4;

    • De kostenraming als bedoeld in artikel 5;

    • De schadevergoeding op basis van de rechtspositie als bedoeld in artikel 6.1.

  • 9.3

    Tijdens de uitvoering van de aanpassing is de informatievoorziening gericht op alle afwijkingen op omvang van de werkzaamheden, planning en kostenraming, als omschreven in artikel 3, 4 en 5.

  • 9.4

    Na afloop van de aanpassing is de informatievoorziening gericht op toetsing en controle van de kosten ten behoeve van de te vergoeden schadevergoeding. Deze informatie betreft:

    • De as-builtgegevens die binnen twee maanden afgegeven worden;

    • De onderling geaccepteerde rechtspositie (inclusief tekening met daarop aangegeven de aan te passen kabel of leiding met bijbehorende technische oplossing en kadastrale achtergrond);

    • De eindspecificatie zijnde de werkelijke verleggingskosten en de definitieve schadevergoeding volgens het daartoe opgenomen bijlage E bij de model-projectovereenstemming. In deze eindspecificatie zullen ook de afwijkingen op de kostenraming worden toegelicht.

  • 9.5

    Na afloop van de aanpassing stelt acceptant verzoeker binnen 5 dagen op de hoogte van het feit dat de kabel of leiding is aangepast (oude kabel of leiding verwijderd en het terrein is voor wat betreft de kabel of leiding functievrij). Er kan eventueel een restpuntenlijst worden overeengekomen.

  • 9.6

    Verzoeker kan acceptant vragen om het door acceptant gehanteerde stelsel van bedrijfsregels en management control systems toe te lichten (o.a. aanbestedingsbeleid, opbouw tarieven van het ingezette eigen personeel en het management control system). Verzoeker kan om aanvullende informatie vragen.Acceptant zal verzoeker tariefwijzigingen en overige voor verzoeker van belang zijnde wijzigingen schriftelijk melden.

  • 9.7

    Partijen gaan vertrouwelijk om met elkaars informatie.

  • 9.8

    Verzoeker is na een afspraak hierover met acceptant gerechtigd om het werk te bezichtigen.

10 Toepasselijk recht

Op de projectovereenstemming is Nederlands recht van toepassing.

11 Gevolgen van onrechtmatige daad

Acceptant vrijwaart verzoeker voor schade ontstaan als gevolg van een onrechtmatige daad jegens een derde in het kader van de uitvoering van de projectovereenstemming.

12 Geschillen

  • 12.1

    Terzake van geschillen betreffende de aanpassing van kabels/leidingen voortvloeiend uit de toepassing van de Overeenkomst 1999 vindt de in artikel 13 Overeenkomst 1999 gegeven geschillenregeling toepassing.

  • 12.2

    Terzake van geschillen betreffende de aanpassing van kabels/leidingen voortvloeiend uit een gecombineerde toepassing van de Overeenkomst 1999, alsmede de NKL 1999 is de bestuursrechter bevoegd.

  • 12.3

    Terzake van geschillen betreffende de aanpassing van kabels/leidingen voortvloeiend uit de toepassing van de NKL 1999 is de bestuursrechter bevoegd.

PROJECTOVEREENSTEMMING

SKL 01-26, 14 september 2001

Model Projectovereenstemming

Contractnummer:

De ondergetekenden :

De Staat der Nederlanden en haar taakorganisaties, waarvan de zetel is gevestigd te ’s- Gravenhage, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, vertegenwoordigd door Rijkswaterstaat / Railinfrabeheer B.V. / ….., in deze vertegenwoordigd door ……, verder te noemen “verzoeker”.

En

(naam acceptant), gevestigd te ………………… ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door……………………, verder te noemen “acceptant”.

bevestigen hiermee overeenstemming te hebben bereikt over de noodzakelijke aanpassingen aan de kabels of leidingen van acceptant betreffende ……(naam technische oplossing). Deze aanpassingen zijn nodig in het kader van het door de Minister van Verkeer en Waterstaat vastgestelde tracébesluit of ….plan d.d. …… tot aanleg/aanpassing van …… .

Partijen zijn het volgende overeengekomen:

1 Uitvoeringsprotocol

Het Uitvoeringsprotocol beheerst de onderhavige projectovereenstemming met de bijbehorende bijlagen.

2 Omvang uit te voeren aanpassing

De door acceptant uit te voeren aanpassing is vastgelegd in het definitief ontwerp …. (zie bijlage) d.d. ….., notulen …. d.d. ….. en bijbehorende werktekeningen ….. versie … d.d.. , die geacht… worden deel uit te maken van deze projectovereenstemming. De door verzoeker op verzoek van acceptant uit te voeren werkzaamheden zijn hierin tevens vastgelegd.

3 Planning

De planning is vastgelegd in ……met kenmerk….., die geacht wordt deel uit te maken van deze projectovereenstemming.

Opnemen bij een vaste prijs:

4 Begroting op basis van een vaste prijs

De kosten van de in artikel 2 van deze projectovereenstemming bedoelde aanpassing zijn door acceptant in de begroting op basis van een vaste prijs bij brief van ..-..-…., met kenmerk ….. aangeboden voor ƒ …. € …..,-(zegge ….) ( excl. BTW / prijspeil …..). Deze begroting op basis van een vaste prijs is vastgelegd in bijlage ... (opgesteld conform bijlage A bij de model- projectovereenstemming: Begroting op basis van een vaste prijs).

5 Schadevergoeding op basis van een vaste prijs

De rechtsposities voor kabel(s)/leiding(en) ….. op ../../200. zijn opgenomen in bijlage ... (opgesteld conform bijlage B bij de model-projectovereenstemming: Rechtsposities).

De definitieve schadevergoeding is op basis van de begroting op basis van een vaste prijs en de rechtsposities vastgesteld op ƒ …. of € ….. (zie bijlage … (opgesteld conform bijlage A bij de model-projectovereenstemming: Begroting op basis van een vaste prijs en op basis van bijlage B bij de model-projectovereenstemming: Rechtsposities)) Deze definitieve schadevergoeding zal na indiening van de factuur als bedoeld in artikel 7.2 van het uitvoeringsprotocol worden betaald.

Opnemen bij nacalculatie:

4 Kostenraming bij nacalculatie

De kosten van de in artikel 2 van deze projectovereenstemming bedoelde aanpassing zijn door acceptant in de kostenraming bij brief van ..-..-…., met kenmerk ….. aangeboden voor ƒ …… of

€…..,-(zegge ….) ( excl. BTW / prijspeil …../ onnauwkeurigheidsheidsmarge vermelden). Deze kostenraming is vastgelegd in bijlage ... (opgesteld conform bijlage A bij de model- projectovereenstemming: Kostenraming).

5 Schadevergoeding op basis van na-calculatie

Voorlopige schadevergoeding

De rechtsposities voor kabel(s)/leiding(en) ….. op peildatum ../../200. zijn opgenomen in bijlage.

.. (opgesteld conform bijlage B bij de model-projectovereenstemming: Rechtsposities).

De voorlopige schadevergoeding is op basis van de kostenraming en de rechtsposities vastgesteld op ƒ …. of € ….. (zie bijlage … (opgesteld conform bijlage A bij de model-projectovereenstemming: Kostenraming bij nacalculatie en op basis van bijlage B bij de model-projectovereenstemming: Rechtsposities))

De definitieve schadevergoeding zal na de gereedmelding als bedoeld in artikel 9.5 van het uitvoeringsprotocol worden vastgesteld.

Factureringsschema

Acceptant dient de tussentijdse facturen vergezeld van een voortgangsrapportage (opgesteld conform bijlage D bij de model-projectovereenstemming) in volgens onderstaand schema:

.................

.................

6 Contactpersonen

Alle correspondentie met uitzondering van facturen dient onder vermelding van contractnummer te worden gezonden aan onderstaande contactpersonen.

7 Ondertekening

afbeelding binnen de regeling

Bijlage A: Kostenraming bij nacalculatie / Begroting op basis van een vaste prijs

afbeelding binnen de regeling

  • -

    Voor de berekening van de correctie nieuw voor oud dient een onderbouwing te worden geleverd.

  • -

    Indien er werkzaamheden voor meerdere kabels/leidingen van acceptant worden verricht, moet aangegeven worden welke verdeelsleutel voor de verdeling van kosten naar kostensoorten per kabel/leiding wordt gehanteerd.

  • -

    Ingeval er sprake is van gecombineerde werkzaamheden dient acceptant zijn deel van de geraamde kosten weer te geven in de kostenraming. De onderbouwing (verdeelsleutel tussen leidingbeheerders en het totaal geraamde bedrag voor de gecombineerde werkzaamheden) van het geraamde bedrag dient bijgevoegd te worden bij de kostenraming.

  • -

    Indien verzoeker op verzoek van acceptant werkzaamheden verricht in het kader van de aanpassing, waarvan de kosten voor rekening van acceptant zijn (bv. mechanisch grondonderzoek), dan dienen deze kosten zichtbaar te zijn verwerkt in deze raming/begroting.

Berekening voorlopige schadevergoeding per kabel/leiding bij het werken op basis van nacalculatie / Berekening definitieve schadevergoeding per kabel/leiding bij het werken op basis van een vaste prijs

afbeelding binnen de regeling

Bijlage B: Rechtsposities

afbeelding binnen de regeling

Bijlage C: Controleprotocol en accountantsverklaring

Controleprotocol ten behoeve van de accountantsverklaring bij Schadevergoeding Kabels en Leidingen

1. Inleiding

  • 1.1

    Dit controleprotocol heeft betrekking op de schadevergoeding voor de aanpassing van kabels en leidingen op verzoek van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. De voorwaarden voor de schadevergoedingen liggen vast in de Nadeelcompensatieregeling verleggen kabels en leidingen in en buiten rijkswaterstaatswerken en spoorwegwerken 1999 (NKL 1999), de Overeenkomst inzake verleggingen van kabels en leidingen buiten beheersgebied tussen de Minister van Verkeer en Waterstaat en EnergieNed, VELIN en VEWIN (Overeenkomst 1999), het Uitvoeringsprotocol Schadevergoeding Kabels en Leidingen met de daarbij behorende model-Projectovereenstemming en behorende bijlagen.

  • 1.2

    In dit controleprotocol wordt uiteengezet welke algemene uitgangspunten en specifieke vereisten gelden bij de uitvoering van de controle van de eindspecificatie door de accountant van de kabel- en/of leidingeigenaar, alsmede op welke wijze de uitkomsten van deze controle dienen te worden gerapporteerd ten behoeve van de gebruiker van de verantwoording en eindspecificatie met bijbehorende accountantsverklaring (het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en haar taakorganisaties).

  • 1.3

    De verantwoordelijkheid voor het opstellen van de eindspecificatie berust bij de kabel- en/of leidingeigenaar.

2. Algemene uitgangspunten voor de controle

De accountantscontrole die ten grondslag ligt aan de accountantsverklaring betreft de getrouwe weergave van de eindspecificatie alsmede de rechtmatige besteding van de daarin opgenomen bedragen. Dit laatste betekent dat is nagegaan of:

  • de in de eindspecificatie opgenomen uitgaven, ontvangsten en andere gegevens voldoen aan het gestelde en de voorwaarden uit het Uitvoeringsprotocol ‘Schadevergoeding Kabels en Leidingen’ en de betreffende Projectovereenstemming.

  • de uitgaven passen binnen het kader van het project zoals bedoeld in artikel 3 van het Uitvoeringsprotocol.

  • de interne en administratieve organisatie van acceptant van voldoende niveau is om er redelijkerwijs vanuit te kunnen gaan dat de kosten juist en volledig zijn verantwoord;

  • de opgenomen bedragen in de eindspecificatie van het project inzake door andere organen buiten verzoeker gegeven financiële tegemoetkomingen voor hetzelfde project juist en volledig zijn.

Bij de controle dient specifiek aandacht te worden geschonken aan de juiste naleving van de artikelen 5.3 en 6.5 van het Uitvoeringsprotocol Schadevergoeding Kabels en Leidingen.

Ten behoeve van de uitvoering van de controle is gerekend met een controletolerantie van 1% met een maximum van € 10.000,-. Voor de rapportering geldt dat de bij de controle geconstateerde en niet gecorrigeerde fouten en onzekerheden worden gemeld, waarbij de betreffende posten en de bedragen gespecificeerd dienen te worden.

Model Accountantsverklaring

Een model van de accountantsverklaring luidt als volgt:

Opdracht

Wij hebben1 de bijgaande en door ons gewaarmerkte eindspecificatie ….. (omschrijving doel) in het kader van het project …………. vastgelegd in de Projectovereenstemming……(nummer) gecontroleerd. Deze eindspecificatie is opgesteld onder de verantwoordelijkheid van ….. (naam acceptant). Het is onze verantwoordelijkheid een accountantsverklaring inzake deze eindspecificatie te verstrekken.

Werkzaamheden

Onze controle is verricht overeenkomstig algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controle-opdrachten, met het controleprotocol ten behoeve van Schadevergoeding Verlegging Kabels en Leidingen en met inachtneming van het “Uitvoeringsprotocol Schadevergoeding Kabels en Leidingen” en de Projectovereenstemming waarop de eindspecificatie is gebaseerd. Volgens de richtlijnen dient onze controle zodanig te worden gepland en uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de eindspecificatie geen onjuistheden van materieel belang bevat. Een controle omvat onder meer een onderzoek door middel van deelwaarnemingen van informatie ter onderbouwing van de bedragen in de eindspecificatie. Tevens omvat een controle een beoordeling van de grondslagen voor financiële verslaggeving die bij het opmaken van de eindspecificatie zijn toegepast. Wij zijn van mening dat onze controle een deugdelijke grondslag vormt voor ons oordeel.

Bevindingen

(indien van toepassing)

Oordeel

Wij zijn van oordeel dat de eindspecificatie zoals in de ‘Opdracht’ is omschreven voldoet aan de daaraan te stellen eisen, onder meer vastgelegd in het ‘Uitvoeringsprotocol Schadevergoeding Kabels en Leidingen’ en de Projectovereenstemming …… (nummer) waarop de eindspecificatie is gebaseerd.

Deze verklaring wordt afgegeven ten behoeve van ……

(plaats, ………………………….(datum)

Ondertekening

Bijlage D: Voortgangsrapportage

afbeelding binnen de regeling

Ondergetekende verklaart dat:

  • -

    hij tot op heden aan verplichtingen voortvloeiend uit de projectovereenstemming en het Uitvoeringsprotocolheeft voldaan;

  • -

    de volgende werkzaamheden zijn verricht:

    • -

      …………………………………………………………………………………………………………………………

    • -

      …………………………………………………………………………………………………………………………

    • -

      …………………………………………………………………………………………………………………………

    • -

      …………………………………………………………………………………………………………………………

    • -

      …………………………………………………………………………………………………………………………

    • -

      …………………………………………………………………………………………………………………………

    • -

      …………………………………………………………………………………………………………………………

    • -

      …………………………………………………………………………………………………………………………

afbeelding binnen de regeling

Bijlage E: Eindspecificatie bij nacalculatie

afbeelding binnen de regeling

Toevoegingen bij de tabel:

  • -

    Voor de berekening van de correctie nieuw voor oud dient een onderbouwing te worden geleverd.

  • -

    Indien er werkzaamheden voor meerdere kabels/leidingen van acceptant worden verricht, moet aangegeven worden welke verdeelsleutel voor de verdeling van kosten naar kostensoorten per kabel/leiding is gehanteerd.

  • -

    Ingeval er sprake is van gecombineerde werkzaamheden dient acceptant zijn deel van de kosten weer te geven in de eindspecificatie/raming op basis van een vaste prijs. De onderbouwing (verdeelsleutel tussen leidingbeheerders en het werkelijke verleggingskosten voor de gecombineerde werkzaamheden) van de werkelijke verleggingskosten dient bijgevoegd te worden bij de eindspecificatie.

  • -

    Bij de eindspecificatie dient bij eventuele restposten die nog nader verrekend moeten worden, aangegeven te worden waaruit deze bestaan. Als de restposten worden afgekocht dient te worden verwezen naar de betreffende afkoopregeling tussen partijen.

    • Indien verzoeker op verzoek van acceptant werkzaamheden verricht in het kader van de aanpassing, waarvan de kosten voor rekening van acceptant zijn (bv. mechanisch grondonderzoek), dan dienen deze kosten zichtbaar te zijn verwerkt in deze raming/begroting.

  • -

    Bij de eindspecificatie worden de afwijkingen op de kostenraming toegelicht (artikel 9.4).

afbeelding binnen de regeling

TOELICHTING

I. Inleiding

De Verordening nadeelcompensatie Waterschap Drents Overijsselse Delta 2024 biedt de mogelijkheid om verzoeken zonder nader onderzoek of advies van de adviescommissie af te doen, indien het dagelijks bestuur voor de betreffende categorieën van schadeveroorzakende gebeurtenissen nadere regels heeft vastgesteld ten aanzien van de berekening van (de hoogte van) de te vergoeden schade. Deze beleidsregel is zo’n specifieke ‘nadere regel’.

Nadeelcompensatie

Het waterschap kan bij het uitoefenen van zijn wettelijke taken schade toebrengen aan derden. Het ontstaan daarvan, behoort niet altijd voor risico te blijven van één enkele (rechts)persoon, wanneer het waterschap deze wettelijke taken verricht in het algemeen belang. Een overheidsorgaan is bij de uitoefening van zijn taken gehouden iedereen gelijk behandelen. Mocht dat niet het geval zijn, dan kan daaruit een plicht ontstaan tot vergoeding van de geleden schade, als die schade onevenredig is.

II. Strekking van de Beleidsregel

Deze beleidsregel is opgesteld om een nadere invulling te geven aan de wijze waarop recht op vergoeding van nadeel ontstaat en hoe de omvang van de het nadeel c.q. de vergoeding wordt berekend. In dit geval gaat het om aanpassingen aan de infrastructuur van de kabel- of leidingbeheerder ten gevolge van activiteiten van het waterschap, in de breedste zin van het woord. Het kan in dit verband ook gaan om de verlegging van kabels en leidingen buiten ons beheergebied.

Een ander onderdeel betreft het, in afwachting van de uiteindelijke vaststelling van de schade, ambtshalve kunnen verstrekken van voorschotten. Bijvoorbeeld ter voorkoming van onnodige rentelasten of om medewerking van de betrokken partijen zoveel mogelijk te verkrijgen. Bij de artikelsgewijze toelichting (12 – 14) wordt dit onderdeel nader besproken.

Van belang om op te merken, is dat wanneer er een specifieke wettelijke regeling is die voorziet in vergoeding van de schade, dan geldt dat de hoogte van de vergoeding conform die systematiek moet worden vastgesteld. Voorbeeld in dit geval kan de (vergoedingssystematiek uit de) Telecommunicatiewet zijn.

III. Reikwijdte van de beleidsregel

Deze beleidsregel heeft betrekking op kruisende leidingen, langsleidingen en buitenleidingen. Als uitgangspunt is gehanteerd dat, naar mate de tijd dat een leidingeigenaar of -beheerder gerechtigd is tot het hebben van een langsleiding in een primaire waterkering langer is geweest, de hoogte van de vergoeding afneemt. Dit op grond van de gedachte dat niet onafgebroken op een recht van een ongestoorde ligging in het desbetreffende werk gerekend mag worden. Integendeel zelfs, want met het verstrijken van jaren zal het risico van gerechtvaardigde inbreu-ken op dat recht toenemen. De tijd waarin mag worden gerekend op een ongestoorde ligging van kabels of leidingen, is bij primaire waterkeringen gesteld op 30 jaar.

Naast de vergoedingen voor verlegging van kabels en leidingen is er ook is er een regeling opgenomen voor de gevallen waarin een leidingbeheerder de noodzakelijke vergunningen aanvraagt, maar het redelijkerwijs voorzienbaar is dat, te rekenen vanaf het tijdstip van verlening van de gewenste vergunning, binnen maximaal vijf jaar een wijziging van het desbetreffende infrastructurele werk in uitvoering genomen zal gaan worden. Deze regeling geldt zowel voor kruisende leidingen als voor langsleidingen. Als een leidingbeheerder in een dergelijke voor hem kenbare situatie desondanks kabels en/of leidingen in dat infrastructurele werk wenst aan te brengen, dan wordt in de te verstrekken vergunning melding gemaakt van de te verwachten wijziging(en). Het is in zo’n geval redelijk dat het risico dat in de toekomst aan de leidingbeheerder schade als gevolg daarvan wordt toegebracht (ook vanwege de daarmee samenhangende intrekking of wijziging van de vergunning), volledig bij de leidingbeheerder berust.

IV. Hardheidsclausule

Op het hierboven beschreven uitgangspunt van schadeberekening kan onder omstandigheden een uitzondering worden gemaakt (de hardheidsclausule). Gedacht wordt met name aan situaties waarbij het voor de leidingbeheerder evident (fysiek) niet mogelijk is om de ligging van de leiding anders te realiseren dan via het leggen daarvan parallel aan een primaire waterkering. Bij het bepalen van deze “evidente fysieke onmogelijkheid” kunnen de maatschappelijke en/of wettelijke verplichtingen van de leidingbeheerder een rol spelen. De vraag of een beroep op de hardheidsclausule in een specifiek geval gerechtvaardigd is, is in hoge mate een juridische vraag.

De hardheidsclausule kan niet alleen ten gunste maar ook ten nadele van een betrokken leidingbeheerder worden gehanteerd. Daarbij kan gedacht worden aan onder meer situaties waarbij de nadelen die hem treffen (mede) zijn toe te rekenen aan hemzelf of als deze - door een bepaalde actieve gedragslijn of juist door stil te zitten - het risico op benadeling heeft vergroot.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Hoofdstuk 1. Definities

Dit hoofdstuk bevat de begripsbepalingen. De meeste bepalingen spreken voor zich.

De begrippen “kabel of leiding” dienen ruim te worden geïnterpreteerd. Het gaat om zowel bovengrondse- als ondergrondse kabels en leidingen met de daarbij behorende technische installaties, bouwkundige voorzieningen et cetera. Hierbij kan ook gedacht worden aan trafo’s, gasstations, hoogspanningsmasten met de daar bijbehorende funderingen e.d.

Bij primaire waterkeringen gaat het om hun functie van waterkering. Alle andere functies die primaire waterkeringen tevens kunnen hebben (zoals bijvoorbeeld de functie van wegverbinding) vallen buiten dit begrip en moeten in dit kader als droge infrastructuur worden beschouwd.

Buitenleidingen zijn kabels of leidingen die buiten de door of namens het dagelijks bestuur vergunde primaire waterkeringen zijn gelegen. Zie over het fenomeen buitenleidingen de toelichting bij hoofdstuk 1.3.

Hoofdstuk 2. De vergoeding voor het verleggen van kruisende- en/of langsleidingen en de omvang daarvan

Artikel 2

In artikel 2 wordt de grondslag voor het recht op vergoeding vastgelegd.

Artikel 3 en 4

Er is om praktische redenen voor gekozen om bijlagen bij de beleidsregels te voegen. Het vast-stellen van de hoogte van de schade wordt in de bijlagen ook aan de hand van voorbeelden toegelicht, waardoor de beleidsregels zelf inzichtelijk blijven.

Artikel 4

In artikel 4 wordt bepaald dat de vergoeding bij langsleidingen lineair is gerelateerd aan de leeftijd van de vergunning. Dit lineaire systeem doet recht aan de achterliggende grondgedachte dat het normaal maatschappelijk risico toeneemt naarmate de leeftijd van de vergunning vordert. De ver-goeding kan hierdoor nauwkeuriger worden afgestemd op de leeftijd van de vergunningen. Het normaal maatschappelijk risico wordt bij primaire waterkeringen gedurende een looptijd van 30 jaar geacht "om te slaan" naar de vergunninghouder. De periode van 30 jaar is gekozen omdat mag worden aangenomen dat bij primaire waterkeringen zich geen snel wijzigende omstan-digheden zullen voordoen. Na die termijn kan een ongestoorde ligging niet meer worden gegarandeerd en wordt er geen vergoeding meer toegekend.

Eén en dezelfde verlegging?

Als de situatie zich voordoet dat een enkele te verleggen leiding bestaat uit zowel een kruisend- , een langsliggend en een buitenliggend gedeelte, dan geldt voor de bepaling van de hoogte van de vergoeding voor het kruisende en het langsliggende gedeelte binnen het beheersgebied, dat gekeken moet worden naar het doel van de ligging van de kabel of leiding in de gehele primaire waterkering. Is de aanraking geschiedt met het oog om langs te gaan liggen of juist met het oog om te kruisen? Is er sprake van een leiding die gedeeltelijk kruist en gedeeltelijk langs ligt, met het doel om langs te liggen? Dan moet de vergoeding voor de verlegging van de gehele leiding bepaald worden aan de hand van de systematiek voor het langs liggen. Mutatis mutandis geldt dit ook voor kruisende leidingen.

Als het doel van de ligging van de leiding niet eenduidig te bepalen is

Dan dient de vergoeding bepaald te worden aan de hand van de vergoedingssystematiek die voor het desbetreffende stuk leiding geldt. Dit leidt ertoe dat in de praktijk voor wat betreft de schadevergoeding – zo’n combi-verlegging – als het ware opgeknipt wordt in stukken langs- of kruisende leidingen. De hoogte van de vergoeding wordt dan voor het stuk of de stukken langs/kruisende leiding bepaald aan de hand van respectievelijk bijlagen 2 en 3.

Verlegging zowel binnen als buiten het beheersgebied

Wanneer sprake is van een verlegging van een leiding die zowel binnen het beheersgebied ligt (een kruisende- of een langsleiding) als buiten het beheersgebied ligt (een buitenleiding), dan dient de vergoeding voor een dergelijke verlegging opgeknipt te worden in een gedeelte voor binnen het beheersgebied en een gedeelte voor buiten het beheersgebied.

Artikel 5

Bij het verlenen van een vergunning kan het voorkomen dat met grote mate van zekerheid kan worden vastgesteld binnen vijf jaar daarna een wijziging of intrekking van de verleende vergunning zal plaatsvinden ten gevolge van een aanpassing van de primaire waterkering. Deze regeling geldt zowel voor langsleidingen als voor kruisende leidingen. Deze regeling geldt per definitie niet voor buitenleidingen omdat deze niet op basis van een vergunning van het waterschap liggen.

Als desondanks een vergunning wordt verleend, dan zal een bepaling worden opgenomen waaruit volgt dat de vergunninghouder actief het risico heeft aanvaard voor de verandering in de situatie. De vergoeding bedraagt in dat geval 0%.

Artikel 6

Als door de vergunninghouder aangetoond kan worden dat bijzondere omstandigheden met zich brengen dat de vergoeding apert onredelijk is, dan kan het dagelijks bestuur besluiten om op grond van deze bepaling een hogere vergoeding vast te stellen. De hardheidsclausule kan ook in het nadeel van de vergunninghouder of de beheerder van een buitenleiding werken.

Hoofdstuk 3. De vergoeding voor het verleggen buitenleidingen en de omvang daarvan

Artikel 7

In artikel 7 wordt de grondslag voor het recht op vergoeding van een buitenleiding vastgelegd. In dit geval is geen sprake van het wijzigen of intrekken van een vergunning door het waterschap. In de beleidsregel is bepaald dat een vergoeding voor een verlegging van een buitenleiding overeenkomstig de systematiek die geldt voor kruisende leidingen geschiedt. In de praktijk is deze categorie leidingen slechts van belang voor kabel- en leidingbeheerders buiten het beheersgebied van het dagelijks bestuur die vanwege het dagelijks bestuur verleggingen dienen uit te voeren, die niet op basis van de Onteigeningswet (de te verleggen kabel of leiding ligt op basis van eigendom of zakelijk recht) vergoed worden.

Artikel 8

Zie de toelichting artikel 3.

Artikel 9

Dit artikel bepaalt dat de vergoeding voor het verleggen van een buitenleiding op dezelfde wijze bepaald wordt als de vergoeding voor een kruisende leiding, in de gevallen waarin de vergoeding voor een verlegging van een buitenleiding niet anderszins is verzekerd.

Artikel 10

Artikel 10 bevat de hardheidsclausule.

Hoofdstuk 2. Eisen aan een verzoek

Artikel 11

De Algemene wet bestuursrecht eisen waaraan een verzoek tenminste moet voldoen. In aanvulling hierop zijn (mede gezien de aard van de materie) een aantal specifieke gegevens noodzakelijk om tot een beslissing op het verzoek te kunnen komen. Indien en voor zover de werkelijke kosten nog niet exact bekend zijn, wordt door verzoeker een gemotiveerde en controleerbare raming verschaft.

Hoofdstuk 3. Voorschotten

Artikelen 12 t/m 14

De beleidsregels gaan in op de mogelijkheid om op verzoek, vooruitlopend op de uiteindelijke beslissing op het verzoek, een of meerdere voorschotten te verlenen. Dergelijke voorschotten kunnen in principe slechts worden verleend nadat de verzoeker schriftelijk de verplichting heeft aanvaard om ten onrechte betaalde voorschotten (inclusief eventuele rente) geheel en onvoorwaardelijk te restitueren. Het dagelijks bestuur kan daartoe een vorm van zekerheidsstelling, bijvoorbeeld in de vorm van een bankgarantie, verlangen.

Ook is de mogelijkheid opgenomen dat het dagelijks bestuur ambtshalve tot voorschotverlening kan besluiten. Een belangrijke aanleiding daartoe kan zijn gelegen in het voorkomen van onnodige rentelasten. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als op voorhand vaststaat dat verzoeker recht heeft op enige vergoeding van schade, maar dat de hoogte daarvan niet direct vaststaat.

Betaling van voorschotten, in afwachting van de vaststelling van de uiteindelijk verschuldigde vergoeding, brengt met zich mee dat niet achteraf over het totaal verschuldigde bedrag ook nog renteverliezen vergoed moeten worden.

Opgemerkt wordt dat wanneer aanleiding bestaat om ambtshalve een voorschot te verstrekken, maar verzoeker de gewenste zekerheidsstelling weigert te verschaffen, het dagelijks bestuur de in de bevoorschottingsbedragen zal storten op een afzonderlijke rekening. Dit om te voorkomen dat dat door het gedrag van verzoeker de rentelasten onnodig hoog zullen oplopen.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Artikelen 15 t/m 16

Deze artikelen bevatten gebruikelijke bepalingen.


Noot
1

Indien de accountantsverklaring wordt voorzien van een adressering, kunnen in de eerste paragraaf de woorden ‘wij hebben’ worden vervangen door ‘ingevolge uw opdracht hebben wij’.